Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Geldend op 22-05-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 131

    • 1. In afwijking van artikel 130 kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten:

      • a. voor ten hoogste tien procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die niet zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten;

      • b. indien het een beleggingsmaatschappij betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of

      • c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.

    • 2. In afwijking van artikel 130 kan het beheerd vermogen van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten voor maximaal vijftien procent:

      • a. worden belegd in financiële derivaten, bedoeld in artikel 130, onderdelen g en h, die alleen met het doel om risico af te dekken mogen worden gebruikt;

      • b. indien het een beleggingsmaatschappij betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of

      • c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.