Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Exportbevordering, [...] vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Geldend van 11-10-2006 t/m heden

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Exportbevordering, internationaal ondernemen en samenwerking vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 26 juli 2006, nr. arc-2006.03029/3);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 18 september 2006

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag op het beleidsonderdeel

Exportbevordering, Internationaal Ondernemen en Samenwerking

1945–

Ontwerp/versie april 2006

Lijst van afkortingen

AMVB: Algemene Maatregel van Bestuur

BEB: [Directoraat] Buitenlandse Economische Betrekkingen

BSD: Basisselectiedocument

BSE: Besluit Subsidie Exportfinancieringsarrangementen

BZ: Buitenlandse Zaken (Minister van)

CIHAN: Centraal Instituut ter bevordering van de Buitenlandse Handel

CKH: Centrale Kamer voor Handelsbevordering

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EG: Europese Gemeenschap(pen)

EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

EVD: Economische Voorlichtingsdienst, ook Exportvoorlichtingsdienst

EU: Europese Unie

EZ: Economische Zaken (Minister van)

GATT: Algemene Overeenkomst voor Tarieven en Handel

IBTA: Investeringsbevordering en Technical Assistance

IRHP: Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek

KB: Koninklijk Besluit

LNV: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

MKB: Midden- en kleinbedrijf

NCH: (Stichting) Nederlands Centrum voor Handelsbevordering

NCM: Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij NV

NCW: Nederlands Christelijk Werkgeversverbond

NEPO: Netherlands Export Promotion Organisation

NMCP: Netherlands Management Consultancy Programme Eastern Europe

OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister van)

ORET: Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OS: Ontwikkelingssamenwerking (Minister van)

PESP: Programma Economische Samenwerking Projecten

PSB: Programma Starters op Buitenlandse Markten

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PSO: Programma Samenwerking Oost-Europa

ROF: Renteovertbruggingsfaciliteit

Stb: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

VKK: Vereniging van Kamers van Koophandel, na 1980: Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland

1. Verantwoording

1.1. Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder ‘archiefbescheiden’ worden niet slechts papieren documenten verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht de drager – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief in Den Haag. Het Nationaal Archief is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCW en staat onder leiding van de Algemeen Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers op grond van artikel 5 van de Archiefwet 1995 verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

  • de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

  • de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;

  • de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed;

  • het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn:

  • een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan;

  • een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan; en

  • (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van de selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst. Elke selectielijst wordt na advies van de Raad voor Cultuur vastgesteld door de Minister van OCW en de minister wie het mede aangaat. De vastgestelde lijsten worden in de Staatscourant gepubliceerd.

1.2. Het doel en de werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In een Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken actoren op dat beleidsterrein. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot de vaststelling. Het BSD wordt vastgesteld in een gezamenlijk besluit van de Minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OCW) en de betrokken zorgdrager(s).

1.2.1 Functies van het BSD

Voor de zorgdrager is het BSD van belang voor de bedrijfsvoering als mogelijke basis voor ordeningsplannen.

Voor de zorgdrager dient het BSD als verantwoording tegenover de recht- en bewijszoekende burger, die de mogelijkheid heeft tijdens de ter inzage legging invloed uit te oefenen op het bewaar- en vernietigingsbeleid (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder d).

Voor de Minister belast met het cultuurbeleid (vertegenwoordigd door de Algemeen Rijksarchivaris) is het BSD de verantwoording inzake het bewaar- en vernietigingsbeleid vanuit cultureel-historisch belang (Archiefbesluit 1995, art. 2, eerste lid, onder c).

Voor de Nationaal Archief is het BSD (tezamen met het RIO) het uitgangspunt voor de Institutionele Toegangen.

1.3. De definitie van het beleidsterrein

Dit BSD is gebaseerd op het rapport institutioneel onderzoek nr. 146, Exportbevordering, door mw. E.A.T.M. Schreuder, Den Haag 2001.

Exportbevordering richt zich op het aanmoedigen van het Nederlands bedrijfsleven om tot uitvoer van producten, diensten en kennis naar of investeringen in buitenlandse markten over te gaan.

1.4. Afbakening van het (deel)beleidsterrein

Exportbevordering vormt een aanvulling op het beleid van de overheid inzake de economische betrekkingen. De basis van het beleid wordt gevormd door het streven naar vrij en onbelemmerd handelsverkeer. Dat beleid krijgt vooral vorm in de multilaterale en bilaterale betrekkingen met andere landen, zoals in de EU en de GATT. Dat deel van het beleidsterrein wordt behandeld in het nog te verschijnen Rapport Institutioneel Onderzoek nummer 145, Buitenlandse Economische Betrekkingen.

De multilaterale en bilaterale verdragen, die Nederland afsluit in het kader van de economische betrekkingen, leiden tot binnenlandse wet- en regelgeving betreffende de in- en uitvoer. Dat deelbeleidsterrein wordt beschreven in het nog te verschijnen Rapport Institutioneel Onderzoek nummer 147, De slagboom gesloten, een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein in- en uitvoerbeleid.

De voorliggende selectielijst richt zich, zoals gemeld, op de exportbevordering, gericht op het stimuleren van het Nederlandse bedrijfsleven door middel van voorlichting, promotie, organisatorische en financiële ondersteuning en bemiddeling tot het afzetten van hun producten in het buitenland en/of het doen van investeringen in het buitenland.

Het herverzekeren van export- en importkredieten is ook te beschouwen als een instrument ten behoeve van de exportbevordering. Dit deel van het beleidsterrein is behandeld in A.A. Mietes, Herverzekerd. een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelen op het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties, 1940–1996. PIVOT-rapport nummer 78. Den Haag 1999. De herverzekering van deze kredieten blijft in dit rapport buiten beschouwing, op één handeling na, een praktische herverzekeringshandeling met betrekking tot de kaders gericht op de exportbevordering. In 2004 nam de EVD van Senter de Seno-faciliteit over, die bedoeld is voor exporteurs die betalingsrisico’s willen verzekeren die zijn verbonden aan de export van kapitaalgoederen naar opkomende landen, waaronder Oost-Europa.

Ook buiten beschouwing blijft de exportbevordering en handelspolitiek betreffende agrarische producten. Dat beleidsterrein viel voor het grootste deel onder het Ministerie van LNV en wordt behandeld in het rapport: J.H. van Tol Agrarische handelspolitiek en exportbevordering. Een institutioneel onderzoek naar taken en handelingen van actoren op het gebied van de agrarische handelspolitiek, internationale samenwerking en exportbevordering ten aanzien van agrarische en visserijproducten, en naar de agrarische vertegenwoordiging in het buitenland, vanaf 1945. PIVOT-rapport nummer 80, Den Haag 2001. In dat rapport zijn ook de handelingen betreffende de afstemming tussen de Ministers van Economische Zaken en Landbouw beschreven.

De voorliggende selectielijst wijkt in enkele opzichten af van het RIO waarop de lijst is gebaseerd. In het belang van de selectie van de archieven van de EVD, zijn er nieuwe handelingen aan de lijst toegevoegd. Daarbij is de oorspronkelijke onderzoeksperiode van 1945–2000 overschreden.

Tevens zijn er handelingen opgenomen betreffende internationale publieke samenwerking in relatie tot exportbevordering. Tenslotte zijn er hieronder enige aanvullingen van het contextgedeelte van het RIO opgenomen.

Aan het eind van deze selectielijst worden in een concordans de handelingnummers in deze lijst gekoppeld aan de oorspronkelijke handelingnummers in het RIO, voorzien van enige toelichting van eventuele wijzigingen.

1.5. Doelstelling van de overheid op het beleidsterrein Exportbevordering, Internationaal Ondernemen en Samenwerking

De Nederlandse overheid beschouwde tot 1945 exportbevordering vooral als een zaak van het bedrijfsleven zelf. De overheid kon ondersteuning bieden en die werkzaamheden verrichten, waarvoor door het bedrijfsleven onvoldoende middelen beschikbaar waren. De taak van de overheid bleef dan vooral beperkt tot het verwerven en bewerken van algemene economische en handelsinformatie ten behoeve van het bedrijfsleven en het verstrekken van informatie bij individuele handelsaanvragen. De actieve exportbevordering, bemiddeling, organisatie van en deelname aan beurzen en tentoonstellingen, marktverkenningen en promotie, zou vooral zaak van het bedrijfsleven zelf zijn.

De EVD, opgericht in 1933 was het overheidsorgaan dat taken op het terrein van de exportbevordering uitvoerde. Daarnaast verschaften de buitenlandse diplomatieke posten op aanvraag informatie aan bedrijven.

Na de Tweede Wereldoorlog won exportbeleid aan belang. Met export van Nederlandse goederen konden buitenlandse valuta worden verdiend, welke voor de wederopbouw van Nederland noodzakelijk waren. In het sociaal-economisch beleid nam de industrialisatie van Nederland een centrale plaats in. Voor de afzet van deze producten was de binnenlandse markt te klein. Daarom was het noodzakelijk om sterker dan voorheen op actieve exportbevordering in te zetten.

De overheid zette vooral in op de totstandkoming van goede voorwaarden voor de export. De belangrijkste voorwaarde was vrij en onbelemmerd handelsverkeer. Daarbij was Nederland mede afhankelijk van het buitenland. Binnenlands diende een gematigde loon en prijsbeleid, een goede concurrentiepositie van het Nederlands bedrijfsleven. Daarnaast diende het bedrijfsleven d.m.v. aanvullende maatregelen en inspanningen gestimuleerd te worden hun producten in het buitenland af te zetten.

In eerste instantie richtten de inspanningen van de overheid en het bedrijfsleven zich vooral op het herstel van de afzet op de Europese markt. Het exportpakket van Nederland was van oudsher gebaseerd op landbouw- en visserijproducten en daarvan afgeleide industriële producten. Teneinde de export naar Amerika en Canada te bevorderen werden in 1949 maatregelen genomen. Verder werd aandacht besteed aan de kwaliteit en de verpakking van de producten en het voeren van doelmatige reclamecampagnes. Ook werd het vormen van exportcombinaties gestimuleerd, waarvoor de regering soms financiële middelen uittrok om deze te ondersteunen.

De NEPO was een ambtelijke organisatie en nam taken over van particuliere organisaties zoals the Netherlands Chamber of Commerce in New York, deels gesubsidieerd door het Ministerie van Economische Zaken.

In de jaren vijftig, in de Nota inzake de Exportpolitiek, bereidde de regering een waaier aan maatregelen voor ten behoeve van de export. De maatregelen betroffen meer structurele zaken, zoals handelspolitieke belemmeringen, verbetering van het exportklimaat in het algemeen, zowel in het binnenland als in het buitenland; een meer evenwichtige opbouw van het exportpakket en beïnvloeding van de richting van de exportstroom, teneinde een betere samenstelling en spreiding van de uitvoer te verkrijgen.

Specifieke maatregelen inzake de exportbevordering werden vooral gericht op het MKB. De overheid beschouwde export voor een groot deel de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven.

De grote ondernemingen hebben meestal mogelijkheden genoeg om voor zichzelf te zorgen, d.m.v. eigen vestigingen in het buitenland, handelsagenten, voldoende kennis van de buitenlandse markten etc. Het MKB daarentegen heeft minder mogelijkheden om op de exportmarkten aanwezig te zijn. De ondernemingen zijn vaak te klein om op eigen houtje marktverkenningen te plegen, een handelsagent aan te stellen, buitenlandse handelscontacten te onderhouden, etc. Daarom richt de exportbevordering, zowel door het georganiseerd bedrijfsleven als door de overheid zich vooral op het MKB.

De rol van de overheid was vooral voorwaardenscheppend en ondersteunend. Het Ministerie van EZ subsidieerde een aantal instituten, onderhield het handelscommissariaat in de VS (NEPO), gaf voorlichting inzake export en verrichtte onderzoeken, instrueerde handelsattachés, etc. Ook het Ministerie van LNV hield zich bezig met exportbevordering i.s.m. de schappen op het terrein van de landbouw en visserij en voedselvoorziening.

De overheid beperkte zich in het algemeen tot informatieverwerving en bewerking en voorlichting en (financiële) ondersteuning van particuliere initiatieven, terwijl het bedrijfsleven de actieve handelsbemiddeling verzorgde. Wel bemoeide de overheid zich met de organisatiestructuur van de exportbevordering. Daartoe werden initiatieven voor de oprichting van overkoepelende organisaties, zoals in 1946 de instelling van het Centraal Instituut ter bevordering van de Buitenlandse Handel (CIHAN) financieel ondersteund. Het CIHAN verenigde in de jaren van zijn bestaan een belangrijk deel van de particuliere exportbevordering.

In 1964 maakte de CIHAN plaats voor de Centrale Kamer voor Handelsbevordering (CKH).

De CKH streefde ernaar het centrale orgaan voor de exportbevordering te worden. Dit stuitte echter op tegenstand vanuit het georganiseerde bedrijfsleven, omdat er voldoende organisaties waren die exportbevorderende activiteiten ondernamen. Een groot deel van het bedrijfsleven wilde niet opgaan in een centraal orgaan. In 1974 werd het CKH omgevormd tot de Stichting Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, welk zich ten doel stelde de Nederlandse export te bevorderen en diensten te verlenen aan het bedrijfsleven in het kader van de exportbevordering.

In 1973 werd het exportbevorderingsbeleid gestoeld op de zogenoemde Langman-visie. De rijksbijdrage aan de exportbevordering werd sterk verminderd. De diensten op het terrein van de exportbevordering dienden kostendekkend te zijn. Particuliere exportbevorderende organisaties, die van 1949 tot 1975 overheidssteun voor exportbevordering hadden genoten, bleven verstoken van subsidie. Zij moesten hun inkomsten zien te verwerven uit dienstverlening aan de ondernemingen zelf. Met ingang van 1 januari 1975 werden alle subsidietoekenningen, die vanaf 1973 al waren verminderd, stop gezet. De betalingen liepen tot 1978 door. Het Matchingfonds, ingesteld in 1976, werd echter voortgezet, waarschijnlijk omdat dit fonds uitsluitend was gericht op het wegnemen van oneerlijke concurrentievoordelen. De regering wees wel principieel het middel exportsubsidies af: In de praktijk echter werd het bedrijfsleven in zekere mate ondersteund.

Toen in de jaren ’70 en ’80 de exportpositie van Nederland verslechterde werd een heel pakket aan maatregelen voorbereid om de export te bevorderen. Deze maatregelen hadden een breder bereik dan de klassieke exportbevordering. Deze klassieke exportbevordering bleek niet te voldoen om de exportpositie van Nederland te handhaven en te versterken. De verbetering van de exportpositie hing in de eerste plaats af van (marktgerichte) productie. Daarnaast stelde de export hogere eisen stelde aan de inspanning van het bedrijfsleven en werd het instrumentarium uitgebreid.

De maatregelen hadden tot doel het bedrijfsleven te stimuleren zich op (nieuwe) markten te begeven. Deze maatregelen mochten echter de marktwerking niet bederven. Zo werd in 1980 de subsidieregeling versterking exportmanagement, op instigatie van de Europese Commissie ingetrokken. Deze subsidieregeling had tot doel d.m.v. een financiële bijdrage van de overheid het midden- en kleinbedrijf te verleiden tot het aanstellen van exportmanagers ten behoeve van een versterking van hun exportpotentieel. Overigens werd in 1998 een soortgelijke maatregel van kracht, die de toets door de EG wel kon doorstaan.

Veel maatregelen werden gericht op de versterking van het exportpotentieel van het midden- en kleinbedrijf. Die versterking werd gezocht in samenwerkingsverbanden om kennis en ervaring te bundelen en kosten te spreiden.

Ook maakte de regering middelen vrij op de begroting voor bijdragen in de kosten van presentatie van Nederlandse producten op veelbelovende markten, d.m.v. nationale manifestaties of deelneming aan internationale beurzen, te organiseren door het NCH. Ook een aantal Kamers van Koophandel in het buitenland ontvingen steun. Verder werden regelingen ter ondersteuning van export van diensten en civieltechnische projecten en ter ondersteuning van de export naar ontwikkelingslanden afgekondigd.

Ook werd in 1980 de mogelijkheden onderzocht voor de inzet van deskundigen bij overheidsdiensten ten behoeve van export van m.n. kapitaalprojecten. Daaruit mag blijken dat de overheid zijn terughoudende houding ten aanzien van de exportbevordering enigszins liet varen.

Langzamerhand, m.n. vanaf eind jaren ’90 van de vorige eeuw is steeds duidelijker geworden dat exportbevordering niet alleen inhoudt het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen sec, maar ook het stimuleren van internationale samenwerking in de publieke en niet-publieke sectoren. Het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen geschiedt onder meer door informatieverzameling en -ontsluiting, publicaties, missies en spreekdagen, subsidieverlening (bijv. aan beginnende ondernemers of voor investeerders in opkomende markten) of het verlenen van een bijdrage als rente-overbruggingskrediet.

Dit kwam onder meer tot uiting in het toevoegen aan de EVD van Senter Internationaal en Bureau Cross.

Het stimuleren van de internationale samenwerking betreft enerzijds het financieel ondersteunen van projecten voor Human Resources Development (HRD) in bepaalde landen. Het betreft het geheel van activiteiten gericht op overdracht en uitwisseling van kennis en vaardigheden, inclusief de ontwikkeling van kennisinfrastructuur, teneinde bij te dragen aan een structurele verdieping, verbreding en versterking van de inzetbaarheid van werknemers in uiteenlopende bestuurlijke, productieve of dienstverlenende sectoren. Te denken valt aan trainingen en stages, alsook wetenschappelijke en technologische samenwerking met als doel kennisoverdracht en -ontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is de Subsidieregeling Aziëfaciliteit.

Anderzijds kan de internationale samenwerking worden gestimuleerd door het institutioneel versterken van overheidsinstanties, bijv. in de Midden- en Oosteuropese landen. Het betreft het geven van assistentie aan uitvoerende (overheids)instanties in de niet-economische sectoren, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale zaken en werkgelegenheid, justitie en binnenlandse zaken. De ondersteuning wordt geleverd door technische assistentie (diverse vormen van kennisoverdracht) ten behoeve van de overname, uitvoering en handhaving van EU-wet- en regelgeving. Een voorbeeld van deze categorie vormen de pre-accessieprogramma’s.

Beide vormen van versterking van de internationale samenwerking kunnen leiden tot versteviging van sociale en politieke banden en (daarmee) tot economische samenwerking.

Ook in de jaren ’90 bleef het zwaartepunt van de exportbevordering liggen bij het MKB, omdat zich bij het MKB de meeste knelpunten leken voor te doen. Daarnaast werd speciale aandacht gegeven aan de markten in Oost- en Midden-Europa om de transitie van een gesloten naar een open markteconomie te ondersteunen. Omdat de Oost-Europese landen aangaven het meest gebaat te zijn bij buitenlandse investeringen, waren de instrumenten vooral gericht op het ondersteunen van Nederlandse investeringen en op kennisoverdracht in deze landen.

1.6 Wijzigingen van en aanvullingen op het RIO

1.6.1. Context

De paragrafen 3.1, Verstrekken van inlichtingen, en 3.3, Bemiddeling en advies, liggen in elkaars verlengde.

Paragraaf 3.3, Bemiddeling en advies: Senter is niet betrokken bij bemiddeling bij de aanbesteding van projecten door o.a. internationale financiële instellingen als de Wereldbank.

Aan de paragrafen 3.4, Bezoeken en missies, en 3.5, Tentoonstellingen kan worden toegevoegd:

Vanaf 1 januari 2005 is het Programma Collectieve Promotionele Activiteiten (CPA) bij de EVD van start gegaan. Het programma is bedoeld voor Nederlandse ondernemingen en organisaties die inkomende en uitgaande handelsmissies, collectieve beursinzendingen en andere collectieve promotionele activiteiten voor Nederlandse bedrijven op het buitenland kunnen en willen organiseren. Doel van het programma CPA is het bevorderen van handel, investeringen en samenwerking van Nederlandse bedrijven op buitenlandse markten door hen de gelegenheid te bieden deel te nemen aan collectieve promotionele activiteiten op dit terrein. De collectieve activiteiten worden primair door (organisaties van) het bedrijfsleven geëntameerd en uitgevoerd. Geïnteresseerden kunnen uitgewerkte projectvoorstellen indienen in een tenderprocedure. Indieners en projectvoorstellen worden beoordeeld. Een externe beoordelingscommissie adviseert de Staatssecretaris van EZ over ranking. Spreekdagen en seminars, alsook missies voor bewindspersonen en hoge ambtenaren blijven buiten deze tenderprocedures.

Paragraaf 3.6.1: Matchingfonds: de kop moet gewijzigd worden in: Matchingfonds, exportfinancieringsfacilteiten, rente-overbrugging

Het Matchingfonds is bedoeld om overheidssteun te matchen die volgens de OESO-regels niet is toegestaan. Dergelijke oneerlijke concurrentie vindt in de praktijk nog nauwelijks plaats. Om die reden is voor 2005 geen budget voor het Matchingfonds beschikbaar en zijn er ook geen aanvragen mogelijk.

Ten aanzien van de renteoverbruggingsfaciliteit kan de volgende toelichting worden toegevoegd:

De renteoverbruggingsfaciliteit (ROF) stelt exporteurs in staat een exportfinanciering aan te bieden die vergelijkbaar is met hetgeen buitenlandse exporteurs kunnen aanbieden, zodat op gelijke voet geconcurreerd kan worden. Als concurrerende rente geldt de OESO-consensusrente. Oogmerk van de ROF is dat het verschil tussen de door de ondernemer te betalen bancaire rente en de aan de afnemer aan te bieden consensusrente wordt gesubsidieerd Overigens is er vanaf 2005 geen budget voor de ROF gereserveerd.

In 1994 werden de matchingfaciliteiten onder het (Stcrt. 1994, 431) gebracht. Het besluit bestaat uit twee onderdelen, de exportfinancieringsfaciliteit en de renteoverbruggingsfaciliteit. Daarnaast was er nog een speciaal op Indonesië gerichte matchingfaciliteit.

Naast het Besluit Subsidies Exportfinanciering bestaat, behalve de op Indonesië gerichte matchingfaciliteit, ook de Subsidieregeling Aziëfaciliteit uit 1999 (Stcrt. 1999, 176).

Paragraaf 3.6.6: Senter heeft tot 2004 de projecten ontwikkeld en/of beheerd en de Nederlandse bedrijven gecontracteerd. Vanaf 2004 voert de EVD deze activiteiten uit.

Paragraaf 3.6.7: Programma Economische Samenwerkingsprojecten (PESP): het programma loopt vanaf 1987 (cf. Stcrt. 1995, 71). PESP hoort sinds 2004 niet meer bij Senter maar is ondergebracht bij de EVD.

Aan hoofdstuk 3.6 kan een nieuwe paragraaf worden toegevoegd:

3.6.14 Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM)

PSOM is bedoeld als aanjager van investeringen van Nederlandse bedrijven in opkomende markten. PSOM bevordert de ontwikkeling van commerciële activiteiten van Nederlandse bedrijven in sectoren die in overleg met de overheid van het desbetreffende land zijn geselecteerd. PSOM biedt bedrijven door middel van open inschrijving de mogelijkheid zelf projecten te initiëren. In de kwalificatiefase beoordeelt EVD, afdeling PSOM, de binnengekomen projectvoorstellen en rangschikt ze aan de hand van vooraf opgestelde criteria. De EVD legt een advies op basis van de beoordeelde voorstellen voor aan de externe beoordelingscommissie, de CLOM, die besluit welke projecten uiteindelijk een PSOM-contract aangeboden krijgen.

1.6.2. Wet- en regelgeving

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM) (op basis van Memorandum of Understanding per land)

Subsidieregeling Aziëfaciliteit (Stcrt. 1999, 176)

Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw (TROS) (Stcrt. 2003, 141)

1.7. De actoren op het beleidsterrein, voorzover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Van onderstaande actoren zijn handelingen opgenomen:

  • Minister van Economische Zaken;

  • Economische Voorlichtingsdienst (EVD);

  • Commissie van advies voor de Economische en Handelsvoorlichting/Adviescollege voor de Economische en Handelsvoorlichting;

  • Stuurgroep Know-How Export/Interdepartementale werkgroep Know-How;

  • Adviescommissie Exportsteun;

  • Interdepartementale werkgroep Exportsteun;

  • Interdepartementale Commissie Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

  • Senter;

  • Minister van Algemene Zaken;

  • CROSS;

  • Vakminister.

2. Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Tijdens de behandeling van de ontwerp-Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer verwoordde de Minister van WVC op 13 april 1994 deze doelstelling als volgt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

3. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het Nationaal Archief. De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt art. 5, onder e van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 276) dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd:

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de algemene selectiecriteria, zoals deze op de volgende pagina staan vermeld.

Algemeen selectiecriterium

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Bijvoorbeeld in het geval de ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om specifieke selectiecriteria te formuleren niet benut.

4. Verslag van de vaststellingsprocedure

In juni 2005 is het ontwerp-BSD door de Minister van Economische Zaken, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Financiën, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minster van Verkeer en Waterstaat aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juni 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 26 juli 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.03029/3), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 11 augustus 2006 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (C/S&A/06/1905), en de Minister van Algemene Zaken (C/S&A/06/1898), de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (C/S&A/06/1899) de Minister van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/1902), de Minister van Economische Zaken (C/S&A/06/1903), de Minister van Financiën (C/S&A/06/1900), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/06/1904) en de Minster van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/1901) vastgesteld.

5. Leeswijzer van de handelingen

De handelingen worden beschreven in handelingenblokken. Daarin worden de volgende items beschreven:

Handelingnr.

Dit is het unieke volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

  • de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;

  • het betreffende artikel en lid daarvan;

  • de vindplaats, dwz. de vermelding van staatsblad of staatscourant

  • wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Een paar voorbeelden:

  • Besluit subsidies exportfinanciering;

  • Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië Stcrt. 1997, 245

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product

Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.

Opmerking

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering

Waardering van de handeling als B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

6. Actoren op het beleidsterrein

Minister van Economische Zaken

Tot 1978 was de Minister van Economische Zaken belast met de exportbevordering. Omdat het niet mogelijk bleek dat de minister geregeld een handelsmissie leidde, werd vanaf 1978 de staatssecretaris speciaal belast met de buitenlandse handel. De Directie Buitenlandse Economische Betrekkingen is het dienstonderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, dat verantwoordelijk is voor de handelspolitiek, waaronder de exportbevordering. Vanaf 1978 fungeert de staatssecretaris van buitenlandse handel. Deze mag zich in het buitenland minister noemen.

Netherlands Export Promotion Organization (NEPO)

De NEPO werd opgericht in 1949, als uitvloeisel van het Exportplan 1949. De NEPO had tot doel de export naar de VS te bevorderen. De NEPO verdrong de Netherlands Chamber of Commerce in New York als belangrijk orgaan voor de exportbevordering in Amerika. De laatste kreeg minder subsidie om taken op het terrein van de exportbevordering uit te voeren. De NEPO, ook wel trade commisioners genoemd bleven actief tot 1964. Eind 1951 werden de trade commissioners ondergebracht bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De NEPO had zijn hoofdvestiging in New York en nevenvestigingen in Houston, Dallas, Los Angeles en Chicago. De NEPO was een voorpost van het directoraat Exportbevordering van het Ministerie van EZ. Dit directoraat was opgericht om de export naar de VS te stimuleren. Vanaf 1951 werd het directeurschap van het directoraat vervuld door de directeur van de EVD. De EVD kan worden beschouwd als de rechtsopvolger van het directoraat. Het directoraat staat daarom in de handelingen niet vermeld als actor.

EVD

In 1936 werd de Economische Voorlichtingsdienst, de EVD, opgericht. De dienst is ook wel bekend onder de naam Economische Voorlichtingsdienst en Exportbevorderings en voorlichtingsdienst. In de praktijk wordt de dienst meestal de EVD genoemd, een naam die in dit rapport wordt aangehouden.

De EVD werd opgericht om de voorlichting aan het Nederlands bedrijfsleven vorm te geven. Onder voorlichting verstond men het geven van inlichtingen over het buitenland ten behoeve van de Nederlandse handel. De EVD vormde in 1946 een directoraat-generaal van het Ministerie van Economische Zaken, later was het een dienst en daarna een directoraat. De EVD kreeg per 1 januari 2001 de status van een agentschap.

De EVD is de belangrijkste uitvoerder van het rijksbeleid op het terrein van de exportbevordering.

De EVD heeft tot taak:

  • het geven van voorlichting aan het Nederlands bedrijfsleven over buitenlandse markten,

  • de promotie van Nederlandse producten in het buitenland,

  • het stimuleren van het bedrijfsleven bij exportinspanningen.

De activiteiten van de EVD vonden plaats binnen een jaarlijks programma, waarover met het DG BEB overeenstemming wordt bereikt. Dit programma komt tot stand in overleg met in overleg met brancheorganisaties, de Kamers van Koophandel in Nederland en voor het buitenland, de ambassades en consulaten. Ook andere ministeries kunnen aan de EVD opdrachten verlenen tot het uitvoeren van activiteiten.

De EVD voert haar taken uit door o.a.:

  • het verzamelen van gegevens via de buitenlandse posten, Kamers van Koophandel in het buitenland;

  • het (doen) uitvoeren van onderzoeken op het terrein van de exportbevordering;

  • het op aanvraag verstrekken van informatie over exportmogelijkheden in andere landen, waaronder ook gegevens over instanties, bedrijven e.d. in die landen;

  • het adviseren over de benadering van buitenlandse markten;

  • het periodiek uitgeven van landeninformatie van meer algemene aard;

  • het aanbieden van informatie over aanbestedingsprocedures in het buitenland, waaronder die van IFI’s (internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbankgroep);

  • het organiseren van promotionele activiteiten in het buitenland, o.a. via de posten buitenland;

  • het geven van voorlichting en informatie aan doelgroepen in het buitenland over Nederlandse producten en diensten;

  • het mede organiseren van de Nederlandse bijdrage aan tentoonstellingen en beurzen in het buitenland;

  • het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten;

  • het (mede) uitvoeren van subsidieregelingen voor het bedrijfsleven;

  • het uitgeven van periodieken met betrekking tot de export t.b.v. het Nederlands bedrijfsleven.

De EVD werkt nauw samen met de posten in het buitenland: de Nederlandse ambassades en consulaten. Deze posten voorzien de EVD van informatie over de exportmogelijkheden in het land van vestiging. Het betreft algemene economische informatie, informatie over bedrijfstakken, over wet- en regelgeving, over aanbestedingen, etc. Deze informatie wordt door de EVD bewerkt en in Nederland aan het bedrijfsleven ter beschikking gesteld.

Tot 1997 beheerde de EVD een uitgebreide bibliotheek tevens centrale bibliotheek van het Ministerie van EZ. De bibliotheek is in dat jaar opgeheven.

In april 2004 is een deel van Senter toegevoegd aan de EVD, namelijk Senter Internationaal, dat zich bezighoudt met subsidiëring, beheer en uitvoering van projecten ter bevordering van de export. Ook Bureau CROSS is in 2004 bij de EVD gevoegd.

Het accent van de taakstelling van de EVD is met deze uitbreiding ook verschoven: niet alleen het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen, maar steeds meer ook van internationale samenwerking.

Vertegenwoordigingen in het buitenland

Vanaf 1945 werden de buitenlandse posten ingeschakeld bij de exportbevordering. Vlak na de Tweede Wereldoorlog detacheerde de EVD bij een aantal posten een ambtenaar. Op grond het concordaat met het Ministerie van Buitenlandse Zaken uit 1955 waarin de bevoegdheden m.b.t. het buitenlands beleid tussen EZ en BZ werden geregeld, beschikte het Ministerie van Economische Zaken op o.m. het terrein van de exportbevordering over de bevoegdheid ambassades en consulaten te instrueren. Ook had het Ministerie van EZ invloed op het benoemingsbeleid van de economische medewerkers van de diplomatieke posten. De organisatie van de consulaire posten valt echter onder het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat via zijn chef de poste de organisatie, de personele en materiele voorziening van het corps consulaire regelt. Posten kunnen in de gelegenheid worden gesteld extra activiteiten ten behoeve van het bedrijfsleven te initiëren en de uitvoering daarvan uit te besteden (Uitbesteding Posten). Deze activiteiten moeten wel in overeenstemming zijn met het jaarlijkse programma van de EVD. Vanaf 1997 ontvingen alle posten eigen budgetten voor kleine promotionele projecten (PPP). Daarnaast kunnen posten voorstellen indienen voor grotere projecten, die door de EVD worden beoordeeld en gesubsidieerd. Ter versterking van de exportbevordering in een aantal landen die voor de exportbevordering van belang zijn, werden er steunpunten opgericht. Dit zijn posten in het buitenland zonder diplomatieke status met alleen een economische en/of handelsbevorderende taak. De kosten hiervan werden gedeeld door Buitenlandse Zaken en EZ. In 2001 waren er 12 steunpunten, officieel Netherlands Business Support Offices (NBSO’s) geheten. Deze posten richten zich vooral op de ondersteuning van Nederlandse bedrijven: ‘individuele marktbewerking’. De Nederlandse bedrijven worden stap voor stap begeleid bij het realiseren van hun exportplannen. De NBSO’s vallen onder de verantwoordelijkheid van de posten van Buitenlandse Zaken. De inhoudelijke aansturing geschiedt door de EVD. De NBSO’s zijn gevestigd in belangrijk opkomende markten, zoals China, India, Brazilië en Mexico.

De EVD subsidieerde ook de Stichting tot bevordering van de Uitvoer (SBU). Deze stichting heeft tot doel om daar waar geen diplomatieke posten zijn en geen particuliere exportbevorderende instellingen actief zijn, exportbevorderende en investeringswervende activiteiten te organiseren d.m.v. het opzetten van een apparaat. In eerste instantie werd een dergelijk apparaat opgericht in Taiwan.

Senter

Senter is sinds 1 januari 1994 een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken.

De taak van het agentschap is de uitvoering van overheidsbeleid op het terrein van technologie, energie, milieu, export en internationale samenwerking. Doelstelling hierbij is het duurzaam versterken van de positie van het bedrijfsleven en de kennisinstellingen in ons land.

Eind 1996 is Senter gefuseerd met EG-Liaison, de organisatie voor informatie en onafhankelijk advies over de Europese Kaderprogramma’s voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling.

Senter en Novem zijn sinds 1 mei 2004 gefuseerd tot het agentschap SenterNovem.

SenterNovem voert een aantal subsidieregelingen op het terrein van de exportbevordering uit.

Kamers van Koophandel

De Kamers van Koophandel vormen binnen hun regio een belangrijke actor op het terrein van de exportbevordering Zij hebben speciale consulenten in dienst, die het bedrijfsleven binnen de regio voorlichten en ondersteunen bij hun exportplannen. Door de EVD worden zij ook ingeschakeld om delen van de programma’s uit te voeren.

Daarnaast hebben de Kamers van Koophandel ook een aantal taken op het terrein van de in- en uitvoer zoals het afgeven van verklaringen van oorsprong en van certificaten e.d. De handelingen van de Kamers op dat terrein worden beschreven in het PIVOT-rapport betreffende de in- en uitvoer.

Ook andere handelingen van de Kamers van Koophandel zijn niet in dit rapport opgenomen. De handelingen worden beschreven in het rapport ruimtelijk economisch beleid (concept).

Commissie tot Bevordering van de Export

Deze commissie werd ingesteld in 1946 met als taak: het adviseren van de minister over de afschaffing van de administratieve voorschriften die de export hinderden en over de toewijzing van deviezen voor extra grondstoffen en kolen voor bedrijven die hun export wilden uitbreiden. Na het uitbrengen van het advies werd de commissie ontbonden.

Commissie van advies voor de Economische en Handelsvoorlichting, 1954–1958/Adviescollege voor de Economische en Handelsvoorlichting, 1958

Deze commissie werd ingesteld op 14 juli 1954 in opdracht van de Ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Landbouw. De commissie, bekend onder naam de commissie Oijevaar, had tot taak de ministers te adviseren over de organisatie van de exportbevordering en in het bijzonder over de verhouding overheid-particulier bedrijfsleven in die organisatie.

De Commissie werd na haar eerste rapport in 1958 uitgebreid tot het Adviescollege voor de Economische en Handelsvoorlichting. Het college heeft tot ca. 1968 bestaan.

Interdepartementale Commissie Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

Deze commissie werd ingesteld ten behoeve van het beheer van het in 1979 tot stand gekomen Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties. Dit had als doel de Nederlandse ondernemingen de mogelijkheid te bieden om tegen (deels) zachte voorwaarden kapitaalgoederen uit te kunnen voeren naar ontwikkelingslanden. In de Commissie waren de betrokken departementen betrokken. Tot 1983 had het Ministerie van EZ het voorzitterschap. Na 1983 ging het voorzitterschap over naar het Ministerie van OS. Het Ministerie van EZ voerde het secretariaat. De aanvragen werden afgehandeld door de Werkgroep Gemengde Kredieten, die ook beleidsadviezen aan de Interdepartementale commissie verstrekte. De aanvragen werden ingediend bij het Ministerie van OS.

Werkgroep effectiviteit exportbevordering

Deze werkgroep, opgericht in 1967, stond onder voorzitterschap van prof. dr. F.W. Rutten, raadsadviseur van het Ministerie van Economische Zaken en had tot opdracht het onderzoeken van de taakverdeling tussen overheid en particulier bedrijfsleven inzake exportbevordering. Na uitbrengen van het rapport werd de commissie ontbonden.

De Interdepartementale werkgroep en de Adviescommissie Exportsteun

De Interdepartementale werkgroep Exportsteun werd ingesteld in 1976 om over de aanvragen om steunverlening uit het Matchingsfonds te beslissen. De werkgroep stond onder voorzitterschap van het Ministerie van EZ. In de werkgroep waren het Ministerie van Financiën en SZW vertegenwoordigd.

Tegelijkertijd werd er de Adviescommissie Exportsteun ingesteld. De taak van de adviescommissie was:

  • het betrekken van het bedrijfsleven door middel van onafhankelijke representanten bij de besteding van de gelden voor exportstimulering door middel van het matchingsfonds,

  • het uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies aan de staatssecretaris over exportfinancieringssteun in nationaal en internationaal verband.

Voorts werd de commissie verplicht ingeschakeld bij aanvragen voor subsidies uit het Matchingfonds, wanneer dat in de subsidieregelingen was aangegeven. De commissie adviseerde ook bij nadere regelingen.

Stuurgroep Know-How export/Interdepartementale werkgroep Know-How

In 1980 werd de Stuurgroep Know-How export ingesteld om de mogelijkheden van bundeling van kennis en ervaring van overheid en bedrijfsleven te onderzoeken. De Stuurgroep richtte zijn onderzoek in eerste instantie op uitvoermogelijkheden op civieltechnisch en cultuurtechnisch gebied. Als vervolg op het eindrapport van de stuurgroep werd de Interdepartementale Werkgroep Know-How Export ingesteld. Daarin zaten vertegenwoordigers van de Ministeries van EZ, BZ/OS, LNV, VenW en VROM onder voorzitterschap van het directoraat-generaal voor de BEB van het Ministerie van EZ.

De taken van de Interdepartementale Coördinatiegroep Know-How Export waren:

  • het tot uitdrukking brengen van de consistentie in het overheidsbeleid,

  • het erop toezien dat de overheidsinbreng alleen additioneel op acties van het bedrijfsleven wordt ingezet,

  • het nagaan op welke terrein de overheid additioneel kan zijn,

  • het opstellen van prioriteiten naar landen en sectoren,

  • het nagaan wanneer en in welke sectoren overheidsinbreng in de identificatiefase gewenst is.

Platforms konden op initiatief van het bedrijfsleven worden opgericht, met als doel de zelfwerkzaamheid van de bedrijven te bevorderen en combinaties te vormen voor projecten die qua omvang en gecompliceerdheid niet door afzonderlijke bedrijven kunnen worden uitgevoerd. De overheid leverde de voorzitter van zo’n platform. De platforms hielden zich in het algemeen met concrete projecten bezig, terwijl de Coördinatiegroep algemener van aard was. De voorzitter van een platform was vertegenwoordigd in de coördinatiegroep om de eenheid van het overheidsbeleid te bewaken.

Deze platforms richtten zich o.m. op landbouw en cultuurtechniek, openbare werken en transport en utiliteits- en woningbouw. Het was de bedoeling dat de expertise van de overheid werd ingezet ten behoeve van de export van o.m. kapitaalgoederen.

Commissie van overleg inzake Export

Deze commissie, opgericht in de jaren 80, fungeerde als een overlegorgaan voor de staatssecretaris met het georganiseerd bedrijfsleven over exportaangelegenheden.

Task Force Exportinstrumentarium

Deze werkgroep werd opgericht in 1995. De taak van de Task Force was aanbevelingen te doen over de intensivering van het exportinstrumentarium. In de Task Force waren vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en van de overheid opgenomen. De Task Force is waarschijnlijk na uitbrengen van zijn adviezen ontbonden.

Minister van Algemene Zaken

De Minister van Algemene Zaken mag organen instellen of aanwijzen die belast werden met de organisatie en uitvoering van een tentoonstelling.

CROSS

Deze instelling, voorheen een zelfstandige interne organisatie binnen de OCW-directie Internationale Betrekkingen, is de Nederlandse overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor de uitvoering van onderwijssamenwerkingsactiviteiten tussen Nederland en Centraal- en Oost-Europa.

Bureau CROSS is in 2004 bij de EVD gevoegd.

7. De selectielijst

Deze lijst is opgesteld aan de hand van een rapport institutioneel onderzoek (RIO), nr. 146, getiteld: Exportbevordering. Hierin is het onderzoek over het gehele beleidsterrein vastgesteld. Dat rapport beschrijft alle handelingen van de in de titel vermelde instellingen van de rijksoverheid en de daarbij betrokken actoren op het gebied van de exportbevordering vanaf 1945.

7.1. Zorgdrager: Minister van Economische Zaken

Algemeen

1.

Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen coördineren en evalueren van het beleid betreffende de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Nota’s inzake exportbevordering

Waardering: B (1)

2.

Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen coördineren en evalueren van periodieke exportplannen

Periode: 1945–

Product: Plan Export, Activiteitenprogramma’s

Opmerking: Het opstellen van deze plannen gebeurt vaak in overleg met Nederlandse vertegenwoordigingen en andere ambtelijke uitvoeringsorganen, alsmede particuliere organisaties voor exportbevordering.

Waardering: B (1)

3.

Handeling: Het opstellen van verslagen over het gevoerde beleid en werkzaamheden

Periode: 1945–

Product: Jaarverslagen

Waardering: B (3)

4.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brief

Waardering: B (3)

5.

Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamer der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brief

Waardering: B (3)

6.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van het staatshoofd en leden van het koninklijk huis betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Opmerking: Het gaat hier bijvoorbeeld om de zogenoemde Bilderberg Meetings, waaraan Prins Bernard deelnam.

Product: Brieven

Waardering: B (3)

7.

Handeling: Het vaststellen van opdrachten voor en rapporten van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Notities, nota’s, brieven, onderzoeksrapporten

Waardering: B (5)

8.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, notulen

Waardering: V 5 jaar na vaststelling rapport

9.

Handeling: Het behandelen van klachten van individuele bedrijven of van het georganiseerd bedrijfsleven inzake de werking van de Europese en wereldmarkt

Periode: 1958–

Product: Brieven, registratiesysteem

Opmerking: Zie www. minez.nl. Het bedrijfsleven kan een klacht indienen als het te maken krijgt met handelsbelemmeringen, die ingaan tegen afspraken in de EU of WTO.

De klacht wordt ingediend bij het Klachtenloket Europese en Wereldmarkt.

Waardering: V 10 jaar

10.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan werkgroepen en commissies op het gebied van de exportbevordering waarvan het secretariaat berust bij het Ministerie van EZ

Periode: 1945–

Product: Notulen, notities, nota’s, brieven

Opmerking: Het betreft hier o.m. de Interdepartementale Commissie Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties, de Interdepartementale Coördinatiegroep Know-How Export

Waardering: B (5)

12.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (inter)nationale overlegorganen, organisaties en platforms op het terrein van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Notulen, nota’s, brieven

Waardering: B (1)

Organisatie van de exportbevordering door de overheid

15.

Handeling: Het instellen van (interdepartementale) werkgroepen en (advies)commissies op het gebied van de bevordering van de export

Periode: 1945–

Product: Adviescollege voor de Economische en Handelsvoorlichting

Interdepartementale Commissie Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties Stuurgroep Know-How Export

Interdepartementale Coördinatiegroep Know-How Export

Adviescommissie Exportsteun

Waardering: B (4)

16.

Handeling: Het benoemen van leden van commissies en werkgroepen werkzaam op het terrein van de bevordering van de export

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen, KB’s

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

Instandhouding netwerk

20.

Handeling: Het beleidsmatig coördineren en optimaliseren van de taken die samenhangen met het Concordaat tussen EZ en BZ

Grondslag: O.m. Concordaat 1955

Periode: 1945–

Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. het driehoeksoverleg (EVD/EZ/BZ – wisselend secretariaat) en de (inbreng in) de Commissie Postennet BZ.

Product: Brieven, nota’s

Waardering: B (5)

21.

Handeling: Het materieel en personeel coördineren en optimaliseren van de taken die samenhangen met het Concordaat tussen EZ en BZ

Grondslag: O.m. Concordaat 1955

Periode: 1945–

Product: Notities, instructies, brieven

Opmerking: Het betreft onder meer de volgende zaken:

– bijdragen aan werving/selectie personeel posten (ook i.v.m. overplaatsingen diplomaten);

– instructies;

– scholing/training;

– opstelling werkprogramma’s;

– organisatie conferenties.

Waardering: V 20 jaar

22.

Handeling: Het beleidsmatig coördineren en optimaliseren van het netwerk voor internationale handelsbevordering

Periode: 1945–

Product: convenanten, samenwerkingsovereenkomsten

Opmerking: Belangrijke spelers in dezen zijn: VVK, NTIO, buitenlandse KvK’s, NBSO’s.

Waardering: B (5)

23.

Handeling: Het materieel en personeel coördineren en optimaliseren van het netwerk voor internationale handelsbevordering

Periode: 1945–

Opmerking: Het betreft met name de contacten met internationale en regionale Kamers van Koophandel en NBSO’s. Het kan hierbij ook gaan om bijv. personele zaken (sollicitaties) en pandbeheer (NBSO’s).

Product: Brieven, nota’s, notities

Waardering: V 20 jaar

25.

Handeling: Het vaststellen van opdrachten aan particuliere organisaties op het terrein van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brieven, notulen, verslagen

Opmerking: Het betreft hier opdrachten tot het verrichten van bepaalde diensten aan het bedrijfsleven.

Waardering: V 10 jaar

26.

Handeling: Het geven van richtlijnen aan particuliere organen als voorlichtingsorganen voor de Nederlandse overheid in het kader van de uitvoering van de opdracht tot het verrichten van diensten

Periode: 1945–

Product: Bijvoorbeeld instructies voor tariefstellingen bij voorlichtingsactiviteiten.

Opmerking: Als voorlichtingsorgaan worden vaak de Kamers van Koophandel in Nederland en voor het buitenland, de NCH, etc.

Waardering: V 10 jaar

Algemene voorlichting en inlichtingen

30.

Handeling: Het maken van voorlichtingsmateriaal over de EVD

Periode: 1945

Product: Boeken, brochures, e.d.

Opmerking: Het betreft hier b.v. de ‘Activiteitenkalender’, brochures over de EVD voor het buitenland. Het betreft hier niet alleen schriftelijk voorlichtingsmateriaal, maar ook video’s en DVD’s.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

31.

Handeling: Het maken van voorlichtingsmateriaal ten behoeve van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: periodieken, boeken voorlichtingsmateriaal over andere handelsbevorderende instanties, websites, adresboeken, vademecums, handleidingen over marketing en bedrijfsuitvoering, enz.

Opmerking: Deze handeling wordt ook verricht in samenwerking met overheden en andere particuliere exportbevorderende organisaties.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

33.

Handeling: Het (doen) ontwerpen of opstellen van voorlichtingsmateriaal over Nederlandse bedrijven en producten

Periode: 1978–

Product: Boekwerken, brochures, tentoonstellingsmateriaal, reclameaffiches, films e.d. audiovisuele media; b.v. ‘Milieu in de markt’, uitgaven over sectoren van het Nederlands bedrijfsleven

Opmerking: Deze handeling wordt ook verricht in samenwerking met andere overheden en particuliere exportbevorderende organisaties en brancheverenigingen- en organisaties. In het geval van films speelde de RVD een grote rol, zie PIVOT-rapport 46, drs. M.J.B. Kavelaars, ‘In den strijd tegen onwetendheid, valsche voorstelling en leugen’. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein Voorlichting van de rijksoverheid, 1931–1990. ’s-Gravenhage 1997.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

34.

Handeling: Het organiseren van informatiebijeenkomsten over de handelssituatie in het buitenland

Periode: 1945–

Product: Brochures, inschrijvingsformulieren, uitnodigingen, programma’s

Opmerking: Het betreft hier o.m. de zogenoemde spreekdagen, die de EVD organiseert in samenwerking met de Kamers van Koophandel en andere particuliere exportbevorderende organisaties en instelling. Vaak is een handelsattaché van de buitenlandse post in een buitenland aanwezig om informatie te geven.

Waardering: V 5 jaar

Promotie

35.

Handeling: Het (doen) voorbereiden en organiseren van promotieactiviteiten

Periode: 1945–

Product: Notulen, brieven uitnodigingen, promotiemateriaal

Opmerking: Het betreft vooral activiteiten in het kader van de Algemene Holland promotie.

Waardering: B (5): 1 exemplaar van de publicaties

V 5 jaar: de overige neerslag

Bemiddeling en advies

37.

Handeling: Het op verzoek van Nederlandse bedrijven verrichten van bemiddelende activiteiten bij de oprichting van vestigingen in het buitenland en bij de export

Periode: 1945–

Product: Introductiebrieven, legitimatiebewijzen, brieven

Opmerking: O.a. door middel van het programma Individuele Marktbewerking

Waardering: V 10 jaar

38.

Handeling: Het bemiddelen voor Nederlandse bedrijven bij aanbestedingen door internationale instellingen

Periode: 1945–

Product: Brieven, formulieren, ‘Bestedingen buitenland’

Opmerking: Het gaat hierbij om aanbestedingen in het kader van projecten van internationale organisaties zoals de Wereldbank en de EU.

Waardering: V 5 jaar

39.

Handeling: Het bemiddelen bij aanvragen van subsidies door Nederlandse bedrijven voor door EG-instanties vastgestelde programma’s

Periode: 1958–

Product: Brief, formulieren

Opmerking: Voorbeelden zijn subsidieprojecten voor ontwikkelingsactiviteiten in de voormalige Sovjetunie en Mongolië (TACIS en PHARE). Voor wat betreft uitvoering en beheer van dergelijke programma’s: zie de paragraaf betreffende internationale publieke samenwerking.

Waardering: V 10 jaar

Bezoeken en missies

44.

Handeling: Het (doen) organiseren of leveren van bijdragen aan handelsmissies vanuit het buitenland

Periode: 1945–

Product: Organisatie: draaiboeken, programma’s, uitnodigingen, brieven;

Bijdragen aan redevoeringen, verslagen, publicaties, voorlichtingsbrochures, ‘bedrijfsprofielenboekjes’ e.d.

Opmerking: Onder buitenlandse staatshoofden enz. worden ook vertegenwoordigingen van internationale organisaties verstaan.

Waardering: V 5 jaar

45.

Handeling: Het voorbereiden en organiseren van handelsmissies naar het buitenland

Periode: 1945–

Product: Programma, uitnodigingen, brieven, reispapieren, reserveringen

Opmerking: Hieraan namen ook bewindslieden van het Ministerie van Economische Zaken deel.

Waardering: V 5 jaar

Tentoonstellingen en beurzen

46.

Handeling: Het vaststellen van het subsidiebeleid, de controle en voorlichting ten aanzien van tentoonstellingen en jaarbeurzen in het buitenland

Periode: 1945–

Product: Bijvoorbeeld instructie aan de EVD-ambtenaar 1948; algemene richtlijnen in 1949, in 1953.

Waardering: B (5)

47.

Handeling: Het (doen) organiseren van Nederlandse deelnemingen aan buitenlandse tentoonstellingen en beurzen

Periode: 1945–

Product: Brieven, uitnodigingen, programma’s, notulen, catalogus van te exposeren bestanden

Opmerking: Deze handeling werd namens de minister verricht door het directoraat Exportbevordering.

Deze handeling werd ook verricht in samenwerking met de particuliere exportbevorderende organisaties.

De EVD organiseerde vooral niet commercieel gerichte inzendingen.

Waardering: V 5 jaar

48.

Handeling: Het (doen) organiseren van een tentoonstelling of beurs ten behoeve van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brief, notities, notulen

Opmerking: De neerslag van deze handeling bevat ook de verslaglegging van de opdrachtnemer.

Waardering: B (5): verslagen

V 5 jaar: de overige neerslag

49.

Handeling: Het instellen/aanwijzen van organen, belast met de organisatie en uitvoering van een tentoonstelling

Periode: 1945–

Product: Brieven, contracten en verzekeringspolissen

Opmerking: In een aantal gevallen (Wereldtentoonstellingen) werd een stichting ingesteld, waarvan de voorzitter door de opdrachtgever werd benoemd.

Tussen 1984 en 1986 werd per beurs een organiserende instelling aangewezen (Vakbeursregeling).

Waardering: V 10 jaar

50.

Handeling: Het (mede) verwerven, beheren en overdragen van zakelijke rechten op terreinen van internationale tentoonstellingen en de zich daarop bevindende goederen

Periode: 1945–

Product: Contracten en verzekeringspolissen

Waardering: V 15 jaar

51.

Handeling: Het verlenen van subsidie of garantstelling aan een organisator van en/of inzender naar een internationale tentoonstellingen en beurzen

Periode: 1945–

Product: Contracten, beschikking

Waardering: V 10 jaar

54.

Handeling: Het bemiddelen bij inzendingen van bedrijven naar een internationale tentoonstelling of beurs

Periode: 1945–1965

Product: Brieven, formulieren

Waardering: V 5 jaar

Subsidieverlening en financiering internationaal ondernemen en internationale niet-publieke samenwerking

55.

Handeling: Het (jaarlijks) vaststellen van de hoogte en verdeling van subsidies aan particuliere instellingen op het terrein van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Begroting, memorie van toelichting, nota’s notities, notulen

Opmerking: Ten behoeve van deze handeling werd overleg gepleegd met de particuliere instellingen.

Waardering: B (5)

56.

Handeling: Het toekennen van subsidies aan activiteiten en programma’s van particuliere instellingen en organen ten behoeve van de bevordering van de export

Periode: 1945–1991

Product: Beschikkingen, besluiten t.b.v. o.a.:

Actie Export van de Nationale Raad voor de Handelsbevordering

Activiteiten van de Kamers van Koophandel in het buitenland

Deelname aan internationale beurzen, te organiseren door het NCH

Organisatie van manifestaties door de NCH voor de presentatie van Nederlandse producten

Opmerking: Onder deze handeling vallen alle subsidiebeschikkingen, die niet waren gebaseerd op een regeling of amvb.

Waardering: V 10 jaar

57.

Handeling: Het toekennen van subsidies aan Nederlandse instellingen, ingesteld ter bevordering van de buitenlandse handel, voor de apparaatskosten

Periode: 1947–1991

Product: Beschikkingen en besluiten t.b.v.

Subsidies aan CIHAN

Subsidie voor apparaatskosten aan vestigingen van Nederlands-Buitenlandse Kamers van Koophandel (b.v. voor de vestiging in de VS over de jaren 1975–1979)

Subsidies aan Centrale Kamer voor Handelsbevordering CKH, 1965–1974

Subsidies aan het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, 1975–

Opmerking: De subsidies werden jaarlijks toegekend aan de instellingen en organisaties.

Waardering: V 10 jaar

58.

Handeling: Het vaststellen van subsidiebesluiten en regelingen ter bevordering van de export

Periode: 1945–

Product: O.a.:

Regeling Subsidiering gebundelde exportactiviteiten, Stcrt. 1978, 52

Garantieregeling voor voorbereidingskosten van turnkey-projecten. Stcrt. 1978, 52

Regeling voor het matchingfonds, Stcrt. 1978, 52

Garantieregeling voorbereidingskosten bij het aanbieden van technische ontwerpen en adviezen, Stcrt. 1981, 104

Subsidieregeling exportsamenwerkingsverbanden MKB, Stcrt. 1982, 83

Regeling haalbaarheidssubsidies, Stcrt. 1982, 154

Regeling stimulering exportactiviteiten, Stcrt. 1983, 253; 1985, 29; 1986, 149; 1987, 250

IBTA Subsidieregeling Investeringsbevordering en Technische Assistentie Oost Europa

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318,

Besluit exportfinancieringsarrangement Indonesië 1996, Stb. 1997, 133.

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Renteoverbruggingsfaciliteit, Stcrt. 1997, 245

Opmerking: Na 1991 worden de subsidieregelingen, conform de Kaderwet EZ-subsidies vastgesteld d.m.v. een amvb.

Waardering: B (5)

59.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het bedrag dat beschikbaar is voor de subsidietoezeggingen

Grondslag: O.a.:

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318,

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996. art. 26

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Subsidieregeling exportmedewerker MKB 1998

Subsidieregeling starters op buitenlandse markten 1999

Periode: 1978–

Product: Besluit

Opmerking: De minister kan voor afzonderlijke sectoren van ondernemingen of voor bepaalde categorieën van toezeggingen afzonderlijke bedragen vaststellen. Deze afzonderlijke bedragen kunnen bij onderuitputting op 1 november van een jaar gevoegd worden bij het totaalbedrag ter besteding zonder onderscheid.

Waardering: V 10 jaar

64.

Handeling: Het toekennen van gelden voor het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen en het ontwikkelen van de particuliere sector in opkomende markten en ontwikkelingslanden

Grondslag: O.a.:

Regeling Stimulering Exportactiviteiten 1984

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Subsidieregeling investeringsbevordering en technische assistentie Oost-Europa, Stcrt. 1998, 130

Subsidieregeling exportmedewerker MKB 1998

Subsidieregeling starters op buitenlandse markten 1999

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM) (op basis van Memorandum of Understanding per land)

Subsidieregeling Aziëfaciliteit, Stcrt. 1999, 176

Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw (TROS), Stcrt. 2003, 141

Periode: 1978–

Opmerking: Het betreft zowel gelden ter directe stimulering van het internationaal ondernemen door Nederlandse bedrijven (bijv. PSB, PESP, exportfinancieringsarrangementen en -faciliteiten als rente-overbruggingsfaciliteit, matchingsfaciliteiten), als gelden ter stimulering van de internationale samenwerking in de niet-publieke sector (bijv. Programma Samenwerking Oost-Europa, Subsidieregeling Aziëfaciliteit).

Deze handeling kan ook inhouden het ontwikkelen, aanbesteden en beheren van (gesubsidieerde) projecten op genoemde gebieden.

Product: Beschikking

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

65.

Handeling: Het vaststellen van formulieren voor de aanvraag van exportbevorderingssubsidies

Grondslag: O.a.:

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996, art. 10

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Subsidieregeling exportmedewerker MKB 1998

Subsidieregeling starters op buitenlandse markten 1999

Periode: 1978–

Product: Model

Waardering: V 5 jaar na intrekking

66.

Handeling: Het geven van toestemming voor wijzigingen of vertragingen in het verloop van de transactie, waarvoor een ondernemer subsidie heeft aangevraagd

Grondslag: O.a.:

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996, art. 22.1 en art. 14.1

Periode: 1978–

Product: Beschikking, brief

Waardering: V 10 jaar

67.

Handeling: Het verlenen van garanties voor de voorbereidingskosten voor offertes van z.g. ‘Turnkey’-projecten

Bron: Garantieregeling Stcrt. 1978, 52.

Periode: 1978–1984

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

68.

Handeling: Het uitkeren van 50% garantiegelden voor niet gerealiseerde offertes van z.g. ‘Turnkey’-projecten.

Bron: Garantieregeling Stcrt. 1978, 52

Periode: 1978–1984

Product: Financiële bescheiden

Waardering: V 10 jaar

70.

Handeling: Het beoordelen van de aanvragen voor een subsidie van het programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

Periode: 1979–

Product: Advies

Opmerking: Deze handeling wordt namens de minister verricht door de werkgroep Gemengde Kredieten.

De handelingen van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking staan beschreven in Gedane Buitenlandse Zaken, PIVOT-rapport 103.

Waardering: V 10 jaar

72.

Handeling: Het verhogen van de rente van een exportkrediet met een opslag

Grondslag: Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996, art. 2

Periode: 1996–

Product: Besluit

Opmerking: Het betreft hier de zogenoemde refinancieringsrente.

Waardering: V 10 jaar

73.

Handeling: Het meefinancieren van technische hulpverleningsprogramma’s en projecten van het Trustfund

Periode: 1995–

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Actor: Economische Voorlichtingsdienst (EVD)

Algemeen

1.

Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen coördineren en evalueren van het beleid betreffende de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Nota’s inzake exportbevordering

Waardering: B (1)

2.

Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen coördineren en evalueren van periodieke exportplannen

Periode: 1945–

Product: Plan Export, Activiteitenprogramma’s

Opmerking: Het opstellen van deze plannen gebeurt vaak in overleg met Nederlandse vertegenwoordigingen en andere ambtelijke uitvoeringsorganen, alsmede particuliere organisaties voor exportbevordering.

Waardering: B (1)

3.

Handeling: Het opstellen van verslagen over het gevoerde beleid en werkzaamheden

Periode: 1945–

Product: Jaarverslagen

Waardering: B (3)

4.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brief

Waardering: B (3)

7.

Handeling: Het vaststellen van opdrachten voor en rapporten van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Notities, nota’s, brieven, onderzoeksrapporten

Waardering: B (5)

8.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities notulen

Waardering: V 5 jaar na vaststelling rapport

10.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan werkgroepen en commissies op het gebied van de exportbevordering waarvan het secretariaat berust bij het Ministerie van EZ

Periode: 1945–

Product: Notulen, notities, nota’s, brieven

Waardering: B (5)

12.

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan (inter)nationale overlegorganen, organisaties en platforms op het terrein van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Notulen, nota’s, brieven

Opmerking: De EVD was o.m. actief in de overkoepelende organisaties van Europese exportbevorderingorganisaties de ETPO, en leverde een bijdrage aan werkgroepen van de Europese Commissie en in de Benelux

Waardering: V 10 jaar

Instandhouding netwerk

19.

Handeling: Het ten behoeve van het exportbevorderingsbeleid uitvoeren van klantenonderzoeken

Periode: ca. 1998–

Product: enquêtes, rapportage

Waardering: V 5 jaar

20.

Handeling: Het beleidsmatig coördineren en optimaliseren van de taken die samenhangen met het Concordaat tussen EZ en BZ

Grondslag: O.m. Concordaat 1955

Periode: 1945–

Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. het driehoeksoverleg (EVD/EZ/BZ – wisselend secretariaat) en de (inbreng in) de Commissie Postennet BZ.

Waardering: B (5)

21.

Handeling: Het materieel en personeel coördineren en optimaliseren van de taken die samenhangen met het Concordaat tussen EZ en BZ

Grondslag: O.m. Concordaat 1955

Periode: 1945–

Product: Notities, instructies, brieven

Opmerking: Het betreft onder meer de volgende zaken:

– bijdragen aan werving/selectie personeel posten (ook i.v.m. overplaatsingen diplomaten);

– instructies;

– scholing/training;

– opstelling werkprogramma’s;

– organisatie conferenties.

Waardering: V 20 jaar

22.

Handeling: Het beleidsmatig coördineren en optimaliseren van het netwerk voor internationale handelsbevordering

Periode: 1945–

Product: convenanten, samenwerkingsovereenkomsten

Opmerking: Belangrijke spelers in dezen zijn: VVK, NTIO, buitenlandse KvK’s, NBSO’s.

Waardering: B (5)

23.

Handeling: Het materieel en personeel coördineren en optimaliseren van het netwerk voor internationale handelsbevordering

Periode: 1945–

Opmerking: Het betreft met name de contacten met internationale en regionale Kamers van Koophandel en NBSO’s. Het kan hierbij ook gaan om bijv. personele zaken (sollicitaties) en pandbeheer (NBSO’s).l

Waardering: V 20 jaar

24.

Handeling: Het coördineren van promotionele projecten voor de Nederlandse diplomatieke posten

Grondslag: O.m. Concordaat 1955

Periode: 1945–

Product: Besluit, brieven, verslagen, registratie, programma’s

Opmerking: Het betreft vroeger m.n. toewijzing budgetten, vanaf 1997 meer coördinatie in een financiële subsidierelatie en tegenwoordig de zgn. PPP-projecten

Waardering: V 5 jaar

25.

Handeling: Het vaststellen van opdrachten aan particuliere organisaties op het terrein van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brieven, notulen, verslagen

Opmerking: Het betreft hier opdrachten tot het verrichten van bepaalde diensten aan het bedrijfsleven.

Waardering: V 10 jaar

26.

Handeling: Het geven van richtlijnen aan particuliere organen als voorlichtingsorganen voor de Nederlandse overheid in het kader van de uitvoering van de opdracht tot het verrichten van diensten

Periode: 1945–

Product: Bijvoorbeeld instructies voor tariefstellingen bij voorlichtingsactiviteiten.

Opmerking: Als voorlichtingsorgaan worden vaak de Kamers van Koophandel in Nederland en voor het buitenland, de NCH, etc.

Deze handeling wordt ook uitgevoerd door de posten van de EVD in het buitenland.

Waardering: V 10 jaar

Verzamelen van gegevens en onderzoek

27.

Handeling: Het verrichten van markt- en sectoranalyses

Periode: 1945–

Product: Rapporten, brieven, notities, e.d.

Opmerking: Het betreft hier o.m. sectorinformatie, informatie over kansrijke markten, etc.

Deze handeling is vooral een reguliere handeling vanuit de EVD zelf om inzicht te krijgen in de desbetreffende sectoren.

Waardering: B 1

28.

Handeling: Het vastleggen en ontsluiten van informatie ten behoeve van exportbevorderingsactiviteiten

Periode: 1945–

Product: Adresbestanden, overzichten wet- en regelgeving, statistiek uit binnen- en buitenland, ‘bouwstenen’

Opmerking: Het gaat om dynamische, actuele gegevensbestanden

Waardering: V 2 jaar

Algemene voorlichting en inlichtingen

29.

Handeling: Het in het kader van de exportbevordering beantwoorden van vragen van derden

Periode: 1945–

Product: Brieven notities, registratiesystemen.

Opmerking: Onder deze handeling wordt ook verstaan het op verzoek verstrekken van inlichtingen over het Nederlandse bedrijfsleven, Nederlandse ondernemers of intermediaire instellingen.

Waardering: V 2 jaar

30.

Handeling: Het vervaardigen van voorlichtingsmateriaal over de EVD

Periode: 1945

Product: Boeken, brochures, e.d.

Opmerking: Het betreft hier b.v. de ‘Activiteitenkalender’, brochures over de EVD voor het buitenland. Het betreft hier niet alleen schriftelijk voorlichtingsmateriaal, maar ook video’s en DVD’s.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

31.

Handeling: Het maken van voorlichtingsmateriaal ten behoeve van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: periodieken, boeken voorlichtingsmateriaal over andere handelsbevorderende instanties, websites, adresboeken, vademecums, handleidingen over marketing en bedrijfsuitvoering, enz.

Opmerking: Deze handeling wordt ook verricht in samenwerking met overheden en andere particuliere exportbevorderende organisaties.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

32.

Handeling: Het (doen) organiseren en uitvoeren van incidentele voorlichtingscampagnes op het gebied van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Notulen, programma’s, brieven, facturen, ontwerpen, offertes, e.d.

Opmerking: Deze handeling wordt ook verricht in samenwerking met particuliere exportbevorderende organisaties.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

33.

Handeling: Het (doen) ontwerpen of opstellen van voorlichtingsmateriaal over Nederlandse bedrijven en producten

Periode: 1978–

Product Boekwerken, brochures, tentoonstellingsmateriaal, reclameaffiches, films e.d. audiovisuele media; b.v. ‘Milieu in de markt’, uitgaven over sectoren van het Nederlands bedrijfsleven

Opmerking: Deze handeling wordt ook verricht in samenwerking met andere overheden en particuliere exportbevorderende organisaties en brancheverenigingen- en organisaties. In het geval van films speelde de RVD een grote rol, zie PIVOT-rapport 46, drs. M.J.B. Kavelaars, ‘In den strijd tegen onwetendheid, valsche voorstelling en leugen’. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein Voorlichting van de rijksoverheid, 1931–1990. ’s-Gravenhage 1997.

Waardering: B (5): eindproduct

V 2 jaar: onderliggend materiaal

34.

Handeling: Het organiseren van informatiebijeenkomsten over de handelssituatie in het buitenland

Periode: 1945–

Product: Brochures, inschrijvingsformulieren, uitnodigingen, programma’s

Opmerking: Het betreft hier o.m. de zogenoemde spreekdagen, die de EVD organiseert in samenwerking met de Kamers van Koophandel en andere particuliere exportbevorderende organisaties en instelling. Vaak is een handelsattaché van de buitenlandse post in een buitenland aanwezig om informatie te geven.

Waardering: V 5 jaar

Promotie

35.

Handeling: Het (doen) voorbereiden en organiseren van promotieactiviteiten

Periode: 1945–

Product: Notulen, brieven uitnodigingen, promotiemateriaal

Opmerking: Het betreft vooral activiteiten in het kader van de Algemene Holland promotie. In de loop der tijd is het accent verschoven: de EVD onderhoudt tegenwoordg een subsidierelatie met aanvragers en voert zelf (vrijwel) geen promotieactiviteiten zelf uit.

Waardering: B (5): 1 exemplaar van de publicaties

V 5 jaar: de overige neerslag

Bemiddeling en advies

36.

Handeling: Het adviseren van Nederlandse bedrijven over hun exportkansen en exportstrategie

Periode: 1945–

Product: Adviezen, brieven

Waardering: V 10 jaar

37.

Handeling: Het op verzoek van Nederlandse bedrijven verrichten van bemiddelende activiteiten bij de oprichting van vestigingen in het buitenland en bij de export

Periode: 1945–

Product: Introductiebrieven, legitimatiebewijzen, brieven

Opmerking: O.a. door middel van het programma Individuele Marktbewerking

Waardering: V 10 jaar

38.

Handeling: Het bemiddelen voor Nederlandse bedrijven bij aanbestedingen door internationale instellingen

Periode: 1945–

Product: Brieven, formulieren, ‘Bestedingen buitenland’

Opmerking: Het gaat hierbij om aanbestedingen in het kader van projecten van internationale organisaties zoals de Wereldbank en de EU.

Waardering: V 5 jaar

39.

Handeling: Het bemiddelen bij aanvragen van subsidies door Nederlandse bedrijven voor door EG-instanties vastgestelde programma’s

Periode: 1958–

Product: Brief, formulieren

Opmerking: Voorbeelden zijn subsidieprojecten voor ontwikkelingsactiviteiten in de voormalige Sovjetunie en Mongolië (TACIS en PHARE). Voor wat betreft uitvoering en beheer van dergelijke programma’s: zie de paragraaf betreffende internationale publieke samenwerking.

Waardering: V 10 jaar

40.

Handeling: Het bemiddelen bij handelsgeschillen tussen Nederlandse ondernemingen en hun buitenlandse relaties

Periode: 1945–

Product: Brieven

Waardering: B (5)

41.

Handeling: Het (doen) uitvoeren van marktverkenningen

Periode: 1945–

Opmerking: Op verzoek van het bedrijfsleven of als een post hierom vraagt kan de EVD besluiten tot het (doen) uitvoeren van een marktverkenning. Sinds 2004 uitgevoerd door onderzoeksbureaus, met eventuele advisering door de posten. Coördinatie en aanbesteding door de EVD.

Waardering: B (5)

42.

Handeling: Het (doen) uitvoeren van klantenonderzoeken ten behoeve van exportbevorderingsactiviteiten door derden

Periode: 1998–

Product: Bijv. klanttevredenheidsonderzoeken

Opmerking: In opdracht, veelal uitgevoerd door derden.

Waardering: V 5 jaar

43.

Handeling: Het aan derden uitbesteden van activiteiten ten behoeve van de handels- en investeringsbevordering

Periode: 1997–

Product: projectdossiers

Opmerking: Het betreft met name het Programma Uitbesteding Posten (PUP), waarbij bepaalde taken t.b.v. handels- en investeringsbevordering aan posten kunnen worden uitbesteed. Posten kunnen hiervoor projectvoorstellen doen.

Waardering: V 5 jaar

Bezoeken en missies

44.

Handeling: Het (doen) organiseren of leveren van bijdragen aan handelsmissies vanuit het buitenland

Periode: 1945–

Product: Organisatie: draaiboeken, programma’s, uitnodigingen, brieven;

Bijdragen aan redevoeringen, verslagen, publicaties, voorlichtingsbrochures, ‘bedrijfsprofielenboekjes’ e.d.

Opmerking: Sinds 2005 vallen bezoeken en missies (behalve die van bewindspersonen en hoge ambtenaren) onder het EVD-tenderprogramma Collectieve Promotionele Activiteiten.

Waardering: V 5 jaar

45.

Handeling: Het (doen) organiseren van handelsmissies en -reizen naar het buitenland

Periode: 1945–

Product: Programma, uitnodigingen, brieven, reispapieren, reserveringen

Opmerking: Sinds 2005 vallen bezoeken en missies (behalve die van bewindspersonen en hoge ambtenaren) onder het EVD-tenderprogramma Collectieve Promotionele Activiteiten.

Waardering: V 5 jaar

Tentoonstellingen, beurzen en overige promotionele activiteiten

46.

Handeling: Het vaststellen van het subsidiebeleid, de controle en voorlichting ten aanzien van tentoonstellingen en jaarbeurzen in het buitenland

Periode: 1945–

Product: Bijvoorbeeld instructie aan de EVD-ambtenaar 1948; algemene richtlijnen in 1949, in 1953.

Waardering: B (5)

47.

Handeling: Het (doen) organiseren van Nederlandse deelnemingen aan buitenlandse tentoonstellingen en beurzen en andere collectieve promotionele activiteiten

Periode: 1945–

Product: Brieven, uitnodigingen, programma’s, notulen, catalogus van te exposeren bestanden

Opmerking: Deze handeling werd ook verricht in samenwerking met de particuliere exportbevorderende organisaties. De EVD organiseerde vooral niet commercieel gerichte inzendingen.

Sinds 2005 vallen collectieve beursinzendingen en andere collectieve promotionele activiteiten onder het EVD-tenderprogramma Collectieve Promotionele Activiteiten.

Waardering: V 5 jaar

48.

Handeling: Het (doen) organiseren van een tentoonstelling of beurs ten behoeve van de exportbevordering

Periode: 1945–

Product: Brief, notities, notulen

Opmerking: De neerslag van deze handeling bevat ook de verslaglegging van de opdrachtnemer.

Waardering: B (5): verslagen

V 5 jaar: de overige neerslag

52.

Handeling: Het organiseren van de Nederlandse inbreng op wereldtentoonstellingen

Periode: ca. 2000–

Product: Correspondentie, tekeningen

Opmerking: De EVD is bijv. betrokken bij de organisatie van de wereldtentoonstelling in Japan; de daarop volgende wereldtentoonstelling zal zijn in Shanghai.

Waardering: V 5 jaar

B (5): publicaties en andere eindproducten

53.

Handeling: Het bemiddelen bij inzendingen voor prijsvragen of deelneming aan wedstrijden

Periode: 1945–

Product: Brieven formulieren

Waardering: V 5 jaar

54.

Handeling: Het bemiddelen bij inzendingen van bedrijven naar een internationale tentoonstelling of beurs

Periode: 1945–1965

Product: Brieven, formulieren

Waardering: V 5 jaar

Subsidieverlening en financiering internationaal ondernemen en internationale niet-publieke samenwerking

64.

Handeling: Het toekennen van gelden voor het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen en het ontwikkelen van de particuliere sector in opkomende markten en ontwikkelingslanden

Grondslag: O.a.:

Regeling Stimulering Exportactiviteiten 1984

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Subsidieregeling investeringsbevordering en technische assistentie Oost-Europa, Stcrt. 1998, 130

Subsidieregeling exportmedewerker MKB 1998

Subsidieregeling starters op buitenlandse markten 1999

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM) (op basis van Memorandum of Understanding per land)

Subsidieregeling Aziëfaciliteit, Stcrt. 1999, 176

Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw (TROS), Stcrt. 2003, 141

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM)

Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO – per 1 juni 2005 opgegaan in nieuwe PSOM)

President’s Programme (van 1998 tot 2004 door VNO-NCW, vanaf 1 januari 2005 door de EVD)

Periode: 1978–

Opmerking: Het betreft zowel gelden ter directe stimulering van het internationaal ondernemen door Nederlandse bedrijven (bijv. PSB, PESP, exportfinancieringsarrangementen en -faciliteiten als rente-overbruggingsfaciliteit, matchingsfaciliteiten), als gelden ter stimulering van de internationale samenwerking in de niet-publieke sector (bijv. Programma Samenwerking Oost-Europa, Subsidieregeling Aziëfaciliteit).

Deze handeling kan ook inhouden het ontwikkelen, aanbesteden en beheren van (gesubsidieerde) projecten op genoemde gebieden.

Product: Beschikking

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

71.

Handeling: Het verlenen van subsidies aan Nederlandse inzendingen naar internationale vakbeurzen en tentoonstellingen in het buitenland op grond van een actieprogramma

Grondslag: O.a. Regeling Stimulering Exportactiviteiten 1984, 1986

Periode: 1984–

Product: Beschikking

Opmerking: Het betreft hier voorschotverlening, vaststelling, uitbetaling en verantwoording van de desbetreffende subsidies. Vanaf 1986 dienen alle te subsidiëren activiteiten in het actieprogramma te zijn vastgelegd.

Waardering: V 10 jaar

74.

Handeling: Het afhandelen van aanvragen om herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties

Periode: 2004–

Product: Beschikking

Opmerking: EVD vanaf 2004.

Bijv. SenoGom-faciliteit.

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

Internationale publieke samenwerking

75.

Handeling: Het uitvoeren of ontwikkelen en beheren van programma’s gericht op internationale publieke samenwerking

Periode: 2004–

Product: Projectdossiers

Opmerking: Bijv. MATRA-, PSO- en PPA-kort-pre-accessieprogramma’s. MATRA wordt gefinancierd door Buitenlandse Zaken en geldt voor de niet-economische sectoren. PSO wordt gefinancierd door VROM en ondersteunt specifiek overheidsinstellingen in de milieusector. Een ander voorbeeld is het EG-programma Phare Twinning.

Het kan ook gaan om het toekennen van gelden voor projecten op het gebied van de onderwijssamenwerking (of het adviseren daarover) en voor het doen uitvoeren van onderwijsgerelateerde trainingen voor ambtenaren uit Centraal- en Oost-Europa (bijv. in het kader van het ADEPT-programma, vanaf 2005 MTES).

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

Actor: Adviescollege voor de Economische en Handelsvoorlichting

11.

Handeling: Het adviseren van de Nederlandse regering bij de voorbereiding, vaststelling coördinatie en evaluatie van het beleid betreffende exportbevordering

Periode: 1956–1964

Product: Rapporten in 1958 en 1961

Waardering: B (1)

Actor: Stuurgroep Know-How Export

14.

Handeling: Het onderzoeken van de mogelijkheden voor bundeling van expertise van overheid en bedrijfsleven ten behoeve van de bevordering van de export

Periode: 1980–

Product: Rapport

Opmerking: De Stuurgroep richtte zijn onderzoek vooral op de uitvoermogelijkheden op civieltechnische en cultuurtechnische terrein.

Waardering: B (5)

Actor: Interdepartementale Coördinatiegroep Know-How Export

14.

Handeling: Het vaststellen van de overheidsinbreng bij acties van het bedrijfsleven ter bevordering van de export

Periode: 1980–

Product: Notulen, brieven, notities

Waardering: B (5)

Actor: de Adviescommissie Exportsteun

17.

Handeling: Het jaarlijks verantwoorden van werkzaamheden van de Adviescommissie Exportsteun tegenover de minister

Bron: Besluit subsidie exportfinanciering, art. 11

Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, art. 8, lid 9

Periode: 1976–

Product: Jaarverslag

Waardering: V 10 jaar

18.

Handeling: Het om de vier jaar (doen) instellen van een onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van werkzaamheden Adviescommissie Exportsteun

Bron: Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, art. 8, lid 9

Periode: 1976–

Product: Evaluatieverslag

Opmerking: Deze evaluatie dient om te voorkomen dat adviescommissies permanent blijven voortbestaan. In 1997 is een groot deel van de verplichte adviescommissies opgeheven.

Waardering: B (5)

61.

Handeling: Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de staatssecretaris inzake exportfinancieringssteun in nationaal en internationaal verband

Grondslag: Vanaf 1994:

Besluit subsidies exportfinanciering

Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, art. 3, lid 2 sub d;

Periode: 1976–

Product: Advies

Waardering: V 10 jaar

63.

Handeling: Het adviseren van de Interdepartementale werkgroep Exportsteun over de aanvragen om subsidie uit het matchingsfonds

Grondslag: Vanaf 1994:

Besluit subsidies exportfinanciering 1994

Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, 1997

Periode: 1976–

Product: Advies

Waardering: V 10 jaar

Actor: de Interdepartementale werkgroep Exportsteun

60.

Handeling: Het adviseren van de minister bij de vaststelling van een regeling inzake exportfinancieringsarrangementen

Grondslag: Vanaf 1994:

Besluit subsidies exportfinanciering

Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, art. 3, lid 2 sub d;

Periode: 1976–

Product: Advies

Waardering: B (1) (eindproduct)

V 10 jaar (overige neerslag)

62.

Handeling: Het adviseren van de minister bij een aanvraag om subsidie ter uitvoering van exportfinancieringsarrangementen

Grondslag: Vanaf 1994:

Besluit subsidies exportfinanciering

Besluit subsidie exportfinancieringsarrangementen, art. 3, lid 2 sub d;

Periode: 1976–

Product: Advies

Opmerking: De verplichting tot adviesaanvrage is vastgelegd in de regelingen, waarbij veelal is bepaald dat spoedeisende gevallen van advisering zijn uitgezonderd. De advisering duurt veelal vier weken tenzij de aanvraag dringend is.

Waardering: B (1) (eindproduct)

V 10 jaar (overige neerslag)

Actor: de Interdepartementale Commissie Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

69.

Handeling: Het adviseren van de Ministers van EZ en OS over het beleid en het beheer van het Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

Grondslag: Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

Periode: 1979–

Product: Notulen, brieven

Opmerking: De handelingen van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking staan beschreven in Gedane Buitenlandse Zaken, PIVOT-rapport 103.

Waardering: V 10 jaar

Actor: Senter

39.

Handeling: Het bemiddelen bij aanvragen van subsidies door Nederlandse bedrijven voor door EG-instanties vastgestelde programma’s

Periode: 1958–

Product: Brief, formulieren

Opmerking: Voorbeelden zijn subsidieprojecten voor ontwikkelingsactiviteiten in de voormalige Sovjetunie en Mongolië (TACIS en PHARE).

Waardering: V 5 jaar

64.

Handeling: Het toekennen van gelden voor het faciliteren en stimuleren van internationaal ondernemen en het ontwikkelen van de particuliere sector in opkomende markten en ontwikkelingslanden

Grondslag: O.a.:

Regeling Stimulering Exportactiviteiten 1984

Besluit subsidies exportfinanciering, Stb. 1994, 318

Subsidieregeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, 1996

Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen, Stcrt. 1977, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement Indonesië, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement zware matching, Stcrt. 1997, 245

Regeling exportfinancieringsarrangement lichte matching, Stcrt. 1997, 245

Subsidieregeling investeringsbevordering en technische assistentie Oost-Europa, Stcrt. 1998, 130

Subsidieregeling exportmedewerker MKB 1998

Subsidieregeling starters op buitenlandse markten 1999

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM) (op basis van Memorandum of Understanding per land)

Subsidieregeling Aziëfaciliteit, Stcrt. 1999, 176

Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw (TROS), Stcrt. 2003, 141

Periode: 1978–

Opmerking: Het betreft zowel subsidies ter directe stimulering van het internationaal ondernemen door Nederlandse bedrijven (bijv. PSB, PESP, exportfinancieringsarrangementen en -faciliteiten als rente-overbruggingsfaciliteit, matchingsfaciliteiten), als subsidies ter stimulering van de internationale samenwerking in de niet-publieke sector (bijv. Programma Samenwerking Oost-Europa, Subsidieregeling Aziëfaciliteit).

Deze handeling kan ook inhouden het ontwikkelen, aanbesteden en beheren van (gesubsidieerde) projecten op genoemde gebieden.

Product: Beschikking

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

74.

Handeling: Het afhandelen van aanvragen om herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties

Periode: 1994–2004

Product: beschikking

Opmerking: EVD vanaf 2004.

Bijv. SenoGom-faciliteit.

Waardering: V 5 jaar

Actor: CROSS

76.

Handeling: Het in het kader van versterking van de internationale publieke samenwerking coördineren en (doen) uitvoeren van onderwijssamenwerkingsactiviteiten

Periode: ca. 1992–2004

Product: Projectdossiers

Opmerking: Deze activiteiten worden – als het gaat om exportbevordering en versterking van de publieke samenwerking – onder meer door Bureau CROSS uitgevoerd, eerst als onderdeel van het Ministerie van OCenW, sinds 2004 als onderdeel van de EVD.

Het kan gaan om het verlenen van subsidies voor projecten op het gebied van de onderwijssamenwerking (of het adviseren daarover) en het verlenen van subsidies voor het doen uitvoeren van onderwijsgerelateerde trainingen voor ambtenaren uit Centraal- en Oost-Europa (bijv. in het kader van het ADEPT-programma).

N.b. er is in 2004 een aantal dossiers overgedragen aan EZ. Hier is geen duidelijke scheidslijn in periodering getrokken, waardoor de handeling voor de gehele periode zowel onder zorgdragerschap van de Ministers van OCW en EZ valt.

Waardering: Toegewezen aanvragen: V 10 jaar

Afgewezen aanvragen: V 5 jaar

7.2. Zorgdrager Minister van Algemene Zaken

49.

Handeling: Het instellen/aanwijzen van organen, belast met de organisatie en uitvoering van een tentoonstelling

Periode: 1945–

Product: Brieven, contracten en verzekeringspolissen

Opmerking: In een aantal gevallen (Wereldtentoonstellingen) werd een stichting ingesteld, waarvan de voorzitter door de opdrachtgever werd benoemd.

Tussen 1984 en 1986 werd per beurs een organiserende instelling aangewezen (Vakbeursregeling).

Waardering: V 10 jaar

50.

Handeling: Het (mede) verwerven, beheren en overdragen van zakelijke rechten op terreinen van internationale tentoonstellingen en de zich daarop bevindende goederen

Periode: 1945–

Product: Contracten en verzekeringspolissen

Waardering: V 15 jaar

51.

Handeling: Het verlenen van subsidie of garantstelling aan een organisator van en/of inzender naar een internationale tentoonstellingen en beurzen

Periode: 1945–

Product: Contracten, beschikking

Waardering: V 10 jaar

54.

Handeling: Het bemiddelen bij inzendingen van bedrijven naar een internationale tentoonstelling of beurs

Periode: 1945–1965

Product: Brieven, formulieren

Waardering: V 5 jaar

7.3. Zorgdrager Vakminister

47.

Handeling: Het (doen) organiseren van Nederlandse deelnemingen aan buitenlandse tentoonstellingen en beurzen

Periode: 1945–

Product: Brieven, uitnodigingen, programma’s, notulen, catalogus van te exposeren bestanden

Opmerking: Deze handeling werd ook verricht in samenwerking met de particuliere exportbevorderende organisaties.

De EVD organiseerde vooral niet commercieel gerichte inzendingen.

Waardering: V 6 jaar (Minister van LNV)

V 5 jaar (overige vakministers)

8. Concordantie

In dit BSD is een aantal nieuwe handelingen tussen de oude geplaatst. Daardoor is de nummering versprongen. Om eenvoudig de bijpassende handeling in het RIO te vinden, is hieronder de koppeling gelegd.

BSD-nr.

RIO-nr.

Toelichting

1

1

EVD toegevoegd

2

2

 

3

3

 

4

4

EVD toegevoegd

5

5

 

6

6

 

7

7

EVD geschrapt

8

8

EVD geschrapt

9

9

EVD geschrapt

10

10

EVD toegevoegd

11

11

 

12

12, 13, 27

Samengevoegd

13

14

 

14

15

 

15

16

 

16

17

 

17

18

 

18

19

 

19

Nieuw

20

20–23

Nieuwe formulering

21

20–23

Nieuwe formulering

22

Nieuw

23

Nieuw

24

24

Nieuwe formulering

25

25

 

26

26

 

27

28

Nieuwe formulering

28

29

Nieuwe formulering

29

30

Nieuwe formulering

30

31

Nieuwe formulering

31

31, 32 + 39

Samengevoegd

32

34 + 35

Samengevoegd

33

36

 

34

38

Aangepast

35

40

Aangepast

36

41

Aangepast

37

42

 

38

43

Senter geschrapt

39

44

Nieuwe formulering

40

45

 

41

 

Nieuw

42

 

Nieuw

43

 

Nieuw

44

46 + 47

Samengevoegd

45

48 + 49

Samengevoegd

46

50

 

47

51

Nieuwe formulering

48

52 + 53

Samengevoegd

49

55

 

50

56

 

51

57

 

52

 

Nieuw

53

58

Aangepast

54

59

 

55

60

 

56

61

 

57

62

 

58

63

 

59

64

 

60

65

 

61

66

 

62

67

 

63

68

 

64

69

Nieuwe formulering

65

70

Aangepast

66

71

 

67

72

 

68

73

 

69

74

 

70

75

 

71

76

 

72

77

 

73

79

 

74

 

Nieuw

75

 

Nieuw

76

 

Nieuw

RIO-nr.

Toelichting voor vervallen

27

Op grond van commentaar van de EVD

37

Idem

54

Idem

78

Idem