Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand 2006[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 02-03-2006 t/m 31-12-2012

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2006, nr. WJZ/2006/5709(8178), houdende nadere regels met betrekking tot het verstrekken van subsidies in het jaar 2006 voor het wegwerken van restauratieachterstanden (Regeling rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand 2006)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 43 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijke bepalingen Brim [Vervallen per 01-01-2013]

De artikelen 3, tweede lid, 5, 7, tweede lid, 8, 9, 14, 15, 17, 23 tot en met 31, 34 en 35 van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat instandhouding en instandhoudingsplan telkens worden gelezen als restauratie, onderscheidenlijk restauratieplan.

Artikel 3. Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de Leidraad Brim subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij deze regeling, met dien verstande dat kosten uitsluitend subsidiabel zijn voorzover de werkzaamheden:

    • a. strekken tot herstel van het beschermde monument en zijn monumentale waarden;

    • b. sober en doelmatig zijn;

    • c. technisch noodzakelijk zijn; en

    • d. de werkzaamheden zijn gericht op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies.

  • 2 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade, zijn subsidiabel.

  • 3 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen, zijn subsidiabel.

  • 4 Kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op reconstructie, zijn niet subsidiabel, tenzij ze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn.

  • 5 Niet subsidiabel zijn:

    • a. kosten voor werkzaamheden die voortvloeien uit veranderd gebruik; en

    • b. kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op comfortverbetering.

Artikel 4. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Een aanvraag voor subsidie wordt vóór 1 september 2006 per beschermd monument ingediend en gaat vergezeld van:

    • a. een restauratieplan;

    • b. een bouwkundig inspectierapport per beschermd monument dat niet ouder is dan twee jaar;

    • c. een gemeentelijke of een door een bank afgegeven garantie waaruit blijkt dat de financiering van het gedeelte van de kosten van het restauratieplan dat niet door subsidie wordt gedekt, voldoende is gewaarborgd; en

    • d. de voor de restauratie verleende vergunning, bedoeld in artikel 11 van de wet.

  • 2 Het restauratieplan, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit:

    • a. een beschrijving van de technische staat van het beschermde monument, waarbij de gebreken van het beschermde monument nauwkeurig staan vermeld;

    • b. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het beschermde monument en zijn gebreken;

    • c. tekeningen van de bestaande toestand van het beschermde monument en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven;

    • d. een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan;

    • e. een begroting die niet ouder is dan twee jaar en is gespecificeerd in hoeveelheden uren, materialen, stelposten en aantallen onderaannemers; en

    • f. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, constructieve, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten.

  • 3 De minister kan voor het indienen van aanvragen een formulier vaststellen.

Artikel 5. Subsidieplafonds en beslissing [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De subsidieplafonds voor het jaar 2006 bedragen:

    • a. voor woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie € 4.000.000;

    • b. voor kerkgebouwen € 15.000.000;

    • c. voor kastelen en landhuizen € 7.000.000;

    • d. voor molens en gemalen € 2.900.000; en

    • e. voor overige monumenten € 4.000.000.

  • 2 Vóór 1 januari 2007 beslist de minister per categorie monumenten als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, gelijktijdig op de ingediende aanvragen.

Artikel 6. Algemene weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2013]

Subsidie wordt niet verstrekt, indien:

  • a. voor de voorgenomen restauratie geen vergunning als bedoeld in artikel 11 van de wet is verleend;

  • b. naar het oordeel van de minister niet is gewaarborgd, dat het monument na uitvoering van het restauratieplan zonder aanvullende restauratiewerkzaamheden in een goede staat kan worden gehouden; of

  • c. de toekomstige bestemming van het te restaureren monument naar het oordeel van de minister een belemmering vormt voor de instandhouding van het monument.

Artikel 7. Specifieke weigeringsgronden [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Onverminderd artikel 6 wordt subsidie voor woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie niet verstrekt, indien met de subsidiabele kosten van een restauratie een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 300.000 of hoger is dan € 500.000.

  • 2 Onverminderd artikel 6 wordt subsidie voor kerkgebouwen niet verstrekt, indien met de subsidiabele kosten van een restauratie een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 1.000.000 of hoger is dan € 3.000.000.

  • 3 Onverminderd artikel 6 wordt subsidie voor kastelen en landhuizen niet verstrekt, indien met de subsidiabele kosten van een restauratie een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 1.000.000 of hoger is dan € 3.000.000.

  • 4 Onverminderd artikel 6 wordt subsidie voor molens en gemalen niet verstrekt, indien met de subsidiabele kosten van een restauratie een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 300.000 of hoger is dan € 500.000.

  • 5 Onverminderd artikel 6 wordt subsidie voor overige monumenten niet verstrekt, indien met de subsidiabele kosten van een restauratie een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 1.000.000 of hoger is dan € 3.000.000.

Artikel 8. Subsidiepercentages [Vervallen per 01-01-2013]

  • 2 De subsidie voor eigenaren die recht hebben op fiscale aftrek van onderhoudskosten bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel 9. Niet-bereiken subsidieplafonds [Vervallen per 01-01-2013]

Indien één of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5, na toepassing van de artikelen 6, 7 en 8 niet wordt bereikt, verhoogt de minister één of meer van de overige subsidieplafonds met het resterende bedrag.

Artikel 10. Overschrijden subsidieplafonds [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Indien één of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5, na toepassing van de artikelen 6, 7, 8 en in voorkomend geval 9, te laag zijn om alle ingediende aanvragen te kunnen honoreren, geeft de minister voorrang aan monumenten, die zijn gelegen hetzij op een beschermde buitenplaats hetzij in een beschermd stads- of dorpsgezicht.

  • 2 Indien één of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5, ondanks de toepassing van de voorrangsregel, bedoeld in het eerste lid, te laag blijven om alle in aanmerking komende aanvragen te kunnen honoreren, brengt de minister met betrekking tot die aanvragen een rangorde aan in die zin, dat restauratieplannen met een lager bedrag aan subsidiabele kosten voorrang hebben op restauratieplannen met een hoger bedrag aan subsidiabele kosten.

  • 3 Indien als gevolg van de toepassing van de in het eerste lid bedoelde voorrangsregel één of meer van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5, niet wordt bereikt, komen ook de aanvragen met betrekking tot monumenten die niet zijn gelegen op een beschermde buitenplaats of die niet zijn gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, in aanmerking om te worden gehonoreerd. Daarbij hebben restauratieplannen met een lager bedrag aan subsidiabele kosten voorrang op restauratieplannen met een hoger bedrag aan subsidiabele kosten.

Artikel 11. Aanvullende subsidieverplichting [Vervallen per 01-01-2013]

De subsidieontvanger is verplicht het restauratieplan binnen 2 jaar na de subsidieverlening uit te voeren.

Artikel 12. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Nadat subsidie is verleend, kan de minister aan de subsidieontvanger op basis van door de subsidieontvanger ingediende overzichten van gemaakte kosten die vergezeld gaan van de desbetreffende originele rekeningen en in voorkomend geval betalingsbewijzen, voorschotten verstrekken tot ten hoogste 70% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2 Indien rekeningen en betalingsbewijzen betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, gaan de overzichten, bedoeld in het eerste lid, tevens vergezeld van een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel is besteed aan de restauratie, waarvoor subsidie is verleend.

  • 3 Onze minister keert de voorschotten uit voorzover de rekeningen werkzaamheden betreffen die in overeenstemming zijn met het restauratieplan.

Artikel 13. Vaststelling [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 32 van het besluit is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uiterlijk 3 maanden na afloop van de restauratie de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indient bij de minister.

Artikel 14. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand 2006.

Artikel 15. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2013]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Bijlage [Vervallen per 01-01-2013]

[Red: Ligt ter inzage bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.]