Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement register zware criminaliteit VROM-IOD[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 10-06-2006 t/m 31-12-2007

Reglement register zware criminaliteit voor een bijzonder politieregister dat (deels) geautomatiseerd gevoerd wordt bij de criminele inlichtingen eenheid VROM-IOD

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beheerder van het Korps Landelijke Politiediensten,

Gelet op het bepaalde in artikel 9, eerste en tweede lid, artikel 10 en artikel 13c lid 3 van de Wet politieregisters;

Handelend na overleg met het bevoegd gezag;

Gezien het Modelreglement register zware criminaliteit (Stcrt. 2000, 198) waaromtrent het College bescherming persoonsgegevens ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Wet politieregisters een verklaring van overeenstemming heeft afgegeven;

Besluit vast te stellen het privacyreglement voor het bijzondere politieregister zware criminaliteit dat gevoerd wordt bij de criminele inlichtingen eenheid VROM-IOD.

Paragraaf 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2008]

  • a. de wet: de Wet politieregisters;

  • b. het besluit: het Besluit politieregisters;

  • c. het instellingsbesluit: Besluit instelling criminele inlichtingen eenheid VROM-IOD;

  • d. beheerder: de Minister van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties;

  • e. registerbeheerder: de directeur van de VROM-IOD, op grond van het Mandaatbesluit gegevensbeheer bijzondere politieregisters bij bijzondere opsporingsdiensten;

  • f. gegeven: een gegeven dat herleidbaar is tot een individueel natuurlijke persoon;

  • g. criminele inlichtingen eenheid (CIE): de criminele inlichtingen eenheid bedoeld in artikel 2, lid 1, van het instellingsbesluit;

  • h. CIE-informant: een persoon die, anders dan als getuige of verdachte, aan een opsporingsambtenaar, welke werkzaamheden verricht zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid onder c van het instellingsbesluit, informatie verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten, hetgeen voor hemzelf of voor derden gevaar oplevert;

  • i. verstrekken van gegevens uit het register: het bekend maken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

  • j. gegevensbeheer: de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen,verstrekken en afschermen van gegevens;

  • k. koppeling: het treffen van technische of organisatorische voorzieningen, waardoor verschillende verzamelingen van persoonsgegevens systematisch met elkaar kunnen worden vergeleken;

  • l. het register: het register zware criminaliteit, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;

  • m. commissie van toezicht: een commissie zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder f, van het besluit;

  • n. ics-code: een code samengesteld aan de hand van de personalia van de informant, door een landelijk vastgesteld coderingsprogramma;

  • o. CIE-officier van justitie: de als zodanig door de betrokken hoofdofficier van justitie dan wel het College van procureurs-generaal aangewezen officier van justitie.

Paragraaf 2. Doel en werking [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2008]

Het register heeft tot doel de verwerking van informatie mogelijk te maken in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2008]

Het register wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd bij de criminele inlichtingen eenheid.

Paragraaf 3. Beheer en Toezicht [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2008]

De registerbeheerder is, onder verantwoordelijkheid van de beheerder, belast met de zeggenschap over het register. Hij draagt zorg voor de naleving van de Wet, het Besluit en het reglement. Hij treft daartoe onder meer voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. Tevens treft hij maatregelen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de in het register opgenomen gegevens.

Paragraaf 4. Inhoud van het register [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2008]

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a. verdachten van misdrijven waarvoor het register is aangelegd;

  • b. personen, ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij het beramen of plegen van misdrijven als bedoeld onder a;

  • c. personen, die in een bepaalde relatie staan tot degenen bedoeld onder a en b, in die zin dat zij andere dan toevallige contacten met deze personen hebben;

  • d. ambtenaren van politie, van de Koninklijke marechaussee of van een publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 13c van de wet, voor zover dat van belang is voor het gebruik van de gegevens, bedoeld onder a tot en met c alsmede voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Omtrent de in artikel 5, onder a en b, genoemde categorieën van personen dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), aliassen, volledig adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;

    • b. financiële- en bedrijfsgegevens;

    • c. gegevens over het staatsburgerschap;

    • d. gegevens over de identiteitspapieren;

    • e. gegevens omtrent het uiterlijk;

    • f. gegevens over de karaktereigenschappen;

    • g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;

    • h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;

    • i. gegevens over de levenswijze;

    • j. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;

    • k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;

    • l. gegevens over verplaatsingen;

    • m. gegevens over de communicatiemiddelen;

    • n. gegevens over de vervoermiddelen;

    • o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;

    • p. gegevens over modus operandi;

    • q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;

    • r. persoonsafbeeldingen;

    • s. mededelingen van gegevensverstrekking buiten de criminele inlichtingen eenheid;

    • t. gegevens over de periode en de plaats waar de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.

  • 2 Omtrent de personen, genoemd in artikel 5, onder c, dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), adres, geboorteplaats en -datum geslacht;

    • b. financiële gegevens;

    • c. gegevens over het staatsburgerschap;

    • d. gegevens over de identiteitspapieren;

    • e. gegevens omtrent het uiterlijk;

    • f. gegevens over opleiding en uitgeoefende beroepen;

    • g. gegevens over de aard van de relaties als bedoeld in artikel 5 onder a en b;

    • h. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;

    • i. gegevens over de bewegingen;

    • j. gegevens over de communicatiemiddelen;

    • k. gegevens over de vervoermiddelen;

    • l. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;

    • m. persoonsafbeeldingen;

    • n. mededelingen van gegevensverstrekkingen buiten de criminele inlichtingen eenheid.

  • 3 Wanneer de in het tweede lid bedoelde categorie van personen een CIE-informant betreft, dan worden ten hoogste het informantennummer en de informantencode opgenomen.

  • 4 Met betrekking tot opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 5,onder d, kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:

    • a. naam, voornaam, voorletters c.q. initialen;

    • b. organisatieaanduiding, rang, functie en administratieve aanduiding;

    • c. gegevens noodzakelijk voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens;

    • d. vermelding ambtseed of -belofte.

Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen omtrent de opgenomen gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 5, onder a tot en met b, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun ras voor zover dit onvermijdelijk is:

    • a. met het oog op hun identificatie;

    • b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.

  • 2 In aanvulling op de op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent in artikel 5, onder a tot en met b, opgenomen categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:

    • a. met het oog op hun identificatie;

    • b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft;

  • 3 In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent de in artikel 5, onder a tot en met b, genoemde categorieën van personen gegevens worden opgenomen omtrent hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.

  • 4 In aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde categorie van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras, levensgedrag, medische- en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:

    • a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven de motieven van de informant betreft;

    • b. met het oog op de verlening van hulp door de politie.

  • 5 Bij de opneming van een gegeven als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid wordt tevens een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid van het gegeven opgenomen. De registerbeheerder wijst bij besluit de twee ambtenaren aan als bedoeld in artikel 5 lid 2 van het instellingsbesluit die belast zijn met deze aanduiding. Deze functionarissen behoren tot de groep van vaste gebruikers van het register.

  • 6 Onverminderd het bepaalde in artikel 13a, derde lid, van de wet kan een gegeven, met toestemming van de registerbeheerder,worden voorzien van een aanduiding ‘embargo’. Een dergelijke aanduiding vindt slechts toepassing indien dit noodzakelijk is met het oog op de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet.

  • 7 Indien een gegeven slechts kon worden verkregen onder voorwaarde dat dit alleen voor een bepaald doel zou worden gebruikt, wordt van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening gehouden in het register, met een verwijzing naar het proces-verbaal waaruit de voorwaarde blijkt.

Paragraaf 6. Correctie opgenomen gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2008]

Indien blijkt dat bepaalde gegevens onjuist of onvolledig zijn, draagt de registerbeheerder zorg voor zo spoedig mogelijke verbetering of aanvulling van die gegevens.

Paragraaf 7. Verwijdering en vernietiging van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De gegevens worden uit het register verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van het register.

  • 2 De gegevens worden in ieder geval verwijderd na verloop van vijf jaren na de datum van de laatste opname van gegevens die blijk geven van de noodzaak tot registratie van betrokkene met het oog op het doel van het register.

  • 3 De uit het register verwijderde gegevens worden terstond vernietigd.

  • 4 Indien een vermelding ingevolge artikel 13a, zevende lid, van de Wet vanuit het register zware criminaliteit voorkomt in andere politieregisters wordt ten behoeve van het gegevensbeheer van de verwijdering terstond schriftelijke mededeling gedaan aan de desbetreffende registerbeheerder en de nationale criminele inlichtingen eenheid.

Paragraaf 8. Verstrekking van gegevens [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens vindt plaats in overeenstemming met de Wet en het Besluit.

  • 2 Gegevens uit het register kunnen met het oog op een bijzondere opdracht voor de wijze van de informatievoorziening in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet, voor het geval de betrokkene op enige plaats wordt waargenomen, in samenhang met gegevens over de inhoud van deze opdracht en voor zover noodzakelijk voor het uitvoeren van die opdracht, worden vastgelegd in een ander politieregister, zoals het herkenningsdienstregister (HKS). De verstrekking wordt vastgelegd in het register.

  • 3 Gegevens uit het register kunnen mede worden gebruikt ten behoeve van interne bedrijfsstatistiek, interne bedrijfsvoering en interne ontwikkeling van beleid met het oog op de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet van de criminele inlichtingen eenheid waar het register wordt gevoerd.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Schriftelijke verstrekking aan informatiegerechtigden vindt slechts plaats via de criminele inlichtingen eenheid waar het register wordt gevoerd.

  • 2 Mondelinge verstrekking geschiedt uitsluitend wanneer bij de verstrekkende ambtenaar zekerheid bestaat omtrent de identiteit en de informatiegerechtigheid van de aanvrager. Een mondelinge verstrekking wordt schriftelijk bevestigd.

Internationale verstrekking [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Verstrekking van gegevens aan buitenlandse politie-instanties vindt slechts plaats door tussenkomst van de nationale criminele inlichtingen eenheid, dan wel in overeenstemming met afspraken gemaakt met politieautoriteiten in het buitenland, voor zover deze overeenkomstig artikel 13 van het besluit zijn goedgekeurd door de Minister van Justitie.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid vindt de verstrekking van gegevens aan buitenlandse politie-autoriteiten slechts plaats in overleg met de betrokken CIE-officier van justitie.

  • 3 Indien de verstrekking niet door tussenkomst van de nationale criminele inlichtingen eenheid geschiedt, wordt van de verstrekking afschrift gestuurd aan de nationale criminele inlichtingen eenheid.

Paragraaf 9. Vastleggen van verstrekkingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Van iedere verstrekking die rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt wordt aantekening gehouden, voor zover deze verstrekkingen niet zijn vrijgesteld bij besluit van de Minister van Justitie.

  • 2 Van iedere verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt wordt aantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel van het register aan vaste gebruikers is verstrekt die blijkens het derde lid, onder a en b, behoren tot de vaste gebruikers.

  • 3 Vaste gebruikers van het register zijn:

    • a. personen die door de registerbeheerder krachtens artikel 14 zijn aangewezen als personen die rechtstreekse toegang hebben tot het register;

    • b. de aangewezen ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten, voor zover het de ics-code betreft;

    • c. CIE-officieren van justitie;

    • d. leden van de commissie van toezicht.

  • 4 Indien van een verstrekking aantekening wordt gehouden, wordt daarbij de identiteit van degene aan wie is verstrekt, de datum en het doel van de verstrekking en een omschrijving van de verstrekte gegevens vastgelegd.

  • 5 Van een verstrekking hoeft geen aantekening te worden gehouden ingevolge het eerste lid indien deze het resultaat is van een koppeling en van die koppeling een proces-verbaal is opgemaakt.

  • 6 De aantekening wordt gedurende drie jaren bewaard.

Paragraaf 10. Rechtstreekse toegang tot het register en protocol [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2008]

Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de wet en het besluit zijn aangewezen. Deze aanwijzing geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend. Op verzoek wordt inzage gegeven in de autorisaties.

Paragraaf 11. Rechten van de geregistreerde [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een ieder kan de registerbeheerder ingevolge artikel 20 van de wet verzoeken hem mede te delen:

    • a. of hij in het register voorkomt;

    • b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;

    • c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;

    • d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.

  • 2 Aan het verzoek kan slechts worden voldaan voor zover daaruit geen onevenredige schade kan voortvloeien, hetzij voor het doel van het register, hetzij voor een ander onderdeel van de opsporingstaak van de VROM-IOD, hetzij in verband met gewichtige belangen van derden. De registerbeheerder wint over deze afweging advies in van het hoofd van de criminele inlichtingen eenheid en van de betrokken CIE-officier.

  • 3 Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, Postbus 16191, 2500 BD Den Haag. Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 op rekening 19.23.22.141 (RABO) van VROM-IOD) onder vermelding van ‘privacyverzoek’.

  • 4 Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.

  • 5 Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.

  • 6 Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 7 Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.

  • 8 De registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De verzoeker toont aan de behandelend functionaris bescheiden waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.

  • 9 Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover dit noodzakelijk is voor de verwerking van informatie in het kader van de opsporing van misdrijven, voor zover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de wet dan wel indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken.

  • 10 Het negende lid is niet van toepassing op antecedenten of op persoonsgegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen.

  • 11 In antwoord op een verzoek tot kennisneming worden geen mededelingen in schriftelijke vorm gedaan.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Een geregistreerde aan wie ingevolge artikel 20 van de Wet kennisneming is verleend, kan de registerbeheerder ingevolge artikel 22 van de Wet verzoeken:

    • a. bepaalde gegevens over hem te verbeteren;

    • b. bepaalde gegevens over hem aan te vullen;

    • c. bepaalde gegevens over hem te verwijderen;

    • d. bepaalde gegevens over hem af te schermen.

  • 2 Een correctieverzoek dient schriftelijk gericht te worden aan de registerbeheerder, Postbus 16191, 2500 BD Den Haag. Het verzoek behelst de aan te brengen wijzigingen.

  • 3 Een correctieverzoek wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.

  • 4 Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.

  • 5 Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededeling aan een dergelijke gemachtigde vindt niet plaats indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

  • 6 Op een correctieverzoek wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvangen is, schriftelijk beslist door de registerbeheerder. Een weigering wordt deugdelijk gemotiveerd.

Paragraaf 12. Koppeling [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Koppeling van het register met een ander bijzonder politieregister of een bestand als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet bescherming persoonsgegevens, kan slechts plaatsvinden voor zover deze koppeling noodzakelijk is voor het voorkomen en opsporen van misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren en het betreft:

    • a. andere registers zware criminaliteit, voorlopige registers, dan wel verwerkingen van persoonsgegevens waarvan de doelstelling nauw bij die van het register zware criminaliteit aansluit;

    • b. andere gegevensverzamelingen.

  • 2 Van koppelingen als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt het College bescherming persoonsgegevens in kennis gesteld.

  • 3 Van een koppeling wordt proces-verbaal opgemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van het besluit. Dit proces-verbaal wordt gedurende twee jaren bewaard.

Paragraaf 13. Verbanden met andere gegevensverzamelingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2008]

De gegevens, opgenomen in het register, kunnen afkomstig zijn uit andere bijzondere politieregisters.

Paragraaf 14. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2008]

Het reglement wordt voor een ieder ter inzage gelegd op het Bureau Communicatie van het Korps landelijke politiediensten te Driebergen en de criminele inlichtingen eenheid VROM-IOD te Den Haag.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2008]

Het reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2008]

Het reglement wordt aangehaald als Reglement register zware criminaliteit VROM-IOD.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes