Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Creative Challenge Call[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 21-05-2006 t/m 31-12-2008

Regeling van de Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Economische Zaken van 12 mei 2006, nr. WJZ 6035496, houdende regels inzake de verstrekking van subsidie teneinde verbindingen tussen creatieve ondernemingen en andere ondernemingen tot stand te brengen of te versterken (Subsidieregeling Creative Challenge Call)

De Minister van Economische Zaken, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluiten:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • c. onderneming: een entiteit die een economische activiteit verricht;

  • d. creatieve onderneming: een entiteit die zijn economische activiteiten verricht in een of meer van de volgende sectoren:

    • 1°. kunsten en erfgoed;

    • 2°. media en entertainment;

    • 3°. creatieve zakelijke dienstverlening;

  • e. kennisinstelling:

    • 1°. een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs,

    • 2°. een andere dan onder 1° bedoelde geheel of gedeeltelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden of

    • 3°. een geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs;

  • f. brancheorganisatie: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die niet bedrijfsmatig werkzaam is en die blijkens zijn statuten als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak of een samenhangend deel ervan;

  • g. netwerkproject: een voor Nederland nieuwe, doelgerichte, planmatige activiteit, gericht op het tot stand brengen van nieuwe verbindingen of het versterken van bestaande verbindingen tussen creatieve ondernemingen en andere ondernemingen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een ondernemer of brancheorganisatie die voor eigen rekening en risico een netwerkproject uitvoert.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt indien aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt in de drie aan het tijdstip van indiening van de aanvraag voorafgaande jaren door een bestuursorgaan reeds € 100.000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, waarbij voor het bepalen van dit bedrag de subsidies die zijn verstrekt op basis van een steunmaatregel die is vrijgesteld van de aanmeldingverplichting van artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag niet worden meegeteld.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt het door de aanvrager gevraagd percentage van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat het subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 67 procent van de subsidiabele kosten en het bedrag van € 100.000 niet te boven gaat.

  • 2 Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de minister dan wel een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totaal bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan in het eerste lid genoemde percentage respectievelijk het in dat lid genoemde plafond van € 100.000.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt verlaagd voor zover dit tezamen met in de drie voorafgaande jaren door een bestuursorgaan aan de aanvrager verstrekte subsidie waarvoor geen goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen was verkregen, de som van € 100.000 te boven gaat, waarbij voor het bepalen van dit bedrag de subsidies die zijn verstrekt op basis van een steunmaatregel die is vrijgesteld van de aanmeldingverplichting van artikel 88, derde lid, van het EG-verdrag niet worden meegeteld.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als subsidiabele kosten van een netwerkproject worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. het aantal na de indiening van de aanvraag door direct bij het netwerkproject betrokken personeel gemaakte uren, vermenigvuldigd met het in het tweede lid bedoelde integrale uurtarief dat de subsidieontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel met het in het derde lid bedoelde tarief;

    • b. de specifiek ten behoeve van het netwerkproject gemaakte kosten, met uitzondering van speciaal voor het netwerkproject aangeschafte apparatuur, voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief.

  • 2 De subsidieontvanger berekent het integrale uurtarief op basis van een binnen zijn organisatie gebruikelijke en controleerbare methodiek, die is gebaseerd op bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Het integrale uurtarief is samengesteld uit de directe personeelskosten of de indirecte kosten. Het integrale uurtarief betreft uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsuitoefening en bevat geen winstopslag.

  • 3 Indien de subsidieontvanger geen integraal uurtarief hanteert, dan wordt op diens verzoek dit tarief vervangen door een vast uurtarief van € 35.

  • 4 De in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na indiening van de aanvraag zijn gemaakt.

  • 5 De kosten als bedoeld in het eerste lid, onder b, die vergoed kunnen worden op grond van dit artikel worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Adviescommissie Creative Challenge Call die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zij zijn niet werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken of het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

  • 4 De voorzitter en de leden worden door de minister voor de periode van 1 augustus 2006 tot 31 december 2006 benoemd.

  • 5 De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

  • 6 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 7 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op de bij het Ministerie van Economische Zaken gebruikelijke wijze. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

  • 10 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De commissie stelt uiterlijk 31 december 2006 een verslag op van haar werkzaamheden. Op verzoek van de minister stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling bedraagt € 3.000.000 voor de periode, bedoeld in het tweede lid.

  • 2 Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen in de periode van de tweede dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant tot en met 15 augustus 2006.

  • 3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 4 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan, een beschrijving van de wijze waarop aan het netwerkproject en de resultaten bekendheid wordt gegeven en een begroting voor het project, inclusief de specificatie van de financiële bijdrage van de aanvragers, alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

  • 5 Het projectplan bevat in ieder geval een beschrijving van de doelen van het netwerkproject en een beschrijving van de wijze waarop deze doelen worden behaald.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

Binnen dertien weken na de laatste dag van de bij artikel 6, tweede lid, vastgestelde periode, geeft de minister een beschikking omtrent in die periode ontvangen aanvragen om subsidie.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien hij van oordeel is dat de aanvraag niet voldoet aan deze regeling.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 8 afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie Creative Challenge Call.

  • 2 De minister beslist, daarbij geadviseerd door de Adviescommissie Creative Challenge Call, afwijzend op een aanvraag indien hij van oordeel is dat:

    • a. het project onvoldoende zal bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van deze regeling, namelijk het tot stand brengen van effectieve verbindingen of het versterken van bestaande verbindingen tussen creatieve ondernemingen en andere ondernemingen;

    • b. er onvoldoende vertrouwen bestaat in de organisatorische capaciteiten van de aanvrager om het netwerkproject naar behoren uit te voeren;

    • c. het niet aannemelijk is dat het netwerkproject zal worden voltooid binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

  • 3 De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de commissie, de aanvragen waarop niet met toepassing van het tweede lid afwijzend is beslist, zodanig dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt indien:

    • a. het gevraagde percentage van de subsidiabele kosten lager ligt dan het in artikel 3, eerste lid, genoemde percentage;

    • b. in het netwerkproject meerdere van de volgende categorieën deelnemers participeren:

      • 1°. creatieve ondernemingen;

      • 2°. andere ondernemingen dan creatieve ondernemingen;

      • 3°. kennisinstellingen;

      • 4°. decentrale overheden;

    • c. de verwachting bestaat dat door het netwerkproject meer en effectievere verbindingen tussen creatieve ondernemingen en andere ondernemingen tot stand worden gebracht of bestaande verbindingen meer worden versterkt;

    • d. aan de resultaten van het netwerkproject meer bekendheid wordt gegeven;

    • e. het netwerkproject een meer duurzaam karakter heeft;

    • f. het netwerkproject meer internationale uitstraling heeft.

  • 4 Voor de rangschikking wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.

  • 5 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking.

§ 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger voert het netwerkproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het netwerkproject.

  • 2 Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 3 De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze alle aan de activiteiten toe te rekenen kosten kunnen worden afgelezen.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, wordt door de minister ambtshalve een voorschot verstrekt van 80% van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidieontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het netwerkproject moet zijn voltooid.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 3 De aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van:

    • a. een eindverslag omtrent de uitvoering en de kwantitatieve en kwalitatieve resultaten van het netwerkproject;

    • b. indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 50.000 of meer bedraagt een accountantsverklaring die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.

  • 4 De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

Besluiten krachtens deze regeling worden genomen in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Creative Challenge Call.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de EVD, internationaal ondernemen en samenwerken, Juliana van Stolberglaan 148 te ’s-Gravenhage.

Den Haag, 12 mei 2006

De

Minister

van Economische Zaken,

L.J. Brinkhorst

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

C.E.G. van Gennip

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD, internationaal ondernemen en samenwerken, te Den Haag.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD, internationaal ondernemen en samenwerken, te Den Haag.]