Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 03-02-2006 t/m 31-12-2008

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 29 januari 2006, nr. WJZ 6007061, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van innovatieprogramma’s (Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en toepassingsbereik [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. innovatieproject: een samenhangend geheel van activiteiten, dat is gericht op innovatie voor Nederland en een bijdrage kan leveren aan duurzame economische groei in Nederland;

  • c. ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • d. MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;

  • e. kennisinstelling:

  • f. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • overwegende zeggenschap heeft over

      een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • g. innovatie-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden partijen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een innovatieproject;

  • h. fundamenteel onderzoek: de uitbreiding van de algemene wetenschappelijke en technische kennis, zonder industriële of commerciële doelstellingen;

  • i. industrieel onderzoek: onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren;

  • j. preconcurrentiële ontwikkeling: het omzetten van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, processen of diensten.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Bepalingen uit deze regeling kunnen van toepassing worden verklaard op subsidies die de minister verstrekt voor de uitvoering van een innovatieproject.

Hoofdstuk 2. Hoogte subsidie, subsidiabele kosten en adviescommissie [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt:

    • a. 75 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;

    • b. 50 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • c. 25 procent van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op preconcurrentiële ontwikkeling.

  • 2 Indien de kosten betrekking hebben op een combinatie van de kosten, bedoeld in het eerste lid, dan bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van deze percentages.

  • 3 De percentages, genoemd in het eerste lid, onder b en c, worden verhoogd met

    10 procentpunten, indien subsidie wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer.

  • 4 Bij ministeriële regeling wordt een maximaal subsidiebedrag per innovatieproject bepaald.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan de in artikel 3, eerste tot en met derde lid, genoemde percentages van de subsidiabele kosten.

  • 2 Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie vertrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan de in artikel 3, eerste lid, genoemde percentages van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat de in artikel 3, eerste lid, genoemde percentages worden verhoogd met 25 procentpunten.

  • 3 Indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 3, vierde lid.

  • 4 Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover de in die leden bedoelde verstrekte subsidie geldmiddelen betreffen die een minister onder door hem gestelde voorschriften ter beschikking stelt als bijdrage in de exploitatie- en investeringskosten die een kennisinstelling maakt.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als subsidiabele kosten van een innovatieproject worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. het aantal na de indiening van de aanvraag door direct bij het innovatieproject betrokken personeel gemaakte uren, vermenigvuldigd met het in het tweede lid bedoelde integrale uurtarief dat de subsidie-ontvanger hanteert voor dat personeel, dan wel met het in het derde lid bedoelde tarief;

    • b. de specifiek ten behoeve van het project gemaakte kosten voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief.

  • 2 De subsidie-ontvanger berekent het integrale uurtarief op basis van een binnen zijn organisatie gebruikelijke en controleerbare methodiek, die is gebaseerd op bedrijfseconomisch en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Het integrale uurtarief is samengesteld uit de directe personeelskosten en de indirecte kosten. Het integrale uurtarief betreft uitsluitend de kosten uit de gewone bedrijfsuitoefening en bevat geen winstopslag.

  • 3 Indien de subsidie-ontvanger geen integraal uurtarief hanteert, dan wordt op diens verzoek dit tarief vervangen door een vast uurtarief van € 35.

  • 4 De in het eerste lid, onder b, bedoelde kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt. Eventuele restwaarde van speciaal voor het project aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

  • 5 Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.

  • 6 De kosten als bedoeld in het eerste lid, onder b, die vergoed kunnen worden op grond van dit artikel worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen om subsidie voor innovatieprojecten kan een tijdelijke adviescommissie worden ingesteld.

  • 2 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

  • 3 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd. Ze zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 4 De commissie stelt haar werkwijze schriftelijk vast.

  • 5 Een lid van de commissie en een door de commissie ingeschakelde deskundige nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien zij een persoonlijk belang hebben bij de beschikking op de aanvraag.

  • 6 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 7 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

  • 10 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister, maar ten minste elk vierde jaar, stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Hoofdstuk 3. Procedure algemeen [Vervallen per 01-01-2009]

Titel 3.1. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Afdeling 3.1.1. Aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan met vermelding van de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het innovatieproject en een begroting van de kosten.

  • 3 Indien een aanvraag wordt ingediend door ondernemers die deel uitmaken van een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap, wordt de aanvraag op naam van die onderneming ingediend en afgehandeld.

Afdeling 3.1.2. Beslissing op de aanvraag per verdelingsmechanisme [Vervallen per 01-01-2009]

§ 3.1.2.1. Verdeling op volgorde van binnenkomst [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, dan geldt de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.

  • 2 Ingeval de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt aanvragen gelijktijdig ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister stelt een beleidsregel vast voor de verdeling van de vouchers.

  • 2 Degenen die een voucher ontvangen, kunnen deze inleveren bij een derde.

  • 3 Indien deze derde aan de bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden voldoet, geeft de voucher aan deze derde aanspraak op een subsidie.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

§ 3.1.2.2. Verdeling door middel van een tendersysteem [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op de in een vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister rangschikt de aanvragen zodanig, dat een innovatieproject hoger gerangschikt wordt naar mate het meer voldoet aan de criteria op basis waarvan de onderlinge rangschikking wordt bepaald.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na de laatste dag van de voor de tender vastgestelde periode om aanvragen in te dienen.

Afdeling 3.1.3. Afwijzingsgronden [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan de hiervoor geldende regelgeving;

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen het innovatieproject kunnen financieren;

  • c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het innovatieproject binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde termijn kan worden voltooid;

  • d. aannemelijk is, dat het innovatieproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;

  • e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het innovatieproject;

  • f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het innovatieproject naar behoren uit te voeren;

  • g. van het innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

Titel 3.2. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het eerste voorschot ambtshalve

    verstrekt bij de subsidieverlening aan een MKB-ondernemer, met dien verstande dat dit voorschot 25 procent bedraagt van het bij de subsidieverlening voor de betreffende MKB-ondernemer vermelde maximale subsidiebedrag.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een verzoek om een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.

  • 2 Bij het verzoek om voorschot wordt een overzicht gevoegd van de in de betreffende periode gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

Titel 3.3. Vaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend binnen dertien weken na het tijdstip waarop het innovatieproject overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening, dan wel overeenkomstig de ontheffing van het voltooien op het bij subsidieverlening bepaalde tijdstip, moet zijn voltooid.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.

  • 3 Bij de aanvraag wordt een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het innovatieproject gevoegd en een financiële verantwoording.

  • 4 Indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 50.000 of meer bedraagt, wordt bij de aanvraag om subsidievaststelling een accountantsverklaring gevoegd die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Titel 3.4. Innovatie-samenwerkingsverbanden [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien sprake is van een innovatie-samenwerkingsverband, wijst dit samenwerkingsverband één deelnemer aan als penvoerder.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien subsidie wordt verstrekt voor een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een innovatie-samenwerkingsverband, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien de subsidie-ontvangers in een innovatie-samenwerkingsverband verplicht zijn tot terugbetaling van de subsidie, is elke deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde subsidiabele kosten aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie.

Hoofdstuk 4. Procedure bij subsidie in de vorm van krediet en in de vorm van garantie [Vervallen per 01-01-2009]

Titel 4.1. Procedure bij subsidie in de vorm van krediet [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien ontheffing is verleend op basis van artikel 28, derde lid, kan de minister op aanvraag van de subsidie-ontvanger het bedrag van een eerder voor een innovatieproject verleende subsidie verhogen tot maximaal het bedrag dat voor dat innovatieproject kan worden verkregen.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt volgens eenzelfde procedure en volgens dezelfde criteria behandeld als een eerste aanvraag om subsidie voor een innovatieproject.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op een subsidie in de vorm van een krediet waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Het eerste voorschot wordt ambtshalve verstrekt bij de beschikking tot subsidieverlening. Dit voorschot wordt verstrekt naar rato van de begrote subsidiabele kosten tot de eerste tussenrapportage, maar bedraagt ten hoogste 50 procent van het bij de subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.

  • 3 De volgende voorschotten worden verstrekt naar rato van de begrote subsidiabele kosten voor de periode tot de volgende rapportage, waarbij rekening wordt gehouden met eerdere voorschotten en eerdere gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag om volgende voorschotten wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een tussenrapportage.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken.

Titel 4.2. Procedure bij subsidie in de vorm van garantie [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verbindt aan de subsidie in de vorm van garantie de opschortende voorwaarde dat een bij ministeriële regeling bepaalde gebeurtenis zich voordoet.

  • 2 Indien de subsidie-ontvanger niet binnen een bij ministeriële regeling bepaalde termijn aantoont dat aan de voorwaarde is voldaan, is sprake van een afwijzingsbeschikking.

Hoofdstuk 5. Verplichtingen voor de subsidie-ontvanger algemeen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert het innovatieproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

  • 3 De minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het innovatieproject op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan die ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

    • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

    • b. het aantal uren dat per werknemer is besteed aan het innovatieproject;

    • c. de berekening en samenstelling van het integrale uurtarief en de specifiek ten behoeve van het project gemaakte en betaalde kosten voor zover deze niet zijn opgenomen in het integrale uurtarief.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

  • 3 De administratie wordt tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie bewaard.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien de periode van uitvoering van een innovatieproject blijkens het projectplan meer dan 18 maanden in beslag neemt, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages. Deze verplichting geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

  • 2 Op grond van een tussenrapportage kan de minister besluiten de beschikking tot subsidieverlening ten nadele van de subsidie-ontvanger te wijzigen en vervolgens de subsidie ambtshalve vast te stellen indien:

    • a. het innovatieproject niet, of met aanzienlijke vertraging, zal worden voltooid, of

    • b. het resultaat van het innovatieproject naar verwachting niet, of in hoge mate niet meer zal voldoen aan hetgeen met het innovatieproject werd beoogd op het moment van de subsidieverlening.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde innovatieproject, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende 5 jaren na de dag waarop subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger draagt zorg voor een verantwoord gebruik van de uit het innovatieproject voortvloeiende resultaten, waaronder mede begrepen intellectueel eigendom, die zijn opgedaan uit hoofde van het innovatieproject.

  • 2 De subsidie-ontvanger draagt zorg voor de exploitatie van resultaten overeenkomstig de subsidieaanvraag.

  • 3 De subsidie-ontvanger draagt zorg voor de bescherming van octrooieerbare kennis.

  • 4 Indien kennis en andere resultaten aan derden worden overgedragen, dan vindt dit plaats op basis van marktconforme voorwaarden.

  • 5 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid tot en met het vierde lid, gelden gedurende 5 jaren na de dag waarop subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan bij de subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

Hoofdstuk 6. Verplichtingen voor de subsidie-ontvanger bij subsidie in de vorm van krediet [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger betaalt de verstrekte subsidie terug aan de minister.

  • 2 Bij de beschikking tot subsidieverlening bepaalt de minister wanneer uiterlijk welk deel van de verstrekte subsidie wordt terugbetaald.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger kan de minister totdat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie terug te betalen.

  • 2 De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend indien een ontheffing is verleend voor het vertragen, essentieel wijzigen of stopzetten van het innovatieproject in verband met onoverkomelijke problemen of het verloren gaan van het marktperspectief.

  • 3 De subsidie-ontvanger kan de minister nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie terug te betalen of terug te betalen volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde schema.

  • 4 De ontheffing, bedoeld in het derde lid, kan worden verleend indien de verplichting tot terugbetaling leidt tot zodanige financiële problemen voor de subsidie-ontvanger dat het voortbestaan van zijn onderneming in gevaar komt.

  • 5 Aan de ontheffingen, bedoeld in het eerste en derde lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2009]

Bij de subsidieverlening wordt de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de gerealiseerde kosten ten opzichte van de bij de subsidieverlening vermelde begroting.

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister kan bij de subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

  • 2 De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de zekerheidsstelling voor de terugbetaling van de verstrekte subsidie.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 januari 2006

De

Minister

van Economische Zaken,

L.J. Brinkhorst