Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit instelling Kustwacht

Geldend van 01-01-2007 t/m heden

Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie houdende Instelling van een Kustwacht voor Nederland

De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Financiën, van Justitie, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken;

In overeenstemming met het Kabinetsbesluit van 10 maart 2006 betreffende de Kustwacht in Nederland (Kamerstukken II, 2005/06, 30490 nr. 1, van 13 maart 2006);

Besluiten:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de Ministers: de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie;

  • b. de Ministers wie het mede aangaat: de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Financiën, van Justitie, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken;

  • c. Betrokken diensten: organisaties van de Ministers en van de Ministers wie het mede aangaat;

  • d. Kustwachtcentrum: het Kustwachtcentrum te Den Helder van het Ministerie van Defensie dat dient als informatiecentrum voor de uitvoering van kustwachttaken en fungeert als operationeel commandocentrum, nationaal maritiem en aëronautisch reddingscoördinatiecentrum, centrale meldkamer en maritieme assistentiedienst;

  • e. Handhavingsplan: plan waarin de gewenste output van de Kustwacht op het gebied van handhaving is geformuleerd voor het komende jaar met een doorkijk naar de vier jaren daarna, op basis van de beleidsdoelen en beleidsprioriteiten, opgesteld door de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie, en vastgesteld door de Ministerraad;

  • f. Dienstverleningsplan: plan waarin de gewenste output van de Kustwacht op het gebied van dienstverlening is geformuleerd voor het komende jaar met een doorkijk naar de vier jaren daarna, op basis van de beleidsdoelen en beleidsprioriteiten, opgesteld door de Directeur-generaal Rijkswaterstaat, onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Waterstaat en vastgesteld in de Ministerraad;

  • g. Activiteitenplan en Begroting: het door de Directeur Kustwacht opgestelde en door de Ministerraad vastgestelde plan waarin is vastgelegd welke producten in het kader van de kustwachttaken in het komende jaar worden geleverd met een doorkijk naar de vier jaren daarna, welke middelen daarmee zijn gemoeid en welke prioriteitsvolgorde bij de uitvoering wordt gehanteerd, waarvan een overzichtsbegroting deel uitmaakt en dat is gebaseerd op het Handhavingsplan, het Dienstverleningsplan, en een maatschappelijke belangenafweging ten aanzien van de uit te voeren kustwachttaken gegeven de daarvoor beschikbare middelen;

  • h. Informatieplan Kustwacht: het door de Directeur Kustwacht opgestelde en door de Raad voor de Kustwacht vastgestelde plan waarin op basis van de kustwachttaken de informatieproducten en werkwijze van het informatiecentrum van de Kustwacht worden omschreven inclusief de daarvoor benodigde middelen en relaties op het gebied van gegevensuitwisseling met de betrokken diensten;

  • i. Sturingsmodel Kustwacht: document dat door de Raad voor de Kustwacht wordt vastgesteld en waarin nader wordt omschreven op welke wijze de in dit besluit omschreven aansturing van de Kustwacht plaatsvindt en waarin het financieel spelregelkader voor de kosten van de Kustwacht is opgenomen.

§ 2. Kustwacht

Artikel 2

  • 1 Er is een Kustwacht Nederland (hierna de Kustwacht), in internationaal verband aangeduid als Netherlands Coastguard.

  • 2 De Kustwacht is beheersmatig ondergebracht te Den Helder bij het Commando Zeestrijdkrachten van het Ministerie van Defensie.

  • 3 De Kustwacht beschikt over een Kustwachtcentrum.

  • 4 De Kustwacht beschikt over personeel, vaartuigen en vliegtuigen van diensten van de Ministers en de Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 3

  • 1 Er is een directeur Kustwacht.

  • 2 De directeur Kustwacht:

    • a. wordt benoemd door de Minister van Defensie, gehoord de Raad voor de Kustwacht;

    • b. heeft de dagelijkse leiding over de Kustwacht;

    • c. stelt op basis van het Handhavingsplan en het Dienstverleningsplan het Activiteitenplan en Begroting en het Informatieplan Kustwacht op;

    • d. draagt zorg voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door de Ministerraad opgedragen taken, zoals vastgesteld in het Activiteitenplan en Begroting en binnen de financiële randvoorwaarden daarvan;

    • e. legt aan de Raad voor de Kustwacht verantwoording af over de realisatie van het Activiteitenplan en Begroting en stelt hiertoe viermaandelijks een voortgangsrapportage en een jaarverslag op;

    • f. geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de Raad voor de Kustwacht ten aanzien van zaken die voor de uitvoering van de taken van de Kustwacht van belang zijn;

    • g. adviseert de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee en de Directeur-generaal Rijkswaterstaat;

    • h. volgt met betrekking tot de hem opgedragen taken de aanwijzingen op van de Raad voor de Kustwacht.

Artikel 4

De kustwachttaken omvatten:

  • 1. Dienstverlening:

    • a. nood-, spoed- en veiligheidsverkeer;

    • b. opsporing en redding;

    • c. rampen- en incidentenbestrijding;

    • d. maritieme hulpverlening;

    • e. verkeersdiensttaken;

    • f. vaarwegmarkering;

    • g. zeeverkeersonderzoek.

  • 2. Handhaving in het kader van:

    • a. de algemene politietaak;

    • b. het douanetoezicht;

    • c. de grensbewaking;

    • d. de wetgeving met betrekking tot milieu, visserij, mijnbouw, en scheepvaart.

Artikel 5

De prioritering van de in artikel 4 genoemde taken wordt vastgesteld in het Activiteitenplan en Begroting.

Artikel 6

  • 1 Het werkgebied van de Kustwacht omvat:

    • a. de territoriale zee en de Exclusieve Economische Zone;

    • b. de Waddenzee, het IJsselmeer inclusief de randmeren, en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse stromen, voor wat betreft opsporing en redding;

    • c. het vluchtinlichtingengebied (Flight Information Region/FIR) Amsterdam, voor wat betreft de aëronautische opsporing en redding.

  • 2 Indien nodig voor de nakoming van (inter)nationale afspraken, verdragen of Europese regelgeving, wordt het werkgebied van de Kustwacht dienovereenkomstig uitgebreid.

Artikel 7

Het Kustwachtcentrum dient als informatiecentrum ten behoeve van de effectieve en efficiënte uitvoering van kustwachttaken, conform het Informatieplan Kustwacht.

§ 3. Aansturing

Artikel 8

  • 1 De Ministerraad stelt het Handhavingsplan, het Dienstverleningsplan, het Activiteitenplan en Begroting, en het jaarverslag van de Kustwacht vast.

  • 2 De Minister van Verkeer en Waterstaat coördineert, in overeenstemming met de Minister van Defensie en de Ministers wie het mede aangaat, de voorbereiding van de in het eerste lid genoemde besluitvorming in de Ministerraad.

  • 3 De in het tweede lid genoemde Ministers dragen ieder afzonderlijk ministeriële verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden die door de Kustwacht voor hen worden uitgevoerd.

  • 4 De Minister van Defensie is verantwoordelijk voor de organisatie en het beheer van de Kustwacht en de uitvoering van kustwachttaken als omschreven in het Activiteitenplan en Begroting.

Artikel 9

  • 1 Er is een Raad voor de Kustwacht.

  • 2 De Raad voor de Kustwacht heeft tot taak:

    • a. het bijstaan van de Minister van Verkeer en Waterstaat bij diens activiteiten genoemd in artikel 8, waarbij de Raad ondermeer adviseert ten aanzien van de integrale afweging van de maatschappelijke belangen ten aanzien van de kustwachttaken;

    • b. het benoemen van beleidsprioriteiten voor het Handhavingsplan dat in opdracht van de Raad voor de Kustwacht door de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee wordt opgesteld;

    • c. het benoemen van beleidsprioriteiten voor het Dienstverleningsplan dat in opdracht van de Raad voor de Kustwacht door de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat namens de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat wordt opgesteld;

    • d. het vaststellen en onderhouden van het Sturingsmodel Kustwacht en van het Informatieplan Kustwacht;

    • e. indien nodig als besluitvormend orgaan op te treden ten aanzien van knelpunten die bij de uitvoering van de kustwachttaken ontstaan;

    • f. het voorbereiden van besluitvorming over de financiering van de Kustwacht.

  • 3 In de Raad voor de Kustwacht hebben zitting:

    • a. de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (voorzitter);

    • b. de Directeur-Generaal Transport en Luchtvaart van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • c. de Commandant Zeestrijdkrachten van het Ministerie van Defensie;

    • d. de Directeur Operationeel Beleid, Behoeftestellingen en Plannen van het Ministerie van Defensie;

    • e. de Directeur-Generaal Belastingdienst van het Ministerie van Financiën;

    • f. de Directeur-Generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, belast met visserijzaken;

    • g. de Directeur-Generaal Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; en

    • h. de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van Justitie.

  • 4 Het secretariaat wordt gevoerd door Rijkswaterstaat.

  • 5 De Raad voor de Kustwacht stelt een huishoudelijk reglement vast.

Artikel 10

De Minister van Justitie coördineert de voorbereiding van het Handhavingsplan en de aansturing van de uitvoering daarvan door de Kustwacht. Hij draagt zorg voor afstemming van de handhavingsaanpak met de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 11

  • 1 Er is een Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee (hierna PKHN).

  • 2 De PKHN heeft tot taak de Minister van Justitie bij te staan bij diens werkzaamheden genoemd in artikel 10.

  • 3 De PKHN stelt in opdracht van de Raad voor de Kustwacht een Handhavingsplan op, rekening houdend met de door de Raad voor de Kustwacht aangegeven beleidsprioriteiten.

  • 4 In de PKHN hebben zitting:

    • a. de Officier van Justitie Noordzeezaken van het Openbaar Ministerie (voorzitter);

    • b. de Voorzitter van het Managementteam Belastingdienst/Douane West van het Ministerie van Financiën;

    • c. de Hoofdinspecteur Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • d. de Directeur Operaties Koninklijke Marechaussee van het Ministerie van Defensie;

    • e. het Hoofd Dienst Waterpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • f. het Hoofd Handhaving en Incidentenaanpak van de Dienst Noordzee Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • g. de Hoofdinspecteur Zeevaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat; en

    • h. de plaatsvervangend inspecteur-generaal der Mijnen van het Ministerie van Economische Zaken.

  • 5 De Minister van Verkeer en Waterstaat benoemt in overeenstemming met de Ministers wie het mede aangaat de voorzitter van de PKHN.

  • 6 De voorzitter vertegenwoordigt de PKHN in de Raad voor de Kustwacht.

  • 7 De voorzitter heeft zitting in het Kustwachtdriemanschap en is in opdracht van de Raad voor de Kustwacht gedelegeerd opdrachtgever op het gebied van handhaving.

  • 8 De Directeur Kustwacht neemt zitting in de PKHN als adviseur.

  • 9 Het secretariaat van de PKHN wordt gevoerd door het Openbaar Ministerie.

  • 10 De PKHN stelt een huishoudelijk reglement vast.

Artikel 12

  • 1 De Minister van Verkeer en Waterstaat is verantwoordelijk voor het opstellen van het Dienstverleningsplan.

  • 2 De Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat stelt, namens de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat, in opdracht van de Raad voor de Kustwacht een dienstverleningsplan op, rekening houdend met de door de Raad voor de Kustwacht aangegeven beleidsprioriteiten.

  • 3 De Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat is in opdracht van de Raad voor de Kustwacht en namens de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat gedelegeerd opdrachtgever voor de dienstverleningstaken in het Kustwachtdriemanschap.

Artikel 13

  • 1 Er is een Kustwachtdriemanschap.

  • 2 Het Kustwachtdriemanschap bestaat uit:

    • a. de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat;

    • b. de voorzitter van de PKHN;

    • c. de Directeur Kustwacht.

  • 3 Onverlet de verantwoordelijkheid van de Directeur Kustwacht voor de uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting, bewaakt het Kustwachtdriemanschap in opdracht van de Raad voor de Kustwacht, aan de hand van het Handhavingsplan, het Dienstverleningsplan en de voortgangsrapportages van de Directeur Kustwacht, de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van het Activiteitenplan en Begroting en lost daarin zonodig knelpunten op, of legt besluiten daartoe voor aan de Raad voor de Kustwacht.

  • 4 De voorzitter van de PKHN en de Hoofdingenieur-Directeur informeren de diensten van de betrokken departementen over knelpunten in de uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting en de besluitvorming daarover.

  • 5 Besluiten binnen het Kustwachtdriemanschap worden, gehoord het advies van de Directeur Kustwacht, door de voorzitter PKHN en de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat gezamenlijk genomen, en zij leggen daarover verantwoording af aan de Raad voor de Kustwacht.

  • 6 De Directeur Kustwacht voert in het vijfde lid bedoelde besluiten uit voor zover deze kustwachttaken betreffen.

  • 7 Het secretariaat wordt gevoerd door Rijkswaterstaat.

  • 8 Het Kustwachtdriemanschap stelt een huishoudelijk reglement vast.

Artikel 14

Bij optreden op het gebied van opsporing en redding binnen gebieden die gemeentelijk zijn ingedeeld, functioneert de Directeur Kustwacht, met inachtneming van zijn verantwoordelijkheid voor de operationele coördinatie op zee, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bevoegde gezag.

§ 4. Middelen

Artikel 15

  • 1 De Kustwacht hanteert een kas/verplichtingenstelsel.

  • 2 De uitgaven van de Kustwacht drukken op de begroting van het Ministerie van Defensie, met uitzondering van de kosten van materieel en personeel dat tijdelijk of structureel ter beschikking wordt gesteld aan de Kustwacht door de betrokken diensten.

  • 3 Een financieel spelregelkader wordt nader uitgewerkt in het Sturingsmodel Kustwacht.

Artikel 16

  • 1 Voor de uitvoering van de Kustwachttaken heeft de Directeur Kustwacht de beschikking over personeel van het Ministerie van Defensie en op tijdelijke basis over personeel van de betrokken diensten.

  • 2 Bij het Kustwachtcentrum zijn liaisons werkzaam afkomstig van de Algemene Inspectie Dienst, Rijkswaterstaat, de Douane, de Koninklijke Marechaussee, het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie.

  • 3 De liasons nemen namens hun organisaties deel aan de voorbereiding en de – door de Directeur Kustwacht gecoördineerde – uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting.

  • 4 De betrokken diensten zijn verantwoordelijk voor de bekwaamheid van het personeel dat zij aan de Directeur Kustwacht ter beschikking stellen.

Artikel 17

  • 1 De Directeur Kustwacht heeft, overeenkomstig het Activiteitenplan en Begroting, de beschikking over schepen en vliegtuigen met hun bemanningen afkomstig van de betrokken diensten.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde capaciteit aan schepen en vliegtuigen kan alleen dan voor niet-Kustwachttaken ingezet worden wanneer de Directeur Kustwacht heeft aangegeven dat de uitvoering van het Activiteitenplan en Begroting zulks toelaat.

  • 3 De Directeur Kustwacht kan, ingeval van opsporing en redding, rampenbestrijding, dringend noodzakelijke opsporing van strafbare feiten en incidenten, op eerste aanzegging onmiddellijk de beschikking krijgen over één of meer van de in het eerste lid bedoelde schepen of vliegtuigen. De Directeur Kustwacht legt hierover achteraf verantwoording af aan het Kustwachtdriemanschap.

  • 4 De Directeur Kustwacht kan met derden (niet zijnde de betrokken diensten) bindende afspraken maken over het aan hem ter beschikking stellen van schepen en vliegtuigen met hun bemanning.

  • 5 De Directeur Kustwacht bepaalt de wijze waarop de hem ter beschikking staande schepen en vliegtuigen worden ingezet, onverlet de verantwoordelijkheid van de gezagvoerders voor de veiligheid van hun schip dan wel vliegtuig en hun bemanning.

  • 6 De schepen en vliegtuigen bedoeld in het eerste lid zijn in Kustwachtkleuren geschilderd, respectievelijk zijn voorzien van het Kustwachtlogo. De schepen en vliegtuigen bedoeld in het vierde lid voeren de Kustwachtvlag, onderscheidenlijk zijn van het Kustwachtlogo voorzien.

Artikel 18

  • 1 Tussen de Directeur Kustwacht en de hoofden van de betreffende diensten worden operationele overeenkomsten gesloten ter uitwerking van artikel 16 en artikel 17, eerste, tweede, derde en vijfde lid en waarin tenminste uitgangspunten, randvoorwaarden, procedures en wijzen van informatie-uitwisseling voor de inzet van personeel en eenheden worden geregeld.

§ 5. Overige Bepalingen

Artikel 19

Dit besluit wordt in 2009 door de Raad voor de Kustwacht geëvalueerd.

Artikel 20

De Beschikking instelling Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee (10 december 1996/Nr. S/J-96005633 Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stcrt. 243) wordt ingetrokken.

Artikel 21

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling Kustwacht.

Artikel 22

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst wordt gepubliceerd na 30 december 2006, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2007.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

De

Minister

van Defensie,

H.G.J. Kamp