Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Libertas Noodfonds[Regeling vervalt per 01-01-2018.]

Geldend van 23-01-2014 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 juli 2006, nr. HO/BL/2006/22518, houdende de introductie van het Libertas Noodfonds (Subsidieregeling Libertas Noodfonds)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4, tweede en derde lid, en 5 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • c. hoger onderwijs: onderwijs op het niveau van het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs in de Bachelor- of Masterfase;

  • d. student: natuurlijk persoon die hoger onderwijs volgt en niet ouder is dan 35 jaar bij de start van het studiejaar;

  • e. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;

  • f. gedragscode: door de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs gezamenlijk overeen gekomen ‘Gedragscode Internationale student in het Nederlands hoger onderwijs’ als bedoeld in de internationaliseringbrief hoger onderwijs ‘Koers op Kwaliteit’ (Kamerstukken II, 2004/05, 29 800 VIII, nr. 72, p. 15);

  • g. Nuffic: Stichting Nuffic, Nederlandse Organisatie voor Internationale Samenwerking in het Hoger Onderwijs, gevestigd te ’s-Gravenhage;

  • h. leges: kosten die verband houden met een aanvraag van een:

    • 1°. machtiging voorlopig verblijf; en

    • 2°. verblijfsvergunning.

Artikel 2. Doelomschrijving

  • 1 De minister kan projectsubsidie verstrekken aan studenten uit de gehele wereld met een niet-Nederlandse vooropleiding voor het volgen van een opleiding.

  • 2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

    • a. de student:

      • 1°. afkomstig is uit een land waar naar het oordeel van de minister voor bepaalde studenten studeren vanwege politieke redenen praktisch onmogelijk is geworden;

      • 2°. aannemelijk kan maken direct voorafgaande aan zijn komst naar Nederland gestudeerd te hebben aan een instituut dat hoger onderwijs verzorgt in het land van herkomst;

      • 3°. aannemelijk kan maken dat het volgen van verder hoger onderwijs in het land van herkomst voor hem praktisch onmogelijk is geworden, dan wel dat de student in de voortgang van de studie zeer ernstig wordt belemmerd;

    • b. de ontvangende Nederlandse instelling:

      • 1°. de inschrijving van de student accepteert;

      • 2°. het juridisch laagst mogelijke collegegeld in rekening brengt aan de student;

      • 3°. de gedragscode heeft ondertekend en voorkomt in het openbaar register van onderwijsinstellingen die de gedragscode hebben ondertekend; en

    • c. de ontvangende Nederlandse instelling zorgdraagt of garant staat voor huisvesting indien de student hier niet zelf voor heeft gezorgd.

  • 3 Verstrekking van subsidie geschiedt onder de voorwaarde dat:

  • 4 Verstrekking van subsidie geschiedt steeds voor de duur van één studiejaar. Een aanvrager kan meermalen subsidie aanvragen, binnen de volgende voorwaarden:

    • a. voor een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs wordt maximaal vier maal subsidie verstrekt;

    • b. voor een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs wordt maximaal vijf maal subsidie verstrekt;

    • c. voor een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs wordt maximaal twee maal subsidie verstrekt, met dien verstande dat maximaal drie maal subsidie wordt verstrekt, indien de studielast van de opleiding 120 studiepunten bedraagt;

    • d. voor een masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs wordt maximaal twee maal subsidie vertrekt; en

    • e. een aanvrager kan voor één bachelor- en één masteropleiding subsidie aanvragen.

  • 5 De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op de aanvraag voor subsidie van een student aan wie op grond van deze regeling en met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, reeds subsidie is verstrekt.

  • 6 Deze regeling is niet van toepassing op studenten die voor studiefinanciering in aanmerking komen op grond van de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel 3. Vaststelling subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling bedraagt € 1.000.000 per kalenderjaar.

  • 2 Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, niet wordt bereikt, bestemt de minister het resterende bedrag voor de toepassing van deze regeling in het daaropvolgende kalenderjaar.

Paragraaf 2. Subsidieverstrekking

Artikel 4. Subsidieaanvraag

  • 1 Subsidie wordt gedurende het gehele studiejaar op aanvraag verstrekt, met dien verstande dat per studiejaar slechts eenmaal subsidie kan worden aangevraagd.

  • 2 De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Nuffic.

  • 3 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een opgave van het bedrag dat de ontvangende Nederlandse instelling de student in rekening brengt als collegegeld;

    • b. een aanbevelingsbrief van de ontvangende Nederlandse instelling;

    • c. een overzicht van het voorgenomen studieprogramma; en

    • d. een verklaring van de ontvangende Nederlandse instelling dat deze:

      • 1°. het subsidiebedrag, verminderd met het door de student verschuldigde collegegeld, aan de student overmaakt, nadat de instelling het subsidiebedrag heeft ontvangen van de Nuffic, met dien verstande dat overmaking van het gedeelte van het bedrag dat ziet op de tegemoetkomingen in de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c en e, in maandelijkse gedeelten geschiedt;

      • 2°. na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, aan de Nuffic een overzicht verstrekt van alle de door de student behaalde studieresultaten;

      • 3°. de Nuffic onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verstrekt, niet of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd; en

      • 4°. zorgdraagt voor huisvesting van de student indien de student hier niet zelf voor heeft gezorgd.

  • 4 De subsidieaanvraag gaat in alle gevallen vergezeld van een door de subsidieaanvrager opgestelde begroting. De begroting bevat een opgave van het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd.

  • 5 De subsidieaanvraag beslaat de periode van maximaal één studiejaar.

Artikel 5. Subsidiebedrag per student

Het subsidiebedrag bedraagt de som van een door de minister te bepalen bedrag als tegemoetkoming in:

  • a. het collegegeld dat de student aan de instelling verschuldigd is;

  • b. de eenmalige reiskosten van en naar het land van herkomst;

  • c. de kosten voor levensonderhoud;

  • d. de leges die de student verschuldigd is; en

  • e. de kosten voor de ziektekostenverzekering die de student moet afsluiten.

Artikel 6. Beslissing op subsidieaanvraag

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

  • 2 De minister beslist binnen vier weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

Artikel 7. Uitbetaling van de subsidie

Indien de minister positief beslist op de subsidieaanvraag betaalt de Nuffic de subsidie aan de instelling die de verklaring, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel d, heeft afgegeven.

Artikel 8. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

Subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 3. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 9. Informatieplicht

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling en monitoring van het beleid.

  • 2 De subsidieontvanger informeert de Nuffic onverwijld schriftelijk, indien de activiteiten niet of niet geheel worden gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig worden beëindigd.

Paragraaf 4. Uitvoering door de Nuffic

Artikel 10. Werkzaamheden Nuffic

De Nuffic voert in het kader van deze regeling de volgende werkzaamheden uit:

  • a. het beheren en uitbetalen van de subsidiegelden;

  • b. het voorbereiden van besluiten over subsidieverstrekking op grond van deze regeling in de vorm van een advies aan de minister; en

  • c. het verrichten van onderzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid.

Artikel 11. Onkostenvergoeding Nuffic

  • 1 Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, ontvangt de Nuffic jaarlijks een vergoeding.

  • 2 De minister stelt jaarlijks vóór 15 november de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 12. Voorwaarden uitvoering door de Nuffic

De Nuffic voert een dusdanige administratie dat op basis van een accountantscontrole snelle, eenduidige uitspraken kunnen worden gedaan over de rechtmatigheid van de ten laste van deze subsidie gebrachte uitgaven.

Artikel 13. Informatieplicht Nuffic

  • 1 De Nuffic verschaft de minister desgevraagd en uit eigen beweging informatie betreffende de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10.

  • 2 De Nuffic verleent de minister volledige inzage in boeken en bescheiden, voor zover deze met de uitvoering van de regeling te maken hebben.

  • 3 De minister kan aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt.

Artikel 14. Rekening en verantwoording Nuffic

  • 1 De Nuffic legt aan de minister jaarlijks rekening en verantwoording af over de uitgaven en inkomsten die aan de taken, bedoeld in artikel 10, zijn verbonden.

  • 2 Het afleggen van rekening en verantwoording geschiedt in de vorm van een inhoudelijk en een financieel verslag. Het financiële verslag wordt voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de accountant tevens een uitspraak doet over de rechtmatigheid van de gemaakte uitgaven.

  • 3 Het inhoudelijke verslag over het studiejaar ontvangt de minister van de Nuffic jaarlijks vóór 1 april volgend op het studiejaar waarin subsidieverstrekking heeft plaatsgevonden. Hierbij zal ook het financiële verslag over het kalenderjaar worden opgenomen.

  • 4 De minister ontvangt uiterlijk op 1 april 2009 een verslag van de Nuffic omtrent de uitvoering en de werking van deze regeling.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Libertas Noodfonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S.M. Dekker