Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Verkeer en Waterstaat[Regeling vervallen per 21-08-2010.]

Geldend van 17-09-2006 t/m 20-08-2010

Instellingsbesluit Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Verkeer en Waterstaat

Artikel 1 [Vervallen per 21-08-2010]

  • 1 Er is een Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

  • 2 Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid staat onder leiding van een directeur.

  • 3 Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid ressorteert rechtstreeks onder de secretaris-generaal.

Artikel 2 [Vervallen per 21-08-2010]

  • 1 Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid levert een wetenschappelijke bijdrage aan de ontwikkeling en evaluatie van het beleid op het gebied van mobiliteit van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, en heeft de volgende hoofdtaken:

    • a. het uitvoeren van onderzoek en analyses;

    • b. het bijeenbrengen en bewerken van elders binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat geproduceerde kennis of informatie op het gebied van mobiliteit;

  • 2 Aan de in het eerste lid bedoelde hoofdtaken zijn de volgende afgeleide taken verbonden:

    • a. het adviseren omtrent de aard en omvang van wetenschappelijke ondersteuning bij de beantwoording van beleidsvragen;

    • b. het verlenen van opdrachten voor het verrichten van extern onderzoek voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • c. het aangeven van de mogelijke consequenties van beleidskeuzes;

    • d. het bijeenbrengen en actief verspreiden van (internationale) kennis.

Artikel 3 [Vervallen per 21-08-2010]

  • 1 Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid wordt bij zijn werkzaamheden terzijde gestaan door:

    • a. een Programmaraad die gevormd wordt door vertegenwoordigers van de Directoraten-Generaal van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en de Inspectie Verkeer en Waterstaat; en

    • b. een Raad van Advies die gevormd wordt door vertegenwoordigers uit de wereld van de wetenschap en het openbaar bestuur en die wordt voorgezeten door een onafhankelijk hoogleraar.

  • 2 De Programmaraad brengt advies uit over het jaarlijks werkplan van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

  • 3 De Raad van Advies draagt zorg voor de algemene kwaliteitsbewaking van de onderzoeken van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

Artikel 4 [Vervallen per 21-08-2010]

De resultaten van de binnen het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid verrichte onderzoeken worden vastgelegd in onderzoeksrapporten die door de directeur worden vastgesteld. De Minister van Verkeer en Waterstaat, de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal verstrekken geen dienstopdrachten aan het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid om onderzoeksrapporten te wijzigen.

Artikel 5 [Vervallen per 21-08-2010]

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid oefent zijn werkzaamheden uit overeenkomstig het in de bijlage opgenomen protocol.

Artikel 6 [Vervallen per 21-08-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7 [Vervallen per 21-08-2010]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Verkeer en Waterstaat.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

Bijlage als bedoeld in artikel 5 [Vervallen per 21-08-2010]

Protocol inzake de beheers- en beleidsmatige positie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) [Vervallen per 21-08-2010]

I. Algemeen [Vervallen per 21-08-2010]

1. Met ingang van 1 september 2006 gaat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) van start. Het KiM is een nieuwe, onafhankelijke eenheid binnen het ministerie, die strategische kennisproducten levert ten behoeve van de beleidsvorming op het gebied van mobiliteit.

De vorming van het KiM maakt onderdeel uit van het proces van cultuurverandering van het ministerie van VenW in de richting van een bestuursdepartement. Dat betekent dat (het formuleren van) strategische kennisvragen een essentieel onderdeel moet zijn van het beleidsproces. Daarmee kan de kwaliteit van de strategische beleidsontwikkeling toenemen.

Het KiM stelt onafhankelijke, wetenschappelijk verantwoorde verkenningen en analyses op die relevant zijn voor de beleidsvorming op het gebied van mobiliteit. Door het KiM verricht onderzoek dient inhoudelijk onafhankelijk te zijn van het beleid, omdat beleidsonderzoek een verkennend en toetsend karakter heeft. Met onderzoek kan worden nagegaan in hoeverre het (voorgenomen of gevoerde) beleid bijdraagt aan overheidsdoelstellingen. Als de uitkomsten van deze toetsing worden beïnvloed door het beleid zelf, kan deze toetsende rol niet adequaat worden vervuld. Spelregels om de inhoudelijke onafhankelijkheid van het KiM te waarborgen zijn opgenomen in dit protocol.

2. De wijze waarop het KiM zijn taken uitvoert en de wijze waarop het daarbij samenwerkt met de beleidsdirectoraten-generaal, Rijkswaterstaat en de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW), vereisen goede afspraken waarbij de respectievelijke beleids- en beheersverantwoordelijkheden duidelijk zijn aangegeven. Deze regeling voorziet daarin. Voorts schetst deze regeling de kaders voor de samenwerking tussen het KiM en de Planbureaus. Ook de relatie met de Tweede Kamer wordt beschreven.

II. Taken [Vervallen per 21-08-2010]

1. Het KiM levert een wetenschappelijke bijdrage aan de ontwikkeling en evaluatie van beleid. Dit geschiedt door:

  • a. het zelf uitvoeren van onderzoek en analyses;

  • b. het bijeenbrengen en bewerken van elders geproduceerde kennis of informatie op het gebied van mobiliteit.

Aan deze hoofdtaken zijn een aantal afgeleide taken verbonden:

  • c. het adviseren omtrent de aard en omvang van wetenschappelijke ondersteuning bij de beantwoording van beleidsvragen;

  • d. het verlenen van opdrachten voor het verrichten van extern onderzoek voor VenW;

  • e. het aangeven van de mogelijke consequenties van beleidskeuzes;

  • f. het actief verspreiden van (internationale) kennis.

III. Aansturingskaders [Vervallen per 21-08-2010]

1. Bij de uitvoering van zijn taken als een onafhankelijke eenheid binnen het ministerie van VenW geldt dat op het KiM de algemene bevoegdheden en verplichtingen van toepassing zijn die voor iedere VenW-dienst gelden. In de hierna volgende paragrafen worden de bijzondere regelingen beschreven die met betrekking tot de beleids- en beheersmatige aansturing gelden voor het KiM.

2. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de onderzoekportefeuille van het KiM grotendeels vraaggestuurd wordt gevuld. Ten aanzien van deze ‘onderzoekagenda’, die zowel op het interne als op het extern uit te besteden onderzoek betrekking heeft, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen a) de langere termijn onderzoekprogrammering met een thematisch karakter en b) de besluitvorming met betrekking tot acute, niet-geprogrammeerde onderzoekswensen.

3. Een goede onderzoekprogrammering is van vitaal belang. In de eerste plaats wordt in het proces van programmeren op gestructureerde wijze helderheid verkregen over de behoeften bij het beleid aan wetenschappelijk gefundeerde kennis. Door het thematisch bundelen van de diverse concrete behoeften kan, in de tweede plaats, het wetenschappelijk onderzoek worden verdiept en wordt de cumulatie van kennis bevorderd. In de derde plaats verschaft het onderzoekprogramma een beoordelingskader voor de te ondernemen onderzoekactiviteiten en is het tevens een sturingsinstrument voor de eigen organisatie: op welke wijze en met welke middelen zal uitvoering aan de programmering worden gegeven?

Communicatie binnen VenW

4. Het KiM communiceert actief met andere delen van VenW door middel van presentaties, gesprekken en informele contacten. De directeur van het KiM is agendalid van de Bestuursraad, zodat hij zich kan oriënteren op de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsoverwegingen. Alle producten van het KiM worden – al dan niet in samengevatte vorm – ter kennis gebracht van de secretaris-generaal en worden besproken met de hoofden van de diensten die het aangaan.

Werkplan

5. De inhoudelijke sturing krijgt invulling door de ontwikkeling van een strategisch onderzoeksbeleid. Dit komt tot uiting in een jaarlijks werkplan van het KiM. Het werkplanproces kent de volgende drie fasen:

  • a. Inventarisatie.

    Op basis van het vele informele overleg dat zowel rond het interne als het externe onderzoek plaatsvindt, en van de besprekingen over de voortgang van onderzoeksondersteuning op de diverse beleidsprogramma’s en taakterreinen kan een eerste inventarisatie worden opgemaakt van de belangrijkste strategische beleidsproblemen en de hieraan gekoppelde behoeften aan wetenschappelijke ondersteuning. Gelijktijdig hieraan kan, bijvoorbeeld met behulp van brainstormsessies en strategische beleidsconferenties, reeds informeel bij de leiding van de VenW-onderdelen over de aard van de wetenschappelijke bijdragen aan VenW beleid worden gesproken. Het is hierbij van belang dat naast concrete onderzoekswensen vooral ook te onderzoeken trends, toekomstige beleidsonderwerpen, maatschappelijke ontwikkelingen die voor Verkeer en Waterstaat van belang zijn, etc., worden opgetekend. De Strategische Kennisagenda van Verkeer en Waterstaat fungeert als een belangrijke basis voor deze inventarisatie.

  • Deze ‘ruwe’ inventarisatie wordt door het KiM verwerkt: er vindt een thematische bundeling plaats en van concrete onderzoekswensen wordt nagegaan of deze onderzoekswaardig (is over het onderwerp inderdaad nog onvoldoende bekend?) en onderzoekbaar (kan onderzoek antwoord geven op de gestelde vragen?) zijn. Tevens wordt een indicatie gegeven van de termijn waarbinnen de gevraagde kennis wordt opgeleverd en de mate waarin het KiM in de productie van de kennis investeert.

  • b. Advisering.

    De aldus ‘veredelde’ inventarisatie wordt vervolgens in een formele adviesronde voorgelegd aan onder meer de Programmaraad (zie punt 9) en aan de Raad van Advies (zie punt 10) van het KiM. In deze ronde dient vooral op mogelijke blinde vlekken gelet te worden en dient beoordeeld te worden welk gewicht de aangedragen thema's hebben gelet op het belang voor de beleidsvorming op (middel)lange termijn. Dit advies wordt verwerkt in een document dat wordt besproken met de secretaris-generaal.

  • c. Besluitvorming.

    De secretaris-generaal stelt het werkplan vast.

Ongevraagd onderzoek

6. Het KiM kan naast gevraagde beleidsonderzoeken ook ongevraagde onderzoeken uitvoeren. Deze worden opgenomen in de onderzoeksprogrammering. Als het KiM een ongevraagd onderzoek uitvoert, wordt de secretaris-generaal daarover door het KiM geïnformeerd.

Onderzoek in opdracht van anderen

7. Verzoeken aan het KiM tot het doen van onderzoek door instanties die niet vallen binnen het ambtsbereik van de Minister van Verkeer en Waterstaat (aan te duiden als externen) worden afgewogen in samenhang met het vastgestelde onderzoekprogramma. Dit geldt ook ten aanzien van vragen die vanuit de Tweede Kamer aan de minister worden gesteld om het KiM onderzoeken te doen verrichten en voor onderzoek ter ondersteuning van het werk van de Raad voor Verkeer en Waterstaat. De minister, en in voorkomend geval de secretaris-generaal beoordelen dergelijke verzoeken. Daarbij gelden de volgende criteria:

  • a. het gevraagde onderzoek is een afgeleide van eerder door het KiM verricht onderzoek;

  • b. het gevraagde externe onderzoek vormt in afgeleide zin een aanvulling op c.q. versterking van door het KiM verricht of nog te verrichten onderzoek;

  • c. extern onderzoek mag niet ten koste gaan van de primaire taakstelling;

  • d. de omvang van te verrichten extern onderzoek mag in geld uitgedrukt niet meer belopen dan 10% van het totale KiM-budget.

Afstemming met AVV

8. Ook de AVV zal zich blijven bezig houden met vragen die het beleid ondersteunen. In zijn algemeenheid geldt dat vragen met een strategische of wetenschappelijke achtergrond primair bij het KiM zullen worden behandeld en vragen met een meer tactisch-operationele achtergrond bij de AVV. De directeuren van AVV en KiM zullen regelmatig met elkaar overleggen om eventuele problemen hierbij te voorkomen of weg te nemen.

Programmaraad

9. De Programmaraad van het KiM bestaat uit vertegenwoordigers van de beleidsdirectoraten-generaal, de IVW en Rijkswaterstaat. De Programmaraad heeft een belangrijke rol bij de totstandkoming van het werkplan van het KiM. Zoals hiervoor beschreven in punt 5, wordt in intensieve interactie met de beleidsonderdelen van VenW een inventarisatie gemaakt van de onderzoekswensen. Het is van belang dat deze inventarisatie door vertegenwoordigers op hoog niveau vanuit de beleidsonderdelen, vanuit de IVW en vanuit RWS wordt bezien op compleetheid. Ook dient de Programmaraad te bezien in hoeverre onderwerpen die in de inventarisatie zijn opgenomen vanwege hun meer tactisch-operationele aard uiteindelijk beter door de AVV kunnen worden behandeld dan door het KiM. Ook om deze reden is participatie van RWS in de Programmaraad van belang.

Raad van Advies

10. Het KiM zal in zijn functioneren terzijde worden gestaan door een Raad van Advies. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers uit de wereld van de wetenschap en het openbaar bestuur en wordt voorgezeten door een onafhankelijk hoogleraar. De raad zorgt voor de algemene kwaliteitsbewaking van het onderzoek. De raad toetst of het onderzoek als geheel van voldoende niveau is, tegemoet komt aan redelijke verwachtingen, evenwichtig is samengesteld en de wetenschappelijke toets kan doorstaan. De raad rapporteert jaarlijks zijn bevindingen, die worden gevoegd bij het jaarverslag van het KiM, aan de secretaris-generaal.

Wetenschappelijke normen

11. De resultaten van het werk van het KiM worden bepaald door de eisen van wetenschappelijke kwaliteit. Het KiM wordt geleid door een hoogleraar of iemand met vergelijkbare kwaliteiten.

12. De kwaliteit van het werk van het KiM wordt niet alleen geborgd door de hiervoor genoemde Raad van Advies, maar ook door een systeem van externe audits. Te denken valt aan ‘peer reviews’ of visitaties door (beleids)onderzoekers van buiten VenW. Het gaat met name om gerenommeerde wetenschappers en deskundigen bij andere planbureaus. De bevindingen van de externe audits worden gepubliceerd.

13. De medewerkers van het KiM nemen deel aan (internationaal) wetenschappelijke fora.

IV. Voorlichting, publiciteit en externe contacten [Vervallen per 21-08-2010]

1. De minister en zijn ambtenaren respecteren de uitkomsten van de door het KiM uitgevoerde onderzoeken. Zij verstrekken geen dienstopdrachten aan het KiM om formuleringen, uitkomsten, onderzoeksmethoden of veronderstellingen te veranderen.

2. De onderzoeken van het KiM zijn in principe openbaar en worden geplaatst op de eigen website van het KiM. Het tijdstip van publicatie is in beginsel niet later dan drie maanden na afronding van het onderzoek. In voorkomende gevallen kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als de onderzoeken deel uitmaken van de voorbereiding van een grote beleidsnota, waarbij alle relevante onderzoeksrapporten gelijktijdig met het uitbrengen van de nota worden gepubliceerd. In zulke gevallen zal overleg met de secretaris-generaal en het betrokken diensthoofd plaatsvinden. Op actieve en passieve openbaarmaking is de Wet Openbaarheid van Bestuur van toepassing.

3. Op grond van artikel 4 van het Instellingsbesluit Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Verkeer en Waterstaat behoeft de inhoud van de door het KiM verrichte onderzoeksrapporten niet het standpunt van de Minister van VenW weer te geven.

4. Voorlichting over onderzoeksrapporten wordt door het KiM zelf verzorgd. Het KiM maakt in voorkomende gevallen gebruik van de door de Directie Communicatie geboden faciliteiten. De persvoorlichting over beleidsconsequenties is zozeer gezichtsbepalend voor de politieke verantwoordelijkheid dat dit een taak is die door de Directie Communicatie wordt uitgevoerd.

5. Directie en medewerkers van het KiM kunnen desgevraagd worden betrokken bij het werk van adviesorganen, zoals de Raad voor Verkeer en Waterstaat. In deze situaties zal de nadruk meestal liggen op het verstrekken van gegevens, uitvoeren van wetenschappelijke analyses en opstellen van prognoses.

6. Medewerkers die namens het KiM optreden, volgen terzake de instructies van de directeur van het KiM. Zij informeren de Directie Communicatie over contacten met de pers of voorgenomen publicaties. Zij leggen bij publiek optreden het accent op beschrijvingen, analyses en prognoses. Zij kiezen geen positie in partijpolitieke debatten en onthouden zich van uitspraken over puur politieke kwesties of personen.

7. Bij verzoeken van derden die op basis van openbaar of gepubliceerd materiaal kunnen worden beantwoord, wordt de informatie als vorm van publieksvoorlichting verschaft. Externe verzoeken om aanvullende analyses en doorrekening worden volgens de hiervoor in dit Protocol omschreven wijze behandeld.

V. Samenwerking met de planbureaus en de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) [Vervallen per 21-08-2010]

1. Het KiM werkt intensief samen met de planbureaus CPB, SCP, MNP en RPB. Producten als verkenningen worden in hoge mate gebaseerd op onderzoek dat door de planbureaus wordt uitgevoerd. Met de planbureaus worden afspraken gemaakt over het jaarlijks aanleveren van informatie uit de verkenningen van de planbureaus aan het KiM. Over de programmering wordt overleg gevoerd met de Planbureaus. Bij de samenwerking met de planbureaus zijn de afspraken die zijn vastgelegd in het Protocol voor de planbureaufunctie van 18 september 1996 (zie Annex 1) leidend.

2. Er wordt gestreefd naar projectmatige samenwerking met de planbureaus. Uitwisseling van medewerkers wordt nagestreefd.

3. Met de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) worden afspraken gemaakt over taakverdeling en samenwerking. De door AVV verzamelde basisinformatie, de AVV-modellen en de resultaten van andere AVV-studies zullen belangrijke bronnen van kennis vormen voor het KiM. In de afspraken met AVV wordt snelle en directe toegang tot deze bronnen gewaarborgd.