Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 30-04-2006 t/m 31-12-2008

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27 april 2006, nr. DJZ2006261231, houdende regels voor subsidiëring van initiatieven gericht op energiebesparing door huishoudens met lage inkomens (Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 15.13, eerste tot en met derde lid, 15.14 en 15.15 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    • b. doelgroep: in Nederland wonende zelfstandige huishoudens die een besteedbaar huishoudensinkomen genieten in het eerste of tweede inkomensdeciel, bepaald aan de hand van het Regionaal Inkomensonderzoek 2004 van het Centraal Bureau voor de Statistiek, niet zijnde rechtspersonen.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan onder inkomensdeciel: groep van 10% van het totale aantal Nederlandse inkomens, uitgaande van een rangschikking van deze inkomens van laag naar hoog en verdeling daarvan in tien groepen van 10%.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan subsidie verstrekken voor door de subsidieaanvrager uit te voeren projecten die beogen om de doelgroep te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing binnen het huishouden, het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen daarbij inbegrepen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Bij de subsidieverlening worden aanvragen gelijktijdig beoordeeld op basis van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling. De minister verdeelt het voor een bepaald jaar beschikbaar gestelde subsidiebedrag in de volgorde van geschiktheid.

  • 2 De mate waarin een project geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling wordt bepaald aan de hand van:

    • a. de slaagkans van het project;

    • b. het belang van het project voor de vermindering van de uitstoot van CO2;

    • c. de mate waarin aannemelijk is dat met het project een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt, met dien verstande dat aannemelijk dient te zijn dat ten minste 50% van het totaal aantal huishoudens dat met het project wordt bereikt behoort tot de doelgroep;

    • d. de mate waarin binnen het project aandacht wordt besteed aan een gezond en veilig binnenklimaat;

    • e. de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere partijen;

    • f. de mate waarin in het project evenwichtig aandacht wordt besteed aan het verstrekken van adviezen over energiebesparing, het bevorderen van het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen en het ondersteunen van de doelgroep bij deelname aan andere regelingen gericht op energiebesparing;

    • g. de kosteneffectiviteit van het project, uitgedrukt in ton vermindering van de uitstoot van CO2 die naar verwachting per euro aangevraagde subsidie zal worden gerealiseerd;

    • h. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf de kosten van het project dragen;

    • i. de mate waarin het project een innovatief karakter heeft.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieverlening vermelde periode gemaakte en betaalde:

    • a. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum uurloon van € 110,– inclusief BTW;

    • b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

    • c. kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen;

    • d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;

    • e. reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de kosten van het project;

    • f. algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a;

    • g. kosten van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, bedoelde controle, tot een maximum van acht uren en een maximum uurtarief van € 110,– inclusief omzetbelasting.

  • 2 Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen.

  • 3 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

  • 4 Kosten van de verkrijging of het gebruik van meubilair, hulpmiddelen of apparatuur voor kantoorinrichting of kantoorinventaris zijn geen subsidiabele kosten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Onverminderd artikel 6 van het Besluit milieusubsidies wordt de hoogte van de subsidie bepaald met inachtneming van:

    • a. het gedeelte van de projectkosten dat door de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf wordt gedragen;

    • b. de mate waarin ter zake van het project een andere subsidie of vermindering van belasting kan worden verkregen en

    • c. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, een eigen belang bij de uitvoering van het project heeft, respectievelijk hebben, te bepalen aan de hand van de door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gecontroleerde geschatte waarde van profijt ten gevolge van goodwill en omzetstijging, in verband met welke controle, met inachtneming van het in bijlage I opgenomen protocol, een verklaring wordt opgesteld die bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt gevoegd.

  • 2 De subsidie per project bedraagt niet meer dan de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 250.000,–.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2006 bedraagt € 2.000.000,–.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een project dient aan te vangen na de datum van de beschikking tot subsidieverlening en te zijn afgerond uiterlijk twee jaar na die datum.

  • 2 De subsidieontvanger kan de minister onder opgave van redenen verzoeken hem van de in het eerste lid bedoelde termijn ontheffing te verlenen. Een ontheffing kan uitsluitend worden verleend indien sprake is van omstandigheden die voor de subsidieontvanger ten tijde van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening redelijkerwijs niet voorzienbaar waren.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening kan met ingang van 1 mei 2006 tot 1 augustus 2006 worden ingediend. De aanvraag kan worden ingediend door natuurlijke personen of rechtspersonen.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij SenterNovem. De aanvraag wordt ingericht overeenkomstig het daarvoor in bijlage II opgenomen model.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

De tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 13 van het Besluit milieusubsidies, wordt ingediend telkens na verloop van één jaar, gerekend vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening. De tussentijdse rapportage wordt ingericht overeenkomstig het daarvoor in bijlage III opgenomen model.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt gericht aan de minister en ingediend bij SenterNovem. De aanvraag wordt ingericht overeenkomstig het daarvoor in bijlage IV opgenomen model.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Adviescommissie Tender energiebesparing huishoudens met lage inkomens, die tot taak heeft de minister te adviseren over aanvragen tot subsidieverlening.

  • 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht andere leden.

  • 3 De voorzitter en de leden worden benoemd door de minister voor een termijn van ten hoogste vier jaar. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De commissie stelt haar werkwijze vast.

  • 5 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op een aanvraag.

  • 6 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 7 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voorzover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt voorzien door SenterNovem.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij SenterNovem. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeslagen in het archief van SenterNovem.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als personen als bedoeld in artikel 15.14 van de Wet milieubeheer worden aangewezen:

    • a. de inspecteur-generaal en de inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM in de betrokken regio en de onder hen ressorterende ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen;

    • b. de directeur van de sector Energie en Klimaat van SenterNovem en de onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het vorderen van inlichtingen van de subsidieaanvrager binnen hun functieomschrijving valt.

  • 2 Als personen als bedoeld in artikel 15.15 van de Wet milieubeheer worden aangewezen de directeur van de sector Energie en Klimaat van SenterNovem en de onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het houden van toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen binnen hun functieomschrijving valt.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2009, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidie die voor die datum is verleend.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 27 april 2006

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S.M. Dekker

Bijlage I. Prognose profijtverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

1. Inleiding [Vervallen per 01-01-2009]

Op grond van de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 moet een accountantsverklaring worden ingediend bij de aanvraag voor subsidieverlening in het kader van deze regeling. In dit controleprotocol worden een korte inhoudsbeschrijving van de regeling, de uitgangspunten bij de controle en een model accountantsverklaring gegeven.

2. Korte inhoud Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Het Ministerie van VROM heeft met van de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 als doel het verstrekken van subsidies voor projecten die beogen Nederlandse huishoudens met lage inkomens te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing. SenterNovem voert de regeling in opdracht van het Ministerie van VROM uit.

3. Begunstigden [Vervallen per 01-01-2009]

Er zijn twee begunstigden van de regeling: de initiatiefnemers van de projecten (aanvragers) en de uiteindelijke begunstigden van de projecten, de huishoudens met lage inkomens.

  • A. Alle natuurlijke of rechtspersonen uit alle landen kunnen een aanvraag om subsidie voor hun project indienen. Voorbeelden van organisaties die in aanmerking komen zijn lokale overheden, maar ook woningverhuurders, huurdersorganisaties, verenigingen van eigenaren, buurtverenigingen, energiebedrijven, doe-het-zelf-zaken en supermarkten.

  • B. Huishoudens met lage inkomens worden gedefinieerd als de eerste 20% inkomensgroep (eerste of tweede inkomensdeciel), zoals voor 2004 is vastgesteld door het CBS (Regionaal Inkomensonderzoek 2004), niet zijnde rechtspersonen. Particuliere huishoudens (alleen natuurlijke personen) binnen deze groep hebben een besteedbaar huishoudeninkomen tot € 14.000 per jaar.

4. Aard van de projecten [Vervallen per 01-01-2009]

Subsidie is mogelijk voor projecten die beogen de doelgroep te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing (en een gezond binnenklimaat) binnen het huishouden, het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen daarbij inbegrepen (tochtstrips, radiatorfolie, waterbesparende douchekoppen en kranen, spaarlampen, leidingisolatie).

5. Voor subsidie in aanmerking komende kosten [Vervallen per 01-01-2009]

1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieverlening vermelde periode gemaakte en betaalde kosten:

  • a. Loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum gemiddeld uurloon van € 110,– inclusief BTW;

  • b. Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

  • c. Kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen, eveneens op basis van historische aanschafprijzen;

  • d. Aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;

  • e. Reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de projectkosten;

  • f. Algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a;

  • g. Kosten van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder C, tot een maximum van 8 uren, met een maximum uurloon van € 110 inclusief BTW.

2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen.

3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. Bij aan derden verschuldigde kosten voor het verlenen van diensten ten behoeve van het project kunnen ook kosten voor financiële controle worden betrokken tot een maximum van € 110,– inclusief BTW, tot een maximum van 8 manuren.

4. Kosten van aanschaf van hulpmiddelen of apparatuur voor kantoorinrichting of kantoorinventaris worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt.

6. Steunintensiteit van de maatregel [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie per project bedraagt ten hoogste € 250.000,–. Wanneer een organisator (aanvrager plus samenwerkende partijen) zelf van de maatregel kan profiteren zal het eigen belang van de organisator (aanvrager plus samenwerkende partijen) in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de hoogte van de subsidie. Het eigen belang kan bijvoorbeeld een rechtstreeks profijt zijn doordat energiebesparende producten worden verkocht, een indirecte reclame van de producten van de organisator of het verwerven van goodwill.

7. Uitgangspunten voor de controle [Vervallen per 01-01-2009]

Het onderzoeksrapport wordt afgegeven met als doel het Rijk zekerheid te verschaffen over de redelijkheid van de door de aanvrager in de begroting verstrekte informatie omtrent het eigen belang van de betrokken partijen bij de realisatie van gesubsidieerde activiteiten en de uitgevoerde activiteiten. Hierbij is het van belang dat de Europese Commissie heeft bepaald dat de subsidies in het kader van deze regeling niet ten goede mogen komen aan de ondernemingen die de subsidie aanvragen, maar dat burgers de uiteindelijke begunstigden moeten zijn. In het onderzoeksrapport moet dan ook worden verklaard dat niet is gebleken dat de prognose van het profijt voor de betrokken partijen onredelijk is.

Aan de hand van de begroting onderzoekt de accountant in ieder geval:

  • of in de begrote kosten geen winstopslag is opgenomen die ten goede komt aan de subsidieontvangers;

  • of de opbrengsten van de gesubsidieerde activiteiten juist en volledig zijn ingeschat;

  • in hoeverre de initiatiefnemers zelf profijt hebben bij de subsidieregeling, door bijvoorbeeld het verkopen van energiebesparende producten en omzetvergroting door o.a. (in)directe reclame voor hun producten;

  • of het bovenvermelde profijt juist en volledig in mindering is gebracht op de gevraagde subsidie.

8. Rapportage/accountantsonderzoek [Vervallen per 01-01-2009]

Een onderzoeksrapport met goedkeurende strekking wordt door een accountant opgesteld overeenkomstig het bij dit protocol behorende model.

Model Prognose profijtverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Opdracht

Ingevolge artikel 5 van de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 hebben wij de bijgevoegde door ons gewaarmerkte profijtprognose voor het project onderzocht.

Naam project

(naam huishouding) .........................

Te (statutaire zetel) ..........................

Onderzoeksperiode

Begindatum ......................................

Einddatum ........................................

Deze prognose, met inbegrip van de veronderstelling waarop deze is gebaseerd, is onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding opgesteld. Het is onze verantwoordelijkheid een onderzoeksrapport inzake de prognose te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze werkzaamheden bestonden overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot het onderzoek van toekomstige financiële informatie, in hoofdzaak uit het inwinnen van inlichtingen bij functionarissen van de huishouding, het uitvoeren van cijferanalyses met betrekking tot de financiële gegevens en het vaststellen dat de veronderstellingen op de juiste wijze zijn verwerkt.

Oordeel

Op grond van ons onderzoek van de gegevens waarop de veronderstellingen zijn gebaseerd is ons niets gebleken op grond waarvan wij zouden moeten concluderen dat de veronderstellingen geen redelijke basis vormen voor de prognose, aannemende dat de gelden zijn begroot in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en voorwaarden. Voorts zijn wij van mening dat de prognose op een juiste wijze op basis van de veronderstellingen is opgesteld en is toegelicht.

Ondertekening

Plaats

...............................................................

Datum

...............................................................

Handtekening

...............................................................

Bijlage II. Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvraag voor subsidieverlening 1 mei 2006–1 augustus 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Bijlage 238077.png
Bijlage 238078.png
Bijlage 238079.png
Bijlage 238080.png
Bijlage 238081.png

Bijlage III. Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Tussentijdse rapportage [Vervallen per 01-01-2009]

Bijlage 238082.png
Bijlage 238083.png
Bijlage 238084.png

Bijlage IV. Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Aanvraag voor definitieve vaststelling van de subsidie [Vervallen per 01-01-2009]

Bijlage 238085.png
Bijlage 238086.png
Bijlage 238087.png
Bijlage 238088.png

Bijlage V. Controleprotocol accountantsverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Vaststelling subsidie [Vervallen per 01-01-2009]

1. Inleiding [Vervallen per 01-01-2009]

In de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 is bepaald dat bij afronding van de uitgevoerde projecten een aanvraag voor de subsidievaststelling moet worden ingediend. Indien de subsidie € 50.000 of meer bedraagt dient bij deze aanvraag een accountantsverklaring te worden bijgevoegd conform artikel 14 van het Besluit milieusubsidies. Het doel van dit controleprotocol is het verduidelijken van de verwachtingen en eisen, welke het Ministerie van VROM heeft inzake de reikwijdte en diepgang van de door de accountant uit voeren werkzaamheden. In dit protocol wordt een korte inhoudsbeschrijving van de regeling, de uitgangspunten bij de controle en een model accountantsverklaring gegeven.

2. Korte inhoud Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Het Ministerie van VROM heeft met de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 als doel het verstrekken van subsidies voor projecten die beogen Nederlandse huishoudens met lage inkomens te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing. SenterNovem voert de regeling in opdracht van het Ministerie van VROM uit.

2.1. Begunstigden [Vervallen per 01-01-2009]

Er zijn twee begunstigden van deze regeling: de initiatiefnemers van de projecten (aanvragers) en de uiteindelijke begunstigden van de projecten, de huishoudens met lage inkomens.

  • 1. Alle natuurlijke of rechtspersonen uit alle landen kunnen een aanvraag om subsidie voor hun project indienen. Voorbeelden van organisaties die in aanmerking komen zijn lokale overheden, maar ook woningverhuurders, huurderorganisaties, verenigingen van eigenaren, buurtverenigingen, energiebedrijven, doe-het-zelfzaken, supermarkten, warenhuizen en elektrotechnische- en verlichtingsspeciaalzaken.

  • 2. Huishoudens met lage inkomens worden gedefinieerd als de eerste 20% inkomensgroep (eerste of tweede inkomensdeciel), zoals voor 2004 (Regionaal Inkomensonderzoek) is vastgesteld door het CBS, niet zijnde rechtspersonen. Particuliere huishoudens (alleen natuurlijke personen) binnen deze groep hebben een besteedbaar huishoudeninkomen tot € 14.000,– per jaar.

2.2. Aard van de projecten [Vervallen per 01-01-2009]

Subsidie is mogelijk voor projecten die beogen de doelgroep te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing binnen het huishouden, het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen daarbij inbegrepen (tochtstrips, radiatorfolie, waterbesparende douchekoppen en kranen, spaarlampen, leidingisolatie).

2.3. Voor subsidie in aanmerking komende kosten [Vervallen per 01-01-2009]

1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieaanvraag vermelde periode gemaakte en betaalde kosten:

  • a. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum gemiddeld uurloon van € 110,– inclusief BTW;

  • b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

  • c. kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen, eveneens op basis van historische (aanschaf)prijzen;

  • d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;

  • e. reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de projectkosten;

  • f. algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a.

  • g. kosten van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder C, tot een maximum van 8 uren, met een maximum uurloon van € 110,– inclusief BTW.

2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen.

3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. Bij aan derde verschuldigde kosten voor het verlenen van diensten ten behoeve van het project kunnen ook kosten voor financiële controle worden betrokken tot een maximum van € 110,– inclusief BTW, tot een maximum van 8 manuren.

4. Kosten van aanschaf van hulpmiddelen of apparatuur voor kantoorinrichting of kantoorinventaris worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt.

2.4. Steunintensiteit van de maatregel [Vervallen per 01-01-2009]

De subsidie per project bedraagt ten hoogste € 250.000,–. Wanneer een organisator (aanvrager plus samenwerkende partijen) zelf van de maatregel kan profiteren zal het eigen belang van de organisator (aanvrager plus samenwerkende partijen) in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de hoogte van de subsidie. Het eigen belang kan bijvoorbeeld een rechtstreeks profijt zijn doordat energiebesparende producten worden verkocht, een indirecte reclame van de producten van de organisator of het verwerven van goodwill.

3. Uitgangspunten voor de controle [Vervallen per 01-01-2009]

De accountantsverklaring bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt afgegeven met als doel het Rijk zekerheid te verschaffen over de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de door de aanvrager verstrekte informatie omtrent het eigen belang van de betrokken partijen bij de realisatie van gesubsidieerde activiteiten en de uitgevoerde activiteiten. Hierbij is het van belang dat de Europese Commissie heeft bepaald dat de subsidies in het kader van deze regeling niet ten goede mogen komen aan de ondernemingen die de subsidie aanvragen, maar dat burgers de uiteindelijke begunstigden moeten zijn. In de accountantsverklaring moet worden weergegeven dat de einddeclaratie een getrouw beeld geeft van het profijt van de betrokken partijen. Tevens moet inzichtelijk worden gemaakt welke andere (aangevraagde) subsidieregelingen betrekking hebben op deze subsidieaanvraag. De accountant dient zijn controle zodanig in te richten dat met betrekking tot de betrouwbaarheid een uitspraak kan worden gedaan met een ‘overall assurance’ van minimaal 95% en een fouttolerantie van 1%.

Aan de hand van de einddeclaratie onderzoekt de accountant in ieder geval:

  • dat de opzet, bestaan en werking van de administratieve organisatie en interne controle voldoende waarborgen geven dat in de einddeclaratie opgenomen gegevens juist en volledig zijn en dat daaruit de subsidiabele kosten en de gerealiseerde opbrengsten op een duidelijke wijze zijn af te lezen;

  • dat de gelden zijn besteed aan het doel waarvoor zij zijn verleend en dat de opgave van de kosten die gesubsidieerd worden juist is berekend;

  • of geen winstopslag is opgenomen in de gerealiseerde kosten die ten goede komt aan de subsidieontvangers;

  • of de opbrengsten van de gesubsidieerde activiteiten juist en volledig zijn weergegeven;

  • in hoeverre de initiatiefnemers zelf profijt hebben gehad bij de subsidieregeling door het verkopen van energiebesparende producten en omzet vergroting door o.a. (in)directe reclame voor hun producten;

  • of het bovenvermelde profijt juist en volledig in mindering is gebracht op de subsidie;

  • of de financiële verantwoording voldoet aan de vereiste vorm en mate van detaillering.;

  • of sprake is van tijdigheid bij het gereedkomen van het project, bij de indiening van de aanvraag voor definitieve vaststelling van de subsidie, en bij het tussentijds melden van omstandigheden die van invloed kunnen/konden zijn op de subsidiebijdrage.

4. Rapportage/accountantsonderzoek [Vervallen per 01-01-2009]

Een onderzoeksrapport met goedkeurende strekking wordt opgesteld overeenkomstig het bij dit protocol behorende model. Indien de accountantsverklaring geen onverkort goedkeurende strekking heeft, dienen de aard, de strekking en het gewicht van de tekortkomingen expliciet in de verklaring tot uitdrukking te worden gebracht, met in achtneming van de bewoordingen zoals aangegeven in de Gedrags- en Beroepsregels voor Accountants. Hierbij dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op het hieronder vermelde model.

Model accountantsverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 [Vervallen per 01-01-2009]

Opdracht

Ingevolge het Besluit milieusubsidies dat op de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 van toepassing is, hebben wij de bijgevoegde door ons gewaarmerkte aanvraag tot subsidievaststelling voor het project:

Naam project (naam huishouding)

Te (statutaire zetel)

Onderzoeksperiode

Begindatum

Einddatum

en de door ons gewaarmerkte einddeclaratie over dit project onderzocht. Deze aanvraag en declaratie zijn onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding opgesteld en zijn uiteindelijk bestemd voor het afleggen van rekening en verantwoording aan het Ministerie van VROM. Het is onze verantwoordelijkheid een verklaring inzake deze declaratie te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten met inachtneming van het door VROM voorgeschreven controleprotocol. Volgens deze richtlijnen dient de controle zodanig te worden ingepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de declaratie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer het onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de overige gegevens in de declaratie. Tevens omvat deze controle een beoordeling van de grondslagen die bij het opmaken van de declaratie zijn toegepast.

Wij zijn van mening dat bovengenoemde werkzaamheden een deugdelijke grondslag vormen voor ons oordeel.

Oordeel

Op grond van ons onderzoek zijn wij van oordeel dat de einddeclaratie voldoet aan de in de subsidieregeling gestelde eisen, dit impliceert tevens dat:

  • de gelden zijn besteed aan het doel waarvoor zij zijn bestemd,

  • de gelden zijn besteed in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en voorwaarden,

  • de einddeclaratie juist is en voldoet aan de voorgeschreven mate van detaillering.

Ondertekening

Plaats

Datum

Handtekening