Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het financieel toezicht

Geldend op 25-01-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 3:278

    • 1. Het toezicht op individuele basis op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank indien:

      • a. op die Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend en de dochteronderneming in dat toezicht is opgenomen; en

      • b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat:

        • 1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank kan verhinderen;

        • 2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank zorg draagt voor een beheerste bedrijfsvoering bij de dochteronderneming en met instemming van de Nederlandsche Bank instaat voor de verplichtingen van de dochteronderneming, of de risico’s ten aanzien van de dochteronderneming verwaarloosbaar zijn;

        • 3°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank ook de dochteronderneming omvatten; en

        • 4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan.

    • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen en Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een financiële holding met zetel in Nederland waarop soortgelijk toezicht als op beleggingsondernemingen of banken wordt uitgeoefend op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c.

    • 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op betaalinstellingen die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbank voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 3:53, eerste en derde lid.

    • 4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbank voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 3:57, eerste en tweede lid.

    • 5. Het toezicht op individuele basis met betrekking tot de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken indien:

      • a. op die Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend; en

      • b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat:

        • 1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming kan verhinderen; en

        • 2°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures die relevant zijn voor het geconsolideerde toezicht, ook de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken omvatten.

    • 6. De Nederlandsche Bank maakt de onderstaande informatie openbaar:

      • a. de criteria die zij toepast om vast te stellen dat er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden kan verhinderen;

      • b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken dat valt onder de toepassing van het derde lid en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen in een staat die geen lidstaat is, betrekken; en

      • c. indien het derde lid van toepassing is, de geaggregeerde gegevens voor Nederland met betrekking tot:

        • 1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is;

        • 2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van die moederondernemingen;

        • 3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 op geconsolideerde basis van de moederondernemingen.