Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Regeling van 16 februari 2006, nr. TRCJZ/2006/356, Directie Juridische Zaken, houdende een erkenningensystematiek en aanwijzing van laboratoria op veterinair terrein (Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 6, eerste en derde lid, en bijlage X, hoofdstuk C, onderdeel 2, van verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

Gelet op bijlage B, hoofdstuk I, punt 2, en hoofdstuk II, punt 2, van richtlijn nr. 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194);

Gelet op beschikking nr. 2001/618/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 2001 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor het intracommunautaire handelsverkeer van varkens, betreffende criteria voor de over deze ziekte te verstrekken gegevens en houdende intrekking van de Beschikkingen 93/24/EEG en 93/244/EEG (PbEG L 215);

Gelet op beschikking nr. 2003/100/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEU L 41);

Gelet op beschikking nr. 2004/226/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen houdende erkenning van tests voor de opsporing van antilichamen tegen runderbrucellose in het kader van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (PbEU L 68);

Gelet op beschikking nr. 2004/558/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2004 tot uitvoering van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voor wat betreft aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer in runderen ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis en de goedkeuring van de door sommige lidstaten ingediende uitroeiingsprogramma’s (PbEU L 249);

Gelet op artikel 10, 77, 78, 80 en 94 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Gelet op artikel 19, 22a, 22b van de Landbouwwet;

Gelet op artikel 5 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten;

Gelet op artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. TSE-verordening: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

  • b. verordening (EG) nr. 882/2004: verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn;

  • c. verordening (EG) nr. 2075/2005: verordening (EG) nr. 2075/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees;

  • d. verordening (EG) nr. 1162/2009: verordening (EG) nr. 1162/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 853/2004, (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad;

  • e. richtlijn 64/432/EEG: richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

  • f. richtlijn 88/407/EEG: richtlijn nr. 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PbEG L 194);

  • g. richtlijn 2003/85/EG: richtlijn nr. 2003/85/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, tot intrekking van Richtlijn 85/511/EEG en van de Beschikkingen 89/531/EEG en 91/665/EEG, en tot wijziging van Richtlijn 92/46/EEG (PbEU L 306);

  • h. beschikking 2000/258/EG: beschikking nr. 2000/258/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren;

  • i. beschikking 2001/618/EG: beschikking nr. 2001/618/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 2001 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor het intracommunautaire handelsverkeer van varkens, betreffende criteria voor de over deze ziekte te verstrekken gegevens en houdende intrekking van de Beschikkingen 93/24/EEG en 93/244/EEG (PbEG L 215);

  • j. beschikking 2003/100/EG: beschikking nr. 2003/100/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEU L 41);

  • k. beschikking 2004/226/EG: beschikking nr. 2004/226/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen houdende erkenning van tests voor de opsporing van antilichamen tegen runderbrucellose in het kader van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (PbEU L 68);

  • l. beschikking 2004/558/EG: beschikking nr. 2004/558/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 2004 tot uitvoering van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voor wat betreft aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer in runderen ten aanzien van infectieuze boviene rhinotracheïtis en de goedkeuring van de door sommige lidstaten ingediende uitroeiïngsprogramma’s (PbEU L 249);

  • m. richtlijn 92/66/EEG: richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PbEG 1992, L 260);

  • n. verordening (EG) nr. 2073/2005: verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEG 2005, L 338);

  • o. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • p. RvA: Raad voor Accreditatie;

  • q. UBN: uniek bedrijfsnummer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren;

  • r. WBVR: Wageningen Bioveterinary Research;

  • s. OIE: World Organisation for Animal Health;

  • t. minister: Minister van Economische Zaken;

  • u. richtlijn 92/65/EEG: Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PbEG L 268);

  • v. richtlijn 90/429/EG: Richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224);

  • w. richtlijn 2009/156/EG: Richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PbEG L 192);

  • x. richtlijn 91/68/EG: Richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 046);

  • y. beschikking 90/242/EEG: Beschikking 90/242/EEG van de Raad van 21 mei 1990 inzake een financiële actie van de Gemeenschap voor de uitroeiing van schape- en geitebrucellose (PbEG L 97);

  • z. verordening (EG) nr. 2073/2005: verordening van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEGL 338);

  • aa. verordening (EG) nr. 2160/2003: verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEG L 325);

  • ab. verordening (EU) nr. 200/2010: verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie van 10 maart 2010 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van serotypen Salmonella bij volwassen vermeerderingskoppels van Gallus gallus (PbEU L 61);

  • ac. verordening (EU) nr. 517/2011: verordening (EU) nr. 517/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een doelstelling van de Unie voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypes van salmonella bij legkippen van Gallus gallus en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2160/2003 en verordening (EU) nr. 200/2010 van de Commissie (PbEU L 138);

  • ad. verordening (EU) nr. 200/2012: verordening (EU) nr. 200/2012 van de Commissie van 8 maart 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels slachtkuikens, als vastgesteld in verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 71);

  • ae. verordening (EU) nr. 1190/2012: verordening (EU) nr. 1190/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot vaststelling van een doelstelling van de Unie voor het terugdringen van Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium bij koppels kalkoenen, als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 340);

  • af. verordening (EG) nr. 1266/2007: verordening (EG) nr. 1266/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 oktober 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor richtlijn 2000/75/EG van de Raad van de Europese Unie wat betreft bestrijding, monitoring, surveillance en beperkingen op de verplaatsingen van bepaalde dieren van vatbare soorten in verband met bluetongue (PbEG L 283);

  • ag. richtlijn 91/68/EG: Richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46).

Artikel 2

De onderzoeken, bedoeld in de bijlage, worden uitgevoerd met de in die bijlage opgenomen testmethodes, door een daartoe door de minister ingevolge deze regeling erkend of aangewezen laboratorium.

Artikel 3

  • 1 De minister kan, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in paragraaf 2, een erkenning verlenen aan een laboratorium voor één of meer in de bijlage opgenomen testmethodes.

  • 2 Indien een laboratorium bestaat uit verschillende vestigingen, beschikt elke vestiging over een afzonderlijke erkenning.

Artikel 4

  • 1 Voor het verrichten van één of meer in de bijlage opgenomen testmethoden kan de minister op aanvraag een laboratorium, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, gelijkstellen met een op grond van de onderhavige regeling erkend laboratorium.

  • 2 Een besluit tot gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen indien het laboratorium door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of staat is erkend voor het verrichten van de in de bijlage opgenomen testmethode, op basis van criteria waardoor een gelijkwaardig kwaliteits- en betrouwbaarheidsniveau wordt bereikt als op basis van de eisen in onderhavige regeling.

  • 3 Bij een aanvraag tot gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, worden documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.

Paragraaf 2. Voorwaarden voor erkenning

Artikel 5

Het laboratorium is gelegen op Nederlands grondgebied.

Artikel 6

  • 1 Het laboratorium is door de RvA, of een andere accreditatieorganisatie die aantoonbaar voldoet aan ISO 17011 en ondertekenaar is van de meerzijdige overeenkomst van het Europese netwerk van accreditatie geaccrediteerd, conform NEN-EN-ISO/IEC 17025, voor de testmethode waarvoor de erkenning wordt aangevraagd.

  • 2 Indien het laboratorium een erkenning aanvraagt voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, uitgezonderd de testmethodes genoemd in de bijlage, onder 4, 5, 7, 13, 17 tot en met 20, 30, 34 en 36, is mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, gebleken dat de testmethode overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, bedoeld in het eerste lid, opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd.

Artikel 7

Indien het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de aanvraag voor de accreditatie is ingediend bij de RvA, en

  • b. mede uit een audit, uitgevoerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, is gebleken dat de testmethode, bedoeld in de bijlage, uitgezonderd de testmethodes genoemd onder 4, 5, 7, 13, 17 tot en met 20, 30, 34 en 36, overeenkomstig de door het laboratorium in het kader van die accreditatie opgestelde documentatie en analysevoorschriften wordt uitgevoerd.

Artikel 8

Het laboratorium heeft deelgenomen aan een ringtest, georganiseerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, waaruit is gebleken dat het laboratorium de testmethode voldoende nauwkeurig uitvoert.

Artikel 8a

Een laboratorium dat een erkenning voor de testmethode, bedoeld in de bijlage, onder 10, aanvraagt, is met gunstig resultaat beoordeeld door het laboratorium, genoemd in artikel 1 van beschikking 2000/258/EG, en voldoet aan de bepalingen die de Europese Commissie vaststelt op grond van artikel 3 van genoemde beschikking.

Paragraaf 3. Aanvraag voor erkenning

Artikel 9

  • 1 De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 3 wordt bij de NVWA ingediend met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier.

  • 2 Bij het aanvraagformulier worden in ieder geval de volgende gegevens overgelegd:

    • a. het bewijs van accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of een kopie van de aanvraag voor een accreditatie, bedoeld in artikel 7, onderdeel 1, en

    • b. indien artikel 7 van toepassing is, de door het laboratorium in het kader van de accreditatie, opgestelde documentatie en analysevoorschriften.

  • 3 Bij een aanvraag voor een erkenning voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, onder 1, wordt tevens een technische omschrijving van het elektronisch in- en uitslagregister, bedoeld in artikel 16, onder c, overgelegd.

  • 4 Bij een aanvraag voor een erkenning voor de testmethode, bedoeld in de bijlage, onder 10, worden tevens documenten overgelegd waaruit blijkt dat het laboratorium voldoet aan het bepaalde in artikel 8a.

Paragraaf 4. Verplichtingen van een erkend laboratorium

Artikel 10 [Vervallen per 27-12-2009]

Artikel 11

Indien de erkenning is verleend terwijl het laboratorium niet beschikt over de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, dient het laboratorium binnen zes maanden na de datum waarop de erkenning is verleend, geaccrediteerd te zijn overeenkomstig artikel 6, eerste lid.

Artikel 12

  • 1 Het laboratorium verricht een onderzoek als bedoeld in de bijlage, met de testmethode waarvoor het laboratorium erkend is.

  • 2 Het laboratorium voert de testmethodes uit met reagentia of testkits waarvan de uitgangswaarden voldoen aan de Europese regelgeving of goede laboratoriumpraktijken, zoals gecontroleerd door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium.

Artikel 13

  • 2 In afwijking van het eerste lid, stuurt het laboratorium monsters die niet-negatieve testresultaten geven van het onderzoek, bedoeld in de bijlage onder 8, enkel aan het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft. Het laboratorium meldt daarnaast niet-negatieve testresultaten van het onderzoek, bedoeld in de bijlage onder 8, eveneens in afwijking van het eerste lid, enkel aan de NVWA, indien het testresultaat een uitslag van een test uitgevoerd volgens de gE-Elisa testmethode betreft.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, stuurt het laboratorium monsters die niet-negatieve testresultaten geven op Trichinellose direct naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven.

  • 4 Bij het melden van een niet-negatieve uitslag aan de NVWA, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt het laboratorium telkens:

    • a. het met het desbetreffende monster corresponderende UBN, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich in Nederland bevindt, dan wel

    • b. het land van herkomst van het desbetreffende monster en de NAW-gegevens van het bedrijf waar het dier waar het monster van afkomstig is gehouden wordt, indien het monster afkomstig is van een dier dat zich buiten Nederland bevindt.

Artikel 14

Het laboratorium rapporteert elk kwartaal aan de NVWA elektronisch over de in dat kwartaal uitgevoerde onderzoeken, bedoeld in de bijlage, alsmede over de uitslagen van die onderzoeken, overeenkomstig een door de NVWA opgesteld format.

Artikel 15

  • 1 Het laboratorium verleent medewerking aan periodieke monitoring, uitgevoerd door het Nationaal Referentie Laboratorium.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde monitoring bestaat in ieder geval per erkenning uit:

    • a. ten minste 2 ringtesten per jaar, dan wel ten minste 1 ringtest per jaar indien het laboratorium de ringtesten in de voorgaande 3 jaren steeds met goed gevolg heeft afgelegd en effectieve monitoring door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium gewaarborgd blijft;

    • b. een controle inzake de nauwkeurigheid van de testmethode en de betrouwbaarheid van testuitslagen.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde monitoring bestaat voor de testmethodes genoemd onder 1 tot en met 3, 6, 8 tot en met 12, 14 tot en met 16, 21 tot en met 29, 31 tot en met 33 en 35, in de bijlage, in aanvulling op het tweede lid, uit:

    • a. ten minste één keer per jaar een audit;

    • b. het uitvoeren van controletesten op monsters met een negatieve testuitslag, die door het erkende laboratorium onderzocht zijn met een testmethode als bedoeld in de bijlage onder 2, 8, 12, 14 tot en met 16, 21 tot en met 25, 31 tot en met 33 en 35, waarvoor Wageningen Bioveterinary Research als bevoegd Nationaal Referentie Laboratorium is aangewezen.

  • 4 Indien een laboratorium beschikt over meer dan één erkenning, worden de audits, bedoeld in het derde lid, onder a, gecombineerd uitgevoerd.

  • 5 Het laboratorium dat is erkend voor een testmethode als bedoeld in de bijlage onder 2, 8, 12, 14 tot en met 16, 21 tot en met 25, 31 tot en met 33 en 35, zendt jaarlijks 10% van de onderzochte monsters met een negatieve testuitslag, tot een maximum van 250 monsters per testmethode, aan het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium, tenzij het door het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium in kennis is gesteld van het feit dat in het betrokken kalenderjaar reeds 250 of meer monsters, onderzocht met de desbetreffende testmethode, zijn ontvangen.

Artikel 16

Onverminderd de voorgaande artikelen, dient een laboratorium dat erkend is voor een testmethode als bedoeld in de bijlage, onder 1:

  • a. te voldoen aan artikel 6, derde lid, van de TSE-verordening;

  • b. geen inzage te verlenen in of geen mededelingen te doen over resultaten van de onderzoeken, anders dan aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van deze regeling, aan medewerkers van Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad, die werkzaamheden verrichten in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in bijlage X, hoofdstukken A en C, van de TSE-verordening, alsmede aan medewerkers van de RvA, die werkzaamheden verrichten in het kader van het verlenen van de accreditatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • c. een elektronisch in- en uitslagregister van de monsters operationeel te hebben dat is gekoppeld aan een elektronisch register van de NVWA of van een andere door de NVWA aangewezen organisatie op een zodanige wijze dat de minister op ieder gewenst moment een koppeling kan leggen tussen de monsters en het individuele rund, waarvan het monster afkomstig is;

  • d. maandelijks aan de minister te rapporteren over de in die maand uitgevoerde onderzoeken, bedoeld in de bijlage, onder 1, de uitslagen van die onderzoeken en de leeftijd van de onderzochte dieren, overeenkomstig een door de minister opgesteld format.

Artikel 16a [Vervallen per 01-04-2016]

Paragraaf 5. Schorsing en intrekking van de erkenning

Artikel 17

  • 1 De minister kan de erkenning, bedoeld in artikel 3, schorsen voor een door hem te bepalen termijn indien het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4.

  • 2 In geval van een schorsing van de erkenning als bedoeld in het eerste lid, voert het laboratorium de desbetreffende testmethode niet uit. Indien de erkenning wordt geschorst omdat het laboratorium niet voldoet aan artikel 11, kan de minister besluiten dat het laboratorium de testmethode mag blijven verrichten.

  • 3 De minister kan de erkenning, bedoeld in artikel 3, intrekken indien:

    • a. het laboratorium zich niet houdt aan het tweede lid;

    • b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het laboratorium nog steeds niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4;

    • c. blijkt dat binnen een periode van twaalf maanden na afloop van de schorsingstermijn, bedoeld in het eerste lid, het laboratorium opnieuw niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4, of

    • d. het laboratorium niet voldoet aan één of meer voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4, en naar het oordeel van de minister afbreuk is gedaan aan de correctheid en betrouwbaarheid van de resultaten van het onderzoek.

  • 4 Voordat een besluit tot schorsing of intrekking wordt genomen, wordt het laboratorium in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan de voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in paragraaf 2 of 4 te voldoen.

  • 5 De minister kan de erkenning met onmiddellijke ingang intrekken indien sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel d, en het belang van de dier- en volksgezondheid een intrekking met onmiddellijke ingang vereist.

Artikel 18

  • 1 De minister kan een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 schorsen of intrekken indien het laboratorium niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, tweede lid.

Paragraaf 6. Aanwijzing laboratoria

Artikel 19

Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad voert de ingevolge de TSE-verordening te verrichten onderzoeken op overdraagbare spongiforme encefalopathieën uit, met uitzondering van het onderzoek, bedoeld in de bijlage, onder 1, dat wordt uitgevoerd door op grond van artikel 3 erkende laboratoria.

Artikel 20

  • 1 Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad is aangewezen om de onderzoeken, bedoeld in de bijlage, onder 1 tot en met 10 en 12 tot en met 25, uit te voeren.

  • 2 De Gezondheidsdienst voor Dieren is aangewezen om de onderzoeken, bedoeld in de bijlage onder 26, 27, 28 en 29 uit te voeren.

Artikel 20a

Plant Research International BV, Business Unit Biointeracties, bijen@wur, te Wageningen voert de onderzoeken uit, te verrichten ingevolge artikel 7, vierde lid, van verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PbEU L 73).

Artikel 20b

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven, is aangewezen om het onderzoek, bedoeld in de bijlage, onder 11, uit te voeren.

Artikel 20c

Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in artikel 57, aanhef en onderdeel a, van Richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006, betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328).

Artikel 20d

Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad, wordt aangewezen als laboratorium, bedoeld in Bijlage V, onderdeel 3, van verordening (EU) nr. 139/2013 van de Europese Commissie van 7 januari 2013 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer van bepaalde vogels in de Unie en de desbetreffende quarantainevoorschriften (PbEU L 47).

Artikel 20e

Innovative Modern Agriculture IMA - Wageningen B.V. wordt aangewezen als testlaboratorium als bedoeld in hoofdstuk IV, onderdeel 1, van beschikking nr. 2006/968/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad wat betreft richtsnoeren en procedures voor de elektronische identificatie van schapen en geiten (Pb L 401).

Artikel 20f [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 20g

  • 1 Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad, is aangewezen als erkend laboratorium voor het werken met levend mond- en klauwzeervirus als bedoeld in artikel 65, onderdelen b en c, van richtlijn 2003/85/EG.

  • 2 Merial S.A.S., Lelystad Laboratory, te Lelystad, is aangewezen als erkend laboratorium voor het werken met levend mond- en klauwzeervirus voor de productie van vaccins als bedoeld in artikel 65, onderdeel c, van richtlijn 2003/85/EG.

  • 3 Het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, functioneert ten minste met inachtneming van de in bijlage XII, onder 1., van richtlijn 2003/85/EG bedoelde normen inzake bioveiligheid.

Artikel 20h

  • 1 De Gezondheidsdienst voor Dieren wordt, met ingang van 1 januari 2017, voor de duur van 6 maanden gelijkgesteld met een op grond van de onderhavige regeling erkend laboratorium, voor de in de bijlage, onder 33, genoemde testmethode.

Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21

Wageningen Bioveterinary Research, te Lelystad, en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, te Bilthoven, verstrekken de resultaten van:

uitsluitend aan de NVWA en het desbetreffende laboratorium.

Artikel 22

Erkenningen die zijn verleend op grond van de Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 3 van deze regeling.

Artikel 22a

Besluiten tot erkenning van laboratoria genomen door de voorzitter van het Productschap Pluimvee en Eieren op grond van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2011 die golden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden met ingang van 1 januari 2015 voor de duur van 18 maanden geacht te zijn genomen op grond van deze regeling, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden.

Artikel 23

[Red: Wijzigt de Regeling rundersperma.]

Artikel 24

[Red: Wijzigt de Regeling retributies VWA veterinaire en hygiënische aangelegenheden.]

Artikel 25

[Red: Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.]

Artikel 26

De Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen wordt ingetrokken.

Artikel 27

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria.

Artikel 28

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2006.

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman

Bijlage voorgeschreven testmethodes

Deze bijlage geeft per dierziekte aan wat het kader is waarbinnen de voor die dierziekte te hanteren testmethode of testmethodes wordt uitgevoerd, welke testmethodes daarvoor kunnen worden gehanteerd, wat het monstertype, oftewel de matrix, is waarop het onderzoek plaatsvindt en welk laboratorium voor de desbetreffende dierziekte het bevoegde Nationaal Referentie Laboratorium is.

Ziekte(verwekker)

Kader waarbinnen de test wordt uitgevoerd

Testmethode

Matrix

NRL

1. BSE

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Bovine spongiform encephalopathy’: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

De testen als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, onder I, onderdelen 2.1 en 2.2, bij Verordening (EG) nr. 999/2001

De testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, onderdeel 4, bij de Verordening (EG) nr. 999/2001

Rund:

hersenstam (de obex van de medulla oblongata)

2. Brucella abortus

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Brucellosis ( Brucella abortus , B. melitensis and B. suis ) (infection with B. abortus , B. melitensis and B. suis )’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations

intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG

RBT

CBR

SAT

ELISA

Rund:

bloedserum

Rund

Intracommunautair handelsverkeer:

de testen als bedoeld in bijlage C bij Richtlijn 64/432/EEG

RBT

CBR

SAT

ELISA

Screening individuele dieren:

de testen als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk II, punt 7 en 8 en bijlage C bij Richtlijn 64/432/EEG

De testen als bedoeld in artikel 13, punt 2 van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

RBT

SAT

Export derde landen

CBR

ELISA

Overig intracommunautair handelsverkeer:

De testen als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG

RBT

CBR

SAT

ELISA

Antilocapridae, Bovidae, Camelidae, Cervidae, Giraffidae, Hippopotamidae en Tragulidae:

bloedserum

3. Enzoötische bovine leukose

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Enzootic bovine leukosis’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations, intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in Bijlage B bij Richtlijn 88/407/EEG

ELISA

AGID

Rund:

bloedserum

Rund

Intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld in bijlage D bij Richtlijn 64/432/EEG

ELISA

AGID

Rund:

bloedserum

Rund

Monitoring

De testen als bedoeld in artikel 82e en 82f van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

ELISA

Rund:

bloedserum

ELISA

Rund:

tankmelk

Export naar derde landen:

Als bovenstaande testen

 

4. IBR/IPV

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Infectious bovine rhinotracheitis/infectious pustular vulvovaginitis’: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations

Intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG

BHV1-gB ELISA

Rund:

bloedserum

Rund

Intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld in beschikking 2004/558/EG

BHV1-gB ELISA en,

indien toegestaan,

BHV1-gE ELISA

Rund:

bloedserum

melkserum

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

5. BVD/MD

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Bovine viral diarrhoea’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations. Intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG

ELISA

Stier:

bloedserum

ELISA

BVDG isolatietest

BVDG Antigeen ELISA

Stier:

sperma

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

 

6. Campylobacter fetus ssp Venerealis

Voor alle hier genoemde testen:

naar oordeel van het NRL,

tenminste gelijkwaardig aan de

meest actuele versie van de

manual of diagnostic tests and

vaccines for terrestrial animals

van de OIE, hoofdstuk

‘Bovine genital

campylobacteriosis’:

http://www.oie.int/international-

standard-setting/terrestrial-

manual/access-online/

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Bovine genital campylobacteriosis’. http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

 

WBVR

Spermawinstations

Intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG

Een bacteriologisch onderzoek door middel van kweek

Stier:

spoeling van kunstvagina of praeputium;

sperma

Koe:

vaginaalslijm

Export naar derde landen:

Als bovenstaande testen

 

7. Trichomonas foetus

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Trichomonosis’: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations

Intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B bij richtlijn 88/407/EEG

Een cultureel onderzoek door middel van kweek

Stier:

spoeling praeputium; sperma;

smegma

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

 

8. Ziekte van Aujeszky

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Aujeszky’s disease (infection with Aujeszky’s disease virus)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

Voor deze optredend als NRL: WBVR

Spermawinstations

intracommunautair en nationaal handelsverkeer:

De testen als bedoeld in hoofdstuk I van bijlage B bij richtlijn 90/429/EG

ADV-gB ELISA

ADV-gE ELISA (mits dieren zijn gevaccineerd)

Varken:

bloedserum

Varken.

Intracommunautair handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage III van beschikking 2008/185/EG

ADV-gB ELISA

ADV-gE ELISA (mits dieren zijn gevaccineerd)

Aanwijzing A-bedrijf varken.

De testen als bedoeld in bijlage III van beschikking 2008/185/EG

Varken.

Monitoring:

De testen als bedoeld, in bijlage III bij beschikking 2008/185/EG

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

 

9. TSE: Genotypering van schapen

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Scrapie’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Handel en uitvoer levende dieren

De testen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 999/2001

Elke methode ter bepaling van de aminozuren op codons 136, 154, en 171 van het PrP gen van beide allelen die door het Wageningen Bioveterinary Research te Lelystad als voldoende betrouwbaar wordt beoordeeld

Schaap:

volbloed

10. Rabiës: Doelmatigheid van antirabiësvaccins

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Rabies (infection with rabies virus)‘:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

De testen als bedoeld in artikel 3 van beschikking 2000/258/EG

Serologische test onder strikte voorwaarden volgens beschikking 2000/258/EG en na beoordeling door het NRL

Hond, kat, fret:

bloedserum

11. Trichinella spiralis

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Trichinellosis (infection with Trichinella spp.)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

RIVM

De testen als bedoeld in uitvoeringsverordening (EU) 2015/1375

De referentiemethode als bedoeld in bijlage I bij uitvoeringsverordening (EG) nr. 2015/1375, met eventueel daarbij één of meer gelijkwaardige methoden als bedoeld in hoofdstuk II van bijlage I van de verordening

Equinae, suinae:

dwarsgestreepte spier

12. Afrikaanse paardenpest (APP)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘African horse sickness (infection with African horse sickness virus)

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld bijlage IV bij richtlijn 2009/156/EG

ELISA

Paard-achtigen:

bloedserum

Export naar derde landen

Als bovengenoemde testen

Paard-achtigen:

bloedserum

13. Contagieuse Equine Metritis (CEM) of Taylorella equigenitalis

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Contagious equine metritis’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams

Intracommunautair en nationaal handelsverkeer

De testen als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG

Cultureel bacteriologisch onderzoek door middel van kweek

PCR of real time PCR

Hengst:

penisschacht

urethra

fossa glandis

donormerrie:

slijmvliesoppervlak van de fossa clitoralis

clitorale sinussen

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

14. Dourine of Trypanosoma equiperdum

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk

‘Dourine ‘:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

CBR

Paard:

bloedserum

15. Surra of Trypanosoma evansi

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Trypanosoma evansi infections (including surra)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

Virusneutralisatietest

Virusisolatie

CATT

Paard:

bloedserum

Onderzoek van bloeduitstrijkje

Paard:

volbloed

16. Equine infectieuze anemie (EIA)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Equine infectious anaemia’: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld artikel 4 van richtlijn 2009/156/EG

AGID

Paard:

bloedserum

Intracommunautair handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams:

De testen als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG

AGID

ELISA

Paard:

bloedserum

Export naar derde landen:

Als bovenstaande testen

17. Salmonella abortus equi of Equine paratyphoid

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Salmonellosis ‘: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

SAT

Paardachtigen:

bloedserum

18. Equine piroplasmosis of Theilleria equi en Babesia caballi

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Equine piroplasmosis ‘: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online

   

WBVR

Export naar derde landen

IFAT

ELISA

CBR

Paard:

bloedserum

Microscopisch onderzoek van bloeduitstrijkje

Paard:

volbloed

19. Equine Rhinopneumonie (ER)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Equine rhinopneumonitis (equine herpesvirus-1 and -4)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online

   

WBVR

Export naar derde landen

Virusneutralisatietest

Virusisolatie

Paard:

bloedserum

20. Equine virale arteritis (EVA)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Equine viral arteritis (infection with equine arteritis virus)‘: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams: Intracommunautair en nationaal handelsverkeer

De testen als bedoeld in hoofdstuk II van bijlage D bij de Richtlijn 92/65/EEG

Virusneutralisatietest

Paard:

bloedserum

Bij een positieve virusneutralisatietest: PCR of real time PCR

Paard:

sperma

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

Paard:

sperma

21. Malleus of Kwade droes

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Glanders’: http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

CBR

Paard:

bloedserum

22. Venezolaanse/Eastern en Western equine encephalomyelitis (VEE/EEE/WEE)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk ‘Venezuelan equine encephalomyelitis’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

HI

CBR

PRNT

Paard:

bloedserum

23. Vesiculaire stomatitis (VS)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Vesicular stomatitis’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

ELISA

CBR

Paard:

bloedserum

24. West Nile koorts (WNF)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘West Nile fever’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export naar derde landen

IgM ELISA

Paard:

bloedserum

25. Brucella melitensis

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Brucellosis ( Brucella abortus , B. melitensis and B. suis ) (infection with B. abortus , B. melitensis and B. suis ) ‘:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld in bijlage D bij Richtlijn 92/65/EEG

RBT

CBR

Kleine herkauwer:

bloedserum

Schapen, geiten

Intracommunautair handelsverkeer

de testen als bedoeld in bijlagen A, B en C bij richtlijn 91/68/EG

Overig intracommunautair handelsverkeer

De testen als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG

RBT

CBR

Antilocapridae, Bovidae, Camelidae, Cervidae, Giraffidae en Tragulidae:

serum

 

26. NCD: De werking van vaccinatie tegen Newcastle disease

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk ‘Newcastle disease (infection with Newcastle disease virus) Newcastle disease (infection with Newcastle disease virus)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Onderzoek naar de werking van vaccinatie tegen Newcastle Disease

De testen als bedoeld in hoofdstuk 6 van bijlage III bij richtlijn 92/66/EEG

De testen als bedoeld in artikel 94e van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

Serologisch onderzoek naar de werking van vaccinatie tegen Newcastle Disease

Pluimvee:

bloedserum

27. Aviaire influenza

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk ‘Avian influenza (infection with avian influenza viruses)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Monitoring

De testen als bedoeld in artikel 86 van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

ELISA

HI

Pluimvee:

bloedserum

AGPT

Vleeskuikens:

bloedserum

28. Mycoplasma gallisepticum

Mycoplasma synoviae

Mycoplasma meleagridis

Voor alle hier genoemde testen:

naar oordeel van het NRL,

tenminste gelijkwaardig aan de

meest actuele versie van de

manual of diagnostic tests and

vaccines for terrestrial animals

van de OIE, hoofdstuk

‘Avian mycoplasmosis

(Mycoplasma gallisepticum.

M.synoviae)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

Nvt

Monitoring

De testen als bedoeld in artikel 94t, van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

SPA

HI test

ELISA

PCR

Mycoplasma gallisepticum en synoviae:

Pluimvee

bloedserum

Mycoplasma meleagridis:

Kalkoen

bloedserum

Intracommunautair handelsverkeer

Hoofdstuk III van bijlage I bij Richtlijn 2009/158

29. Salmonella arizonae

Salmonella Gallinarum, biovars gallinarum en pullorum

Voor de alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Salmonellosis’

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

Voor deze optredend als NRL: WBVR

Monitoring

De testen als bedoeld artikel 94y, van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s

Salmonella Gallinarum, biovars gallinarum en pullorum:

SPA

Salmonella arizonae: Kweek (bacteriologisch onderzoek)

Salmonella Gallinarum, biovars gallinarum en pullorum:

Pluimvee

bloedserum

Salmonella arizonae:

Kalkoen

mest

Intracommunautair handelsverkeer

Hoofdstuk III van bijlage I bij Richtlijn 2009/158

30. Zoönotische Salmonella, waaronder:

Salmonella Enteritidis

Salmonella Typhimurium inclusief monofasische Salmonella typhimurium met de antigene formule 1,4,[5], 12:i:-

Salmonella Hadar

Salmonella Infantis

Salmonella Virchow

Salmonella Paratyphi B var. Java

Voor alle testen:

de testen als bedoeld in:

verordening (EG) nr. 2160/2003

verordening (EU) nr. 200/2010

verordening (EU) nr. 517/2011

verordening (EU) nr. 200/2012

verordening (EU) nr. 1190/2012

De testen als bedoeld in artikelen 98b tot en met 98f van de regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's

Detectie van Salmonella (grensreactie / MSRV) in monsters van de primaire productie wordt uitgevoerd overeenkomstig de recentste versie van norm NEN-EN-ISO 6579

Pluimvee

producten als mest, dons, ei

Omgevingsmonsters

RIVM

Serotypering wordt aan de hand van het Kaufmann-White-LeMinor schema uitgevoerd overeenkomstig de recentste versie van norm NPR-CEN-ISO/TR 6579-3

Pluimvee

Salmonella isolaten

Het gebruik van alternatieve testmethoden in de plaats van de referentiemethode (NEN-EN-ISO 6579) is alleen toegestaan wanneer deze alternatieve testmethoden door het daarvoor aangewezen instituut zijn gevalideerd en gecertificeerd overeenkomstig de recentste versie van norm NEN-EN-ISO 16140

31. Blauwtong

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Bluetongue (infection with bluetongue virus)‘:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Monitoring rund

De testen als bedoeld in bijlage 1 bij Verordening (EG) nr. 1266/2007

ELISA

Rund:

bloedserum

Intracommunautair handelsverkeer en export gevoelige dieren en sperma, eicellen, embryo’s naar derde landen

De testen als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1266/2007

PCR

Gevoelige dieren:

volbloed

ELISA

Gevoelige dieren:

bloedserum

32. Brucella suis

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk’ Brucellosis ( Brucella abortus , B. melitensis and B. suis ) (infection with B. abortus , B. melitensis and B. suis )’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Spermawinstations varken

Intracommunautair handelsverkeer:

De testen als bedoeld in bijlage B, hoofdstuk 1, bij richtlijn 90/429/EG

RBT

ELISA

Varken:

bloedserum

Varken

Monitoring

De testen als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 64/432/EEG

RBT

CBR

SAT

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

Overig intracommunautair handelsverkeer:

De testen als bedoeld in artikel 6 van richtlijn 92/65/EEG

RBT

CBR

SAT

Cervidae, Leporidae, Ovibos moschatus, Suidae en Tayassuidae:

bloedserum

33. Q-koorts (Coxiella burnetii)

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE hoofdstuk ‘Q fever’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

Voor deze optredend als NRL: WBVR

Monitoring:

artikel 5.1.4 van de regeling tijdelijke maatregelen dierziekten

PCR

Kleine herkauwers:

tankmelk

Export naar derde landen

Als bovenstaande testen

 

34. Schmallenberg

Export naar derde landen

PCR

Herkauwer:

sperma

volbloed

bloedserum

Voor deze optredend als NRL: WBVR

ELISA

Herkauwer:

bloedserum

35. Brucella ovis

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Ovine epididymitis ( Brucella ovis )’ http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Intracommunautair handelsverkeer spermacentra, spermaopslagcentra, embryoteams en embryoproductieteams:

De testen als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 92/65/EEG

CBR

Ram:

bloedserum

Intracommunautair handelsverkeer schapen, geiten:

De testen als bedoeld in bijlage D bij richtlijn 91/68/EG

CBR

Ram:

bloedserum

Export derde landen

Als bovenstaande testen

 

Overig intracommunautair handelsverkeer:

De testen als bedoeld in artikel 6 van de richtlijn 92/65/EEG

CBR

Camelidae, Tragulidae, Cervidae, Giraffidae, Bovidae en Antilocapridae:

bloedserum

36. Mycobacterium paratuberculose

Voor alle hier genoemde testen: naar oordeel van het NRL, tenminste gelijkwaardig aan de meest actuele versie van de manual of diagnostic tests and vaccines for terrestrial animals van de OIE, hoofdstuk ‘Paratuberculosis (Johne’s disease)’:

http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-manual/access-online/

   

WBVR

Export derde landen

ELISA

CBR

Herkauwers:

bloedserum