Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- [...] vanaf 1945 (minister van Verkeer en Waterstaat)

Geldend van 19-10-2006 t/m heden

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 23 juni 2006, nr. arc-2006.02959/2);

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 12 september 2006

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,
namens deze:
de

Projectdirecteur Project Wegwerken Archief Achterstanden

,

A. van der Kooy

Basisselectiedocument industrie- en technologiebeleid 1945–

September 2006 Ministerie van Economische Zaken Rijksarchief/PIVOT

1. Afkortingen en begrippen

ARA: Algemeen Rijksarchief

RAD: Rijksarchiefdienst

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

BSD: Basisselectiedocument

Stb.: Staatsblad (jaar, nummer)

Stcrt.: Staatscourant (jaar, nummer)

Actor: overheidsorgaan of particuliere organisatie/persoon die rol speelt op het beleidsterrein

Handeling: complex van activiteiten, gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

B de selectiebeslissing ‘(blijvend) te bewaren’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

V: de selectiebeslissing ‘(op termijn) vernietigen’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van de gewaardeerde handeling

BuZa: Buitenlandse Zaken

BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

EZ: Economische Zaken

LNV: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid

V&W: Verkeer en Waterstaat

VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

AMvB: Algemene maatregel van Bestuur

R&D: Research & Development

O&O: Onderzoek & Ontwikkeling

CBIN: Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland [EZ-O/CBIN]

CMO: Stichting Coördinatie Martitiem Onderzoek

DIR: Dienst Investeringsrekening [EZ]

ESA: European Space Agency

EU: Europese Unie

EVD: Economische Voorlichtingsdienst

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

MARIN: Maritiem Research Instituut Nederland

NEHEM: Nederlandse Herstructureringsmaatschappij

NIB: Nationale Investeringsbank (Herstelbank)

NIM: Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek

NIVR: Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart

NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

RSV: Rijn-Schelde-Verolme-concern

TWA: Technisch-wetenschappelijk attaché

VN: Verenigde Naties

CISB: Commissie Informatiestimulering Bedrijfsleven

ICOMAR: Interdepartementale Commissie voor het Maritieme Onderzoek

ICR: Interdepartementale Commissie Ruimtevaart

IOP-b: Tijdelijke adviescommissie Innovatiegericht Onderzoekprogramma Biotechnologie

IOT: Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid

PC-b: Programmacommissie biotechnologie

PcIB: Tijdelijke programmacollege Industriële Biotechnologie

VCT: Tijdelijke Vervolgcommissie Technologiebeleid

VIB: Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid

Commissie-Dekker: Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid

Commissie-Wagner: Adviescommissie inzake het industriebeleid

Commissie-Zandbergen: Adviescommissie Maritieme Onderzoeksinfrastructuur

WIR-commissie: Interdepartementale Commissie Wet Investeringsrekening

BIS: Branchegewijze Informatiestimulering

BIT: Bedrijfsgerichte Internationale Technologieprogrammma’s

BSZ: Besluit Subsidies Zeescheepsnieuwbouw

BTIP: Bedrijfsgerichte technologiestimulering Internationale Programma’s

BTOC: Bedrijfsgerichte Technologisch Onderzoek door Collectieven

BTS: Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

CVO: Civiele Vliegtuigontwikkeling

E.E.T.: Economie, Ecologie en Technologie

FES: Fonds Economisch Structuurbeleid

ICES: Interdepartementale Commissie inzake het Economische Structuurbeleid

INSTIR: Innovatiestimuleringsregeling

IOP’s: Innovatiegerichte Onderzoekprogramma’s

IT: Informatietechnologie

ITeR: Informatietechnologie en Recht

KREDO: Kredieten Electronische Dienstenontwikkeling

PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering

SBI: Subsidieregeling Bedrijfsvoorlichting informatietechnologie

SMO: Subsidies Maritiem Onderzoek

SPIN-OV: Stimuleringsprogramma Informatietechnologie Overheidsaanschaffingen

T&S: Technologie & Samenleving

T&U: Toeleveren & Uitbesteden

TGP: Telematica Gidsprojecten

TOK: Technische Ontwikkelingskredieten

TOP: Technische Ontwikkelingsprojecten

WIR: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368)

2. Verantwoording

2.1. Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder archiefbescheiden worden niet slechts papieren documenten verstaan, maar álle documenten – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband kent de Archiefwet 1995 zowel een vernietigingsplicht (artikel 3) als een overbrengingsplicht (artikel 12). Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de Ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag. Het ARA is onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OC&W en staat onder leiding van een Algemeen Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens artikel 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

  • De taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

  • De verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;

  • De waarde van de archiefbescheiden als bestandsdeel van het cultureel erfgoed;

  • Het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- en bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moet ingevolge artikel 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn: één deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, één deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.

2.2. Het basisselectiedocument

Een basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van een enkele organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voorzover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Door de beleidsgerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid enz.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisatie van overheidsorganen dienen een aantal ‘horizontale’ BSD’s. Deze zijn van toepassing op alle organisaties van de Rijksoverheid.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot vaststelling. Het BSD wordt vastgelegd in een gezamenlijk besluit van de Minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de Minister van OC&W) en de betrokken zorgdrager(s).

2.3. Het BSD-industrie- en technologiebeleid

Het PIVOT-rapport Innovatie gesubsidieerd. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid, 1945–2001 vormt de grondslag voor dit ontwerp-BSD. Het RIO geeft een historische beschrijving van het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid en een overzicht van de handelingen die overheidsorganen hebben verricht.

Het onderzoek naar dit beleidsterrein werd uitgevoerd in het kader van de tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Economische Zaken gesloten convenant. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd inzake de overdracht van de na 1940 gevormde archieven.

Het institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid is verricht in de periode september 2000 tot en met oktober 2001. Het rapport, is na in oktober 2001 te zijn vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken vastgelegd als nr. 148 van de PIVOT-reeks.

Dit ontwerp-BSD omvat voorstellen voor de selectie van de administratieve neerslag van de handelingen van de overheid op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

De afbakening ten opzichte van andere beleidsterreinen in verantwoord in § 2.2 van het RIO. Hier kan dus worden volstaan met deze verwijzing.

Voor de toetsing van dit ontwerp-RIO is het raadzaam om eerst de leeswijzer bij de handelingenlijst te raadplegen. Afwijzingen van de handelingenlijst uit het RIO worden hierin toegelicht.

2.4. Actorenoverzicht

Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken

  • Minster van Economische Zaken

  • Dienst Investeringsrekening

  • Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN)

  • Technisch-wetenschappelijke attaché (TWA)

  • Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (NEHEM)

  • Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR)

  • Senter

  • Vakminister

  • Adviescommissie inzake het industriebeleid – Commissie-Wagner

  • Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid – VIB

  • Commissie Industriële innovatie

  • Interdepartementale Adviescommissie Wet Investeringsrekening – WIR-commissie

  • College van adviseurs voor de werving van buitenlandse bedrijven

  • Commissie Nederlandse scheepsbouw 1965

  • Beleidscommissie Scheepsbouw

  • Beleidscommissie voor de katoen-, rayon- en linnenindustrie

  • Adviescommissie flexibele productie-automatisering

  • Begeleidingscommissie Massiefkartonindustrie

  • Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie

  • Interdepartementale commissie ruimtevaart – ICR

  • Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur

  • Beoordelingscommissie Maritiem onderzoek

  • Adviescommissie Maritiem onderzoek

  • Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek – ICOMAR

  • College van advies voor herstelfinanciering

  • Ontwikkelingsraad

  • Adviescommissie Technische ontwikkelingsprojecten

  • Stuurgroep Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma’s

  • Programmacommissie IOP

  • Programmacommissie biotechnologie – PC-b

  • Tijdelijke Programmacommissie

  • Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie – PcIB

  • Tijdelijke adviescommissie IOP’s

  • Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie – IOP-b

  • Programmacollege IOP’s

  • Programmacollege IOP milieutechnologie

  • Tijdelijke adviescolleges programmatische stimulering

  • Adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering

  • Beoordelingscommissie collectief onderzoek

  • Adviescollege internationale technologieprogramma’s

  • Adviescollege technologische samenwerkingsprojecten

  • Commissie informaticastimulering bedrijfsleven – CISB

  • Beoordelingscommissie telematica gidsprojecten

  • Adviescolleges voor de informatietechnologieprogramma’s: telematica, uitbesteding aan onderzoekinstellingen en branchetoepassingen

  • Stuurgroep ITeR

  • Programmacommissie ITeR

  • Adviescommissie electronische diensten

  • Adviescommissie E.E.T.

  • Adviescommissie experimentele faciliteiten

  • Adviescommissie zaaiprojecten life sciences

  • Stuurgroep technologie en samenwerking (T&S)

  • Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid – IOT

  • Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid – Commissie-Dekker

  • Tijdelijke vervolgcommissie technologiebeleid – VCT

Actoren onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken

– Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken

  • Minister van Buitenlandse Zaken

  • Minister van Ontwikkelingssamenwerking

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Defensie

  • Minister van Defensie en rechtsvoorgangers

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën

  • Minister van Financiën

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie

  • Minister van Justitie

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en rechtsvoorgangers

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en rechtsvoorgangers

  • Minister van Wetenschapsbeleid

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  • Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  • Vakminister

Actoren onder de zorg van de Minister van Verkeer en Waterstaat

  • Minister van Verkeer en Waterstaat

  • Vakminister

2.5. Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 verwoordde de Minister van WVC deze doelstelling als volgt:

‘dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven’.

Door het Convenant van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.’

De algemene selectiedoelstelling is in dit BSD geoperationaliseerd voor het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid. Bij de hier geformuleerde selectievoorstellen stond steeds de vraag centraal: ‘ten aanzien van welke handelingen is de administratieve neerslag noodzakelijk om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het overheidshandelen op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid?’

2.6. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd: het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met een B (‘blijvend bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd in zijn geheel dient te worden overgebracht naar het ARA. De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (‘vernietigen’), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging plaats dient te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd:

‘Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.’

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

Algemeen selectiecriterium

1. Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van het beleid en terugkoppeling van beleid; dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: het beschrijven en beoordelen van de inhoud het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over het beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop de beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan: het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om specifieke selectiecriteria te formuleren niet benut.

Vaststelling BSD

In april 2006 is het ontwerp-BSD door de minister van Economische Zaken aan de Staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 mei 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het ministerie van OCW en de regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 23 juni 2006 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2006.02959/2), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– de handelingen van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden uit de selectielijst verwijderd.

Daarop werd het BSD op 12 september 2006 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de ministers van Algemene Zaken (kenmerk besluit C/S&A/06/2196), van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/2197), van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/06/2198), van Defensie (C/S&A/06/2199), van Economische Zaken (C/S&A/06/2200), van Financiën (C/S&A/06/2201), van Justitie (C/S&A/06/2202), van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S&A/06/2203), van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2204), van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/06/2205) en van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/2206) vastgesteld.

2.7. Leeswijzer bij de handelingenlijst

De handelingen in het RIO zijn naar actor geordend. De handelingen worden omschreven in een handelingenblok, zoals hierna aangegeven:

(x) Dit is het nummer van de handeling. Deze nummering is uit het bijbehorende RIO overgenomen. Een handeling kan echter door verschillende actoren (gelijktijdig of opeenvolgend in tijd) zijn uitgevoerd. In dit geval is de betrokken handeling in het BSD uitgesplitst naar de betreffende actoren. Een handeling kan dus onder hetzelfde unieke nummer onder meerder actoren zijn opgenomen.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

De formulering van de handelingen is in de regel toegespitst op het product. Echter, een handeling als zodanig omvat alle activiteiten die leiden tot het product. Dientengevolge is de neerslag van de handeling niet beperkt tot het (eind)product, maar omvat ze alle archiefbescheiden die in verband daarmee zijn voortgebracht. Zo betreft de neerslag van een beschikkende handeling niet alleen het originele besluit, maar ook alle voorstukken.

Aangezien handelingen voortvloeien uit taken en bevoegdheden is het mogelijk da een vermelde handeling in de praktijk nimmer (volledig) is uitgevoerd.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling op het moment van het verschijnen van het RIO nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: De afkorting ‘B’ staat voor ‘bewaren’, dat wil zeggen: het na afloop van de wettelijke overbrengingstermijn overdragen aan het ARA van de documentaire neerslag (ongeacht de gegevensdrager) van de handeling. Bij een B-handeling is achter de selectiebeslissing aangegeven welk selectiecriterium is toegepast.

De afkorting ‘V’ staat voor ‘vernietiging (op termijn)’, oftewel ‘niet overbrengen’. Bij de desbetreffende handelingen wordt de vernietigingstermijn vermeld. Deze termijn betreft het aantal volle jaren dat dienst te zijn verlopen sinds het einde van het jaar waarin een archiefbestanddeel (dossier, register, databestand) dat behoort tot de neerslag van de handeling, is afgesloten.

Ter wille van de overzichtelijkheid wordt in de handelingenlijst in tussenkopjes steeds aangegeven:

  • wie de actor is van de vermelde handeling(en);

  • het onderwerp waarop de handeling(en) betrekking heeft (hebben);

  • een verwijzing naar de paragraaf van het RIO waarin de desbetreffende handeling(en) is (zijn) opgenomen.

3. Selectielijsten (actoren en handelingen)

3.1. Minister van Economische Zaken

(1.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van het industriebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, enz.

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein;

het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).

Waardering: B 1& 2

(2.)

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van het technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties, enz.

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein;

het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein;

het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein;

het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein;

het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie);

het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein;

het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein;

het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument).

Waardering: B 1& 2

(3).

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van industriebeleid.

Periode: 1945–

Product: Wetten, AMvB’s, Koninklijke Besluiten en kaderregelingen

Waardering: B 1

(4.)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Wetten, AMvB’s, Koninklijke Besluiten en kaderregelingen

Waardering: B 1

(5.)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over de ontwikkelingen op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 3 (jaarverslagen)

V 10 jaar (maand- en kwartaalverslagen indien vastgestelde jaarverslagen voor handen zijn)

(6.)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938/46/48, artikel 97.

Grondwet 1953/56/72, artikel 104.

Grondwet 1983/87/95, artikel 68.

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: B 2 & 3

(7.)

Handeling: Het informeren van de Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende het industrie- of technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: B 3

(8.)

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van een (subsidie)besluit betreffende het industriebeleid.

Periode: 1945–

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1993, 650), artikel 9, vervallen bij Wet van 29 februari (Stb. 1996, 180).

Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), artikel 9.

Product: Beschikkingen

Opmerking: Het beroepschrift moet ingediend worden bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Zie voor de handelingen van dit college het RIO Sociaal-Economische Raad (PIVOT-rapport nummer 58).

Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

(9.)

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen

Opmerking: Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

(10.)

Handeling: Het voeren van verweer in beroep- of bezwaarschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Indien dossiers m.b.t. beroep- en bezwaarprocedures aanleiding vormen voor het aanpassen van bestaand beleid of het tot stand komen van nieuw beleid, valt de neerslag onder handeling 1. De neerslag van handeling 1 komt voor blijvende bewaring in aanmerking.

Waardering: V 10 jaar

(11.)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s

Waardering: V 5 jaar

(12.)

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V 2 jaar, m.u.v. 1 exemplaar van het eindproduct

(13.)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Offerte, brieven, rapport(ten) en nota’s

Waardering: B 1 & 2

(14.)

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Notities, notulen, brieven en nota’s

Waardering: V 7 jaar

(15.)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van het industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Waardering: V 7 jaar

(16.)

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Rekeningen, declaraties

Waardering: V 7 jaar

(17.)

Handeling: Het deelnemen / leveren van bijdragen aan commissies waarvan het secretariaat bij het eigen ministerie (EZ) berust.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s etc.

Waardering: B 4

(388.)

Handeling: Het deelnemen leveren van bijdragen aan commissie waarvan het secretariaat niet bij het eigen ministerie (EZ) berust.

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, nota’s etc.

Waardering: V 5 jaar

(18.)

Handeling: Het stimuleren van bedrijfs-R&D.

Periode: 1954–

Bron: TK II 1992–1993, 23 031, Industriebeleid in de jaren negentig, nr. 1, p. 4.

Opmerking: • Tot 1994 vond de uitvoering plaats via StiPT. Vanaf 1994 is de uitvoering overgenomen door Senter.

• Dit heeft betrekking op:

– het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe technologieën in bedrijven met behulp van de regelingen ‘Technische Ontwikkelingskrediet’ (TOK) en ‘Programmatische Bedrijfsgerichte Technologiestimulering’ (PBTS);

– het versterken van de kennisinfrastructuur;

– het stimuleren van de verspreiding en toepassing van technologische kennis.

Waardering: V 20 jaar

(19.)

Handeling: Het vaststellen en bekendmaken van industriële investeringsprogramma’s

Periode: 1954–

Bron: Staatsalmanak 1954, p. 685.

Product: Industriële investeringsprogramma’s

Waardering: V 5 jaar (indien programma’s in Staatscourant gepubliceerd zijn)

B 1 (overige neerslag)

(22.)

Handeling: Het instellen van de Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid (VIB).

Periode: 1982–1983

Bron: TK II 1981–1982, 17 100-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1982, nr. 52, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Waardering: B 4

(24.)

Handeling: Het instellen van de Commissie Industriële innovatie.

Periode: 1973–

Product: Commissie Industriële Innovatie geïnstalleerd (Stcrt. 1973, 239).

Waardering: B 4

(26.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:

– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).

– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).

– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).

Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.

Waardering: B 1

(27.)

Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Rekening en/of begroting

Waardering: B 3

(28.)

Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van een verslag aan de beide Kamers der Staten- Generaal over de toepassing van de WIR.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 26, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Jaarverslag

Opmerking: In dit verslag wordt zoveel mogelijk aangegeven op welke wijze en in welke mate de investeringen hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de wet.

Waardering: B 3

(29.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Wet, zoals:

– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).

Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.

Waardering: V 7 jaar

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(42.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)

– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)

Waardering: B 1

(43.)

Handeling: Het benoemen van een industrial commissioner

Periode: 1976–

Bron: Staatsalmanak 1976, p. O6.

Product: Benoeming

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(44.)

Handeling: Het benoemen van een commissaris voor het CBIN.

Periode: 1983–

Product: Benoeming, zoals:

Ir. J.P. Hanse nieuwe commissaris buitenlandse investeringen (Stcrt. 1994, 76).

Waardering V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(50.)

Handeling: Het benoemen van een technisch-wetenschappelijk attaché in het buitenland.

Periode: 1952–

Product: Benoeming, zoals:

J. Kieboom industrieel attaché in Singapore (Stcrt. 1995, 191)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(54.)

Handeling: Het (mede) voeren van een intensief sectorbeleid ter versterking van de economische structuur en verbetering van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Periode: 1980–

Bron: TK II 1980–1981, 16 419, Vestigingsplaats NEHEM, nr. 1, p.4.

Opmerking: Voor de NEHEM is bij de voorbereiding en bij de uitvoering van dit beleid een belangrijke taak weggelegd.

Waardering: B 1 & 5

(55.)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid inzake de instandhouding en stimulering van specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1945–

Bron: Begrotingen EZ

Product: Rapporten, brieven, zoals:

Brief van de Minister van Economische Zaken aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1)

Waardering: B 1 & 2

(56.)

Handeling: Het oprichten en vaststellen van de werkwijze van de Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (NEHEM).

Periode: 1972–1991

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p.45, 243.

TK II 1991–1992, 22 300-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1992, nr. 44.

Waardering: B 4

(58.)

Handeling: Het stellen van ministriële regels m.b.t. de NEHEM over herstructureringszaken van bijzondere aard

Periode: 1972–1979

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243.

Product: Beschikking (aanwijzing)

Waardering: B 1 & 5

(59.)

Handeling: Het beslissen op beroepen en bezwaren tegen besluiten van de NEHEM en het beoordelen en goedkeuren, schorsen of vernietigen van besluiten van de NEHEM.

Periode: 1972–1991

Grondslag: Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80), artikel 12.

Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136), artikel 12.

Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikel 12.

Subsidieregeling databankuitgeven 1983 (Stcrt. 1983, 241), artikel 12.

Subsidieregeling stukgoedoverslagbedrijven (Stcrt. 1984, 3), artikel 12.

Subsidieregeling structuurversterking houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108), artikel 13.

Opmerking: Een ondernemer kan bij de Minister van Economische Zaken een beroepschrift indienen tegen een beslissing van de NEHEM.

Waardering: B 3

(60.)

Vervallen.

(61.)

Handeling: Het aangaan van een convenant met de NEHEM.

Periode: 1989–1991

Bron: TK II 1988–1989, 20 800-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1989, nr. 83.

TK II 1991–1992, 22 300-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1992, nr. 44.

Product: Convenant

Waardering: B 4

(62.)

Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van structuurcommissies voor de herstructurering van bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1965–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244.

Product: Beschikking

Waardering: B 4

(63.)

Handeling: Het bevorderen, voorbereiden en begeleiden van structuuronderzoeken ter herstructurering van bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1965–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243 e.v.

Product: Onderzoeksrapporten

Opmerking: Overname NEHEM in 1972. Zie voor gedeeltelijk vervolg van deze handeling handeling 57 (actor NEHEM).

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van 1 exemplaar van het eindproduct

(64.)

Handeling: Het opstellen, actualiseren en uitbrengen van bedrijfstakverkenningen.

Periode: 1977–

Bron: TK II 1979–1980, 15 818, Sectornota, nrs. 1–2, p. 41.

Product: Rapporten (periodiek uitgebracht), zoals:

Bedrijfstakverkenning 1978 (TK II 1977–1978, 14 805);

de serie Bedrijfstakverkenning 1980, bestaande onder andere uit:

Bedrijfstakverkenning Textiel- en kledingindustrie;

Bedrijfstakverkenning Basismetaalindustrie;

Bedrijfstakverkenning Metaalproducten- en machine-indu⁠strie;

Bedrijfstakverkenning Transportmiddelenindustrie;

Bedrijfstakverkenning Detailhandel (1985);

Bedrijfstaktoets 1995;

Bedrijfstaktoets 1997;

Bedrijfstaktoets 2000.

Opmerking: Vanaf 1995 wordt gesproken over een bedrijfstaktoets, in plaats van een bedrijfstakverkenning.

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte rapport wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

(65.)

Handeling: Het (mede) ontwikkelen en vaststellen van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243–245.

Product: Rapporten

Opmerking: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen impliceert (mede)financiering, waarvoor kaderregelingen werden ingesteld.

Waardering: B 1 & 5

(66.)

Handeling: Het (mede) begeleiden van de uitvoering van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken of sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Opmerking: In de uitvoering wordt meestal gesproken over een herstructureringsproject. Hiervoor werden met afzonderlijke bedrijven herstructureringsovereenkomsten gesloten.

Naast een inhoudelijke bijdrage vanuit het Ministerie van Economische Zaken en eventuele betrokken andere departementen werd meestal ook een financiële bijdrage geleverd. Onder deze handeling valt alleen financiële steunverlening, voor zover deze niet op basis van een wettelijke regeling is geregeld.

Waardering: V 7 jaar

(67.)

Handeling: Het initiëren en het leveren van bijdragen aan projecten ter stimulering van specifieke sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 246–247, 298–299.

Opmerking: Naast een inhoudelijke bijdrage wordt meestal ook een financiële bijdrage geleverd.

Waardering: B 5

(68.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden en vaststellen van regels en richtlijnen met betrekking tot steunverlening aan specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1945–1992

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Richtlijnen kaderregeling herstructurering Nederlandse ijzergieterijen (Stcrt. 1977, 83);

Kaderregeling chemische apparatenbouw (Stcrt. 1980, 73);

Subsidieregeling procesbeheersingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1981, 130);

Kaderregeling voor de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie (Stcrt. 1981, 179);

Kaderregeling voor de wolindustrie (Stcrt. 1981, 179);

Tweede regeling investeringsbijdrage klompenindustrie (Stcrt. 1981, 159);

Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80);

Subsidieregeling upgradingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1982, 198);

Subsidieregeling ontwerpbeleid meubelindustrie 1982 (Stcrt. 1983, 83);

Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136);

Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203);

Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240);

Kaderregeling textielindustrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Kaderregeling confectie- en tricotage-industrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Subsidieregeling structuurversterking houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215);

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68).

Waardering: B 1

(69.)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot het verstrekken van financiële middelen aan ondernemers.

Periode: 1992–

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1991, 767), artikel 2, Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), artikel 3.

Product: AMvB of ministeriële regeling, zoals:

Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432)

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437)

Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124)

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO)

Subsidieregeling economie, ecologie en technologie (Stcrt. 1996, 91)

Besluit subsidies economie, ecologie en technologie (Stb. 1997, 13 – EET)

Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb. 1996, 638 – BTS)

Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206 – CVO)

Waardering: B 1

(70.)

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het openbare register alsmede het bijhouden van dit register, waarin de beschikkingen tot het verstrekken van financiële middelen worden vermeld.

Periode: 1992–1998

Grondslag: Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1991, 767), artikel 11 lid 6, vervallen bij Wet van 29 februari (Stb. 1996, 180).

Product: AMvB, zoals:

Besluit ex artikel 11 van de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ (Stb. 1992, 453)

Waardering: B 1

(71.)

Vervallen.

(72.)

Handeling: Het aanwijzen van personen om toezicht te houden op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen en het geven van instructies.

Periode: 1998–

Grondslag: Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 180), zoals gewijzigd bij Wet van 6 november 1997 (Stb. 1997, 638), artikel 8 lid 1.

Product: Aanwijzingsbesluit

Waardering: B 4 (indien instructies zijn toegevoegd)

V 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd (overige neerslag)

(74.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Beleidscommissie Scheepsbouw en geven van instructies.

Periode: 1976–1985

Product: Instellingsbesluit, zoals:

– Beleidscommissie Scheepsbouw. Voorstel taak en werkwijze naar scheepsbouworganisaties en vakverenigingen (Stcrt. 1976, 58)

– Akkoord Beleidscommissie Scheepsbouw (Stcrt. 1976, 77)

– Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121)

Waardering: B 4

(76.)

Handeling: Het vaststellen en wijzigen van maximale overbruggingspercentages voor het verstrekken van rentesubsidies aan ondernemers actief in de scheepsbouw.

Periode: 1967–1986

Bron: Brief aan de voorzitter van het College voor de Scheepsbouw (Stcrt. 1970, 16)

TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 9.

TK II 1985–1986, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 16, p. 1–5.

Product: Beschikking

Opmerking: Het maximum overbruggingspercentage heeft betrekking op de rente- overbruggingsregeling.

Waardering: V; 7 jaar

(77.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan ondernemers actief in de scheepsbouw ter financiering van verschuldigde rente op scheepsbouwkredieten.

Periode: 1967–1986

Bron: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 9.

TK II 1985–1986, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 16, p. 1–5.

Product: Beschikking

Opmerking: In dit verband wordt gesproken over een rente-overbruggingsregeling.

Waardering: toegekend: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(78.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van financiering van door ondernemers in de scheepsbouw geleden verliezen.

Periode: 1976–1980

Bron: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 4–7.

TK II 1984–1985, 17 817, Enquête Rijn-Schelde-Verolme (RSV), nr. 16, p. 212–213, 219.

Product: Beschikking

Opmerking: In dit verband wordt gesproken over een verliesparticipatieregeling, die nooit is uitgewerkt in een definitieve vorm. De financiering bestond voor een deel uit subsidie en voor een deel uit een bijzondere achtergestelde lening (b.a.g.l.).

Waardering: toegekend: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(79.)

Handeling: Het vaststellen van jaarlijkse budgetten en limieten voor steunverlening aan ondernemers voor de (nieuw)bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–2000

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikels 6 en 11.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231), artikels 4 lid 5 en 21.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215), artikels 4 lid 5 en 21.

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68), artikel 9 lid 1.

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikels 5 lid 1 en 10 lid 1.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(80.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie voor de bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–2000

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 16 lid 1, 30 lid 1, 35;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231), artikel 2, 11 lid 3, 13, 15 lid 2, 20;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215), artikel 2, 11 lid 3, 13, 15 lid 2, 20;

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68) artikel 16, 24, 27 en 28;

Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikel 3, 14, 16, 23, 25 lid 2 en 26.

Product: Beschikking

Opmerking: Het bedrag aan steunverlening wordt in mindering gebracht op het budget van een ondernemer. Hieronder valt ook het uitkeren van voorschotten, het wijzigen van steun- of subsidiebedragen en het intrekken van beschikkingen inzake subsidietoekenning.

Waardering: B 5

(81.)

Handeling: Het goedkeuren van gedragslijnen voor de bepaling van winst en omzet bij de bouw van zeeschepen.

Periode: 1980–1986

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9;

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 23 lid 3.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(82.)

Handeling: Het vaststellen van de bedragen die ondernemers, aan wie steun is verleend voor de bouw van zeeschepen, behoren te betalen aan de Staat.

Periode: 1980–1986

Bron/Grondslag: TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 6–9.

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80), artikel 25.

Product: Beschikking

Opmerking: Dit bedrag is een bepaald gedeelte van de winst die door de ondernemer is gemaakt door de bouw van zeeschepen.

Waardering: V; 7 jaar

(83.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw.

Periode: 1994–2000

Grondslag: Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikels 13 en 22, zoals gewijzigd (Stb. 1997, 618), artikels 4, 6, 11, 12, 13, 19 en 22.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Uitvoeringsregeling BSZ 1995 (Stcrt. 1995, 117)

Uitvoeringsregeling BSZ 1996 (Stcrt. 1996, 112)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 1996 (Stcrt. 1996, 209)

Uitvoeringsregeling BSZ 1997 (Stcrt. 1997, 128)

Uitvoeringsregeling BSZ 1998 (Stcrt. 1998, 118)

Uitvoeringsregeling BSZ 1999 (Stcrt. 1999, 126)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 1999 (Stcrt. 1999, 197)

Uitvoeringsregeling BSZ 2000 (Stcrt. 2000, 65)

Wijziging Uitvoeringsregeling BSZ 2000 (Stcrt. 2000, 209)

Opmerking: In de regelingen worden de totale budgetten vastgesteld die jaarlijks beschikbaar zijn voor subsidietoezegging, alsmede wijzigingen van percentages voor de bepaling van subsidies.

Waardering: V 7 jaar

(84.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw.

Periode: 1994–2000

Grondslag: Besluit subsidies zeescheepsnieuwbouw 1994 (Stb. 1994, 437), artikel 18 lid 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Het gaat hier om de verplichting dat opdrachten voor de bouw van zeeschepen moeten worden uitgevoerd in Nederland en dat de bouw binnen drie jaar na de aanvraag gereed moet zijn.

Waardering: V 10 jaar

(86.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1981–1983

Grondslag: Kaderregeling voor de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie (Stcrt. 1981, 179), artikel 12 lid 3.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

de sloop of aanpassing van bedrijfsgebouwen voor zover die noodzakelijk zijn voor verrichte investeringen in machines en toebehoren;

de verplaatsing van machines en toebehoren, welke noodzakelijk is geworden in verband met de verrichte investeringen;

deelname aan een beurs of tentoonstelling.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via het Centraal Bureau van de Vereniging katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(87.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de wolindustrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1981–1983

Grondslag: Kaderregeling voor de wolindustrie (Stcrt. 1981, 179), artikel 12 lid 3.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

de sloop of aanpassing van bedrijfsgebouwen voor zover die noodzakelijk zijn voor verrichte investeringen in machines en toebehoren;

de verplaatsing van machines en toebehoren, welke noodzakelijk is geworden in verband met de verrichte investeringen;

de deelname aan een beurs of tentoonstelling.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via het Centraal Bureau van de Vereniging katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(88.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de textielindustrie.

Periode: 1984–

Grondslag: Kaderregeling textielindustrie 1983 (Stcrt. 1984, 38), artikels 7; 9; 12; 14 en 17.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

het opstellen van een bedrijfsplan;

het verrichten van investeringen;

het deelnemen aan cursussen op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het laten adviseren door een extern deskundige op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het deelnemen aan door de EVD opgestelde exportprogramma’s.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via de Nationale Investeringsbank (NIB). De NIB stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(89.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de confectie- en tricotage-industrie.

Periode: 1984–

Grondslag: Kaderregeling confectie- en tricotage-industrie 1983 (Stcrt. 1984, 38), artikels 7; 9; 12; 14 en 17.

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kon onder meer verstrekt worden voor:

het opstellen van een bedrijfsplan;

het verrichten van investeringen;

het deelnemen aan cursussen op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het laten adviseren door een extern deskundige op het gebied van organisatie, techniek, kwaliteitszorg en marketing;

het deelnemen aan, door de EVD opgestelde, exportprogramma’s.

De aanvragen voor subsidie kwamen binnen via de Nationale Investeringsbank (NIB). De NIB stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(94.)

Handeling: Het (mede) vaststellen en toezeggen van subsidies en stellen van nadere voorwaarden aan subsidies van pluimveeslachterijen ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203), artikels 2; 7 en 10.

Product: Beschikking

Opmerking: – De aanvragen werden ingediend bij de Directeur Verwerking en Afzet Agrarische Producten van LNV. Deze stuurde de aanvragen vergezeld van een advies naar de Minister van EZ.

– De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– De Minister van EZ kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: B 5

(95.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de landbouwmachine-industrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikels 2; 4; 6; 7 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken, die vervolgens besliste over toezegging van subsidie. De NEHEM besliste daarna over de vaststelling van de subsidie.

De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(99.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de chemische apparatenbouw ter financiering van investeringen.

Periode: 1980–

Grondslag: Kaderregeling chemische apparatenbouw 1980 (Stcrt. 1980, 73), artikels III.1.2; III.3.1 en III.6.2.

Product: Beschikking

Opmerking: – De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook – in overeenstemming met de Minister – over de toewijzing en vaststelling van de subsidie

– De NEHEM kon – in overeenstemming met de Minister – aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

(100.)

Vervallen.

(101.)

Vervallen.

(103.)

Vervallen.

(106.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van en stellen van nadere voorwaarden aan een subsidie aan ondernemingen in de groenvoederdrogerijen ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1984

Grondslag: Subsidieregeling kolenstook groenvoederdrogerijen (Stcrt. 1983, 9), artikels 2 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

(108.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van steun aan ondernemingen voor een project inhoudende flexibele productie-automatisering in de onderneming van de aanvrager.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Vaststelling stimuleringsregeling demonstratieprojecten flexibele productie-automatisering (Stcrt. 1983, 89), artikel 2.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Minister van EZ. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie.

De Minister van EZ vroeg hiervoor advies aan het Centraal Instituut voor Industrieontwikkeling (CIVI).

De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

(112.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van buiten de regelingen om verstrekte subsidies aan ondernemingen in een bepaalde economische sector.

Periode: 1945–

Bron: Staatsalmanak 1946, p. 469.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hier om subsidies die buiten de regelingen om verstrekt zijn.

Waardering: B 5

(113.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden in één van de volgende commissies:

Werkcommissie textiel-, kleding- en schoenindustrie (1964–)

Werkcommissie papierindustrie (1964–)

Werkcommissie metaalverwerkende nijverheid (1964–)

Werkcommissie chemische nijverheid (1965–)

Periode: 1964–

Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(114.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de Werkcommissie voedingsmiddelenindustrie.

Periode: 1965–

Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(115.)

Vervallen.

(116.)

Handeling: Het verstrekken van een subsidie voor een project dat past in de civiele vliegtuigontwikkeling en dat wordt uitgevoerd in een internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikels 2 lid 1; 7; 8; 9; 11; 15; 16; 17 lid 1; 22 en 24.

Product: Beschikking (subsidieregeling)

Opmerking: – De Minister kan voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

– De Minister kan aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(117.)

Handeling: Het bij regeling aanwijzen van een internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling, in welk kader onderzoek verricht kan worden.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikel 2 lid 1.

Product: Uitvoeringsregeling CVO (Stcrt. 2000, 96), artikel 1

Wijziging Uitvoeringsregeling CVO en vaststelling subsidieplafond 2001 (Stcrt. 2000, 244)

Waardering: V 10 jaar

(118.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikels 3 leden 1 en 2; 5 en 6;

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Uitvoeringsregeling CVO (Stcrt. 2000, 96)

– Wijziging uitvoeringsregeling CVO en vaststelling subsidieplafond 2001 (Stcrt. 2000, 244)

Opmerking: Dit betreft:

– het vaststellen van een bedrag;

– het jaarlijks vaststellen van het subsidieplafond;

– het vaststellen van het subsidieaanvraagformulier;

– het verlenen van vrijstelling voor het gebruik van het subsidieaanvraagformulier.

In de regelingen worden de totale budgetten vastgesteld die jaarlijks beschikbaar zijn voor subsidietoezegging, alsmede wijzigingen van percentages voor de bepaling van subsidies.

Waardering: V 10 jaar

(119.)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor bepalingen in het Besluit civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206) artikels 11; 14 en 15.

Product: Beschikking (ontheffing)

Waardering: V 10 jaar

(120.)

Handeling: Het kwijtschelden van krediet- en rentevergoeding.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 206), artikel 23.

Product: Beschikking

Opmerking: Dit gebeurt op aanvraag van de subsidieontvanger en dan alleen als deze heeft voldaan aan alle ingevolge de kredietverlening voor hem geldende verplichtingen en het project technische mislukt is of indien er geen omzet gerealiseerd is.

Waardering: V; 7 jaar

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/

Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(122.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de Interdepartementale commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie

Periode: 1966–1994

Grondslag: Instellingsbesluit interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 3 lid 1 a.

Product: Aanstellingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter aan. De nadere betrokken Ministers wijzen elk één lid aan, met uitzondering van de Minister van OC&A, die er twee aanwijst. Tevens worden als adviseurs van de commissie nog één vertegenwoordiger van het NIVR en één van de Space Research Organisation Netherlands aangesteld.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(130.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de ICR

Periode: 1994–

Grondslag: Instellingsregeling Interdepartementale Commissie Ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 3 lid 3.

Product: Besluit

Opmerking: De voorzitter van de ICR is tevens de voorzitter van de Nederlandse ambtelijke delegatie in de ESA-raad

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(133.)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan nationale ruimtevaartprojecten.

Periode: 1965–

Bron: Uitvoering project Astronomische Nederlandse Satelliet (Stcrt. 1969, 248)

Telecommunicatie via satellieten. Steun voor de ontwikkeling van een grondstation (Stcrt. 1970, 86)

Opmerking: – Een voorbeeld is de ontwikkeling van de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS) in de jaren zeventig. Tegenwoordig worden ruimtevaartprojecten meestal in internationaal verband opgezet en uitgevoerd.

– Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

(134.)

Handeling: Het (mede) leveren van bijdragen aan ruimtevaartprojecten in het kader van internationale ruimtevaartprogramma’s binnen het ESA-kader.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 95–98.

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

(135.)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan internationale ruimtevaartprojecten buiten het ESA-kader om.

Periode: 1965–

Bron: Interview met materiedeskundige.

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

(136.)

Handeling: Het voorbereiden en bepalen van de Nederlandse standpunten tijdens de ESA Ministerconferentie.

Periode: 1985–

Bron: TK II 1998–1999, 24 446, Ruimtevaartbeleid, nrs. 6 en 7.

TK II 2000–2001, 24 446, Ruimtevaartbeleid, nr. 11, p. 1.

Waardering: B 1

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(138.)

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 1955–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.

De ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(140.)

Handeling: Het jaarlijks (mede) toekennen van een toelage aan de voorzitter en/of een reis- en verblijfskostenvergoeding aan de bestuursleden van het NIVR.

Periode: 1975–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 17 mei 1976, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 5.

Product: Ministeriële beschikking

Opmerking: Tot de statuutwijziging in 1999 werd dit toegekend in overleg met andere de Ministers. Tussen 1955 en 1976 kreeg het Dagelijks Bestuur een jaarlijkse toelage. Na de wijzigingen in 1976 krijgt de voorzitter een jaarlijkse toelage en de bestuursleden een reis- en verblijfskostenvergoeding. Sinds de wijzigingen in 1999 krijgt alleen de voorzitter nog een jaarlijkse toelage. Aan de bestuursleden kan – bij besluit van het bestuur – een onkostenvergoeding worden toegekend.

Waardering: V; 7 jaar

(141.)

Handeling: Het (mede) goedkeuren van de balans, de staat van baten en lasten, het werkplan en de begroting van het NIVR.

Periode: 1975–

Bron: Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, artikel 3.

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975, artikels 2 en 3.

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001, artikels 3 en 8.

Product: Goedkeuring

Waardering: B 5 (werkplan en begroting)

V; 7 jaar (overige neerslag)

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

(144.)

Handeling: Het verlenen van mandaat aan het NIVR om het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling uit te voeren.

Periode: 2000–

Grondslag: Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Beschikking

Waardering: V 20 jaar

(150.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter van het bestuur van de stichting Coördinatie Maritiem Onderzoek (CMO).

Periode: 1980–1995

Product: Benoemingbesluit, zoals:

Pieter van Vollenhoven voorzitter Stichting CMO (Stcrt. 1988, 250)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(151.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.

Periode: 1980–1995

Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.

TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.

TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(152.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).

Periode: 1995–2002

Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.

TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.

TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(153.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

(156.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Beoordelingscommissie Maritiem onderzoek.

Periode: 1995–1997

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikel 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Product: Benoemingsbesluit

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(159.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Adviescommissie Maritiem onderzoek.

Periode: 1997–2001

Grondslag: Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming), zoals:

Benoeming leden Adviescommissie SMO (Stcrt. 2000, 230)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(163.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.

Periode: 1995–

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.

TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.

Product: Beschikking

Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.

Waardering: V 20 jaar

(164.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van missiesubsidie aan het Maritiem

Research Instituut Nederland (MARIN) en het Waterloopkundig Laboratorium (WL/Delft Hydraulics).

Periode: 1945–

Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 92–95.

Product: Beschikking

Opmerking: Onder missiesubsidie wordt verstaan: een subsidie die verstrekt wordt om een bepaald programma uit te voeren.

Waardering: B 5

(165.)

Vervallen.

(166.)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor bepalingen in het Besluit subsidies maritiem onderzoek.

Periode: 1997–2001

Grondslag: Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikels 13; 16 en 17, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Beschikking (ontheffing)

Waardering: V 20 jaar

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1984–1997

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(169.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter, tevens lid van de ICOMAR.

Periode: 1984–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 1.

Product: Beschikking

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR.

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(176.)

Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.

Periode: 1945–1984

Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.

De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.

De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.

Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën

Waardering: toegewezen: B 5

(177.)

Handeling: Het ter beschikking stellen van overbruggingssteun.

Periode: 1980–1991

Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikel 5.

Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 22.

Product: Beschikking

Opmerking: Overbruggingssteun wordt toegekend voor een periode van hooguit zes maanden en in de vorm van een kredietgarantie.

Overbruggingssteun kan worden verleend door de Minister, als hij een nader onderzoek wil instellen, voordat hij een beslissing neemt op de aanvraag voor financiële steun

Door het ter beschikking stellen van overbruggingssteun wordt de Minister niet gebonden ten aanzien van de beslissing op de aanvraag van financiële steun.

De Minister kan aan overbruggingssteun nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(178.)

Handeling: Het beslissen of de vorderingen van de Staat die uit de financiële steunverlening voortvloeien in het geheel of ten dele achterwege kunnen blijven.

Periode: 1980–1991

Grondslag: Regeling steun aan individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikel 17.

Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 21.

Product: Beschikking

Waardering: niet terugbetaald: B 5

wel terug betaald: V; 7 jaar

(179.)

Handeling: Het geven van richtlijnen waarnaar de administratie van het steunaanvragende bedrijf moet worden ingericht.

Periode: 1980–1991

Grondslag: Regeling steun aan individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikel 20 lid 1 onder a.

Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 18 lid 1 onder a.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(180.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het te besteden bedrag aangaande financiële steun (1980–1984) of herstelfinanciering (1984–1991).

Periode: 1980–1991

Grondslag: Regeling steun aan individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikel 22 lid 1.

Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 6 lid 3.

Product: Artikel in de Staatscourant, zoals:

Beschikbare gelden (Stcrt. 1980, 50).

Opmerking: Dit geldt bij de Regeling herstelfinanciering zowel voor de bedragen bestemd voor kleine of middelgrote ondernemingen als die voor grote ondernemingen.

Waardering: V; 1 jaar

NB. De Staatscourant wordt bewaard.

(181.)

Handeling: Het vaststellen dat de Regeling steun aan individuele bedrijven (1980–1984) of de Regeling herstelfinanciering (1984–1991) niet meer van toepassing is op bedrijven die voornamelijk werkzaam zijn in een bij die beschikking aan te duiden bedrijfstak.

Periode: 1980–1991

Grondslag: Regeling steun aan individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikel 23.

Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 6 lid 1 onder a.

Product: Artikel in de Staatscourant, zoals:

– Uitsluiting bedrijfstakken (Stcrt. 1980, 50)

– Uitsluiting bedrijfstakken van de Regeling steun aan individuele bedrijven (Stcrt. 1983, 30)

– Uitsluiting bedrijfstakken [bijlage 1 bij de Regeling herstelfinanciering 1984] (Stcrt. 1984, 60)

Opmerking: De betreffende bedrijfstakken worden uitgesloten van deze vorm van steun, omdat er voor die bedrijfstakken een gericht sectorbeleid gevoerd wordt of gevoerd gaat worden.

Waardering: V; 1 jaar

NB. De Staatscourant wordt bewaard.

(183.)

Handeling: Het benoemen van de leden en de voorzitter van het College van Advies voor herstelfinanciering.

Periode: 1984–1991

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 2 lid 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(184.)

Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.

Periode: 1984–

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.

Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:

van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,

moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.

Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.

De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.

De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(185.)

Handeling: Het bepalen dat de vorderingen van de Staat die voortvloeien uit de herstelfinanciering op een door de Minister te bepalen wijze zijn achtergesteld bij andere vorderingen op de ondernemer.

Periode: 1984–1991

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikel 10 lid 2.

Product: Beschikking

Waardering: niet terugbetaald: B 5

wel terugbetaald: V; 7 jaar

(186.)

Handeling: Het verlenen van financiële steun aan het RSV-concern.

Periode: 1968–1983

Bron: TK II 1978–1979, 14 969, Scheepsbouw en zware industrie in Nederland, nr. 31, p. 1.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(189.)

Handeling: Het verlenen van financiële steun aan de NV. Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker.

Periode: 1945–1996

Bron: Staat neemt voor 49 procent deel in aandelenkapitaal Fokker (Stcrt. 1987, 240)

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(190.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan Van Doorne’s Transmissie BV.

Periode: 1945–

Bron: Op basis van een interview met een materiedeskundige.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(191.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan DAF NV.

Periode: 1945–

Bron: TK II 1996–1997, Financiële relaties met grote ondernemingen, nr. 2, p. 7.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(192.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan NedCar NV.

Periode: 1945–

Bron: TK II 1996–1997, Financiële relaties met grote ondernemingen, nr. 2, p. 7.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(193.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan Philips NV.

Periode: 1945–

Bron: TK 2000–2001, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2001, nr. 12.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(194.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan de Koninklijke Hoogovens NV.

Periode: 1945–1999

Bron: Op basis van een interview met een materiedeskundige.

Product: Beschikking

Waardering: B 5

(195.)

Handeling: Het verlenen van (financiële) steun aan de scheepsbouw- en zware metaalindustrie.

Periode: 1978–

Bron: TK II 1977–1978, 14 969, Scheepsbouw en zware metaalindustrie in Nederland, nr. 1.

Steunplan scheepsbouw en zware metaal: ruim f 800 miljoen (Stcrt. 1978, 59).

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hier onder andere om steun aan de Verenigde Machinefabrieken Stork NV., (VMF-Stork), de Industriële Handelscombinatie (IHC) en Van der Giessen-De Noord (GN).

Waardering: B 5

(196.)

Handeling: Het verlenen van (tijdelijke en/of financiële) steun aan individuele ondernemingen.

Periode: 1945–

Bron: Staatsalmanak 1946, p. 469.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hier om (financiële) steun die voor of buiten de Regeling steun aan individuele bedrijven of de Regeling herstelfinanciering 1984 verleend werd.

Met uitzondering van de steunverlening aan RSV, Fokker, NedCar, Philips, Koninklijke Hoogovens, Van Doorne’s Transmissie en DAF.

Waardering: B 5

(197.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en leden van de Ontwikkelingsraad.

Periode: 1954–2001

Grondslag: Besluit benoeming leden Ontwikkelingsraad (Stcrt. 1972, 187);

Besluit TOK 1994 (Stb. 1994, 435), art. 5 leden 3 en 6, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Benoemingsbeschikking, zoals:

Ministeriële beschikking 1954 (Stcrt. 1954, 142)

Opmerking: Hieronder valt ook het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van de Ontwikkelingsraad.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(200.)

Vervallen.

(201.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van ontwikkelingskredieten aan ondernemers voor de uitvoering van projecten

Periode: 1954–2001

Grondslag: Ministeriële beschikking 1954 (Stcrt.1954, 142);

Regeling technische ontwikkelingskredieten (TOK) 1987 (Stcrt. 1986, 241), art. 2 lid 1, art 3 lid 1 en art 4 ;

Regeling technische ontwikkelingskredieten 1991 (Stcrt. 1991, 146), art. 2;

Besluit technische ontwikkelingskredieten (Stb. 1994, 435), art. 2, vervallen bij Besluit van 4 december 1996 (Stb. 1996, 611);

Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997 (Stb. 1996, 611), art. 2 lid 1, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Beschikking

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(202.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit technische ontwikkelingskredieten (TOK) 1997.

Periode: 1997–2001

Grondslag: Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997 (Stb. 1996, 611), art.14 lid 2 en art. 15 lid 1, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Ontheffingbeschikking

Waardering: V 10 jaar

(204.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan ondernemers voor de uitvoering van een ontwikkelingsproject.

Periode: 2001–

Grondslag: Besluit subsidies technische ontwikkelingsprojecten (TOP) (Stb. 2001, 203), art. 2 lid 1 en art. 26.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan een voorschot verstrekken op de vastgestelde subsidie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(205.)

Vervallen.

(206.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies TOP.

Periode: 2001–

Grondslag: Besluit subsidies TOP (Stb. 2001, 203), art. 15, 19 lid 2.

Product: Ontheffingsbeschikking

Opmerking: Hiermee wordt bedoeld: het vertragen, essentieel wijzigen of stopzetten van een project. De minister kan tevens toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland. Daarnaast gaat het hier om ontheffing inzake het ontbinden of vervreemden van de rechtspersoon van de subsidieontvanger, alsmede het verplaatsen van de statutaire zetel naar het buitenland.

Waardering: B 5

(207.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en leden van de Adviescommissie Technische ontwikkelingsprojecten (TOP).

Periode: 2001–

Grondslag: Besluit subsidies TOP (Stb. 2001, 203), art. 5 lid 4.

Product: Benoemingsbeschikking

Opmerking: De minister kan tevens waarnemers aanwijzen bij de vergaderingen van de adviescommissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(210.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan onderzoeksinstellingen en samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van een onderzoeksproject in het kader van een onderzoeksprogramma

Periode: 1981–

Grondslag: Subsidieregeling innovatiegerichte onderzoekprogramma’s (IOP’s)

(Stcrt. 1997, 242) art 2 lid 1, art. 7 en art. 20.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening

Waardering: B 5

(211.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling IOP’s.

Periode: 1981–

Grondslag: Subsidieregeling IOP’s (Stcrt. 1997, 242) art. 12 leden 1 en 2; art. 14 leden 1, 2 en 3 en art. 15.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een onderzoeksproject. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering van het project buiten Nederland. Ontheffing kan ook plaatsvinden met betrekking tot de rechten van intellectueel eigendom zoals het verspreiden van onderzoeksresultaten in pand aan derden (zekerheidsrecht).

Waardering: V 10 jaar

(212.)

Vervalt.

(213.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies .

Periode: 1981–1992

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: B 4

(214.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een voorzitter en ambtelijke en niet-ambtelijke leden van de Stuurgroep IOP’s.

Periode: 1992–

Grondslag: Hernieuwde instelling stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129) art. 5 lid 1 en 2;

Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 6 lid 2;

Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 2000, 239) art. lid 2, 3, 4.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(221.)

Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.

Periode: 1985–1992

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Programmacommissie Biotechnologie (Stcrt. 1981, 178)

Programmacommissie (tijdelijk) Industriële Biotechnologie (Stcrt. 1985, 101)

Waardering: B 4

(222.)

Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.

Periode: 1992–

Grondslag: Hernieuwde Instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129), art. 3 onder f;

Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 3 onder f;

Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s 2000 (Stcrt. 2000, 239) art. 3 onder f.

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Programmacommissie IOP Katalyse( Stcrt 1991, 253);

Programmacommissie IOP Beeldverwerking (Stcrt. 1996, 34);

Programmacommissie IOP Mens Machine (Stcrt. 1998, 198);

Programmacommissie IOP Precisietechnologie (Stcrt. 2000, 22);

Programmacommissie IOP Genomics (Stcrt. 2000, 241).

Waardering: B 4

NB. zie ook handeling 220 (‘Het instellen van Programmavoorbereidingscommissies en Programmacommissies’).

(229.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van een Tijdelijke PC.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(235.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van de Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie (PcIB).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid 1.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur van de PcIB.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(241.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke adviescommissie IOP’s.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(246.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(251.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van een Programmacollege IOP’s.

Periode: 1945–

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van het programmacollege.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(255.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van Programmacollege IOP milieutechnologie.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instelling programmacollege IOP milieutechnologie (Stcrt. 1991, 253) art. 4 lid 1.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van het programmacollege.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(259.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan ondernemers voor de uitvoering van haalbaarheids-, onderzoeks-, of demonstratieprojecten in het kader van een Technologieprogramma.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stcrt. 1988, 42) art. 3, 18 lid 1.

Besluit subsidies programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stb. 1994, 436) art. 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS)

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan een voorschot verstrekken voor de gemaakte projectkosten. Hij kan tevens een beschikking inzake subsidietoekenning intrekken. Een college van externe deskundigen met een niet-ambtelijke status adviseert de minister inzake de subsidieaanvraag.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(260.)

Handeling: Het vaststellen en bekendmaken van technologieprogramma’s.

Periode: 1988–1997

Grondslag: Subsidieregeling programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering

(Stcrt. 1988, 42) art. 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS)

Product: Beschikking (bekendmaking), zoals:

Programma’s bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stcrt. 1988, 42);

Biotechnologie (Stcrt. 1992, 6);

Milieutechnologie (Stcrt. 1992, 6);

Materiaaltechnologie (Stcrt. 1992, 6);

Informatietechnologie (Stcrt. 1992, 6).

Opmerking: Een technologieprogramma bevat een beschrijving van technologiegebieden als informatietechnologie, biotechnologie, materiaaltechnologie, medische technologie. Het programma geeft doelstellingen aan en noemt soorten projecten die voor subsidie in aanmerking komen.

Waardering: V 10 jaar

(261.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen aangaande de uitvoering van haalbaarheids-, onderzoeks-, of demonstratieprojecten in het kader van een technologieprogramma.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stcrt. 1988, 42) art. 15 lid 3;

Besluit subsidies programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stb. 1994, 436) art. 14 lid 1 en 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS)

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Het gaat hier om ontheffing van bepalingen aangaande tijdsduur, verslaglegging omtrent voortgang van het project en octrooistelling onder eigen naam. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering van een project buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(262.)

Handeling: Het vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering en geven van instructies.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stb. 1994, 436) art. 2 lid 2, art. 3 lid 1, art.6 , art. 7 lid 1 en 2, art. 10 lid 1 onder b, art. 15 lid 2, art. 18, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS)

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Uitvoeringsregeling PBTS 1994 (Stcrt. 1994, 114);

Uitvoeringsregeling PBTS 1995 (Stcrt. 1995, 30);

Uitvoeringsregeling PBTS 1995 (Stcrt. 1996, 21).

Waardering: B 1

(263.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van Tijdelijke adviescolleges programmatische stimulering op basis van de Subsidieregeling programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering (Stcrt. 1988, 42)

Periode: 1988–1989

Grondslag: Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering materiaaltechnologie (Stcrt. 1988, 134) art.4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering medische technologie (Stcrt. 1988, 134) art. 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering micro- electronica, (Stcrt. 1988, 134) art. 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering productvernieuwing (Stcrt. 1988, 134) art. 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(265.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van Adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering op basis van de Subsidieregeling PBTS (Stcrt. 1988, 42).

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instelling Adviescolleges programmatische stimulering informatietechnologie 1991 (Stcrt. 1991, 149) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638–BTS);

Instelling Adviescolleges 1992 (Stcrt. 1992, 54) art. 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling vijf adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering voor 1993 (Stcrt. 1993, 110) art. 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Het Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie 1991 bestond uit de volgende adviescolleges:

Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie, onderdeel in- en externe integratie;

Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie, onderdeel micro-electronica;

Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie, onderdeel gedistribueerde multimediasystemen.

Met de Instelling adviescolleges PBTS 1992 zijn de volgende adviescolleges ingesteld:

Adviescollege programmatische stimulering biotechnologie 1992;

Adviescollege programmatische stimulering materiaaltechnologie 1992;

Adviescollege programmatische stimulering milieutechnologie 1992.

Met de Instelling vijf adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering voor 1993 zijn de volgende adviescolleges ingesteld:

Adviescollege programmatische stimulering biotechnologie 1993;

Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie 1993 onderdeel geavanceerde IT-systemen;

Adviescollege programmatische stimulering informatietechnologie 1993, onderdeel mechtronica;

Adviescollege programmatische stimulering materiaaltechnologie 1993;

Adviescollege programmatische stimulering milieutechnologie 1993.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(268.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan collectiviteiten voor de uitvoering van een technologisch onderzoeksproject.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten (Stcrt. 1991, 147) art. 3 lid 1, art. 23 lid 2;

Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 (Stcrt. 1994, 114) art. 2, art. 5 lid 1, art. 24 lid 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan tevens een voorschot op de toegezegde subsidie verstrekken. Met collectiviteit is hier bedoeld: ‘een rechtspersoon zonder winstoogmerk die tot doel heeft om ten behoeve van de aangesloten ondernemers onderzoek- dan wel haalbaarheidsprojecten te (laten) verrichten.’

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(269.)

Handeling: Het vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in de Subsidieregeling Bedrijfsgericht onderzoek door collectiviteiten en geven van instructies.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht onderzoek door collectiviteiten (Stcrt. 1994, 114) art. 5 onder 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Ministeriële regelingen, zoals:

Wijziging Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 en vaststelling van het voor 1995 beschikbare budget (Stcrt. 1995, 23);

Wijziging Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 en vaststelling van het voor 1996 beschikbare budget (Stcrt. 1996, 12).

Waardering: B 1

(270.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling bedrijfsgericht onderzoek door collectiviteiten.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten (Stcrt. 1991, 147) art. 15 lid 1, 2, 3;

Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 (Stcrt. 1994, 114) art. 14 lid 1, 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een onderzoekproject. Ontheffing kan tevens worden verleend voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland. Verder kan de minister ontheffing verlenen voor de tenaamstelling op de naam van een derde bij de octrooi-aanvragen die voortvloeien uit het project.

Waardering: V 10 jaar

(271.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en de leden van de Beoordelingscommissie collectief onderzoek.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten (Stcrt. 1991, 147) art. 5 lid 3;

Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 (Stcrt. 1994, 114) art. 6 lid 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De minister kan tevens waarnemers aanwijzen bij de vergaderingen van de commissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(274.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan ondernemers voor de uitvoering van technologische samenwerkingsprojecten of verbeteringsprojecten binnen een aangewezen product-markt-combinatie.

Periode: 1992–1997

Grondslag: Subsidieregeling-T&U 1992 (Stcrt. 1991, 252) art. 2 lid 1 en 2, art. 10, 23 lid 2, art. 24 lid 1;

Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden (Stb. 1994, 433) art 2 lid 1, art 5 lid 1, 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(275.)

Handeling: Het vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden en het geven van instructies.

Periode: 1992–1997

Grondslag: Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden (Stb. 1994, 433) art. 2 lid 1, art. 5, art. 6 lid 2, art. 13 lid 2, art. 16 lid 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Uitvoeringsregeling T&U (Stcrt. 1994, 114).

Opmerking: In de regeling werden de product-markt-combinaties aangewezen, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden (Stb. 1994, 433). Het totaal beschikbare bedrag voor subsidietoezeggingen werd ieder kalenderjaar vastgesteld en de regeling voorzag in de vaststelling van een model-aanvraagformulier.

Waardering: B 1

(276.)

Handeling: Het opstellen en uitvoeren van demonstratieprogramma’s.

Periode: 1992–1997

Grondslag: Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden (Stb. 1994, 433) art. 14 lid 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638–BTS).

Product: Demonstratieprogramma

Opmerking: Het demonstratieprogramma richt zich onder meer op het overdragen van kennis – kennisdiffusie – die betrekking heeft op de uitvoering van technologische samenwerkingsprojecten, alsmede het onder de aandacht brengen van ontwikkelingen op het gebied van toeleveren en uitbesteden.

Voor het uitoefenen van deze bevoegdheid kunnen derden worden aangewezen.

Waardering: V 5 jaar met uitzondering van 1 exemplaar van het eindproduct

(277.)

Vervallen.

(278.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden.

Periode: 1992–1997

Grondslag: Besluit subsidies toeleveren en uitbesteden (Stb. 1994, 433) art. 12 lid 1 en 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(281.)

Handeling: Het verstrekken van subsidie aan ondernemers die gezamenlijk met niet in Nederland gevestigde natuurlijke personen of rechtspersonen deelnemen in een internationaal technologieprogramma.

Periode: 1989–2001

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfgerichte technologiestimulering in internationale programma’s (Stcrt. 1989, 110) art. 3, art. 18 lid 1;

Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologiestimulering internationale programma’s (Stb. 1994, 434) art. 2 lid 1, vervallen bij Besluit van 5 juli 1997 (Stb. 331 – BIT);

Besluit subsidies bedrijfsgerichte internationale technologieprogramma’s (Stb. 1997, 331) art. 2 lid 1, vervallen bij Besluit BTS (Stb. 2001, 228).

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan een voorschot verstrekken voor de gemaakte projectkosten. Hij kan tevens een beschikking inzake subsidietoekenning intrekken. Een college van externe deskundigen met een niet-ambtelijke status adviseert de minister inzake de subsidieaanvraag.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(282.)

Handeling: Het aanwijzen en bekendmaken van internationale technologieprogramma’s.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgerichte technologiestimulering in internationale programma’s (Stcrt. 1989, 110) art. 2, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Internationale technologieprogramma’s zoals:

Memorandum of Understanding inzake bilaterale technologische samenwerking Nederland/Israel (Stcrt. 1986, 235);

Eureka-initiatief (Stcrt. 1989, 110);

Coopération Européenne dans le domaine des Sciences et des Techniques (COST) (Stcrt. 1989, 110).

Waardering: V 10 jaar

(283.)

Vervallen.

(284.)

Vervallen.

(285.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen aangaande de uitvoering van een project in het kader van een internationaal technologieprogramma.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgerichte technologiestimulering in internationale programma’s (Stcrt. 1989, 110) art. 13 lid 1, 2;

Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologiestimulering internationale programma’s (Stb. 1994, 434) art. 7 lid 1, art. 14 lid 1 en 2, art 15 lid 2, vervallen bij Besluit van 5 juli 1997 (Stb. 331 – BIT);

Besluit subsidies bedrijfsgerichte internationale technologieprogramma’s (Stb. 1997, 331) art. 12 lid 1, 2, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(286.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie technologische samenwerking.

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb. 1996, 638) art. 5 lid 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Het adviescollege is ingesteld met het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten. Hieronder valt ook het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van het adviescollege.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(289.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan ondernemers of samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van een samenwerkingsproject.

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb.1996, 638) art. 2 lid 1.

Product: Beschikking

Opmerking: Met een samenwerkingsverband wordt hier bedoeld: ‘een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit minstens twee, niet in een groep verbonden ondernemers.’ De subsidie wordt ook verleend aan ondernemers buiten een dergelijk samenwerkingsverband, maar alleen als ze een deel van de activiteiten uitbesteden aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of een maatschap zijn verbonden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(290.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb.1996, 638) art. 13 en art. 16.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering ervan buiten Nederland. Ontheffing kan ook plaatsvinden met betrekking tot de rechten van intellectueel eigendom.

Waardering: V 10 jaar

(291.)

Vervallen.

(292.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan een organisatie voor de uitvoering van een voorlichtingsplan inzake informatietechnologie door een extern bureau.

Periode: 1984–1988

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsvoorlichting informatietechnologie (Stcrt. 1984, 242) art. 2 lid 1, art. 8 lid 2.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan eenmaal een voorschot verstrekken op de vastgestelde subsidie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(294.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan branche-organisaties voor de uitvoering van een stimuleringsproject inzake informatietechnologie door een extern bureau.

Periode: 1989–

Grondslag: Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering (BIS) (Stcrt.1989, 53) art. 2 lid 1, art. 8 lid 2

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan eenmaal een voorschot verstrekken op de vastgestelde subsidie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(295.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering.

Periode: 1989–

Grondslag: Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering 1991 (Stcrt. 1991, 22) art. 15 lid 1

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een stimuleringsproject.

Waardering: V 10 jaar

(300.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan een overheidsinstelling voor de ontwikkeling van informaticasystemen.

Periode: 1987–1992

Grondslag: Subsidieregeling stimuleringsprogramma informatietechnologie overheidsaanschaffingen (Stcrt. 1987, 115) art. 2, 12, art. 6 lid 2

Product: Beschikking

Opmerking: De subsidie is uitsluitend bedoeld voor pilotprojecten in de ontwikkelings- en demonstratiefase van een representatief deel van een informaticasysteem. De minister kan voorschotten verstrekken op de vastgestelde subsidie.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(301.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling stimuleringsprogramma informatietechnologie overheidsaanschaffingen.

Periode: 1987–1992

Grondslag: Subsidieregeling stimuleringsprogramma informatietechnologie overheidsaanschaffingen (Stcrt. 1987, 115) art. 8 onder a, b en d

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het vertragen, stopzetten of wijzigen van een pilotproject. Tevens kan de minister uitstel geven van de uitvoering van het hele informaticasysteem nadat het pilotproject succesvol is gebleken. Hij kan ook inzake de schriftelijke verslaglegging over de projectvoortgang afwijkend beschikken.

Waardering: V 10 jaar

(302.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan een samenwerkingsverband dat in Nederland een telematica gidsproject uitvoert dat past in het Programma telematica gidsprojecten.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Subsidieregeling telematica gidsprojecten (Stcrt. 1991, 96) art. 2, 19 lid 3, 4

Product: Beschikking

Opmerking: In 1991 was het Programma telematica gidsprojecten gericht op chipcardtechnologie, multimediatechnologie en informatiebeveiligingstechnologie. In 1992 is daar Product Data Interchange (PDI) aan toegevoegd.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(303.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling telematica gidsprojecten.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Subsidieregeling telematica gidsprojecten (Stcrt. 1991, 96) art. 15

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project.

Waardering: V 10 jaar

(304.)

Handeling: Het benoemen van de leden van de Beoordelingscommissie TGP.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Subsidieregeling telematica gidsprojecten (Stcrt. 1991, 96) art. 5 lid 3

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Beoordelingscommissie is ingesteld met de subsidieregeling telematica gidsprojecten.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(307.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan ondernemers, samenwerkingsverbanden of brancheorganisaties voor de uitvoering van onderzoeks-, pilot- of brancheprojecten in het kader van een informatietechnologieprogramma.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432) art.2 lid 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking

Opmerking: Het vaststellen en toezeggen van voorschotten kan tevens deel uit maken van bovenstaande beschikking.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(308.)

Handeling: Het benoemen van voorzitters en leden van Adviescolleges voor informatietechnologieprogramma’s.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432) art. 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt ook het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van het adviescollege. De adviescolleges werden voorheen steeds bij afzonderlijke ministeriële regeling ingesteld. Er is een apart adviescollege voor ieder informatietechnologieprogramma op de gebieden van onder meer:

uitbesteding aan onderzoekinstellingen;

branchetoepassingen;

telematica.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(311.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies informatietechnologie.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432) art. 14 lid 1en 2, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(312.)

Vervallen.

(313.)

Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep ITeR.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.

De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(314.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie voor de uitvoering van projecten in het kader van het programma informatietechnologie en recht.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 4 lid 1 onder d.

Product: Beschikking

Opmerking: Dit wordt namens de Minister uitgevoerd door de Programmacommissie ITeR.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(319.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van krediet aan ondernemers die een ontwikkelingsproject uitvoeren.

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 2, 12, 23;

Besluit kredieten electronische-dienstenontwikkeling (KREDO) (Stb. 1997, 554) art. 2, 12, 23, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Beschikking ( overeenkomst tot kredietverlening)

Opmerking: De minister kan een voorschot verstrekken op een vastgesteld krediet.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(320.)

Handeling: Het vaststellen van regels ter uitvoering van het Besluit KREDO

Periode: 1996–2001

Grondslag: Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 3, lid 1, art. 6, 7 lid 1, art. 9 onder b, art. 10 lid 2 onder f, art. 10 lid 3, art. 12 lid 2 onder h, art. 16 lid 2 en art. 19 lid 2, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Ministeriële regeling, zoals bijvoorbeeld:

Uitvoeringsregeling KREDO (Stcrt. 1997, 235)

Opmerking: In de regelingen worden o.a. de perioden vastgesteld na afloop waarvan de ontvangen aanvragen worden behandeld. Ook vindt er vaststelling plaats van een subsidieplafond voor het verlenen van kredieten en is er vaststelling van een aanvraagformulier voor krediet. Vaststelling vindt tevens plaats van het tarief voor vergoeding van rente over de verstrekte kredietbedragen.

Waardering: B 1

(321.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit KREDO

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 14 lid 1, 2, art. 15;

Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 14 lid 1 en 2, art 15, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(322.)

Handeling: Het kwijtschelden van verleende kredieten bijbehorende rentevergoedingen

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 25;

Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 22, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Beschikking

Waardering: V; 7 jaar

(323.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en leden van de Adviescommissie electronische diensten.

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 5 lid 3;

Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 5 lid 3, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt ook het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van de adviescommissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(327.)

Handeling: Het (mede) vaststellen en verstrekken van subsidie aan een samenwerkingsverband voor de uitvoering van een E.E.T.-project.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 2, art. 23.

Besluit subsidies E.E.T.(Stb. 1997, 13) art. 2, 22.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan tevens een voorschot op de toegezegde subsidie verstrekken. De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van het aanbod van de staat tot het sluiten van een overeenkomst.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(328.)

Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies E.E.T.

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 1,2 lid 1, art. 3 lid 1, art. 6, 7 lid 2, art. 8 lid 3, art. 14 lid 3, art. 19 lid 2.

Product: Ministeriële regeling, zoals bijvoorbeeld:

Uitvoeringsregeling E.E.T. 1998 (Stcrt 1997, 240);

Regeling vaststelling subsidieplafonds eerste tender E.E.T.-projecten 1999 (Stcrt. 1998, 244);

Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2000–I (Stcrt. 2000, 242)

Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2001/2002 (Stcrt. 2001, 176)

Opmerking: In de uitvoeringsregelingen worden de doelstellingen gericht op ecologische en economische duurzaamheid vastgesteld. De regeling voorziet tevens in de vaststelling van de minimale omvang van de projectkosten waarin de deelnemer van een samenwerkingsverband voorziet. Verder gaat het hier om vaststelling van perioden na afloop waarvan de ontvangen aanvragen worden behandeld, vaststelling van een subsidieplafond, en het aanvraagformulier in combinatie van een pre- advies van de Adviescommissie E.E.T. waarvan door de minister eventueel vrijstelling kan worden verleend.

Waardering: B 1

(329.)

Handeling: Het (mede) verlenen van ontheffing van bepalingen inzake de uitvoering van en E.E.T-project.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 15 lid 1 en 2.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997,13) art. 13 lid 1 en 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een E.E.T.-project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(330.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie E.E.T.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt 1996, 91) art. 5 lid 3.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997) art. 5 lid 3.

Besluit (Her)benoeming leden en wijziging samenstelling Adviescommissie E.E.T. (Stcrt 2000, 118).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van de commissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(333.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie aan kennisinstellingen ten behoeve van de aanschaf of installatie van een experimentele faciliteit.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 2 lid 1 en art. 22 lid 1.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan eenmaal een voorschot verstrekken op de vastgestelde subsidie.

Waardering: V 10 jaar

(334.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 2 lid 1 en art. 14 lid 1 en 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel afwijken van de gestelde termijn van 18 maanden waarbinnen de experimentele faciliteit in gebruik moet worden genomen. Tevens kan de minister ontheffing verlenen voor de installatie van de faciliteit buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(335.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie experimentele faciliteiten.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 2 lid 1 en art. 5 lid 4.

Product: Beschikking (benoeming), zoals:

Benoemingen Adviescommissie experimentele faciliteiten (Stcrt. 2001, 127)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van de commissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(339.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan een universiteit of onderzoeksinstelling die door een onderzoeker een zaaiproject laat uitvoeren.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 2 en 22.

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister kan voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

De Minister kan de verleende subsidie verhogen.

De regeling wordt namens EZ uitgevoerd door NWO.

Waardering: V 7 jaar

(341.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie zaaiprojecten life sciences.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 5 lid 3.

Product: Benoemingsbeschikking, zoals:

Benoeming leden Adviescommissie zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 241)

Opmerking: De Minister kan ook waarnemers benoemen die het recht hebben om de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(344.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een subsidieplafond voor de in dat jaar te verlenen subsidies.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 5 lid 1.

Product: Beschikking

Waardering: V; 1 jaar

NB.: Dit wordt in Staatscourant gepubliceerd. Deze wordt bewaard.

(345.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in de Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikels 13, 16 en 17.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen, of stopzetten van het zaaiproject. Tevens kan de Minister ontheffing verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering van het project buiten Nederland.

De Minister kan aan deze ontheffing voorschriften verbinden.

Waardering: V 10 jaar

(346.)

Handeling: Het verlenen van een mandaat aan de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO).

Periode: 2000–

Product: Beschikking (mandaatverlening), zoals:

Mandaatverlening voor uitvoering Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175)

Opmerking: Dit mandaat houdt in:

het nemen van besluiten ter uitvoering van de Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences en het afdoen van alle daarop betrekking hebbende stukken;

het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten en het afdoen van alle daarop betrekking hebbende stukken;

het voeren van verweer bij de behandeling van de bestuursrechter van beroepsschriften ter zake van besluiten.

Het mandaat is verleend aan het gebiedsbestuur Aard- en Levenswetenschappen, aan het gebiedsbestuur Medische Wetenschappen en aan het algemeen bestuur van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO).

Waardering: V 10 jaar

(347.)

Handeling: Het vaststellen en verstrekken van subsidie aan onder andere deelnemers in een samenwerkingsverband voor de uitvoering van een deelprogramma.

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 2 lid 1, art. 8 en art. 20.

Product: Beschikking

Waardering: V 7 jaar

(348.)

Handeling: Het vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in de Subsidieregeling programma technologie en samenleving (T&S)

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 2 lid 2 en art. 6 leden 1 en 3.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Wijziging en uitvoering Subsidieregeling programma T&S (Stcrt. 2000,

49)

Opmerking: In de regelingen worden onder andere de deelprogramma’s en het subsidieplafond voor iedere tenderperiode vastgesteld. Ook vindt vaststelling plaats van de perioden na afloop waarvan de ontvangen subsidieaanvragen in het kader van het desbetreffende deelprogramma worden behandeld.

Waardering: B 1

(349.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen aangaande de uitvoering van Subsidieregeling programma technologie en samenleving.

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 13 leden 1 en 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(350.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en leden van de Stuurgroep technologie en samenwerking (T&S).

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 5 lid 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt ook het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van de Stuurgroep.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(355.)

Handeling: Het instellen van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT) en het geven van instructies

Periode: 1984–

Product: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53)

Waardering: B 4

(356.)

Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitters en leden van het IOT.

Periode: 1984–

Grondslag: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53) art. 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(359.)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter en leden van de Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid.

Periode: 1986–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie voor de uitbouw van het technologiebeleid (Stcrt. 1986, 212) art. 5 lid 2 en 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De commissie was ook bekend als de Commissie-Dekker.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(362.)

Handeling: Het instellen van de tijdelijke Vervolgcommissie Technologiebeleid (VCT) en het geven van instructies

Periode: 1988–1992

Product: Instellingsbeschikking VCT (Stcrt. 1988, 99)

Waardering: B 4

(363.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de VCT.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking VCT (Stcrt. 1988, 99) art. 5.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(365.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in begeleidingswerkgroepen voor de implementatie van Europese richtlijnen, het oprichten van communautaire instellingen en de uitvoering van communautaire actieprogramma’s op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(366.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de commissies van de EU ter voorbereiding van richtlijnen, verordeningen en andere communautaire

beleidsdocumenten op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(367.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de ad hoc werkgroepen van de commissies van de EU ter voorbereiding van richtlijnen, verordeningen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(368.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies ressorterende onder de) Industrieraad van de EU op het gebied van industriebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Opmerking: Twee veel besproken onderwerpen waren: staal en scheepsbouw

Waardering: B 1

(369.)

Vervallen.

(370.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies ressorterende onder de) Onderzoeksraad van de EU op het gebied van technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(371.)

Vervallen.

(372.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies ressorterende onder de) ECOFIN van de EU op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(373.)

Vervallen.

(374.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen in de ad hoc werkgroepen van de commissies van de Europese Unie ter voorbereiding van richtlijnen, verordeningen en andere commuautaire beleidsdocumenten op het gebied van lucht- en ruimtevaart.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(375.)

Handeling: Het verzoeken om goedkeuring van een subsidieregeling aan de Europese Commissie op het gebied van industrie- en technologiebeleid

Periode: 1945–

Product: Verzoek

Waardering: B 1

(376.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de VN ter voorbereiding van richtlijnen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(377.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de commissies en ad hoc werkgroepen van de VN ter voorbereiding van richtlijnen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(378.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies van de) VN/ECE op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1947–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(379.)

Vervallen.

(380.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in de (commissies en ad hoc werkgroepen van de ) OESO ter voorbereiding van richtlijnen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van industrie- en technologiebeleid.Periode: 1957–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(381.)

Vervallen.

(382.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in (de [ad hoc] commissies ressorterende onder onder) het Industry Committee van de OESO het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1957–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(383.)

Vervallen.

(384.)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van deskundige bijdragen en standpunten in (de [ad hoc] commissies ressorterende onder) het Committee on Science and Technology Policy op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(385.)

Vervallen.

(386.)

Handeling: Het voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake het industrie- en technologiebeleid en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties, anders dan de VN, de EU en de OESO.

Periode: 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

(387.)

Handeling: Het voeren van internationaal overleg op het gebied van lucht- en ruimtevaart.

Periode: 1945–

Product: Nota’s, notities en rapporten

Waardering: B 1

3.2. Dienst Investeringsrekening( DIR)

(32.)

Handeling: Het vaststellen, toezeggen en verlenen van investeringsbijdragen aan een ondernemer.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), zoals gewijzigd bij Wet van 25 juni 1980 (Stb. 1980, 389), artikel 5 lid 1 en 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Beschikking

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(33.)

Handeling: Het terugvorderen van teveel toegekende investeringsbijdragen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), zoals gewijzigd bij Wet van 25 juni 1980 (Stb. 1980, 389), artikel 13, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Beschikking

Waardering: V; 7 jaar

(34.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van investeringstoeslagen ter bevordering of verbetering van de kleinschaligheid bij het ondernemen (KST).

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 lid 3 onder a, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Beschikking

Opmerking: De kleinschaligheidstoeslag is omgezet in een investeringsaftrek voor investeringen van beperkte omvang.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(35.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van investeringstoeslagen voor grote projecten (GPT).

Periode: 1978–1985

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikels 6 lid 1; 7 leden 3 en 4; 8; 11 en 14, vervallen bij Wet van 16 januari 1985 (Stb. 1985, 67).

Besluit voorschotten grote projecten WIR (Stb. 1980, 442), artikels 2 en 5.

Product: Beschikking

Opmerking: Hieronder valt ook het verlenen van voorschotten op de GPT.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(36.)

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van verklaringen omtrent de nieuwheid van installaties met betrekking tot de bijzondere regionale toeslag (BRT).

Periode: 1978–1983

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), zoals gewijzigd bij Wet van 25 juni 1980 (Stb. 1980, 389), artikel 15, vervallen bij Wet van 5 juli 1984 (Stb. 1984, 366).

Product: Beschikking (verklaring)

Waardering: V 10 jaar

(37.)

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van verklaringen omtrent de verplaatsing van activiteiten met betrekking tot de ruimtelijke ordeningstoeslag (ROT).

Periode: 1978–1983

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), zoals gewijzigd bij Wet van 25 juni 1980 (Stb. 1980, 389), artikel 16, vervallen bij Wet van 5 juli 1984 (Stb. 1984, 366).

Product: Beschikking (verklaring)

Waardering: V 10 jaar

(38.)

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van verklaringen omtrent de (voorlopige) toekenning van WIR-premies met betrekking tot de negatieve (voorlopige) aanslag (VTI).

Periode: 1978–1986

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 17, vervallen bij Wet van 29 april 1986 (Stb. 1986, 216).

Product: Beschikking (verklaring)

Waardering: V 7 jaar

(39.)

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van verklaringen omtrent investeringen die van belang zijn voor een goed leefmilieu, met betrekking tot de milieutoeslag (MT).

Periode: 1980–1988

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1980, 389), zoals gewijzigd bij Wet van 16 januari 1985 (Stb. 1985, 81), artikel 16a, vervallen bij Wet van 23 december 1987 (Stb. 1987, 624).

Product: Beschikking (verklaring), zoals:

– Aanwijzingsbeschikking milieutoeslag WIR (Stcrt. 1980, 135)

Waardering: V 7 jaar

(40.)

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van verklaringen omtrent investeringen die van belang zijn voor een doelmatig gebruik van energie, met betrekking tot de energietoeslag (ET).

Periode: 1980–1988

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1980, 389), zoals gewijzigd bij Wet van 16 januari 1985 (Stb. 1985, 81), artikel 16b, vervallen bij Wet van 23 december 1987 (Stb. 1987, 624).

Product: Beschikking (verklaring), zoals:

– Aanwijzingsbeschikking energietoeslag WIR (Stcrt. 1980, 136)

Waardering: V 7 jaar

(41.)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor bepalingen in de Wet Investeringsrekening (WIR).

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 24 lid 2, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(203.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie ter tegemoetkoming van de gemaakte kosten voor R&D.

Periode: 1984–1991

Grondslag: Subsidieregeling innovatiestimulering 1984 (Stcrt. 1984, 140) art. 2, 10 lid 1;

Subsidieregeling innovatiestimulering 1989 (Stcrt. 1989, 183) art. 3, 10 lid 1.

Product: Beschikking

Opmerking: Aanvragen voor subsidie konden worden ingediend bij de DIR van het Ministerie van EZ. De DIR nam deze aanvragen in behandeling.

Onder subsidiabele kosten werden verstaan:

de kosten die de ondernemer heeft betaald voor loon in de zin van de Wet op de loonbelasting;

de kosten voor werknemers die door een derde aan de ondernemer ter beschikking zijn gesteld, waaronder de BTW;

de kosten voor de door de ondernemer uitbestede R&D.

Waardering: V 7 jaar

3.3. Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN)

(46.)

Handeling: Het aantrekken van buitenlandse investeringen in Nederland.

Periode: 1978–

Bron: Ministerie van Economische Zaken (CBIN), Werving voor werk en welvaart. Motieven en middelen voor het Nederlandse acquisitiebeleid (Den Haag 1999) p. 33.

TK II 1977–1978, 14 800-XIII, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1978, nr. 2, p. 37.

Opmerking: Dit houdt onder andere in:

Het organiseren van bijeenkomsten en seminars ter promotie van Nederland als vestigingslocatie voor buitenlandse ondernemingen;

Het ontwikkelen, verbeteren en uitgeven van promotiemateriaal over Nederland als vestigingslocatie voor buitenlandse ondernemingen.

Het begeleiden van buitenlandse ondernemingen bij (mogelijke) investering in Nederland.

Waardering: V 5 jaar met uitzondering van een exemplaar van het eindproduct

(47.)

Handeling: Het rapporteren over relevante veranderingen in het vestigingsklimaat in Nederland.

Periode: 1978–

Bron: TK II 1978–1979, 15 300-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1979, nr. 2, p. 47–48.

Product: Rapport

Waardering: B 1

(48.)

Handeling: Het rapporteren over het beleid gericht op de acquisitie van buitenlandse investeringen met de lagere overheden in Nederland.

Periode: 1978–

Bron: Ministerie van Economische Zaken (CBIN), Werving voor werk en welvaart. Motieven en middelen voor het Nederlandse acquisitiebeleid (Den Haag 1999), p. 32.

TK II 1977–1978, 14 800-XIII, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1978, nr. 2, p. 37.

Product: Rapporten

Waardering: B 1

(49.)

Handeling: Het opmaken van een jaarverslag.

Periode: 1986–

Bron: Op basis van een interview met een materiedeskundige.

Product: Jaarverslag

Opmerking: In het jaarbeeld wordt de verantwoording afgelegd over wat er het afgelopen jaar bereikt is en worden trends gesignaleerd voor het nieuwe jaar.

Dit jaarbeeld wordt ook toegestuurd aan de Tweede Kamer.

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van eindproduct

3.4. Technisch-wetenschappelijk attaché (TWA)

(51.)

Handeling: Het rapporteren over technologische veranderingen en ontwikkelingen in het buitenland.

Periode: 1952–

Bron: Staatsalmanak 1953, p. 697.

Product: Rapporten, Technieuws, proceedings van de symposia, etc.

Opmerking: Dit wordt doorgespeeld aan het Nederlandse bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de andere departementen.

Het organiseren van de themadagen en andere congressen en symposia valt ook onder deze handeling, net als het leggen van contacten en het verlenen van persoonlijke begeleiding.

Het beantwoorden van vragen en het verwerven van informatie over technisch-wetenschappelijke kennis valt ook onder deze handeling.

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van eindproducten

(52.)

Vervallen.

(53.)

Vervallen.

3.5. Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (NEHEM)

(57.)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan een verbetering van de structuur van het Nederlandse bedrijfsleven.

Periode: 1972–1991

Bron: TK II 1975–1976,13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243.

Opmerking: Dit gebeurt onder andere door:

Het uitvoeren van sectorstructuuronderzoeken;

Het uitvoeren van herstructureringsplannen.

Overname Nehem in 1972.

Deze handeling is gedeeltelijk vervolg op handeling 63.

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van 1 exemplaar van het eindproduct.

(90.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen actief in de houthandel ter financiering van gemaakte advieskosten.

Periode: 1983–

Grondslag: Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136), artikels 2; 7; 8 en 10.

Product: Beschikking

Opmerking: – De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de aanwijzing en de vaststelling van de subsidie.

– De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

– De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– Het ging om advies over de door de onderneming te treffen maatregelen ter verbetering van de structuur in de sector houthandel.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(91.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen actief in de houthandel ter financiering van automatiseringsinvesteringen.

Periode: 1984–1985

Grondslag: Subsidieregeling structuurverbetering houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108), artikels 2; 3 lid 1; 4 lid 1; 8; 9 en 10.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(92.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de papier- en kartonindustrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1981–1983

Grondslag: Subsidieregeling procesbeheersingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1981, 130), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 3.

Subsidieregeling upgradingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1982, 198), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 3.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Vereniging van Nederlandse papier- en kartonfabrieken (VNP). Deze stuurde de aanvragen, vergezeld van een advies, door naar de Minister van Economische Zaken.

De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(93.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de meubelindustrie voor het opstellen en uitvoeren van ontwerpplannen.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Subsidieregeling ontwerpbeleid meubelindustrie 1982 (Stcrt. 1983, 83), artikels 2; 4; 7; 8; 9 en 10 lid 4.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Stichting Sectorbeleid Meubelindustrie. Deze stuurde de aanvragen, vergezeld van een advies, door naar de Minister van Economische Zaken.

De Minister kan aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(95.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de landbouwmachine-industrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikels 2; 4; 6; 7 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken, die vervolgens besliste over toezegging van subsidie. De NEHEM besliste daarna over de vaststelling van de subsidie.

De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(96.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de schoenindustrie ter financiering van investeringen.

Periode: 1982–1983

Grondslag: Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 2.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de aanwijzing en de vaststelling van de subsidie.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(97.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de klompenindustrie ter financiering van investeringen

Periode: 1981–1982

Grondslag: Tweede regeling investeringsbijdrage klompenindustrie (RIK-II) (Stcrt. 1981, 159), artikels 6; 8; 9; 10; 11 en 14.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de aanwijzing en de vaststelling van de subsidie.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(98.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de stukgoedoverslagsector ter financiering van investeringen.

Periode: 1984–1986

Grondslag: Subsidieregeling stukgoedoverslagbedrijven 1983 (Stcrt. 1984, 3), artikels 2; 4; 6; 7; 8 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(99.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de chemische apparatenbouw ter financiering van investeringen.

Periode: 1980–

Grondslag: Kaderregeling chemische apparatenbouw 1980 (Stcrt. 1980, 73), artikels III.1.2; III.3.1 en III.6.2.

Product: Beschikking

Opmerking: - De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook – in overeenstemming met de Minister – over de toewijzing en vaststelling van de subsidie

– De NEHEM kon – in overeenstemming met de Minister – aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

– De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgekeurd: V; 7 jaar

(102.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de ijzergieterijen ter financiering van herstructureringsprojecten.

Periode: 1977–1978

Grondslag: Richtlijnen kaderregeling herstructurering Nederlandse ijzergieterijen (Stcrt. 1977, 83), artikels 15; 22 en 24.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(104.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in het geregeld wegvervoer ter financiering van de herstructurering van de sector.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Subsidieregeling geregeld wegvervoer 1983 (Stcrt. 1983, 251), artikels 2; 7 en 9.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(105.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies ter ontwikkeling van het databankuitgeven en de hiermee samenhangende dienstverlening.

Periode: 1983–1984

Grondslag: Subsidieregeling databankuitgeven 1983 (Stcrt. 1983, 241), artikels 2 lid 1; 4 lid 1 en artikel 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de vaststelling van de subsidie. De Minister deed de toezegging.

De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(107.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de galvanische industrie ter financiering van milieu-investeringen.

Periode: 1981–1986

Grondslag: Kaderregeling milieu-investeringen in de galvanische industrie 1981 (Stcrt. 1981, 204)

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.

De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

Er konden voorschotten verstrekt worden op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

3.6. Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIVR)

(145.)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan ontwikkelingsprojecten binnen de vliegtuigindustrie.

Periode: 1965–1999

Bron: Begrotingen EZ

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 1 & 5

(146.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie voor civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikels 2 lid 1; 7 en 22.

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Beschikking

Opmerking: Subsidie kan verleend worden aan ondernemers, kennisinstituten en samenwerkingsverbanden.

Waardering: vastgesteld: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(147.)

Handeling: Het vaststellen en toezeggen van kredieten voor civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206) artikel 2 lid 2 en artikel 24.

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Beschikking

Opmerking: Hieronder valt ook de eventuele kwijtschelding van kredieten en rentevergoedingen.

Waardering: vastgesteld: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(148.)

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met ondernemingen, samenwerkingsverbanden of kennisinstituten met betrekking tot civiele vliegtuigontwikkeling

Periode: 1965–

Grondslag: (vanaf 2000) Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikel 17.

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Overeenkomst

Waardering: B 4

(149.)

Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling.

Periode: 2000–

Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206) artikels 11; 14 en 15.

Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).

Product: Beschikking (ontheffing)

Waardering: V 10 jaar

3.7. Senter

(162).

Handeling: Het verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek.

Periode: 1995–2001

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikels 2 leden 1 en 2; 9; 12 lid 1; 19; 21 lid 2; 22 en 23, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikels 2; 8; 11; 17; 20 en 21, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

3.8. Minister van Financiën

(26.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:

– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).

– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).

– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).

Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.

Waardering: B 1

(27.)

Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Rekening en/of begroting

Waardering: B 3

(29.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Wet, zoals:

– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).

Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.

Waardering: V 7 jaar

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(42.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)

– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)

Waardering: B 1

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/

Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen van de werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(138.)

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 1955–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.

De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

(153.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1990–1997

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(176.)

Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.

Periode: 1945–1984

Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.

De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.

De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.

Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën

Waardering: toegewezen: B 5

(184.)

Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.

Periode: 1984–

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.

Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:

van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,

moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.

Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.

De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.

De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(372.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies ressorterende onder de) ECOFIN van de EU op het gebied van industrie- en technologiebeleid.

Periode: 1958–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten

Waardering: B 1

(373.)

Vervallen.

3.9. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

(26.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:

– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).

– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).

– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).

Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.

Waardering: B 1

(27.)

Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Rekening en/of begroting

Waardering: B 3

(29.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Wet, zoals:

– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).

Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.

Waardering: V 7 jaar

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: – De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid aan.

– De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

– De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Bewaartermijn: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(42.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)

– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)

Waardering: B 1

(74.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Beleidscommissie Scheepsbouw en geven van instructies.

Periode: 1976–1985

Product: Instellingsbesluit, zoals:

Beleidscommissie Scheepsbouw. Voorstel taak en werkwijze naar scheepsbouworganisaties en vakverenigingen (Stcrt. 1976, 58)

Akkoord Beleidscommissie Scheepsbouw (Stcrt. 1976, 77)

Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121)

Waardering: B 4

(176.)

Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.

Periode: 1945–1984

Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.

De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.

De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.

Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën

Waardering: toegewezen: B 5

(184.)

Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.

Periode: 1984–

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.

Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:

van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,

moeilijk of slechts op zeer koStbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.

Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.

De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.

De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(195.)

Handeling: Het (mede) verlenen van (financiële) steun aan de scheepsbouw- en zware metaalindustrie.

Periode: 1978–

Bron: TK II 1977–1978, 14 969, Scheepsbouw en zware metaalindustrie in Nederland, nr. 1.

Steunplan scheepsbouw en zware metaal: ruim fl. 800 miljoen (Stcrt. 1978, 59).

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hier onder andere om steun aan de Verenigde Machinefabrieken Stork NV., (VMF-Stork), de Industriële Handelscombinatie (IHC) en Van der Giessen-De Noord (GN).

Waardering: B 5

3.10. Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(246.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.11. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(94.)

Handeling: Het (mede) vaststellen en toezeggen van subsidies en stellen van nadere voorwaarden aan subsidies van pluimveeslachterijen ter financiering van investeringen.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203), artikels 2; 7 en 10.

Product: Beschikking

Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Directeur Verwerking en Afzet Agrarische Producten van LNV. Deze stuurde de aanvragen vergezeld van een advies naar de Minister van EZ.

De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.

De Minister van EZ kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.

Waardering: B 5

(114.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de Werkcommissie voedingsmiddelenindustrie.

Periode: 1965–

Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(176.)

Handeling: Het mede bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.

Periode: 1945–1984

Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.

De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.

De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.

Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën

Waardering: toegewezen: B 5

(184.)

Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.

Periode: 1984–

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.

Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:

van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,

moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.

Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.

De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.

De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.

De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(235.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van de Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie (PcIB).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid 1.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur van de PcIB.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(246.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.12. Minister van Verkeer en Waterstaat

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(115.)

Vervallen.

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(138.)

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 1955–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.

De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(140.)

Handeling: Het jaarlijks (mede) toekennen van een toelage aan de voorzitter en/of een reis- en verblijfskostenvergoeding aan de bestuursleden van het NIVR.

Periode: 1955–1975

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 17 mei 1976, artikel 15.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 5.

Product: Ministeriële beschikking

Opmerking: Tot de statuutwijziging in 1999 werd dit toegekend in overleg met andere de Ministers.

Tussen 1955 en 1976 kreeg het Dagelijks Bestuur een jaarlijkse toelage. Na de wijzigingen in 1976 krijgt de voorzitter een jaarlijkse toelage en de bestuursleden een reis- en verblijfskostenvergoeding.

Sinds de wijzigingen in 1999 krijgt alleen de voorzitter nog een jaarlijkse toelage. Aan de bestuursleden kan – bij besluit van het bestuur – een onkostenvergoeding worden toegekend.

Waardering: V; 7 jaar

(141.)

Handeling: Het (mede) goedkeuren van de balans, de staat van baten en lasten, het werkplan en de begroting van het NIVR.

Periode: 1955–1975

Bron: Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, artikel 3.

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975, artikels 2 en 3.

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001, artikels 3 en 8.

Product: Goedkeuring

Waardering: B 5 (werkplan en begroting)

V; 7 jaar (overige neerslag)

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

(151.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.

Periode: 1980–1995

Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.

TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.

TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(152.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).

Periode: 1995–2002

Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.

TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.

TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(153.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

(163.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.

Periode: 1995 –

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.

TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.

Product: Beschikking

Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.

Waardering: V 20 jaar

(164.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van missiesubsidie aan het Maritiem

Research Instituut Nederland (MARIN) en het Waterloopkundig Laboratorium (WL/Delft Hydraulics).

Periode: 1945–

Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 92–95.

Product: Beschikking

Opmerking: Onder missiesubsidie wordt verstaan: een subsidie die verstrekt wordt om een bepaald programma uit te voeren.

Waardering: B 5

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1990–1997

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR.

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmering: Hiermee is anbtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(184.)

Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.

Periode: 1984–

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.

Product: Beschikking

Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.

Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.

Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:

van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,

moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.

Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.

De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.

Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen. De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie. De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(313.)

Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep ITeR.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.

De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.13. Minister van Buitenlandse Zaken

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/

Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1971–1999

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1971– 1999

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999.

De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1971– 1999

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

3.14. Minister voor Wetenschapsbeleid

(31.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.

Product: Benoemingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.

De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.

De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1979–1984

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(169.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter, tevens lid van de ICOMAR.

Periode: 1979–1984

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 1.

Product: Beschikking

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR.

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(213.)

Handeling: Het mede instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies.

Periode: 1981–1992

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: B 4

(221.)

Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.

Periode: 1981–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Programmacommissie Biotechnologie (Stcrt. 1981, 178)

Programmacommissie (tijdelijk) Indu⁠striële Biotechnologie (Stcrt. 1985, 101)

Waardering: B 4

3.15. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

(121.)

Handeling: Het mede instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1971–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(138.)

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 2001–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1971–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999.

De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1971–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

(153.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1987–1997

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(213.)

Handeling: Het mede instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies.

Periode: 1981–1992

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: B 4

(214.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een voorzitter en ambtelijke en niet-ambtelijke leden van de Stuurgroep IOP’s.

Periode: 1992–

Grondslag: Hernieuwde instelling stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129) art. 5 lid 1 en 2;

Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 6 lid 2;

Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 2000, 239) art. lid 2, 3, 4.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(222.)

Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.

Periode: 1992–

Grondslag: Hernieuwde Instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129), art. 3 onder f;

Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 3 onder f;

Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s 2000 (Stcrt. 2000, 239) art. 3 onder f.

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Programmacommissie IOP Katalyse (Stcrt 1991, 253);

Programmacommissie IOP Beeldverwerking (Stcrt. 1996, 34);

Programmacommissie IOP Mens Machine (Stcrt. 1998, 198);

Programmacommissie IOP Precisietechnologie (Stcrt. 2000, 22);

Programmacommissie IOP Genomics (Stcrt. 2000, 241).

Waardering: B 4

(235.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van de Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie (PcIB).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid 1.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur van de PcIB.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(246.)

Handeling: Het mede benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(313.)

Handeling: Het mede benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep IteR.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.

De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(327.)

Handeling: Het mede vaststellen en verstrekken van subsidie aan een samenwerkingsverband voor de uitvoering van een E.E.T.-project.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 2, art. 23.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 2, 22.

Product: Beschikking

Opmerking: De minister kan tevens een voorschot op de toegezegde subsidie verstrekken. De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van het aanbod van de staat tot het sluiten van een overeenkomst.

Waardering: toegewezen: B 5

afgewezen: V; 7 jaar

(328.)

Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies E.E.T.

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 1,2 lid 1, art. 3 lid 1, art. 6, 7 lid 2, art. 8 lid 3, art. 14 lid 3, art. 19 lid 2.

Product: Ministeriële regeling, zoals bijvoorbeeld:

Uitvoeringsregeling E.E.T. 1998 (Stcrt 1997, 240);

Regeling vaststelling subsidieplafonds eerste tender E.E.T.-projecten 1999 (Stcrt. 1998, 244);

Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2000–I (Stcrt. 2000, 242)

Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2001/2002 (Stcrt. 2001, 176)

Opmerking: In de uitvoeringsregelingen worden de doelstellingen gericht op ecologische en economische duurzaamheid vastgesteld. De regeling voorziet tevens in de vaststelling van de minimale omvang van de projectkosten waarin de deelnemer van een samenwerkingsverband voorziet. Verder gaat het hier om vaststelling van perioden na afloop waarvan de ontvangen aanvragen worden behandeld, vaststelling van een subsidieplafond, en het aanvraagformulier in combinatie van een pre- advies van de Adviescommissie E.E.T. waarvan door de minister eventueel vrijstelling kan worden verleend.

Waardering: B 1

(329.)

Handeling: Het mede verlenen van ontheffing van bepalingen inzake de uitvoering van en E.E.T-project.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 15 lid 1 en 2.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997,13) art. 13 lid 1 en 2.

Product: Beschikking (ontheffing)

Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een E.E.T.-project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

Waardering: V 10 jaar

(330.)

Handeling: Het mede benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie E.E.T.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt 1996, 91) art. 5 lid 3.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997) art. 5 lid 3.

Besluit (Her)benoeming leden en wijziging samenstelling Adviescommissie E.E.T. (Stcrt 2000, 118).

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van de commissie.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(355.)

Handeling: Het (mede) instellen van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT) en het geven van instructies

Periode: 1984–

Product: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53)

Waardering: B 4

(356.)

Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitters en leden van het IOT.

Periode: 1984–

Grondslag: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53) art. 3.

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.16. Minister van Defensie

(121.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.

Periode: 1966–1994

Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.

Staatsalmanak 1975, P.40.

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.

Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).

Product: Besluit

Waardering: B 4

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(138.)

Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.

Periode: 2001–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.

Product: Overeenkomst, zoals:

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;

Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;

Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.

Waardering: B 4

(139.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.

Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.

Product: Benoeming

Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999

De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.

Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.

Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming

(142.)

Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.

Periode: 1955–

Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.

Product: Besluit

Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.

Waardering: B 4

(143.)

Vervallen.

(151.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.

Periode: 1980–1995

Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.

TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.

TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(152.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).

Periode: 1995–2002

Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.

TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.

TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

(153.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 4

(163.)

Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.

Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.

TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.

Periode: 1995–

Product: Beschikking

Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.

Waardering: V 20 jaar

(167.)

Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).

Periode: 1990–1997

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838

Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]

Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)

Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)

Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).

Waardering: B 4

(170.)

Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.17. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

(137.)

Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).

Periode: 1947–

Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.

Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).

Waardering: B 4

(313.)

Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep IteR.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.

De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.18. Minister van Justitie

(313.)

Handeling: Het mede benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep ITeR.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.

De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.19. Vakminister

(26).

Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.

Periode: 1978–1990

Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).

Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:

– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).

– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).

– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).

Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.

Waardering: B 1

(54.)

Handeling: Het (mede) voeren van een intensief sectorbeleid ter versterking van de economische structuur en verbetering van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Periode: 1980–

Bron: TK II 1980–1981, 16 419, Vestigingsplaats NEHEM, nr. 1, p. 4.

Opmerking: Voor de NEHEM is bij de voorbereiding en bij de uitvoering van dit beleid een belangrijke taak weggelegd.

Waardering: B 1 & 5

(65.)

Handeling: Het (mede) ontwikkelen en vaststellen van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 243–245.

Product: Rapporten

Opmerking: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen impliceert (mede)financiering, waarvoor kaderregelingen werden ingesteld.

Waardering: B 1 & 5

(66.)

Handeling: Het (mede) begeleiden van de uitvoering van herstructureringsplannen voor specifieke bedrijfstakken of sectoren.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Opmerking: In de uitvoering wordt meestal gesproken over een herstructureringsproject. Hiervoor werden met afzonderlijke bedrijven herstructureringsovereenkomsten gesloten.

Naast een inhoudelijke bijdrage vanuit het Ministerie van Economische Zaken en eventuele betrokken andere departementen werd meestal ook een financiële bijdrage geleverd. Onder deze handeling valt alleen financiële steunverlening, voor zover deze niet op basis van een wettelijke regeling is geregeld.

Waardering: V 7 jaar

(68.)

Handeling: Het (mede) voorbereiden en vaststellen van regels en richtlijnen met betrekking tot steunverlening aan specifieke bedrijfstakken en sectoren.

Periode: 1945–1992

Bron: TK II 1975–1976, 13 955, Economische structuurnota, nr. 2, p. 244–245.

Product: Ministeriële regeling, zoals:

Richtlijnen kaderregeling herstructurering Nederlandse ijzergieterijen (Stcrt. 1977, 83);

Kaderregeling chemische apparatenbouw (Stcrt. 1980, 73);

Subsidieregeling procesbeheersingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1981, 130);

Kaderregeling voor de katoen-, rayon-, linnen- en jute-industrie (Stcrt. 1981, 179);

Kaderregeling voor de wolindustrie (Stcrt. 1981, 179);

Tweede regeling investeringsbijdrage klompenindustrie (Stcrt. 1981, 159);

Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80);

Subsidieregeling upgradingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1982, 198);

Subsidieregeling ontwerpbeleid meubelindustrie 1982 (Stcrt. 1983, 83);

Subsidieregeling advieskosten in de houthandel 1983 (Stcrt. 1983, 136);

Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203);

Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240);

Kaderregeling textielindustrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Kaderregeling confectie- en tricotage-industrie 1983 (Stcrt. 1984, 38);

Subsidieregeling structuurversterking houthandel 1984 (Stcrt. 1984, 108);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1985 (Stcrt. 1986, 80);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1987 (Stcrt. 1987, 231);

Regeling generieke steun zeescheepsbouw 1988 (Stcrt. 1988, 215);

Subsidieregeling zeescheepsnieuwbouw 1991 (Stcrt. 1991, 68).

Waardering: B 1

(122.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de Interdepartementale commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie.

Periode: 1966–1994

Grondslag: Instellingsbesluit interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 3 lid 1 onder a.

Product: Aanstellingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter aan. De andere betrokken Ministers wijzen elk één lid aan, met uitzondering van de Minister van OC&W, die er twee aanwijst. Tevens worden als adviseurs van de commissie nog één vertegenwoordiger van het NIVR en één van de Space Research Organisation Netherlands aangesteld.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(130.)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter of lid van de ICR.

Periode: 1994–

Grondslag: Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 4 lid 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter en één lid aan.

De overige leden worden aangewezen door:

de Minister van BuZa;

de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

de Minister van OC&W;

de Minister van Financiën;

de Minister van Defensie;

de Minister van V&W;

de Minister van VROM;

de Minister van LNV.

De bovengenoemde Ministers wijzen ieder één lid aan.

Tevens hebben in de ICR nog zitting als adviserend lid één vertegenwoordiger van het NIVR, één van de Stichting Ruimteonderzoek Nederland en één van de Beleidscommissie Remote Sensing.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(134.)

Handeling: Het (mede) leveren van bijdragen aan ruimtevaartprojecten in het kader van internationale ruimtevaartprogramma’s binnen het ESA-kader.

Periode: 1975–

Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 95–98.

Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.

Waardering: B 5

(213.)

Handeling: Het (mede) instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies.

Periode: 1981–1992

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: B 4

(221.)

Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies .

Periode: 1981–1992

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Instellingsbeschikking, zoals:

Programmacommissie Biotechnologie (Stcrt. 1981, 178)

Programmacommissie (tijdelijk) Industriële Biotechnologie (Stcrt. 1985, 101)

Waardering: B 4

(229.)

Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van een Tijdelijke PC.

Periode: 1945–

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(241.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke adviescommissie IOP’s.

Periode: 1945–

Product: Beschikking (benoeming)

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(251.)

Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van een Programmacollege IOP’s

Periode: 1945–

Product: Beschikking (benoeming)

Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij de vergaderingen van het programmacollege.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

3.20. Adviescommissie inzake het industriebeleid–Commissie-Wagner

(20.)

Handeling: Het adviseren van de Raad van Ministers omtrent eventuele wijzigingen in het industriebeleid.

Periode: 1981

Grondslag: Instelling adviescommissie inzake het industriebeleid (Stcrt. 1981, 97), artikel 3.

Product: Advies

Opmerking: • Hiervoor zal de commissie:

– een evaluatie maken van het bestaande industriebeleid;

– een verkenning maken van industriële activiteiten met een veelbelovend toekomstperspectief;

– suggesties doen over nieuwe accenten in het industriebeleid;

– adviseren over de organisatie van het te voeren industriebeleid, zowel met betrekking tot de gehele industrie als tot de verschillende sectoren.

• Tevens kan de commissie de Raad van Ministers adviseren over bovengenoemde onderwerpen vóór de aanbieding van het eindrapport.

• Telkens als een onderdeel van haar taak is afgerond, zal de commissie de Raad van Ministers rapporteren over haar bevindingen.

• De commissie is ook bekend als de Commissie-Wagner.

Waardering: B 1

(21.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen.

Periode: 1981

Grondslag: Instelling adviescommissie inzake het industriebeleid (Stcrt. 1981, 97), artikel 6 lid 1.

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Er kunnen ook personen van buiten de commissie zitting hebben in de werkgroepen.

Waardering: V 2 jaar

3.21. Adviescommissie inzake de voortgang van het industriebeleid–VIB

(23.)

Handeling: Het adviseren van de Raad van Ministers over het te voeren beleid met betrekking tot de industrie en de commerciële dienstverlening in het algemeen en de herindustrialisatie in het bijzonder.

Periode: 1982–1983

Grondslag: TK II 1981–1982, 17 100-XIII, Rijksbegroting voor het jaar 1982, nr. 52, p. 1.

Product: Advies

Opmerking: • De commissie geeft niet alleen advies over het beleid, maar ook over de verwezenlijking daarvan.

• In het advies moet ook de daarmee samenhangende aspecten van het sociaal-economisch beleid meegenomen zijn.

• Het advies wordt gericht aan de Minister van Economische Zaken.

• De commissie heeft tevens als taak te signaleren welke voortgang bij de uitvoering van de beleidsvoornemens worden gemaakt.

Waardering: B 1

3.22. Commissie Industriële innovatie

(25.)

Handeling: Het ontwikkelen van plan van een aanpak voor de industriële innovatieproblematiek in samenhang met het industriebeleid.

Periode: 1973–

Bron: Commissie Industriële Innovatie geïnstalleerd (Stcrt. 1973, 239).

Product: Plan van aanpak/advies

Opmerking: Hiervoor wordt overleg gevoerd met de Minister van EZ en TNO.

Waardering: B 1

3.23. Interdepartementale Adviescommissie Wet Investeringsrekening–WIR-commissie

(30.)

Handeling: Het adviseren van de Ministers van Economische Zaken, Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid over aangelegenheden betreffende de WIR.

Periode: 1978–1992

Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 2.

Opheffing Interdepartementale Adviescommissie WIR (Stcrt. 1992, 98)

Product: Advies

Opmerking: Deze aangelegenheden betreffen:

het adviseren van de betrokken Ministers omtrent de voorbereiding en de uitvoering van de WIR;

het zorgdragen voor de uitvoering van de door de betrokken Ministers genomen besluiten;

het voorbereiden van de begroting van de WIR;

het voorbereiden van het jaarverslag aan de Staten-Generaal over de WIR.

Deze commissie wordt ook wel de WIR-commissie genoemd.

Waardering: B 1

3.24. College van adviseurs voor de werving van buitenlandse bedrijven

(45.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over zaken betreffende de werving van buitenlandse bedrijven voor vestiging in Nederland.

Periode: 1978–1986

Bron: Staatsalmanak 1978, p. O24.

Product: Advies

Waardering: B 1

3.25. Commissie Nederlandse scheepsbouw 1965

(73.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake het te voeren beleid met betrekking tot de scheepsbouwindustrie.

Periode: 1965–1966

Bron: TK II 1984–1985, 17 817, Enquête Rijn-Schelde-Verolme (RSV), nr. 18, p. 24–46.

Product: Advies

Opmerking: Deze commissie werd ook wel de Commissie-Keyzer genoemd.

Waardering: B 1

3.26. Beleidscommissie Scheepsbouw

(75.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake het te voeren beleid met betrekking tot de zeescheepsnieuwbouwindustrie.

Periode: 1976–1985

Bron: Taak en werkwijze Beleidscommissie Scheepsbouw [Brief van de Minister van Economische Zaken] (Stcrt. 1976, 58).

Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121).

TK II 1980–1981, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 1, p. 1 en bijlage III.

TK II 1984–1985, 16 431, Zeescheepsnieuwbouw, nr. 5, p. 7.

TK II 1984–1985, 17 817, Enquête Rijn-Schelde-Verolme (RSV), nr. 16, p. 211.

Product: Advies (beleidsplan)

Waardering: B 1

3.27. Beleidscommissie voor de katoen-, rayon- en linnenindustrie

(85.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake het te voeren beleid met betrekking tot de katoen-, rayon- en linnenindustrie.

Bron: TK II 1979–1980, 15 818, Sectornota, nrs. 1–2, p. 25.

Periode: 1945–

Product: Advies

Waardering: B 1

3.28. Adviescommissie flexibele productie-automatisering

(109.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over een subsidieaanvraag betreffende flexibele productie-automatisering, het doen van voorstellen met betrekking tot de evaluatie van de resultaten van in behandeling genomen projecten en het begeleiden van goedgekeurde voorstellen.

Periode: 1983–1985

Grondslag: Instelling adviescommissie flexibele produktie-automatisering (Stcrt. 1983, 89), artikel 3.

Opheffing adviescommissie flexibele produktie-automatisering (Stcrt. 1986, 165).

Product: Advies

Opmerking: De commissie adviseerde de Minister over het volgende:

de subsidieaanvraag van het betrokken project;

de te verwachten voorbeeldwerking;

de technische aspecten van het project;

of het betrokken bedrijf voldoende basis biedt voor een succesvolle uitvoering van het project;

of het project past in de lange termijnvisie van de aanvrager;

de aard en de inhoud van de verdere stimulering van flexibele productie- automatisering.

Waardering: B 1

3.29. Begeleidingscommissie Massiefkartonindustrie

(110.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken over het oplossen van de problemen in de massiefkartonindustrie.

Periode: 1975–

Grondslag: Instelling Begeleidingscommissie Massiefkartonindustrie (Stcrt. 1975, 247), artikel 2.

Product: Advies

Waardering: B 1

(111.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen op het gebied van de massiefkartonindustrie.

Periode: 1975–

Grondslag: Instelling Begeleidingscommissie Massiefkartonindustrie (Stcrt. 1975, 247), artikel 3 lid 1.

Product: Instellingsbesluiten

Waardering: V 10 jaar

3.30. Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie

(123.)

Handeling: Het voorbereiden van diverse standpunten met betrekking tot ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het adviseren van de Ministerraad of de betrokken Ministers over zaken betreffende ruimteonderzoek en ruimtetechnologie.

Periode: 1966–1994

Grondslag: Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 2 lid 1 onder a en c.

Product: Nota’s, advies

Opmerking: Dit betreft:

het regeringsbeleid;

de standpunten van de Nederlandse delegaties naar ESA en andere internationale organisaties.

Waardering: B 1

(124.)

Vervallen.

(125.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen voor de behandeling van bepaalde onderwerpen en het stellen van nadere regels omtrent de eigen werkwijze.

Periode: 1987–1994

Grondslag: Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 6.

Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt.. 1994, 84), artikel 6

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 5.

Instellingsregeling Interdepartementale Commissie Ruimtevaart (ICR) (Stcrt.. 1994, 84), artikel 5.

Product: Reglement, besluit

Waardering: B 4

(126.)

Vervallen.

3.31. Interdepartementale commissie ruimtevaart – ICR

(125.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen voor de behandeling van bepaalde onderwerpen en het stellen van nadere regels omtrent de eigen werkwijze.

Periode: 1994–

Grondslag: Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 6.

Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 6

Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 5.

Instellingsregeling Interdepartementale Commissie Ruimtevaart (ICR) (Stct. 1994, 84), artikel 5.

Product: Reglement, besluit

Waardering: B 4

(126.)

Vervallen.

(127.)

Handeling: Het voorbereiden van diverse standpunten met betrekking tot de ruimtevaart en het adviseren van de Ministerraad of de betrokken Ministers over voorstellen tot uitvoering van het ruimtevaartbeleid.

Periode: 1994–

Grondslag: Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 3 lid 1 onder a en c.

Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 3 lid 1 onder b.

Wijziging instellingsbesluit Interdepartementale commissie ruimtevaart (Stcrt. 1998, 75), artikel I onder B.

Opmerking: Dit betreft:

het regeringsbeleid;

de standpunten van de Nederlandse delegaties naar ESA en EUMETSAT.

Product: Advies

Waardering: B 1

(128.)

Vervallen.

(129.)

Handeling: Het aanwijzen van Nederlandse vertegenwoordigers in ESA-organen.

Periode: 1994–

Grondslag: Instellingsregeling Interdepartementale commissie ruimtevaart (ICR) (Stcrt. 1994, 84), artikel 3 lid 3.

Product: Besluit

Opmerking: De voorzitter van de ICR is tevens de voorzitter van de Nederlandse ambtelijke delegatie in de ESA-raad.

Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd

(131.)

Vervallen.

(132.)

Vervallen.

3.32. Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur

(154.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake de verbetering van de maritieme onderzoeksinfrastructuur.

Periode: 1993–1994

Bron/

Grondslag: Instelling Adviescommissie maritieme onderzoeksinfrastructuur (Stcrt. 1993, 67).

Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), toelichting (p. 10), vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.

Product: Advies

Opmerking: Deze adviescommissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.

Waardering: B 1

3.33. Beoordelingscommissie Maritiem Onderzoek

(155.)

Handeling: Het geven van advies aan de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen voor subsidies voor maritiem onderzoek.

Periode: 1995–2001

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikels 5 en 8 leden 1 en 2, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 leden 1 en 8 en 10 lid 1, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Advies

Opmerking: De commissie verstrekt tevens desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

Waardering: B 1

(157.)

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de eigen werkwijze van de Beoordelingscommissie Maritiem Onderzoek.

Periode: 1995–2001

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikel 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

3.34. Adviescommissie Maritiem Onderzoek

(155.)

Handeling: Het geven van advies aan de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen voor subsidies voor maritiem onderzoek.

Periode: 1995–2001

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikels 5 en 8 leden 1 en 2, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555–SMO), artikel 5 leden 1 en 8 en 10 lid 1, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Advies

Opmerking: De commissie verstrekt tevens desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

Waardering: B 1

(157.)

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de eigen werkwijze van de Adviescommissie Maritiem onderzoek.

Periode: 1995–2001

Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikel 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).

Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Reglement

Waardering: B 4

(158.)

Vervallen.

(160.)

Vervallen.

(161.)

Handeling: Het uitbrengen van jaarverslagen en evaluaties aan de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1997–2001

Grondslag: Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikel 5 lid 9, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Jaarverslagen, evaluaties

Waardering: V 2 jaar m.u.v. één exemplaar van het eindproduct

3.35. Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek – ICOMAR

(168.)

Handeling: Het coördineren van de voorbereiding en de uitvoering van het kabinetsbeleid op het gebied van het maritieme onderzoek.

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 3.

Opmerking: Het ICOMAR draagt in het bijzonder zorg voor:

het adviseren van de Minister van Economische Zaken of andere betrokken Ministers met betrekking tot het maritieme onderzoek;

het voorbereiden van beleidsbeslissingen van de ministerraad inzake het maritieme onderzoek;

het tot stand brengen van onderlinge afstemming tussen de verschillende Ministeries van de onderzoeksplannen en -programma’s alsmede de financiering en de organisatie hiervan;

het vaststellen van de standpunten van de overheidsvertegenwoordigers ter voorbereiding van vergaderingen van de stichting Coördinatie Maritiem Onderzoek, de stichting Maritime Research Institute Netherlands en de stichting Waterbouwkundig Laboratorium, voor zover het maritieme aangelegenheden betreft;

het behartigen van overige aangelegenheden die op het terrein van het maritieme onderzoek om interdepartementale coördinatie vragen.

De door het ICOMAR vastgestelde adviezen en voorstellen tot besluitvorming worden via het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) naar de betrokken Ministers dan wel naar de Raad voor het Wetenschaps-, Technologie- en Informatiebeleid of naar de Ministerraad geleid.

Waardering: B 1

(171.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen ter behandeling van bepaalde onderwerpen.

Periode: 1990–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 6 lid 1.

Product: Instellingsbesluit

Waardering: V 10 jaar

(172.)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels met betrekking tot de eigen werkwijze van ICOMAR.

Periode: 1979–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 6 lid 2.

Product: Reglement

Opmerking: Dit geldt ook voor de eventueel in te stellen werkgroepen.

Waardering: V 10 jaar

(173.)

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen aan de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1945–1997

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 8.

Product: Jaarverslag

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct.

3.36. College van advies voor herstelfinanciering

(182.)

Handeling: Het uitbrengen van advies aan de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1984–1991

Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1984, 60), artikels 2 lid 1; 3 lid 1; 8 lid 3 en 20 lid 2.

Product: Advies

Opmerking: Het gaat om advies dat de Minister van Economische Zaken vraagt als het gaat om de aanvraag van een grote onderneming (meer dan 500 werknemers).

Het college kan alvorens advies uit te brengen, inlichtingen bij of advies van derden inwinnen.

Waardering: B 1

3.37. Ontwikkelingsraad

(198.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Ontwikkelingsraad.

Periode: 1954–2001

Grondslag: Besluit technische ontwikkelingskredieten 1997 (Stb. 1996, 611), art. 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

(199.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen voor technische ontwikkelingskredieten (TOK).

Periode: 1954–2001

Grondslag: Ministeriële beschikking 1954 (Stcrt.1954, 142), art.2;

Besluit technische ontwikkelingskredieten (TOK) 1997 (Stb. 1996, 611), art. 5 lid 1 en art. 10 lid 1, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Advies

Waardering: B 1

3.38. Adviescommissie Technische ontwikkelingsprojecten (TOP’s)

(208.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen voor de uitvoering van een ontwikkelingsproject.

Periode: 2001–

Grondslag: Besluit subsidies TOP (Stb. 2001, 203),art. 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(209.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van Adviescommissie TOP.

Periode: 2001–

Grondslag: Besluit subsidies TOP (Stb. 2001, 203), art. 5 lid 5.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

3.39. Stuurgroep Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma’s (IOP’s)

(215.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen voor de uitvoering van een onderzoekproject in het kader van een onderzoekprogramma.

Periode: 1981–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Advies

Opmerking: De Stuurgroep IOP’s kan zich hierbij laten bijstaan door de per meerjarenplan ingestelde Programmacommissies (PC’s) of een adviescollege bestaande uit vertegenwoordigers uit de onderzoekswereld en het bedrijfsleven.

Waardering: B 1

(216.)

Handeling: Het vaststellen en beoordelen van meerjarenplannen.

Periode: 1981–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Meerjarenplan

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van eindproduct

(217.)

Handeling: Het inventariseren van de behoeften aan IOP’s bij het bedrijfsleven

Periode: 1981 -

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Secretariaatsnotities

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van eindproduct

(218.)

Handeling: Het jaarlijks in het Wetenschapsbudget uitbrengen van verslag over de IOP’s aan de Ministers voor Wetenschapsbeleid, van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Periode: 1981–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.

Product: Jaarverslag

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van eindproduct

(219.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Stuurgroep IOP’s.

Periode: 1981–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 3.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

(220.)

Handeling: Het instellen van Programmavoorbereidingscommissies en Programmacommissies en het geven van instructies.

Periode: 1981–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2;

Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 3 onder d en f.

Product: Instellingsbesluit

Waardering: B 4

3.40. Programmacommissie IOP

(223.)

Handeling: Het ontwikkelen en zorgdragen voor de uitvoering van een programma.

Periode: 1945–

Product: Programma

Opmerking: Na vaststelling van het programma op hoofdlijnen delegeert de Programmacommissie de uitvoering ervan zoveel mogelijk aan TNO, ZWO en NRLO.

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van eindproduct

(224.)

Handeling: Het adviseren van onderzoekers over de organisatie en toepassingsmogelijkheden van innovatieonderzoek in Nederland.

Periode: 1945–

Product: Advies

Waardering: B 1

(225.)

Handeling: Het halfjaarlijks uitbrengen van verslag aan de Stuurgroep IOP’s.

Periode: 1981–1985

Product: Halfjaarverslag

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

3.41. Programmacommissie biotechnologie – PC-b

(226.)

Handeling: Het ontwikkelen en zorgdragen voor de uitvoering van een programma dat valt binnen het kader van het IOP biotechnologie.

Periode: 1981–1985

Grondslag: Instellingsbeschikking programmacommissie biotechnologie (Stcrt. 1981, 178) art. 3 onder a, b en c.

Product: Programma

Opmerking: Na vaststelling van het programma op hoofdlijnen delegeert de Programmacommissie de uitvoering ervan zoveel mogelijk aan TNO, ZWO en NRLO.

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(227.)

Handeling: Het adviseren van onderzoekers over de organisatie en toepassingsmogelijkheden van biotechnologisch onderzoek in Nederland.

Periode: 1981–1985

Grondslag: Instellingsbeschikking programmacommissie biotechnologie (Stcrt. 1981, 178) art. 3 onder e.

Product: Advies

Waardering: B 1

(228.)

Handeling: Het halfjaarlijks uitbrengen van verslag aan de Stuurgroep IOP’s.

Periode: 1981–1985

Grondslag: Instellingsbeschikking programmacommissie biotechnologie (Stcrt. 1981, 178) art. 3 onder f.

Product: Halfjaarverslag

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct.

3.42. Tijdelijke Programmacommissie (Tijdelijke PC)

(230.)

Handeling: Het jaarlijks actualiseren van meerjarenprogramma’s.

Periode: 1945–

Product: Geactualiseerd meerjarenprogramma

Waardering: V 2 jaar na actualisatie

(231.)

Handeling: Het via de Stuurgroep IOP’s indienen van een werkplan en bijbehorende begroting bij de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1945–

Product: Werkplan, begroting

Opmerking: Het werkplan en de begroting komen tot stand na overleg met onderzoekers en gebruikers van de onderzoeksresultaten.

Waardering: V 10 jaar

(232.)

Handeling: Het verzorgen van voorlichting aan het bedrijfsleven.

Periode: 1945–

Product: Voorlichting

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct.

(233.)

Handeling: Het via de Stuurgroep IOP’s adviseren en van de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1945–

Product: Advies

Waardering: V 10 jaar

(234.)

Handeling: Het via de Stuurgroep IOP’s jaarlijks rapporteren aan de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1945–

Product: Jaarverslag

Opmerking: De rapportage betreft hier de taakuitoefening van de tijdelijke commissie alsmede de door de Minister van Economische Zaken ter beschikking gestelde financiële middelen.

Waardering: V 2 jaar

3.43. Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie – PcIB

(236.)

Handeling: Het jaarlijks actualiseren van meerjarenprogramma’s zoals vastgesteld door de Programmacommissie biotechnologie.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder a.

Product: Geactualiseerd meerjarenprogramma

Opmerking: Het meerjarenprogramma is in 1982 vastgesteld door de programmacommissie biotechnologie.

Waardering: V 2 jaar na actualisatie

(237.)

Handeling: Het via de stuurgroep IOP’s indienen van een werkplan en bijbehorende begroting bij de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder c.

Product: Werkplan, begroting

Opmerking: Het werkplan en de begroting komen tot stand na overleg met onderzoekers en gebruikers van de onderzoeksresultaten.

Waardering: V 2 jaar

(238.)

Handeling: Het verzorgen van voorlichting aan het bedrijfsleven over de mogelijkheden van biotechnologie

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder g.

Product: Voorlichting

Opmerking: Hieronder valt tevens stimuleren van fundamenteel onderzoek op het terrein van biotechnologie.

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(239.)

Handeling: Het via de stuurgroep IOP’s adviseren en van de Minister van Economische Zaken inzake de industriële biotechnologie in Nederland.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder l.

Product: Advies

Waardering: V 2 jaar

(240.)

Handeling: Het via de stuurgroep IOP’s jaarlijks rapporteren aan de Minister van Economische Zaken.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder m.

Product: Jaarverslag

Opmerking: De rapportage betreft hier de taakuitoefening van de tijdelijke commissie alsmede de door de Minister van Economische Zaken ter beschikking gestelde financiële middelen.

Waardering: V 2 jaar

3.44. Tijdelijke adviescommissie IOP’s

(242.)

Handeling: Het adviseren van commissies verantwoordelijk voor de verschillende deelprogramma’s.

Periode: 1945–

Product: Advies

Opmerking: Hieronder valt tevens het adviseren over de internationale aspecten. De adviescommissie stelt tevens de betrokken ministers op de hoogte van de gedane adviezen met oog op terbeschikkingstelling van financiële middelen.

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(243.)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers over het beschikbaar stellen van financiële middelen ter uitvoering van een innovatiegericht onderzoeksprogramma.

Periode: 1945–

Product: Advies

Waardering: B 1

(244.)

Handeling: Het adviseren van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT).

Periode: 1945–

Product: Advies

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(245.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag.

Periode: 1945–

Product: Jaarverslag

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

3.45. Tijdelijke Adviescommissie Innovatiegericht Onderzoekprogramma Biotechnologie (IOP-B)

(247.)

Handeling: Het adviseren van de commissies die verantwoordelijk zijn voor de verschillende deelprogramma’s van het IOP-b.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder a en d.

Product: Advies

Opmerking: Hieronder valt tevens het adviseren over de internationale aspecten van biotechnologie. De adviescommissie stelt tevens de betrokken Ministers op de hoogte van de gedane adviezen met oog op terbeschikkingstelling van financiële middelen.

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(248.)

Handeling: Het adviseren van de betrokken Ministers over het beschikbaar stellen van financiële middelen ter uitvoering van het innovatiegericht onderzoeksprogramma biotechnologie IOP-b.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder b.

Product: Advies

Waardering: B 1

(249.)

Handeling: Het adviseren van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT) over de ontwikkeling van de biotechnologie in Nederland.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder c.

Product: Advies

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

(250.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag.

Periode: 1985–1990

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 2 onder e.

Product: Jaarverslag

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

3.46. Programmacollege IOP’s

(252.)

Handeling: Het opstellen van een concept-meerjarenplan met financiële raming die ter vaststelling aan de Stuurgroep IOP’s worden voorgelegd.

Periode: 1945–

Product: Concept-meerjarenplan, financiële raming

Opmerking: Het programmacollege legt tevens een voorstel omtrent samenstelling van de in te stellen werkgroepen bij de Stuurgroep IOP’s neer.

Waardering: V; na goedkeuring van het concept

(253.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een werkplan met een gedetailleerde begroting

Periode: 1945–

Product: Werkplan, begroting

Waardering: V 10 jaar

(254.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Programmacollege IOP’s.

Periode: 1945–

Product: Reglement

Opmerking: Bovenstaande handeling geldt tevens voor de werkgroepen per deelgebied van het IOP.

Waardering: V 20 jaar

3.47. Programmacollege IOP milieutechnologie

(256.)

Handeling: Het opstellen van een concept-meerjarenplan met financiële raming die ter vaststelling aan de Stuurgroep IOP’s worden voorgelegd.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instellingsbeschikking programmacollege IOP milieutechnologie (Stcrt. 1991, 253) art. 3 lid 2.

Product: Concept-meerjarenplan, financiële raming

Opmerking: Het Programmacollege legt tevens een voorstel omtrent samenstelling van de in te stellen werkgroepen bij de Stuurgroep IOP’s neer.

Waardering: V; na goedkeuring van het concept

(257.)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een werkplan met een gedetailleerde begroting

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instellingsbeschikking Programmacollege IOP Milieutechnologie (Stcrt. 1991, 253) art. 3 lid 2 onder a en b.

Product: Werkplan, begroting

Waardering: V 2 jaar

(258.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Programmacollege IOPS milieutechnologie.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instellingsbeschikking programmacollege IOP milieutechnologie (Stcrt. 1991, 253) art. 6.

Product: Reglement

Opmerking: Bovenstaande handeling geldt tevens voor de werkgroepen per deelgebied van het IOP milieutechnologie.

Waardering: V 10 jaar

3.48. Tijdelijke adviescolleges programmatische stimulering

(264.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen tot deelname aan een technologieprogramma of deelprogramma op basis van de Subsidieregeling PBTS (Stcrt. 1988, 42).

Periode: 1988–1989

Grondslag: Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering materiaaltechnologie (Stcrt. 1988, 134) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering medische technologie (Stcrt. 1988, 134) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering micro- electronica, (Stcrt. 1988, 134) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling tijdelijk adviescollege programmatische stimulering productvernieuwing (Stcrt, 1988, 134) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Advies

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct

3.49. Adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering

(266.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen tot deelname aan een technologieprogramma of een onderdeel daarvan op basis van de Subsidieregeling PBTS (Stcrt. 1988, 42).

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instelling Adviescolleges programmatische stimulering informatietechnologie 1991 (Stcrt. 1991, 149) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling Adviescolleges 1992 (Stcrt. 1992, 54) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling vijf adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering voor 1993 (Stcrt. 1993, 110) art. 3, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Advies

Waardering: B 1

(267).

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Adviescollege programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Instelling Adviescolleges programmatische stimulering informatietechnologie 1991 (Stcrt. 1991, 149) art. 5, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling Adviescolleges 1992 (Stcrt. 1992, 54) art. 5, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS);

Instelling vijf adviescolleges programmatische bedrijfsgerichte technologiestimulering voor 1993 (Stcrt. 1993, 110) art. 5, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

3.50. Beoordelingscommissie collectief onderzoek

(272.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen voor de uitvoering van een collectief technologisch onderzoeksproject.

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten (Stcrt. 1991, 147) art. 5 lid 1;

Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 (Stcrt. 1994, 114) art. 6 lid 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Advies

Waardering: B 1

(273.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Beoordelingscommissie collectie onderzoek

Periode: 1987–1997

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgericht technologisch onderzoek door collectiviteiten 1994 (Stcr. 1994, 114) art. 6 lid 4, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

3.51. Adviescollege internationale technologieprogramma’s

(279.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen voor samenwerkingsprojecten in het kader van internationale technologieprogramma’s.

Periode: 1989–2001

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsgerichte technologiestimulering in internationale programma’s (Stcrt. 1989, 110) art. 8 lid 1.

Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologiestimulering internationale programma’s (Stb. 1994, 434) art. 5 lid 1, vervallen bij Besluit van 5 juli 1997 (Stb. 331–BIT)

Besluit subsidies bedrijfsgerichte internationale technologieprogramma’s (Stb. 1997, 331) art. 5 lid 1, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).

Product: Advies

Waardering: B 1

(280.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Adviescollege Internationale Technologieprogramma’s

Periode: 1994–2001

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologiestimulering internationale programma’s (Stb. 1994, 434) art. 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 5 juli 1997 (Stb. 331–BIT);

Besluit subsidies bedrijfsgerichte internationale technologieprogramma’s (Stb. 1997, 331) art. 4, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228– BTS).

Product: Reglement

Opmerking: De raad is bevoegd om het advies van gespecialiseerde deskundigen in te roepen.

Waardering: V 10 jaar

3.52. Adviescollege technologische samenwerkingsprojecten

(287.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen voor bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten.

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb. 1996, 638) art. 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(288.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Adviescollege technologische samenwerkingsprojecten

Periode: 1997–

Grondslag: Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologische samenwerkingsprojecten (Stb.1996, 638) art. 5 lid 4.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

3.53. Commissie informaticastimulering bedrijfsleven – CISB

(293.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake subsidie- aanvragen op grond van de Subsidieregeling bedrijfsvoorlichting informatietechnologie.

Periode: 1984–1988

Grondslag: Subsidieregeling bedrijfsvoorlichting informatietechnologie (Stcrt. 1984, 242) art. 4 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(296.)

Handeling: Het adviseren van de Minisister van Economische Zaken inzake subsidie- aanvragen op grond van de Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering.

Periode: 1989–

Grondslag: Instellingsbeschikking van de Commissie informaticastimulering bedrijfsleven (CISB) (Stcrt. 1989, 53) art. 2 onder a.

Product: Advies

Waardering: B 1

(297.)

Handeling: Het begeleiden van branche-organisaties bij het opstellen van projectvoorstellen.

Periode: 1989–

Grondslag: Instellingsbeschikking van de Commissie informaticastimulering bedrijfsleven (CISB) (Stcrt. 1989, 53) art. 2 onder b

Waardering: V; na vaststelling van het voorstel

(298.)

Handeling: Het stimuleren van de totstandkoming van nieuwe projecten door het geven van publiciteit aan reeds door de Subsidieregeling (BIS) ondersteunde projecten.

Periode: 1989–

Grondslag: Instellingsbeschikking van de Commissie informaticastimulering bedrijfsleven (CISB) (Stcrt. 1989, 53) art. 2 onder c.

Product: Voorlichting

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

(299.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag.

Periode: 1989–

Grondslag: Instellingsbeschikking van de Commissie informaticastimulering bedrijfsleven (CISB) (Stcrt. 1989, 53) art. 7

Product: Jaarverslag

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

3.54. Beoordelingscommissie telematica gidsprojecten

(305.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake aanvragen voor subsidie voor de uitvoering van projecten in het kader van het Programma telematica gidsprojecten.

Periode: 1991–1994

Grondslag: Subsidieregeling telematica gidsprojecten (Stcrt. 1991, 96) art. 5 lid 1

Product: Advies

Waardering: B 1

(306.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Beoordelingscommissie telematica gidsprojecten

Periode: 1991–1994

Grondslag: Subsidieregeling telematica gidsprojecten (Stcrt. 1991, 96) art. 5 lid 4

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

3.55. Adviescolleges voor de informatietechnologieprogramma’s: telematica, uitbesteding aan onderzoekinstellingen en branchetoepassingen

(309.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake aanvragen voor subsidie voor de uitvoering van onderzoeks-, pilot- of brancheprojecten in het kader van een informatietechnologieprogramma.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432) art. 5 lid 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Advies

Waardering: B 1

(310.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Adviescollege voor de informatietechnologieprogramma’s: telematica, uitbesteding aan onderzoekinstellingen en branchetoepassingen.

Periode: 1994–1997

Grondslag: Besluit subsidies informatietechnologie (Stb. 1994, 432) art. 6 lid 1, art. 7 lid 1, vervallen bij Besluit van 10 december 1996 (Stb. 638 – BTS).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

3.56. Stuurgroep ITeR

(315.)

Handeling: Het vaststellen van de door de programmacommissie opgestelde jaarwerkplannen met bijbehorende begroting.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 3 onder a.

Product: Jaarwerkplan/ Begroting

Waardering: V 10 jaar met uitzondering van het eindproduct

(316.)

Handeling: Het beslissen over onderzoeksvoorstellen van de programmacommissie ITeR inzake het programma informatietechnologie en recht.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 3 onder b.

Product: Besluitvorming inzake onderzoeksvoorstellen van de programmacommissie ITeR

Waardering: B 1 & 5

3.57. Programmacommissie ITeR

(317.)

Handeling: Het uitwerken van het programma informatietechnologie en recht in concrete onderzoeksprojecten die deel uitmaken van een jaarwerkplan.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 4 leden 1 en 2.

Product: Jaarwerkplan

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

(318.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag.

Periode: 1995–

Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 4 lid 1 onder f.

Product: Jaarverslag

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

3.58. Adviescommissie electronische diensten

(324.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake kredietaanvragen.

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 5 lid 1;

Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 5 lid 1, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Advies

Waardering: B 1

(325.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Adviescommissie electronische diensten.

Periode: 1996–2001

Grondslag: Kredietregeling electronische-ontwikkeling 1996 (KREDO) (Stcrt. 1996, 112) art. 5 lid 4;

Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 5 lid 4, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Reglement

Waardering: V 10 jaar

(326.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag en evaluatieverslag

Periode: 1996–2001

Grondslag: Besluit KREDO (Stb. 1997, 554) art. 5 lid 9, vervallen bij Besluit van 20 april 2001 (Stb. 203 – TOP).

Product: Jaarverslag, evaluatieverslag

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

3.59. Adviescommissie E.E.T.

(331.)

Handeling: Het adviseren van de Ministers van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake aanvragen voor subsidie ter uitvoering van E.E.T.-projecten.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 5 lid 1.

Besluit subsidies E.E.T. (Stcrt 1997, 13) art. 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(332.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Adviescommissie E.E.T.

Periode: 1996–

Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 5 lid 4.

Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 5 lid 4.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

3.60. Adviescommissie experimentele faciliteiten

(336.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken inzake subsidieaanvragen op basis van de Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(337.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Adviescommissie experimentele faciliteiten.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 5 lid 5.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

(338.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag en evaluatieverslag.

Periode: 2001–

Grondslag: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2 (Stcrt. 2001, 79), art. 5 lid 11.

Product: Jaarverslag, evaluatieverslag.

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

3.61. Adviescommissie zaaiprojecten life sciences

(340.)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken omtrent subsidieaanvragen om een zaaiproject te laten uitvoeren.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(342.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Adviescommissie zaaiprojecten life sciences.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 5 lid 4.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

(343.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag en/of een evaluatieverslag.

Periode: 2000–

Grondslag: Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences (Stcrt. 2000, 175), artikel 5 lid 10.

Product: Verslag

Opmerking: Het jaarverslag wordt jaarlijks opgesteld.

Het evaluatieverslag wordt op verzoek van de Minister, maar ten minste elk tweede jaar opgesteld.

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

3.62. Stuurgroep technologie en samenleving (T&S)

(351.)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken inzake subsidie- aanvragen op grond van de Subsidieregeling programma T&S.

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 5 lid 1.

Product: Advies

Waardering: B 1

(352.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van de Stuurgroep technologie en samenleving (T&S).

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 5 lid 4.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

(353.)

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag.

Periode: 1998–

Grondslag: Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S) art. 5 lid 9.

Product: Jaarverslag

Waardering: V; 2 jaar na vervallen

NB. Van het gedrukte verslag wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

(354.)

Handeling: Het instellen van interdepartementale projectgroepen die deelprogramma’s begeleiden en de ingediende subsidieaanvragen beoordelen.

Periode: 1998–

Bron: Algemene toelichting bij Subsidieregeling programma technologie en samenleving (Stcrt. 1998, 168 – T&S)

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: V 20 jaar

3.63. Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid – IOT

(357.)

Handeling: Het op het gebied van het technologiebeleid voorbereiden van besluitvorming in de Raad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid.

Periode: 1984–

Grondslag: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53) art. 2.

Product: Besluitvorming

Waardering: B 1

(358.)

Handeling: Het vaststellen van de eigen werkwijze van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT).

Periode: 1984–

Grondslag: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53) art. 6.

Product: Reglement

Waardering: V 20 jaar

3.64. Tijdelijke Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid – Commissie-Dekker

(360.)

Handeling: Het op hoofdlijnen adviseren van de Minister van Economische Zaken over de inhoud en organisatie van het technologiebeleid alsmede over de opzet van een instituut dat belast is met de praktische uitvoering van dit beleid.

Periode: 1986–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie voor de uitbouw van het technologiebeleid (Stcrt. 1986, 212) art. 3.

Product: Advies

Opmerking: Het gaat hier om het technologiebeleid in al zijn facetten, zoals onderwijs, internationale samenwerking en overheidsaankoopbeleid waarbij een stimulering van innovatiegerichte Research & Development van groot belang zijn.

Waardering: B 1

(361.)

Handeling: Het instellen van werkgroepen.

Periode: 1986–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking tijdelijke adviescommissie voor de uitbouw van het technologiebeleid (Stcrt. 1986, 212) art. 7 lid 1.

Product: Instellingsbeschikking

Waardering: V 20 jaar

3.65. Tijdelijke Vervolgcommissie Technologiebeleid – VCT

(364.)

Handeling: Het toetsen en ondersteunen van de uitwerking van het technologiebeleid op basis van het rapport van de Adviescommissie voor de Uitbouw van het Technologiebeleid

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking VCT (Stcrt. 1988, 99)

Product: Ondersteuning, advies

Opmerking: Hieronder valt tevens het via de Minister van Economische Zaken aan de ministerraad rapporteren over de voor het technologiebeleid relevante onderwerpen.

Waardering: V 2 jaar met uitzondering van één exemplaar van het eindproduct.