Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het financieel toezicht

Geldend op 25-01-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 3:4

    • 1. Een ieder met zetel in Nederland die, geen bank zijnde, zijn bedrijf maakt van:

      • a. het van professionele marktpartijen of binnen besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen; of

      • b. het ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden en van het voor eigen rekening verrichten van beleggingen, niet zijnde kredietuitzettingen,

      kan een vergunning aanvragen bij de Nederlandsche Bank voor het uitoefenen van dat bedrijf; bij de toepassing van artikel 2:12 en 2:13 merkt de Nederlandsche Bank de werkzaamheden van de aanvrager aan als het uitoefenen van het bedrijf van bank.

    • 2. Op het verlenen van een vergunning na een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, en op degene die naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een vergunning heeft verkregen van de Nederlandsche Bank, is hetgeen is bepaald ingevolge deze wet met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van bank van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van afdeling 3.5.5.