Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie [...] Zaken 2006 (Politieke en parlementaire samenwerking)[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 23-07-2006 t/m 31-12-2009

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 7 juli 2006, nr. DMV/VG-332/06, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Politieke en parlementaire samenwerking)

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 3 Aanvragen die, vergeleken met de overige aanvragen, de hoogste bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen, genoemd in artikel 5.13 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, zoals uitgewerkt in de beleidsregels, zullen leveren, komen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking, met dien verstande dat de subsidie per organisatie niet meer kan bedragen dan 75% van het subsidieplafond.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Dit besluit zal met de daarbij behorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Bijlage bij Besluit van 7 juli 2006 nr. DMV/VG-332/06 [Vervallen per 01-01-2010]

Subsidiebeleidskader voor Politieke en Interparlementaire samenwerking [Vervallen per 01-01-2010]

Inleiding [Vervallen per 01-01-2010]

Goed bestuur is een voorwaarde voor duurzame armoedebestrijding en neemt een centrale plaats in binnen ontwikkelingssamenwerking. Bestuur dient effectief en legitiem te zijn; effectief in het ‘beheer van menselijke en natuurlijke hulpbronnen en economische en financiële middelen’; bij legitimiteit gaat om ‘het politieke en institutionele klimaat dat de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat beschermt’. Steun aan democratiseringsprocessen maakt derhalve deel uit van het Nederlandse OS-beleid op het gebied van goed bestuur.

Democratie biedt een helder en gedefinieerd kader voor politieke besluitvorming en uitvoering en een breed scala aan institutionele checks and balances die de participatie van de burger in de staat mogelijk maken en vorm geven, zoals hantering van een meerpartijenstelsel, periodieke vrije en eerlijke verkiezingen, scheiding van machten, een representatief parlement, een uitvoerende macht die verantwoording aflegt, een onafhankelijke rechterlijke macht, eerbiediging van de mensenrechten, toezichtmechanismen om corruptie en machtsmisbruik tegen te gaan, vrije en onafhankelijke media, civiele controle op de strijdkrachten en politie, et cetera.

Binnen deze formele en informele instituties speelt ieder zijn eigen rol. Hierbij neemt de political society

Die instituties die direct betrokken zijn bij het politieke besluitvormingsproces en die niet behoren tot het maatschappelijke middenveld, de overheid of de markt.

een aparte plaats in, naast de civil society, de rechtspraak, de overheid en de markt. Politieke partijen converteren de meningen van burgers tot beleidskeuzes en politieke programma’s, ze selecteren politieke leiders, verschaffen keuzes bij verkiezingen en vormen regeringen en/of controleren deze en roepen ze ter verantwoording in het parlement. Hierbij is niet alleen de democratische structuur van belang maar ook een democratische cultuur. Een cultuur die ruimte biedt voor pluralisme en open debat, die inclusief is en kiest voor vreedzame geschillenbeslechting.

Bij democratiseringssteun is veel aandacht uitgegaan naar enerzijds steun aan de opbouw van procedures en instituties binnen de overheid en anderzijds steun aan het maatschappelijk middenveld. Een belangrijk deel van het MFS is voor dit laatste ingeruimd. Steun aan de political society daarentegen, aan het functioneren van politieke partijen en parlement en aan het politieke proces/dialoog tussen partijen, heeft veel minder aandacht gekregen.

Voor het functioneren van een democratie is een functionerend meerpartijenstelsel van fundamenteel belang. Maar tegelijkertijd worden politieke partijen vaak niet vertrouwd door de kiezers, zijn de politieke processen in veel landen niet transparant en vervult het parlement zijn wetgevende en controlerende taken in onvoldoende mate. Maatschappelijk middenveld en de politiek staan geregeld lijnrecht tegenover elkaar, waardoor het aantal actoren dat daadwerkelijk steun kan leveren aan de political society beperkt is. Organisaties van politieke partijen en parlementariërs kunnen vanuit een positie van gelijken (peer to peer) een unieke en belangrijke rol spelen bij de versterking van het democratische proces.

Politieke en interparlementaire samenwerking van Nederlandse politieke partijen, politici en parlementariërs met hun collega’s in ontwikkelingslanden heeft duidelijke raakvlakken met het Nederlandse buitenlands beleid. Uit dien hoofde is het van belang om complementariteit na te streven. Dat brengt mee dat er in de relatie tussen de subsidieverlener en de subsidieontvanger meer ruimte zal zijn voor onderlinge afstemming en overleg over de aard en planning van de uit te voeren activiteiten dan binnen de kaders van een subsidierelatie als toegepast binnen het Medefinancieringsstelsel gebruikelijk is.

Gezien het belang van een goed functionerende meerpartijen democratie en de belangrijke rol die ‘peer-to-peer’ organisaties kunnen spelen in de opbouw ervan, heeft de minister besloten de subsidieverlening voor een politiek en interparlementair samenwerkingprogramma, voor Nederlandse politieke partijen en parlementariërs, buiten het MFS in een specifiek subsidieartikel te regelen.

Doelstelling [Vervallen per 01-01-2010]

Het politieke en interparlementaire samenwerkingsprogramma beoogt de bevordering van democratiseringsprocessen in ontwikkelingslanden door een bijdrage te leveren aan versterking van politieke partijen en/of hun parlementariërs middels niet partijgebonden samenwerking met de Nederlandse politieke partijen en parlementariërs. Dit opdat een goed functionerende, duurzame parlementaire meerpartijendemocratie kan ontstaan.

Beoogde resultaten [Vervallen per 01-01-2010]

  • Beter functionerend parlement dat inhoud geeft aan zowel zijn wetgevende als controlerende taken, en waarvan de parlementariërs in inhoudelijk debat blijven met hun politieke partij en hun achterban en deel uitmaken van internationale en regionale kennisnetwerken.

  • Een beter functionerend meerpartijenstelsel, waarin verschillende belangen en visies, waaronder die van minderheden, op vreedzame wijze via een politiek proces uitmonden in bestuur en beleid, en waarin een gemeenschappelijke basis van vertrouwen bestaat om de meerpartijen democratie te versterken.

  • Een verbeterde capaciteit van politieke partijen op het vlak van programma/ ideologieontwikkeling, interne democratie, interne regels en procedures, conflict-management, financieel management.

  • Het ontstaan van regionale netwerken en samenwerking tussen politieke partijen en parlementariërs waarbij pluralistische democratische ontwikkeling in de regio voorop staat en het isolement waarin veel actoren verkeren wordt doorbroken.

Bestuurlijk model en beheerskader [Vervallen per 01-01-2010]

Hoofdlijnen [Vervallen per 01-01-2010]

Onderhavig subsidieartikel wordt gefinancierd uit de centrale fondsen van het ministerie. Tegelijkertijd met de publicatie van dit beleidskader wordt een door de Minister vastgesteld subsidieplafond voor de totale subsidieperiode bekend gesteld.

Volgend uit het hierboven beschreven beleidskader komen voor subsidie in aanmerking organisaties die naar bestuurssamenstelling een breed samenwerkingsverband van in de Nederlandse Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen of parlementariërs reflecteren en waarbij een ‘peer to peer’ werkwijze een belangrijk onderdeel vormt van de programmauitvoering.

Dit subsidieartikel kent slechts één subsidiemodaliteit, t.w. de programmasubsidie. Een programmasubsidie is een subsidie om een samenhangend deel van het totaal van activiteiten van een organisatie uit te voeren.

De subsidieperiode loopt van 2007 tot 2010. Aanvragen dienen uiterlijk 1 september 2006 te worden ingediend.

Uiterlijk 1 november 2006 stelt de minister de besluiten over de subsidieaanvragen vast.

De jaarplannen en jaarverslagen voor de opeenvolgende subsidiejaren worden jaarlijks ter goedkeuring aan het ministerie voorgelegd, waarbij de jaarplannen getoetst worden aan het oorspronkelijk goedgekeurde meerjarenplan en de jaarverslagen aan het voorafgaande jaarplan. De behaalde resultaten worden door het ministerie op doeltreffendheid, doelmatigheid en kwaliteit beoordeeld. Indien jaarplannen en jaarverslagen geen blijk geven van een voldoende invulling van de strategische meerjarenplannen kunnen subsidies verlaagd worden.

De Minister en de subsidieontvangende organisaties voeren regelmatig een beleidsdialoog over de inhoudelijke voortgang van de gesubsidieerde activiteiten, zowel op centraal niveau als ook op landenniveau. De Minister kan de organisaties aanwijzingen geven wat betreft de keuze voor landen waar activiteiten worden ontplooid.

Kwaliteitssystemen [Vervallen per 01-01-2010]

De subsidieontvangende organisaties zijn verantwoordelijk voor een adequaat systeem van monitoring en evaluatie en voor een kwaliteitssysteem. Hiermee dient vorm te worden gegeven aan het lerend vermogen van de organisaties. Dit systeem is des te belangrijker gezien het complexe karakter en het relatief hoge risicoprofiel van internationale samenwerking, waardoor uitkomsten van interventies moeilijk voorspelbaar zijn. De beschrijving en de haalbaarheid van beoogde resultaten moeten tegen deze achtergrond gezien worden. Op basis van voortschrijdend inzicht worden organisaties geacht tijdig bijsturingen te verrichten en hiervoor toestemming te vragen van de Minister indien dit leidt tot een meer dan ondergeschikte wijziging van activiteitenplan of begroting.

Het kwaliteitssysteem omvat de volgende aspecten:

  • De organisaties dragen ieder voor zich verantwoordelijkheid voor de eigen bedrijfsprocessen en resultaten en rapporteren hierover aan de Minister volgens afgesproken inhoudelijke en financiële standaarden, waarbij onder andere aandacht wordt geschonken aan de doeltreffendheid en doelmatigheid.

  • De organisaties beschrijven in hun Meerjarige Strategische Plannen hoe zij de realisatie van beoogde resultaten denken te borgen. Bovendien geven zij inzicht in de stand van zaken ten aanzien van de borging van hun processen.

  • De organisaties dragen ieder voor zich zorg voor een adequaat planning-, monitoring- en evaluatiesysteem. De resultaten van evaluaties worden, voorzien van beleidsconclusies, aan de Minister ter beschikking gesteld.

  • De resultaatformulering en beoordeling worden voor de verschillende programma’s uitgewerkt en

  • De resultaten worden uitgesplitst in de keten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen input, output, outcome en impact.

  • De organisaties oriënteren zich bij het ontwikkelen van hun kwaliteitssysteem op CBF, ISO en INK maar voorkomen stapeling van systemen.

  • De organisaties hanteren in hun kwaliteitssysteem beoordelings- en prestatie-indicatoren voor het sturen op overhead en doelmatigheid.

  • De organisaties doen een jaarlijkse kwaliteitsanalyse en stellen op basis daarvan een plan van aanpak op, dat zijn beslag vindt in de jaarverslagen en jaarplannen.

Drempelcriteria [Vervallen per 01-01-2010]

  • De organisatie is een in Nederland gevestigde niet-overheidsorganisatie zonder winstoogmerk.

  • De organisatie is, naar bestuurssamenstelling een breed samenwerkingsverband van in de Nederlandse Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen en/of parlementariërs.

  • De subsidieaanvraag is minimaal 100.000 euro.

  • De aanvraag betreft geen initiatieven die primair gericht zijn op directe dienstverlening, welzijn, of investeringen.

  • De aanvraag betreft geen initiatieven die proselitisme (mede) beogen.

  • De aanvraag betreft geen initiatieven die primair gericht zijn op studiemogelijkheden of onderzoek.

  • De aanvraag is niet landenspecifiek (de aanvraag moet activiteiten in twee of meerdere landen betreffen).

Beoordelingscriteria betreffende de eigenschappen en kwaliteit van de aanvragende organisatie [Vervallen per 01-01-2010]

  • De aangesloten politieke partijen en/of parlementariërs leveren een in de begroting zichtbaar gemaakte bijdrage, financieel of door het leveren van deskundigheid, aan de activiteiten van de organisatie. Het subsidievoorstel motiveert de omvang van deze bijdrage.

  • Aard en kwaliteit van relaties met derden, waaronder visie op complementariteit, partnerschappen en relaties met onderzoekswereld, in Nederland en op internationaal niveau.

  • Impact en duurzaamheid van behaalde resultaten (track record).

  • Mate waarin organisatiestructuur en -⁠cultuur bijdragen aan efficiënte programmauitvoering.

  • Kwaliteit van het beleid t.a.v. personeel en innovatie ten dienste van doelmatigheid, waaronder kennismanagement.

  • Kwaliteit van de bestaande procedures en systemen op het gebied van monitoring en evaluatie alsmede kwaliteitsmanagement.

  • Kwaliteit van het financieel en administratief management.

Beoordelingscriteria betreffende de inhoud en kwaliteit van de aanvraag [Vervallen per 01-01-2010]

  • Relevante bijdrage aan de hierboven omschreven doelstelling.

  • Kwaliteit van de Strategische Analyse, waarbij in het bijzonder gekeken wordt naar de consistentie tussen de context analyse, de daaruit volgende probleemstelling en de operationele doelstellingen.

  • Strategisch beleid ten aanzien van Zuidelijke partners, met aandacht voor een gelijkwaardige, transparante, inhoudelijke en evalueerbare relatie tussen de partners en de organisatie, gebaseerd op principes van goed donorschap.

  • Uitwerking van voorstel in operationele doelen, beoogde resultaten, voorgenomen activiteiten en middelen met een helder verband tussen de te bereiken doelen en de daarvoor benodigde middelen.

  • Uitwerking van beoogde resultaten, indien functioneel in SMART-systematiek (Specifiek, Meetbaar/aantoonbaar, Acceptabel voor relevante stakeholders, Realistisch, realiseerbaar binnen een duidelijk aangegeven Tijdvak).

  • Efficiënte inzet van middelen, doelmatigheid.

  • Verankering van kwaliteitsbeheer, planning, monitoring en evaluatie, lerend vermogen in het voorstel, waarbij rekening wordt gehouden met attributie vraagstukken.

  • Duurzaamheid van de interventie en bijdrage van de subsidie aan de (duurzame) ontwikkeling van de partnerorganisatie.