Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO[Regeling vervallen per 01-04-2008.]

Geldend van 29-11-2006 t/m 31-03-2008

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 november 2006, nr. IB/2006/41885 houdende regels voor de verstrekking van subsidie aan scholen ter bevordering van de internationale oriëntatie en samenwerking (Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s internationalisering PO en VO)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies en artikel 10.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

§ 1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 01-04-2008]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2008]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. instelling:

  • c. Europees Platform: de Stichting Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs;

  • d. BUURLANDEN: het programma ‘BUURLANDEN’, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, dat tot doel heeft het bieden van mogelijkheden aan scholen voor primair onderwijs om hun leerlingen op een concrete en actieve manier mee te laten doen met internationaliseringsactiviteiten die gericht zijn op de buurlanden België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarbij de nadruk ligt op het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT);

  • e. PLUVO: het programma ‘PLUVO’, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen, door het stimuleren van leerlingenuitwisseling respectievelijk het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen;

  • f. PLATO+: het programma ‘PLATO+’, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de Europese of internationale oriëntatie en de daarmee samenhangende deskundigheid van zowel huidige als toekomstige leerkrachten en schoolleiders, door het stimuleren van nascholing in ruime zin in het buitenland;

  • g. PITON: het programma ‘PITON’, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling, dat tot doel heeft het op een hoger niveau brengen van de vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits, door het stimuleren van:

    • 1°. tweetalig onderwijs;

    • 2°. versterkt talenonderwijs;

    • 3°. vervroegd talenonderwijs;

    • 4°. de inzet van ‘native speakers’ als taalassistenten.

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister kan projectsubsidie verstrekken aan het bevoegd gezag van een instelling voor de uitvoering van een of meer van de programma's, bedoeld in artikel 1, onderdeel d tot en met g, ter stimulering van de internationale oriëntatie van leerlingen en docenten alsmede ter bevordering van een schoolbeleid dat gericht is op duurzame internationale samenwerking met scholen in andere Europese landen.

Artikel 3. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

  • 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij het Europees Platform, Nassauplein 8, 1815 GM Alkmaar, met gebruikmaking van een formulier dat verkrijgbaar is op de website van het Europees Platform (www.europeesplatform.nl).

  • 2 Een nadere uitwerking van de vereisten voor de subsidieaanvraag is opgenomen in de bijlagen bij deze regeling.

Artikel 4. Vaststelling subsidieplafond [Vervallen per 01-04-2008]

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar:

    • a. € 150.000 voor BUURLANDEN;

    • b. € 1.350.000 voor PLUVO;

    • c. € 1.000.000 voor PLATO+; en

    • d. € 400.000 voor PITON.

  • 2 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is:

    • a. € 400.000 beschikbaar voor het primair onderwijs;

    • b. € 400.000 beschikbaar voor het voortgezet onderwijs; en

    • c. € 200.000 beschikbaar voor lerarenopleidingen.

  • 3 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, is:

    • a. € 250.000 beschikbaar voor tweetalig onderwijs, versterkt talenonderwijs en vervroegd talenonderwijs; en

    • b. € 150.000 beschikbaar voor de inzet van ‘native speakers’ als taalassistenten.

Artikel 5. Subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 01-04-2008]

  • 1 De subsidie bedraagt voor aanvragen in het kader van:

    • a. BUURLANDEN: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 5.000;

    • b. PLUVO: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 10.000;

    • c. PLATO+: per persoon per aanvraag ten hoogste:

      • 1°. € 1.750 voor studiebezoeken van leerkrachten of schoolleiders, met dien verstande dat voor dat onderdeel niet meer wordt verleend dan € 3.000 per activiteit per aanvraag;

      • 2°. € 1.500 voor onderwijsstages van studenten van lerarenopleidingen;

    • d. PITON: ten hoogste 75 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan:

      • 1°. € 7.500 voor tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs;

      • 2°. € 4.000 voor versterkt talenonderwijs in het voortgezet onderwijs;

      • 3°. € 5.500 voor vervroegd talenonderwijs in het primair onderwijs.

  • 2 Een nadere uitwerking van d e grondslagen voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is opgenomen in de bijlagen bij deze regeling.

§ 2. Subsidieverlening en bevoorschotting [Vervallen per 01-04-2008]

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare bedrag bij subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2008]

In de bijlagen bij deze regeling zijn de criteria opgenomen aan de hand waarvan de verdeling plaatsvindt van de gelden die voor subsidiëring ter beschikking staan.

Artikel 7. Weigeringsgronden subsidie [Vervallen per 01-04-2008]

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, indien:

  • a. de activiteit niet in overeenstemming is met de activiteiten, bedoeld in de bijlagen bij deze regeling;

  • b. uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de internationalisering bijdraagt aan het realiseren van leerdoelen van de instelling;

  • c. voor de activiteit tevens gebruik wordt gemaakt van middelen uit EU-fondsen.

Artikel 8. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-04-2008]

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 9. Voorschotten [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister verleent een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

§ 3. Verplichtingen subsidieontvanger en verantwoording [Vervallen per 01-04-2008]

Artikel 10. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-04-2008]

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. Aan de subsidieverlening zijn tevens verbonden de verplichtingen, bedoeld in de bijlagen bij deze regeling.

Artikel 11. Verantwoording subsidie [Vervallen per 01-04-2008]

  • 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen of overschotten worden na afloop van de activiteiten teruggevorderd.

  • 2 De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, bij het Europees Platform een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Een aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag en financieel verslag, conform de richtlijnen van het Europees Platform, waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaats gevonden overeenkomstig deze regeling en de beschikking tot subsidieverlening.

§ 4. Uitvoering door het Europees Platform [Vervallen per 01-04-2008]

Artikel 12. Mandaatverlening [Vervallen per 01-04-2008]

Aan het Europees Platform wordt mandaat verleend om te beslissen over het buiten behandeling laten van subsidieaanvragen en de verlening, weigering, vaststelling, intrekking en terugvordering van subsidie op grond van deze regeling.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2008]

Artikel 13. Bestuursrechtelijke afdoening na vervaldatum [Vervallen per 01-04-2008]

Voor zover er vanaf de vervaldatum van deze regeling ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deze regeling plaats.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum [Vervallen per 01-04-2008]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 augustus 2006 en vervalt met ingang van 1 april 2008.

Artikel 15. Citeertitel [Vervallen per 01-04-2008]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven

Bijlage 1 [Vervallen per 01-04-2008]

Programma BUURLANDEN [Vervallen per 01-04-2008]

Programma voor internationalisering via ICT binnen het primair onderwijs [Vervallen per 01-04-2008]

1. Omschrijving activiteiten [Vervallen per 01-04-2008]

Scholen kunnen binnen het programma BUURLANDEN zelf hun activiteiten kiezen, mits zij daarbij aan ICT een centrale en herkenbare rol toekennen, die verder strekt dan incidenteel emailverkeer. Leerlingenuitwisseling, docentenmobiliteit en andere activiteiten kunnen een aanvulling vormen op deze ICT-contacten. Bij bezoeken die in het kader van leerlingenuitwisseling of docentenmobiliteit aan het buitenland worden gebracht wordt maximaal voor vijf dagen subsidie verstrekt.

Ter informatie:

Om de inzet van ICT vorm te geven kan een beroep worden gedaan op het Europees Platform voor advies en hulp.

2. Formele vereisten [Vervallen per 01-04-2008]

2.1. De aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

De aanvraag wordt ingediend op een formulier dat verkrijgbaar is bij het Europees Platform en omvat een:

  • verklaring van de partnerschool of partnerscholen in één van de buurlanden, waaruit de participatie blijkt;

  • activiteitenplan waarin duidelijk is omschreven wat de te subsidiëren activiteiten zijn en welke rol ICT daarin speelt;

  • beschrijving van de leerdoelen;

  • overzicht van de eigen inbreng van de school;

  • toelichting van de aanvrager omtrent de wijze waarop de activiteit en/of de opbrengsten daarvan zullen doorwerken in de eigen onderwijspraktijk;

  • overzicht van de eigen inbreng van de school; en

  • begroting van de kosten.

2.2. Weigeringsgrond [Vervallen per 01-04-2008]

In het kader van het programma BUURLANDEN wordt geen subsidie verleend aan een school die gedurende de looptijd van de Subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs (Gele Katern nr. 18, 30 juli 2003) drie jaar of langer gebruik heeft gemaakt van de vergelijkbare subsidiemogelijkheden van die regeling.

3. Wijze van verdeling beschikbare bedrag bij subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op alle aanvragen per aanvraagronde. Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. Daarbij gelden, in volgorde van doorslaggevendheid, de volgende criteria:

  • het innovatieve karakter van de ICT-activiteiten;

  • de samenhang tussen de verschillende activiteiten.

4. Termijnen voor de aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

Een aanvraag voor subsidie kan zowel in 2006 als in 2007 worden ingediend. In 2006 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 15 december. In 2007 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 30 april. Indien het beschikbare bedrag dan niet is uitgeput kan een aanvraag nog worden ingediend tot en met 31 oktober.

5. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-04-2008]

5.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2008]

De subsidie bedraagt nooit meer dan 70 procent van de totale subsidiabele kosten, met dien verstande dat per school niet meer wordt verleend dan € 5.000. Van het te verlenen bedrag is maximaal € 2.500 voor ICT en maximaal € 2.500 voor de uitwisseling van leerlingen en docentenmobiliteit bestemd.

5.2. Subsidiabele kosten voor ICT [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel voor ICT zijn alleen kosten die rechtstreeks in verband staan met het uit te voeren project. Dit zijn de kosten voor:

  • communicatie;

  • aanschaf van hardware;

  • aanschaf van software;

  • aanschaf van leermiddelen;

  • advies en vervanging.

5.3. Subsidiabele kosten uitwisseling van leerlingen en docentenmobiliteit [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel voor de uitwisseling van leerlingen en voor docentenmobiliteit zijn alleen kosten die rechtstreeks in verband staan met de ICT-activiteiten van het project. Dit zijn de kosten voor:

  • a. de uitwisseling van Nederlandse leerlingen;

  • b. een begeleidend docent;

  • c. een bezoek van een docent aan een partnerschool.

Voor de kosten, bedoeld onder a, geldt per leerling een maximumbedrag van € 30 per dag, met een maximum van vijf dagen. In afwijking daarvan geldt voor leerlingen met een handicap, waarvoor extra kosten onvermijdelijk zijn, een maximumbedrag van € 60 per dag.

Voor de kosten, bedoeld onder b, geldt per begeleidend docent een maximumbedrag van € 100 per dag, met een maximum van vijf dagen.

Voor de kosten, bedoeld onder c, geldt per docent een maximumbedrag van € 100 per dag, met een maximum van vijf dagen.

6. Evaluatie [Vervallen per 01-04-2008]

Het programma BUURLANDEN zal worden geëvalueerd aan de hand van de volgende criteria:

  • gebruik en effectiviteit van ICT(-⁠middelen, -instrumenten of infrastructuren) bij onderwijskundige samenwerking met scholen in één (of meer) van de buurlanden;

  • de mate waarin ICT als hulpmiddel heeft gefungeerd bij het leerproces van leerlingen en (een beschrijving van) de toegevoegde waarde van ICT hierbij;

  • gebruik van of virtuele bijdrage aan het projectgedeelte op schooloverstijgende ICT-infrastructuren (bijvoorbeeld ‘Internationaal Plein’ op Kennisnet, ‘portal European Schoolnet’);

  • verslaggeving op website van de school of – indien niet aanwezig – op een schoolgerelateerde site.

Bijlage 2 [Vervallen per 01-04-2008]

Programma PLUVO [Vervallen per 01-04-2008]

Programma voor leerlingenuitwisseling in het voortgezet onderwijs [Vervallen per 01-04-2008]

1. Omschrijving activiteiten [Vervallen per 01-04-2008]

Binnen het leerlingenuitwisselingsprogramma vinden de volgende activiteiten plaats:

  • a. uitwisselingen van Nederlandse leerlingen (groepen en/of individueel) in het voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo) met leerlingen van scholen in één of meer andere landen;

  • b. bijeenkomsten van Nederlandse leerlingen met leerlingen van scholen uit ten minste drie andere landen;

  • c. voorbereidende bezoeken van leerkrachten in het kader van de activiteiten, genoemd onder a en b.

De landen die kunnen worden bezocht zijn de landen van de EU, kandidaat-lidstaten van de EU en Noorwegen en IJsland.

Bij de uitwisselingen en bijeenkomsten geldt als uitgangspunt dat de Nederlandse leerlingen ten minste vijf dagen in het andere land verblijven en leerlingen uit het buitenland ten minste vijf dagen in Nederland verblijven. Bij een uitwisseling met België, Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk is een korter verblijf mogelijk. Voor de voorbereidende bezoeken geldt dat deze in beginsel niet langer dan één week bedragen.

In het kader van de uitwisselingen en bijeenkomsten verblijven de leerlingen over en weer in gastgezinnen, tenzij er speciale en aantoonbare redenen zijn om hiervan af te wijken. Hiervan is sprake als het gaat om leerlingen voor wie verblijf in een gastgezin objectief aanwijsbare en onoverkomelijke problemen oplevert.

2. Vereisten aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

De aanvraag wordt ingediend op een formulier dat verkrijgbaar is bij het Europees Platform en omvat een:

  • verklaring van de partnerschool of partnerscholen dat deze participeert respectievelijk participeren in het uitwisselingsprogramma;

  • beleidsdocument waarin de te subsidiëren activiteit herkenbaar aanwezig is;

  • toelichting van de aanvrager omtrent de wijze waarop de activiteit en/of de opbrengsten daarvan, zullen doorwerken in de eigen onderwijspraktijk; en

  • begroting van de kosten.

3. Wijze van verdeling beschikbare bedrag bij subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op alle aanvragen per aanvraagronde. Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen voor groepsuitwisselingen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke groepsuitwisselingsprojecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. Daarbij gelden, in volgorde van doorslaggevendheid, de volgende criteria:

  • scholen die gedurende de looptijd van de Subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs (Gele Katern nr. 18, 30 juli 2003) geen of minder dan drie jaar gebruik hebben gemaakt van de vergelijkbare subsidiemogelijkheden van die regeling, genieten voorrang op scholen die daar drie jaar of langer gebruik van hebben gemaakt;

  • vmbo-klassen en klassen uit het praktijkonderwijs hebben voorrang boven havo-/vwo-klassen;

  • scholen die eigen leerlingen met verschillende culturele achtergronden bij de uitwisseling betrekken als bijdrage aan het integratieproces binnen de school, genieten voorrang boven scholen waar dit niet speelt.

Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen voor individuele uitwisselingen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke groepsuitwisselingsprojecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, waarbij aanvragen die tevens betrekking hebben op een tegenbezoek van een leerling uit het buitenland voorrang genieten.

4. Termijnen voor de aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

Een aanvraag voor subsidie kan zowel in 2006 als in 2007 worden ingediend. In 2006 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 15 december. In 2007 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 30 april. Indien het beschikbare bedrag dan niet is uitgeput kan een aanvraag nog worden ingediend tot en met 31 oktober.

5. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-04-2008]

5.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2008]

De subsidie bedraagt nooit meer dan 70 procent van de totale subsidiabele kosten, met dien verstande dat per school niet meer wordt verleend dan € 10.000. Bij voldoende middelen kunnen de vmbo-afdeling en de havo-/vwo-afdeling van één school ieder de maximale subsidie ontvangen, indien beide afdelingen een dusdanig omvangrijk programma hebben dat redelijk is dat zij hiervoor in aanmerking komen.

5.2. Subsidiabele kosten groepsuitwisselingen [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel zijn de reiskosten van Nederlandse leerlingen die in groepsverband naar het buitenland reizen. Hierbij geldt dat van de reiskosten maximaal € 150 per leerling voor subsidie in aanmerking komt. Voor leerlingen met een handicap, waarvoor extra kosten onvermijdelijk zijn, geldt een bedrag maximaal € 300.

Bij voldoende middelen is voor de reiskosten naar Noorwegen, Zweden, Finland en IJsland een toeslag van maximaal € 100 per leerling mogelijk.

5.3. Subsidiabele kosten individuele uitwisselingen [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel zijn de reis- en verblijfkosten van leerlingen, die op individuele basis het buitenland bezoeken. Hierbij geldt voor de reiskosten een maximum van 100 procent en voor de verblijfkosten een maximum van 50 procent per leerling. Per leerling komt voor de eerste twee weken maximaal € 500 voor subsidie in aanmerking. Voor elke extra week geldt een maximum van € 100 per leerling. Totaal wordt maximaal voor een verblijfsduur van zeven weken een subsidie verstrekt met een maximum € 1.000 per leerling.

5.4. Begeleidende docenten bij uitwisselingen [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel zijn de reis- en verblijfkosten van begeleidende Nederlandse docenten. Per docent, voor een verblijf van maximaal vijf dagen, komt maximaal € 500 voor subsidie in aanmerking. Voor een korter verblijf (twee tot en met vier dagen) geldt een maximum van € 350.

5.5. Voorbereidende bezoeken van docenten [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel zijn de reis- en verblijfkosten voor voorbereidende bezoeken door Nederlandse docenten. Per docent wordt voor een verblijf van vijf of meer dagen, maximaal € 750 subsidie verleend. Voor een korter verblijf (twee tot en met vier dagen) geldt een maximum van € 500.

6. Evaluatie [Vervallen per 01-04-2008]

Het programma PLUVO worden geëvalueerd aan de hand van de volgende criteria:

  • bestendigheid van schoolpartnerschappen;

  • de mate waarin is bijgedragen aan de leerdoelen (steekproef).

7. Partnerschool [Vervallen per 01-04-2008]

Het vinden van een partnerschool is een verantwoordelijkheid van de school zelf.

Ter informatie:

Verschillende databanken, onder meer die van het Europees Platform, kunnen daarbij goede diensten bewijzen. Binnen de mogelijkheden kan het Europees Platform ondersteuning bieden bij het vinden van een partnerschool. Actieve partnerbemiddeling via het Europees Platform vindt plaats met scholen in verschillende Duitse deelstaten. Op basis van een overeenkomst met Noor⁠drijn-Westfalen kan ook de Duitse partnerschool in deze deelstaat onder bepaalde voorwaarden subsidie ontvangen via het Ministerie van Onderwijs aldaar. Bij deze tweezijdige samenwerking en tweezijdige subsidiëring gelden aanvullende voorwaarden waarvoor wordt verwezen naar het Europees Platform.

Deze subsidieregeling biedt geen subsidiemogelijkheid voor de buitenlandse partner. In andere landen ontbreken de subsidiemogelijkheden niet geheel, maar deze worden op lokaal of regionaal niveau verstrekt zonder uniforme regeling.

Bijlage 3 [Vervallen per 01-04-2008]

Programma PLATO+ [Vervallen per 01-04-2008]

Promotie lerarenmobiliteit, arbeidservaring en training in het onderwijs+ [Vervallen per 01-04-2008]

1. Omschrijving activiteiten [Vervallen per 01-04-2008]

Het programma PLATO+ maakt het volgende mogelijk:

  • a. studiebezoeken aan het buitenland van leerkrachten en schoolleiders van scholen en lerarenopleidingen;

  • b. onderwijsstages in het buitenland van studenten van lerarenopleidingen.

Voor studiebezoeken kunnen zowel groeps- als individuele aanvragen worden ingediend. Voor onderwijsstages geldt de regeling van de groepsaanvragen.

In het kader van de studiebezoeken of onderwijsstages kunnen de lidstaten van de Europese Unie worden bezocht. Voorts kunnen studiebezoeken aan Marokko of Turkije worden gebracht, indien aanvragers bij hun werkzaamheden direct te maken hebben met leerlingen uit het te bezoeken land. Individuele aanvragers kunnen naast genoemde landen ook andere gewenste landen bezoeken indien sprake is van een evidente onderwijskundige betekenis.

Voor studiebezoeken geldt als uitgangspunt een verblijf in het andere land van minimaal vijf dagen en maximaal drie weken, met een studieprogramma van ten minste vier volledige dagen per week. Kortere studiebezoeken zijn subsidiabel aan België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk of als de duur van een conferentie een kortere duur rechtvaardigt.

Voor onderwijsstages geldt een minimum verblijf van twee weken. Er wordt maximaal voor een verblijfsduur van zeven weken subsidie verstrekt.

Het aantal deelnemers per school voor één activiteit bedraagt in principe maximaal vier. Voor een conferentie, seminar of andere activiteit die in een bepaalde week op een bepaalde plaats wordt gehouden, kunnen maximaal zes Plato-beurzen worden toegekend, tenzij sprake is van een groepsaanvraag.

Nascholingsinstituten, instellingen die behoren tot de onderwijsverzorging en schoolbesturen met minimaal tien scholen onder zich, kunnen voor (toekomstige) leerkrachten primair en voortgezet onderwijs of leerkrachten verbonden aan lerarenopleidingen, groepsaanvragen indienen. In formele zin zijn de scholen van de deelnemers de aanvragers en treden genoemde instituten als bemiddelaar op. Van een groep is sprake als zeven of meer leerkrachten en/of schoolleiders naar dezelfde bestemming gaan om in een bepaalde week hetzelfde programma te volgen. De aanvraag kan in het verlengde van het nascholings- of begeleidingswerk liggen. Bij de procedure van de groepsaanvragen gelden de vereisten en criteria, genoemd in de paragrafen 2 en 3.

Een groepstoekenning geeft de organiserende instantie uitsluitsel over het aantal gereserveerde beurzen; de beurzen zelf gaan in principe naar de scholen van de deelnemers. Indien de doelmatigheid daarvan aangetoond kan worden, kan op verzoek het beursbedrag voor alle deelnemers samen overgemaakt worden naar de organiserende (bemiddelende) instantie, mits deze rechtspersoon is, waarvan de boekhouding wordt gecontroleerd door een externe accountant.

2. Vereisten aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

De aanvraag wordt ingediend op een formulier dat verkrijgbaar is bij het Europees Platform en omvat:

  • een activiteitenplan en een brief of ander bewijsstuk waaruit de medewerking van de buitenlandse partner blijkt;

  • een begroting van de kosten;

  • een toelichting inhoudende de wijze waarop de activiteit een bijdrage levert aan de deskundigheidsbevordering van de deelnemer(s) en de wijze waarop hierover achteraf verantwoording zal worden afgelegd;

  • voor zover sprake is van een activiteit als bedoeld in paragraaf 1, onderdeel a: een toelichting van de wijze waarop deze activiteit doorwerkt in de eigen onderwijspraktijk;

  • voor zover sprake is van een individueel bezoek aan een ander land dan een EU-lidstaat, Marokko of Turkije: een verklaring of toelichting waarmee de evidente onderwijskundige betekenis wordt aangetoond; en

  • voor zover sprake is van een groepsaanvraag voor studenten van een lerarenopleiding: brieven van de deelnemende studenten, waarin zij hun buitenlandse stage motiveren.

3. Wijze van verdeling beschikbare bedrag bij subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2008]

3.1. Groepsaanvragen [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op alle groepsaanvragen per aanvraagronde. Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. Daarbij gelden, in volgorde van doorslaggevendheid, de volgende criteria:

  • de mate waarin het perspectief op doorwerking naar de onderwijspraktijk (na afloop van het studiebezoek) aannemelijk is gemaakt in de aanvraag;

  • een evenwichtige spreiding over Nederland, naar thema, schooltype en denominatie wordt nagestreefd;

  • aanvragen inzake studiebezoeken naar of onderwijsstages in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk genieten voorrang.

3.2. Individuele aanvragen [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de individuele aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

4. Termijnen voor de aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

4.1. Groepsaanvragen [Vervallen per 01-04-2008]

Een groepsaanvraag kan zowel in 2006 als in 2007 worden ingediend. In 2006 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 15 december. In 2007 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 30 april. Indien het beschikbare bedrag dan niet is uitgeput kan een aanvraag nog worden ingediend tot en met 31 oktober.

4.2. Individuele aanvragen [Vervallen per 01-04-2008]

Een individuele aanvraag kan zowel in 2006 als in 2007 gedurende het gehele jaar, tot uiterlijk drie weken voor de aanvang van de activiteiten, worden ingediend.

5. Studiebezoek Marokko [Vervallen per 01-04-2008]

Na goedkeuring van een groepsaanvraag worden programmaonderdelen waarvoor medewerking noodzakelijk is van de Marokkaanse overheid, via het Europees Platform aangemeld bij het Marokkaanse Ministerie van Onderwijs.

Ter toelichting:

Het Marokkaanse Ministerie van Onderwijs zal op basis van de opgegeven profielen, scholen in Marokko kunnen benaderen die groepen willen ontvangen en daarnaast geïnteresseerd zijn in verdere samenwerking met een Nederlandse school. Daarna kunnen de contacten rechtstreeks tussen de organisatoren en scholen in beide landen verlopen.

6. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-04-2008]

6.1. Studiebezoeken leerkrachten en schoolleiders [Vervallen per 01-04-2008]

A. Algemeen

Per persoon per aanvraag geldt een maximum van € 1.750 voor studiebezoeken van leerkrachten of schoolleiders; per school geldt een maximum van € 3.000 per activiteit.

De subsidie per leerkracht/schoolleider bedraagt voor de eerste week van het verblijf in het buitenland maximaal € 750. Voor elke extra week geldt een maximum van € 350.

Subsidiabel zijn reiskosten, noodzakelijke verblijfkosten, eventuele kosten van een cursus of conferentie én kosten van vervanging, onder de hieronder genoemde voorwaarden.

Voorwaarden:

  • alleen de reiskosten langs de meest economische weg;

  • alleen de noodzakelijke verblijfskosten, waarbij een maximum geldt van € 70 per dag;

  • kosten van een cursus of conferentie, mits deze binnen de maximumbedragen vallen die per leerkracht/schoolleider worden gehanteerd;

  • kosten van vervanging van lesgebonden uren in het primair onderwijs en in het speciaal voortgezet onderwijs, indien de aanstelling van een vervanger onvermijdelijk is, waarbij een maximum geldt van € 750 per week;

  • kosten van vervanging van lesgebonden uren in het voortgezet onderwijs vanaf de tweede week, bij een verblijfsduur langer dan een week, waarbij een maximum geldt van € 750 per week.

B. Individuele aanvragen

Voor individuele aanvragen gelden de voorwaarden, genoemd onder A.

C. Groepsaanvragen

Voor groepsaanvragen gelden de voorwaarden, genoemd onder A. In aanvulling hierop geldt dat op elke tien deelnemers (die aan de criteria voldoen) één begeleider (b.v. werkzaam bij de organiserende instelling) een beurs kan ontvangen van maximaal € 750.

6.2. Onderwijsstages studenten van lerarenopleidingen [Vervallen per 01-04-2008]

Subsidiabel zijn de reis- en verblijfskosten. Hierbij geldt voor de reiskosten een maximum van 100 procent en voor de verblijfkosten een maximum van 50 procent per student. Per student kan voor de eerste twee weken maximaal € 750 subsidie worden toegekend. Voor elke extra week geldt een maximum van € 150 per student. Totaal wordt voor een maximale verblijfsduur van zeven weken een subsidie verstrekt van maximum € 1.500 per student.

7. Evaluatie [Vervallen per 01-04-2008]

Het programma PLATO+ zal worden geëvalueerd aan de hand van objectief vast te stellen toegenomen deskundigheid van (toekomstige) leerkrachten en schoolleiders.

Bijlage 4 [Vervallen per 01-04-2008]

Programma PITON [Vervallen per 01-04-2008]

Programma voor internationaler talenonderwijs in Nederland [Vervallen per 01-04-2008]

1. Omschrijving activiteiten [Vervallen per 01-04-2008]

Binnen dit programma worden ten behoeve van het primair en voortgezet onderwijs taalassistenten en de volgende bijzondere vormen van aansprekend talenonderwijs gesubsidieerd:

  • a. tweetalig onderwijs (tto), dat ziet op het gebruik van een andere taal dan het Nederlands als voertaal in het reguliere (Nederlandstalige) onderwijs bij niet-talenvakken, zoals aardrijkskunde of biologie;

  • b. versterkt talenonderwijs (vto), dat ziet op het aanbieden van extra uren vreemde taalonderwijs bovenop de in het curriculum verplichte uren;

  • c. Vroeg vreemde-talenonderwijs (vvto), dat ziet op het primair onderwijs, waarbij leerlingen op jongere leeftijd dan normaal een moderne vreemde taal aangeboden krijgen.

In het kader van het programma PITON wordt onder ‘taalassistent’ verstaan een niet-Nederlandse native speaker, die voor maximaal een jaar op uitnodiging van het Europees Platform naar Nederland is gekomen. Een taalassistent ondersteunt de lessen, maar kan niet de plaats van een leerkracht overnemen.

Ter informatie:

Voor het vvto gelden voor het onderwijs in de Engelse taal geen beperkingen, maar onderwijs in de Franse en Duitse taal behoeft op grond van artikel 9, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, toestemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Vereisten aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

De aanvraag wordt ingediend op een formulier dat verkrijgbaar is bij het Europees Platform en omvat een begroting van de kosten.

Een aanvraag die betrekking heeft op tto, vto, of vvto omvat een:

  • beleidsplan waaruit blijkt dat er sprake is van (toekomstige) structurele inbedding van tto, vto, of vvto binnen het curriculum van de school;

  • activiteitenplan met een heldere omschrijving van de taalkundige doelstelling;

  • overzicht van het (te verwachten) totaal aantal deelnemende leerlingen;

  • opgave van de inzet van capaciteit en middelen van de school;

  • opzet voor zelfevaluatie;

  • haalbaarheidsonderzoek indien het een voorbereidingsjaar betreft;

  • verklaring dat de school de standaard voor tto-Engels onderschrijft.

De aanvraag voor een taalassistent kan voor maximaal een schooljaar worden gehonoreerd indien:

  • de aanvraag vergezeld gaat van een activiteitenplan met een heldere omschrijving van de taalkundige doelstelling; en

  • de school beschikt over een gedegen plan voor de begeleiding van de taalassistent.

3. Wijze van verdeling beschikbare bedrag bij subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2008]

De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op alle aanvragen per aanvraagronde. Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. Daarbij gelden, in volgorde van doorslaggevendheid, de volgende criteria:

  • scholen die gedurende de looptijd van de Subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs (Gele Katern nr. 18, 30 juli 2003) geen of minder dan drie jaar gebruik hebben gemaakt van de vergelijkbare subsidiemogelijkheden van die regeling, genieten voorrang op scholen die daar drie jaar of langer gebruik van hebben gemaakt;

  • het tto-, vto- of vvto-programma heeft betrekking op een andere taal dan het Engels;

  • het tto- of vto-programma heeft betrekking op een andere sector dan het vwo (of gymnasium);

  • specifieke, aan het programma gerelateerde maatregelen die worden getroffen voor leerlingen die niet het Nederlands als moedertaal hebben.

4. Termijnen voor de aanvraag [Vervallen per 01-04-2008]

Een aanvraag voor subsidie kan zowel in 2006 als in 2007 worden ingediend. In 2006 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 15 december. In 2007 kan een aanvraag worden ingediend tot en met 30 april. Indien het beschikbare bedrag dan niet is uitgeput kan een aanvraag nog worden ingediend tot en met 31 oktober.

5. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-04-2008]

Voor tto, vto en vvto zijn de volgende kosten subsidiabel:

  • nascholing docenten in Nederland via een officieel en erkend nascholingsinstituut;

  • aanschaf en/of ontwikkeling van lesmateriaal dat betrekking heeft op het programma;

  • coördinatie van het programma (slechts eenmalig een beperkt bedrag van maximaal € 1.000 in de voorbereidingsfase);

  • ontwikkelkosten, voor zover het gaat om eenmalige projecten met concrete resultaten, die ook ten goede kunnen komen aan andere scholen, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan het ontwikkelen van curriculum of aan vernieuwende samenwerkingsprojecten.

De kosten voor de inzet van een taalassistent zijn subsidiabel, mits de school een gedegen plan heeft voor de begeleiding van deze assistent, met dien verstande dat aan de subsidieaanvrager een redelijke bijdrage wordt gevraagd indien sprake is van bovengemiddelde huisvestingskosten.

Ter toelichting:

De subsidie kan dus niet worden aangewend voor bijvoorbeeld: personeelskosten, aanschaf van hardware (computers, printers, video’s, etc), public relations en wervingsactiviteiten, eigen bijdragen van leerlingen voor kosten verbonden aan het afnemen en afleggen van examens, eigen bijdrage voor deelname aan netwerken.

6. Evaluatie [Vervallen per 01-04-2008]

Het onderhavige deelprogramma zal worden geëvalueerd aan de hand van objectief waarneembare hogere vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits.