Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2006[Regeling materieel uitgewerkt per 24-06-2007.]

Geldend van 26-12-2010 t/m heden

Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 25 april 2006, houdende de vaststelling van aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het oogstjaar 2006 (Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2006)

Het bestuur van het Productschap Tuinbouw,

Gelet op de artikelen 95 en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en gelet op de artikelen 12 tot en met 14 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw;

Gehoord de Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, d.d. 31 januari 2006;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 3 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a.

    bloembollen:

    bollen of knollen van bloemgewassen;

    b.

    bloembollen plantgoed:

    1. soorten en variëteiten van bloembollen die in de lijst, welke als bijlage bij de Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2005 is gevoegd, zijn vermeld voor zover deze beneden de daarachter genoemde minimum-maten zijn verhandeld;

       

    2. afgebroeide bloembollen;

       

    3. geholde en gesneden hyacinten;

       

    4. eenjarige bollen van geholde en gesneden hyacinten, voor zover verhandeld per bed of per mand;

       

    5. bollen van hyacinten, die zijn verkocht onder uitdrukkelijke voorwaarde dat deze zullen worden gebruikt als werkbollen, in welk geval deze voorwaarde op het koopbriefje dient te worden vermeld;

       

    6. groen te velde per bed of per mand voor 15 juni van het kalenderjaar waarin het koopseizoen aanvangt verhandelde hyacinten, geplant in de maat onder zift 10, droog gesorteerd;

       

    7. schubbollen van lelies;

       

    8. voortkwekingsmateriaal, voor zover bestemd voor de teelt van bloembollen, met uitzondering van zaden;

    c.

    factuurbedrag:

    het bedrag van de factuur, exclusief behandelingskosten en exclusief kosten kleinverpakkingsmateriaal factuurbedrag;

    d.

    veiling:

    Hobaho BV, Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (b.a.), en Floralia;

    e.

    koopseizoen:

    de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 mei 2007;

    f.

    oogstjaar:

    de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 mei 2007.

    g.

    verkoopwaarde:

    de waarde van bloembollen plantgoed vastgesteld op basis van de gemiddelde verkoopprijzen in het betreffende oogstjaar.

  • 3 Deze verordening is niet van toepassing indien het betreft:

    • a. bloembollen, waarvan wordt aangetoond door overlegging van aankoopnota’s dat deze in Nederland zijn geïmporteerd en nadien niet in Nederland zijn opgeplant; en

    • b. transacties waarbij partijen groen te velde worden verhandeld en die de koper direct accepteert en waarvan hij het telen voortzet.

§ 2. Heffingsplicht

Artikel 2

  • 1 De koper en verkoper van bloembollen plantgoed, waaronder tevens dient te worden verstaan de zelftelende broeier als bedoeld in artikel 10 van deze verordening, zijn aan het productschap een heffing verschuldigd.

  • 2 De heffing is verschuldigd ten behoeve van de algemene kosten van het productschap, alsmede ten behoeve van promotionele- en marketingactiviteiten, economische-, kwaliteits-, milieuaangelegenheden, technisch onderzoek en voorlichting.

  • 3 De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt bij wege van een aanslag opgelegd, met in achtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.

Artikel 3

  • 1 Ter uitvoering van artikel 2 doen de koper en verkoper bij het productschap aangifte van de door hen gekochte, respectievelijk verkochte bloembollen-plantgoed.

  • 2 De opgave als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op een door het productschap te verstrekken aangifteformulier, met inachtneming van de daarop gestelde vragen en gegeven aanwijzingen.

§ 3. Grondslag en hoogte

Artikel 4

  • 1 De heffing die de koper en verkoper van bloembollen-plantgoed is verschuldigd, wordt over iedere transactie opgelegd.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag, ofwel van de verkoopwaarde van de bloembollen plantgoed voor zover het betreft de heffing die is verschuldigd door de zelftelende broeier als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.

  • 3 Het bestuur kan, door middel van een besluit, het percentage als bedoeld in het tweede lid verlagen.

Artikel 5

  • 1 Degene die bloembollen-plantgoed verkoopt of heeft verkocht door tussenkomst van een veiling, is aan het productschap een heffing verschuldigd over ieder transactie.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,6% van het factuurbedrag.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de verkoper betaald aan de desbetreffende veiling, die – voor het productschap – het heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom. De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

Artikel 6

  • 1 Degene die bloembollen-plantgoed koopt of heeft gekocht door tussenkomst van een veiling is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,0% van het factuurbedrag.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de koper betaald aan de desbetreffende veiling, die – voor het productschap – het heffingsbedrag inhoudt.

    De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

Artikel 7

Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt is verplicht 1,0% van het factuurbedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.

Artikel 8

  • 1 Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed koopt van een teler is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,0% van het factuurbedrag.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de koper te worden betaald aan de desbetreffende teler, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag in rekening brengt bij de koper en de aldus geïncasseerde heffing, aan het productschap afdraagt.

  • 4 Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste. Het derde lid laat laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

  • 5 Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-plantgoed op het tijdstip van verkoop.

Artikel 9

  • 1 Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,6% van het factuurbedrag.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden afgedragen aan het productschap tezamen met de bij de koper geïncasseerde heffing volgens artikel 8, derde lid.

  • 4 Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

  • 5 Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-plantgoed op het tijdstip van verkoop.

Artikel 10

  • 1 Degene die bloembollen-plantgoed afkomstig uit eigen kraam aanwendt voor de teelt van bolbloemen is over die bloembollen-plantgoed aan het productschap een heffing verschuldigd.

  • 2 De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt: 1,6%, van de verkoopwaarde van de desbetreffende bloembollen.

  • 3 De verkoopwaarde van de bloembollen-plantgoed wordt vastgesteld op basis van de gemiddelde verkoopprijzen in het betreffende oogstjaar.

Artikel 11

  • 1 Degene die:

    • a. aantoont dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen-plantgoed in dat zelfde seizoen door tussenkomst van een veiling heeft doorverkocht, en

    • b. dat de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing, door de veiling aan het productschap is overgemaakt,

    kan restitutie van de betaalde vakheffing ontvangen van het productschap.

  • 2 De restitutie bedraagt het vakheffingspercentage bij aankoop, vermeerderd met het vakheffingspercentage bij verkoop, berekend over het verkoopfactuurbedrag van de bloembollen-plantgoed.

  • 3 Aanvragen tot restituties dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen-plantgoed.

  • 4 Iedere bij het productschap geregistreerde bloemkweker die bloembollen en plantgoed heeft aangekocht om deze aan te wenden in zijn bloemkwekerijbedrijf ter verkrijging van een oogst aan bolbloemen, ontvangt van het productschap een restitutie ten bedrage van 0,65% van het aankoop factuurbedrag van de desbetreffende bloembollen.

  • 5 Bij wijze van overgangsregeling bestaat de mogelijkheid deze restitutie aan te vragen tot een half jaar na de datum van inwerkingtreding van de wijzigingsverordening. Tot restitutie als bedoeld in het vorige lid wordt slechts overgegaan indien de desbetreffende bloemkweker aan en ten genoegen van het productschap aantoont:

    • a. dat hij ingevolge het bepaalde in de artikelen 6 en/of 8 van deze verordening ofwel via de veiling, ofwel via de desbetreffende teler, ofwel rechtstreeks de vakheffing aan het productschap heeft betaald;

    • b. en dat hij de uit die bloembollen verkregen bolbloemen al dan niet door tussenkomst van een bloemenveiling heeft verkocht;

    • c. en dat hij de over die bloembollen bij verkoop verschuldigde vakheffing en bloemkwekerijproducten heeft voldaan.

Artikel 12

  • 1 Ingeval van verkoop van groen te velde verhandelde bollen van tulpen of narcissen, anders dan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, bedoelde partijen, wordt de hefíing berekend voor zover het betreft:

    • a. tulpen over de helft, en

    • b. narcissen over 1/5 gedeelte,

    van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

  • 2 Ingeval van verkoop van mud- en kilogramgoed van tulpen of narcissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend:

    • a. voor zover het betreft tulpen indien:

      • 1. daarin de maten zift 10, zift 11 en zift 12/op aanwezig zijn: over 50%;

      • 2. daaraan de maat zift 12/op ontbreekt: over 70%, en

      • 3. daaraan de maten zift 11 en zift 12/op ontbreken: over 90%,

      van het factuurbedrag van de desbetreffende partij;

    • b. voor zover het betreft narcissen: over 20% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

  • 3 Ingeval van mud- en kilogramgoed van krokussen en/of irissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend voor zover het betreft:

    • a. krokussen: over 20%, en

    • b. irissen: over 50%,

    van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

  • 4 Ingeval van mud- en kilogramgoed van monbretia’s, nat van het veld en normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend over 60% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.

§ 4. Oplegging en inning

Artikel 13

  • 1 In die gevallen dat de heffing niet is voldaan op de wijze als bedoeld in de artikelen 5, derde lid, 6, derde lid, 8, derde lid, en 9, derde lid, vindt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt deze door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de heffingsplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Artikel 14

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Artikel 15

Een koper en verkoper van bloembollen wordt geacht, indien hij bloembollen door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en de verschuldigde heffing door het productschap is ontvangen.

Artikel 16

  • 1 De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.

  • 2 Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 17

Deze verordening treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT vakheffing bloembollen plantgoed oogstjaar 2006.

Deze verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer, 8 mei 2006

D. Duijzer

voorzitter

C. Kuijvenhoven

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 31 augustus 2006 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 3 juli 2006, nr. TRCJZ/2006/1570.