Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Geldend van 01-01-2012 t/m 31-12-2012

Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01681 M;

Gelet op richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEG L 375), richtlijn nr. 87/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake het consumentenkrediet (PbEG 1987 L 42), richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228), richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), richtlijn nr. 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen nr. 90/619/EEG, nr. 97/7/EG en nr. 98/27/EG (PbEG L 271), richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345) en richtlijn nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L 9) en de artikelen 4:3, vierde lid, 4:5, derde lid, 4:9, derde lid, 4:10, derde lid, 4:11, derde en vierde lid, 4:14, tweede lid, 4:15, tweede lid, aanhef en onderdeel a en onderdeel b, onder 2°, 4:16, tweede en derde lid, 4:17, derde lid, 4:20, eerste lid, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdeel b, vierde lid, en vijfde lid, 4:22, eerste lid, 4:25, eerste lid, 4:26, derde lid, 4:27, vierde lid, 4:30a, derde lid, 4:32, tweede lid, 4:33, derde en vierde lid, 4:34, derde lid, 4:43, tweede lid, 4:48, tweede lid, 4:49, tweede lid, aanhef en onderdeel e, 4:51, vierde lid, 4:52, derde lid, 4:56, eerste lid, 4:61, 4:71, vierde lid, 4:72, derde lid, aanhef en onderdeel a, 4:73, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, 4:74, tweede lid, 4:75, tweede lid, 4:76, tweede lid, 4:78, eerste lid, 4:85, derde lid, 4:86, 4:87, derde lid, 4:88, derde lid, en 4:89, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Raad van State gehoord (advies van 20 september 2006, nr. W06.06.0334/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006 (nr. FM 2006-02268 M);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

§ 1.1. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

afsluitprovisie:

  • 1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, een complex product, een hypothecair krediet, een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, een schadeverzekering of een uitvaartverzekering, tussen hem en een consument rechtstreeks of middellijk voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst betaalt; of

  • 2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument inzake dat financieel product voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;

bestuurder: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt;

betalingsbeschermer: verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen;

betalingstermijn: tijdvak dat ligt tussen:

  • 1°. het tijdstip waarop een aanbieder ter uitvoering van een overeenkomst inzake krediet een geldsom ter beschikking stelt, of aanvangt met het verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject of met het verlenen van een dienst en het tijdstip waarop de consument gehouden is de eerste betaling ter zake daarvan te hebben gedaan: of

  • 2°. twee opeenvolgende tijdstippen waarop een consument gehouden is ter zake van een overeenkomst inzake krediet een betaling te hebben gedaan;

commissie: beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;

complex product:

  • 1°. combinatie van twee of meer financiële producten die ten minste een financieel product omvat waarvan de waarde afhankelijk is van de ontwikkelingen op financiële markten of andere markten;

  • 2°. recht van deelneming in een beleggingsinstelling dat niet verhandelbaar is of dat op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect wordt ingekocht of terugbetaald;

  • 3°. levensverzekering, niet zijnde een natura-uitvaartverzekering of een andere verzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een verzekering waarbij de verplichting van de verzekeraar tot het doen van een uitkering of een reeks van uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum;

  • 4°. combinatie van een hypothecair krediet met een levensverzekering als bedoeld onder 3°, of met een spaarrekening;

  • 5°. beleggingsobject;

  • 6°. spaarrekening eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  • 7°. beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  • 8°. lijfrentespaarrekening als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  • 9°. lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  • 10°. ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2° tot en met 9° bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of

  • 11°. combinatie van een of meer onder 2° tot en met 10° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten;

consumptief krediet: krediet, niet zijnde hypothecair krediet;

debetrentevoet: verschuldigde rente voor een krediet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of variabel percentage;

dekkingspercentage: een door de aanbieder van krediet vastgesteld percentage van de waarde van de in onderpand gegeven financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1:1 van de wet, of van de daartoe behorende afzonderlijke financiële instrumenten aan de hand waarvan de aanbieder van krediet de kredietlimiet bepaalt;

deposito: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt;

doorlopende provisie:

  • 1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een aanbieder van een betalingsbeschermer, een complex product, een hypothecair krediet, een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, een schadeverzekering of een uitvaartverzekering, na de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; of

  • 2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die door een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, na de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat financieel product tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;

doorlopend krediet: overeenkomst inzake:

  • 1°. geldkrediet waarbij de consument op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; of

  • 2°. goederenkrediet waarbij de aanbieder of een derde gehouden is aan een consument op verschillende tijdstippen het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject te verschaffen of een dienst te verlenen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt;

effectenkrediet: het aan een consument ter beschikking stellen van een doorlopend krediet tegen onderpand van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet, waarmee de consument transacties kan verrichten in financiële instrumenten en de aanbieder van krediet betrokken is bij die transacties;

eindtermen: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product;

essentiële beleggersinformatie: een kort document waarin informatie over de in artikel 66a, eerste lid, genoemde onderwerpen is weergegeven met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet verhandelbaar zijn of op verzoek van een deelnemer ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;

financieel analist: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht;

financieel derivaat: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet;

financiële bijsluiter: een document waarin informatie over de in artikel 66, eerste lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, is weergegeven;

geldmarktinstrument: financieel instrument als bedoeld in onderdeel c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet;

gelieerde partij:

  • 1°. persoon die met een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden;

  • 2°. persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijk of financieel beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;

  • 3°. natuurlijke persoon die in een familierechtelijke betrekking staat tot een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of tot een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° of 2°;

  • 4°. natuurlijke persoon die een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° of 2°, in welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder kan beïnvloeden;

  • 5°. rechtspersoon waarin een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of een natuurlijke persoon als bedoeld onder 3° of 4°, direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon; of

  • 6°. natuurlijke persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;

gelieerd financieel instrument: een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument;

hypothecair krediet: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk jaarlijks kostenpercentage;

incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;

integriteitgevoelige functie:

  • 1°. leidinggevende functie direct onder de personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; of

  • 2°. functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;

integriteitrisico: gevaar voor de aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;

internationale jaarrekeningstandaarden: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);

jaarlijks kostenpercentage: totale kosten van een consumptief krediet voor de consument, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totale kredietbedrag, berekend volgens de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, opgenomen in bijlage A, of de bij de uitvoering van een overeenkomst inzake hypothecair krediet overeenkomstig de betalingsregeling aan de consument in rekening te brengen effectieve kredietvergoeding, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het uitstaand saldo, berekend op bij ministeriële regeling vast te stellen wijze;

kosten: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer;

kredietlimiet:

  • 1°. maximum bedrag van door een consument bij de aanbieder van krediet op te nemen geldsommen ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend geldkrediet; of

  • 2°. maximumwaarde van door een aanbieder van krediet aan de consument te verschaffen genot van een zaak, financieel instrument of beleggingsobject, of te verlenen dienst ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend goederenkrediet;

kredietsom:

  • 1°. geldsom die de consument in het kader van een overeenkomst inzake geldkrediet ter beschikking wordt gesteld, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als die geldsom wordt aangemerkt; of

  • 2°. verschil tussen het totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten, waarvan de consument het genot wordt verschaft, onderscheidenlijk welke aan de consument worden verleend, in het kader van een overeenkomst inzake goederenkrediet, en de door deze in dat kader gedane contante betalingen, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als dat verschil wordt aangemerkt;

kredietvergoeding: kosten ter zake van een overeenkomst inzake krediet;

maandlast: bedrag dat een consument verschuldigd is aan betalingen ter zake van krediet, berekend voor één kalendermaand, waaronder in ieder geval betalingen aan rente en aflossing in verband met het krediet;

nauwe banden: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:

  • 1°. een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband houden van ten minste 20% van de stemrechten of het kapitaal van een rechtspersoon;

  • 2°. een zeggenschapsband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een andere rechtspersoon; een dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;

onderzoek op beleggingsgebied: onderzoek of andere voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of uitgevende instellingen van financiële instrumenten, daaronder begrepen aanbevelingen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten, welk onderzoek:

  • a. als onderzoek op beleggingsgebied wordt gepresenteerd of op enigerlei andere wijze wordt voorgesteld als een objectieve of onafhankelijke verklaring van de aangelegenheden die in de aanbeveling aan de orde komen; en

  • b. indien het tot een cliënt zou zijn gericht, geen adviseren is;

op- en afslagen: bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;

pensioenverzekering: levensverzekering die een werkgever afsluit ten behoeve van zijn werknemers, waaronder de directeur-grootaandeelhouder, bestaande uit een ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

PE-onderwijsprogramma: onderwijsprogramma voor permanente educatie;

PE-toets: toets voor permanente educatie;

PE-toetstermen: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eisen voor permanente educatie;

persoonlijke transactie: een transactie in een financieel instrument door of in naam van een relevante persoon, waarbij:

  • 1°. de betrokken relevante persoon handelt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf;

  • 2°. de transactie wordt verricht voor rekening van de relevante persoon;

  • 3°. de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon met wie de relevante persoon familiebanden of nauwe banden heeft; of

  • 4°. de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon wiens relatie met de relevante persoon van dien aard is dat de relevante persoon een direct of indirect wezenlijk belang heeft bij het resultaat van de transactie afgezien van een provisie voor de uitvoering van de transactie;

relevante persoon:
  • 1°. een persoon die het dagelijks beleid bepaalt of een verbonden agent is van een beleggingsonderneming;

  • 2°. een ieder die het dagelijks beleid bepaalt van een verbonden agent van een beleggingsonderneming;

  • 3°. een werknemer van de beleggingsonderneming of van een verbonden agent van de beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon wiens diensten ter beschikking en onder zeggenschap staan van een beleggingsonderneming onderscheidenlijk de verbonden agent en die betrokken is bij het verrichten van beleggingsactiviteiten of het verlenen van beleggingsdiensten door de beleggingsonderneming; of

  • 4°. een natuurlijke persoon die uit hoofde van een overeenkomst tot uitbesteding met het oog op het verlenen of verrichten door de beleggingsonderneming van beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van diensten ten behoeve van de beleggingsonderneming of haar verbonden agent;

retourprovisie: gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald;

richtlijn consumentenkrediet: richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PbEU L133);

richtlijn elektronisch geld: richtlijn nr. 2009/110 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (Pb EU L 267);

risico-indicator: weergave van het risiconiveau van een complex product;

serie van beleggingsobjecten: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld;

termijnbedrag: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;

toetstermen: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen;

totale door de consument te betalen bedrag: som van het totale kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument;

totale kosten van het krediet voor de consument: alle kosten inzake een consumptief krediet, met uitzondering van notariskosten, die de consument in verband met een krediet moet betalen en die de aanbieder bekend zijn, met inbegrip van rente, provisie, belastingen, vergoedingen van welke aard ook en kosten in verband met nevendiensten met betrekking tot het krediet, indien het sluiten van een overeenkomst met betrekking tot die diensten verplicht is om het krediet op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, of de som van de door een consument te betalen termijnbedragen gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet;

totale kredietbedrag: de kredietlimiet of de kredietsom;

uitstaand saldo:

  • 1°. indien het geldkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de tot en met dat tijdstip door de consument opgenomen geldsommen, vermeerderd met de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;

  • 2°. indien het goederenkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten waarvan tot en met dat tijdstip aan de consument het genot is verschaft, of welke tot en met dat tijdstip aan de consument zijn verleend, vermeerderd met het totaalbedrag van de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;

uitvaartverzekering: levensverzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een natura-uitvaartverzekering;

wet: Wet op het financieel toezicht.

§ 1.2. Bijzondere bepalingen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:3, vierde lid, en 4:5, derde lid, van de wet

Artikel 2

  • 1 Het beleid van een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de houder van een ontheffing een orgaan is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de houder van een ontheffing wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.

  • 2 De aanvrager van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet toont aan dat zal worden voldaan aan het eerste lid en legt ten aanzien van de betrokken personen de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;

    • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en

    • d. een opgave van referenten.

  • 3 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van de wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

  • 4 Op de vaststelling van de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 12 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

  • 1 De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet:

    • a. informeert, alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het als tussenpersoon verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het buiten besloten kring aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen zijn wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst;

    • b. meldt aan de Autoriteit Financiële Markten iedere wijzing in de gegevens die eerder door hemzelf of door een financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid. De houder meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen; en

    • c. meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 2 De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid:

    • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of

    • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.

  • 3 Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de houder.

  • 4 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, legt de houder ten aanzien van de betrokken persoon de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;

    • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en

    • d. een opgave van referenten.

  • 5 Het tweede en vierde lid, onderdelen b, c en d, zijn niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 4

De rechtspersoon, bedoeld in artikel 4:5, tweede lid, van de wet verstrekt bij de in dat lid bedoelde melding aan de Autoriteit Financiële Markten de volgende gegevens over de betrokken onderneming:

  • a. een opgave van de naam en het adres;

  • b. een opgave van de rechtsvorm;

  • c. indien de onderneming een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen; en

  • d. indien de onderneming is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving.

Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid van medewerkers

§ 2.1. Eindtermen van vakbekwaamheid

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:9, derde lid, van de wet

Artikel 5

  • 1 De personen, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, zijn vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 1 van bijlage B genoemde eindtermen alsmede, voorzover zij zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten met betrekking tot de hierna in de onderdelen a tot en met e genoemde onderwerpen, aan de eindtermen genoemd in het daarop betrekking hebbende onderdeel van bijlage B:

    • a. hypothecair krediet, al dan niet gecombineerd met opstal-, inboedel-, arbeidsongeschiktheids-, kapitaal- of overlijdensrisicoverzekeringen, waarbij de verplichting van de aanbieder tot het doen van een uitkering of een reeks van uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum: onderdeel 2 van bijlage B;

    • b. consumptief krediet, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdeel 3 van bijlage B;

    • c. schadeverzekeringen: onderdeel 4 van bijlage B;

    • d. levensverzekeringen, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdeel 5 van bijlage B;

    • e. pensioenverzekeringen, al dan niet gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: onderdelen 5 en 7 van bijlage B; of

    • f. premiepensioenvorderingen: onderdeel 7 van bijlage B.

  • 2 Indien de financiëledienstverlener, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, optreedt als gevolmachtigde agent of als ondergevolmachtigde agent, zijn de in dat lid bedoelde personen vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 6 van bijlage B genoemde eindtermen en de in het eerste lid bedoelde onderdelen van die bijlage, met betrekking tot het financiële product waarmee zij zich rechtstreeks bezighouden.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financiële diensten met betrekking tot een arbeidsongeschiktheidsverzekeringverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, d of e, of een opstal-, inboedel-, of overlijdensrisicoverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die wordt gecombineerd met het in het desbetreffende onderdeel genoemde onderwerp.

§ 2.2. Bewijs van vakbekwaamheid

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:9, derde lid, van de wet

Artikel 6

  • 1 Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, eerste volzin, van de wet, indien:

    • a. zijn werknemers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening, met uitzondering van feitelijk leidinggevenden, allen beschikken over een geldig diploma voor de in hun geval relevante eindtermen, bedoeld in artikel 5, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut als bedoeld in artikel 9, eerste lid of over een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; of

    • b. hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat deze een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende waarborgt.

  • 2 Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, tweede volzin, van de wet, indien:

    • a. de in die volzin bedoelde feitelijk leidinggevenden beschikken over een geldig diploma voor de in hun geval relevante eindtermen, bedoeld in artikel 5, afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut of over een geldige erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties; of

    • b. hij een financiëledienstverlener is met een op jaarbasis gemiddeld aantal voltijdse werknemers van meer dan 50 en hij zijn bedrijfsvoering zodanig heeft ingericht dat deze een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten, voldoende waarborgt.

  • 3 [Red: Vervallen.]

  • 4 Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien zijn bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder voor welke hij bemiddelt zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.

  • 5 Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien haar bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de rechtspersoon waarbij zij is aangesloten zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.

Artikel 7

  • 1 Een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties is geldig, tenzij de houder ervan:

    • a. niet binnen achttien maanden na de inwerkingtreding, bedoeld in artikel 8, derde lid, op de door Onze Minister vastgestelde wijze heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid; of

    • b. niet binnen achttien maanden na de inwerkingtreding, bedoeld in artikel 8, derde lid, van toetstermen voor permanente educatie met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een door Onze Minister erkend exameninstituut dat voldoet aan de in zijn geval relevante toetstermen die tegelijkertijd met toetstermen voor permanente educatie openbaar zijn gemaakt.

  • 2 Indien een houder van een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, is het diploma of de erkenning van beroepskwalificaties ongeldig vanaf het einde van die termijn tot hij alsnog daaraan voldoet.

§ 2.3. Vaststellen toetstermen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:9, derde lid, van de wet

Artikel 8

  • 1 Bij ministeriële regeling worden toetstermen vastgesteld voor de examens die leiden tot afgifte van een diploma als bedoeld in artikel 10, eerste lid.

  • 2 Indien ontwikkelingen op de financiële markten of relevante wettelijke voorschriften daartoe aanleiding geven worden bij ministeriële regeling toetstermen vastgesteld met betrekking tot permanente educatie, alsmede de wijze waarop aan deze toetstermen kan worden voldaan.

  • 3 Onze Minister draagt er zorg voor dat de inwerkingtreding van de toetstermen voor examens en de inwerkingtreding van de daarbij aansluitende toetstermen voor permanente educatie gelijktijdig plaatsvinden.

§ 2.4. Exameninstituten

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:9, derde lid, van de wet

Artikel 9

  • 2 Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

  • 3 Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

  • 4 Onze Minister kan een erkenning intrekken:

    • a. op verzoek van het erkende exameninstituut;

    • b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd, dan wel niet zonder het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest; of

    • c. indien het exameninstituut niet langer voldoet aan artikel 10 of 11 of aan een voorschrift, verbonden aan de erkenning.

  • 5 Van een besluit tot erkenning of tot intrekking van de erkenning van een exameninstituut doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.

Artikel 10

  • 1 Een erkend exameninstituut geeft een diploma af aan een kandidaat die een door het erkende exameninstituut afgenomen examen met goed gevolg heeft afgelegd.

  • 2 Een erkend exameninstituut dat tevens opleidingen aanbiedt, brengt een zodanige scheiding aan in de bedrijfsvoering tussen het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en het afnemen van examens dat belangenverstrengeling tussen deze activiteiten wordt voorkomen. Daartoe treft een erkend exameninstituut in ieder geval adequate maatregelen, gericht op:

    • a. het voeren van gescheiden administraties voor het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en voor het afnemen van examens; en

    • b. het voorkomen van toegang tot examenmateriaal van werknemers die op enige wijze betrokken zijn bij de ontwikkeling of de verzorging van een opleiding, gericht op het desbetreffende examen.

  • 3 Een erkend exameninstituut stelt de door hem aangeboden examens open voor een ieder.

  • 4 Een door een erkend exameninstituut af te nemen examen voldoet binnen zes maanden na de openbaarmaking ervan aan de door Onze Minister vastgestelde toetstermen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 5 Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.

  • 6 Een erkend exameninstituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van afgenomen examens.

  • 7 Een erkend exameninstituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een examenreglement waarin ten minste de volgende onderwerpen adequaat zijn geregeld:

    • a. de wijze van aanmelding van kandidaten;

    • b. het aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het afleggen van de afzonderlijke examens;

    • c. de wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van aanvang der examens;

    • d. de vaststelling van de identiteit van kandidaten;

    • e. de duur en wijze van examineren;

    • f. de maatregelen indien onregelmatigheden worden geconstateerd;

    • g. de aanwijzing van de examinatoren bij de mondelinge examens;

    • h. de beoordeling van de examens;

    • i. de termijn waarbinnen de examenuitslagen worden bekendgemaakt, alsmede de termijn waarbinnen de diploma’s worden uitgereikt;

    • j. de aanwijzing van degene of degenen die de uitslag van het schriftelijk examen vaststelt onderscheidenlijk vaststellen;

    • k. de wijze van vaststelling van de beoordelingsnormen en normen voor slagen en afwijzen;

    • l. de wijze van verkrijgbaarstelling van de richtlijnantwoorden na afloop van een examen;

    • m. de inzage in afgelegde examens;

    • n. de bewaartermijnen voor de afgelegde examens; en

    • o. de interne klachtenprocedure.

  • 8 Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die over de examinering en de resultaten zijn ingediend en de beslissingen hierop van het exameninstituut.

Artikel 11

  • 1 Een erkend exameninstituut verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstukomschreven taken.

  • 2 Met het toezicht op de naleving van de artikelen 9 en 10 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.

  • 3 Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

§ 2.5. Instituten voor permanente educatie

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:9, derde lid, van de wet

Artikel 11a

Aan artikel 7, eerste lid, voldoet degene die binnen achttien maanden na inwerkingtreding van PE-toetstermen:

  • 1. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-onderwijsprogramma heeft gevolgd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;

  • 2. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-toets heeft afgelegd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;

  • 3. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij vakinhoudelijk betrokken is geweest bij het afnemen van examens of bij de ontwikkeling van examenmateriaal met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat exameninstituut; of

  • 4. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij als geregistreerd docent betrokken is geweest bij de uitvoering van een PE-onderwijsprogramma met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat instituut voor permanente educatie.

Artikel 11b

  • 1 Onze Minister erkent een instituut voor permanente educatie op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te zullen voldoen aan artikel 11c, voor zover het in dat artikel bepaalde op de aanvrager van toepassing is.

  • 2 Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

  • 3 Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

  • 4 Onze Minister kan een erkenning intrekken:

    • a. op verzoek van het erkende instituut voor permanente educatie;

    • b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning, na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd of zonder voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest; of

    • c. indien het instituut voor permanente educatie niet langer voldoet aan artikel 11c of artikel 11d of aan een voorschrift of voorwaarde, verbonden aan de erkenning.

Artikel 11c

  • 1 Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over:

    • a. aantoonbare en actuele ervaring met het op zorgvuldige en betrouwbare wijze vervaardigen en verzorgen van cursussen en het beoordelen van individuele kandidaten;

    • b. gekwalificeerde docenten in inhoudelijk, onderwijskundig en toetstechnisch opzicht en maakt daar bij de uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s ook uitsluitend gebruik van;

    • c. een registratie waaruit de vakbekwaamheid van de docenten voor een PE-onderwijsprogramma blijkt;

    • d. een evaluatiesysteem voor het afgenomen PE-onderwijsprogramma;

    • e. een adequaat kwaliteitsborgingssysteem.

  • 2 Een erkend instituut voor permanente educatie biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het relevante diploma, bedoeld in artikel 6, worden toegelaten.

  • 3 Een erkend instituut voor permanente educatie stemt in met een door Onze Minister te organiseren controle.

  • 4 Een erkend instituut voor permanente educatie verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de desbetreffende module omvat en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.

  • 5 Een erkend instituut voor permanente educatie stelt Onze Minister in kennis van een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma.

  • 6 Een erkend instituut voor permanente educatie legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.

  • 7 Een erkend instituut voor permanente educatie draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de aangeboden PE-onderwijsprogramma’s.

  • 8 Een erkend instituut voor permanente educatie neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogramma’s op een correcte en eerlijke wijze worden aangeboden en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.

  • 9 Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma dat een erkend instituut voor permanente educatie aanbiedt, bedraagt ten hoogste 25 personen.

  • 10 Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:

    • a. wijze van aanmelding van de kandidaten;

    • b. aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het volgen van een PE-onderwijsprogramma;

    • c. wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van de start- en eindtijden van het PE-onderwijsprogramma;

    • d. opbouw, verschillende interactieve onderwijsvormen en uitvoering van PE-onderwijsprogramma’s gericht op actieve participatie van de kandidaten en de wijze van beoordelen van kandidaten ten aanzien van hun inhoudelijke vakbekwaamheid betreffende de PE-toetstermen;

    • e. vaststelling van de identiteit van kandidaten en docenten;

    • f. vaststelling van de presentie van de kandidaten;

    • g. vaststelling van de rechten en plichten van de kandidaten;

    • h. maatregelen om fraude te voorkomen;

    • i. bewaartermijnen voor de gegevens van afgelegde PE-onderwijsprogramma’s wat betreft inhoud en evaluatie, gegevens van docenten en gegevens van kandidaten;

    • j. interne klachtenprocedure.

Artikel 11d

  • 1 Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister twee maanden na de periode, bedoeld in artikel 7, een opgave van het aantal afgenomen PE-onderwijsprogramma’s, de geanonimiseerde klachten over de PE-onderwijsprogramma’s, de slagingspercentages die zijn geregistreerd door het instituut voor permanente educatie en een analyse daarvan.

  • 2 Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstuk omschreven taken.

  • 3 Met het toezicht op de naleving van de artikelen 11b en 11c zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.

  • 4 Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 11e

Een erkenning die is verleend op grond van artikel 3 van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft berust na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2010 op artikel 11b, eerste lid.

Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:10, derde lid, van de wet

Artikel 12

De Autoriteit Financiële Markten stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, van de wet buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.

Artikel 13

De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in ieder geval de volgende antecedenten in aanmerking:

Artikel 14

  • 1 De Autoriteit Financiële Markten verkrijgt inzicht in de in artikel 12 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:

    • a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen;

    • b. door de Landelijke Officier van Justitie verstrekte politiegegevens;

    • c. gegevens uit de registratie, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet controle op rechtspersonen;

    • d. gegevens en inlichtingen, verkregen van de Belastingdienst;

    • e. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn;

    • f. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;

    • g. inlichtingen, verkregen van door betrokkenen opgegeven referenties;

    • h. gegevens uit openbare bronnen;

    • i. inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de in artikel 12 bedoelde persoon betrokken is geweest;

    • j. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene; of

    • k. gegevens en inlichtingen, verkregen uit andere bij ministeriële regeling aan te wijzen bronnen.

  • 2 Indien de gegevens en inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Autoriteit Financiële Markten aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Autoriteit Financiële Markten ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Autoriteit Financiële Markten stelt de betrokkene in dat geval schriftelijk vooraf in kennis van:

    • a. de reden van het nadere onderzoek;

    • b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en

    • c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.

Artikel 15

  • 1 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 12 staat niet buiten twijfel indien deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage C, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.

  • 2 De Autoriteit Financiële Markten kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 16, afwijken van het eerste lid.

Artikel 16

De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in aanmerking:

  • a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;

  • b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en

  • c. de overige belangen van de beheerder, beleggingsmaatschappij, beleggingsonderneming, bewaarder of financiëledienstverlener en de betrokkene.

Hoofdstuk 4. Integere uitoefening van het bedrijf

§ 4.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, bewaarders en pensioenbewaarders

Artikel 17

  • 1 Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitrisico´s.

  • 2 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet, zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.

  • 3 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder stelt alle relevante bedrijfsonderdelen in kennis van het beleid en de procedures en maatregelen.

  • 4 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor de uitvoering en de systematische toetsing van het beleid en de procedures en maatregelen.

  • 5 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen.

  • 6 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf tot een gepaste bijstelling leiden.

Artikel 18

Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van de privé-belangen van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, personen die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, andere werknemers, of andere personen die in opdracht van de betrokken onderneming op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten met haar belangen of die van haar deelnemers.

Artikel 19

  • 1 Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.

  • 2 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

  • 3 De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Artikel 20

  • 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die hij onderscheidenlijk zij wil benoemen in een integriteitgevoelige functie.

  • 2 De beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.

Artikel 21

  • 1 Een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt ter bescherming van de integriteit van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van deelnemers.

  • 2 Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt de beleggingsinstelling over procedures en maatregelen met betrekking tot de identificatie van deelnemers en de verificatie daarvan. De beleggingsinstelling accepteert een deelnemer niet indien zij de identiteit niet heeft vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.

  • 3 De beleggingsinstelling beschikt ter bescherming van de integriteit van het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.

  • 4 De beleggingsinstelling beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de analyse van gegevens van deelnemers, mede in relatie tot de door de deelnemer afgenomen producten, en de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van deze procedures en maatregelen bepaalt de beleggingsinstelling tevens de risico’s van bepaalde cliënten, producten of diensten voor de integere uitoefening van haar bedrijf.

  • 5 De beleggingsinstelling draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten, de identificatie en verificatie van de gegevens van cliënten en de bewaking van transacties van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.

  • 6 Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing voorzover de beleggingsinstelling niet voorafgaand aan het intreden of uittreden van deelnemers in de beleggingsinstelling beslist omtrent acceptatie van deelnemers.

Artikel 22

  • 1 Een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet onderzoekt, op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten, of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden.

  • 2 De beleggingsinstelling verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, binnen een door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen termijn, aan de Autoriteit Financiële Markten.

§ 4.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 23

  • 1 Een beleggingsonderneming draagt er, met het oog op de integere uitoefening van haar bedrijf, zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet, zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.

  • 2 De beleggingsonderneming draagt zorg voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de personen die belast zijn met de taak, bedoeld in artikel 31c.

  • 3 De beleggingsonderneming beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf onder toezicht van de personen die zijn belast met de taak, bedoeld in artikel 31c, tot een gepaste bijstelling leiden.

Artikel 24

  • 1 Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de behandeling en administratieve vastlegging van incidenten.

  • 2 De beleggingsonderneming neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

  • 3 De beleggingsonderneming informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Artikel 25

  • 1 Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid dat zij wil benoemen in een integriteitgevoelige functie.

  • 2 De beleggingsonderneming draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten

Artikel 26

  • 1 Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten. Deze procedures en maatregelen hebben betrekking op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.

  • 2 Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt de beleggingsonderneming over procedures en maatregelen met betrekking tot de identificatie van cliënten en de verificatie daarvan. De beleggingsonderneming accepteert een cliënt niet indien zij de identiteit niet heeft vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.

  • 3 De beleggingsonderneming beschikt over procedures met betrekking tot de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door de cliënt afgenomen producten en diensten, en de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van deze procedures en maatregelen worden tevens de risico’s ten aanzien van bepaalde cliënten of producten bepaald.

  • 4 De beleggingsonderneming draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling van cliënten naar risico en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.

Artikel 27

  • 1 Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet onderzoekt, op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten, of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden.

  • 2 De beleggingsonderneming verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek aan de Autoriteit Financiële Markten, binnen een door deze vast te stellen termijn.

§ 4.3. Financiëledienstverleners

Artikel 28

  • 1 Een financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:11, tweede lid, van de wet draagt er zorg voor dat de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, buiten twijfel staat.

Artikel 29

  • 1 Een financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de wet stelt procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.

  • 2 De financiëledienstverlener neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

  • 3 De financiëledienstverlener informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Hoofdstuk 5. Beheerste uitoefening van het bedrijf

§ 5.1. Algemene aspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 30

  • 1 De bedrijfsvoering van een beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming, bewaarder of pensioenbewaarder, bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet voorziet in:

    • a. duidelijke besluitvormingsprocedures en een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;

    • b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

    • c. eenduidige rapportagelijnen;

    • d. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie; en

    • e. adequate interne controleprocedures om te waarborgen dat beslissingen en procedures op alle niveaus in acht worden genomen.

  • 2 De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de financiële onderneming.

  • 3 De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd.

  • 4 De financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen om de vertrouwelijkheid en integriteit van informatie en de voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.

  • 5 De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt door de financiële onderneming ten minste jaarlijks getoetst.

    De financiële onderneming voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.

  • 6 De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt bij een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming onafhankelijk getoetst. Daartoe beschikt de beheerder of een beleggingsonderneming over een organisatieonderdeel dat een interne controlefunctie uitoefent.

Artikel 31

  • 1 Werknemers van een beheerder of een beleggingsonderneming en andere personen die door de desbetreffende financiële onderneming zijn belast met het beheren van beleggingsinstellingen, het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten beschikken over de nodige vakbekwaamheid en deskundigheid om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheid uit te oefenen.

  • 2 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat werknemers die verscheidene functies uitoefenen, daardoor niet worden of kunnen worden belet een van deze functies op degelijke, eerlijke en professionele wijze uit te oefenen.

  • 3 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt rekening gehouden met de aard, omvang en risico’s van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de beheerder respectievelijk de beleggingsonderneming.

Artikel 31a

Het organisatieonderdeel, bedoeld in artikel 30, zesde lid, heeft als taak:

  • a. het vaststellen en uitvoeren van een controleplan om de deugdelijkheid en effectiviteit van de systemen, interne controleprocedures en regels van de financiële onderneming te onderzoeken en te beoordelen;

  • b. het doen van aanbevelingen op basis van de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel a;

  • c. het controleren of aan deze aanbevelingen gevolg wordt gegeven; en

  • d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming inzake aangelegenheden met betrekking tot de interne controle en de genomen maatregelen in geval van gesignaleerde tekortkomingen.

Artikel 31b [Vervallen per 22-07-2011]

Artikel 31c

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent.

  • 2 Het organisatieonderdeel, bedoeld in het eerste lid, heeft als taak:

    • a. het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de beheerder of de beleggingsonderneming zelf heeft opgesteld;

    • b. het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheren van instellingen voor collectieve belegging in effecten, het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels;

    • c. het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures;

    • d. het beoordelen van de effectiviteit van de procedures die zijn opgesteld en maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en

    • e. het tenminste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder of de beleggingsonderneming bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder of de beleggingsonderneming inzake aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. In de jaarlijkse rapportage wordt met name vermeld of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde tekortkomingen.

  • 3 Het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie uitoefent beschikt over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen.

Artikel 31d

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zorgt ervoor dat de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder:

    • a. verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het algemene beleggingsbeleid voor elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten als omschreven in het prospectus, het fondsreglement of de statuten van de beheerder;

    • b. toezicht houden op de goedkeuring van beleggingsstrategieën voor elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten;

    • c. erop toezien dat de beheerder over een effectieve compliancefunctie beschikt als bedoeld in artikel 31c, eerste lid, heeft, ook al wordt deze functie door een derde uitgeoefend;

    • d. ervoor zorgen en zich periodiek van vergewissen dat het algemene beleggingsbeleid, de beleggingsstrategieën en de risicolimieten voor elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten op behoorlijke en doeltreffende wijze worden uitgevoerd en in acht genomen, ook al wordt de risicobeheerfunctie door een derde uitgeoefend;

    • e. periodiek de deugdelijkheid van de interne procedures voor het nemen van beleggingsbeslissingen voor elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten goedkeuren en evalueren, om te zorgen dat deze beslissingen met de goedgekeurde beleggingsstrategieën verenigbaar zijn; en

    • f. periodiek het risicobeheerbeleid en de procedures en maatregelen voor de uitvoering van het risicobeheerbeleid goedkeuren en evalueren, met inbegrip van het risicolimietensysteem voor elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten.

  • 2 De beheerder zorgt ervoor dat ten minste jaarlijks wordt gerapporteerd aan de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder over de uitvoering van de beleggingsstrategieën en interne procedures voor het nemen van de beleggingsbeslissingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e.

§ 5.2. Gedragsaspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 32

  • 1 Een aanbieder als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst inzake het aanbevolen product met de consument onderscheidenlijk de cliënt, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het verkochte financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

  • 2 Een adviseur als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, en het aanbevolen financiële product niet tevens aanbiedt aan de consument of cliënt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet tevens bemiddelt of optreedt als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, bewaart de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

  • 3 Een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst met de consument onderscheidenlijk de cliënt inzake het aanbevolen product, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

  • 4 Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op financiële ondernemingen die bij de advisering uitsluitend te werk gaan volgens een gestandaardiseerde en gesystematiseerde procedure die voor de Autoriteit Financiële Markten verifieerbaar is, en die aan de hand van deze procedure aan de Autoriteit Financiële Markten kunnen aantonen welke informatie zij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet over consumenten onderscheidenlijk cliënten inwinnen en welke adviezen consumenten onderscheidenlijk cliënten op basis van de aldus ingewonnen informatie worden gegeven.

  • 5 Een aanbieder, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die in het kader van een door hem verstrekt advies met een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt een overeenkomst aangaat onderscheidenlijk bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan waarover hij de consument onderscheidenlijk de cliënt heeft geadviseerd, is gedurende ten minste één jaar na de totstandkoming van de overeenkomst in staat om aan de Autoriteit Financiële Markten aan te tonen dat de consument onderscheidenlijk de cliënt in weerwil van het advies de keuze heeft gemaakt voor het aangaan van die overeenkomst.

Artikel 33

Een aanbieder van krediet als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet bewaart de informatie die hij ingevolge de artikelen 4:34, eerste lid, van de wet en 113 en 114 heeft ingewonnen, alsmede de door hem aangeboden overeenkomst inzake krediet, indien die overeenkomst tot stand is gekomen, ten minste gedurende vijf jaren na de dag waarop die overeenkomst is afgewikkeld.

Artikel 34

  • 1 De bedrijfsvoering van een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:

    • a. elke transactie waarbij de beleggingsinstelling is betrokken, kan worden gereconstrueerd;

    • b. het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling overeenkomstig het beleggingsbeleid en de bij of krachtens de wet gestelde regels wordt belegd;

    • c. een functiescheiding bestaat tussen het verrichten van rechtshandelingen met betrekking tot het vermogen van de beleggingsinstelling en het controleren en administreren van deze handelingen;

    • d. een betrouwbare, juiste en consistente intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling wordt bepaald;

    • e. het proces van intrinsieke waardebepaling binnen de beheerder of de beleggingsmaatschappij wordt gescheiden van de overige activiteiten van de beheerder of de beleggingsmaatschappij;

    • f. de berekening van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling aansluit bij de financiële administratie;

    • g. de risico’s die samenhangen met het beleggingsproces op een systematische wijze worden beheerst en geanalyseerd; en

    • h. er, voorzover mogelijk, een systematische, toegankelijke en actuele administratie van deelnemers in de beleggingsinstelling is waarin, voorzover van toepassing, de met de deelnemers gemaakte afspraken inzichtelijk worden gemaakt.

  • 2 De maatregelen en procedures, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel f, voorzien er in ieder geval in dat de voor de intrinsieke waardebepaling gebruikte subadministraties ten minste een keer per maand worden aangesloten met de saldibalans en dat de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd.

  • 3 De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, van een instelling voor collectieve belegging in effecten omvatten in ieder geval een procedure voor de waardevaststelling van financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld.

  • 4 Een beheerder richt voor iedere beleggingsinstelling die hij beheert afzonderlijk een bedrijfsvoering als bedoeld in het eerste lid in.

Artikel 34a

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten stelt procedures en regelingen vast en past die toe zodat hij in staat is om de Autoriteit Financiële Markten op verzoek zo spoedig mogelijk financiële verslagen te verstrekken die een getrouw beeld geven van zijn financiële positie en die aan alle toepasselijke standaarden en regels voor financiële verslaggeving voldoen.

  • 2 Onverminderd artikel 34 wordt de administratie van een instelling voor collectieve belegging in effecten zodanig gevoerd dat de activa en passiva van de instelling voor collectieve belegging in effecten te allen tijde rechtstreeks kunnen worden geïdentificeerd.

  • 3 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten onderwerpt de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, aan een adequate, accurate en onafhankelijke toetsing.

  • 4 De procedure met betrekking tot de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, is adequaat en evenredig gelet op de aard en complexiteit van de desbetreffende financiële derivaten.

  • 5 De procedure, bedoeld in het vierde lid, wordt op adequate wijze vastgelegd.

Artikel 34b

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten treft maatregelen die waarborgen dat gegevens ten behoeve van de reconstructie van elke transactie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, worden bijgehouden.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, omvatten in ieder geval:

    • a. de naam of een andere omschrijving van de instelling voor collectieve belegging in effecten en van de persoon die voor rekening van de instelling voor collectieve belegging in effecten handelt;

    • b. de bijzonderheden die nodig zijn om het financieel instrument te identificeren;

    • c. het aantal orders of transacties;

    • d. het soort order of transactie;

    • e. de prijs per eenheid;

    • f. met betrekking tot orders, de datum en het tijdstip waarop de order is doorgegeven, en de naam of een andere omschrijving van de persoon aan wie de order is doorgegeven;

    • g. met betrekking tot transacties, de datum en het tijdstip waarop de handelsbeslissing is genomen en de transactie is uitgevoerd;

    • h. de naam van de persoon die de order doorgeeft of de transactie uitvoert;

    • i. in voorkomend geval, de redenen voor het intrekken van een order; en

    • j. voor uitgevoerde transacties, de tegenpartij en de plaats van uitvoering.

Artikel 34c

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten treft redelijke maatregelen om te waarborgen dat de gegevens over ontvangen opdrachten tot inschrijving of terugbetaling van rechten van deelneming met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging in effecten na ontvangst van een dergelijke opdracht onmiddellijk centraal worden geadministreerd.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, omvatten informatie met betrekking tot de volgende aspecten:

    • a. de betrokken instelling voor collectieve belegging in effecten;

    • b. de persoon die de opdracht tot inschrijving of terugbetaling van rechten van deelneming heeft gegeven of overgedragen;

    • c. de persoon die de opdracht heeft ontvangen;

    • d. de datum en het tijdstip van de ontvangen opdracht;

    • e. de betalingsvoorwaarden en betalingsmiddelen;

    • f. het soort opdracht;

    • g. de datum van uitvoering van de opdracht;

    • h. het aantal rechten van deelneming waarop wordt ingeschreven of dat wordt terugbetaald;

    • i. de prijs van de inschrijving of de terugbetaling voor elk recht van deelneming;

    • j. de totale waarde van de inschrijving of terugbetaling van de rechten van deelneming; en

    • k. de brutowaarde van de opdracht inclusief de kosten van inschrijving of het nettobedrag na aftrek van de kosten van terugbetaling.

Artikel 34d

  • 2 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten bewaart de gegevens op een duurzame drager in en zodanige vorm en op zodanige wijze dat:

    • a. de Autoriteit Financiële Markten vlot toegang kan hebben tot de gegevens en elk stadium van de verwerking van een transactie kan reconstrueren;

    • b. alle wijzigingen, alsmede de inhoud van de gegevens voordat wijzigingen zijn aangebracht, gemakkelijk kunnen worden achterhaald; en

    • c. de gegevens niet anderszins gemanipuleerd of gewijzigd kunnen worden.

  • 3 Indien de beheerder zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging in effecten aan een andere beheerder overdraagt, worden maatregelen getroffen zodat de gegevens betreffende de voorafgaande vijf jaar voor de andere beheerder toegankelijk zijn.

Artikel 34e

De bedrijfsvoering van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:

  • a. elke transactie in verband met het overgedragen pensioenvermogen, kan worden gereconstrueerd;

  • b. het overgedragen pensioenvermogen overeenkomstig het door de premiepensioeninstelling bepaalde beleggingsbeleid en de bij of krachtens de wet gestelde regels wordt belegd;

  • c. de risico’s die samenhangen met het beleggingsproces op een systematische wijze worden beheerst en geanalyseerd;

  • d. een functiescheiding bestaat tussen het verrichten van rechtshandelingen met betrekking tot het overgedragen pensioenvermogen en het controleren en administreren van deze handelingen;

  • e. alle rechten en verplichtingen van de pensioenbewaarder juist, tijdig en volledig worden vastgelegd in een daartoe bestemde administratie; en

  • f. de administratie van het overgedragen pensioenvermogen ten minste een keer per maand wordt aangesloten met de saldibalans en dat de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd;

Artikel 35

  • 1 Een beleggingsonderneming houdt gegevens bij over alle door haar verleende beleggingsdiensten, nevendiensten en verrichte beleggingsactiviteiten ten einde het toezicht op de naleving van hetgeen ter implementatie van de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald mogelijk te maken.

  • 2 De beleggingsonderneming bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste vijf jaar.

  • 3 Een beleggingsonderneming bewaart de gegevens met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:89, tweede lid, van de wet, ten minste voor de duur van de relatie met de cliënt.

  • 4 Een beleggingsonderneming bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste en derde lid, op een duurzame drager in een zodanige vorm en op zodanige wijze dat:

    • a. de Autoriteit Financiële Markten vlot toegang kan hebben tot de gegevens en elk stadium van de verwerking van een transactie kan reconstrueren;

    • b. alle wijzigingen, alsmede de inhoud van de gegevens voordat wijzigingen zijn aangebracht, gemakkelijk kunnen worden achterhaald;

    • c. de gegevens niet anderszins gemanipuleerd of gewijzigd kunnen worden.

  • 5 De Autoriteit Financiële Markten stelt een lijst op van gegevens die een beleggingsonderneming op grond van hetgeen ter implementatie van de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald, ten minste moet bewaren.

Artikel 35a

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten tussen de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming en haar cliënten of tussen haar cliënten onderling.

  • 2 De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn erop gericht dat relevante personen die betrokken zijn bij verschillende bedrijfsactiviteiten waarbij het risico bestaat op een belangenconflict als bedoeld in het eerste lid, deze activiteiten verrichten in een mate van onafhankelijkheid die evenredig is aan de omvang en activiteiten van de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming en de groep waarvan zij deel uitmaakt, en aan de grootte van het risico dat de belangen van een cliënt worden geschaad.

  • 3 De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten, voor zover nodig en passend om de mate van onafhankelijkheid, bedoeld in het tweede lid, te waarborgen:

    • a. procedures ter voorkoming of controle van de uitwisseling van informatie tussen relevante personen die verschillende activiteiten verrichten waarbij het risico bestaat op een belangenconflict wanneer de uitwisseling van deze informatie de belangen van een cliënt kan schaden;

    • b. controle op de activiteiten van relevante personen wier hoofdtaken bestaan in het uitoefenen van activiteiten in naam van, of het verlenen van diensten aan cliënten wier belangen met elkaar in strijd kunnen zijn;

    • c. de uitsluiting van elk direct verband tussen de beloning van relevante personen die hoofdzakelijk betrokken zijn bij de ene activiteit en de beloning van of de inkomsten gegenereerd door andere relevante personen die hoofdzakelijk betrokken zijn bij een andere activiteit, wanneer door deze activiteiten een belangenconflict kan ontstaan;

    • d. maatregelen om te voorkomen of het risico te beperken dat een persoon zodanige invloed uitoefent op de wijze waarop een relevante persoon werkzaamheden in verband met het beheer van een instelling voor collectieve belegging in effecten onderscheidenlijk beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten verricht, dat daardoor een belangenconflict ontstaat of kan ontstaan;

    • e. maatregelen ter voorkoming of controle van de gelijktijdige of achtereenvolgende betrokkenheid van een relevante persoon bij verschillende werkzaamheden in verband met het beheer van een instelling voor collectieve belegging in effecten onderscheidenlijk beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten wanneer een dergelijke betrokkenheid kan leiden tot het ontstaan van belangenconflicten.

  • 4 Indien bij vaststelling of toepassing van procedures of maatregelen als bedoeld in het eerste lid niet de in het tweede lid bedoelde mate van onafhankelijkheid kan worden gewaarborgd, draagt de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming zorg voor alternatieve of aanvullende procedures of maatregelen.

Artikel 35b

  • 1 Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet legt de gegevens vast die betrekking hebben op de soorten door of in naam van de onderneming verrichte beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten waarbij een belangenconflict is ontstaan of kan ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer cliënten worden geschaad.

  • 2 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten legt de gegevens vast die betrekking hebben op de soorten door of in naam van de beheerder verrichte werkzaamheden in verband met het beheren van beleggingen waarbij een belangenconflict is ontstaan of kan ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer instellingen voor collectieve belegging in effecten of van de deelnemers worden geschaad.

  • 3 De beheerder zorgt ervoor dat de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder onmiddellijk in kennis worden gesteld wanneer de getroffen maatregelen voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten niet volstaan om met redelijke zekerheid te garanderen dat risico’s dat de belangen van de instelling voor collectieve belegging in effecten of de deelnemers ervan worden geschaad, zullen worden vermeden, zodat zij alle nodige beslissingen kunnen nemen om te waarborgen dat de beheerder in ieder geval handelt in het belang van de instelling voor collectieve belegging in effecten en haar deelnemers.

  • 4 De beheerder stelt de deelnemers van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten via een duurzame drager op de hoogte van de situaties, bedoeld in het derde lid, met opgave van redenen van de beslissing die de personen die het dagelijks beleid bepalen ter zake hebben genomen.

Artikel 35c

  • 1 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot persoonlijke transacties.

  • 2 De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn er op gericht dat indien een relevante persoon betrokken is bij het verrichten van activiteiten die een belangenconflict kunnen doen ontstaan, of indien een relevante persoon als gevolg van een activiteit die hij in naam van de beheerder of beleggingsonderneming verricht toegang heeft tot informatie als bedoeld in artikel 5:53, eerste lid, van de wet of tot andere vertrouwelijke informatie over cliënten of transacties met of voor cliënten:

    • a. geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die in strijd is met artikel 5:56 of 5:58 Wft;

    • b. geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die gepaard gaat met misbruik of ongeoorloofde bekendmaking van de in de aanhef bedoelde vertrouwelijke informatie;

    • c. geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die anderszins in strijd is of in strijd kan zijn met hetgeen ter uitvoering van de herziene richtlijn beleggingsinstellingen of de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald;

    • d. de relevante persoon niet, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, een andere persoon adviseert om een transactie in een financieel instrument aan te gaan die, wanneer dit een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan op grond van onderdeel a, b of c, of onder artikel 35h, onderdeel a of b of artikel 164, derde lid zou vallen; en

    • e. de relevante persoon geen informatie of advies aan een andere persoon bekendmaakt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, indien de relevante persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de andere persoon een transactie in een financieel instrument zal of zou kunnen aangaan die, wanneer dit een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan op grond van onderdeel a, b of c, of onder artikel 35h, onderdeel a of b of artikel 164, derde lid zou vallen;

    • f. de relevante persoon geen informatie of advies aan een andere persoon bekendmaakt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf indien de relevante persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de andere persoon een derde zal of zou kunnen adviseren een transactie in een financieel instrument aan te gaan die, wanneer het een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan.

Artikel 35d

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet draagt er zorg voor dat relevante personen op de hoogte zijn van de door haar vastgestelde maatregelen en procedures, bedoeld in artikel 35c, eerste lid.

Artikel 35e

  • 1 De procedures en maatregelen bedoeld in artikel 35c, eerste lid, houden in dat de beheerder of beleggingsonderneming onverwijld in kennis wordt gesteld van elke persoonlijke transactie.

  • 2 De beheerder of beleggingsonderneming houdt gegevens bij van aan haar gemelde of door haar onderkende persoonlijke transacties en vermeldt daarbij in voorkomend geval tevens of de desbetreffende transactie is toegestaan.

  • 3 Ingeval van uitbesteding draagt de beheerder of beleggingsonderneming zorg voor registratie door de onderneming waaraan de activiteit wordt uitbesteed van gegevens met betrekking tot persoonlijke transacties. Deze gegevens worden desgevraagd onverwijld aan de beheerder of beleggingsonderneming verstrekt.

  • 4 Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op achtereenvolgende persoonlijke transacties, met uitzondering van de eerste persoonlijke transactie, die worden uitgevoerd namens een relevante persoon overeenkomstig vooraf door de relevante persoon gegeven instructies, wanneer de instructies ongewijzigd van kracht blijven.

Artikel 35f

De artikelen 35c, 35d en 35e, eerste tot en met het derde lid, zijn niet van toepassing op:

  • a. persoonlijke transacties verricht in het kader van het beheer van een individueel vermogen of collectief beheer van een beleggingsportefeuille waarbij het vermogen respectievelijk de portefeuille op discretionaire basis wordt beheerd en waarbij over de transactie geen voorafgaande communicatie heeft plaatsgevonden tussen de vermogensbeheerder en de relevante persoon of een andere persoon als bedoeld in de definitie van persoonlijke transactie, onder 3° of 4°, in artikel 1, voor wiens rekening de transactie wordt uitgevoerd;

  • b. persoonlijke transacties in rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten, indien noch de relevante persoon, noch een persoon als bedoeld in de definitie van persoonlijke transactie, onder 3° of 4°, in artikel 1, voor wiens rekening de transacties worden uitgevoerd, bij de leiding van de betreffende instelling betrokken is.

Artikel 35g

  • 1 Indien een beleggingsonderneming onderzoek op beleggingsgebied verricht of laat verrichten waarvan het de bedoeling is of aangenomen mag worden dat het daarna onder eigen verantwoordelijkheid of onder de verantwoordelijkheid van een rechtspersoon die deel uitmaakt van dezelfde groep als de beleggingsonderneming onder cliënten of onder het publiek wordt verspreid, is artikel 35a, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de financieel analisten die betrokken zijn bij het verrichten van onderzoek op beleggingsgebied, en andere relevante personen wier verantwoordelijkheden of zakelijke belangen in strijd kunnen zijn met de belangen van degenen onder wie het onderzoek op beleggingsgebied wordt verspreid.

  • 2 De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van de ingevolge het eerste lid toepasselijke bepalingen indien de beleggingsonderneming voornemens is door een derde, die geen deel uitmaakt van de groep waartoe de beleggingsonderneming behoort, verricht onderzoek op beleggingsgebied te verspreiden en de beleggingsonderneming:

    • a. geen ingrijpende wijzigingen aanbrengt in de aanbevelingen in het onderzoek;

    • b. het onderzoekniet presenteert als onderzoek dat zij zelf heeft verricht; en

    • c. zich ervan vergewist dat degene die het onderzoek heeft verricht aan verplichtingen voldoet met betrekking tot het verrichten van het onderzoek die gelijkwaardig zijn aan hetgeen ingevolge dit besluit is bepaald met betrekking tot het verrichten van onderzoek op beleggingsgebied.

Artikel 35h

Een beleggingsonderneming die onderzoek op beleggingsgebied verricht of laat verrichten en voornemens is dat onderzoek onder cliënten of het publiek te verspreiden, draagt er zorg voor dat:

  • a. de bij het onderzoek betrokken financieel analisten of andere relevante personen geen transacties verrichten namens de beleggingsonderneming of andere personen, in financiële instrumenten waarop het onderzoek op beleggingsgebied betrekking heeft, dan wel in daarmee gelieerde financiële instrumenten, behalve als marketmaker, indien zij op de hoogte zijn van het tijdstip van verspreiding of de inhoud van het onderzoek op beleggingsgebied en deze kennis niet openbaar is, totdat de ontvangers van het onderzoek een redelijke kans hebben gehad ernaar te handelen;

  • b. de bij het onderzoek betrokken financieel analisten of andere relevante personen die bij het verrichten van onderzoek op beleggingsgebied zijn betrokken, geen met de gangbare aanbevelingen strijdige persoonlijke transacties verrichten in financiële instrumenten waarop het onderzoek op beleggingsgebied betrekking heeft, dan wel in daarmee gelieerde financiële instrumenten, behalve in uitzonderingsgevallen en in die gevallen met voorafgaande instemming van het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie, bedoeld in artikel 31c, uitoefent;

  • c. zijzelf, financieel analisten en andere relevante personen die bij het verrichten van het onderzoek zijn betrokken, geen vergoeding aanvaarden van degenen die een wezenlijk belang hebben bij het onderwerp van het onderzoek;

  • d. zijzelf, de financieel analisten en andere relevante personen die bij het verrichten van onderzoek op beleggingsgebied zijn betrokken, aan uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:53, vierde lid, van de wet, niet een gunstige behandeling beloven in hun onderzoek; en

  • e. uitgevende instellingen als bedoeld in artikel 5:53, vierde lid, van de wet, relevante personen die geen financieel analist zijn, en andere personen vóór de verspreiding van het onderzoek geen inzage krijgen in het concept-onderzoek ter controle van de juistheid van de feitelijke beweringen in dit onderzoek of voor andere doeleinden, met uitzondering van een controle op de naleving van de juridische verplichtingen van de uitgevende instelling, indien het concept-onderzoek een aanbeveling of richtprijs bevat.

Artikel 35i

  • 1 Een financiële onderneming legt het beleid inzake beloningen als bedoeld in artikel 86a schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de omvang en organisatie van de financiële onderneming en aan de aard, omvang en complexiteit van haar bedrijf.

  • 2 Het beleid inzake beloningen omschrijft, onder verwijzing naar de specifieke financiële diensten of andere activiteiten die door of in naam van de financiële onderneming worden verleend respectievelijk verricht, de beloningscomponenten en beloningsstructuren die kunnen leiden tot het risico van onzorgvuldige behandeling van consumenten, cliënten of deelnemers, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dat risico voorkomen en beheersen.

  • 3 Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen ter uitvoering van het beleid, als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot:

    • a. de wijzen waarop het beleid inzake beloningen wordt opgesteld en vastgesteld of goedgekeurd, uitgevoerd, geëvalueerd en aangepast; en

    • b. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan beloningscomponenten en beloningsstructuren en de wijze waarop de risico’s die uit het beleid en de uitvoering daarvan voortvloeien, worden beheerst.

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:16, tweede en derde lid, van de wet

Artikel 36

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

  • a. beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat, instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders; en

  • b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.

Artikel 37

Een financiële onderneming gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat een belemmering vormt voor een adequaat toezicht op de naleving van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet.

Artikel 38

  • 1 Indien een beheerder of bewaarder in het kader van het beheer van een beleggingsinstelling onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van de activa van een beleggingsinstelling een of meer werkzaamheden uitbesteedt:

    • a. is de derde op ieder door de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingmaatschappij of de bewaarder gewenst moment in staat verantwoording af te leggen over de door hem uitgevoerde werkzaamheden en de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingsmaatschappij of de bewaarder daar inzicht in te bieden;

    • b. kan de beheerder of de bewaarder te allen tijde instructies omtrent de uitvoering van de werkzaamheden geven aan de derde en kan hij de uitbesteding met onmiddellijke ingang beëindigen indien dit in het belang van de beleggers is; en

    • c. is de derde, gelet op de aard van de opdracht, aantoonbaar in staat om de opdracht in overeenstemming met de wet te vervullen.

  • 2 Een beheerder besteedt het bepalen van het beleggingsbeleid van een beleggingsinstelling niet uit.

  • 3 Iedere overeenkomst die een beheerder of een bewaarder aangaat in het kader van het uitbesteden van het beheer van de beleggingsinstelling onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 38a

  • 1 Indien een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten voornemens is werkzaamheden uit te besteden, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis. De Autoriteit Financiële Markten geeft deze informatie onverwijld door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

  • 2 Onverminderd artikel 38 draagt een beheerder die het beheer van een instelling voor collectieve belegging in effecten uitbesteedt aan een derde er zorg voor dat:

    • a. uitbesteding van het beheer van beleggingengeschiedt aan een derde waaraan voor het beheren van beleggingsinstellingen of het beheren van individuele vermogens een vergunning of erkenning is verleend en die aan prudentieel toezicht is onderworpen;

    • b. bij uitbesteding van het beheer van beleggingen aan een derde met zetel in een staat die geen lidstaat of aangewezen staat is, de samenwerking van de toezichthouders met de toezichthoudende instanties van de staat van de zetel van de derde op grond van een overeenkomst is gewaarborgd;

    • c. de belangen van de derde niet strijdig zijn met die van de beheerder zelf, de bewaarder of de deelnemers in de instelling voor collectieve belegging in effecten;

    • d. de uitbesteding niet verhindert dat wordt gehandeld in het beste belang van de deelnemers; en

    • e. hij de nodige deskundigheid behoudt om een doeltreffende controle op de uitbestede werkzaamheden uit te oefenen; en

    • f. hij over de nodige deskundigheid beschikt en de nodige zorgvuldigheid en waakzaamheid in acht neemt bij het aangaan, beheren of beëindigen van overeenkomsten met derden.

  • 3 De beheerder draagt er zorg voor dat de betrokken derde over de nodige deskundigheid en capaciteit beschikt om de uitbestede werkzaamheden op betrouwbare, professionele en doeltreffende wijze uit te oefenen. De beheerder stelt methoden vast voor de doorlopende beoordeling van het prestatieniveau van de desbetreffende derde.

Artikel 38b

  • 1 Een beleggingsonderneming gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 31, zesde lid.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38c

  • 1 Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt er zorg voor dat zij daartoe over de nodige deskundigheid beschikt en daarbij de nodige zorgvuldigheid en waakzaamheid in acht neemt.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38d

  • 1 Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde draagt er zorg voor dat:

    • a. de uitbesteding geen afbreuk doet aan de verantwoordelijkheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;

    • b. door de uitbesteding de relatie en verplichtingen van de beleggingsonderneming jegens haar cliënten uit hoofde van hetgeen ter implementatie van de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald niet worden gewijzigd;

    • c. de voorwaarden waaraan de beleggingsonderneming moet voldoen om een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de wet te verkrijgen en om deze te behouden niet worden ondermijnd; en

    • d. door de uitbesteding geen afbreuk wordt gedaan aan de naleving van voorschriften verbonden aan de vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de wet.

  • 2 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38e

  • 1 Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde legt de wederzijdse rechten en verplichtingen vast in een schriftelijke overeenkomst.

  • 2 De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat:

    • a. de derde over de deskundigheid, de capaciteit en elke bij wet vereiste vergunning beschikt om de uitbestede werkzaamheden op betrouwbare en professionele wijze uit te voeren;

    • b. de derde de uitbestede werkzaamheden efficiënt verricht en dat zij methoden vaststelt om het prestatieniveau van de derde te beoordelen;

    • c. de derde de uitvoering van de uitbestede werkzaamheden afdoende controleert en de daaraan verbonden risico´s op adequate wijze beheerst;

    • d. zij passende actie onderneemt indien blijkt dat de derde de werkzaamheden niet efficiënt en met inachtneming van de wettelijke voorschriften uitvoert;

    • e. zij de nodige deskundigheid behoudt om een doeltreffend controle op de uitbestede werkzaamheden uit te oefenen;

    • f. de derde haar in kennis stelt van elke ontwikkeling die van wezenlijke invloed kan zijn op zijn vermogen om de uitbestede werkzaamheden efficiënt en met inachtneming van de wettelijke voorschriften uit te voeren;

    • g. zij de uitbestedingsovereenkomst indien nodig kan beëindigen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de continuïteit of de kwaliteit van haar dienstverlening aan cliënten;

    • h. de derde met betrekking tot de uitbestede werkzaamheden medewerking verleent aan de toezichthouders;

    • i. zij, haar accountants en de toezichthouders toegang hebben tot de gegevens over de uitbestede werkzaamheden en dat de toezichthouders bij de derde een onderzoek ter plaatse kunnen doen of laten doen;

    • j. de derde alle vertrouwelijke informatie over haar en haar cliënten beschermt;

    • k. zij en de derde over een noodplan beschikken dat voorziet in calamiteitenbeheersing en in een periodieke controle van de noodvoorzieningen wanneer dit noodzakelijk is gelet op de uitbestede werkzaamheden.

  • 3 De toezichthouders maken slechts gebruik van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel i, om bij de derde een onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen, indien niet op andere wijze kan worden vastgesteld dat ten aanzien van de uitbestede werkzaamheden wordt voldaan aan het bij of krachtens de wet bepaalde.

  • 4 Het eerste, tweede en derde lid, onderdelen a, b, d, e en g zijn niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38f

  • 1 Een beleggingsonderneming die het beheren van een individueel vermogen van een niet-professionele belegger uitbesteedt aan een derde in een staat die geen lidstaat is, draagt er, onverminderd de artikelen 38c en 38d, zorg voor dat:

    • a. de derde in de staat van herkomst voor het beheren van individueel vermogen een vergunning heeft of in een register is ingeschreven en onder prudentieel toezicht staat; en

    • b. er een samenwerkingsovereenkomst is gesloten tussen de toezichthouders en de toezichthoudende instantie van de staat die geen lidstaat is.

  • 2 Indien niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan de beleggingsonderneming de betreffende werkzaamheden uitbesteden indien zij de Autoriteit Financiële Markten vooraf in kennis stelt van de uitbestedingsovereenkomst en deze binnen een redelijke termijn geen bezwaar maakt.

  • 3 De Autoriteit Financiële Markten stelt beleidsregels vast met betrekking tot de gevallen waarin zij geen bezwaar zal aantekenen in de zin van het tweede lid.

  • 4 De Autoriteit Financiële Markten maakt een lijst bekend van toezichthoudende instanties in staten die geen lidstaat zijn met wie zij een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft gesloten.

Artikel 38g

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.

Artikel 38h

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 38g gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van de interne controle van de betaalinstelling of elektronischgeldinstelling.

Artikel 38i

Indien een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel met de uitgifte van elektronisch geld uit te besteden, stelt zij de toezichthouder daarvan in kennis.

Artikel 38j

Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld draagt de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling, jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.

Artikel 38k

  • 1 De artikelen 37, 38g, 38h en 38j zijn slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.

  • 2 Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet respectievelijk artikel 2:10b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten of uitgifte van elektronisch geld.

Artikel 38l

Indien een premiepensioeninstelling of pensioenbewaarder in het kader van het beheer van een pensioenvermogen onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van een pensioenvermogen een of meer werkzaamheden uitbesteedt:

  • a. is de derde op ieder door de premiepensioeninstelling of de pensioenbewaarder gewenst moment in staat verantwoording af te leggen over de door hem uitgevoerde werkzaamheden en de premiepensioeninstelling of de pensioenbewaarder daar inzicht in te bieden;

  • b. kan de premiepensioeninstelling of de pensioenbewaarder te allen tijde instructies omtrent de uitvoering van de werkzaamheden geven aan de derde en kan hij de uitbesteding met onmiddellijke ingang beëindigen indien dit in het belang van de pensioendeelnemers is; en

  • c. is de derde, gelet op de aard van de opdracht, aantoonbaar in staat om de opdracht in overeenstemming met de wet te vervullen.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:17, derde lid, van de wet

Artikel 39

Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet stelt aan alle personen die binnen haar onderscheidenlijk zijn onderneming betrokken zijn bij de afhandeling van klachten van cliënten of consumenten over financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, een beschrijving beschikbaar van de te volgen procedure voor de afhandeling van die klachten.

Artikel 40

Met het oog op een adequate behandeling van klachten van cliënten of consumenten over financiële diensten of financiële producten van een beheerder, beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet, beschikt de beheerder, beleggingsonderneming of financiëledienstverlener over een behoorlijke administratie van die klachten, waarin ten minste worden vastgelegd:

  • a. de naam en het adres van de cliënt of consument die een klacht heeft ingediend;

  • b. de klacht, met de daarbij behorende dagtekening van ontvangst;

  • c. een omschrijving van de klacht; en

  • d. een beschrijving van de wijze waarop de financiële onderneming de klacht heeft behandeld.

Artikel 41

Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 40, gedurende een periode van ten minste een jaar nadat de klacht door haar onderscheidenlijk hem is afgehandeld.

Artikel 42

  • 1 Een beheerder als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van deelnemers in door hem beheerde beleggingsinstellingen zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

  • 2 De beheerder stelt kosteloos informatie over de procedures, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking aan de deelnemers in een door hem beheerde beleggingsinstelling.

  • 3 Een betaaldienstverlener voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van cliënten over het verlenen van betaaldiensten door deze betaaldienstverlener, zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

  • 4 Een elektronischgeldinstelling voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van cliënten over het verlenen van betaaldiensten dan wel over de uitgifte van elektronisch geld door deze elektronischgeldinstelling, zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:17, derde lid, van de wet

Artikel 43

  • 2 Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

  • 3 Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

  • 4 Een erkende geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister binnen een half jaar na afloop van elk kalenderjaar een opgave van:

    • a. de in het afgelopen kalenderjaar bij de geschilleninstantie aangesloten betaaldienstverleners en financiëledienstverleners; en

    • b. een opgave van het aantal in het afgelopen kalenderjaar ingediende en behandelde geschillen, alsmede een algemene weergave van de aard van de geschillen en de uitkomst van de geschilbeslechting.

  • 5 Een erkende geschilleninstantie informeert Onze Minister onverwijld over wijzigingen in het reglement, bedoeld in artikel 45, eerste lid, en van de samenstelling van het orgaan, bedoeld in artikel 44. Bij wijzigingen van de samenstelling van dit orgaan vermeldt de geschilleninstantie de leeftijd, genoten opleiding en professionele achtergrond van het betrokken lid.

  • 6 Een erkende geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van diens in deze paragraaf omschreven taken.

  • 7 Onze Minister kan een erkenning intrekken:

    • a. op verzoek van de geschilleninstantie;

    • b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd, dan wel niet zonder het verbinden van voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest;

    • c. indien de geschilleninstantie niet voldoet aan het vierde of zesde lid, artikel 44, 45, 46, 47 of 48 of een voorschrift, verbonden aan de erkenning.

  • 8 Van een beslissing tot erkenning of tot intrekking van de erkenning van een geschilleninstantie wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 44

  • 1 Een erkende geschilleninstantie draagt zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van het orgaan dat binnen haar organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van het geschil.

  • 2 De onafhankelijkheid van het orgaan wordt voldoende gewaarborgd indien de leden:

    • a. gedurende een jaar voorafgaande aan de aanvaarding van hun functie niet gewerkt hebben voor of enige functie bekleed hebben bij een beroepsorganisatie voor betaaldienstverleners of financiëledienstverleners of voor, onderscheidenlijk bij een betaaldienstverlener of financiëledienstverlener, ten aanzien van wiens betaaldiensten, financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd; en

    • b. vanaf de aanvaarding van hun functie niet werkzaam zijn voor of enige functie bekleden bij een beroepsorganisatie voor betaaldienstverleners of financiëledienstverleners, of voor, onderscheidenlijk bij een betaaldienstverlener of financiëledienstverlener, ten aanzien van wiens betaaldiensten, financiële producten en financiële diensten geschillen ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd.

  • 3 Ter waarborging van de deskundigheid van het orgaan bezit in ieder geval de voorzitter van het orgaan de hoedanigheid van meester in de rechten.

  • 4 De bij de benoeming van een lid van het orgaan te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd.

Artikel 45

  • 1 Een erkende geschilleninstantie beschikt over en handelt in overeenstemming met een reglement voor de behandeling van geschillen dat ten minste omvat:

    • a. een duidelijke omschrijving van de geschillen die ter behandeling aan de geschilleninstantie kunnen worden voorgelegd;

    • b. regels met betrekking tot het aanhangig maken van een geschil en een duidelijke omschrijving van de partijen die een geschil aanhangig kunnen maken;

    • c. indien de mogelijkheid daartoe wordt geboden: de regels met betrekking tot wraking van een lid van het orgaan, bedoeld in artikel 44, eerste lid, door partijen, op grond van feiten of omstandigheden die een onpartijdig of onafhankelijk oordeel van dat lid zouden bemoeilijken;

    • d. regels met betrekking tot de behandeling van een geschil door de geschilleninstantie;

    • e. regels met betrekking tot het op voet van gelijkheid bieden van gelegenheid aan partijen om mondeling en schriftelijk, desgewenst met bijstand van derden, hun mening aan de geschilleninstantie kenbaar te maken;

    • f. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een deskundige kan worden verzocht een advies uit te brengen;

    • g. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder getuigen en deskundigen kunnen worden gehoord, dan wel inlichtingen van hen kunnen worden ingewonnen;

    • h. regels met betrekking tot de mogelijkheid voor partijen om van alle door hen naar voren gebrachte feiten en stellingen, alsmede van verklaringen van getuigen en deskundigen, over en weer kennis te nemen en daarop te reageren;

    • i. regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een geschil door middel van een verkorte schriftelijke procedure of een voorlopig oordeel kan worden afgedaan;

    • j. regels met betrekking tot het soort regels waarop de geschilleninstantie haar beslissingen baseert;

    • k. regels met betrekking tot de mogelijkheid dat de beslechting van een geschil resulteert in een niet-bindend advies;

    • l. de bepaling dat de beslechting van een geschil slechts resulteert in een bindend advies indien de betaaldienstverlener of financiële dienstverlener daarmee uitdrukkelijk vooraf heeft ingestemd;

    • m. regels met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van het bedrag dat, zo dit verschuldigd is, bij het aanhangig maken van het geschil dient te worden voldaan;

    • n. regels met betrekking tot de mogelijkheid om partijen in de kosten van de behandeling van een geschil te veroordelen en vaststelling van een hierbij geldend maximumbedrag;

    • o. regels met betrekking tot de vorm, inhoud en bekendmaking van de uitkomst van het advies, bedoeld in de onderdelen k en l, waarbij in ieder geval is bepaald dat deze uitkomst, met redenen omkleed, ondertekend en schriftelijk aan partijen wordt medegedeeld; en

    • p. indien beroep tegen een uitspraak mogelijk is, de regels met betrekking tot het mededelen van de mogelijkheid van beroep, de wijze en termijn van het instellen, alsmede de behandeling van dit beroep.

  • 2 Een erkende geschilleninstantie houdt het reglement, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar en verstrekt het kosteloos op verzoek aan iedere belanghebbende.

Artikel 46

Een erkende geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de kosten voor het aanhangig maken van een geschil zodanig beperkt blijven dat de toegang tot de geschilleninstantie niet onredelijk wordt belemmerd.

Artikel 47

Een erkende geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de behandeling van een geschil binnen een redelijke termijn wordt voltooid.

Artikel 48

Een erkende geschilleninstantie stelt aan een betaaldienstverlener of financiëledienstverlener die zich bij haar wil aansluiten niet als voorwaarde voor aansluiting dat de betaaldienstverlener of financiëledienstverlener andere regels naleeft dan die welke betrekking hebben op het aanhangig maken van een geschil bij de geschilleninstantie of de verdere behandeling van een geschil door de geschilleninstantie.

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepaling

Artikel 49

  • 1 Een financiële onderneming verstrekt de ingevolge deze afdeling en de artikelen 4:72, eerste lid, en 4:73, eerste lid, van de wet aan de consument of cliënt te verstrekken informatie schriftelijk, tenzij in deze afdeling anders wordt bepaald. De financiële onderneming kan de informatie via een andere duurzame drager verstrekken, indien zij zich ervan heeft vergewist dat de consument onderscheidenlijk cliënt over de benodigde middelen beschikt om kennis te nemen van de aldus te verstrekken informatie.

  • 2 De financiële onderneming verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, in de Nederlandse taal. De informatie kan in een andere taal worden verstrekt:

    • a. indien de consument of cliënt daarom verzoekt en de financiële onderneming hiermee heeft ingestemd;

    • b. indien partijen een keuze hebben gemaakt voor de toepasselijkheid van het recht van een andere staat op de overeenkomst inzake een financieel product; of

    • c. indien het essentiële beleggersinformatie betreft en het gebruik van de desbetreffende taal door de Autoriteit Financiële Markten is goedgekeurd.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het verstrekken van informatie met betrekking tot het verlenen van beleggingsdiensten.

Artikel 49a

  • 1 Een beleggingsonderneming verstrekt de ingevolge deze afdeling en de artikelen 4:20, derde lid, 4:90b, derde en achtste lid, en artikel 4:90c, derde lid, van de wet aan de cliënt te verstrekken informatie schriftelijk, tenzij in deze afdeling of die artikelen anders wordt bepaald. De beleggingsonderneming kan na toestemming van de cliënt, de informatie op een andere duurzame drager verstrekken, indien dat past in de context waarin zij met de cliënt zaken doet.

  • 2 Een beleggingsonderneming kan, na toestemming van de cliënt, de op grond van de artikelen 58a tot en met 58e en 59a te verschaffen informatie die niet persoonlijk tot de cliënt is gericht via haar website verstrekken indien:

    • a. het gebruik van de website past in de context waarin zij met de cliënt zaken doet;

    • b. de cliënt elektronisch op de hoogte wordt gesteld van het adres van de website en de plaats op de website waar de informatie kan worden verkregen;

    • c. de informatie actueel is en, zolang dat voor de cliënt van belang is, op de website toegankelijk blijft.

  • 3 De verstrekking van informatie door de beleggingsonderneming aan de cliënt via elektronische mededelingen past in de context waarin de beleggingsonderneming met de cliënt zaken doet, indien is bewezen dat de cliënt regelmatig toegang heeft tot internet. Het gegeven dat de cliënt een e-mailadres opgeeft om zaken te kunnen doen geldt in ieder geval als bewijs hiervan.

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Bepaling ter uitvoering van artikel 4:18c, vierde lid, van de wet

Artikel 49b

Een cliënt die als niet-professionele belegger is gekwalificeerd, kan door een beleggingsonderneming op schriftelijk verzoek als professionele belegger worden behandeld indien is voldaan aan het in artikel 4:18c van de wet bepaalde, en:

  • a. de beleggingsonderneming de cliënt schriftelijk waarschuwt voor het lagere beschermingsniveau en het niet van toepassing zijn van het beleggerscompensatiestelsel; en

  • b. de cliënt in een afzonderlijk document bevestigt dat hij zich bewust is van de gevolgen die aan het lagere beschermingsniveau verbonden zijn.

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:22, eerste lid, van de wet

Artikel 50

  • 1 Een beheerder houdt de volgende gegevens beschikbaar op zijn website:

    • a. de gegevens omtrent hemzelf, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en de bewaarders die aan de beleggingsinstellingen zijn verbonden welke ingevolge enig wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen;

    • b. de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet;

    • c. zijn vergunning; en

    • d. elk door de Autoriteit Financiële Markten genomen geldend besluit tot ontheffing van het ingevolge deze wet bepaalde met betrekking tot hemzelf, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en de eventueel daaraan verbonden bewaarder.

    De beheerder verstrekt deze gegevens desgevraagd tegen ten hoogste de kostprijs aan een ieder.

  • 2 Een beheerder publiceert ten behoeve van de deelnemers in een door hem beheerde beleggingsinstelling maandelijks een opgave met toelichting van de hierna te noemen gegevens op zijn website, waarbij tussen de tijdstippen van opstelling een periode van ten minste een week ligt. De opgave is, indien van toepassing, mede door de bewaarder ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:

    • a. de totale waarde van de beleggingen van de beleggingsinstelling;

    • b. een overzicht van de samenstelling van de beleggingen;

    • c. het aantal uitstaande rechten van deelneming; en

    • d. voorzover het betreft een beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald: de meest recente bepaalde intrinsieke waarde van de rechten van deelneming, onder vermelding van het moment waarop de bepaling van de intrinsieke waarde plaatsvond.

    De beheerder verstrekt deze opgave desgevraagd tegen ten hoogste de kostprijs aan de deelnemers in de beleggingsinstelling.

  • 3 Een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, deelt desgevraagd aan ieder de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming mee. De intrinsieke waarde wordt bepaald op het meest recente moment van in- en uittreden van deelnemers in de beleggingsinstelling.

  • 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat voor zover het gaat om de soort informatieverschaffing aan de deelnemers.

Artikel 50a

Een financiële onderneming maakt een beschrijving van haar beleid inzake beloningen openbaar. De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de inhoud en de wijze van openbaarmaking.

Artikel 51

  • 1 Een beleggingsonderneming of bank deelt aan een ieder die een gerechtvaardigd belang heeft op verzoek mede aan welke systemen als bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet de beleggingsonderneming onderscheidenlijk de bank deelneemt.

  • 2 Een beleggingsonderneming of bank verstrekt aan een ieder die een gerechtvaardigd belang heeft op verzoek informatie over de belangrijkste regels die gelden voor de werking van de systemen bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet, waaraan de beleggingsonderneming onderscheidenlijk de bank deelneemt.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat.

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:19, vierde lid, van de wet

Artikel 51a

  • 1 De door een beleggingsonderneming aan een niet-professionele belegger verstrekte informatie:

    • a. bevat de naam van de beleggingsonderneming;

    • b. is accuraat en wijst niet op de mogelijke voordelen van een beleggingsdienst of financieel instrument zonder dat ook een correcte en duidelijke indicatie van de mogelijke risico´s wordt gegeven;

    • c. is toereikend en door de presentatie ervan te begrijpen voor het gemiddelde lid van de groep tot wie zij is gericht; en

    • d. geeft belangrijke zaken, vermeldingen of waarschuwingen niet verhuld of afgezwakt weer.

  • 2 Indien in de informatie beleggingsdiensten, nevendiensten, personen die deze diensten verrichten of financiële instrumenten onderling worden vergeleken:

    • a. is de vergelijking zinvol en op correcte en evenwichtige wijze voorgesteld;

    • b. worden de voor de vergelijking gebruikte informatiebronnen vermeld; en

    • c. worden de voornaamste voor de vergelijking gebruikte feiten en aannames vermeld.

  • 3 Indien de informatie een indicatie bevat van de resultaten die in het verleden met een financieel instrument, een financiële index of een beleggingsdienst zijn behaald:

    • a. vormt deze indicatie niet het meest opvallende kenmerk van de mededeling;

    • b. bevat de informatie passende gegevens over de resultaten over de onmiddellijk voorafgaande vijf jaar of over de gehele periode waarin het financiële instrument is aangeboden, de financiële index is vastgesteld of de beleggingsdienst is verleend, indien deze periode korter is dan vijf jaar, dan wel over een door de onderneming gekozen langere periode waarbij altijd wordt uitgegaan van volledige perioden van twaalf maanden;

    • c. worden de referentieperiode en de informatiebron duidelijk aangegeven;

    • d. wordt in de informatie duidelijk gewaarschuwd dat het om resultaten uit het verleden gaat en dat deze geen betrouwbare indicator vormen voor toekomstige resultaten;

    • e. wordt, indien de indicatie berust op gegevens die in een andere valuta luiden dan die van de lidstaat waarin de niet-professionele belegger woonachtig is, de desbetreffende valuta duidelijk vermeld en wordt tegelijk gewaarschuwd dat het rendement door valutaschommelingen hoger of lager kan uitvallen; en

    • f. wordt indien de indicatie op brutoresultaten berust, het effect van provisies, vergoedingen en andere lasten vermeld.

  • 4 Indien de informatie fictieve, in het verleden behaalde resultaten bevat of daarnaar verwijst, heeft deze betrekking op een financieel instrument of een financiële index, en:

    • a. berusten de fictieve, in het verleden behaalde resultaten op de feitelijke resultaten die in het verleden zijn behaald met een of meer financiële instrumenten of financiële indices die identiek zijn aan of de onderliggende waarde vormen van het betrokken financiële instrument;

    • b. is op de onder a bedoelde feitelijke resultaten die in het verleden zijn behaald, het derde lid, onderdelen a, b, c, e en f van overeenkomstige toepassing; en

    • c. wordt in de informatie duidelijk gewaarschuwd dat het om fictieve, in het verleden behaalde resultaten gaat en dat in het verleden behaalde resultaten geen betrouwbare indicator vormen voor toekomstige resultaten.

  • 5 Indien de informatie gegevens over toekomstige resultaten bevat:

    • a. wordt niet uitgegaan van of verwezen naar fictieve in het verleden behaalde resultaten;

    • b. wordt uitgegaan van redelijke aannames die worden ondersteund door objectieve gegevens;

    • c. wordt het effect van provisies, vergoedingen en andere lasten vermeld indien de informatie op brutoresultaten berust; en

    • d. wordt duidelijk gewaarschuwd dat dergelijke prognoses geen betrouwbare indicator vormen voor toekomstige resultaten.

  • 6 Indien de informatie verwijst naar een bepaalde fiscale behandeling, wordt duidelijk vermeld dat deze behandeling afhangt van de individuele omstandigheden van de cliënt en in de toekomst aan wijzigingen onderhevig kan zijn.

  • 7 In de informatie wordt de naam van de toezichthouder niet zodanig gebruikt dat daarmee wordt beweerd of gesuggereerd dat deze de producten of diensten van de beleggingsonderneming steunt of aanbeveelt.

§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:22, eerste lid, van de wet

Artikel 52

  • 1 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting, anders dan via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product, die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

  • 2 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de televisie informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product door het weergeven van een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

  • 3 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de radio informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

  • 4 Indien een financiële onderneming voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product informatie verstrekt over dat product, verwijst zij daarbij naar de financiële bijsluiter of, indien het rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft, naar de essentiële beleggersinformatie.

  • 5 Indien een financiële onderneming voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product, anders dan in een reclame-uiting via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een historisch of toekomstig rendement, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste kosten en de belangrijkste financiële risico’s van dat product en, indien het een beleggingsobject betreft, over de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

  • 6 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de televisie of de radio informatie verstrekt over een historisch of toekomstig rendement van een complex product, verstrekt zij daarbij of op enig ander moment voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat product informatie over de belangrijkste kosten van dat product.

  • 7 Indien een financiële onderneming voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product informatie verstrekt over een gegarandeerd rendement, verstrekt zij daarbij of, indien de informatie wordt verstrekt in een reclame-uiting, op enig ander moment voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst inzake dat product, informatie over de belangrijkste voorwaarden van die garantie.

  • 9 Het eerste tot en met achtste lid zijn niet van toepassing indien het een complex product betreft, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan personen die handelen in de uitoefening van hun bedrijf of beroep.

  • 10 Het eerste lid, met uitzondering van de verplichting om een risico-indicator te verstrekken, en het derde tot en met zevende lid, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen voor zover zij beleggingsdiensten of nevendiensten verlenen met betrekking tot deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen.

Artikel 53

  • 1 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een krediet, verstrekt zij daarbij tevens informatie over:

    • a. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet;

    • b. het totale kredietbedrag;

    • c. het jaarlijks kostenpercentage; en, indien van toepassing,

    • d. de duur van de kredietovereenkomst;

    • e. in geval van goederenkrediet, de contante waarde en contante betalingen, genoemd in de definitie van kredietsom in artikel 1;

    • f. het totale door de consument te betalen bedrag; en

    • g. het termijnbedrag.

  • 2 Indien het sluiten van een overeenkomst voor een nevendienst verplicht is om het krediet op de in de reclame-uiting genoemde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten voor die nevendienst vooraf niet kunnen worden bepaald, wordt de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, tezamen met het jaarlijks kostenpercentage vermeld.

  • 3 De informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiële onderneming worden verstrekt.

  • 4 Een financiële onderneming geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de vermelding, bedoeld in het tweede lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.

  • 5 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt zij daarbij de informatie, bedoeld in het eerste lid.

  • 6 Indien een reclame-uiting betrekking heeft op een krediet met een debetrentevoet die voor een beperkte duur of een beperkt deel van het krediet geldt, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste debetrentevoet in aanmerking genomen. Bij een krediet met een variabele debetrentevoet die voor beperkte duur of een beperkt deel van het krediet afwijkt van de variabele debetrentevoet die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste van genoemde variabele debetrentevoeten genoemd.

  • 7 Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over krediet een waarschuwing op met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden, tenzij het een reclame-uiting voor hypothecair krediet betreft waarbij geen relatie met een ander bestedingsdoel wordt gelegd dan de verwerving van de eigen woning.

  • 8 Een financiële onderneming:

    • a. neemt in een reclame-uiting over krediet geen mededelingen op die gericht zijn op het gemak of de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt;

    • b. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen;

    • c. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat met een negatieve uitkomst van de raadpleging van het stelsel van kredietregistratie of anderszins in afwijking van de geldende gedragscode toch een krediet kan worden verkregen; en

    • d. geeft in een reclame-uiting over krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt.

  • 9 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van de informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product.

  • 10 Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 12 Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over effectenkrediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een effectenkrediet, meldt zij tevens:

    • a. dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten, en de kredietlimiet afhankelijk is van de waarde daarvan;

    • b. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het effectenkrediet; en

    • c. indien een contract voor een nevendienst verplicht is om het effectenkrediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf bepaald kunnen worden, de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze,

  • 13 Onverminderd het eerste tot en met twaalfde lid meldt een bemiddelaar in krediet in een reclame-uiting over krediet tevens dat hij:

    • a. adviseert op grond van een objectieve analyse;

    • b. een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen; of

    • c. geen contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen en hij niet adviseert op grond van een objectieve analyse.

Artikel 54

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in de artikelen 52 en 53, wordt gepresenteerd of geformuleerd, de wijze van berekening van historische of toekomstige rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in artikel 52, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en de wijze van berekening van de kosten van verzekeringen en zekerheidsrechten als bedoeld in 53, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, onderdeel b, onder 3°.

Artikel 55

  • 1 In een reclame-uiting over een beheerder of beleggingsinstelling worden in ieder geval vermeld:

    • a. de naam van de beheerder of beleggingsinstelling;

    • b. het feit dat het een beheerder of beleggingsinstelling betreft;

    • c. dat de beheerder of de beleggingsinstelling is opgenomen in het register dat wordt gehouden door de Autoriteit Financiële Markten; en

    • d. indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: waar het prospectus, bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de wet, verkrijgbaar is.

  • 2 Het eerste lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op reclame-uitingen op radio en televisie.

  • 3 Onverminderd artikel 52 wordt in een reclame-uiting anders dan via de televisie of radio over een instelling voor collectieve belegging in effecten, indien van toepassing, duidelijk de aandacht gevestigd op het feit dat:

    • a. de instelling voor collectieve belegging in effecten voornamelijk belegt in financiële derivaten;

    • b. de instelling voor collectieve belegging in effecten een aandelen- of obligatie-index volgt;

    • c. de waarde van de activa van de instelling voor collectieve belegging in effecten als gevolg van het beleggingsbeleid sterk kan fluctueren; of

    • d. aan de instelling voor collectieve belegging in effecten een ontheffing als bedoeld in artikel 136, tweede lid, is verleend onder vermelding van de staat, het openbaar lichaam of de internationale organisatie die de financiële instrumenten, bedoeld in het artikel 136, tweede lid, uitgeeft of garandeert waarin de instelling voor collectieve belegging in effecten beleggingsinstelling voor meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen belegt.

Artikel 56

De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de vorm van waarschuwingszinnen in reclame-uitingen van beleggingsondernemingen.

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

Artikel 57

  • 1 Een financiëledienstverlener verstrekt een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een financieel product of financiële dienst ten minste de volgende informatie:

    • a. zijn naam en adres en, indien de financiëledienstverlener een rechtspersoon is, de statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen;

    • b. de aard van zijn financiële dienstverlening;

    • c. voorzover artikel 4:17 van de wet van toepassing is: zijn interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, onderdeel a, van de wet, en de erkende geschilleninstantie waarbij hij is aangesloten; en

    • d. zijn inschrijving in het door de toezichthouder gehouden register.

  • 2 In afwijking van artikel 49, eerste lid, kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, en in artikel 4:73, eerste lid, van de wet, op verzoek van de cliënt mondeling worden verstrekt, indien het financiële product een verzekering is en onmiddellijke dekking noodzakelijk is. In dat geval verstrekt de financiëledienstverlener de informatie tevens onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst overeenkomstig artikel 49, eerste lid, aan de cliënt.

Artikel 58

  • 1 Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering verstrekt een bemiddelaar een consument informatie over de hoogte van de provisie, de afsluitprovisie, het jaarlijkse bedrag aan doorlopende provisie en het aantal termijnen daarvan die de desbetreffende aanbieder rechtstreeks of middellijk zal betalen in verband met de betalingsbeschermer, het complexe product, het hypothecair krediet, onderscheidenlijk de uitvaartverzekering.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen, voor zover het betreft de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten.

  • 3 Voorafgaand aan het zonder tussenkomst van een bemiddelaar doen van een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering, verstrekt een aanbieder een consument informatie over het feit dat hij kosten maakt ten behoeve van de distributie met inbegrip van het adviseren en dat deze kosten onderdeel uitmaken van de prijs van het product of verwerkt kunnen zijn in het rentepercentage, alsmede informatie over de aard en reikwijdte van zijn dienstverlening.

  • 4 Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen en bemiddelen in de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten. Indien een bemiddelaar als bedoeld in de vorige volzin niet kan voldoen aan het tweede lid, verstrekt hij aan de consument de in het derde lid bedoelde informatie.

  • 5 Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen voor zover zij beleggingsdiensten of nevendiensten verlenen met betrekking tot deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen.

  • 5 De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt geformuleerd of gepresenteerd.

Artikel 58a

  • 1 Een beleggingsonderneming verstrekt voorafgaand aan het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst aan een niet-professionele belegger:

    • a. informatie over de wederzijdse rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst met betrekking tot de beleggings- of nevendienst;

    • b. de in artikel 58b bedoelde informatie over de overeenkomst of de beleggingsdiensten of nevendiensten;

    • c. de overige op grond van de artikelen 58b tot en met 58e vereiste informatie.

  • 2 In afwijking van het eerste lid mag een beleggingsonderneming de informatie bedoeld in het eerste lid verstrekken onmiddellijk na aanvang van het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien:

    • a. zij de in het eerste lid genoemde termijnen niet in acht heeft kunnen nemen omdat de overeenkomst op verzoek van de niet-professionele belegger is gesloten door middel van een techniek voor communicatie op afstand die haar belet de informatie overeenkomstig het eerste lid te leveren; of

    • b. de beleggingsonderneming ten aanzien van de niet-professionele belegger voldoet aan artikel 79, eerste lid, als ware deze belegger een consument en de beleggingsonderneming een financiële dienstverlener.

  • 3 Indien een reclame-uiting van een beleggingsonderneming een aanbod bevat om een overeenkomst met betrekking tot een financieel instrument of een beleggings- of nevendienst aan te gaan, of de uitnodiging bevat om een dergelijk aanbod te doen en vermeldt hoe hierop kan worden gereageerd, wordt daarin tevens de voor het aanbod of de uitnodiging van belang zijnde informatie als bedoeld in de artikelen 58b tot en met 58e opgenomen.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing indien het aanbod of de uitnodiging is gericht tot een niet-professionele belegger en deze voor een reactie wordt verwezen naar een ander document of andere documenten die afzonderlijk of tezamen deze informatie bevatten.

Artikel 58b

  • 1 De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdelen b en c, omvat de volgende gegevens:

    • a. de naam, het adres en de contactgegevens van de beleggingsonderneming;

    • b. de talen waarin de cliënt met de beleggingsonderneming kan communiceren en stukken en andere informatie van haar kan ontvangen;

    • c. methoden van communicatie tussen de beleggingsonderneming en de cliënt, waaronder die betreffende het versturen en ontvangen van orders;

    • d. een verklaring waarin staat dat de beleggingsonderneming over een vergunning beschikt, alsmede de naam en het contactadres van de toezichthouder die de vergunning heeft verleend;

    • e. een verklaring dat de beleggingsonderneming door tussenkomst van een verbonden agent beleggingsdiensten verleent en in welke lidstaat deze agent in een register staat ingeschreven;

    • f. aard, frequentie en tijdschema van de rapporten over de verrichting van de dienst die overeenkomstig de artikelen 69, 70, 71 en 71a door de beleggingsonderneming aan de cliënt worden toegezonden;

    • g. indien de beleggingsonderneming financiële instrumenten of gelden van cliënten aanhoudt, een korte beschrijving van de maatregelen die zij heeft genomen om deze financiële instrumenten of gelden te beschermen, alsmede beknopte gegevens over de vangnetregeling die op de onderneming van toepassing is;

    • h. een beschrijving, die in beknopte vorm mag worden verstrekt, van het beleid inzake belangenconflicten dat de onderneming overeenkomstig artikel 35a voert;

    • i. indien de cliënt daarom verzoekt, nadere bijzonderheden over het beleid inzake belangenconflicten.

  • 2 Een beleggingsonderneming stelt bij het beheren van een individueel vermogen op basis van de beleggingsdoelstellingen van de cliënt en de soorten financiële instrumenten in de portefeuille van de cliënt, een geschikte evaluatie- en vergelijkingsmethode vast, zodat de cliënt de prestaties van de onderneming kan beoordelen.

  • 3 Een beleggingsonderneming verstrekt bij het beheren van een individueel vermogen van een niet- professionele belegger, naast de informatie op grond van het eerste lid, voor zover van toepassing, aan de cliënt informatie over:

    • a. de waarderingsmethode en -frequentie voor de financiële instrumenten in diens portefeuille;

    • b. de bijzonderheden van een eventuele overdracht van het beheer op discretionaire basis van alle of een deel van de financiële instrumenten of gelden in de portefeuille van de cliënt;

    • c. elke evaluatie- of vergelijkingsmaatstaf, bedoeld in het tweede lid, waartegen de resultaten van de portefeuille worden afgezet;

    • d. de soorten financiële instrumenten die mogen worden opgenomen in de portefeuille en de soorten transacties die in deze instrumenten mogen worden verricht, alsmede de begrenzingen;

    • e. de beheersdoelstellingen, de omvang van het risico dat voortvloeit uit de beoordelingsruimte die de beleggingsonderneming heeft, alsmede eventuele specifieke beperkingen in deze beoordelingsruimte.

Artikel 58c

  • 1 De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat een algemene beschrijving van de aard en risico’s van financiële instrumenten die gedetailleerd genoeg is om de niet-professionele belegger in staat te stellen een beleggingsbeslissing te nemen.

  • 2 De beschrijving van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, omvat, indien van toepassing, mede:

    • a. de risico´s die verbonden zijn aan het desbetreffende soort financiële instrument, waaronder een uitleg over de hefboomwerking en de gevolgen daarvan en het risico dat de gehele belegging verloren gaat;

    • b. de volatiliteit van de prijs van het desbetreffende soort financiële instrument en eventuele beperkingen in de bestaande markt daarvoor;

    • c. het feit dat de cliënt met transacties in dergelijke instrumenten naast de aanschaffingskosten extra financiële- en andere verplichtingen, waaronder voorwaardelijke verplichtingen, zou kunnen aangaan;

    • d. eventuele marge- of soortgelijke verplichtingen die van toepassing zijn op het desbetreffende soort financiële instrumenten.

  • 3 Een beleggingsonderneming die aan een niet-professionele belegger informatie verstrekt over een financieel instrument waarvoor overeenkomstig de richtlijn prospectus een prospectus is gepubliceerd, deelt de cliënt mede waar dit prospectus verkrijgbaar is.

  • 4 Indien aangenomen mag worden dat de risico´s die verbonden zijn aan een financieel instrument dat uit twee of meer verschillende financiële instrumenten bestaat, groter zijn dan de risico´s die verbonden zijn aan elk van de financiële instrumenten afzonderlijk, verstrekt de beleggingsonderneming een adequate beschrijving van de verschillende financiële instrumenten waaruit het instrument bestaat en van de risicoverhogende wisselwerking daartussen.

  • 5 Een beleggingsonderneming verstrekt over een financieel instrument dat een garantie van een derde omvat, aan een niet-professionele belegger voldoende bijzonderheden over de garantie en de garantiegever.

  • 6 De essentiële beleggersinformatie wordt voor de toepassing van artikel 4:20, eerste lid, van de wet met betrekking tot een recht van deelneming in een beleggingsinstelling als passende informatie aangemerkt.

Artikel 58d

  • 1 De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat, indien van toepassing, gegevens over de omstandigheid dat een derde namens de beleggingsonderneming financiële instrumenten of gelden die toebehoren aan de niet-professionele belegger kan aanhouden, alsmede gegevens over haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het handelen of nalaten van de derde en voor de gevolgen die insolventie van de derde voor de cliënt heeft.

  • 2 Indien een derde namens een beleggingsonderneming, voor zover het toepasselijke recht dit toelaat, financiële instrumenten die toebehoren aan een niet-professionele belegger op een omnibusrekening mag aanhouden, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en waarschuwt zij op duidelijke wijze voor de risico’s die daaruit voortvloeien.

  • 3 Indien het op grond van het toepasselijke recht niet mogelijk is om door een derde

    namens een beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die toebehoren aan een niet-professionele belegger te onderscheiden van de financiële instrumenten die toebehoren aan deze derde of de beleggingsonderneming zelf, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en waarschuwt zij op duidelijke wijze voor de risico’s die daaruit voortvloeien.

  • 4 Indien op een rekening waarop financiële instrumenten of gelden worden aangehouden die aan een niet-professionele belegger toebehoren, het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en wijst zij erop dat dit van invloed kan zijn op de rechten die aan deze financiële instrumenten of gelden verbonden zijn.

  • 5 Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten of gelden aanhoudt die toebehoren aan een niet-professionele belegger brengt hem op de hoogte van het bestaan en de voorwaarden van zakelijke zekerheidsrechten of voorrechten die zij heeft of kan hebben op die financiële instrumenten of gelden, en van haar eventuele recht van verrekening op deze financiële instrumenten of gelden. Voor zover van toepassing brengt zij de cliënt er ook van op de hoogte dat een bewaarder een zakelijk zekerheidsrecht, een voorrecht of een recht van verrekening op deze instrumenten of gelden heeft of kan hebben.

  • 6 Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten aanhoudt die toebehoren aan een niet-professionele belegger verstrekt, geruime tijd voordat zij effectenfinancieringstransacties aangaat met betrekking tot die financiële instrumenten, of van dergelijke financiële instrumenten anderszins voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt gebruikmaakt, de cliënt voorafgaand aan het gebruik van deze instrumenten duidelijke, volledige en accurate informatie over haar verplichtingen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het gebruik van deze financiële instrumenten, met inbegrip van de voorwaarden voor restitutie ervan, alsmede over de risico´s die uit dat gebruik voortvloeien.

Artikel 58e

  • 1 De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat gegevens over de kosten en bijbehorende lasten, die voor zover van toepassing bestaat uit de volgende elementen:

    • a. de totale prijs van het financiële instrument, de beleggingsdienst of nevendienst, met inbegrip van alle bijbehorende kosten en als geen exacte prijs kan worden gegeven de grondslag voor de berekening van de totale prijs.

    • b. de door de beleggingsonderneming in rekening gebrachte provisies;

    • c. een vermelding van de desbetreffende buitenlandse valuta en de toepasselijke omrekeningskoers en wisselkosten, wanneer een deel van de totale prijs moet worden betaald in of luidt in een buitenlandse valuta;

    • d. vermelding van de mogelijkheid dat transacties die verband houden met het financiële instrument of de beleggingsdienst, nog andere kosten, voor de niet-professionele belegger kunnen meebrengen die niet via de beleggingsonderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;

    • e. de regelingen voor betaling of andere prestaties met betrekking tot de uitvoering van de beleggings- of nevendienst.

  • 2 De essentiële beleggersinformatie wordt voor de toepassing van artikel 4:20, eerste lid, van de wet met betrekking tot een recht van deelneming in een beleggingsinstelling als passende informatie aangemerkt wat de aan de beleggingsinstelling zelf verbonden kosten en bijbehorende lasten, met inbegrip van de instap- en uitstapprovisies, betreft.

Artikel 58f

  • 1 De beleggingsonderneming verstrekt aan een professionele belegger een algemene beschrijving van de aard en risico’s van financiële instrumenten die gedetailleerd genoeg is om hem in staat te stellen een beleggingsbeslissing te nemen.

  • 3 Indien op een rekening waarop financiële instrumenten of gelden worden aangehouden die aan een professionele belegger toebehoren, het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en wijst zij erop dat dit van invloed kan zijn op de rechten die aan deze financiële instrumenten of gelden verbonden zijn.

  • 4 Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten of gelden aanhoudt die toebehoren aan een professionele belegger brengt hem op de hoogte van het bestaan en de voorwaarden van zakelijke zekerheidsrechten of voorrechten die zij heeft of kan hebben op die financiële instrumenten of gelden, en van haar eventuele recht van verrekening op deze financiële instrumenten of gelden. Voor zover van toepassing brengt zij de cliënt er ook van op de hoogte dat een bewaarder een zakelijk zekerheidsrecht, een voorrecht of een recht van verrekening op deze instrumenten of gelden heeft of kan hebben.

  • 5 Een beleggingsonderneming verstrekt de in dit artikel bedoelde informatie aan een professionele belegger voorafgaand aan het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.

Artikel 59

Een beleggingsonderneming verstrekt een niet-professionele belegger voorafgaand aan het uitvoeren van een order met betrekking tot een financieel instrument voor diens rekening de volgende informatie over haar orderuitvoeringsbeleid:

  • a. een uitleg over het relatieve gewicht dat de beleggingsonderneming overeenkomstig artikel 4:90a, tweede lid, van de wet toekent aan de in artikel 4:90a, eerste lid, van de wet genoemde factoren, of over de wijze waarop zij het relatieve gewicht van deze factoren bepaalt;

  • b. een overzicht van de plaatsen van uitvoering waarop de beleggingsonderneming een aanzienlijk beroep doet om haar verplichting na te komen om alle redelijke maatregelen te nemen teneinde bij de uitvoering van orders van cliënten steeds het best mogelijke resultaat te behalen;

  • c. een duidelijke waarschuwing dat een specifieke instructie van de cliënt de beleggingsonderneming kan beletten de door haar vastgestelde en in haar orderuitvoeringsbeleid opgenomen maatregelen te nemen om bij de uitvoering van de desbetreffende order het best mogelijke resultaat te behalen voor de elementen waarvoor deze instructie geldt.

Artikel 59a

  • 1 Een aanbieder verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet, aan de consument informatie over de totale prijs van het complexe product of hypothecaire krediet, met inbegrip van alle bijbehorende kosten.

  • 2 Onverminderd het eerste lid verstrekt een aanbieder voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product dat strekt tot vermogensopbouw, aan de consument, voor zover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

    • a. het bedrag van de totale kosten;

    • b. de kosten die worden ingehouden op de inleg of de premie, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;

    • c. de kosten die worden ingehouden op de vermogensopbouw of uitkering, onderverdeeld naar soorten kosten zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;

    • d. de kosten die de beheerder van de beleggingsinstelling jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van rechten van deelneming in die beleggingsinstelling;

    • e. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder b, c en d, op het rendement en de vermogensopbouw of uitkering, verbonden aan de overeenkomst; en

    • f. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder b, c en d, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

    • a. overeenkomsten met betrekking tot beleggingsobjecten; en

    • b. overeenkomsten met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.

  • 4 Het tweede lid, aanhef en de onderdelen b tot en met f, zijn niet van toepassing op een levensverzekeraar die een levensverzekering aanbiedt waarbij de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling.

  • 5 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11° samenstellen en dat product in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 59b

  • 1 Een betaaldienstverlener stelt een betaaldienstgebruiker voordat deze is gebonden door een overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking.

  • 2 Op verzoek van de betaaldienstgebruiker verstrekt de betaaldienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager.

  • 3 De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden aan de betaaldienstgebruiker in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die tussen de partijen is overeengekomen.

  • 4 Indien de overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt aan het eerste lid te voldoen, voldoet deze onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

  • 5 Aan het eerste tot en met het derde lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetaalopdracht waarin de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59c

  • 1 Een betaaldienstverlener verstrekt aan een betaaldienstgebruiker in het geval van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie en voorwaarden of stelt deze aan hem ter beschikking:

    • a. gedetailleerde informatie of een unieke identificator die door de betaaldienstgebruiker moet worden verstrekt opdat een betaalopdracht correct kan worden uitgevoerd;

    • b. de maximale uitvoeringstermijn voor de aangeboden betaaldienst;

    • c. alle kosten die de betaaldienstgebruiker aan de betaaldienstverlener verschuldigd is en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van eventuele kosten; en

    • d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie toe te passen feitelijke of referentiewisselkoers.

  • 2 Voor zover van toepassing stelt de betaaldienstverlener de overige in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze aan de betaaldienstgebruiker ter beschikking.

Artikel 59d

  • 1 Een betaaldienstverlener verstrekt een betaaldienstgebruiker ruimschoots voordat deze is gebonden aan een raamovereenkomst voor betaaldiensten op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden.

  • 2 De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.

  • 3 Indien de raamovereenkomst voor betaaldiensten op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt te voldoen aan het eerste lid, voldoet deze onmiddellijk na de sluiting van de raamovereenkomst aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

  • 4 Aan het eerste lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van de ontwerpraamovereenkomst waarin de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59e

  • 1 De betaaldienstverlener verstrekt aan de betaaldienstgebruiker de volgende informatie en voorwaarden:

    • a. de naam van de betaaldienstverlener, het adres van het hoofdkantoor en, in voorkomend geval, het adres van zijn betaaldienstagent of bijkantoor in de lidstaat waar de betaaldienst wordt aangeboden, en enig ander adres, inclusief emailadres, dat relevant is voor de communicatie met de betaaldienstverlener;

    • b. de gegevens betreffende de relevante toezichthouders of toezichthoudende autoriteiten en betreffende het in artikel 1:107 van de wet bedoelde register en gegevens aan de hand waarvan de registerinschrijving kan worden gecontroleerd;

    • c. een beschrijving van de voornaamste kenmerken van de aan te bieden betaaldienst;

    • d. de gedetailleerde informatie of de unieke identificator die door de betaaldienstverlener wordt verstrekt opdat een betaalopdracht correct kan worden uitgevoerd;

    • e. de vorm waarin en de procedure volgens welke de instemming met het uitvoeren van een betalingstransactie wordt verstrekt, respectievelijk wordt ingetrokken, overeenkomstig de artikelen 522 en 534 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • f. een referentie aan het in artikel 532 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek omschreven tijdstip van ontvangst van een betaalopdracht en aan het eventueel door de betaaldienstverlener bepaalde uiterste tijdstip;

    • g. de maximum uitvoeringstermijn voor de aangeboden betaaldiensten; en

    • h. de vermelding of de mogelijkheid bestaat uitgavenlimieten voor het gebruik van het betaalinstrument overeenkomstig artikel 523, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeen te komen;

    • i. alle kosten die door de betaaldienstgebruiker aan de betaaldienstverlener verschuldigd zijn en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen en eventuele kosten;

    • j. voor zover van toepassing, de toe te passen rentevoet en wisselkoers, of, indien de referentierentevoet en -wisselkoers te hanteren zijn, de wijze van berekening van de feitelijke interesten en de relevante datum en de index of basis voor de vaststelling van die referentierentevoet of -wisselkoers;

    • k. indien overeengekomen, de onmiddellijke toepassing van wijzigingen in de referentierentevoet of -wisselkoers en de informatievereisten met betrekking tot de wijzigingen overeenkomstig artikel 517, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • l. voor zover van toepassing, de technieken voor communicatie, met inbegrip van de technische vereisten van de apparatuur van de betaaldienstgebruiker, zoals tussen de partijen voor de mededeling van informatie en kennisgevingen krachtens de wet en Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeengekomen;

    • m. de wijze waarop en de frequentie waarmee informatie betreffende betaaldiensten krachtens de wet en Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ter beschikking moet worden gesteld;

    • n. de taal of talen waarin de raamovereenkomst voor betaaldiensten wordt gesloten en waarin de communicatie gedurende de looptijd van de contractuele betrekking plaatsvindt; en

    • o. een vermelding dat de betaaldienstgebruiker het recht heeft de contractuele voorwaarden van de raamovereenkomst voor betaaldiensten en informatie en voorwaarden overeenkomstig artikel 516 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek te ontvangen;

    • p. voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen die de betaaldienstgebruiker moet nemen om de veilige bewaring van een betaalinstrument te waarborgen evenals de wijze waarop de betaaldienstverlener in kennis moet worden gesteld voor de toepassing van artikel 524, eerste lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • q. indien overeengekomen, de voorwaarden waaronder de betaaldienstverlener zich het recht voorbehoudt het gebruik van een betaalinstrument te blokkeren overeenkomstig artikel 523 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • r. informatie over de aansprakelijkheid van de betaler overeenkomstig artikel 529 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, onder vermelding van het relevante bedrag;

    • s. op welke wijze en binnen welke termijn de betaaldienstgebruiker de betaaldienstverlener in kennis moet stellen van een niet-toegestane of foutief uitgevoerde betalingstransactie overeenkomstig artikel 526 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, onder vermelding van de aansprakelijkheid van de betaaldienstverlener voor niet-toegestane betalingstransacties overeenkomstig artikel 528 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • t. informatie over de aansprakelijkheid van de betaaldienstverlener voor de uitvoering van betalingstransacties overeenkomstig de artikelen 543 tot en met 545 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; en

    • u. de voorwaarden voor terugbetaling overeenkomstig de artikelen 530 en 531 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • v. indien overeengekomen, de informatie dat de betaaldienstgebruiker geacht wordt overeenkomstig artikel 517 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wijzigingen in de voorwaarden te hebben aanvaard tenzij hij de betaaldienstverlener voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding van die wijzigingen ervan in kennis heeft gesteld dat hij de wijzigingen niet aanvaardt;

    • w. de looptijd van de raamovereenkomst voor betaaldiensten; en

    • x. een vermelding dat de betaaldienstgebruiker een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan beëindigen en alle afspraken met betrekking tot beëindiging van de overeenkomst overeenkomstig de artikelen 517, eerste lid, en 518 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • y. de contractuele bepalingen inzake het op de raamovereenkomst voor betaaldiensten toepasselijke recht of de ter zake bevoegde rechter; en

    • z. de klachtenprocedure en buitengerechtelijke geschillenbeslechting die ingevolge artikel 4:17 van de wet voor de betaaldienstgebruiker openstaan.

Artikel 59f

  • 1 Een betaaldienstverlener verstrekt, in afwijking van de artikelen 59c en 59d, met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft tevens aan waar andere in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld.

  • 2 Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

  • 3 Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

Artikel 59g

  • 1 Een betaaldienstverlener brengt een betaaldienstgebruiker geen kosten in rekening voor de ingevolge de artikelen 59a tot en met 59e te verstrekken informatie.

  • 2 Een betaaldienstverlener en een betaaldienstgebruiker kunnen overeenkomen dat kosten in rekening worden gebracht voor door de betaaldienstgebruiker gevraagde aanvullende informatie of voor informatie die frequenter of met andere communicatiemiddelen wordt verstrekt dan in de raamovereenkomst voor betaaldiensten is bepaald.

  • 3 Kosten die de betaaldienstverlener ingevolge het tweede lid in rekening mag brengen zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betaaldienstverlener feitelijk heeft gemaakt.

Artikel 60

  • 1 Onverminderd de artikelen 57 en 58 verstrekt een levensverzekeraar een cliënt voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een levensverzekering, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

    • a. zijn rechtsvorm;

    • b. het bedrag van de uitkering of uitkeringen waartoe hij zich verplicht of, voorzover dit bedrag niet op voorhand nauwkeurig kan worden bepaald, een nauwkeurige omschrijving van die uitkering of uitkeringen, alsmede van de factoren waarvan de hoogte van de uitkering of uitkeringen afhankelijk is;

    • c. een omschrijving van de keuzemogelijkheden die de cliënt of de gerechtigde op een uitkering heeft ingevolge de overeenkomst;

    • d. een nauwkeurige omschrijving van de valuta waarin de premie of de uitkering is uitgedrukt, indien dit een andere valuta is dan de euro, of van de units, eenheden of datgene waar de premie of de uitkering anderszins in is uitgedrukt, of, indien de uitkering strekt tot het verrichten van andere dan geldelijke prestaties, van die prestatie;

    • e. een nauwkeurige omschrijving van de omzettingsmethode indien bij een uitkering omzetting plaatsvindt in euro’s of een andere valuta;

    • f. de aard van de waarden, waaronder aandelen of andersoortige rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, indien de uitkering daarin wordt uitgedrukt;

    • g. de wijze van berekening en toewijzing van de winstdeling, indien de overeenkomst een recht op winstdeling omvat;

    • h. de looptijd van de overeenkomst;

    • i. de premie, verschuldigd voor de hoofddekking en, indien de overeenkomst voorziet in een of meer nevenuitkeringen, de premies die voor elk van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd en, indien deze premies gedurende de looptijd fluctueren, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de wijze waarop ze worden berekend en van de factoren waardoor het beloop ervan wordt bepaald;

    • j. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;

    • k. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;

    • l. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling:

      • 1°. de kosten die worden ingehouden op de premie, bedoeld in onderdeel i, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;

      • 2°. de kosten die worden ingehouden op de waarde van de rechten van deelneming, onderverdeeld naar eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;

      • 3°. de kosten die de beheerder van de beleggingsinstelling jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van de rechten van deelneming in die beleggingsinstelling;

      • 4°. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder 1°, 2° en 3°, op het rendement en de uitkering, verbonden aan de overeenkomst;

      • 5°. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder 1°, 2° en 3°, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst met de cliënt;

    • m. een omschrijving van de gevolgen van een verhoging of verlaging van de premie, met inbegrip van premievrijmaken, en, indien de overeenkomst in die mogelijkheid voorziet, van afkoop, en een opgave van de afkoopwaarde gedurende ten minste de eerste tien jaren van de looptijd, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage;

    • n. de wijze waarop de cliënt gebruik kan maken van zijn recht, bedoeld in artikel 4:63 van de wet, om de overeenkomst op te zeggen;

    • o. de wijze waarop de overeenkomst kan worden beëindigd en de termijn die daarbij in acht wordt genomen;

    • p. een globale indicatie van de fiscale behandeling van overeenkomsten van het desbetreffende type, waaronder begrepen de fiscale behandeling van premies, uitkeringen en de fiscale consequenties van afkoop;

    • q. het op de overeenkomst toe te passen recht, of de door de aanbieder voorgestelde rechtskeuze;

    • r. de kosten die naast de brutopremie in rekening worden gebracht;

    • s. het aan de overeenkomst verbonden financiële risico en de mate waarin dit risico voor rekening is van de cliënt; en

    • t. de overige polisvoorwaarden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

  • 3 Voorzover het financiële risico ingevolge een overeenkomst inzake een levensverzekering voor rekening van de cliënt is, kan de levensverzekeraar met de cliënt overeenkomen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de cliënt blijft indien deze overeenkomstig het tweede lid de overeenkomst, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, ontbindt.

  • 4 Indien een uitkering op grond van een overeenkomst inzake een levensverzekering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling stelt de levensverzekeraar aan de cliënt op diens verzoek informatie ter hand over het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling, waarin aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:

    • a. de doelstelling van het beleggingsbeleid, alsmede de voor het beheer gehanteerde referentieportefeuille;

    • b. aan het beleggingsbeleid gestelde restricties; en

    • c. de beleggingstitels die zijn toegestaan alsmede de afgeleide instrumenten die kunnen worden gebruikt.

  • 5 Het eerste lid, aanhef en onderdeel m, is niet van toepassing indien de cliënt een werkgever is die een overeenkomst afsluit ten behoeve van zijn werknemers in verband met een door hem toegezegd pensioen.

Artikel 61

  • 1 Onverminderd artikel 57 verstrekt een schadeverzekeraar een cliënt voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een schadeverzekering, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

    • a. zijn rechtsvorm;

    • b. het recht dat op de overeenkomst van toepassing is, of de door de schadeverzekeraar voorgestelde rechtskeuze; en

    • c. de naam en het adres van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt, of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen veertien kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

Artikel 62

Indien in geval van een overeenkomst inzake een schadeverzekering een risico is gelegen in een andere lidstaat wordt de aan de cliënt te verstrekken informatie gegeven volgens de in die andere lidstaat vastgestelde regels ter uitvoering van de artikelen 31 en 43 van richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228).

Artikel 63

  • 1 Onverminderd artikel 57 verstrekt een natura-uitvaartverzekeraar voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekering of een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon, voorzover van toepassing, ten minste de volgendeinformatie:

    • a. zijn rechtsvorm;

    • b. een omschrijving van de prestatie waartoe de natura-uitvaartverzekeraar zich verplicht;

    • c. een omschrijving van de keuzemogelijkheden die de cliënt of de verzekerde ingevolge de overeenkomst heeft;

    • d. een opgave of de premie eenmalig is verschuldigd dan wel periodiek;

    • e. de periode gedurende welke premie verschuldigd is;

    • f. een opgave van de indexering die wordt toegepast op de verzekerde prestatie of op de premie;

    • g. de overige mogelijkheden die de aanbieder heeft om de verzekerde prestatie of de premie aan te passen;

    • h. een opgave of indicatie van de afkoop- of premievrije waarde of een opgave van de wijze waarop deze waarden worden berekend;

    • i. de wijze waarop de cliënt gebruik kan maken van zijn recht, bedoeld in artikel 4:63 van de wet, om de overeenkomst op te zeggen;

    • j. de wijze waarop de overeenkomst kan worden beëindigd en de termijn die daarbij in acht wordt genomen;

    • k. het op de overeenkomst toe te passen recht, of de door de natura-uitvaartverzekeraar voorgestelde rechtskeuze;

    • l. een opgave van de uitvaartonderneming die de uitvaart zal verzorgen, dan wel van de wijze waarop wordt bepaald welke uitvaartonderneming de uitvaart zal verzorgen;

    • m. de overige polisvoorwaarden, en

    • n. indien het een overeenkomst betreft die strekt fondsvorming als bedoeld in artikel 4:18, tweede lid, van de wet: informatie over de wijze waarop de ingelegde gelden worden belegd.

  • 2 Indien de termijn van beëindiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, langer is dan een jaar, maakt de natura-uitvaartverzekeraar dit op een opvallende wijze uitdrukkelijk kenbaar aan de cliënt, bij gebreke waarvan een opzegtermijn van een jaar geldt ongeacht het in de overeenkomst bepaalde.

  • 3 In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt, of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

  • 4 Indien een natura-uitvaartverzekeraar bij de totstandkoming van een overeenkomst die strekt tot fondsvorming als bedoeld in 4:18, tweede lid, van de wet in afwijking van het eerste lid, de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van een overeenkomst of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis verstrekt in overeenstemming met het derde lid, komt de natura-uitvaartverzekeraar met de cliënt overeen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de cliënt blijft, indien deze overeenkomstig het derde lid de overeenkomst, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, ontbindt.

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter en essentiële beleggersinformatie

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:22, eerste lid, van de wet

Artikel 64

  • 1 Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat.

  • 2 Deze paragraaf is niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij overeenkomsten inzake complexe producten beheren of uitvoeren dan wel daarbij assisteren.

Artikel 65

  • 1 Een aanbieder van een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, stelt voor dat product een financiële bijsluiter op.

  • 2 Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet verhandelbaar zijn of die op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, stelt voor elke beleggingsinstelling waarvan door hem rechten van deelneming worden aangeboden een document met de essentiële beleggersinformatie op.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op complexe producten ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan anderen dan consumenten.

  • 4 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 65a

  • 1 Een aanbieder van een complex product houdt een bijgewerkte versie van de financiële bijsluiter respectievelijk de essentiële beleggingsinformatie beschikbaar op zijn website.

  • 2 De aanbieder van een complex product niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verstrekt de financiële bijsluiter onverwijld kosteloos op verzoek van een consument.

  • 3 Indien een complex product niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, wordt een financiële bijsluiter door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent onverwijld kosteloos op verzoek van de consument verstrekt, tenzij de aanbieder en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de aanbieder zelf aan de verplichting voldoet.

  • 4 Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of degene die beleggingsdiensten verleent als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, of d, van de wet, met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, verstrekt geruime tijd voorafgaand aan een inschrijving op de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling kosteloos de essentiële beleggersinformatie aan de cliënt. De essentiële beleggersinformatie wordt schriftelijk, op een duurzame drager of via een website verstrekt. Op verzoek wordt de essentiële beleggersinformatie kosteloos schriftelijk aan de cliënt verstrekt.

  • 5 Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 66

  • 1 In een financiële bijsluiter wordt informatie over de volgende onderwerpen opgenomen:

    • a. het doel van de financiële bijsluiter;

    • b. de aard en het doel van het complexe product;

    • c. de financiële risico’s van het complexe product die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de overige risico’s die samenhangen met dat product;

    • d. de verplichtingen voor de consument;

    • e. het al dan niet bestaan van een contractueel recht om de overeenkomst inzake het complexe product tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;

    • f. de gevolgen bij overlijden van de consument;

    • g. voorbeeldrendementen en de kosten van het complexe product; en

    • h. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 2 Een financiële bijsluiter bevat geen informatie over andere onderwerpen dan bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, in de financiële bijsluiter wordt opgenomen, alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en g.

Artikel 66a

  • 1 In de essentiële beleggersinformatie wordt de volgende informatie over de beleggingsinstelling opgenomen:

    • a. de identificatie van de beleggingsinstelling;

    • b. een korte beschrijving van de beleggingsdoelstellingen en beleggingsbeleid;

    • c. het historisch rendement of, indien relevant, toekomstscenario’s;

    • d. de kosten; en

    • e. het risico-opbrengstprofiel van het recht van deelneming, waaronder voldoende toelichting en waarschuwingen met betrekking tot de risico’s die aan het recht van deelneming in de desbetreffende beleggingsinstelling zijn verbonden.

  • 2 De essentiële beleggingsinformatie vermeldt duidelijk:

    • a. waar en hoe aanvullende informatie over de aangeboden rechten van deelneming en het prospectus kan worden verkregen;

    • b. dat de jaarrekening en halfjaarcijfers op de website van de beheerder beschikbaar zijn en dat deze stukken te allen tijde op verzoek kosteloos kunnen worden verkregen bij de beheerder; en

    • c. in welke taal de informatie, bedoeld in de onderdelen a en b, voor de deelnemers beschikbaar is.

  • 3 De essentiële beleggersinformatie wordt zodanig opgesteld dat cliënten de aard en de risico’s verbonden aan de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling kunnen begrijpen, zonder dat naar andere documenten wordt verwezen.

  • 4 Een vertaling van de essentiële beleggersinformatie bevat geen andere wijzigingen of aanvullingen ten opzichte van het vertaalde document, dan noodzakelijk vanwege de vertaling.

  • 5 Met betrekking tot de essentiële beleggersinformatie zijn nadere regels gesteld in verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176).

  • 6 De verordening, bedoeld in het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op aanbieders van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, voor zover de aard van de beleggingsinstelling zich hiertegen niet verzet.

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Artikel 67

  • 1 Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een beleggingsobject verstrekt de aanbieder de consument ten minste de volgende informatie:

    • a. een door een accountant dan wel een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de aanbieder zijn zetel heeft, bevoegd is de jaarrekening te onderzoeken, gecontroleerde jaarrekening, waarvan de toelichting ten minste een opsplitsing bevat van de totale verkoopkosten, de productiekosten, de beheerkosten en de administratieve kosten van de aanbieder, een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort, alsmede het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten. De opstelling van de jaarrekening geschiedt door een aanbieder met een zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden. De opstelling van de jaarrekening van een aanbieder met een zetel in een andere lidstaat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de richtlijn jaarrekening en van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening of overeenkomstig de internationale jaarrekeningstandaarden. Voor de overige aanbieders geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling geschiedt;

    • b. ten minste een maal per jaar een door een onafhankelijke deskundige in dat jaar opgestelde waardering van de serie van beleggingsobjecten waartoe het beleggingsobject behoort; en

    • c. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere onderwerpen.

  • 2 De aanbieder houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn website.

  • 3 De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gepresenteerd of geformuleerd alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

Artikel 68

  • 1 Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder de consument op diens verzoek een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo. Hij kan daarbij een vergoeding in rekening brengen van ten hoogste het bedrag van de werkelijke kosten.

  • 2 Tot een jaar na de afwikkeling van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder van krediet aan de consument op diens verzoek kosteloos een gespecificeerde afrekening.

Artikel 68a

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet met een variabele kredietvergoeding informeert de aanbieder de consument over elke wijziging van de kredietvergoeding, waarbij hij de consument tevens informeert over het gewijzigde jaarlijks kostenpercentage.

Artikel 69

  • 1 Een beleggingsonderneming die voor rekening van een cliënt een order met betrekking tot een financieel instrument heeft uitgevoerd die niet strekt ter uitvoering van een beslissing in verband met het beheren van een individueel vermogen, verstrekt aan de cliënt onmiddellijk de belangrijkste informatie over de uitvoering van deze order.

  • 2 Een beleggingsonderneming die een order als bedoeld in het eerste lid heeft uitgevoerd voor een niet-professionele belegger geeft de cliënt, onverminderd het eerste lid, onverwijld en uiterlijk op de eerste werkdag na de uitvoering van de order kennis van de uitvoering van de order. Indien de beleggingsonderneming een bevestiging van de uitvoering ontvangt van een derde, geeft de beleggingsonderneming de cliënt daarvan kennis uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst van de bevestiging van deze derde, tenzij deze derde de cliënt reeds onmiddellijk in kennis heeft gesteld.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid informeert een beleggingsonderneming die een order als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot obligaties ter financiering van een hypothecair krediet heeft uitgevoerd, de cliënt die dit krediet is aangegaan over de uitvoering van de order bij de mededeling van de kredietsom, doch uiterlijk een maand na uitvoering van de order.

  • 4 Indien een beleggingsonderneming periodiek orders met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling uitvoert voor een niet-professionele belegger, kan een beleggingsonderneming de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, éénmaal per zes maanden verstrekken.

  • 5 Een beleggingsonderneming verstrekt de cliënt desgevraagd informatie over de status van diens order.

  • 6 De kennisgeving, bedoeld in tweede lid, bevat, voorzover van toepassing en voorzover relevant in overeenstemming met tabel 1 van bijlage 1 bij de uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten, de volgende informatie:

    • a. de identificatiegegevens van de melder;

    • b. de naam of een andere omschrijving van de cliënt;

    • c. de handelsdag;

    • d. de handelstijd;

    • e. het soort order;

    • f. de identificatiegegevens van de plaats van uitvoering;

    • g. de identificatiegegevens van het financieel instrument;

    • h. de aankoop of verkoop;

    • i. de aard van de order indien het geen koop- of verkooporder betreft;

    • j. de hoeveelheid;

    • k. de prijs per eenheid;

    • l. de totale vergoeding;

    • m. de totale kosten die in rekening zijn gebracht, en een specificatie daarvan indien de niet-professionele belegger daarom verzoekt;

    • n. de verantwoordelijkheden van de cliënt met betrekking tot de afwikkeling van de transactie, waaronder de betalings- of levertermijn en de beleggingsrekeninggegevens voorzover deze gegevens en verantwoordelijkheden nog niet eerder aan de cliënt zijn medegedeeld;

    • o. het feit dat de tegenpartij van de cliënt de beleggingsonderneming zelf, een persoon die deel uitmaakt van de groep waartoe de beleggingsonderneming behoort dan wel een andere cliënt van de beleggingsonderneming was, tenzij de order is uitgevoerd via een handelssysteem dat anonieme handel mogelijk maakt.

  • 7 Indien een beleggingsonderneming een order met betrekking tot financiële instrumenten in tranches uitvoert, kan zij voor de toepassing van het zesde lid, onderdeel k, de cliënt informatie over de prijs van elke tranche afzonderlijk dan wel over de gemiddelde prijs verstrekken. Indien de beleggingsonderneming informatie over de gemiddelde prijs geeft, verstrekt zij de niet-professionele cliënt op verzoek informatie over de prijs van elke tranche afzonderlijk.

  • 8 Een beleggingsonderneming kan de informatie, bedoeld in het zesde lid, door middel van standaardcodes verstrekken indien zij een toelichting op de gebruikte codes geeft.

Artikel 70

  • 1 Een beleggingsonderneming die een individueel vermogen beheert, verstrekt de cliënt een periodiek overzicht van de vermogensbeheeractiviteiten die namens hem zijn uitgevoerd, tenzij dit overzicht reeds door een derde is verstrekt.

  • 2 Voorzover het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger, bevat het, voorzover van toepassing, de volgende gegevens:

    • a. de naam van de beleggingsonderneming;

    • b. de naam of een andere omschrijving van de ten behoeve van het beheer gehanteerde beleggingsrekening van de niet-professionele belegger;

    • c. een vermelding van de inhoud en de waardering van de portefeuille, waaronder gegevens over elk financieel instrument dat aangehouden wordt, de marktwaarde of, als deze niet beschikbaar is, de reële waarde ervan en het kassaldo aan het begin en het einde van de rapportageperiode, alsmede de portefeuilleresultaten over de rapportageperiode;

    • d. het totale bedrag aan kosten over de rapportageperiode met een afzonderlijke specificatie van in elk geval de totale beheersvergoedingen en de totale uitvoeringskosten en, voor zover van toepassing, met de vermelding dat desgewenst een gedetailleerdere specificatie wordt verstrekt;

    • e. een vergelijking van de resultaten van de portefeuille over de overzichtsperiode met elke tussen de beleggingsonderneming en de cliënt overeengekomen evaluatie- of vergelijkingsmaatstaf;

    • f. het totale bedrag aan dividenden, rente en andere betalingen die over de rapportageperiode zijn ontvangen in verband met de portefeuille van de cliënt;

    • g. informatie over corporate actions waardoor rechten worden verkregen die verband houden met financiële instrumenten in de portefeuille;

    • h. voor elke in de rapportageperiode uitgevoerde transactie, voor zover van toepassing, de informatie, bedoeld in artikel 69, zesde lid, onderdelen c tot en met l, tenzij de cliënt per transactie informatie wenst te ontvangen overeenkomstig het vijfde lid.

  • 3 De beleggingsonderneming verstrekt het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, voor zover het betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger eenmaal per zes maanden.

  • 4 In afwijking van het derde lid verstrekt een beleggingsonderneming het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger:

    • a. eenmaal per kwartaal, indien de niet-professionele belegger een verzoek daartoe heeft ingediend;

    • b. ten minste eenmaal per jaar, indien het vijfde lid van toepassing is, tenzij het periodieke overzicht betrekking heeft op transacties in effecten als bedoeld in onderdeel c van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet of in financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in dat artikel; of

    • c. maandelijks, indien het een overeenkomst betreft die een portefeuille met hefboomwerking toestaat.

  • 5 De beleggingsonderneming wijst haar cliënten die niet-professionele belegger zijn erop dat zij het recht hebben om een verzoek als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, in te dienen.

  • 6 Indien de cliënt per uitgevoerde transactie informatie wenst te ontvangen, verstrekt de beleggingsonderneming onmiddellijk na uitvoering van de transactie de belangrijkste informatie over deze transactie.

  • 7 Indien de cliënt een niet-professionele belegger is en per uitgevoerde transactie informatie wenst te ontvangen, zendt de beleggingsonderneming de cliënt een bevestiging van de transactie waarin de informatie, bedoeld in artikel 69, zesde lid, is opgenomen, uiterlijk op de eerste werkdag na de uitvoering van die transactie of, indien de beleggingsonderneming een bevestiging van de uitvoering ontvangt van een derde, uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst van de bevestiging van deze derde. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer de derde onmiddellijk na het uitvoeren van de transactie een bevestiging die dezelfde informatie bevat aan de cliënt zendt.

Artikel 71

  • 1 Indien een beleggingsonderneming in het kader van het beheer van een individueel vermogen voor een niet-professionele belegger transacties verricht of een beleggingsrekening beheert waarbij sprake is van een ongedekte open positie als gevolg van een transactie waarbij een voorwaardelijke verplichting is aangegaan, stelt de beleggingsonderneming deze cliënt tevens in kennis van verliezen die uitstijgen boven een van tevoren tussen de beleggingsonderneming en de cliënt overeengekomen drempel.

  • 2 De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt uiterlijk aan het einde van de werkdag waarop de drempel wordt overschreden of wanneer de drempel op een dag die geen werkdag is wordt overschreden, aan het einde van de eerstvolgende werkdag.

Artikel 71a

  • 1 Een beleggingsonderneming zendt een cliënt voor wie zij financiële instrumenten of gelden aanhoudt ten minste eenmaal per jaar een overzicht van de financiële instrumenten of gelden. Indien de informatie onderdeel uitmaakt van een ander periodiek overzicht dat aan een cliënt wordt verstrekt, heeft de beleggingsonderneming voldaan aan de eerste volzin.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op banken, voor zover het betreft deposito’s die zij voor cliënten aanhouden.

  • 3 Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, bevat de volgende informatie:

    • a. gegevens over alle financiële instrumenten of gelden die de beleggingsonderneming voor de cliënt aan het eind van de rapportageperiode aanhoudt;

    • b. in hoeverre financiële instrumenten of gelden van de cliënt zijn gebruikt voor effectenfinancieringstransacties; en

    • c. het voordeel dat de cliënt uit hoofde van diens deelneming in effectenfinancieringstransacties heeft behaald en de basis waarop dit voordeel is behaald.

  • 4 Indien de portefeuille van een cliënt de opbrengsten uit niet-afgewikkelde transacties bevat, wordt in de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde informatie uitgegaan van hetzij de handelsdatum hetzij de afwikkelingsdatum, indien voor al deze gegevens in het overzicht steeds dezelfde grondslag wordt gehanteerd.

  • 5 Een beleggingsonderneming die voor een cliënt financiële instrumenten of gelden aanhoudt en voor die cliënt tevens een individueel vermogen beheert, kan het overzicht, bedoeld in het eerste lid, opnemen in het periodiek overzicht van de vermogensbeheeractiviteiten.

Artikel 71b

  • 1 In het tweede lid en de artikelen 71c en 71d wordt onder eenmalige betalingstransacties verstaan een betalingstransactie waarop niet een raamovereenkomst voor betaaldiensten van toepassing is.

  • 2 Indien een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie wordt doorgegeven via een onder een raamovereenkomst voor betaaldiensten vallend betaalinstrument, is de betaaldienstverlener niet verplicht informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen die reeds uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten met een andere betaaldienstverlener aan de betaaldienstgebruiker is verstrekt of volgens de raamovereenkomst aan hem zal worden verstrekt.

Artikel 71c

Onmiddellijk na de ontvangst van een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op dezelfde wijze als in artikel 59a, eerste tot en met derde lid, is bepaald, aan de betaler de volgende informatie of stelt hij deze aan hem ter beschikking:

  • a. een referentie aan de hand waarvan de betaler kan bepalen om welke betalingstransactie het gaat, en, in voorkomend geval, de informatie betreffende de betalingsbegunstigde;

  • b. het bedrag van de betalingstransactie in de in de betalingstransactie gebruikte valuta;

  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van dergelijke kosten;

  • d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, of een desbetreffende referentie, indien deze verschilt van de overeenkomstig artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, aangeboden wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel; en

  • e. de datum van ontvangst van de betaalopdracht.

Artikel 71d

Een betaaldienstverlener verstrekt onmiddellijk na de uitvoering van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie aan de betalingsbegunstigde op dezelfde wijze als in artikel 59a, eerste tot en met derde lid, is bepaald, of stelt deze aan hem ter beschikking:

  • a. de referentie aan de hand waarvan de betalingsbegunstigde kan bepalen welke betalingstransactie en, in voorkomend geval, welke betaler het betreft, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;

  • b. het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de geldmiddelen ter beschikking van de betalingsbegunstigde worden gesteld;

  • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betalingsbegunstigde verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van dergelijke kosten;

  • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie voor die valutawissel; en

  • e. de valutadatum van de creditering.

Artikel 71e

In geval van een door de betaler geïnitieerde afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten, verstrekt een betaaldienstverlener op verzoek van de betaler voor deze betalingstransactie informatie over de maximum uitvoeringstermijn en de door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van eventuele kosten.

Artikel 71f

  • 1 Nadat het bedrag van een afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten van de betaalrekening van de betaler is gedebiteerd of, indien de betaler geen betaalrekening gebruikt, na ontvangst van de betaalopdracht, verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op de wijze bepaald in artikel 59c, eerste en tweede lid, de betaler onverwijld de volgende informatie:

    • a. een referentie aan de hand waarvan de betaler kan bepalen welke betalingstransactie het betreft en, in voorkomend geval, informatie betreffende de betalingsbegunstigde;

    • b. het bedrag van de betalingstransactie in de valuta waarin de betaalrekening van de betaler wordt gedebiteerd of in de voor de betaalopdracht gebruikte valuta;

    • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing daarvan, ofwel de aan de betaler in rekening te brengen interesten;

    • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betaler bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie na die valutawissel; en

    • e. de valutadatum van de debitering of de datum van ontvangst van de betaalopdracht.

  • 2 In een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan, in afwijking van het eerste lid, worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking gesteld op de overeengekomen wijze die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71g

  • 1 Na de uitvoering van een afzonderlijke betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde op de wijze als bepaald in artikel 59c, eerste en tweede lid, de betalingsbegunstigde onverwijld de volgende informatie:

    • a. de referentie aan de hand waarvan de betalingsbegunstigde kan bepalen welke betalingstransactie het betreft en, in voorkomend geval, welke betaler het betreft, en alle bij de betalingstransactie gevoegde informatie;

    • b. het bedrag van de betalingstransactie, in de valuta waarin de rekening van de betalingsbegunstigde wordt gecrediteerd;

    • c. het bedrag van de voor de betalingstransactie door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing daarvan, ofwel de aan de betalingsbegunstigde in rekening te brengen interesten;

    • d. voor zover van toepassing, de door de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde bij de betalingstransactie gehanteerde wisselkoers, en het bedrag van de betalingstransactie voor die valutawissel; en

    • e. de valutadatum van de creditering.

  • 2 In een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan de voorwaarde worden opgenomen dat de in het eerste lid bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld op een overeengekomen wijze die de betalingsbegunstigde de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71h

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van betaaldienstgebruikers aan wie via de website van de betaaldienstverlener de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verstrekt, mits de betaaldienstgebruiker geheel of nagenoeg geheel via de website van deze betaaldienstverlener gebruik maakt van de door de desbetreffende betaaldienstverlener verleende betaaldiensten.

Artikel 71i

  • 1 Met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen verstrekt de betaaldienstverlener, in afwijking van artikel 71e, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen;

  • 2 Een betaaldienstverlener kan, in afwijking van de artikelen 71f tot en met 71h, met de betaaldienstgebruiker overeenkomen dat de betaaldienstverlener na uitvoering van een betalingstransactie:

    • 1°. uitsluitend een referentie verstrekt of beschikbaar stelt waarmee de betaaldienstgebruiker van de betaaldienst de betalingstransactie, het daarmee gemoeide bedrag en de kosten ervan kan identificeren, of in het geval van verschillende gelijkaardige betalingstransacties aan dezelfde betalingsbegunstigde, uitsluitend informatie over het totale bedrag en de kosten van deze betalingstransacties;

    • 2°. niet verplicht is de onder 1° bedoelde informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen als het betaalinstrument anoniem wordt gebruikt of als verstrekking hiervan voor de betaaldienstverlener uit technisch oogpunt onmogelijk is, waarbij de betaaldienstverlener de betaler echter een mogelijkheid biedt de opgeslagen bedragen te verifiëren.

  • 2 Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

  • 3 Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

Artikel 71j

  • 1 Indien een betalingsbegunstigde een vergoeding verlangt of een korting aanbiedt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaler daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

  • 2 Indien een betaaldienstverlener of een derde een vergoeding verlangt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaaldienstgebruiker daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

Artikel 71k

Artikel 59f is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge de artikelen 71b tot en met 71j te verstrekken of ter beschikking te stellen informatie.

Artikel 71l

Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling draagt er zorg voor dat betaaldienstagenten die voor haar rekening handelen, de betaaldienstgebruiker daarvan in kennis stellen. Zij draagt er tevens zorg voor dat haar bijkantoren de betaaldienstgebruiker in kennis stellen van het feit bijkantoor te zijn van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling.

Artikel 72

  • 1 Een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent die voor rekening van een verzekeraar een verzekering heeft gesloten, vermeldt in de polis dan wel in een daaraan toegevoegd aanhangsel de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, het aandeel dat hij namens de verzekeraar heeft geaccepteerd. In geval van een schadeverzekering vermeldt hij tevens elke wijziging in het door hem namens de verzekeraar geaccepteerde aandeel in een aanhangsel.

  • 2 Wordt, nadat de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent de verzekering heeft gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent geaccepteerde aandeel in de verzekering is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel gegeven, dan verstrekt de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk de ondergevolmachtigde agent de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de cliënt binnen vier weken na het sluiten van de verzekering of na het aanbrengen van de wijziging. Behoort de verzekering evenwel tot de portefeuille van een bemiddelaar, dan verstrekt de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk de ondergevolmachtigde agent deze gegevens binnen twee weken aan deze bemiddelaar.

  • 3 Wordt, nadat een verzekering is gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de verzekeraar geaccepteerde aandeel in de overeenkomst is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel afgegeven waarin de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, diens aandeel of daarin aangebrachte wijziging is vermeld, dan verstrekt de bemiddelaar tot wiens portefeuille de verzekering behoort deze gegevens binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst of na het aanbrengen van de wijziging aan de cliënt.

  • 4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien binnen de desbetreffende termijn de verzekering is tenietgegaan en daaraan door de cliënt of andere belanghebbenden geen rechten meer kunnen worden ontleend.

  • 5 De gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent of de betrokken bemiddelaar stelt de cliënt desgevraagd onverwijld in kennis van de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, van de aandelen die de verzekeraars hebben geaccepteerd of van wijzigingen die daarin zijn aangebracht.

Artikel 73

  • 1 Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een levensverzekering verstrekt een levensverzekeraar de cliënt, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

    • a. iedere wijziging van zijn handelsnaam of handelsnamen, statutaire naam, rechtsvorm of adres;

    • b. iedere wijziging van de polisvoorwaarden;

    • c. voorzover zulks niet blijkt uit een wijziging van de polisvoorwaarden: iedere wijziging van de overeenkomst met betrekking tot de in de artikelen 57, eerste lid, onderdeel c, en artikel 60, eerste lid, onderdelen b tot en met m, en o tot en met s, bedoelde onderwerpen of van de op die onderdelen van toepassing zijnde regelgeving;

    • d. de jaarlijkse winstdeling;

    • e. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling:

      een jaarlijkse opgave over het voorafgaande jaar van:

    • f. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: een jaarlijkse prognose van de hoogte van het eindkapitaal op basis van een pessimistische voorspelling of het historisch rendement;

    • g. indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling: het gevoerde beheer van de beleggingsinstelling;

    • h. indien de cliënt daarom verzoekt: een opgave van de premievrije waarde op de einddatum van de verzekering, onder vermelding van het voor de berekening gehanteerde rendementspercentage, of een opgave van de wegens afkoop verschuldigde kosten en de actuele afkoopwaarde.

  • 2 Indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verstrekt de levensverzekeraar, onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel h, aan de cliënt die verzoekt zijn premie te verhogen of te verlagen of zijn polis premievrij te maken: een aan de nieuwe premie aangepaste opgave overeenkomstig artikel 60, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, 2° en 3°.

  • 3 Het eerste lid, aanhef en onderdelen e, f en h, en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de cliënt een werkgever is die de overeenkomst heeft afgesloten ten behoeve van zijn werknemers in verband met een door hem toegezegd pensioen.

Artikel 74

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekering of een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon verstrekt een natura-uitvaartverzekeraar de cliënt, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

  • a. iedere wijziging van zijn handelsnaam of handelsnamen, statutaire naam, rechtsvorm of adres;

  • b. iedere wijziging van de polisvoorwaarden; en

  • c. voorzover zulks niet blijkt uit een wijziging van de polisvoorwaarden: iedere wijziging van de overeenkomst ten aanzien van de in de artikelen 57, eerste lid, onderdeel c, en 63, eerste lid, onderdelen b tot en met h, j en l bedoelde onderwerpen of van de op die onderdelen van toepassing zijnde regelgeving.

Artikel 75

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een schadeverzekering stelt een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche Aansprakelijkheid Motorrijtuigen uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland de cliënt binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Artikel 76 [Vervallen per 01-11-2007]

Artikel 77

  • 1 In afwijking van artikel 57 en onverminderd de artikelen 60 tot en met 63 verstrekt een financiëledienstverlener een consument voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

    • a. zijn naam en adres, de hoedanigheid waarin hij optreedt tegenover de consument en, indien de financiëledienstverlener een rechtspersoon is, de statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen;

    • b. de aard van zijn financiële dienstverlening;

    • c. voorzover artikel 4:17 van de wet van toepassing is: zijn interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, onderdeel a, van de wet en de erkende geschilleninstantie waarbij hij is aangesloten;

    • d. zijn inschrijving in het door de toezichthouder gehouden register;

    • e. de naam van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het handelsregister waarvan hij is ingeschreven en het nummer van de inschrijving;

    • f. de belangrijkste kenmerken van het financiële product;

    • g. de risico’s die met het financiële product samenhangen;

    • h. de totale kosten of, wanneer de exacte kosten niet kunnen worden genoemd, de grondslag voor de berekening van de kosten, zodat de consument de kosten kan verifiëren;

    • i. de omstandigheid dat de consument andere bedragen verschuldigd kan zijn die niet via de financiëledienstverlener worden betaald of door hem worden opgelegd;

    • j. de extra kosten voor het gebruik van een techniek voor communicatie op afstand;

    • k. de wijze van betaling door de consument en de wijze van uitvoering van de overeenkomst op afstand;

    • l. beperkingen in de geldigheidsduur van de verstrekte informatie;

    • m. de minimale looptijd van de overeenkomst op afstand;

    • n. het contractuele recht op tussentijdse beëindiging van de overeenkomst op afstand en de eventuele boete verbonden aan de uitoefening van dat recht;

    • o. het feit dat het in artikel 4:28, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde recht wel of niet van toepassing is, de duur van en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen, de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht en de wijze waarop dat recht kan worden uitgeoefend;

    • p. het bestaan van op de overeenkomst op afstand toepasselijke garantiefondsen of andere compensatieregelingen die niet vallen onder richtlijn nr. 1994/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (PbEG L 135) en richtlijn nr. 1997/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels (PbEG L 084);

    • q. de taal of de talen waarin de voorwaarden van de overeenkomst op afstand en de in dit artikel bedoelde informatie worden verstrekt, alsmede de taal of talen waarin de financiëledienstverlener zal communiceren gedurende de looptijd van de overeenkomst op afstand;

    • r. het op de totstandbrenging van betrekkingen met de consument voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op afstand toe te passen recht, het op die overeenkomst toe te passen recht en de bevoegde rechter;

    • s. de overige voorwaarden van de overeenkomst op afstand; en

    • t. indien hij gebruik maakt van een andere beroepsbeoefenaar, de naam en adres van deze beroepsbeoefenaar en, indien deze een rechtspersoon is, diens statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen, en de hoedanigheid waarin deze tegenover de consument optreedt

  • 3 Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot natura-uitvaartverzekeringen voldoet aan het eerste lid, aanhef en onderdeel n, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdelen h, i, en j.

  • 4 Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot consumptief krediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112, eerste en tweede lid, of, indien het krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand wordt verleend waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112a, eerste lid.

  • 5 Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot effectenkrediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie zoals opgenomen in bijlage F van dit besluit.

Artikel 78

  • 1 Indien een overeenkomst op afstand op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de in artikel 77 bedoelde informatie niet schriftelijk of via een andere duurzame drager als bedoeld in artikel 49, eerste lid, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, kan de financiëledienstverlener de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument verstrekken.

  • 2 In afwijking van artikel 77, eerste lid, aanhef, verstrekt de financiëledienstverlener een consument de in dat artikel bedoelde informatie:

    • a. indien het een overeenkomst op afstand inzake een schadeverzekering betreft, uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis;

    • b. indien het een overeenkomst op afstand inzake een levensverzekering, inzake een natura-uitvaartverzekering of een overeenkomst op afstand die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon betreft, uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis. Indien het een overeenkomst op afstand inzake een levensverzekering of een overeenkomst op afstand die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon waarvan de waarde afhankelijk is van de ontwikkeling op financiële markten betreft, heeft de consument het recht zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van het tot stand komen van de overeenkomst, te ontbinden en wordt de consument door de financiëledienstverlener geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

  • 3 Voorzover het financiële risico ingevolge een overeenkomst op afstand inzake een levensverzekering voor rekening van de consument is, kan de financiëledienstverlener met de consument overeenkomen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de consument blijft indien deze de overeenkomst terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst ontbindt.

  • 4 Natura-uitvaartverzekeraars die overeenkomsten op afstand aangaan die strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van de mens en die overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, de in dat lid bedoelde informatie uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis verstrekken, komen met de consument overeen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de consument blijft, indien deze ingevolge het tweede lid, onderdeel b, de overeenkomst terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst ontbindt.

Artikel 79

  • 1 Een financiëledienstverlener deelt aan een consument bij het gebruik van de telefoon voor het doen van ongevraagde oproepen ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, aan het begin van elk gesprek duidelijk de identiteit van de financiëledienstverlener, alsmede het commerciële oogmerk van de oproep mee. In afwijking van artikel 77, kan de financiëledienstverlener in dergelijke oproepen, indien de consument daarmee uitdrukkelijk instemt, volstaan met het informeren van de consument over:

    • a. de identiteit van de persoon die in contact staat met de consument en de relatie van deze persoon met de financiëledienstverlener;

    • b. de belangrijkste kenmerken van het financiële product of de financiële dienst;

    • c. de totale kosten, of, wanneer de exacte kosten niet kunnen worden genoemd, de grondslag voor de berekening van de kosten, zodat de consument de kosten kan verifiëren;

    • d. de omstandigheid dat de consument andere bedragen verschuldigd kan zijn die niet via de financiëledienstverlener worden betaald of door hem worden opgelegd;

    • e. de toepasselijkheid van het in artikel 4:28, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde recht, de duur van en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen, de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht; en

    • f. de omstandigheid dat op verzoek van de consument andere informatie beschikbaar is, waarbij de aard van die informatie aan de consument wordt medegedeeld.

  • 2 Ten aanzien van consumptief krediet dat op verzoek van de consument met onmiddellijke ingang beschikbaar wordt gesteld, anders dan in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens:

    • a. het jaarlijks kostenpercentage berekend voor een representatief voorbeeld;

    • b. het totale door de consument te betalen bedrag;

    • c. het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming;

    • d. de duur van de kredietovereenkomst;

    • e. in geval van goederenkrediet, de roerende zaak of de dienst en de contante prijs daarvan;

    • f. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en, voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, en de termijnen, de voorwaarden en de procedure voor wijziging daarvan; en

    • g. het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de consument te verrichten betalingen, en, indien van toepassing, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op de aflossing.

  • 3 Ten aanzien van consumptief krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens.

  • 4 Ten aanzien van effectenkrediet zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens:

    • a. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en, voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, en de termijnen, de voorwaarden en de procedure voor wijziging daarvan; en

    • b. dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen; en

    • c. welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.

  • 5 Indien een overeenkomst op afstand tot stand komt via spraaktelefonie, verstrekt een financiëledienstverlener de in artikel 77, eerste lid, bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument. Voorzover het een overeenkomst inzake een levensverzekering, natura-uitvaartverzekering of schadeverzekering betreft, is artikel 78, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onderscheidenlijk het tweede lid, aanhef en onderdeel b, of het derde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 80

Gedurende de looptijd van een overeenkomst op afstand verstrekt een financiëledienstverlener aan de consument op diens verzoek de voorwaarden van de overeenkomst. Voorts kan de consument het gebruik van een ander middel van communicatie op afstand verlangen, tenzij dat niet met de tot stand gekomen overeenkomst op afstand te verenigen is.

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

Artikel 80a

  • 1 De informatie, bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, stelt de beleggingsonderneming in staat om vast te kunnen stellen dat een transactie waarop haar advies of beheer van een individueel vermogen betrekking heeft:

    • a. voldoet aan de beleggingsdoelstellingen van de cliënt;

    • b. van dien aard is dat de cliënt de met zijn beleggingsdoelstellingen samenhangende beleggingsrisico’s financieel kan dragen; en

    • c. van dien aard is dat de cliënt, gelet op diens ervaring en kennis, kan begrijpen welke beleggingsrisico’s aan de transactie of aan het beheer van zijn portefeuille verbonden zijn.

  • 2 De informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bevat gegevens over de duur van de periode waarin de cliënt de belegging wenst aan te houden, diens risicobereidheid en beleggingsdoelstelling.

  • 3 De informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bevat gegevens over de bron en omvang van de periodieke inkomsten, het vermogen en de financiële verplichtingen van de cliënt.

  • 4 Een beleggingsonderneming die een professionele belegger adviseert over een financieel instrument handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel b, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt de met zijn beleggingsdoelstellingen samenhangende beleggingsrisico’s financieel kan dragen.

  • 5 Een beleggingsonderneming die een advies over financiële instrumenten verleent of een individueel vermogen beheert voor een professionele belegger handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel c, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt.

Artikel 80b

  • 1 Een beleggingsonderneming die zonder daarbij te adviseren een andere beleggingsdienst verleent dan het beheren van een individueel vermogen, stelt bij de beoordeling van de passendheid, bedoeld in artikel 4:24, eerste lid, van de wet, vast of de cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt om te begrijpen welke risico’s aan het betrokken financiële instrument en de betrokken beleggingsdienst verbonden zijn.

  • 2 Een beleggingsonderneming, als bedoeld in het eerste lid, die een beleggingsdienst verleent voor een professionele belegger, handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel c, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt.

  • 3 Indien de cliënt vóór 1 november 2007 een reeks transacties met betrekking tot financiële instrumenten heeft verricht of vóór dat tijdstip een beleggingsdienst verscheidene malen heeft afgenomen, mag de beleggingsonderneming ervan uitgaan dat de cliënt met betrekking tot dat financiële instrument of die beleggingsdienst over de ervaring en kennis, bedoeld in het eerste lid, beschikt.

Artikel 80c

  • 1 De informatie over de kennis en ervaring van de cliënt, bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet, voorzover deze redelijkerwijs relevant is voor een advies over financiële instrumenten of beheer van een individueel vermogen, en de informatie, bedoeld in artikel 4:24, eerste lid, van de wet, is wat de hoeveelheid betreft evenredig aan het soort cliënt, de aard en omvang van de beleggingsdienst en het beoogde soort financiële instrument, de complexiteit ervan en de daarmee samenhangende risico’s, en bevat gegevens over:

    • a. het soort beleggingsdiensten en financiële instrumenten waarmee de cliënt vertrouwd is;

    • b. de aard, het volume en de frequentie van de transacties in financiële instrumenten van de cliënt en de periode waarin deze zijn verricht; en

    • c. de opleiding en het beroep of, voor zover relevant, het vroegere beroep of de vroegere beroepen van de cliënt.

Artikel 80d

Als financieel instrument in de zin van artikel 4:24, vierde lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen financiële instrumenten, niet zijnde financiële instrumenten als bedoeld in onderdeel c van de definitie van effecten in artikel 1:1 van de wet of financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet, voor zover:

  • a. er zich regelmatig een gelegenheid voordoet om deze te verkopen, te gelde te maken of anderszins te realiseren tegen voor de marktdeelnemers publiekelijk beschikbare prijzen die hetzij marktprijzen zijn, hetzij prijzen die afkomstig zijn van of gevalideerd door waarderingssystemen die onafhankelijk zijn van de uitgevende instelling of beleggingsinstelling;

  • b. deze voor de cliënt geen andere verplichtingen met zich brengen dan de betaling van de aanschaffingskosten ervan; en

  • c. voor het publiek informatie beschikbaar is over de kenmerken ervan die goed te begrijpen is, zodat cliënten, die geen professionele belegger zijn, met kennis van zaken een beslissing over een eventuele transactie in deze financiële instrumenten kunnen nemen.

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

Artikel 81

  • 1 Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen of elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde informatie aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is uitsluitend toegestaan indien de consument daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan het verlenen van deze toestemming.

  • 2 Het gebruik van andere dan de in het eerste lid genoemde technieken voor communicatie op afstand voor het overbrengen van ongevraagde informatie of het doen van ongevraagde mededelingen aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is toegestaan, tenzij de desbetreffende consument te kennen heeft gegeven dat hij informatie of mededelingen waarbij van deze technieken gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat aan een consument ongevraagde informatie wordt overgebracht.

  • 3 Een financiële onderneming die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van een financieel product of het verlenen van een financiële dienst mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen van informatie ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand met betrekking tot eigen gelijksoortige financiële producten of financiële diensten, indien bij de verkrijging van de contactgegevens aan de consument duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos en op gemakkelijke wijze verzet aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en, indien de consument hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke tot stand gebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om onder dezelfde voorwaarden verzet aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Bij het gebruik van elektronische berichten ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand dienen telkens de volgende gegevens te worden vermeld:

    • a. de werkelijke identiteit van degene namens wie de communicatie wordt overgebracht, en

    • b. een geldig postadres of nummer waaraan de ontvanger een verzoek tot beëindiging van dergelijke communicatie kan richten.

Artikel 82

  • 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of beleggingsonderneming benadert personen die geen professionele belegger zijn, die geen deelnemer zijn in de beleggingsinstelling of aan wie de beleggingsonderneming nog geen beleggingsdienst heeft verleend, direct noch indirect in persoon, anders dan door middel van een techniek voor communicatie op afstand als bedoeld in artikel 81, tenzij:

    • a. de betrokkene daarmee vooraf uitdrukkelijk schriftelijk dan wel elektronisch mee heeft ingestemd; of

    • b. de betrokkene in het contact slechts informatiemateriaal wordt aangeboden.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a. beheerders van instellingen voor collectieve beleggingen in effecten met zetel in een andere lidstaat, instellingen voor collectieve beleggingen in effecten met zetel in een ander lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders; en

    • b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in effecten met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.

Artikel 83

  • 1 Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder handelt in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

  • 2 Een beheerder of beleggingsmaatschappij behandelt deelnemers onder vergelijkbare omstandigheden op gelijke wijze.

  • 3 Door of namens een beleggingsinstelling worden geen transacties uitgevoerd voor haar rekening met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beheerder, de beleggingsinstelling of met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

  • 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op:

    • a. beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat die geen instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren, instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders; en

    • b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in effecten met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.

Artikel 84

Een beleggingsonderneming onthoudt zich van het uitvoeren van transacties voor rekening van cliënten met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beleggingsonderneming, tenzij sprake is van transacties waarvoor de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk opdracht heeft gegeven.

Artikel 85

Een beleggingsonderneming verricht geen transactie voor rekening van een cliënt, indien de op naam van de cliënt aanwezige saldi ontoereikend zijn om aan de verplichtingen te voldoen die voortvloeien uit die transactie.

Artikel 86

  • 1 Een beleggingsonderneming ziet er op toe dat cliënten die posities hebben in financiële instrumenten waaruit verplichtingen kunnen voortvloeien voortdurend over voldoende saldi beschikken om aan de actuele verplichtingen die uit die posities voortvloeien te voldoen.

  • 2 Indien een cliënt als bedoeld in het eerste lid over onvoldoende saldi beschikt om te voldoen aan de actuele verplichtingen die voortvloeien uit posities in financiële instrumenten, ziet de beleggingsonderneming er op toe dat deze cliënt zekerheden stelt waaruit die verplichtingen kunnen worden voldaan. Indien de cliënt geen zekerheden kan stellen, sluit de beleggingsonderneming de posities zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen.

Artikel 86a

Een financiële onderneming voert een beleid inzake beloningen dat erop is gericht te voorkomen dat de beloning van degenen die het beleid van de onderneming bepalen of mede bepalen, haar werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder haar verantwoordelijkheid bezighouden met het verlenen van financiële diensten of andere activiteiten leidt tot onzorgvuldige behandeling van consumenten, cliënten of deelnemers.

Artikel 86b

  • 1 Een aanbieder, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent verschaft of ontvangt voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks of middellijk geen commissie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de dienst of deze mogelijk maakt.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a. commissies die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens hem optreedt, indien de verschaffing van de commissie geen afbreuk doet aan de verplichting van de aanbieder, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt; en

    • b. relatiegeschenken, voor zover deze gezamenlijk op jaarbasis de waarde van € 100 niet overstijgen.

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:26, achtste lid, van de wet

Artikel 87

Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

Artikel 88

  • 1 Een beheerder meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door hemzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

    • a. de personen die het beleid van de beheerder, van een door hem beheerde beleggingsmaatschappij of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde beleggingsinstelling bepalen of mede bepalen; of

    • b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder, van een door hem beheerde beleggingsmaatschappij of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde beleggingsinstelling.

  • 2 De beheerder meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

Artikel 89

  • 1 Een beheerder meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, voorzover het betreft gegevens over:

    • a. de activiteiten van de beheerder en de soorten beleggingsinstellingen die hij beheert of voornemens is te beheren, bedoeld in onderdeel 1.b. van bijlage D;

    • b. de personen die het dagelijks beleid van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde beleggingsinstelling bepalen, bedoeld in onderdeel 2.1.a van bijlage D;

    • c. de personen die het beleid van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde beleggingsinstelling bepalen of mede bepalen, bedoeld in onderdeel 2.1.b. van bijlage D;

    • d. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder of van een bewaarder die is verbonden aan een door hem beheerde beleggingsinstelling, bedoeld in onderdeel 2.1.c van bijlage D; of

    • e. de algemene gegevens betreffende de beheerder en de bewaarders, bedoeld in onderdeel 3 van bijlage D.

  • 2 De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming binnen vier weken na ontvangst van de melding.

  • 3 De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, c of d, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

    • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of

    • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding de beheerder of een derde om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.

  • 4 Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beheerder.

  • 5 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, het privé-adres en de functie;

    • b. een curriculum vitae;

    • c. een opgave van de geldige relevante diploma’s;

    • d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en

    • e. een opgave van referenten.

  • 6 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;

    • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en

    • d. een opgave van referenten.

  • 7 Het zesde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de voorgenomen wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 90

Een beheerder zendt een afschrift van elke met een bewaarder gesloten overeenkomst alsmede van wijzigingen van een met een bewaarder gesloten overeenkomst binnen twee weken na ondertekening of wijziging van de overeenkomst aan de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 91

  • 1 Een beheerder meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 4:50, eerste lid, met uitzondering van onderdeel g, van de wet, van een door hem beheerde beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

  • 3 Een beheerder meldt een wijziging in het fondsreglement of de statuten van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten ten minste een maand voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

  • 4 Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten meldt het voornemen tot vervanging van de beheerder of de bewaarder die aan de instelling voor collectieve belegging in effecten is verbonden ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

  • 5 De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het derde en vierde lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.

Artikel 92

  • 1 Een beheerder die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een instelling voor collectieve belegging in effecten beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

    • a. een wijziging in het adres in de lidstaat waar documenten kunnen worden opgevraagd;

    • b. een wijziging in de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen; of

    • c. het voornemen om het aanbieden van rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken.

  • 2 Een beheerder die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een instelling voor collectieve belegging in effecten beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren het voornemen tot wijziging van de financiële diensten die hij vanuit het bijkantoor verleent, de organisatiestructuur van het bijkantoor, de procedure voor risicobeheer en de afhandeling van klachten.

  • 3 De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen twee maanden na ontvangst van de melding en stemt in met de wijziging, tenzij de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beheerder gelet op de voorgenomen wijziging niet toereikend is.

Artikel 92a

Een beheerder die door middel van het verrichten van diensten een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in een andere lidstaat aanbiedt, meldt een wijziging van de financiële diensten die hij in de andere lidstaat verleent, de procedure voor risicobeheer en de afhandeling van klachten ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:26, zesde lid, van de wet

Artikel 93

Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 94

  • 1 Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door haarzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

    • a. de personen die het beleid van de beleggingsonderneming bepalen of mede bepalen; of

    • b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsonderneming.

  • 2 De beleggingsonderneming meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat zij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en

    • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.

Artikel 95

  • 1 Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van:

    • a. de personen die het dagelijks beleid van de beleggingsonderneming bepalen;

    • b. de personen die het beleid van de beleggingsonderneming bepalen of mede bepalen; of

    • c. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsonderneming.

  • 2 Een beleggingsonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

    • a. binnen zes weken na ontvangst van de melding; of

    • b. indien de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken na ontvangst van de melding de beleggingsonderneming of een derde om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de melding.

  • 3 Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beleggingsonderneming.

  • 4 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, het privé-adres en de functie;

    • b. een curriculum vitae;

    • c. een opgave van de relevante geldige diploma’s;

    • d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en

    • e. een opgave van referenten.

  • 5 Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

    • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;

    • b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

    • c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in artikel 13; en

    • d. een opgave van referenten.

  • 6 Het vijfde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

  • 7 Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op:

    • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en

    • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.

Artikel 96

  • 1 Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten ten minste twee weken tevoren schriftelijk een wijziging in:

    • a. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:83, tweede lid, van de wet;

    • b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87, eerste en tweede lid, van de wet;

    • c. de onderdelen van de bedrijfsvoering met betrekking waartoe ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, regels zijn gesteld, voorzover het een significante wijziging betreft;

    • d. de onderdelen van de bedrijfsvoering waarover ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, regels zijn gesteld, voorzover het een significante wijziging betreft;

    • e. de naam en het adres van het hoofdkantoor van de beleggingsonderneming, en, indien zij haar zetel niet in Nederland heeft, het adres van het bijkantoor, alsmede, in voorkomend geval, de plaats van haar zetel;

    • f. indien zij met personen in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden: de samenstelling daarvan; of

    • g. de financiële diensten die de beleggingsonderneming verleent of de financiële producten waarop deze diensten betrekking hebben.

  • 2 Het eerste lid, met uitzondering van de onderdelen b en d, is niet van toepassing op:

    • a. beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; en

    • b. beleggingsondernemingen die voor het beheren van een instelling voor collectieve belegging in effecten een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning hebben.

Artikel 97

  • 1 Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

    • a. een wijziging van de financiële diensten die zij vanuit het bijkantoor verleent;

    • b. een wijziging in het adres in de lidstaat waar documenten kunnen worden opgevraagd;

    • c. een wijziging in de identiteit van de personen die het dagelijks beleid bepalen van het bijkantoor; of

    • d. het voornemen om het verlenen van beleggingsdiensten vanuit het bijkantoor te staken.

  • 2 Het eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die hebben voldaan aan artikel 92.

Artikel 98

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

  • <