Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein handelen van de Staten-Generaal 1945–2002 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

Geldend van 22-04-2006 t/m heden

Besluit van 16 maart 2006, nr. 06.000752, houdende vaststelling van een selectielijst van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op het beleidsterrein het handelen van de Staten-Generaal over de periode 1945–2002

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 16 februari 2006, nr. C/S&A/05/2139, gedaan in overeenstemming met de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

Gelet op artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van de Archiefwet 1995;

Gezien het advies van de Raad voor Cultuur van 18 november 2004, nr. arc-2004.01583/3;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 16 maart 2006

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Selectielijst voor de handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op het beleidsterrein het handelen van de Staten-Generaal over de periode 1945–2002

I. Toelichting behorend bij de selectielijst voor de handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal op het beleidsterrein het handelen van de Staten-Generaal over de periode 1945–2002

Lijst van afkortingen

ABC: Algemene begrotingscommissie

AmvB: Algemene maatregel van bestuur (groot KB)

AO: Algemeen overleg

ARA: Algemeen Rijksarchief

art.: artikel

BBC: Bouwbegeleidingscommissie

BSD: Basisselectiedocument

CVSE: Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

CW: Comptabiliteitswet

EK: Eerste Kamer (kamerstukaanduiding, gevolgd door het vergaderjaar, het kamerstuknummer en het volgnummer binnen het kamerstuk)

EG: Europese Gemeenschap

EU: Europese Unie

GW: Grondwet

HEK: Handelingen van de Eerste Kamer

HTK: Handelingen van de Tweede Kamer

HVV: Handelingen van de Verenigde Vergadering van de beide Kamers der Staten-Generaal

HR: Hoge Raad

IPU: Interparlementaire Unie

KB: koninklijk besluit

MO: Mondeling overleg

MvT: Memorie van toelichting

NA: Nationaal Archief

NAA: Noord-Atlantische Assemblee

NO: Nota-overleg

OCV: Openbare commissievergadering

OOW: Onderzoek van de organisatie en de werkwijze van de Kamer

OVSE: Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

RvE: Raad van Europa

RvdGvdIBSG: Reglement van de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen der Staten-Genraal

RvO: Reglement van Orde

RvOEK: Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

RvOTK: Reglement van de Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

RvOVV: Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering

Stb.: Staatsblad

Stcr.: Staatscourant

TK: Tweede Kamer (kamerstukaanduiding, gevolgd door het vergaderjaar, het kamerstuknummer en het volgnummer binnen het kamerstuk)

UCV: Uitgebreide commissievergadering

WEU: Assemblee van de West-Europese Unie

WO: Wetgevingsoverleg

WNO: Wet Nationale Ombudsman

WPE: Wet op de Parlementaire enquête

WRvS: Wet regelende de samenstelling en de bevoegdheid van de Raad van State/Wet op de Raad van State

Verantwoording

Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder archiefbescheiden worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband kent de Archiefwet 1995 zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als een overbrengingsplicht (art. 12). Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag. Het NA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCenW en staat onder leiding van de Algemeen Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1, van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;

de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed;

het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de Algemeen Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.

Het Basisselectiedocument

Een Basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. Het geldt als selectielijst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Archiefwet 1995 (Stb. 276). In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van een enkele organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Het niveau waarop geselecteerd wordt is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, enz.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

De procedure tot vaststelling van een BSD is als volgt:

  • a. Het concept-BSD wordt besproken in het zogenaamde driehoeksoverleg. Deelnemers hieraan zijn vertegenwoordigers (deskundigen) van actoren op het beleidsterrein, een vertegenwoordiger namens de zorgdrager in verband met het archiefbeheer en een vertegenwoordiger namens de Rijksarchiefdienst. Tijdens dit overleg wordt rekening gehouden met het administratieve belang, het belang van de recht- en bewijszoekende burger en het historisch belang van de archiefbescheiden met betrekking tot het beleidsterrein.

  • b. Het ontwerp-BSD wordt, tezamen met het verslag van het driehoeksoverleg, ter vaststelling ingediend bij de minister waaronder Cultuur ressorteert.

  • c. Het ontwerp-BSD ligt gedurende een periode van 8 weken ter inzage.

  • d. De minister waaronder Cultuur ressorteert hoort de Raad voor Cultuur.

  • e. Eventuele wijzigingen kunnen alsnog worden aangebracht door de Minister van OcenW in overleg met de betrokken zorgdrager.

  • f. De lijsten van de Eerste en Tweede Kamer worden, evenals die van de andere Hoge Colleges van Staat, vastgesteld bij koninklijk besluit; de lijsten van de ministeries worden vastgesteld door de Minister van OCenW en de betrokken minister; die van de overige organen door de Minister van OCenW.

  • g. De vastgestelde selectielijst wordt door de Minister van OCenW gepubliceerd in de Staatscourant.

Het beleidsterrein

Het RIO Medewetgeving en controle. Een institutioneel onderzoek naar de Staten-Generaal 1945–2002 (PIVOT-rapport nr. 70) vormt de grondslag voor dit BSD. Binnen het beleidsterrein waarop de Staten-Generaal actief zijn, zijn drie zorgdragers te onderscheiden: de Verenigde Vergadering, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. De Griffier van de Eerste Kamer is beheerder van de archieven van de Verenigde Vergadering. In genoemd rapport wordt het handelen beschreven van achtereenvolgens de Verenigde Vergadering en de gemengde commissies, de Tweede Kamer en tenslotte de Eerste Kamer.

De Eerste en Tweede Kamer komen slechts sporadisch in Verenigde Vergadering bijeen. Dit gebeurt alleen wanneer moet worden beraadslaagd of besloten over belangrijke kwesties, bijvoorbeeld betreffende het functioneren van het staatshoofd, de troonopvolging of het uitroepen van de noodtoestand. Daarnaast zijn er bijeenkomsten van de Verenigde Vergadering met een ceremonieel karakter, zoals Prinsjesdag. De gemengde commissies zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van beide kamers.

De twee hoofdtaken van de Staten-Generaal zijn medewetgeving en controle van de regering. Daarnaast zijn er een aantal neventaken zoals het ratificeren van verdragen, het behandelen van verzoekschriften en – alleen voor de Tweede Kamer – directe of indirecte bemoeienis met bepaalde benoemingen. Bij de uitvoering van deze taken ligt het zwaartepunt bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer speelt voornamelijk een rol bij het wetgevingsproces. De handelingen in het voorliggende BSD hebben in hoofdzaak betrekking op de politieke organisatie van de Staten-Generaal. Zowel de Eerste als de Tweede Kamer hebben daarnaast een eigen ambtelijke organisatie. Er zijn ook ook diensten die beide kamers dienen, zoals de Stenografische Dienst en de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen. Voor een overzicht van de taken kan worden verwezen naar het RIO.

De taken van de Staten-Generaal hebben raakpunten en overlappingen met verschillende andere beleidsterreinen. Omdat deze in het RIO meer uitgebreid aan de orde worden gesteld, kan hier worden volstaan met een kort overzicht. Handelingen met betrekking tot het ambtelijk personeel van de beide kamers maken slechts zeer gedeeltelijk onderdeel uit van dit BSD. Het personeel van alle Hoge Colleges van Staat valt onder de sector Burgerlijk Rijkspersoneel. De schadeloosstelling, sociale zekerheid en het pensioen van de leden en voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer vallen eveneens buiten het bestek van dit BSD. Het overheidspersoneel wordt behandeld in vijf afzonderlijke horizontale (deel)beleidsterrein. Hierna zijn alleen handelingen ten aanzien van personeel opgenomen voor zover nadrukkelijk in de respectievelijke reglementen van orde van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en Verenigde Vergadering of andere door de kamers opgestelde reglementen vermeld.

Hetzelfde geldt in grote lijnen voor de huisvesting van de Eerste en Tweede Kamer. Deze valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, die zijn bevoegdheden weer heeft gemandateerd aan de Rijksgebouwendienst. Dit is een afzonderlijk beleidsterrein. Er zijn echter wel handelingen opgenomen inzake de bemoeienis van (commissies van) de Tweede Kamer met de eigen huisvesting, met name met de nieuwbouw en verbouw.

De grondwettelijke positie van de Staten-Generaal is een onderwerp binnen het beleidsterrein Constitutionele zaken.Er zijn daarbinnen handelingen van de Tweede Kamer opgenomen. Het wetgevingsproces, waarbij de Staten-Generaal een belangrijke rol spelen, vormt ook een afzonderlijk beleidsterrein. Daarbinnen zijn echter geen handelingen opgenomen van de Tweede en Eerste Kamer. Op het beleidsterrein Rijksbegroting zijn ook slechts handelingen van de andere bij de beleidscyclus betrokken actoren opgenomen. Tenslotte zijn er raakpunten met de beleidsterreinen Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale Ombudsman. Er zijn in het voorliggende BSD handelingen van de Tweede Kamer opgenomen met betrekking tot de benoeming van de leden van de leden van de Algemene Rekenkamer en de benoeming van de Nationale Ombudsman alsmede het uitbrengen van een jaarlijks verslag over de laatste. Binnen geen van de genoemde drie beleidsterreinen zijn handelingen van de Staten-Generaal opgenomen.

Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 verwoordde de Minister van WVC deze doelstelling als volgt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria.

Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het NA. De neerslag van een handeling die niet aan een van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (‘vernietigen’), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt art. 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd

In een brief, gedateerd op 2 juni 1999 (R&B/OSTA/99/572), is dit medegedeeld aan de relaties op de ministeries.

:

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

In het voorliggende BSD is van deze mogelijkheid overigens geen gebruikgemaakt. Gezien het belang van de Staten-Generaal zijn alle handelingen gewaardeerd met een ‘B’.

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Vaststellingsprocedure

Op 16 juli 2003 is het ontwerp-BSD door de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 3 mei 2004 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheek van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 18 november 2004 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc.2004.01583/3), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijziging in de ontwerp-selectielijst: de waardering van handeling 63 is gewijzigd van B in V 75 jaar.

Leeswijzer bij de handelingenlijst

In hoofdstuk 4 staan achtereenvolgens de handelingen van de Verenigde Vergadering, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal beschreven. Deze zijn per onderdeel naar actor geordend. De handelingen worden beschreven in een handelingenblok, zoals hierna aangegeven.

(X): Dit is het nummer van de handeling. Deze nummering is uit het bijbehorende RIO overgenomen. Een handeling kan echter door verschillende actoren (gelijktijdig of opeenvolgend in tijd) zijn uitgevoerd. In dit geval is de betrokken handeling in het BSD uitgesplitst naar de betreffende actoren. Een handeling kan dus onder hetzelfde unieke nummer onder meerdere actoren zijn opgenomen.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

De formulering van de handelingen is in de regel toegespitst op het product. Echter, een handeling als zodanig omvat alle activiteiten die leiden tot het product. Dientengevolge is de neerslag van een handeling niet beperkt tot het (eind)product, maar omvat ze alle archiefbescheiden die in verband daarmee zijn voortgebracht. Zo betreft de neerslag van een beschikkende handeling niet alleen het originele besluit, maar ook alle voorstukken.

Aangezien handelingen voortvloeien uit taken en bevoegdheden is het mogelijk dat een vermelde handeling in de praktijk nimmer (volledig) is uitgevoerd.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling op het moment van het verschijnen van het RIO nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bronworden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. De gegeven opsommingen van producten zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven voorbeeld.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: De afkorting ‘B’ staat voor ‘bewaren’, dat wil zeggen het na afloop van de wettelijke overbrengingstermijn overdragen aan het NA van de documentaire neerslag (ongeacht de gegevensdrager) van de handeling. Bij een B-handeling is achter de selectiebeslissing aangegeven welk selectiecriterium is toegepast.

De afkorting ‘V’ staat voor ‘vernietigen (op termijn)’, oftewel ‘niet overbrengen’. Bij de desbetreffende handelingen wordt de vernietigingstermijn vermeld. Deze termijn betreft het aantal volle jaren dat dient te zijn verlopen sinds het einde van het jaar waarin een archiefbestanddeel (dossier, register, databestand) dat behoort tot de neerslag van de handeling, is afgesloten.

Actorenoverzicht

De actoren zijn per zorgdrager alfabetisch geordend.

Verenigde Vergadering der Staten-Generaal

(Bijzondere) commissie van de Verenigde Vergadering

College van Senioren van de Eerste Kamer

Directeur van de Stenografische Inrichting/Dienst

Gemengde commissie van toezicht op de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen

Gemengde Commissie voor de Stenografische Inrichting/Dienst

Griffier

Kamerlid

Koning

Presidium van de Tweede Kamer

Verenigde Vergadering

Voorzitter van de Eerste Kamer

Voorzitter van de Tweede Kamer

Voorzitter van de Verenigde Vergadering

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Afdelingen

Algemene begrotingscommissie (1966–1980)

Begrotingscommissies (1945–1953)

Bijzondere commissies/tijdelijke commissies

Bijzondere commissie voor de huisvesting der Kamer (1975)

Bouwbegeleidingscommissie (1976–)

Commissies

Commissie van advies van het Presidium

Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden (1849–1966)

Commissie onderzoek huisvesting Tweede Kamer (1971–1976)

Commissie van onderzoek inzake het verlies van het kamerlidmaatschap

Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven (1918–)

Commissies van Rapporteurs (1842–1966)

Commissie voor de Verzoekschriften (1816–)

Commissie voor de werkwijze der Kamer 1962–)

Commissies van voorbereiding (1879–1966)

Enquêtecommissies

Griffier

Kamerlid

Koning

Onderzoekscommissie

Onderzoeks- en Verificatiebureau (OVB)

Presidium (1966–)

Seniorenconvent*

Tweede Kamer (plenaire vergadering)

Vaste commissies (1925–)

Vaste commissie voor de staatsuitgaven/Commissie voor de rijksuitgaven/Algemene commissie

voor de Rijksuitgaven

Voorzitter van de Tweede Kamer

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Afdelingen en Commissies

Ad hoc-commissies van de Eerste Kamer

Bijzondere commissies van de Eerste Kamer

College van Senioren

Commissie voor de huishoudelijke aangelegenheden/ Huishoudelijke Commissie

Commissie voor de Verzoekschriften

Commissie voor onderzoek van de Geloofsbrieven

Commissie voor onderzoek inzake het verlies van het kamerlidmaatschap

Eerste Kamer/plenaire zitting

Kamerlid

Koning

Voorzitter van de Eerste Kamer

II. Selectielijst voor de handelingen van de Tweede Kamer der Staten- Generaal op het beleidsterrein het handelen van de Staten-Generaal over de periode 1945–2002

Koning

40.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de Voorzitter van de Tweede Kamer

Periode: 1945–1982

Grondslag: GW 1938 art. 91; GW 1953 art. 98; GW 1972, art. 98; GW 1983 art. 61 lid 1; GW 1987, art. 61 lid 1; GW 1996, art. 61 lid 1; RvOTK 1938 art. 6; RvOTK 1966 art. 6; RvOTK 1983 art. 6; RvOTK 1986, art. 6; RvOTK 1994, art. 4, lid 1; RvOTK 1998, art. 4, lid 4; RvOTK 2002, art. 4 lid 3

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: Tot 1983 vond de benoeming door de Koning plaats uit een voordracht van drie leden opgemaakt door de Tweede Kamer; na de grondwetsherziening van 1983 benoemt de Tweede Kamer zelf haar Voorzitter.

Waardering: B (4)

Tweede Kamer/plenaire vergadering

19.

Handeling: Het vaststellen van het Reglement voor de openbaarmaking van het verslag van het verhandelde in de vergaderingen der Staten-Generaal (Reglement voor de Stenografische Dienst)

Grondslag: RvOTK 1966, art. 46; RvOTK 1980, art. 46; RvOTK 1983, art. 55 lid 1; RvOTK 1986, art. 55 lid 1; RvOTK 1994, art. 24 lid 1; RvOEK 1995, art. 31 lid 1; RvOTK 1998, art. 24 lid 1; RvOTK 2002, art. 24 lid 1

Periode: 1945–

Product: Vaststellingsbesluit, Handelingen

Opmerking: Voor de periode voor 1966 is geen grondslag aangetroffen met betrekking tot deze handeling

Waardering: B (5)

23.

Handeling: Het vaststellen van het Reglement van de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen

Bron/Grondslag: HTK 1984–1985, Bijlagen nr. 18 668, vastgesteld in de vergadering van 15 november 1984; RvOTK 1994, art. 23 lid 1; RvOTK 1998, art. 23 lid 1; RvOTK 2002, art. 23 lid 1; RvOEK 1995, art. 30 lid 1;

Periode: 1984–

Product: Reglement

Waardering: B (5)

24.

Handeling: Het instellen van een Griffie voor interparlementaire betrekkingen

Bron/Grondslag: HTK 1954–1955, vergadering van 8 maart 1955, p. 714; HEK 1954–1955, vergadering van 8 maart 1955, p. 380; RvOTK 1998, art. 23, lid 1; RvOEK 1995, art. 30 lid 1; RGIB 1998, art. 1

Periode: 1955–

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

25.

Handeling: Het instellen van een Gemengde commissie van toezicht op de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen

Grondslag: RvOTK 1998, art. 23, lid 2; RvOEK 1995, art. 30 lid 2; RGIB 1998, art. 1

Periode: 1955–

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

37.

Handeling: Het ter benoeming voordragen van de voorzitter van de Tweede Kamer

Periode: 1945–1983

Grondslag: RvOTK 1938, art. 6; RvOTK 1966, art. 6; RvOTK 1980, art. 6

Product: Voordracht, Handelingen

Opmerking: Tot 1983 vond de benoeming door de Koning plaats uit een voordracht van drie leden opgemaakt door de Tweede Kamer; na de grondwetsherziening van 1983 benoemt de Tweede Kamer zelf haar Voorzitter. De tweede en derde op de lijst traden op als respectievelijk eerste en tweede ondervoorzitter.

Waardering: B (4)

38.

Handeling: Het vaststellen van een profielschets betreffende de nieuw te benoemen voorzitter

Grondslag: RvOTK 1998, art. 4, lid 1; RvOTK 2002, art. 4 lid 1

Periode: 1998–

Product: Profielschets, Handelingen

Waardering: B (4)

39.

Handeling: Het stellen van kandidaten voor de vervulling van het voorzitterschap

Grondslag: RvOTK 1998, art. 4, lid 4; RvOTK 2002, art. 4 lid 3

Periode: 1998–

Product: Kandidaatsstelling, Handelingen

Waardering: B (4)

40.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de Voorzitter van de Tweede Kamer

Periode: 1983–

Grondslag: GW 1938 art. 91; GW 1953 art. 98; GW 1972, art. 98; GW 1983 art. 61 lid 1; GW 1987, art. 61 lid 1; GW 1996, art. 61 lid 1; RvOTK 1938 art. 6; RvOTK 1966 art. 6; RvOTK 1983 art. 6; RvOTK 1986, art. 6; RvOTK 1994, art. 4, lid 1; RvOTK 1998, art. 4, lid 4; RvOTK 2002, art. 4 lid 3

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: Tot 1983 vond de benoeming door de Koning plaats uit een voordracht van drie leden opgemaakt door de Tweede Kamer; na de grondwetsherziening van 1983 benoemt de Tweede Kamer zelf haar Voorzitter.

Waardering: B (4)

41.

Handeling: Het benoemen van een nader te bepalen aantal ondervoorzitters

Grondslag: RvOTK 1980, art 9; RvOTK 1983, art. 9; RvOTK 1986, art. 9; RvOTK 1994, art. 5; RvOTK 1998, art. 5; RvOTK 2002, art. 5

Periode: 1980–

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: De volgorde van de benoeming bepaalt de rangorde van de ondervoorzitters.

Waardering: B (4)

45.

Handeling: Het instellen van de (vaste) commissies voorgeschreven in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer

Periode: 1945–

Grondslag: RvOTK 1938 artt. 3, 10, 38–39, 46, 55, 145, 151–157; RvOTK 1966 art. 16; RvOTK 1980, art. 16; RvOTK 1983 art. 16; RvOTK 1986, art. 16; RvOTK 1994, art. 15, lid 1; RvOTK 1998, art. 15, lid 1; RvOTK 2002, art. 15, lid 1

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

54.

Handeling: Het beslissen inzake eventueel gerezen geschillen met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezingen zelf

Grondslag: GW 1938, art. 101; GW 1953, art. 108; GW 1972, art. 108; GW 1983, art. 58; GW 1987, art. 58; GW 1996, art. 58

Periode: 1945–

Product: Beslissing, Handelingen

Waardering: B (1,5 )

55.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de Griffier en plaatsvervangende griffier(s) van de Tweede Kamer

Grondslag: GW 1938, art. 102; GW 1947, art. 102; GW 1953 art. 109; GW 1956, art. 109; GW 1972, art 109; GW 1983 art. 61 lid 2; GW 1987, art. 61 lid 2; GW 1996, art. 61 lid 2; RvOTK 1938 art. 13; RvOTK 1966 art. 12; RvOTK 1980, art. 12; RvOTK 1983 art. 12 lid 1; RvOTK 1986, art. 12, lid 1; RvOTK 1994, art. 13 lid 1; RvOTK 1998, art. 13, lid 1; RvOTK 2002, art. 13 lid 1 en 3

Periode: 1945–

Product: Benoeming, ontslag

Waardering: B (4)

71.

Handeling: Het vaststellen van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer

Grondslag: GW 1983, art. 72 ; GW 1987, art. 72; GW 1996, art. 72

Periode: 1983–

Product: Reglement van Orde, Handelingen

Waardering: B (5)

77.

Handeling: Het op voordracht van het Presidium vaststellen van regels voor het toekennen van geldelijke middelen aan fracties en voor het beheer ervan

Grondslag: RvOTK 1994, art. 10 lid 3; RvOTK 1998, art. 10 lid 3; RvOTK 2002, art. 10 lid 3

Periode: 1994–

Product: Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer

Waardering: B (5)

82.

Handeling: Het instellen van een commissie van onderzoek inzake het verlies van het kamerlidmaatschap van een individueel kamerlid

Grondslag: RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3 lid 1

Periode: 1980–

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

85.

Handeling: Het op verzoek van een kamerlid uitspraak doen over de vraag of er al of niet sprake is van het verlies van het lidmaatschap

Grondslag : RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3 lid 1

Periode: 1980–

Product: Besluit, Handelingen

Waardering: B (1, 5)

88.

Handeling: Het goedkeuren van de door de Griffier opgestelde notulen van een vergadering met gesloten deuren

Grondslag: RvOTK 1938, art. 144; RvOTK 1966, art. 130; RvOTK 1980, art. 130; RvOTK 1986, art. RvOTK 1994, art. 89 lid 2; RvOTK 2002, art. lid 2

Periode: 1945–

Product: Notulen Comité-Generaal

Opmerking: Deze stukken worden achter slot bewaard.

Waardering: B (3)

90.

Handeling: Het doen van een adviesaanvraag bij de Raad van State aangaande een ingediend initiatiefwetsvoorstel

Grondslag: GW 1983, art. 73, lid 1; Kamerstuk II, 18 293, nr. 1, brief van de Minister van Binnenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer; Wet tot wijziging van de Wet op de Raad van State ter aanpassing aan de Grondwet 1989, art I, lid F (invoeging art. 15a); RvOTK 1994, art. 115; RvOTK 1998, art. 115; RvOTK 2002, art. 115

Periode: 1983–

Product: Adviesaanvraag

Opmerking: Tussen 1983 en 1989 was er een overgangsregeling van kracht waarbij de adviesaanvraag liep via de meest betrokken bewindspersoon en de Koning. Vanaf 1989 wordt de adviesaanvraag direct naar de Raad van State gezonden.

Waardering: B (1)

91.

Handeling: Het openbaar maken van de aan de Tweede Kamer gegeven adviezen van de Raad van State

Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet op de Raad van State ter aanpassing aan de Grondwet, art I, lid I (invoeging art. 25b)

Periode: 1989–

Product: Publicatie, Handelingen

Waardering: B (3)

96.

Handeling: Het geven van toestemming voor het maken van een stenografisch verslag van het nota-overleg

Grondslag: RvOTK 1994, art. 40 lid 3; RvOTK 1998, art. 40, lid 3; RvOTK 2002, art. 40 lid 3;

Periode: 1994–

Product: Besluit, Handelingen

Waardering: B (3)

97.

Handeling: Het geven van toestemming voor het houden van een wetgevingsoverleg

Grondslag: RvOTK 1994, art. 39, lid 1; RvOTK 1998, art. 39, lid 1; RvOTK 2002, art. 39 lid 1

Periode: 1994–

Product: Besluit, Handelingen

Opmerking: De Kamer besluit op voorstel van het Presidium, dat daarover daarover de (vaste) commissie hoort.

Waardering: B (1)

102.

Handeling: Het in vergadering overleggen en beslissen over wetsvoorstellen

Grondslag: RvOTK 1938, artt. 12, 141–144; RvOTK 1966, artt. 15, 20, 128–130; RvOTK 1983, artt. 89–113; RvOTK 1986, artt. 87–112; RvOTK 1994, artt. 90–118; RvOTK 1998, artt. 90–118; RvOTK 2002, artt. 90–118

Periode: 1945–

Product: Verslag, besluit, Handelingen

Waardering: B (1)

117.

Handeling: Het beslissen over een voorstel tot het houden van een parlementaire enquête

Grondslag: RvOTK 1938, art. 156–157; RvOTK 1966, art. 138–139;RvOTK 1980, art. 138; RvOTK 1983, art. 150, lid 2; RvOTK 1986, art. 149, lid 2; RvOTK 1994, art. 142, lid 2; RvOTK 1998, art. 142, lid 2; RvOTK 2002, art. 142, lid 2

Periode: 1945–

Product: Besluit, Handelingen

Opmerking: De wijze waarop een voorstel tot het houden van een parlementaire enquête wordt behandeld is gelijk aan de behandeling van een door een kamerlid aanhangig gemaakt wetsvoorstel.

Waardering: B (1)

118.

Handeling: Het instellen en ontbinden van een enquête-commissie

Grondslag: RvOTK 1938, art. 157; RvOTK 1966, art. 139; RvOTK 1980, artt. 139, 145; RvOTK 1983, artt. 151, lid 1, 157; RvOTK 1986, art. 150, lid 1, 156; RvOTK 1994, artt. 143, lid 1, 149; RvOTK 1998, artt. 143, lid 1, 149; RvOTK 2002, art. 143 lid 1 en 149.

Periode: 1945–

Product: Instellingsbesluit, ontbindingsbesluit, Handelingen

Opmerking: De vaststelling van het aantal leden en de benoeming van de leden geschiedt op dezelfde wijze als bij andere commissies gebruikelijk is, namelijk in principe door de Voorzitter.

Waardering: B (4)

119.

Handeling: Het op verzoek van de commissie die met het parlementair onderzoek is belast beslissen over het verlengen van de termijn

Grondslag: RvOTK 1938, art. 158; RvOTK 1966, art. 140; RvOTK 1980, art. 140; RvOTK 1983, art. 152; RvOTK 1986, art. 151; RvOTK 1994, art. 144; RvOTK 1998, art. 144; RvOTK 2002, art. 144

Periode: 1945–

Product: Besluit, Handelingen

Waardering: B (4)

123.

Handeling: Het nemen van een besluit tot overbrenging van de stukken van een parlementaire enquête naar het Algemeen Rijksarchief (Nationaal Archief)

Grondslag: RvOTK 1966, art. 145; RvOTK 1980, art. 145a; RvOTK 1983, art. 158; RvOTK 1986, art. 157; RvOTK 1994, art. 150; RvOTK 1998, art. 150; RvOTK 2002, art. 150

Periode: 1966–

Product: Besluit, Handelingen

Opmerking: In principe worden de stukken in het Centraal Archief van de Tweede Kamer bewaard.

Waardering: B (5)

125.

Handeling: Het besluiten tot aanwijzing van een groot project

Grondslag: RvOTK 1994 art. 31 lid 2; RvOTK 1998, art. 31 lid 2; RvOTK 2002, art. 31 lid 2

Periode: 1994–

Product: Besluit, Handelingen

Opmerking: Dit besluit wordt door de Voorzitter aan de verantwoordelijke Minister meegedeeld.

Waardering: B (1)

126.

Handeling: Het vaststellen van een procedureregeling grote projecten

Grondslag: RvOTK 1994, art. 31 lid 3; RvOTK 1998, art. 31 lid 3; RvOTK 2002, art. 31 lid 3

Periode: 1994–

Product: Procedureregeling grote projecten

Waardering: B (5)

127.

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften

Grondslag: RvOTK 1983, art. 143; RvOTK 1986, art. 142; RvOTK 1994, art. 20, lid 1; RvOTK 1998, art. 20, lid 1; RvOTK 2002, art. 1

Periode: 1983–

Product: Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften

Waardering: B (5)

135.

Handeling: Het goedkeuren van verdragen

Grondslag: Statuut 1954, artt. 24, 62; GW 1938, artt. 60, 77; GW 1953, artt. 60–64, 84; GW 1983, artt. 73 lid 1, 91; WRvS 1861, artt. 25, 34; WRvS 1962, artt. 15 lid 2, 25; WRvS 1989, artt. 15 lid 1c, 15a–b, 25, 25a–b; RvOTK 1938, artt. 127–140; RvOTK 1956, art. 163a; 1966 artt. 100–105; RvOTK 1983, artt. 114–119; RvOTK 1994, artt. 124–129; RvOTK 1998, artt. 124–129; RvOTK 2002, artt. 124–129

Periode: 1945–

Product: Goedkeuring, Handelingen

Opmerking: Dit gaat over het algemeen in de vorm van stilzwijgende goedkeuring.

Waardering: B (1, 5))

137.

Handeling: Het maken van een voordracht van drie personen voor benoemingen van de leden van de Hoge Raad

Grondslag: GW 1938, artt. 170, 186 lid 2–3; GW 1953, artt. 177, 193 lid 2–3; GW 1983, art. 118 lid 1; GW 1987, art. 118 lid 1; GW 1996, art. 118 lid 1; RvOTK 1938, artt. 127–140; RvOTK 1966, artt. 115–127; RvOTK 1983, artt. 124–137; RvOTK 1986, artt. 123–136; RvOTK 1994, artt. 74–86; RvOTK 1998, artt. 74–86; RvOTK 2002, artt. 74–86

Periode: 1945–

Product: Voordracht, Handelingen

Waardering: B (4)

138.

Handeling: Het maken van een voordracht van drie personen voor benoemingen van de leden van de Algemene Rekenkamer

Grondslag: GW 1938, artt. 170, 186 lid 2–3; GW 1953, artt. 177, 193 lid 2–3; GW 1983, art. 77 lid 1; GW 1987, art. 77, lid 1; GW 1996, art. 77 lid 1; CW: 1927, art. 47; CW 1976, art. 39; RvOTK 1938, artt. 127–140; RvOTK 1966, artt. 115–127; RvOTK 1983, artt. 124–137; RvOTK 1986, artt. 123–136; RvOTK 1994, artt. 74–86; RvOTK 1998, artt. 74–86; RvOTK 2002, artt. 74–86

Periode: 1945–

Product: Voordracht, Handelingen

Waardering: B (4)

139.

Handeling: Het benoemen, schorsen en het ontslaan van de Nationale Ombudsman

Grondslag: WNO 1981, artt. 2–4, 8–9; RvOTK 1983, artt. 124–137; RvOTK 1986, artt. 123–136; RvOTK 1994, artt. 74–86; RvOTK 1998, artt. 74–86; RvOTK 2002, artt. 74–86

Periode: 1981–

Product: Benoemingsbesluit, ontslagbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

Tweede Kamer/Voorzitter

26.

Handeling: Het benoemen van de leden van de Gemengde commissie van toezicht op de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen

Grondslag: RGIB 1955, art. 2; RGIB: 1998, art. 3

Periode: 1955–

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: De Gemengde Commissie bestaat uit vier leden: vanaf 1955 werden twee leden op voordracht van de afgevaardigden door de Voorzitter van elke Kamer benoemd;

Vanaf de jaren ’90 (?) worden twee leden verkozen uit de leden van de Tweede Kamer en twee uit de leden van de Eerste Kamer

Waardering: B (4)

29.

Handeling: Het benoemen van een Griffier voor de interparlementaire betrekkingen

Grondslag: RGIB 1955, art. 1; RGIB 1998, art. 5

Periode: 1955–

Product: (gemeenschappelijke) Beschikking

Waardering: B (4)

42.

Handeling: Het (eventueel)*) benoemen van een plaatsvervanger voor ieder lid van het Presidium

Grondslag: RvOTK 1966 art. 10; RvOTK 1980, art. 10; RvOTK 1983, art. 10, lid 1; RvOTK 1986, art. 10, lid 1; RvOTK 1994, art. 9, lid 1; RvOTK 1998, art. 9, lid 1; RvOTK 2002, art. 9 lid 1

Periode: 1966–

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: De benoeming geschiedt door de voorzitter tenzij de Kamer anders besluit.

*) Tot 1994 werd het aan de Kamer overgelaten om al dan niet plaatsvervangers te benoemen. Sindsdien worden altijd plaatsvervangers benoemd.

Waardering: B (4)

46.

Handeling: Het instellen van bijzondere commissies voor doeleinden anders dan die in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zijn genoemd/het instellen van tijdelijke commissies voor specifieke onderwerpen

Grondslag: RvOTK 1938, art.10; RvOTK 1966, art.16; RvOTK 1980, art. 16; RvOTK 1983 art. 16; RvOTK 1986, art. 16; RvOTK 1994, art. 18, lid 1; RvOTK 1998, art. 18, lid 1; RvOTK 2002, art. lid 1

Periode: 1945–

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

48.

Handeling: Het bepalen uit hoeveel leden een commissie zal bestaan

Grondslag: RvOTK 1938, art. 10; RvOTK 1966 art. 17; RvOTK 1980, art. 17; RvOTK 1983, art 17, lid 1; RvOTK 1986, art. 18, lid 1; RvOTK 1994, art. 25, lid 1; RvOTK 1998, art. 25, lid 1; RvOTK 2002, art. 25 lid 1

Periode: 1945–

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: Tenzij de Tweede Kamer anders besluit geschiedt de vaststelling van het aantal leden van een commissie door de Voorzitter

Waardering: B (4)

49.

Handeling: Het benoemen van de leden en plaatsvervangend leden en het voorzien in eventueel ontstane vacatures

Grondslag: RvOTK 1938, art. 10; RvOTK 1966, art. 17; RvOTK 1980, art. 17; RvOTK 1983, art 17, lid 1 en 2; RvOTK 1986, art. 18, lid 1 en 2; RvOTK 1994, art. 25, lid 2 en 3; RvOTK 1998, art. 25, lid 2 en 3; RvOTK 2002, art. 25 lid 2 en 3

Periode: 1945–

Product: Benoeming, Handelingen

Opmerking: De Tweede Kamer kan besluiten dat de benoeming van de leden van een commissie op een andere wijze geschiedt, tenzij het RvOTK de benoeming bij uitsluiting aan de Voorzitter opdraagt of de Voorzitter van mening is dat een besluit van de Kamer niet kan worden afgewacht.

Waardering: B (4)

50.

Handeling: Het verlenen van ontheffing van het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van een commissie

Grondslag: RvOTK 1938, art. 10; RvOTK 1966, art. 17; RvOTK 1980, art. 17; RvOTK 1983, art 17, lid 2; RvOTK 1986, art. 18, lid 2; RvOTK 1994, art. 25, lid 3; RvOTK 1998, art. 25, lid 3; RvOTK 2002, art. 3

Periode: 1945–

Product: Ontheffing, Handelingen

Waardering: B (4)

64.

Handeling: Het houden van toezicht op de Griffier inzake het geven van leiding aan de Griffie, de huishoudelijke aangelegenheden van de Tweede Kamer en de boekerij*

Grondslag: RvOTK 1938, art. 11; RvOTK 1966, art. 13; RvOTK 1980, art. 13; RvOTK 1983, art. 13; RvOTK 1986, art. 13; RvOTK 1994, art.14; RvOTK 1998, art. 14; RvOTK 2002, art. 14 lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: Vanaf 1994 is eenvoudigweg sprake van ‘de ambtelijke organisatie’

Waardering: B (4)

75.

Handeling: Het benoemen van plaatsvervangers van de leden van het Presidium

Grondslag: RvOTK 1994, art. 9 lid 1

Periode: 1994–1998

Product: Benoeming, Handelingen

Waardering: B (4)

80.

Handeling: Het vaststellen dat een kamerlid heeft opgehouden om lid te zijn

Grondslag: RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3, lid 1

Periode: 1980–

Product: Handelingen

Opmerking: Een kamerlid dat niet langer aan de vereiste van het lidmaatschap voldoet of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking is gaan bekleden, verliest het lidmaatschap

Waardering: B (5)

87.

Handeling: Het besluiten tot het beraadslagen met gesloten deuren

Grondslag: GW 1938, art. 104; GW 1948, art. 104; GW 1953, art. 111; GW 1956, art. 111; GW 1963, art. 111; GW 1972, art. 111; GW 1983, art. 66 lid 2 en 3; GW 1987, art. 66, lid 2 en 3; GW 1996, art. 66 lid 2 en 3; RvOTK 1938, art. 141; RvOTK 1966, art. 128; RvOTK 1980, art. 128; RvOTK 1986, art 139; RvOTK 1994, art. 88; RvOTK 2002, art. 88

Periode: 1945–

Product: Besluit, Handelingen

Waardering: B (1)

104.

Handeling: Het besluiten over een verzoek van een kamerlid om mondelinge en/of schriftelijke informatie aan bewindslieden

Grondslag: RvOTK 1994, art. 137; RvOTK 1998, art. 137; RvOTK 2002, art. 137

Periode: 1994–

Product: Beslissing, Handelingen

Opmerking: De Voorzitter doet dit indien hij het onderwerp niet voldoende omschreven acht.

Waardering: B (2)

Tweede Kamer/Presidium

43.

Handeling: Het instellen van een of meer commissies van advies die met betrekking tot onderdelen van de taak van het presidium dienen te worden gehoord alvorens besluiten worden genomen

Grondslag: RvOTK 1966 art.10; RvOTK 1980, art 10; RvOTK 1983, art. 10, lid 2; RvOTK 1986, art. 10, lid 2; RvOTK 1994, art. 9, lid 4; RvOTK 1998, art. 9, lid 4; RvOTK 2002, art. 9 lid 4

Periode: 1966–

Product: Instellingsbeschikking, Handelingen

Opmerking: De commissie(s) van advies moeten worden gehoord alvorens besluiten worden genomen; alleen bij spoedeisend gevallen kan het presidium besluiten nemen zonder de commissie te hebben gehoord.

Waardering: B (4)

46.

Handeling: Het instellen van bijzondere commissies voor doeleinden anders dan die in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer zijn genoemd/het instellen van tijdelijke commissies voor specifieke onderwerpen

Grondslag: RvOTK 1938, art.10; RvOTK 1966, art.16; RvOTK 1980, art. 16; RvOTK 1983 art. 16; RvOTK 1986, art. 16; RvOTK 1994, art. 18, lid 1; RvOTK 1998, art. 18, lid 1; RvOTK 2002, art. lid 1

Periode: 1945–

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

47.

Handeling: Het instellen van bijzondere commissies voor het voorbereidend onderzoek van wetsontwerpen

Grondslag: RvOTK 1938, art. 10; RvOTK 1966, art. 16; RvOTK 1980, art. 16; RvOTK 1983, art 16; RvOTK 1986, art. 16.

Periode: 1945–1994

Product: Instellingsbesluit, Handelingen

Waardering: B (4)

56.

Handeling: Het vaststellen van instructies voor de Griffier, plaatsvervangend griffiers en andere ambtenaren van de Kamer

Grondslag: RvOTK 1966, art. 12; RvOTK 1980, art 12; RvOTK 1983, art. 12, lid 5; RvOTK 1986, art. 12, lid 5;

Periode: 1966–1994

Product: Instructies

Waardering: B (5)

57.

Handeling: Het benoemen van de andere ambtenaren dan de Griffiers en plaatsvervangend Griffiers

Grondslag: RvOTK 1938, art. 13; RvOTK 1966, art. 12; RvOTK 1980, art. 12; RvOTK 1983, art. 12, lid 2; RvOTK 1986, art. 12, lid 2

Periode: 1945–1994

Product: Benoeming, aanstellingsbesluit

Waardering: B (4)

58.

Handeling: Het machtigen van de Griffier om personeel op arbeidsovereenkomst in dienst te nemen

Grondslag: RvOTK 1980, art. 12.

Periode: 1980–1983

Product: Machtiging

Waardering: B (5)

59.

Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften inzake het beleid ten aanzien van ambtenaren en overige werknemers anders dan de Griffiers en plaatsvervangend Griffiers

Grondslag: RvOTK 1983, art. 12, lid 4; RvOTK 1986, art. 12, lid 4

Periode: 1983–1994

Product: Voorschriften

Waardering: B (5)

60.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de directeuren

Grondslag: RvOTK 1994, art. 13, lid 2; RvOTK 1998, art. 13, lid 2; RvOTK 2002, art. 13, lid 3

Periode: 1994–

Product: Benoeming, ontslagbesluit

Waardering: B (4)

61.

Handeling: Het uitoefenen van de (rechtspositionele) bevoegdheden (ingevolge het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, BBRA 1984 en andere ambtelijke rechtspositieregelingen)* t.a.v. de (plaatsvervangend) Griffier(s) en de directeuren

Grondslag: RvOTK 1994, art. 13, lid 3; RvOTK 1998, art. 13, lid 3; RvOTK 2002 art. 13 lid 2 en 4

Periode: 1994–

Product: Besluiten, voorschriften

Opmerking: Onder deze bevoegdheden is ook begrepen het opleggen van disciplinaire maatregelen. Deze bevoegdheden kunnen door het Presidium worden overgedragen aan de Griffier

* Vanaf 2002 wordt niet meer verwezen naar het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, BBRA 1984 en andere ambtelijke rechtspositieregelingen

Waardering: B (5)

62.

Handeling: Het overdragen van de bevoegdheden ingevolge het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, BBRA 1984 en andere ambtelijke rechtspositieregelingen t.a.v. de plaatsvervangend Griffiers en de directeuren aan de Griffier

Grondslag: RvOTK 1994, art. 13, lid 3; RvOTK 1998, art. 13, lid 3

Periode: 1994–2002

Product: Besluiten, voorschriften

Opmerking: Vanaf 2002 is de uitoefening van rechtspositionele bevoegdheden anders dan benoeming en ontslag ten aanzien van directeuren en plaatsvervangend griffiers direct opgedragen aan de Griffier (RvOTK 2002, art. 13 lid 4)

Waardering: B (5)

64.

Handeling: Het houden van toezicht op de Griffier inzake het geven van leiding aan de Griffie, de huishoudelijke aangelegenheden van de Tweede Kamer en de boekerij*

Grondslag: RvOTK 1938, art. 11; RvOTK 1966, art. 13; RvOTK 1980, art. 13; RvOTK 1983, art. 13; RvOTK 1986, art. 13; RvOTK 1994, art.14; RvOTK 1998, art. 14; RvOTK 2002, art. 14 lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: Vanaf 1994 is eenvoudigweg sprake van ‘de ambtelijke organisatie’

Waardering: B (5)

76.

Handeling: Het opmaken en vaststellen van een raming van de in het komende jaar voor de Tweede Kamer benodigde uitgaven

Grondslag: RvOTK 1938, art. 12; RvOTK 1966, art 15; RvOTK 1980, art. 15; RvOTK 1983, art 15; RvOTK 1986, art. 15; RvOTK 1994 art. 10 eerste lid; RvOTK 1998: art. 10 lid 1; RvOTK 2002, art. 10 lid 1

Periode: 1945–

Product: Raming, Handelingen

Opmerking: De raming wordt opgemaakt door het Presidium en vastgesteld door de Tweede Kamer. Daarna wordt de raming aan de betrokken minister gezonden.

Waardering: B (5)

78.

Handeling: Het voordragen van regels aan de Tweede Kamer voor het toekennen van geldelijke middelen aan fracties en voor het beheer daarvan door de fracties

Grondslag: RvOTK 1994, art. 10 lid 3; RvOTK 1998, art 10, lid 3; RvOTK 2002, art. 10 lid 3

Periode: 1994–

Product: Concept-reglement

Waardering: B (5)

79.

Handeling: Het beheren van de geldelijke middelen van de Tweede Kamer

Grondslag: RvOTK 1994, art. 10, lid 2; Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer, art. 7, lid 3; RvOTK 1998, art. 10, lid 2; Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer, art. 8, lid 6; RvOTK 2002, art 10, lid 2

Periode: 1994**–

Product: Financieel verslag, Handelingen

Opmerking: Sedert 2002 is de Griffier namens de voorzitter belast met het begrotingsbeheer van de Kamer.

** Dit gebeurde ook al voor 1994, maar er is geen eerdere grondslag aangetroffen.

Waardering: B (5)

86.

Handeling: Het stellen van regels inzake de toelating van bezoekers tot het gebouw van de Kamer en in het bijzonder van toehoorders tot de tribunes

Grondslag: RvOTK 1966, art. 149; RvOTK 1980, art. 149; RvOTK 1983, art. 162, lid 1; RvOTK 1986, art. 161, lid 1; RvOTK 1994, art. 152, lid 1; RvOTK 1998, art. 152, lid 1; RvOTK 2002, art. 152 lid 1

Periode: 1966–

Product: Reglement

Opmerking: De regels mogen het beginsel van de openbaarheid van de vergaderingen van de Kamer niet aantasten.

Waardering: B (5)

95.

Handeling: Het doen van een voorstel voor het maken van een stenografisch verslag van het nota-overleg, gehoord de commissie

Grondslag: RvOTK 1994, art. 40 lid 3; RvOTK 1998, art. 40, lid 3; RvOTK 2002, art. 40 lid 3;

Periode: 1994–

Product: Voorstel, Handelingen

Waardering: B (3)

112.

Handeling: Het doen van een voorstel voor de samenstelling van een enquêtecommissie of tijdelijke commissie belast met een parlementair onderzoek

Grondslag: Draaiboek onderzoek, hoofdstuk 4.3

Periode: 2001–

Product: Voorstel, Handelingen

Waardering: B (4)

Tweede Kamer/afdelingen/commissies

101.

Handeling : Het verrichten van voorbereidend onderzoek voor wetsvoorstellen

Grondslag: GW 1938, artt. 104; GW 1953, art. 11; GW 1983 art. 66; GW 1992, art. 7; Enquêtewet 1850; WPE 1977; RvOTK 1938, artt. 14–58, 115–116, 151–153, 157–159; RvOTK 1966, artt. 16–42, 85, 106–107, 138–141; RvOTK 1983, artt. 16–51, 105; RvOTK 1986, artt. 16–51; RvOTK 1994, artt. 90–95; RvOTK 1998, artt. 90–95; RvOTK 2002, artt.90–95

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/commissie

51.

Handeling: Het benoemen van een lid van de commissie als voorzitter en (zonodig) het benoemen van een tweede lid als een ondervoorzitter

Grondslag: RvOTK 1938, art. 10; RvOTK 1966, art. 48; RvOTK 1980, art 18; RvOTK, art. 18, lid 1; RvOTK 1986, art. 18, lid 1; RvOTK 1994, art. 26, lid 1; RvOTK 1998, art. 26, lid 1; RvOTK 2002, art. 26 lid 1

Periode: 1945–

Product: Benoeming (verslagen eerste commissievergadering), Handelingen

Opmerking: De benoeming vindt plaats op de eerste vergadering van de commissie die op uitnodiging en onder leiding van de Voorzitter van de Tweede Kamer plaats vindt.

Waardering: B (4)

72.

Handeling: Het doen van voorstellen voor het wijzigen van het Reglement van Orde

Grondslag: RvOTK 1938, art. 168; RvOTK 1966, artt. 150–152; RvOTK 1980, art. 150; RvOTK 1983, art. 164, lid 1, 2 en 4;RvOTK 1986, art. 1, 2 en 4; RvOTK 1994 art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 1998, art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 2002, art. 1, 2 en 4

Periode: 1945–1998

Product: Voorstel, Handelingen

Opmerking: Een wijzigingsvoorstel van een commissie kan alleen worden ingediend wanneer een meerderheid van de leden waaruit zij bestaat dit voorstel steunt; alleen degenen die zich daarvoor hebben verklaard tekenen het voorstel.

Met uitzondering van enkelvoudige voorstellen, die zonder vooronderzoek in openbare behandeling komen, zijn bij de behandeling de bepalingen op door leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet van toepassing.

Waardering: B (5)

94.

Handeling: Het verzoek doen aan de Tweede Kamer om toestemming te geven voor het maken van een stenografisch verslag van het nota-overleg

Grondslag: RvOTK 1994, art. 40 lid 3; RvOTK 1998, art. 40, lid 3; RvOTK 2002, art. 40 lid 3;

Periode: 1994–

Product: Verzoek, Handelingen

Opmerking: Tijdens een nota-overleg waarvan een stenografisch verslag wordt gemaakt kan ieder kamerlid dat het woord voert moties over het in behandeling zijnde onderwerp voorstellen (RvOTK 1998, art. 43)

Waardering: B (3)

98.

Handeling: Het voeren van algemeen overleg over het regeringsbeleid

Grondslag: RvOTK 1994, art. 41 lid 1; RvOTK 1998, art. 41 lid 1; RvOTK 2002, art. 41 lid 1

Periode: 1994–

Product: Notulen, Handelingen

Waardering: B (1, 2)

99.

Handeling: Het voeren van nota-overleg over het regeringsbeleid

Grondslag: RvOTK 1994, art. 40 lid 1; RvOTK 1998, art. 40 lid 1; RvOTK 2002, art. 40 lid 1

Periode: 1994–

Product: Notulen, Handelingen

Waardering: B (1, 2)

100.

Handeling: Het indienen van een amendement

Grondslag: GW 1938, art. 115; GW 1947, art. 115; GW 1948, art. 115; GW 1956, art. 122; GW 1963, art. 122; GW 1972, art. 122; GW 1983, art. 84; GW 1996, art. 84; RvOTK 1938, art. 44 en 51; RvOTK 1966, art 26, 38 en 77; RvOTK 1980, artt. 27a, 31, 77; RvOTK : 1983, artt. 31, lid 1, 88, lid1; RvOTK 1986, artt.31, lid 1, 37, lid 1, ; RvOTK 1994, art. 96, lid 1; RvOTK 1998, art. 96, lid 1; RvOTK 2002, art. 96 lid 1

Periode: 1945–

Product: Amendement, Handelingen

Waardering: B (1)

103.

Handeling: Het stellen van mondelinge of schriftelijke vragen aan bewindslieden en aan de kabinets(in)formateur(s)*

Grondslag: GW 1938, artt. 5, 97 lid 2 en 3, 101; GW 1953, artt. 104 lid 2 en 3, 108; GW 1983, artt. 58, 68, 69 lid 2; KW 1922, artt. 135, 138; KW 1951, artt. U 4 lid 1, U 5; KW 1989, artt. V 4 lid, V 6; RvOTK 1938, artt. 5, 21, 33, 50, 55, 115–116, 151–153; RvOTK 1966, artt. 5, 25, 30–32, 35, 40, 85, 106–107; RvOTK 1983, artt. 5, 30, 41, 43b, 49, 74, 96, 105, 108, 121–122; RvOTK 1986, artt. 74, 120–122; RvOTK 1994, art. 133–139; RvOTK 1998, art. 133–139; RvOTK 2002, art. 133–139a

Periode: 1945–

Product: Verzoek, vraag, interpellatie, Handelingen

Opmerking: *In het RvOTK van 2002 is in artikel 139a bepaald dat na de afronding van de opdracht tot kabinets(in)formatie de Kamer de mogelijkheid heeft om de informateur of formateur(s) uit te nodigen om over het verloop van de kabinets(in)formatie inlichtingen te verschaffen.

Waardering: B (1, 2)

105.

Handeling: Het behandelen van regeringsstukken (in de openbare/uitgebreide commissievergaderingen)

Grondslag: HTK 1962–1963, p. 41–51; HTK 1962–1963, Bijlagen 6909; RvOTK 1966, artt. 31–40; RvOTK 1983, art. 32–42, 45–49; RvOTK 1986, art. 31, 35–39, 47–49

Periode: 1945–1994

Product: Verslag, Handelingen

Waardering: B (1, 2)

106.

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de rijksbegroting

Grondslag: GW 1938, artt. 126–127, 129, 181; GW 1953, artt. 133–134, 136, 188; GW 1983, artt. 104–105; CW 1927, artt. 59, 60 lid 3, 62, 90; CW 1976, artt. 64, 67 lid 4–6, 68 lid 3; RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Rapport, verslag, Handelingen

Waardering: B (5)

114.

Handeling: Het vaststellen van de procedure voor de verdere behandeling van het eindrapport van een onderzoekscommissie of andere instantie in het geval er sprake is van een niet-parlementair onderzoek

Grondslag: Draaiboek onderzoek, hoofdstuk 7.3 en 8.1–8.8

Periode: 2001–

Product: Vaststellingsbesluit

Opmerking: Het rapport wordt in handen gesteld van de meest betrokken commissie. In het geval het een rapport betreft van een door de Algemene Rekenkamer uitgevoerd onderzoek wordt het in handen gesteld van de commissie voor de Rijksuitgaven.

Waardering: B (5)

120.

Handeling: Het (onder ede) ondervragen van getuigen en deskundigen

Grondslag: GW 1938, art. 98; GW 1953, art. 105; GW 1983, art. 70; Enquêtewet 1850; WPE 1977; RvOTK 1938, artt. 154–163; RvOTK 1966, artt. 136–145;RvOTK 1980, art. 141; RvOTK 1983, art. 153; RvOTK 1986, art. 152; RvOTK 1994, art. 145; RvOTK 1998, art. 145; RvOTK 2002, art.145

Periode: 1945–

Product: Processen-verbaal

Opmerking: Alleen een enquêtecommissie kan getuigen en deskundigen dwingen om voor de commissie te verschijnen en een verhoor onder ede afnemen.

Waardering: B (2)

122.

Handeling: Het doen van verslag over de verrichtingen inzake een parlementair onderzoek

Grondslag: RvOTK 1938, art. 162; RvOTK 1966, art. 144; RvOTK 1980, art. 144; RvOTK 1983, art. 156, lid 1, lid 1; RvOTK 1986, art. 155, lid 1; RvOTK 1994, art. 148, lid 1; RvOTK 1998, art. 148, lid 1; RvOTK 2002, art. 148, lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag

Opmerking: De commissie dient in ieder geval verslag uit te brengen na afloop van het onderzoek en verder zo vaak als zij dat nodig acht. De Kamer kan ook besluiten dat een tussentijds verslag gewenst is.

Waardering: B (3)

124.

Actor: Tweede Kamer/commissie

Handeling: Het doen van een voorstel tot aanwijzing van een groot project

Grondslag: RvOTK 1994, art. 31 lid 1; RvOTK 1998, art. 31 lid 1; RvOTK 2002, art. 31 lid 1

Periode: 1994–

Product: Projectvoorstel, Handelingen

Waardering : B (1)

133.

Handeling: Het instellen van een onderzoek op verzoek van de Commissie voor de Verzoekschriften

Grondslag: RvOTK 1994, art. 20 lid 5; RvOTK 1998, art. 20 lid 5; RvOTK 2002, art. 20 lid 5

Periode: 1994–1998

Product: Verslag

Waardering: B (2)

134

Handeling: Het adviseren op verzoek van de Commissie voor de Verzoekschriften

Grondslag: RvOTK 1994, art. 20 lid 5; RvOTK 1998, art. 20 lid 5; RvOTK 2002, art. 20 lid 5

Periode: 1994–1998

Product: Advies

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/Commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven

52.

Handeling: Het onderzoeken van de geloofsbrieven

Grondslag: GW 1938, art. 101; GW 1953, art. 108; GW 1983, art. 58; KW 1922, artt. 129–138; KW 1951, artt. U 1–10, T 18; KW 1989 artt. V 1–11, O 5; KW 1993, V 1–11, O 5, Y 23, 25–26; RvOTK 1938, artt. 1–5; RvOTK 1966, artt. 2–5; RvOTK 1980, art. 4; RvOTK 1983, art. 4; RvOTK 1986, art. 4; RvOTK 1994, art. 19; RvOTK 1998, art. 19;.RvOTK 2002, art. 19

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: Deze commissie gaat na of aanstaande kamerleden aan alle voorwaarden voldoen om als kamerlid te mogen aantreden. Dezelfde commissie onderzoekt ook of een tot lid van het Europese Parlement benoemd persoon op grond van de Nederlandse bepalingen als zodanig kan worden toegelaten.

Waardering : B (5)

53.

Handeling: Het (zonodig) onderzoeken of de verkiezingen volgens de regels zijn verlopen.

Grondslag: RvOTK 1938, art. 5; RvOTK 1966, art. 5; RvOTK 1980, art. 5; RvOTK 1983, art. 5; RvOTK 1986, art. 5; RvOTK 1994, art. 19, lid 1; RvOTK 1998: art. 19; RvOTK 2002, art. 19

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: Aan de minister die met de uitvoering van de Kieswet is belast kan zonodig om overlegging van stukken worden of om inlichtingen worden gevraagd. Verder geschiedt het onderzoek aan de hand van de verslagen van alle stembureaus.

Waardering: B (3, 5)

Tweede Kamer/Commissie voor de werkwijze van de Tweede Kamer

72.

Handeling: Het doen van voorstellen voor het wijzigen van het Reglement van Orde

Grondslag: RvOTK 1938, art. 168; RvOTK 1966, artt. 150–152; RvOTK 1980, art. 150; RvOTK 1983, art. 164, lid 1, 2 en 4;RvOTK 1986, art. 1, 2 en 4; RvOTK 1994 art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 1998, art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 2002, art. 1, 2 en 4

Periode: 1945–1998

Product: Voorstel, Handelingen

Opmerking: Een wijzigingsvoorstel van een commissie kan alleen worden ingediend wanneer een meerderheid van de leden waaruit zij bestaat dit voorstel steunt; alleen degenen die zich daarvoor hebben verklaard tekenen het voorstel.

Met uitzondering van enkelvoudige voorstellen, die zonder vooronderzoek in openbare behandeling komen, zijn bij de behandeling de bepalingen op door leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet van toepassing.

Waardering: B (5)

73.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigener beweging adviseren van de Kamer met betrekking tot haar werkwijze en het Reglement van Orde

Grondslag: RvOTK 1974, art. 149a; RvOTK 1980, art. 149a; RvOTK 1983, art. 163; RvOTK 1986, art. 162; RvOTK 1994, art. 21; RvOTK 1998, art. 21; RvOTK 2002, art. 21

Periode: 1974–1994

Product: Advies, Handelingen

Waardering : B (1)

74.

Handeling: Het opstellen van een verslag ter voorbereiding van de beraadslaging over door de Commissie voor de werkwijze van de Kamer ingediende wijzigingsvoorstellen*)

Grondslag: RvOTK 1980, art. 150; RvOTK 1983, art. 164, lid 4; RvOTK 1986, art. 163, lid 4; RvOTK 1994, art. 153, lid 4; RvOTK 1998, art. 153, lid 4; RvOTK 2002, art. 153 lid 4

Periode: 1980–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: Het betreft wijzigingsvoorstellen die naar de mening van het Presidium niet van eenvoudige aard zijn.

Waardering: B (3)

Tweede Kamer/Commissie voor huishoudelijke aangelegenheden

76.

Handeling: Het opmaken en vaststellen van een raming van de in het komende jaar voor de Tweede Kamer benodigde uitgaven

Grondslag: RvOTK 1938, art. 12; RvOTK 1966, art 15; RvOTK 1980, art. 15; RvOTK 1983, art 15; RvOTK 1986, art. 15; RvOTK 1994 art. 10 eerste lid; RvOTK 1998: art. 10 lid 1; RvOTK 2002, art. 10 lid 1

Periode: 1945–

Product: Raming, Handelingen

Opmerking: De raming wordt opgemaakt door het Presidium en vastgesteld door de Tweede Kamer. Daarna wordt de raming aan de betrokken minister gezonden

Waardering: B (5)

Tweede Kamer/Commissie van advies van het Presidium

44.

Handeling: Het adviseren van het Presidium met betrekking tot onderdelen van zijn taak

Grondslag: RvOTK 1966 art.10; RvOTK 1980, art 10; RvOTK 1983, art. 10, lid 2; RvOTK 1986, art. 10, lid 2; RvOTK 1994, art. 9, lid 4; RvOTK 1998, art. 9, lid 4; RvOTK 2002, art. 9 lid 4

Periode: 1966–

Product: Advies

Waarderingf: B (1)

Tweede Kamer/Algemene begrotingscommissie/Commissie voor de Rijksuitgaven/ Algemene commissie voor de rijksuitgaven

106.

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de rijksbegroting

Grondslag: GW 1938, artt. 126–127, 129, 181; GW 1953, artt. 133–134, 136, 188; GW 1983, artt. 104–105; CW 1927, artt. 59, 60 lid 3, 62, 90; CW 1976, artt. 64, 67 lid 4–6, 68 lid 3; RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Rapport, verslag, Handelingen

Waardering: B (5)

107.

Handeling: Het ondersteunen van de Kamer bij het begrotingsonderzoek

Grondslag: RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: De vaste Commissie van de Rijksuitgaven werd met de inwerkingtreding van het nieuwe RvOTK in 1994 een Algemene commissie voor de Rijksuitgaven.

Waardering: B (5)

108.

Handeling: Het geven van voorlichting, advies en ondersteuning aan de Kamer en haar commissies bij de uitoefening van het budgetrecht en de financiële controle

Grondslag: RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: De vaste Commissie voor de Rijksuitgaven werd met de inwerkingtreding van het nieuwe RvOTK in 1994 een Algemene commissie voor de Rijksuitgaven.

Waardering: B (1)

109.

Handeling: Het behandelen van comptabele wetgeving

Grondslag: RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: De vaste Commissie van de Rijksuitgaven werd met de inwerkingtreding van het nieuwe RvOTK in 1994 een Algemene commissie voor de Rijksuitgaven.

Waardering: B (1)

110.

Handeling: Het behandelen van rapporten van de Algemene Rekenkamer

Grondslag: RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 44; RvOTK 1998, art. 21a; RvOTK 2002, art. 21a

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen

Opmerking: De vaste Commissie van de Rijksuitgaven werd met de inwerkingtreding van het nieuwe RvOTK in 1994 een Algemene commissie voor de Rijksuitgaven.

Waardering: B (3)

111.

Handeling: Het voorbereiden van de behandeling van begrotingsvoorstellen

Grondslag: GW 1938, artt. 126–127, 129, 181; GW 1953, artt. 133–134, 136, 188; GW 1983, artt. 104–105; CW 1927, artt. 59, 60 lid 3, 62, 90; CW 1976, artt. 64, 67 lid 4–6, 68 lid 3; RvOTK 1938, art. 153; RvOTK 1966, art. 30; RvOTK 1983, art. 49.

Periode: 1945–1986

Product: Rapport

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/Commissie voor de verzoekschriften

128.

Handeling: Het uitbrengen van verslag over alle haar in handen gestelde verzoekschriften

Grondslag: GW 1938, art. 8; GW 1983, art. 5; RvOTK 1938, artt. 145–150; RvOTK 1966, artt. 131–135; RvOTK 1980, art. 131; RvOTK 1983, art. 143; RvOTK 1986, art. 143; RvOTK 1994, art. 20, lid 2; RvOTK 1998, art. 20, lid 2; RvOTK 2002, art. 20, lid 2; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1984, art. 5, lid 1 Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1994, art. 4, lid 1; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1998, art. 4, lid 1; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 2002, art. 4, lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag

Opmerking: De Commissie behoeft geen verslag uit te brengen wanneer zij de termen daartoe niet aanwezig acht.

De Commissie voor de Verzoekschriften is vanaf 1994 tevens belast met aangelegenheden die de Nationale Ombudsman betreffen (RvOTK 1994, Toelichting Reglement commissie Verzoekschriften, p. 91).

Waardering: B (3)

129.

Handeling: Het uitbrengen van verslag aan de Tweede Kamer over haar in handen gestelde rapporten van de Nationale Ombudsman

Grondslag: RvOTK 1994, art. 20, lid 4; RvOTK 1998, art. 20 lid 4; RvOTK 2002, art. 20 lid 4

Periode: 1994–

Product: Verslag

Waardering: B (3)

130.

Handeling: Het naar aanleiding van een verzoekschrift instellen van een onderzoek naar aangelegenheden betreffende de wijze waarop de overheid haar taak vervult

Grondslag: Richtlijnen voor de werkwijze van de commissies voor de verzoekschriften 1976, richtlijn B lid 1; Reglement voor de Commissie van de verzoekschriften 1984, art. 3 lid 1; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1994, art. 2, lid 1; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1996, art. 2, lid 1

Periode: 1976–

Product: Verslag

Opmerking: Een onderzoek vindt plaats indien en voor zover voor het handelen of nalaten door de overheid een minister of staatssecretaris direct of indirect verantwoording aan de Staten-Generaal verschuldigd is

Waardering: B (2)

131.

Handeling: Het instellen van een onderzoek naar de wijze waarop de overheid gevolgen verbindt aan rapporten van de Nationale Ombudsman

Grondslag: Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1994, art. 2, lid 2; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1996, art. 2, lid 2

Periode: 1994–

Product: Verslag

Opmerking: De Commissie voor de Verzoekschriften kan besluiten een rapport in handen te stellen van een commissie uit de Kamer die daarvoor het meest aangewezen lijkt.

Waardering: B (2)

132.

Handeling: Het verslag doen van haar werkzaamheden gedurende het afgelopen vergaderjaar

Grondslag: Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1994, art. 4, lid 1; Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften 1996, art. 4, lid 1

Periode: 1994–

Product: Verslag

Waardering: B (3)

Tweede Kamer/Commissie Onderzoek Huisvesting Tweede Kamer

66.

Handeling : Het opstellen van een programma van eisen voor de huisvesting van de Kamer en het onderzoeken in hoeverre deze in de gebouwen aan het Binnenhof en omgevingen te realiseren is

Grondslag: Handelingen Tweede Kamer, zitting 1970–1971, bijlagen nr. 11 107, nr.1

Periode: 1971–1975

Product: Rapport, Handelingen

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/Bijzondere commissie voor de huisvesting van de Tweede Kamer

67.

Handeling: Het rapporteren aan de Kamer aangaande het rapport van de Commissie Onderzoek Huisvesting Tweede Kamer

Bron: Handelingen van de Tweede Kamer, zitting 1974–1975, Bijlagen 11 107, nr. 3

Periode: 1975

Product: Rapport

Waardering: B (3)

Tweede Kamer/Bouwbegeleidingscommissie

68.

Handeling: Het in samenwerking met de Rijksgebouwendienst zorgdragen voor de uitvoering van het programma van eisen opgesteld door de Commissie Onderzoek Huisvesting Tweede Kamer

Bron: HTK, zitting 1975–1976, vergadering van 6 april 1976, p. 3775

Periode: 1976–

Product: Notulen van vergaderingen, correspondentie

Waardering: B (5)

69.

Handeling: Het periodiek rapporteren aan de Tweede Kamer met betrekking tot de verbouw en nieuwbouw

Bron: HTK, zitting 1975–1976, vergadering van 6 april 1976, p. 3775

Periode: 1976–

Product: Verslagen, brieven, Handelingen

Waardering: B (3)

70.

Handeling: Het adviseren van het Presidium inzake huisvestingsaangelegenheden

Bron: Handelingen van de Tweede Kamer, zitting 2000–2001, Bijlagen 11 107, nr. 99

Periode: 2000–

Product: Rapporten, brieven, Handelingen

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/bijzondere commissie

16.

Handeling : Het instellen van voorbereidend onderzoek

Grondslag: RvOTK 1938, artt. 14–58, 115–116, 151–153, 157–159; RvOTK 1966, artt. 16–42, 85, 106–107, 138–141;RvOTK 1980, art. 138; RvOTK 1983, art. 150, lid 1; RvOTK 1986, art. 149, lid 1; RvOTK 1994, art. 142, lid 1; RvOTK 1998, art. 142, lid 1; RvOTK 2002, art. 142 lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag, Handelingen, Bijlagen bij de Handelingen

Opmerking: Een voorbereidend onderzoek wordt alleen uitgevoerd wanneer een voorstel tot het instellen van een parlementaire enquête is ingediend door een of meer kamerleden; is het voorstel ingediend door een commissie dan komt het zonder voorbereidend onderzoek in de openbare behandeling. Het Presidium kan dan echter wel eisen dat ter voorbereiding van de behandeling van het voorstel door de commissie die het voorstel heeft ingediend een verslag wordt opgesteld (RvOTK 1980, art. 138; RvOTK 1983, art. 150, lid 2; RvOTK 1986, art. 149, lid 2; RvOTK 1994, art. 142, lid 2; RvOTK 1998, art. 142, lid 2).

Waardering: B (2)

Tweede Kamer/enquête-commissie

121.

Handeling: Het opstellen van een proces-verbaal in het geval er een verdenking van meineed tegen een getuige is gerezen

Grondslag: RvOTK 1938, art. 160; RvOTK 1966, art. 142; RvOTK 1980, art. 142; RvOTK 1983, art. 154, lid 1; RvOTK 1986, art. 153, lid 1; RvOTK 1994, art. 146, lid 1; RvOTK 1998, art. 146, lid 1; RvOTK 2002, art. 146 lid 1

Periode: 1945–

Product: Proces-verbaal

Opmerking: Een afschrift van het proces-verbaal dient in handen te worden gesteld van het openbaar ministerie in het arrondissement waarin het verhoor heeft plaatsgevonden.

Waardering : B (5)

122.

Handeling: Het doen van verslag over de verrichtingen inzake een parlementair onderzoek

Grondslag: RvOTK 1938, art. 162; RvOTK 1966, art. 144; RvOTK 1980, art. 144; RvOTK 1983, art. 156, lid 1, lid 1; RvOTK 1986, art. 155, lid 1; RvOTK 1994, art. 148, lid 1; RvOTK 1998, art. 148, lid 1; RvOTK 2002, art. 148, lid 1

Periode: 1945–

Product: Verslag

Opmerking: De commissie dient in ieder geval verslag uit te brengen na afloop van het onderzoek en verder zo vaak als zij dat nodig acht. De Kamer kan ook besluiten dat een tussentijds verslag gewenst is.

Waardering: B (3)

Tweede Kamer/commissie van onderzoek inzake verlies van het kamerlidmaatschap

83.

Handeling : Het op diens verzoek horen van een kamerlid dat naar het oordeel van de Voorzitter zijn lidmaatschap heeft verloren

Grondslag: RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3 lid 1

Periode: 1980–

Product: Verslag, Handelingen

Waardering: B (2)

84.

Handeling: Het adviseren van de Tweede Kamer inzake het verlies van het kamerlidmaatschap van een individueel kamerlid.

Grondslag: RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3 lid 1

Periode: 1980–

Product: Advies, Handelingen

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/kamerlid

72.

Handeling: Het doen van voorstellen voor het wijzigen van het Reglement van Orde

Grondslag: RvOTK 1938, art. 168; RvOTK 1966, artt. 150–152; RvOTK 1980, art. 150; RvOTK 1983, art. 164, lid 1, 2 en 4;RvOTK 1986, art. 1, 2 en 4; RvOTK 1994 art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 1998, art. 153, lid 1, 2 en 4; RvOTK 2002, art. 1, 2 en 4

Periode: 1945–1998

Product: Voorstel, Handelingen

Opmerking: Een wijzigingsvoorstel van een commissie kan alleen worden ingediend wanneer een meerderheid van de leden waaruit zij bestaat dit voorstel steunt; alleen degenen die zich daarvoor hebben verklaard tekenen het voorstel.

Met uitzondering van enkelvoudige voorstellen, die zonder vooronderzoek in openbare behandeling komen, zijn bij de behandeling de bepalingen op door leden aanhangig gemaakte voorstellen van wet van toepassing.

Waardering: B (5)

81.

Handeling: Het indienen van een verzoek aan de Tweede Kamer om een uitspraak te doen over het oordeel van de Voorzitter dat sprake zou zijn van verlies van lidmaatschap

Grondslag: RvOTK 1980, art. 147; RvOTK 1983, art. 160; RvOTK 1986, art. 159; RvOTK 1994, art. 3, lid 1; RvOTK 1998, art. 3, lid 1; RvOTK 2002, art. 3 lid 1.

Periode: 1980–

Product: Verzoek, Handelingen

Waardering: B (2)

89.

Handeling: Het indienen van een initiatiefwetsvoorstel

Grondslag: GW 1938, artt. 73, 77, 117, 120; GW 1953, artt. 80, 84, 126–127;GW 1956, art. 126; GW 1963, art. 126; GW 1983, artt. 73 lid 1, 82 lid 1 en 3; GW 1987, art. 73 lid 1 en art. 82 lid 1 en 3; GW 1996, art. 82 lid 2 en 3; WRvS 1861 artt. 21, 34; WRvS 1962 artt. 15 lid 1, 25; WRvS 1989 artt. 15 lid 2, 5a lid 1, 25 a–b; RvOTK 1938 artt. 107–114; RvOTK 1966 artt. 96–99; RvOTK 1983 artt. 110–113; RvOTK 1986, art. 109–112; RvOTK 1994, art. 114; RvOTK 1998, art. 114; RvOTK 2002, art. 114

Periode: 1945–

Product: Initiatiefwetsvoorstel, Handelingen

Waardering: B (1)

92.

Handeling: Het aan de Tweede Kamer doen toekomen van een schriftelijke reactie op een naar aanleiding van een initiatiefwetvoorstel binnengekomen advies van de Raad van State

Grondslag: GW 1983, art. 73, lid 1; Kamerstuk II, 18 293, nr. 1, brief van de Minister van Binnenlandse Zaken aan de Voorzitter van de Tweede Kamer; Wet tot wijziging van de Wet op de Raad van State ter aanpassing aan de Grondwet (Stb. 293)

Periode: 1983–

Product: Brief, Handelingen

Opmerking: De schriftelijke reactie wordt verzorgd door het kamerlid dat het initiatiefwetsvoorstel heeft ingediend.

Waardering: B (1)

93.

Handeling: Het indienen van een motie

Grondslag: RvOTK 1938 art. 68; RvOTK 1966, art. 38, 53; RvOTK 1980, art. 53; RvOTK 1983, art. 62; RvOTK 1986, art. 62; RvOTK 1994, art. 66; RvOTK: 1998, art. 66; RvOTK 2002, art. 66

Periode: 1945–

Product: Motie, Handelingen

Waardering: B (1)

100.

Handeling: Het indienen van een amendement

Grondslag: GW 1938, art. 115; GW 1947, art. 115; GW 1948, art. 115; GW 1956, art. 122; GW 1963, art. 122; GW 1972, art. 122; GW 1983, art. 84; GW 1996, art. 84; RvOTK 1938, art. 44 en 51; RvOTK 1966, art 26, 38 en 77; RvOTK 1980, artt. 27a, 31, 77; RvOTK : 1983, artt. 31, lid 1, 88, lid1; RvOTK 1986, artt.31, lid 1, 37, lid 1, ; RvOTK 1994, art. 96, lid 1; RvOTK 1998, art. 96, lid 1; RvOTK 2002, art. 96 lid 1

Periode: 1945–

Product: Amendement, Handelingen

Waardering: B (1)

103.

Handeling: Het stellen van mondelinge of schriftelijke vragen aan bewindslieden en aan de kabinets(in)formateur(s)*

Grondslag: GW 1938, artt. 5, 97 lid 2 en 3, 101; GW 1953, artt. 104 lid 2 en 3, 108; GW 1983, artt. 58, 68, 69 lid 2; KW 1922, artt. 135, 138; KW 1951, artt. U 4 lid 1, U 5; KW 1989, artt. V 4 lid, V 6; RvOTK 1938, artt. 5, 21, 33, 50, 55, 115–116, 151–153; RvOTK 1966, artt. 5, 25, 30–32, 35, 40, 85, 106–107; RvOTK 1983, artt. 5, 30, 41, 43b, 49, 74, 96, 105, 108, 121–122; RvOTK 1986, artt. 74, 120–122; RvOTK 1994, art. 133–139; RvOTK 1998, art. 133–139; RvOTK 2002, art. 133–139a

Periode: 1945–

Product: Verzoek, vraag, interpellatie, Handelingen

Opmerking: *In het RvOTK van 2002 is in artikel 139a bepaald dat na de afronding van de opdracht tot kabinets(in)formatie de Kamer de mogelijkheid heeft om de informateur of formateur(s) uit te nodigen om over het verloop van de kabinets(in)formatie inlichtingen te verschaffen.

Waardering: B (1, 2, 3)

115.

Handeling: Het opstellen van een schriftelijk evaluatieverslag naar aanleiding van een ontvangen onderzoeksrapport/advies

Grondslag: Draaiboek onderzoek, hoofdstuk 9.2

Periode: 2001–

Product: Evaluatierapport

Opmerking: De evaluatie geschiedt door de meest betrokken personen, uitgebreid met één niet bij het onderzoek betrokken persoon

Waardering: B (3)

113.

Handeling : Het voordragen van de leden van een enquêtecommissie of tijdelijke commissie die wordt belast met het verrichten van een parlementair onderzoek

Grondslag: Draaiboek onderzoek, hoofdstuk 5.1 onder b

Periode: 2001–

Product: Voordracht, Handelingen

Waardering: B (4)

136.

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen en het presenteren van Nederlandse standpunten in de vergaderingen van de

– Interparlementaire Unie (IPU)

– De Parlementaire vergadering Raad van Europa (RvE)

– Het Benelux-parlement

– De Noord-Atlantische assemblee (NAA)

– De Assemblee van West-Europese Unie (WEU)

– De Interparlementaire commissie inzake

– De Nederlandse taalunie

de Conferentie voor veiligheid en samenwerking in Europa (CVSE).

Periode: 1945–1994

Product: Regelingen

Opmerking: CVSE wordt vanaf 1994 Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) genoemd.

Waardering: B (1)

Tweede Kamer/Griffier

61.

Handeling: Het uitoefenen van de (rechtspositionele) bevoegdheden (ingevolge het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, BBRA 1984 en andere ambtelijke rechtspositieregelingen)* t.a.v. de (plaatsvervangend) Griffier(s) en de directeuren

Grondslag: RvOTK 1994, art. 13, lid 3; RvOTK 1998, art. 13, lid 3; RvOTK 2002 art. 13 lid 2 en 4

Periode: 1994–

Product: Besluiten, voorschriften

Opmerking: Onder deze bevoegdheden is ook begrepen het opleggen van disciplinaire maatregelen. Deze bevoegdheden kunnen door het Presidium worden overgedragen aan de Griffier

* Vanaf 2002 wordt niet meer verwezen naar het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, BBRA 1984 en andere ambtelijke rechtspositieregelingen

Waardering: B (5)

63.

Handeling: Het aanstellen onderscheidenlijk in dienst nemen alsmede het ontslaan van ambtenaren en werknemers met uitzondering van de plaatsvervangend griffiers en directeuren

Grondslag: RvOTK 1994, art. 13, lid 4; RvOTK 1998, art. 13, lid 4; RvOTK 2002, art. 13 lid 5

Periode: 1994–

Product: Aanstelling, ontslagbesluit

Waardering : V 75

65.

Handeling: Het verlenen van een mandaat inzake het leiden van de ambtelijke organisatie

Grondslag: RvOTK 2002, art. 14 lid 2

Periode: 2002–

Product: Mandaat

Waardering: B (5)

79.

Handeling: Het beheren van de geldelijke middelen van de Tweede Kamer

Grondslag: RvOTK 1994, art. 10, lid 2; Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer, art. 7, lid 3; RvOTK 1998, art. 10, lid 2; Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer, art. 8, lid 6; RvOTK 2002, art 10, lid 2

Periode: 1994**–

Product: Financieel verslag, Handelingen

Opmerking: Sedert 2002 is de Griffier namens de voorzitter belast met het begrotingsbeheer van de Kamer.

** Dit gebeurde ook al voor 1994, maar er is geen eerdere grondslag aangetroffen.

Waardering: B (5)