Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 30-05-2008 t/m 31-12-2008

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 september 2006, nr. WJZ 6072709, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies voor technologie ontwikkeling in het kader van het Innovatieprogramma Watertechnologie (Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten;

  • b. innoWATOR-project: een innovatieproject, bestaande uit industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan, dat is gericht op de ontwikkeling van een product, proces of dienst en dat past binnen bijlage 1 van deze regeling;

  • c. internationaal innoWATOR-project: een innovatieproject dat industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan omvat en dat, voor zover het industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan betreft, hetzij is voorzien van een EUREKA-label, hetzij een samenwerkingsverband betreft met Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika, en dat is gericht op de ontwikkeling van een product, proces of dienst en dat past binnen bijlage 1 van deze regeling;

  • d. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323);

  • e. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323);

  • f. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU 323);

  • g. publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie: een geheel of gedeeltelijk van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie;

  • h. innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatie-samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een innoWATOR-project en waaraan ten minste één in Nederland gevestigde ondernemer deelneemt;

  • i. internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband: een innovatie-samenwerkingsverband dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een internationaal innoWATOR-project en waaraan voor eigen rekening en risico ten minste deelneemt één in Nederland gevestigde ondernemer en één andere partij die is gevestigd in een staat die deelneemt aan het Eureka-programma of die is gevestigd in Canada, Japan, Singapore of de Verenigde Staten van Amerika.

Hoofdstuk 2. Subsidie voor een innoWATOR-project [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Subsidieverstrekking [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een innoWATOR-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een innoWATOR-project uitvoert.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;

      • 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

      • 3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;

      • 4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;

      • 5°. aan derden verschuldigde kosten;

      • 6°. kosten van buitenlandstages;

      • 7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;

      • 8°. kosten inzake kennisoverdracht.

    • b. een opslag voor algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

  • 2 Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.

  • 3 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien en voor zover de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

  • 4 Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.

  • 5 Op verzoek van de subsidieontvanger blijven het eerste tot en met het vierde lid buiten toepassing en wordt artikel 5 van de kaderregeling toegepast.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2008 verlenen van subsidies op grond van artikel 2, eerste lid, op de in het eerste lid bedoelde periode ontvangen aanvragen is € 5.000.000,–.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

Er is een Adviescommissie innoWATOR, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een innoWATOR-project. Artikel 6 van de kaderregeling is van toepassing.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:

    • a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;

    • b. het project onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1;

    • c. er geen relevante potentiële eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie bij het project betrokken is.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister wint over aanvragen om een subsidie voor een innoWATOR-project waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of artikel 7 afwijzend wordt beslist, het advies in van de Adviescommissie innoWATOR.

  • 2 De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:

    • a. de kwaliteit van de samenwerking beter is, tenminste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers, de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie, de betrokkenheid van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie bij het project;

    • b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie, tenminste blijkend uit de mate waarin kennis uit een onderzoeksorganisatie wordt aangewend ten behoeve van het innoWATOR–project;

    • c. het meer bijdraagt aan het duurzaam Nederlands economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;

    • d. de betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker van de te ontwikkelen technologie, al of niet als deelnemer in het samenwerkingsverband, groter is;

  • 3 Voor de rangschikking wegen de in het tweede lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

In aanvulling op artikel 21 van de kaderregeling treedt voor het indienen van de aanvraag voor het innoWATOR-samenwerkingsverband een ondernemer op als penvoerder.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 In aanvulling op artikel 33 van de kaderregeling draagt de subsidie-ontvanger zorg voor de openbaarheid van algemene kennis die voortvloeit uit het innoWATOR-project. De minister kan hierover nadere verplichtingen opleggen.

    De verplichtingen, bedoeld in dit artikellid, gelden gedurende 5 jaren nadat de subsidie is vastgesteld.

  • 3 Wanneer een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie deel uitmaakt van een innoWATOR-samenwerkingsverband, draagt het slechts kennis of andere resultaten uit een innoWATOR-project over aan een ondernemer die deelneemt aan het innoWATOR-samenwerkingsverband, indien aan ten minste één van de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project;

    • b. de resultaten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties voortvloeien, worden volledig aan de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie toegekend;

    • c. de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie in het kader van het innoWATOR-project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.

  • 4 Indien niet is voldaan aan het derde lid, onderdelen a, b of c, kan de Minister op verzoek van de penvoerder ontheffing verlenen van het verbod tot het overdragen van kennis of andere resultaten uit een innoWATOR-project van een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie die deel uitmaakt van een innoWATOR-samenwerkingsverband aan een ondernemer die deelneemt aan hetzelfde samenwerkingsverband, indien geen sprake is van staatssteun aan die ondernemer. Aan die ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Hoofdstuk 3. Subsidie voor een internationaal innoWATOR-project Nederland [Vervallen per 01-01-2009]

§ 1. Subsidieverstrekking [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 10a [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een in Nederland gevestigde deelnemer aan een internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband die voor eigen rekening en risico een deel van een internationaal innoWATOR-project uitvoert.

  • 4 In afwijking van de eerste volzin van artikel 30, eerste lid, van de kaderregeling brengt de in het eerste lid bedoelde deelnemer aan het internationale innovatie-samenwerkingsverband steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de Minister een tussenrapportage uit omtrent de uitvoering van het internationale innoWATOR project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de subsidiabele kosten.

  • 5 Van de verplichting tot het uitbrengen van tussenrapportages als bedoeld in het vierde lid kan de Minister op verzoek van de in het eerste lid bedoelde deelnemer aan het internationale innoWATOR-samenwerkingsverband voorafgaand schriftelijke ontheffing verlenen.

Artikel 10b [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 10c [Vervallen per 01-01-2009]

Ten aanzien van de subsidiabele kosten van het deel van een internationaal innoWATOR-project dat op grond van artikel 10a, eerste lid, voor subsidie in aanmerking komt, is artikel 4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10d [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2008 verlenen van subsidies op grond van artikel 10a eerste lid, op de in het eerste lid bedoelde periode ontvangen aanvragen is € 1.000.000,–.

Artikel 10e [Vervallen per 01-01-2009]

De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is drie jaar.

Artikel 10f [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innoWATOR-project hoger gerangschikt wordt naar mate:

    • a. de kwaliteit van het internationaal innoWATOR-project beter is, blijkend uit de kwaliteit van de methodologie, het werkplan en de wijze waarop de resultaten zullen worden geëxploiteerd en verspreid;

    • b. de kwaliteit van het internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband beter is, blijkend uit de kwaliteit van het project management, de competentie en complementariteit van de deelnemers in het samenwerkingsverband, de betrokkenheid bij het project van een eindgebruiker, de deelname van een MKB-ondernemer en van een onderzoeksorganisatie aan het internationaal innoWATOR-samenwerkingsverband;

    • c. het internationaal innoWATOR-project een grotere impact heeft, blijkend uit de mate van innovativiteit, de duurzaamheid van de projectresultaten, de toegevoegde waarde van de internationale samenwerking en het economische perspectief;

    • d. de resultaten van het internationaal innoWATOR-project gunstiger zijn in verhouding tot de kosten van het project.

  • 2 Voor de rangschikking wegen de in het eerste lid vermelde criteria even zwaar.

Artikel 10g [Vervallen per 30-05-2008]

Artikel 10h [Vervallen per 01-01-2009]

Ten aanzien van de op de subsidieontvanger rustende verplichtingen is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Formulieren [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

  • a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2;

  • b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3;

  • c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling innoWATOR-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 4, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, ’s-Gravenhage.

Den Haag, 19 september 2006

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

C.E.G. van Gennip

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Innovatieprogramma watertechnologie [Vervallen per 01-01-2009]

Achtergrond [Vervallen per 01-01-2009]

Wereldwijd is sprake van een toenemende behoefte aan nieuwe watertechnologie. Onder watertechnologie wordt hier verstaan: alle technologieën en technieken ten behoeve van het bereiden, transporteren, leveren, verzamelen, behandelen en (her)gebruiken van drinkwater, proceswater en afvalwater voor en van burgers, huishoudens, industrie, land- en tuinbouw, recreatie en toerisme. Deze toenemende behoefte wordt onder meer veroorzaakt door de groei van de bevolking en de welvaart, de verandering van het klimaat met periode van extreme droogte en neerslag en door de toenemende en nieuwe verontreinigingen van het milieu en daarmee het oppervlakte- en grondwater. Deze ontwikkelingen vereisen een duurzame oplossing.

Door deze maatschappelijke opgave ontstaat de komende jaren een omvangrijke en snelgroeiende vraag op de wereldmarkt. In 2001 bedroeg de omzet op de wereldmarkt 292 miljard euro en was het groeipercentage 11%.

Als dichtbevolkt land aan de monding van grote rivieren beschikt Nederland noodzakelijkerwijs over veel wetenschap en ervaring op het gebied van watertechnologie. Op de wereldranglijst met octrooiaanvragen staat Nederland bijvoorbeeld op de zevende plaats. Verhoudingswijs wordt deze kennis en kunde echter onvoldoende verzilverd op de buitenlandse markten. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de bijzondere kenmerken van de thuismarkt: de vraagzijde lijkt vrijwel verzadigd en wordt gedomineerd door risicomijdende monopolisten (bestuurd worden door overheden) zonder commerciële exportambities; de aanbodzijde is zeer heterogeen en bestaat uit vele middelgrote en kleine productiebedrijven en enkele middelgrote adviesbureaus.

De omzet van de Nederlandse waterzuiveringsector bedroeg in 2003 ongeveer € 9,1 miljard per jaar, waarvan 2,1 miljard op buitenlandse markten.

De komende jaren staat de Nederlandse waterzuiveringsector voor grote opgaven, bijvoorbeeld het zuiveren van de toenemende vervuiling, voldoen aan strengere wet- en regelgeving zoals de Europese Kaderrichtlijn Water en het benutten van de grote exportpotentie, inclusief de Millennium Development Goals.

De Nederlandse watersector wil bovengenoemde maatschappelijke opgaven en economische kansen benutten door gebruik te maken van haar sterke uitgangspunten en door het verminderen en wegnemen van de belemmeringen. Het verwezenlijken van deze ambities vereist innovatie.

In september 2005 presenteerde de watersector haar visie op de toekomst in de brochure: ‘een wereld om water, naar een nieuwe aanpak voor de watersector’. Teneinde een prominente positie te veroveren binnen deze toekomstvisie wil de watersector op een nieuwe manier gaan samenwerken en zich daarbij richten op kansrijke thema’s (focus en massa). De strategie om deze ambitie en positie op het gebied van watertechnologie te bereiken is vervolgens weergegeven in de brochure ‘een wereld om water, innovatieprogramma watertechnologie (april 2006)’.

Uitdagingen [Vervallen per 01-01-2009]

De uitdagingen en kansen voor die de Nederlandse watertechnologiesector met behulp van innovatie wil benutten zijn onder meer:

  • Verbetering van de maatschappelijke baten tegen geringe publieke kosten.

    De Nederlands watertechnologiesector wil bijdragen aan het overheidsbeleid op het gebied van volksgezondheid en milieu door het ontwikkelen en toepassen van innovaties met een gunstige prijs/kwaliteitverhouding.

  • Vergroten van het aandeel op de snelgroeiende wereldmarkt.

    De Nederlandse watertechnologiesector wil optimaal profiteren van de mondiale groei en wil haar positie op de wereldmarkt aanzienlijk verbeteren. Dit vereist een toename van de omzet en de export. Meer van hetzelfde volstaat dan niet, innovatie is nodig.

    Bovendien vragen de partijen op de wereldmarkt steeds vaker om totaaloplossingen: Design, Finance, Built and Operate.

  • Implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water.

    De uitvoering van nieuwe wet- en regelgeving in Europa vereist innovatie. Door als eerste met de beste oplossingen te komen kan de Nederlandse watertechnologiesector zich onderscheiden en een groot de van de Europese markt bedienen.

  • Millennium Development Goals.

    De Nederlandse watertechnologiesector wil een bijdrage leveren aan de Millennium Development Goals. Wereldwijd moeten voor het jaar 2015 nog 1,2 miljard mensen toegang krijgen tot drinkwater en 2,6 miljard mensen tot sanitaire voorzieningen. De Nederlandse overheid heeft aangekondigd hiervan 50 miljoen mensen duurzaam toegang te beiden tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen.

Doelstelling [Vervallen per 01-01-2009]

Het hoofddoel van het Innovatieprogramma Watertechnologie luidt:

Nederland beschikt over een excellente watertechnologiesector die economische en maatschappelijke doelen dient, zowel in Nederland als in het buitenland.

Dit hoofddoel is vertaald in vier subdoelen:

  • 1. De Nederlandse watertechnologiesector realiseert een groei die minimaal gelijk is de mondiale groei.

  • 2. De Nederlandse watertechnologiesector opereert in grote samenhang.

  • 3. De Nederlandse watertechnologiesector onderscheidt zich doordat maatschappelijke en economische doelen elkaar versterken.

  • 4. De Nederlandse watertechnologiesector kent in 2012 tenminste vier innovatieve clusters die tot de mondiale top behoren.

Het verwezenlijken van deze (sub) doelen vereist de ontwikkeling en toepassing van nieuwe kennis, technologieën, processen, producten en diensten. De noodzakelijke innovatie wordt echter verhinderd door diverse belemmeringen.

Focus op vier kansrijke clusters [Vervallen per 01-01-2009]

De Nederlandse watertechnologiesector wil haar inspanningen met betrekking tot innovatie concentreren op vier kansrijke clusters en de daarbijbehorende technologievelden, namelijk:

  • 1. Drink- en industriewatervoorziening:

    • a. ontzilting,

    • b. blue energy,

    • c. waterproductietechnologie,

    • d. waterverdeling en kwaliteit.

  • 2. Afvalwatertechnologie:

    • a. koolstof/stikstof-cyclus,

    • b. terugwinning van energie en componenten,

    • c. scheiden aan de bron,

    • d. membranen en bioreactoren.

  • 3. Sensoring-technologie, monitoring en control:

    • a. veiligheid en milieu,

    • b. procesbewaking en control.

  • 4. Interactie met natuurlijke systemen:

    • a. waterverdeling en -kwaliteit,

    • b. ondergrondse water/energie-opslagsystemen.

Belemmeringen en knelpunten bij innovatie [Vervallen per 01-01-2009]

De belemmeringen voor innovatie op het gebied van watertechnologie vinden hun oorsprong en oorzaak onder meer in:

  • 1. De specifieke kenmerken van de Nederlandse watertechnologiesector.

    De Nederlandse watertechnologiesector bestaat uit ongeveer 1400 veelal middelgrote en kleine bedrijven en instellingen, met ieder hun eigen nichemarkten en plaats in de innovatieketen. Deze beperkte schaalgrootte en vergaande specialisaties belemmert de noodzakelijke onderlinge samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling. Ook de totstandkoming van exportconsortia die wereldwijd totaaloplossingen aanbieden wordt hierdoor belemmerd.

  • 2. De specifieke kenmerken van de Nederlandse watertechnologiemarkt.

    Afnemers van watertechnologie in Nederland zijn, naast de watergebruikende industrie, vooral de drinkwaterbedrijven en waterschappen. Deze publieke instellingen zijn eigendom van en worden bestuurd door overheden. Zij hebben ieder een wettelijke zorg- en leveringsplicht voor een beperkt deel van Nederland. Mede hierdoor hebben zij geen commerciële exportambitie. Door hun monopoliepositie en hun gebonden klanten is de onderlinge concurrentie gering en voelen zij geen sterke prikkel om taken uit te besteden aan commerciële partijen. Gelet op hun verantwoordelijkheid voor volksgezondheid en milieu zijn zij terughoudend in het toepassen van nieuw technologie.

  • 3. De specifieke kenmerken van de Nederlandse kennisinfrastructuur.

    De onderzoeksactiviteiten op het gebied van watertechnologie zijn in Nederland verdeeld over verschillende kennisinstellingen zoals technische universiteiten (Delft, Twente, Wageningen), TNO, Wetsus, Kiwa, Unesco-IHE, enzovoort. Door deze versnippering ontbreekt een gemeenschappelijke visie op en sturing van het lange termijn onderzoek. Deze versnipperde kennisinfrastructuur enerzijds en de kleinschalige, verdeelde watertechnologiesector anderzijds belemmeren bovendien de totstandkoming van een gemeenschappelijk en vraaggestuurd innovatieprogramma.

Deze specifieke kenmerken van de sector, de kennisinfrastructuur en de markt leiden tot een gebrek aan:

  • focus, massa en samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van doorbraaktechnologieën,

  • snelle toepassing van kennis in nieuwe processen, producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde,

  • launching customers die als eerste een nieuwe technologie willen toepassen,

  • samenwerking bij export.

Instrumenten ter bevordering van innovatie [Vervallen per 01-01-2009]

Om bovengenoemde belemmeringen en knelpunten zoveel mogelijk weg te nemen heeft de Stuurgroep Watertechnologie in haar Innovatieprogramma de volgende instrumenten voorgesteld:

  • De oprichting van een Technologisch Top Instituut Watertechnologie, bedoeld voor de ontwikkeling van precompetitieve en vraaggestuurde kennis ten behoeve van doorbraaktechnologieën.

  • De Subsidieregeling innoWATOR-module van de van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten ten behoeve industrieel onderzoek en/of preconcurrentiële ontwikkeling door samenwerkingsverbanden. Projecten dienen te liggen op het terrein van de eerder genoemde kansrijke clusters en aandachtsgebieden.

  • Steun aan Nederlandse partijen die deelnemen aan internationale samenwerkingsverbanden voor onderzoek en ontwikkeling.

  • Een ondersteunende faciliteit voor launching customers, bedoeld om op de thuismarkt proefprojecten en referentieprojecten te realiseren waarin de werking en betrouwbaarheid van innovaties wordt gedemonstreerd en bewezen.

  • Steun aan Nederlandse consortia die wereldwijd totaaloplossingen aanbieden, bijvoorbeeld Design, Finance, Built en Operate.

Bijlage 2A [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.]

Bijlage 2B [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.]

Bijlage 2C [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.]

Bijlage 4 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem, Den Haag.]