Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 16-11-2006 t/m 31-12-2006

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 29 augustus 2006, nr. TRCJZ/2006/1706, houdende regels met betrekking tot bodemgeschiktheid en gebruiksbestemming

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 63, vierde lid, van de Reconstructiewet concentratiegebieden;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

De gelijke hoedanigheid van gronden binnen een blok wordt uiterlijk op het in het tweede lid van artikel 76 van de wet laatstbedoelde tijdstip bepaald.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

De gelijke hoedanigheid van gronden binnen het blok wordt bepaald, voor zover deze uitruilbaar zijn op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 3, van het Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De gelijke hoedanigheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken:

    • a. de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en

    • b. de grondwaterkarakteristiek.

  • 2 De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:10.000.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een kleinere schaal dan 1: 10.000, indien de reconstructie plaatsvindt in een gebied met een grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek.

  • 4 Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van advies van deskundigen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:

  • a. het feitelijk gebruik;

  • b. de verkavelingssituatie;

  • c. de ontsluitingssituatie;

  • d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;

  • e. de mate van egaliteit van het maaiveld;

  • f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;

  • g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;

  • h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en

  • i. andere dan agrarische kenmerken.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van de gronden met een gelijke hoedanigheid wordt de bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming bepaald aan de hand van een of meer van de volgende kenmerken:

    • a. de ontwateringstoestand;

    • b. de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewas;

    • c. de stevigheid van de bovengrond;

    • d. de verkruimelbaarheid van de bodem;

    • e. de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau;

    • f. de stuifgevoeligheid van de bodem, of

    • g. de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevinden.

  • 2 Voor elke gebruiksbestemming wordt bepaald welke van de kenmerken, bedoeld in het eerste lid, daarvoor doorslaggevend zijn.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming wordt ingedeeld in ten minste drie klassen.

  • 2 De indeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op een kaart vermeld.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 augustus 2006

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman