Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het financieel toezicht

Geldend op 04-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 3:278a

    • 1. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten, al dan niet voor bepaalde tijd, dat het een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank is toegestaan om in het kader van het toezicht op individuele basis dat op haar wordt gehouden, haar dochterondernemingen geconsolideerd te betrekken bij de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, de berekening van haar toetsingsvermogen en het aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 3:57 indien:

      • 1°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank ook de dochteronderneming omvatten;

      • 2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan;

      • 3°. de dochteronderneming aanzienlijke vorderingen op of verplichtingen heeft aan de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank; en

      • 4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank aantoont dat op grond van de omstandigheden en overeenkomsten, waaronder juridische afspraken, geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming aan haar kunnen verhinderen.

    • 2. De Nederlandsche Bank stelt ten minste een keer per jaar de betrokken toezichthoudende instanties van andere staten in kennis van de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van het eerste lid en van de omstandigheden en overeenkomsten bedoeld in het eerste lid, onder 4°.

    • 3. De Nederlandsche Bank maakt de onderstaande informatie openbaar:

      • a. de criteria die zij toepast om vast te stellen dat er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden kan verhinderen;

      • b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken dat op grond van het eerste lid dochterondernemingen geconsolideerd betrekken en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is, betrekken;

      • c. indien het eerste lid van toepassing is, de geaggregeerde gegevens voor Nederland met betrekking tot:

        • 1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen van Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is;

        • 2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen van die moederondernemingen;

        • 3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 van de moederondernemingen.