Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 01-01-2006 t/m 31-12-2008

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 1 december 2005, nr. WJZ 5721971, tot uitvoering van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw (Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 5, 10 en 11 van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Het formulier, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Het model van de overeenkomst van borgtocht, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 3 Het tarief, bedoeld in het tweede lid, wordt zodanig vastgesteld dat het marktconform is en de provisie ten minste de administratiekosten dekt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij de EVD, Juliana van Stolberglaan 148, te Den Haag.

Den Haag, 1 december 2005

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

C.E.G. van Gennip

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

[Red: Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Model overeenkomst van borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw en artikel 2 van de Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw

Partijen:

1. De Staat der Nederlanden, (de borg, hierna te noemen: de Staat),

te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken,

(hierna te noemen: de Minister);

en

2. (de naamloze vennootschap / de besloten vennootschap / )* ……………., statutair gevestigd te ……… en kantoor houdende te ……………. aan de ……………… nr. ……, waarvan de gegevens zijn vermeld in het Overzicht,

te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door ……………………….........

(de schuldeiser, hierna te noemen: de Kredietinstelling);

(* doorhalen wat niet van toepassing is, evt. andere rechtsvorm invullen)

in aanmerking nemende dat:

  • a. scheepswerf ………... statutair gevestigd te ……… van welke de gegevens zijn vermeld in het Overzicht met inbegrip van de groep waartoe de scheepswerf behoort (de hoofdschuldenaar, hierna te noemen: de Scheepswerf) en opdrachtgever ………….. statutair gevestigd te ……… van welke de gegevens zijn vermeld in het Overzicht (hierna te noemen: de Opdrachtgever) een contract hebben gesloten voor de bouw in Nederland van een schip met bouwnummer .................. (hierna te noemen: het Schip);

  • b. de Scheepswerf met de Kredietinstelling een kredietovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan de Kredietinstelling een krediet zal verstrekken voor de financiering van de bouw van het Schip;

  • c. de Kredietinstelling in het kader van het sluiten van de kredietovereenkomst een analyse heeft gemaakt van de kredietwaardigheid van de Scheepswerf, toeleveranciers, de Opdrachtgever en het risicoprofiel van de bouw van het schip, en hierna heeft besloten krediet te verstrekken overeenkomstig de kredietovereenkomst, de totstandkoming van welke kredietovereenkomst evenwel afhankelijk is van de beschikbaarheid van borgstelling;

  • d. de Kredietinstelling bij de Staat een aanvraag heeft ingediend om subsidie in de vorm van borgtocht;

  • e. de Minister, gezien het bij de aanvraag overgelegde contract tussen Scheepswerf en Opdrachtgever en gezien de bij de aanvraag overgelegde kredietovereenkomst, overeenkomstig het Besluit Borgstelling scheepsnieuwbouw in zijn besluit van ………., nr. ……... heeft besloten de subsidieaanvraag te honoreren en de subsidie te verstrekken in de vorm van de in deze overeenkomst vastgelegde borgstelling.

zijn overeengekomen als volgt:

§ 1. Definities [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1. Definities [Vervallen per 01-01-2009]

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. Borgstellingsovereenkomst: deze overeenkomst van borgtocht tussen de Staat en de Kredietinstelling;

  • b. Overzicht: het van deze Borgstellingsovereenkomst deel uitmakend overzicht van namen van partijen bij en de essentialia van het contract tussen Scheepswerf en Opdrachtgever, van de Kredietovereenkomst en van de Borgstellingsovereenkomst;

  • c. Kredietovereenkomst: de schriftelijke overeenkomst tussen de Scheepswerf en de Kredietinstelling op grond waarvan de Kredietinstelling het Kredietbedrag verstrekt aan de Scheepswerf voor de bouw van het Schip en waarvan de gegevens zijn vermeld in het Overzicht;

  • d. Contractprijs: de tussen Scheepswerf en Opdrachtgever overeengekomen prijs voor de bouw van het Schip, met inbegrip van stelposten voor zover daarvoor in het contract vaste of geschatte bedragen zijn opgenomen en met uitzondering van de eventueel verschuldigde omzetbelasting, zijnde € ………… (zegge ……………..);

  • e. Kredietbedrag: het bedrag dat op grond van de Kredietovereenkomst als krediet kan worden verstrekt voor de bouw van het Schip, zijnde € …………… (zegge ……………);

  • f. Wachttermijn: periode van 6 maanden na de dag waarop de Scheepswerf in verzuim is geraakt, of zoveel korter als in het artikel 8 bedoelde overleg is overeengekomen;

  • g. Uitstaand krediet: het bedrag dat op enig moment gedurende de bouw van het Schip op basis van de Kredietovereenkomst daadwerkelijk door de Scheepswerf in krediet is opgenomen.

§ 2. Borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2. Aard van de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Behoudens voorzover daarvan in deze Borgstellingsovereenkomst wordt afgeweken stelt de Staat zich op de wijze voorzien in de artikelen 7:850 BW e.v. borg jegens de Kredietinstelling voor de terugbetaling door de Scheepswerf van het Kredietbedrag bedoeld in artikel 3, voorzover dat met inachtneming van het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw en deze Borgstellingsovereenkomst door de Kredietinstelling aan de Scheepswerf is verstrekt.

  • 2. De Staat stelt zich niet borg voor kosten van welke aard of omvang ook die door de Kredietinstelling in rekening worden gebracht aan de Scheepswerf, met uitzondering van de in verband met de Kredietovereenkomst verschuldigde rente (niet zijnde vertragingsrente) en met uitzondering van een aan de gebruiken beantwoordende afsluitprovisie.

  • 3. In afwijking van het tweede lid omvat de borgtocht wel de rente die de Kredietinstelling in rekening brengt aan de Scheepswerf gedurende de Wachttermijn.

Artikel 3. Omvang van de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De omvang van de borgtocht bedoeld in artikel 2 bedraagt .... procent van het Uitstaand krediet.

  • 2. Voor de bepaling van het Uitstaand krediet worden alle rechtshandelingen waardoor de verplichtingen van de Scheepswerf verminderen in aanmerking genomen, zoals betalingen, verrekeningen en de uitwinning van zekerheden. Deze rechtshandelingen worden hierna gezamenlijk ook wel als betalingen betiteld.

  • 3. Voor het geval de Scheepswerf naast de verplichtingen uit hoofde van de Kredietovereenkomst andere verplichtingen aan de Kredietinstelling of aan een met de Kredietinstelling in een groep verbonden rechtspersoon heeft worden de volgende toerekeningsregels gehanteerd:

    • betalingen die redelijkerwijs toegerekend moeten worden aan de Kredietovereenkomst worden daaraan toegerekend, zoals ook betalingen die redelijkerwijs moeten worden toegerekend aan een andere verplichting aan die andere verplichting worden toegerekend;

    • betalingen die redelijkerwijs niet toegerekend kunnen worden aan hetzij de Kredietovereenkomst, hetzij de andere verplichting, zullen naar rato van de actuele hoogte van het Uitstaand krediet respectievelijk de actuele hoogte van die andere verplichting worden toegerekend aan de Kredietovereenkomst respectievelijk die andere verplichting. Voor het bepalen van deze toerekeningsverhouding is het moment van betaling beslissend.

  • 4. De omvang van de borgtocht bedraagt maximaal 80 procent van het Uitstaand krediet, voor de bepaling waarvan stelposten slechts worden meegerekend voor hun nominale in het contract tussen Scheepswerf en Opdrachtgever vermelde waarde en meerwerk niet wordt meegerekend.

  • 5. De omvang van de borgtocht bedraagt maximaal € ……... (zegge……………).

§ 3. Verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 4. Algemene verplichtingen [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling is verplicht:

    • a. rekening te houden met de vermogensrechtelijke belangen van de Staat in zijn hoedanigheid van borg;

    • b. zich tegenover de Scheepswerf op te stellen als een goede kredietverschaffer, handelend in overeenstemming met gebruikelijke gedragslijnen, meer in het bijzonder waar het betreft de synchronisatie van bouw en beschikbaarstelling van het krediet, de overige kredietvoorwaarden, de cover ratio’s en de ten behoeve van het krediet te bedingen zekerheden;

    • c. een actief en op de Scheepswerf toegesneden beleid te voeren gericht op de terugbetaling van het Kredietbedrag door de Scheepswerf en ook overigens de nodige maatregelen te nemen ter voorkoming of beperking van een beroep op de borgtocht;

    • d. minimaal 20 procent van het Uitstaand krediet voor eigen risico te verstrekken, behoudens voorafgaande goedkeuring van de overdracht van dit risico aan derden door de Staat;

    • e. er zorg voor te dragen dat het Kredietbedrag niet wordt gebruikt voor de nakoming aan de Kredietinstelling of aan een rechtspersoon waarmee de Kredietinstelling in een groep verbonden is, van verplichtingen van de Scheepswerf, niet zijnde de terugbetaling van het Kredietbedrag;

    • f. redelijke aanwijzingen van de Staat ter zake van het bevorderen van de terugbetaling van het Kredietbedrag door de Scheepswerf, dan wel ter zake van het beperken van een beroep op de borgtocht, dan wel ter zake van het uitwinnen van zekerheden op te volgen;

    • g. kosteloos medewerking te verlenen aan een door of namens de Staat uit te voeren review van de controlewerkzaamheden uitgevoerd door de interne accountant.

  • 2. In afwijking van artikel 7:856, tweede lid, BW, komen tijdens de Wachttermijn en de in artikel 11 bedoelde periode, de kosten van rechtsvervolging van de Scheepswerf voor rekening van de Kredietinstelling.

Artikel 5. Toestemming Staat voor wijzigen Kredietovereenkomst en contract [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Tijdens de looptijd van deze Borgstellingsovereenkomst worden geen wijzigingen aangebracht in de Kredietovereenkomst dan na voorafgaande toestemming van de Staat.

  • 2. De Staat laat zo spoedig mogelijk weten of hij toestemming geeft voor de wijziging bedoeld in het eerste lid. Wanneer de Staat niet binnen 2 weken heeft aangegeven niet in te stemmen met de wijziging, dan wordt deze toestemming geacht te zijn gegeven.

  • 3. De Staat kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

  • 4. De Kredietinstelling is verplicht in de Kredietovereenkomst een bepaling op te nemen, inhoudende de verplichting voor de Scheepswerf dat, tijdens de looptijd van de Borgstellingsovereenkomst, het contract tussen de Opdrachtgever en de Scheepswerf slechts met toestemming van de Kredietinstelling en die van de Staat kan worden gewijzigd indien deze wijziging leidt tot een negatieve beïnvloeding van de positie van de Staat onder de Borgstellingsovereenkomst.

  • 5. De Kredietinstelling spant zich ervoor in dat de Scheepswerf haar verplichting als genoemd in het vorige lid nakomt.

Artikel 6. Rapportage [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling informeert de Staat onverwijld over omstandigheden die redelijkerwijs relevant zijn in het kader van een mogelijk beroep op de borgtocht.

  • 2. Onder de in het eerste lid bedoelde omstandigheden vallen in ieder geval:

    • a. voortijdige aflossing van het Kredietbedrag;

    • b. de aanvraag of verlening van surséance van betaling aan, of de faillietverklaring van de Kredietinstelling;

    • c. de aanvraag of verlening van surséance van betaling aan, of de faillietverklaring van de Scheepswerf;

    • d. de aanvraag of verlening van surséance van betaling aan, of de faillietverklaring van de Opdrachtgever;

    • e. belangrijke vertraging in de bouw van het Schip of andere factoren die van wezenlijke invloed zijn op de datum van oplevering van het Schip;

    • f. het intreden van een in de Kredietovereenkomst genoemde opeisingsgrond;

    • g. de situatie waarin de Kredietinstelling binnen 3 werkdagen na een vervaldag nog geen terugbetaling van de op die vervaldatum te betalen aflossing van het Kredietbedrag heeft ontvangen;

    • h. wijzigingen in het contract tussen de Opdrachtgever en de Scheepswerf die leiden tot een negatieve beïnvloeding van de positie van de Staat onder de Borgstellingsovereenkomst.

Artikel 7. Provisie [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling betaalt de Staat voor het stellen van borgtocht een jaarlijkse provisie van ………. procent van het Kredietbedrag.

  • 2. Bij de berekening van de provisie wordt voor wat betreft de tijdseenheden en tijdsvakken waarover provisie moet worden betaald aangesloten bij de tijdseenheden en tijdvakken die de Kredietinstelling volgens haar gebruikelijke administratieve methoden hanteert ter bepaling van de door de Scheepswerf uit hoofde van de Kredietovereenkomst verschuldigde rente.

  • 3. De provisie dient door de Kredietinstelling zelf te worden berekend, te worden betaald en te worden gerapporteerd aan de Staat, en wel binnen tien dagen na afsluiting van het tijdvak waarover de Kredietinstelling overeenkomstig de administratieve methoden, bedoeld in het tweede lid, de Scheepswerf rente uit hoofde van de Kredietovereenkomst in rekening brengt.

  • 4. De provisie dient te worden betaald op de in het Overzicht genoemde bankrekening, aangehouden door de Staat.

  • 5. De Kredietinstelling is verplicht op verzoek van de Staat een verklaring van een interne accountant over te leggen waaruit blijkt dat de provisie juist is berekend en is afgedragen.

  • 6. Indien de Kredietinstelling geen beroep kan doen op de borgtocht vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden, leidt dit niet tot een recht op restitutie van de provisie.

Artikel 8. Verplichting tot overleg bij dreigend beroep op de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

Indien uit de informatie, bedoeld in artikel 6, of anderszins aan de Staat of aan de Kredietinstelling blijkt dat er een concreet risico bestaat dat de Scheepswerf haar verplichtingen op grond van de Kredietovereenkomst niet zal nakomen, treden de Kredietinstelling en de Staat in overleg.

§ 4. Beroep op de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 9. Voorwaarden voor beroep op de borgtocht en verplichting Staat [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Indien de Scheepswerf tekort schiet in nakoming van de verplichting tot terugbetaling van het Kredietbedrag, is de Kredietinstelling na afloop van de Wachttermijn gerechtigd de borgstelling in te roepen.

  • 2. De Staat is echter niet gehouden tot enigerlei betaling uit hoofde van deze Borgstellingsovereenkomst indien:

    • a. de Kredietinstelling niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit deze Borgstellingsovereenkomst, uit het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw en uit de Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw;

    • b. de Kredietinstelling bij de aanvraag om subsidie in de vorm van borgtocht gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een andere beslissing op de aanvraag zou hebben geleid, of de verstrekking van gegevens achterwege heeft gelaten terwijl zij wist of had behoren te weten dat bekendheid met die gegevens tot een andere beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.

  • 3. De Kredietinstelling zal het tweede lid, onderdeel a, niet tegengeworpen krijgen met betrekking tot een niet voldoen aan de verplichting uit het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw dat het moet gaan om de bouw van een nieuw schip in Nederland, indien zij bij de aanvraag een verklaring heeft overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van bouwen in Nederland (‘Verklaring bouwen in Nederland’).

Artikel 10. Beroep op de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling maakt bij een beroep op de borgtocht gebruik van het formulier ‘Beroep op de borgtocht’ (te verkrijgen bij de EVD).

  • 2. Indien de Kredietinstelling een beroep doet op de borgtocht, dient zij alle gegevens te verstrekken, de Staat inzage te geven en kopie te laten nemen van alle bescheiden, die de Staat nodig heeft om te beoordelen of er op grond van deze Borgstellingsovereenkomst een recht op betaling bestaat.

  • 3. De Kredietinstelling verstrekt in ieder geval:

    • a. een verslag van de activiteiten die de Kredietinstelling tijdens de Wachttermijn heeft ondernomen gericht op het beperken van een beroep op de borgtocht, waaronder in elk geval een verslag van de uitwinning van zekerheden;

    • b. een voorstel met betrekking tot de voorgenomen activiteiten ten aanzien van verdere invordering van het Kredietbedrag c.q. de uitwinning van zekerheden.

  • 4. De Staat kan de Kredietinstelling verzoeken de in het tweede en het derde lid bedoelde gegevens door haar interne accountant te laten certificeren. De Kredietinstelling is gehouden aan dat verzoek te voldoen.

  • 5. Indien de Kredietinstelling na het inroepen van de borgtocht betalingen op het Kredietbedrag ontvangt doet zij daarvan onverwijld mededeling aan de Staat.

Artikel 11. Bevestiging en beoordeling beroep op de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Staat bevestigt de ontvangst van een beroep op de borgtocht schriftelijk binnen 1 week na de ontvangst aan de Kredietinstelling en aan de Scheepswerf.

  • 2. Binnen 8 weken na ontvangst van alle gegevens bedoeld in artikel 10, tweede lid, deelt de Staat schriftelijk aan de Kredietinstelling en aan de Scheepswerf mede welk recht op betaling op grond van deze Borgstellingsovereenkomst bestaat.

  • 3. Gedurende de periode van 8 weken, genoemd in het tweede lid, heeft de Staat het recht een deskundige aan te wijzen die belast wordt met het controleren van de verstrekte gegevens en bescheiden en van de hoogte van het beroep op de borgtocht. Indien de Staat van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt de in het tweede lid bedoelde termijn voor de duur van het onderzoek verlengd. In dit geval deelt de Staat binnen 8 weken na ontvangst van het rapport van de deskundige aan de Kredietinstelling mede welk recht op betaling op grond van deze Borgstellingsovereenkomst bestaat.

  • 4. Indien de Kredietinstelling zich niet kan verenigen met de in het tweede of het derde lid bedoelde mededeling omtrent haar aanspraken uit deze Borgstellingsovereenkomst, dient zij op straffe van verval van rechten uit deze Borgstellingsovereenkomst binnen zes maanden na dagtekening van de mededeling bedoeld in het tweede of het derde lid de Staat voor de bevoegde rechter te ‘s-Gravenhage te dagvaarden.

Artikel 12. Uitwinning tijdens de beoordeling van het beroep op de borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Indien een beroep op de borgtocht als bedoeld in artikel 10 is ingediend op een moment, waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet vaststaat dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering komen op het Kredietbedrag, dan is de Staat bevoegd het doen van de in artikel 11 bedoelde mededelingen c.q. aanwijzingen op te schorten tot het moment waarop duidelijkheid omtrent die uitwinning c.q. opbrengsten is verkregen.

  • 2. De Kredietinstelling is in dit geval gehouden aanvullend verslag uit te brengen over de voorgang van de uitwinning. De Staat kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn verder nadere gegevens van de Kredietinstelling verlangen.

Artikel 13. Betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Staat doet het op grond van deze Borgstellingsovereenkomst door de Staat verschuldigde bedrag overmaken op het in het Overzicht genoemde rekeningnummer van de Kredietinstelling.

  • 2. Betaling zal geschieden binnen 2 weken na de in artikel 11 bedoelde mededeling van de Staat.

§ 5. Verplichtingen en bepalingen na uitbetaling door Staat [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 14. Verplichtingen met betrekking tot uitwinning na betaling [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Indien betaling als bedoeld in artikel 13 heeft plaatsgevonden op een moment waarop de uitwinning nog niet is voltooid en ook niet aannemelijk is geworden dat geen opbrengsten meer zijn te verwachten die in mindering zouden komen op het Kredietbedrag, dan is de Kredietinstelling gedurende een periode van 5 jaar na de datum waarop betaling als bedoeld in artikel 13 heeft plaatsgevonden, gehouden die pogingen in het werk te stellen om namens de Staat het door de Staat betaalde bedrag in te vorderen die de Kredietinstelling in het werk zou hebben gesteld indien het Kredietbedrag geheel voor eigen rekening en risico door de Kredietinstelling zou zijn verstrekt.

  • 2. Buiten de in het eerste lid bedoelde gevallen is de Kredietinstelling alleen desgevraagd gehouden namens de Staat de invordering en uitwinning voort te zetten. Hierbij dient de Kredietinstelling redelijke aanwijzingen van de Staat terzake op te volgen.

  • 3. De Staat machtigt met het oog hierop de Kredietinstelling tot invordering bij de Scheepswerf van het door deze aan de Staat verschuldigde bedrag.

  • 4. Kosten die de activiteiten ter invordering en uitwinning op verzoek van de Staat met zich meebrengen, komen voor rekening van de Staat.

  • 5. De Kredietinstelling brengt verslag uit over de voortgang van de invordering en uitwinning.

  • 6. De Staat kan over het verloop van de uitwinning binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de Kredietinstelling verlangen. De Kredietinstelling is gehouden deze nadere gegevens te verstrekken.

Artikel 15. Opbrengsten na uitbetaling borgtocht [Vervallen per 01-01-2009]

De Kredietinstelling betaalt het in artikel 3, eerste lid, genoemde percentage van nagekomen betalingen op het Kredietbedrag aan de Staat, en wel binnen één maand na ontvangst van die opbrengsten.

Artikel 16. Geen kwijtschelding door Kredietinstelling [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling treft geen schuldregeling die inhoudt of mede inhoudt een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van verplichtingen betrekking hebbende op het Kredietbedrag, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Staat.

  • 2. De Staat kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden ten aanzien van de inhoud van een dergelijke regeling.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17. Terugvorderen betalingen [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Staat blijkt dat de Kredietinstelling onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft of de verstrekking van gegevens achterwege heeft gelaten die, ware de Staat daarover volledig en juist geïnformeerd, tot een andere uitbetaling zouden hebben geleid.

  • 2. Reeds uitgekeerde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar zodra de Staat blijkt dat de Kredietinstelling de verplichtingen uit deze Borgstellingsovereenkomst, uit het Besluit borgstelling scheepsnieuwbouw en uit de Uitvoeringsregeling borgstelling scheepsnieuwbouw niet is nagekomen.

Artikel 18. Overdracht van rechten uit deze Borgstellingsovereenkomst door de Kredietinstelling [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Kredietinstelling is niet gerechtigd haar uit deze Borgstellingsovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen over te dragen of te bezwaren, tenzij de Staat daaraan goedkeuring verleent.

  • 2. Aan deze goedkeuring kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 19. Opzegging en ontbinding [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Staat is gerechtigd deze Borgstellingsovereenkomst op te zeggen indien:

    • a. de Kredietinstelling tekort schiet in de nakoming van een verplichting uit hoofde van deze Borgstellingsovereenkomst;

    • b. sprake is van aanvraag of verlening van surséance van betaling aan, of aanvraag tot faillietverklaring dan wel faillietverklaring van de Kredietinstelling indien aannemelijk is dat de oorzaak hiervan in belangrijke mate wordt gevormd door omstandigheden die kwalificeren als onbehoorlijk bestuur als bedoeld artikel 2:138, eerste en tweede lid BW.

  • 2. Een opzegging op grond van het eerste lid, onder a, geschiedt uitsluitend nadat de Staat de Kredietinstelling op de hoogte heeft gesteld van het voornemen tot opzegging en nadat deze in de gelegenheid is gesteld om een tekortschieten dat hersteld kan worden te herstellen binnen een redelijke termijn.

  • 3. Deze Borgstellingsovereenkomst kan door de Staat met onmiddellijke ingang buiten rechte schriftelijk geheel of gedeeltelijk worden ontbonden, zonder dat een recht op schadevergoeding bestaat, indien:

    • a. de Kredietinstelling in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van deze Borgstellingsovereenkomst.

    • b. sprake is van aanvraag of verlening van surséance van betaling aan, of aanvraag tot faillietverklaring dan wel faillietverklaring van de Kredietinstelling indien aannemelijk is dat de oorzaak hiervan in belangrijke mate wordt gevormd door omstandigheden die kwalificeren als onbehoorlijk bestuur als bedoeld artikel 2:138, eerste en tweede lid BW.

Artikel 20. Nietige bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Indien één of meer bepalingen van deze Borgstellingsovereenkomst nietig blijken te zijn, of door de rechter vernietigd worden, behouden de overige bepalingen van deze Borgstellingsovereenkomst hun rechtskracht. Partijen zullen over eerstbedoelde bepalingen overleg voeren teneinde een vervangende regeling te treffen waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de door nietigheid of vernietiging getroffen bepaling en bij de overige bepalingen en strekking van de Borgstellingsovereenkomst. Bij een vervangende regeling wordt de strekking van de Borgstellingsovereenkomst hoe dan ook niet aangetast.

Artikel 21. Voortdurende bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Bepalingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na afloop van de Borgstellingsovereenkomst voort te duren, behouden nadien hun werking.

Artikel 22. Geschillen en toepasselijk recht [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Ieder geschil ten aanzien van deze Borgstellingsovereenkomst zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter in het arrondissement ’s-Gravenhage.

  • 2. Op deze Borgstellingsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.

Artikel 23. Opschortende voorwaarde [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Deze Borgstellingsovereenkomst blijft zonder rechtsgevolg gedurende het onvervuld blijven van de opschortende voorwaarde dat de Kredietinstelling uiterlijk tien weken na de beschikking waarin subsidie in de vorm van borgtocht wordt verleend, behoudens voorafgaande verlenging van die termijn door de Staat:

    • a. heeft aangetoond dat de Opdrachtgever en de Scheepswerf een contract voor de bouw van het Schip hebben gesloten zonder dat aan de daarin belichaamde bouwopdracht (nog) opschortende voorwaarden zijn verbonden;

    • b. heeft aangetoond dat de Opdrachtgever ter zake van de opdracht een of meer betalingen heeft gedaan, ter hoogte van minimaal 5 procent van de Contractprijs.

  • 2. De Staat deelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, aan de Kredietinstelling mee of aan de voorwaarden is voldaan.

  • 3. Is na het verstrijken van de in het eerste lid gestelde of uit hoofde van dat lid verlengde termijn niet voldaan aan de daar gestelde voorwaarden, dan is deze Borgstellingsovereenkomst van rechtswege ontbonden.

Artikel 24. Aanvang en einde Borgstellingsovereenkomst [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. Deze Borgstellingsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de partijen.

  • 2. Onverminderd het elders in deze Borgstellingsovereenkomst omtrent onder meer ontbinding, opzegging en verval van rechten bepaalde eindigt de Borgstellingsovereenkomst van rechtswege:

    • a. door het tenietgaan van de verplichtingen van de Scheepswerf uit hoofde van de Kredietovereenkomst;

    • b. door uitbetaling van het uit hoofde van deze Borgstellingsovereenkomst door de Staat aan de Kredietinstelling verschuldigde;

    • c. door de intrekking of vernietiging van de beschikking tot subsidieverlening;

    • d. door het verstrijken van een periode van tien maanden na de in de het contract tussen Opdrachtgever en Scheepswerf genoemde opleverdatum, ook dan wanneer de daadwerkelijke oplevering op het moment waarop deze termijn van tien maanden is verstreken nog niet heeft plaatsgehad;

    • e. uiterlijk door het verstrijken van een periode van vier jaar na ondertekening van deze Borgstellingsovereenkomst.

Artikel 25. Domiciliekeuze en berichtgevingen [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. De Staat kiest voor de uitvoering van deze Borgstellingsovereenkomst domicilie ten kantore van het agentschap van het ministerie van Economische Zaken de EVD, Unit internationale financiering, Postbus 20105, 2500 EC Den Haag. De EVD, Unit internationale financiering, is bevoegd de Staat bij de uitvoering van deze Borgstellingsovereenkomst te vertegenwoordigen.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze Borgstellingsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

  • 3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan zijn zonder rechtsgevolg.

  • 4. De Staat is niet gehouden tot vergoeding van enigerlei schade voortvloeiend uit of samenhangend met afwijkingen van het eerste en het tweede lid.

Aldus is overeengekomen en in tweevoud ondertekend te 's-Gravenhage op ………………..

De Minister van Economische Zaken, ………….

(naam en functie vertegenwoordiger Kredietinstelling)

Overzicht

EVD referentie nr. BBS 05…

OVERZICHT

BBS referentie nr.

Kredietinstelling

Naam:

Adres:

Scheepswerf

Naam:

Adres:

Deel uitmakend van een groep?

Zo ja, eventueel mede-verbonden vennootschappen:

Opdrachtgever:

Opdrachtgever

Naam:

Adres:

Bouwnummer schip:

Contractprijs: EUR….

Kredietbedrag: EUR….

Borgstellingspercentage: ….%

Maximale borgstellingsbedrag: EUR….

Provisie: ….%

Einddatum:

Schriftelijke stukken ter uitvoering van deze Borgstellingsovereenkomst bestemd voor de Staat worden gestuurd naar EVD, Unit internationale financiering, Postbus 20105, 2500 EC Den Haag

Bankrekening nr. EVD: