Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregel recreatief medegebruik van defensieterreinen

Geldend van 21-12-2005 t/m heden

Beleidsregel recreatief medegebruik van defensieterreinen

Inhoud

  • 1. Inleiding

  • 2. Functie defensieterreinen

  • 3. Huidig recreatief medegebruik van defensieterreinen

  • 4. Beleid met betrekking tot recreatief medegebruik van defensieterreinen

  • Toelichting

  • 5. Vormen van recreatief medegebruik van defensieterreinen

  • 6. Toepassing van het beleid met betrekking tot recreatief medegebruik van defensieterreinen

  • 7. Procedure vergund recreatief medegebruik

  • 8. Consequenties

  • 9. Evaluatie en kennisgeving

1. Inleiding

In Nederland wonen veel mensen op een klein oppervlak. De ruimte is schaars en deze wordt dan ook veelal multifunctioneel gebruikt. Zo ook bij Defensie. Defensieterreinen in Nederland beslaan bij elkaar ongeveer 27.000 hectare. De primaire functie van deze terreinen is militair gebruik. Daarnaast worden andere functies nagestreefd, zoals natuur en recreatie. Zolang het militair gebruik niet ernstig belemmerd wordt, ziet Defensie het als haar verantwoordelijkheid om deze nevenfuncties zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen.

De afgelopen 10 jaar is veel aandacht uitgegaan naar de natuur. Natuur wordt beschouwd als de belangrijkste nevenfunctie van defensieterreinen en Defensie sluit met haar natuurbeleid nauw aan bij het natuurbeleid van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De in 2000 verschenen natuurbeleidsnota van het Ministerie van LNV heet ‘Natuur voor mensen, mensen voor natuur’. ‘Mensen voor natuur’ betekent dat natuur door mensen beschermd, beheerd, bewerkt en ontwikkeld wordt. Met ‘natuur voor mensen’ wordt bedoeld dat natuur goed moet aansluiten bij de wensen van mensen en goed bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar moet zijn. Met andere woorden: de natuur is er ook om in te recreëren.

In de Defensie Milieubeleidsnota 2004 (DMB 2004) is gesteld dat Defensie met de omliggende terreinbeheerders gezamenlijke afspraken maakt over een betere afstemming van het natuurbeheer. Dit zal in de toekomst ook gelden voor beheer gericht op recreatie (zoals toezicht e.d.). In het Structuurschema Groene Ruimte (1995) staat dat recreatief medegebruik van militaire terreinen zoveel mogelijk wordt bevorderd. Dit wordt ook beschreven in het Tweede Structuurschema Militaire terreinen (SMT2). Verder wordt er in het SMT2 geconstateerd dat militaire terreinen veelal drie functies hebben: defensieterrein, natuurterrein en recreatiegebied. Hierbij wordt gesteld dat de natuurwaarden op de terreinen alleen extensieve vormen van recreatie verdragen. En het is geen taak van Defensie om recreatieve voorzieningen te verschaffen. In het SMT2 wordt tevens vermeld dat een en ander zijn weerslag zal vinden in de te verschijnen beleidsvisie ‘Recreatief medegebruik op defensieterreinen’.

Om milieu en natuur op defensieterreinen goed te waarborgen is het noodzakelijk om op het gebied van recreatie het beleid vast te leggen. Tot op heden is het beleid op dit gebied niet opgesteld. Het doel van een helder beleid is tweeledig: enerzijds het reguleren en in goede banen leiden van het recreatief medegebruik in relatie tot militair gebruik, milieu en natuur; anderzijds duidelijkheid verschaffen voor alle hierbij betrokkenen, zowel intern Defensie als de recreatief medegebruiker van buiten Defensie. In deze nota wordt het beleid inzake recreatief medegebruik van defensieterreinen vastgelegd en is van toepassing op alle defensieterreinen.

Behoefte aan recreatie

De recreatieve behoefte neemt in Nederland steeds verder toe. In de loop der jaren is het recreatieve gebruik van bos- en natuurgebieden in ons land sterk uitgebreid. Dat geldt ook voor de terreinen van Defensie die zijn opengesteld voor het publiek. Maar ook op de niet voor het publiek toegankelijke defensieterreinen vindt recreatief medegebruik plaats.

Defensie en de Natuurbeschermingswet

Een belangrijk deel van de defensieterreinen valt onder de beschermende werking van de Natuurbeschermingswet. Het betreft hier in met name de terreinen die zijn aangewezen als Habitat- of Vogelrichtlijngebied.

De aanwijzing van deze gebieden heeft onder meer tot gevolg dat plannen moeten worden gemaakt voor het beheer van de terreinen. Bij de afweging over recreatief medegebruik zullen de gevolgen van de Natuurbeschermingswet ook in beschouwing moeten worden meegenomen.

Het denken over ruimtelijke ordening, milieu en natuur is veranderd. De vastlegging hiervan in wet- en regelgeving is de afgelopen vijftien jaar sterk toegenomen. Deze zaken hebben niet alleen hun weerslag op het militaire gebruik van defensieterreinen maar ook op het recreatief medegebruik. De uitvoering van het in deze nota vastgelegde beleid zal er toe leiden dat bepaalde vormen van medegebruik moeten worden beëindigd en het dan ook een aanscherping is van het tot nu toe gevoerde beleid.

2. Functie defensieterreinen

Defensieterreinen multifunctioneel

De hoofdfunctie op defensieterreinen is het militair gebruik, andere functies zijn daaraan ondergeschikt. Tegelijkertijd biedt Defensie het publiek graag de mogelijkheid de defensieterreinen in te gaan en daar te genieten van de natuur en het landschap. In de praktijk blijkt militair gebruik vaak goed te combineren met natuur en landschap. Defensie wil natuur en landschap veiligstellen en beschermen en kansen bieden aan natuurontwikkeling (Defensie Milieubeleidsnota 2004 en het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen). De recreatiedoelstellingen van Defensie zijn dienstbaar aan haar natuurdoelstellingen. Dat wil zeggen dat de natuurgebieden bezocht mogen worden, maar dat de aanwezige natuurwaarden daar niet onder mogen lijden. Dit geldt ook voor het recreatief medegebruik op niet voor het publiek toegankelijke defensieterreinen.

3. Huidig recreatief medegebruik van defensieterreinen

Thans worden drie vormen van medegebruik op defensieterreinen onderscheiden:

1. Recreatief medegebruik onder openstellingregels

Opengesteld zijn alle oefenterreinen van Defensie met enkele uitzonderingen. De Leusderheide is in verband met de aanwezigheid van ongesprongen explosieven uit WOII niet opengesteld. In verband met het intensief oefenen met zwaar materieel zijn eveneens niet opengesteld De Wezeperberg, De Kamp in Vught en op werkdagen de Vlasakkers bij Amersfoort. Schietterreinen zijn om veiligheidsredenen niet opengesteld en ook de vliegbases en -kampen zijn niet opengesteld.

De voor recreatief medegebruik opengestelde terreinen zijn voorzien van bebording, waarop de voorwaarden van toegang zijn aangegeven. In algemene zin zijn deze voorwaarden als volgt ingevuld:

  • 1. wandelen en fietsen slechts toegestaan op wegen en paden;

  • 2. geen loslopende honden;

  • 3. gebruik van motorvoertuigen is verboden;

  • 4. geen toegang van zonsondergang tot zonsopgang.

Per terrein worden deze voorwaarden aangevuld, bij voorbeeld voor mountainbike- en ruiterroutes.

2. Vergund medegebruik

Dit betreft medegebruik door particulieren, clubs of verenigingen met speciale toestemming, zowel op opengestelde defensieterreinen als terreinen die zijn afgesloten voor het publiek. Het betreft incidenteel medegebruik (kampementen, trimlopen, hondentraining, parkeerruimte bij evenementen e.d.) en structureel medegebruik (bijen houden, zweefvliegen door clubs, het vliegen met modelvliegtuigjes e.d.). Voor dit gebruik worden de privaatrechtelijke vergunningen verleend door tussenkomst van de Dienst der Domeinen. De eventueel noodzakelijke publiekrechtelijke vergunningen, bijvoorbeeld ontheffing op grond van de Luchtvaartwet, moeten door Defensie zelf worden verleend.

3. Incidentele excursies

Het betreft hier vaak wetenschappelijke excursies, gericht op specifieke waarden, zoals paddestoelen, orchideeën, archeologische waarden enzovoorts op zowel opengestelde als gesloten terreinen, buiten de bestaande wegen en paden.

4. Beleid met betrekking tot recreatief medegebruik van defensieterreinen

1. Algemeen

Recreatief medegebruik is uitsluitend toegestaan indien het niet belemmerend is voor het militaire gebruik.

Op defensieterreinen zullen geen activiteiten van derden worden toegestaan die maatschappelijk ter discussie staan en/of overlast, in het bijzonder door geluid, veroorzaken. Voor zover dergelijke activiteiten nog aanwezig zijn, zullen deze zo spoedig mogelijk worden beëindigd.

Recreatief medegebruik van defensieterreinen is uitsluitend toegestaan binnen de kaders van het Defensie Beveiligingsbeleid. De commandanten van de defensieonderdelen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de beveiliging, de lagere commandant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beveiliging binnen zijn eenheid. Concreet betekent het dat recreatief medegebruik uitsluitend is toegestaan indien dit geen risico’s oplevert ten aanzien van de beveiliging. Ook is in dat kader het recreatieve medegebruik van defensieterreinen onderworpen aan de vigerende regelgeving met betrekking tot toegang tot militaire objecten. Aangezien het in deze nota beschreven beleid een globaal karakter heeft, zullen de beveiligingsaspecten op objectniveau lokaal verder uitgewerkt moeten worden.

De toestemming voor recreatief medegebruik van defensieterreinen kan zonder nadere aankondiging worden ingetrokken indien de veiligheidssituatie hiertoe aanleiding geeft.

Defensie is niet aansprakelijk voor persoonlijk letsel en schade aan persoonlijke eigendommen opgelopen bij het recreatief medegebruik. Schade aan staatseigendommen, waaronder natuurschade ten gevolge van recreatief medegebruik, wordt op de veroorzaker(s) verhaald.

2. Natuurgericht recreatief medegebruik

Veel defensieterreinen behoren tot het natuurlijk erfgoed van ons land en natuurbeheer is een belangrijke verantwoordelijkheid van Defensie. Vanuit deze positie richt Defensie zich op die vormen van recreatie, waarin natuur- en/of landschapsbeleving centraal staan. Omdat wandelen hiertoe de meeste mogelijkheden biedt, heeft het wandelen voorrang boven andere recreatievormen. In de grotere terreinen zijn ook andere recreatievormen mogelijk die zich richten op natuur- en/of landschapsbeleving, dit betreft met name fietsen en paardrijden.

3. Niet natuurgericht recreatief medegebruik

Niet natuurgericht recreatief medegebruik wordt niet toegestaan, tenzij het voldoet aan de volgende drie randvoorwaarden:

  • Niet schadelijk voor de natuur en of het milieu;

  • Niet schadelijk of hinderlijk voor het natuurgericht recreatief medegebruik;

  • Geen alternatieven in de omgeving beschikbaar.

Onder niet natuurgericht medegebruik vallen o.a. rijden met mountainbikes buiten wegen en paden, motor- en autosport.

4. Oogsten uit de natuur

Recreatief medegebruik dat is gericht op het oogsten uit de natuur, zoals jacht, sportvissen of het plaatsen van bijenkasten, wordt beperkt toegestaan. Er wordt alleen toestemming verleend indien dit voldoet aan de randvoorwaarden behorende bij ‘niet natuurgericht recreatief medegebruik’.

Toelichting

5. Vormen van recreatief medegebruik van defensieterreinen

Op basis van het beleid met betrekking tot het recreatief medegebruik zijn de mogelijkheden en beperkingen voor de verschillende vormen van recreatief als volgt:

Wandelen

Wandelend kunnen we natuur en landschap optimaal beleven. De voor publiek opengestelde natuurgebieden bij Defensie zullen zo ingericht worden dat de belangrijkste natuur- en landschapsaspecten van het gebied beleefbaar zijn. Uitgangspunt moet zijn dat buiten de paden niet veel anders te zien is dan vanaf de paden, zodat het onaantrekkelijk wordt om van de paden af te wijken. Ter ondersteuning van de recreatiezonering van natuurgebieden zullen meer dan tot nu toe wandelroutes op defensieterreinen worden aangeboden. Tevens werkt Defensie mee aan de realisatie van regionale wandelroutes, bijvoorbeeld lange afstandswandelpaden.

Honden

Veel bezoekers van defensieterreinen nemen hun hond(en) mee. Over het algemeen zijn bezoekers met honden welkom op defensieterreinen, mits de honden aangelijnd zijn. In gebieden met een bijzondere, kwetsbare fauna (grondbroeders, reptielen) zijn geen honden toegestaan. Niet-militaire en particuliere hondentrainingsactiviteiten zullen worden beëindigd. Aanvragen van politie en van officieel geregistreerde reddingshondenverenigingen zullen slechts worden gehonoreerd op door afrastering afgesloten terreinen. Op defensieterreinen waar diensthonden aanwezig zijn, is dit medegebruik, ook op de hondentrainingsfaciliteiten, niet toegestaan vanwege het risico van overdragen van besmettelijke ziekten op de diensthonden.

Fietsen

Defensie biedt ruimte aan fietsers op de voor publiek opengestelde oefenterreinen. Het fietsen wordt alleen toegestaan op verharde wegen en paden en op onverharde paden die deel uitmaken van een gemarkeerde fietsroute. Een bijzondere vorm van fietsen is het mountainbiking, waarbij behoefte bestaat aan smalle, onverharde paden in een geaccidenteerd terrein. Dat is echter alleen toegestaan op de daarvoor aangeduide wegen en paden. Op de grotere defensieterreinen kan worden meegewerkt aan de aanleg van een mountainbike-route, mits deze route deel uit maakt van een met gemeentelijke en of provinciale overheden overeengekomen regionale route. Mountainbike-verenigingen zullen betrokken worden bij de aanleg en het onderhoud van de route.

Paardrijden

Het rijden met paarden wordt alleen toegestaan op de daarvoor aangegeven paden (dus geen cross-country), die deel uitmaken van lokale of regionale ruiterroutes. Maneges en ruiterverenigingen zullen betrokken worden bij de aanleg en het onderhoud van de routes.

Motor- en autosport

Defensie biedt geen ruimte aan deze vormen van sport- en recreatie en bouwt bestaande situaties versneld af.

Waterrecreatie

De meeste defensieterreinen liggen op de droge zandgronden. Water is op defensieterreinen zeer beperkt aanwezig en dan veelal in de vorm van beekjes en vennetjes. In verband met de doorgaans kwetsbare vegetatie en fauna hierin, zijn activiteiten zoals sportvissen, zwemmen, roeien of kanoën hier niet toegestaan. Het huidig recreatief medegebruik van de marinehaven in Den Helder blijft gehandhaafd.

Sport en spel

Individuele vormen van sport en spel, die geen overlast bezorgen aan het militair gebruik en geen nadelig effect op de natuur- en milieuwaarden hebben, zullen op defensieterreinen worden toegestaan. Het betreft hier met name activiteiten op wegen en paden, die lichamelijke training beogen zoals trimmen, hardlopen en langlaufen, zowel op voor het publiek opengestelde terreinen als door militairen op terreinen die zijn afgesloten voor het publiek.

Voor sport- en spelactiviteiten in een georganiseerd verband (veldlopen, wandel- en fietsvierdaagsen, nachtelijke droppings e.d.), is binnen de voor publiek opengestelde terreinen beperkt ruimte. Echter dit is medegebruik dat niet valt onder de algemene openstellingvoorwaarden en dient te worden aangevraagd. Ook voor activiteiten die buiten de wegen en paden plaatsvinden is altijd vergunning benodigd.

Recreatieve voorzieningen worden zo min mogelijk op militaire terreinen aangelegd en dan nog alleen indien geen conflicten met militair gebruik, vliegveiligheid of natuurwaarden optreden. De aanleg van een golfbaan op defensieterrein wordt niet toegestaan. De bestaande golfbaan op MVK de Kooy blijft gehandhaafd.

Op de meeste kazernes zijn sportfaciliteiten aanwezig. In kleine plaatsen is dit een welkome aanvulling op de beschikbare publieke sportfaciliteiten. Het belang voor het plaatselijke sportleven is dan ook groot. Defensie zet het beleid voort dat burgersportverenigingen, onder voorwaarden, gebruik kunnen maken van de aanwezige sportfaciliteiten op de kazernes.

Verblijfsrecreatie

Defensie heeft geen voorzieningen voor verblijfsrecreatie op haar terreinen. Recreatief kamperen is niet toegestaan. Wel zijn enkele terreindelen verhuurd voor verblijfsrecreatie aan derden. Voor het incidenteel opslaan van kampementen van verenigingen, scouting e.d. is toestemming nodig.

Zweefvliegen

Op alle militaire vliegvelden staat Defensie het recreatief medegebruik door bij de KNVvL aangesloten zweefvliegclubs toe. Defensie creëert met behulp van een aangepast maaibeheer strips met korter gras ten behoeve van de zweefvliegers. In verband met vliegveiligheid (vogels) en lagere natuurwaarden zal per vliegveld maximaal 1 zweefvliegstrip worden gerealiseerd en zal deze strip geen grotere afmetingen krijgen dan minimaal vereist vanuit de veiligheidseisen voor zweefvliegtuigen.

Modelvliegen

Modelvliegen vindt plaats op een aantal vliegvelden. Nieuwe voorzieningen en uitbreidingen van bestaande mogelijkheden voor modelvliegen op defensieterreinen zijn niet toegestaan.

Gemotoriseerde vliegsport

Recreatief gemotoriseerde vliegsport vindt voornamelijk plaats op de vliegvelden Eindhoven, Gilze-Rijen, Twenthe en De Kooy. Nieuwe voorzieningen en uitbreidingen van bestaande mogelijkheden voor gemotoriseerde vliegsport op defensieterreinen zijn niet toegestaan. Het gebruik van het vliegveld Gilze-Rijen door de Stichting KLu Historische Vlucht valt formeel onder de noemer militaire luchtvaart.

Bijen

Het plaatsen van bijenkasten (of -⁠korven) op massaal bloeiende vegetaties, zoals heide, komt veel voor op defensieterreinen. Dit kan echter negatieve gevolgen voor natuurwaarden met zich meebrengen, gezien de concurrentie tussen gekweekte bijenrassen en inheemse wilde bijen. Richtlijnen van het ExpertiseCentrum Landbouw, Natuurbeheer en Visserij adviseren daarom een aantal van maximaal 4 bijenkasten per 100 hectare. Defensie zal het aantal bijenkasten op haar terreinen beperken tot dit aantal.

Jacht

Ten aanzien van de jacht handelt Defensie overeenkomstig de nieuwe Flora- en faunawet. Het jachtbeleid op en rondom vliegbases en vliegkampen zal mede zijn afgestemd op vigerende regelgeving inzake de vliegveiligheid (vogelaanvaringen) en dient te worden uitgewerkt in de regionale faunabeheersplannen.

Spotters van militaire activiteiten

Deze mensen komen niet naar militaire terreinen vanwege de natuurwaarden, maar om te kijken naar verschillende militaire activiteiten (zoals vliegen). Ten behoeve van deze vorm van recreatie heeft Defensie bij de meeste vliegbases spotplaatsen aangelegd. Deze liggen buiten de afrastering van de vliegbases.

6. Toepassing van het beleid met betrekking tot recreatief medegebruik van defensieterreinen

Bij de toepassing van het beleid zullen de volgende thema’s bijzondere aandacht krijgen:

1. Sterkere zonering van recreatie

Vanwege de verwachte toename van het recreatief medegebruik, zal sterker dan tot nu toe het geval is een zonering aangebracht moeten worden, teneinde sturing te geven aan de gebruiksintensiteit van gedeelten van het terrein. Dit kan bijvoorbeeld door afsluitende maatregelen voor bepaalde gebieden of door aanleg van omleidende routes.

2. Toename samenwerking met andere terreinbeheerders

Defensie zal in toenemende mate samenwerken met en het beleid afstemmen op naastgelegen terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer. Defensie staat positief tegenover het tot stand brengen van regionale recreatieplannen. In overleg met provincie en gemeenten kunnen o.a. fiets-, mountainbike- en ruiterroutes of lange afstandswandelpaden op bestaande wegen en paden op defensieterreinen worden gesitueerd.

3. Maatregelen ter ondersteuning van handhaving

Defensie zal in toenemende mate maatregelen moeten treffen om de recreant te informeren over de openstellingregels van de defensieterreinen. Dit betreft dan publieksvriendelijke openstellingborden bij de toegangen van de opengestelde defensieterreinen en in een beperkt aantal situaties wellicht informatiepanelen bij de hoofdingang van terreinen. Maar ook het in stand houden van afsluitende maatregelen. Het moet voor de recreant duidelijk zijn wat de regels zijn bij het betreden van de defensieterreinen, op grond daarvan is handhaving mogelijk. Met bebording met een herkenbare identiteit van Defensie kan tevens worden bereikt dat de recreant beseft dat hij of zij een defensieterrein bezoekt. Dit kan wellicht bijdragen aan het kweken van een beter begrip bij de recreant en een duidelijkere profilering van Defensie als gebruiker en beheerder van natuur en landschap bij het grote publiek.

4. Voldoende handhaving

Defensie zal bij de verwachte toename van het recreatief medegebruik meer toezicht en handhaving op de opengestelde defensieterreinen moeten verrichten. De belangrijkste aandachtspunten hierbij zijn het voorkomen van verstoring van oefeningen, het voorkomen van schade en het voorkomen van het ontstaan van strijdigheden met wet- en regelgeving, in het bijzonder de Natuurbeschermingswet en Flora- en faunawet.

5. Verbetering ontsluiting

Een nadrukkelijke verbetering van ontsluiting en meer aandacht voor de recreatieve belevingswaarden van defensieterreinen, met alle daarbij behorende maatregelen, vergen inspanningen op het gebied van toezicht en beheer en investeringen waarvoor Defensie noch de kennis noch de middelen heeft. Daarvoor zijn andere ministeries verantwoordelijk, in het bijzonder de Ministeries van LNV en VWS, waaronder de openluchtrecreatie respectievelijk sport vallen. Daarbij gaat het met name om meer aandacht besteden aan de recreatieve belevingswaarden. Een voorbeeld is de padenstructuur op defensieterreinen. Het militair gebruik en het terreinbeheer is van oudsher bepalend geweest voor het wegen- en padennet. In de toekomst kan de padenstructuur ook gericht worden op recreatiebeleving. Dit betekent wellicht meer variatie in de wegen.

6. Financiële consequenties in verband met verzoeken van derden

Indien door derden (andere overheden/verenigingen e.d.) verzoeken worden ingediend tot recreatief medegebruik waaraan financiële consequenties zijn verbonden, is het standpunt van Defensie dat dit kosten-neutraal moet worden uitgevoerd. Voorbeelden daarvan zijn het aanleggen en onderhouden van mountainbike-routes, ruiterpaden e.d.. Uiteraard zal vooraf een afweging moeten worden gemaakt of betreffend verzoek past binnen het beleid. Kosten van het realiseren van de extra voorzieningen en eventuele toename van schadeherstel, vuilafvoer, toezicht en dergelijke zullen voor rekening zijn van de verzoekende derden.

7. Procedure vergund recreatief medegebruik

Recreatief medegebruik dat niet valt onder de openstellingregels zal te allen tijde moeten worden aangevraagd. Hoewel de procedure daartoe geen onderwerp van het recreatiebeleid is, is deze ter verduidelijking hieronder kort weergegeven.

De aanvraag wordt door het Bevoegd Gezag, veelal de lokale militaire Commandant, getoetst aan het Defensie Beveiligingsbeleid en het beleid in deze nota inzake recreatief medegebruik van defensieterreinen. Hierbij dient tevens te worden nagegaan of er ook een publiekrechtelijke vergunning moet worden verleend. Het Bevoegd Gezag kan zich voor advies wenden tot de Dienst Vastgoed Defensie. Indien er geen bezwaren zijn wordt de aanvraag door, tussenkomst van de Dienst Vastgoed Defensie, doorgegeven aan Domeinen ten behoeve van het opstellen van een contract of vergunning. Het contract of de vergunning wordt door Domeinen naar de aanvrager verzonden in afschrift aan het Bevoegd Gezag, de Districtcommandant van de Koninklijke Marechaussee en Dienst Vastgoed Defensie.

8. Consequenties

De uitvoering van het recreatiebeleid heeft de volgende consequenties:

Afbouwen van bepaalde vormen van medegebruik

Op sommige terreinen bestaan reeds tientallen jaren bepaalde vormen van recreatief medegebruik. De medegebruikers menen daarmee een bepaald ‘recht’ te hebben verworven. Het opheffen van het medegebruik of het beëindigen van medegebruikovereenkomsten kan weerstand opleveren. Het afbouwen zal dan ook met de nodige zorgvuldigheid dienen te geschieden.

Overzicht recreatief medegebruik

Het Bevoegd Gezag is verantwoordelijk voor het actueel houden van een overzicht van het recreatief medegebruik per terrein. Dit is met name noodzakelijk in het kader van de nieuwe Natuurbeschermingswet.

Toezicht

Regels en voorwaarden zijn slechts zinvol als er controle op de naleving plaatsvindt. De lokale militaire Commandant is verantwoordelijk voor de naleving en voert hiertoe het toezicht uit. Soms worden er ook afspraken gemaakt, waarbij toezicht plaats vindt vanuit andere toezichthoudende organisaties. Bij geconstateerde strafrechtelijke overtredingen wordt de Koninklijke Marechaussee ingeschakeld.

Financiële consequenties

De financiële consequenties als gevolg van de toepassing van het beleid inzake het recreatief medegebruik op defensieterreinen, worden door de Operationele Commandanten opgenomen in de exploitatiebudgetten.

9. Evaluatie en kennisgeving

Evaluatie

Het beleid wordt uiterlijk drie jaar na vaststelling van deze nota geëvalueerd. Hierbij worden de consequenties van het in hoofdstuk 4 beschreven beleid voor de personele inzet, de financiën en de organisatie beoordeeld.

Kennisgeving

Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag, 21 december 2005

De

Staatssecretaris

van Defensie,
voor deze:
de

Directeur Ruimte, Milieu en Vastgoedbeleid

,

J. Fledderus