Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen Prophylaxefonds (Sociale [...] Praeventiefonds (Volksgezondheidsubsidies 1950–1998)

Geldend van 31-12-2005 t/m heden

Vaststelling selectielijst neerslag handelingen Prophylaxefonds (Sociale Zekerheid 1931–1950) en rechtsopvolger Praeventiefonds (Volksgezondheidsubsidies 1950–1998)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 9 november 2005, nr. arc-2005.02537/3);

Besluit:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 21 november 2005

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument voor het Prophylaxefonds (1931–1950) en haar rechtsopvolger Praeventiefonds (1950–1998)

Zorgdrager: ZonMw Versie: Ontwerp/Versie mei 2005

Lijst van afkortingen

AMVB: Algemene Maatregel Van Bestuur

BSD: Basisselectiedocument

CVV: Commissie Van Voorbereiding

NWO-MW: Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek–Medische Wetenschappen

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stbl.: Staatsblad

TNO-PG: Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek–Preventie en Gezondheid

WVC: Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur

WAC: Wetenschappelijke Adviescommissie

ZON: Zorgonderzoek Nederland

Hoofdstuk 1. Verantwoording

1.1. Doelstelling

Dit basisselectiedocument (BSD) is een selectielijst zoals genoemd in artikel 5 van het Archiefbesluit 1995. De handelingen zijn overgenomen uit het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) Voorkomen is beter dan genezen. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van het Prophylaxefonds (1931–1950) en haar rechtsopvolger Praeventiefonds (1950–1998).

Dit BSD is het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie van archiefbescheiden van het Prophylaxefonds en het Praeventiefonds waarvan ZonMw de zorgdrager is. In het BSD zijn de handelingen gewaardeerd waardoor ZonMw in staat is de archiefbescheiden te selecteren en daarna zorg te dragen voor overdracht van te bewaren archiefbescheiden aan het Nationaal Archief en vernietiging van de overige archiefbescheiden als de bewaartermijn verlopen is.

1.2. Het beleidsterrein

Het Prophylaxefonds is actief geweest op het beleidsterrein Sociale Zekerheid. Het werd gefinancierd uit de opbrengst van de premies die werden geheven op basis van de Ziektewet (Stb. 1913, 204). De taak van het Prophylaxefonds was: het nemen of bevorderen van maatregelen, welke strekken om ziekte van ingevolge die wet verzekerde personen te voorkomen of welke de geneeskundige behandeling ten goede komen. Door deze preventieve maatregelen kon men het aantal ziektedagen beperken en de premie laag houden.

Het Praeventiefonds is actief geweest op het beleidsterrein Volksgezondheidsubsidies. Het werd in eerste instantie gefinancierd uit het Vereveningsfonds van de Ziekenfondsraad (1950–1967) en na tot stand komen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (1968–1998).

In de Wet op het Praeventiefonds werd de taak als volgt vermeld: ‘Er is een fonds, welks gelden zullen worden bestemd tot het nemen of bevorderen van de maatregelen, welke strekken om ziekte te voorkomen of de gezondheid te bevorderen.’.

In de eerste jaren verleende het Praeventiefonds vooral exploitatiesubsidies, eind jaren zestig, begin jaren zeventig begon het Praeventiefonds zich te richten op onderzoekssubsidies.

In de periode 1950 t/m 1957 ontving het Praeventiefonds uit het Vereveningsfonds een afzonderlijk budget voor aanvullende voeding voor thuiskurende tbc patiënten.

Net als het RIO Voorkomen is beter dan genezen beperkt dit BSD zich tot de handelingen van het Prophylaxefonds en Praeventiefonds. De handelingen die het Praeventiefonds verricht heeft onder de naam Zorgonderzoek Nederland (ZON) i.o. worden opgenomen in het BSD dat wordt gemaakt voor ZON.

Hoofdstuk 2. Selectiedoelstelling en Selectiecriteria

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld door blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid.

Daarnaast heeft de zorgdrager uit het oogpunt van bedrijfsvoering er belang bij dat documenten op het juiste tijdstip worden vernietigd. Te vroeg vernietigen kan schade veroorzaken bij de uitvoering van een werkproces en te laat vernietigen betekent dat overvolle archiefruimten ontstaan of kosten worden gemaakt om extra ruimte te creëren.

Bij de selectie van handelingen is binnen het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijnen (PIVOT) een aantal criteria onderscheiden dat op elk beleidsterrein of taakgebied van toepassing is (zie onderstaand schema). In dit schema zijn alleen de criteria opgenomen voor handelingen waarvan de neerslag overgedragen dient te worden aan het Algemeen Rijksarchief. Deze handelingen worden gewaardeerd met ‘Bewaren’ (B), gevolgd door het nummer van het criterium. De neerslag van handelingen die niet aan die selectiecriteria voldoen, zal niet worden overgebracht en wordt gewaardeerd met ‘Vernietigen’ (V), gevolgd door de bewaartermijn. De neerslag die uit deze handelingen voortvloeit, is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen.

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen van specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Uitzonderingscriterium

Ingevolge artikel 5, onder e van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Hoofdstuk 3. Verslag Vaststellingsprocedure

Op 24 januari 2005 is het ontwerp-BSD door Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juni 2005 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheek van ZonMWw het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 9 november 2005 bracht de RvC advies uit (arc-2005.02537/3), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 21 november 2005 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen [C/S&A/05/2005] vastgesteld.

Hoofdstuk 4. Leeswijzer

In hoofdstuk 6 staan de handelingen beschreven van het Prophylaxefonds en het Praeventiefonds. De handelingen zijn per actor geordend en worden beschreven in een handelingenblok. De standaardindeling van het handelingenblok is als volgt.

[XX]: Dit is het nummer van de handeling. Deze nummering is overgenomen uit het RIO Voorkomen is beter dan genezen.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat of slechts gedeeltelijk, wordt de bron genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld. Het handelingenblok wordt dan aangevuld met het onderdeel Bron.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering: Bij de waardering wordt vermeld of de neerslag van de handeling bewaard (B) blijft of op termijn vernietigd (V) kan worden.

De waardering B wordt aangevuld met het cijfer dat het selectiecriterium aangeeft zoals genoemd in hoofdstuk 2.

De waardering V wordt aangevuld met de termijn dat de documenten bewaard worden tot vernietiging. Eventueel wordt een bewerkingsinstructie toegevoegd, b.v. V 10 jaar na beëindiging.

Hoofdstuk 5. Actorenoverzicht

5.1. Prophylaxefonds

Met de Ziektewet werd het Prophylaxefonds in het leven geroepen. Het doel was het financieren van preventieve maatregelen om te voorkomen dat werknemers in de Ziektewet zouden komen: Op deze manier werd het aantal dagen waarover ziekengeld betaald moest worden zo laag mogelijk gehouden en konden de premies van de werkgevers en de verzekerden overeenkomstig laag blijven.

Het Prophylaxefonds bestond uit het bestuur dat werd ondersteund door een secretaris (in dienst van het Prophylaxefonds) en iemand die tegen vergoeding de financiële administratie controleerde en indien nodig taken van de secretaris overnam. De vrouwelijke secretaris werd echter geen secretaris genoemd maar secretaresse.

Ter voorbereiding en ondersteuning van de besluitvorming had het Prophylaxefonds de gehele periode een beleggingscommissie t.b.v. de belegging van subsidiegelden en de kleine commissie die subsidieaanvragen beoordeelden. Beide commissies bestonden uit bestuursleden en zij bereidden de besluitvorming in de bestuursvergaderingen voor.

Bij complexe zaken werden ad hoc commissies ingesteld die bestonden uit bestuursleden die zich in de zaak verdiepten t.b.v. de besluitvorming in de bestuursvergadering.

5.2. Praeventiefonds

Aangezien de werkzaamheden van het Prophylaxefonds zich beperkten tot de werknemers die verzekerd waren ingevolge de Ziektewet werd besloten om een nieuw fonds op te richten dat haar werkzaamheden kon uitbreiden tot de gehele Nederlandse bevolking. Met de Wet op het Praeventiefonds werd het Prophylaxefonds opgeheven en het Praeventiefonds opgericht.

Het Praeventiefonds werd in eerste instantie gefinancierd uit het Vereveningsfonds van de Ziekenfondsraad en later uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.

Het Praeventiefonds bestond uit het bestuur, een aantal commissies en het bureau.

Het bestuur (1950–1998)

Het bestuur is de belangrijkste actor binnen het Praeventiefonds. Alle andere actoren handelden in opdracht van het bestuur.

Het bureau (1950–1998)

Het bureau ondersteunde het bestuur en de commissies bij hun werkzaamheden en voerden de besluiten uit. De taken van het bureau waren o.a. voorbereiden en notuleren van vergaderingen, het verzorgen van de financiële administratie en corresponderen m.b.t. subsidieaanvragen en gesubsidieerde projecten. De secretaris van het bestuur was tevens hoofd van het bureau.

Commissie van Voorbereiding (CVV) (1950–1997)

De taak van de CVV was in het begin voorbereiding van de besluitvorming m.b.t. alle subsidieaanvragen in de bestuursvergaderingen. Na verloop van tijd nam de CVV steeds meer zelfstandig besluiten.

De leden van de CVV waren tevens bestuurslid.

Wetenschappelijke Adviescommissie (WAC) (1965–1997)

In 1965 werd besloten om voor de subsidie aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek een afzonderlijke commissie in te stellen. De officiële naam van deze commissie was ‘Adviescommissie voor Wetenschappelijk Onderzoek’ maar men gebruikte in het algemeen de naam ‘Wetenschappelijke Adviescommissie.

De taak van de WAC was het beoordelen van de wetenschappelijke kwaliteit van subsidieaanvragen. Na beoordeling door de WAC werd de subsidieaanvraag ook voorgelegd aan de CVV voor de algemene beoordeling.

De leden van de WAC waren bestuursleden of wetenschappers die hoog aangeschreven stonden in de wetenschappelijke wereld.

Beleggingscommissie (1950–1995)

Aangezien de inkomsten niet geheel werden uitgegeven in hetzelfde boekingsjaar beschikte het Praeventiefonds over tijdelijke overschotten. Door deze overschotten te beleggen kon het Praeventiefonds haar inkomsten verhogen waardoor er meer budget beschikbaar was voor subsidieprojecten.

De beleggingscommissie zocht uit welk deel van het budget belegd kon worden en op welke wijze.

De leden van de beleggingscommissie waren bestuursleden.

In de periode 1996–1998 werden deze taken overgedragen aan de secretaris.

Zware begeleidingscommissie TNO-PG (1994–1997)

In verband met drastische kortingen door het Ministerie van WVC op de financiering van onderzoek bij TNO-PG werd een beroep gedaan op het Praeventiefonds voor de jaren 1995–1997. In deze periode kon TNO-PG zich aanpassen aan de nieuwe situatie zodat zij vanaf 1998 zelf voldoende inkomsten konden genereren. Het Praeventiefonds wilde haar medewerking geven op voorwaarde dat TNO-PG projectvoorstellen zou indienen die binnen de doelstelling van het Praeventiefonds zouden vallen. In 1995 kon voor ƒ 5 miljoen aangevraagd worden en voor 1996 en 1997 ƒ 7 miljoen per jaar.

De Zware begeleidingscommissie TNO-PG had als taak gedurende de periode van de financiering de opzet van de projecten te beoordelen, zonodig suggesties te doen tot bijstelling, de voortgang van de projecten en de eindverslaggeving te beoordelen om te rapporteren aan het bestuur van het Praeventiefonds.

Gelet op de omvang en het belang van de financiering werd besloten om ook leden te benoemen van de volgende organisaties: Ziekenfondsraad, het Ministerie van WVC, TNO-PG en NWO-MW. De voorzitter was benoemd op persoonlijke titel en was onafhankelijk.

Werkgroep ziekenhuisinfecties (1995)

In 1995 wilde het bestuur komen tot een meer gecoördineerd beleid ten aanzien van de financiering van onderzoek m.b.t. ziekenhuisinfecties. De werkgroep heeft een aantal oriënterende gesprekken gevoerd met deskundigen en een enquête gehouden.

De leden van de werkgroep waren bestuursleden en deskundigen.

Hoofdstuk 6. Selectielijsten

6.1. Actor: Prophylaxefonds

[01]

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende (de besteding van gelden uit) het Prophylaxefonds.

Periode: 1931–1950

Grondslag: Ziektewet (Stb. 1935, 32) artikel 125

Product: Vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 1, 5

[02]

Handeling: Het vaststellen van een huishoudelijk reglement.

Periode: 1931–1950

Grondslag: AMVB als bedoeld in artikel 123, tweede en derde lid, en artikel 124, derde lid, der Ziektewet (Stb. 1931, 2) artikelen 5 en 7

Product: Huishoudelijk reglement

Opmerking: Deze handeling betreft ook de regelingen inzake het beleggen van gelden.

Waardering: B 1, 5 – huishoudelijke reglementen en correspondentie t.b.v. de vaststelling door de minister;

V 7 jaar na beëindiging belegging – correspondentie en beleggingsdocumenten

[03]

Handeling: Het houden van een vergadering.

Periode: 1931–1950

Grondslag: Reglement van Orde artikelen 1 t/m 6

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 1, 5

[04]

Handeling: Het geven van informatie m.b.t. het fonds aan de minister van Arbeid, Handel en Nijverheid en diens rechtsopvolgers.

Periode: 1931–1950

Grondslag: AMVB als bedoeld in artikel 123, tweede en derde lid, en artikel 124, derde lid, der Ziektewet (Stb. 1931, 2) artikel 9

Product: Correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[05]

Handeling: Het (jaarlijks) uitbrengen van een verslag aan de minister van Arbeid, Handel en Nijverheid en diens rechtsopvolgers.

Periode: 1931–1950

Grondslag: AMVB als bedoeld in artikel 123, tweede en derde lid, en artikel 124, derde lid, der Ziektewet (Stb. 1931, 2) artikel 6

Reglement van Orde, artikelen 9 en 12

Product: Jaarrekening en/of jaarverslag

Opmerking: –

Waardering: B 3

[06]

Handeling: Het voeren van de boekhouding van het fonds.

Periode: 1931–1950

Grondslag: AMVB als bedoeld in artikel 123, tweede en derde lid, en artikel 124, derde lid, der Ziektewet (Stb. 1931, 2) artikel 7

Reglement van Orde, artikelen 9, 12 en 13

Product: Financiële administratie en financiële verslagen

Opmerking: De genoemde financiële verslagen zijn drie maandelijkse verslagen, niet de jaarrekening die genoemd is bij handeling 05.

Waardering: V 7 jaar

[07]

Handeling: Het toekennen of afwijzen van subsidie aanvragen en het monitoren van projecten die gesubsidieerd worden.

Periode: 1931–1950

Grondslag: Ziektewet (Stb. 1935, 32) artikel 125

Product: Correspondentie met subsidieaanvragers en subsidieontvangers

Opmerking: –

Waardering: 10 jaar na afwijzing of vaststelling subsidie van het project

6.2. Actor: Praeventiefonds (Bestuur)

[133.26]

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor de werkwijze van het bestuur van het Praeventiefonds.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 5

Besluit beheer Praeventiefonds (Stb. 1994, 10) artikel 3

Product: Reglement

Opmerking: –

Waardering: B 5

[08]

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende (de besteding van gelden uit) het Praeventiefonds.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 259) artikel 3 lid 1

Product: Beleidsnota’s, bestuursnotulen, beleidsregels, (onderzoeks)programma’s

Opmerking: Onder deze handeling worden onder andere verstaan vergaderstukken en besluiten van het bestuur of door het bestuur ingestelde commissies inzake het algemeen beleid en inzake criteria voor de beoordeling van aanvragen voor subsidies.

Waardering: B 1

[09]

Handeling: Het toekennen of afwijzen van subsidie aanvragen en het monitoren van projecten die gesubsidieerd worden.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 259) artikel 1 lid 1 en artikel 3 lid 1

Product: Correspondentie met subsidieaanvragers en subsidieontvangers

Opmerking: –

Waardering: 10 jaar na afwijzing of vaststelling subsidie van het project

[13]

Handeling: Het al dan niet toekennen van gelden als tegemoetkoming in de kosten van voeding van tuberculoselijders, die als verzekerden zijn ingeschreven bij de afdeling Verplichte Verzekering van de Algemene Ziekenfondsen en die niet worden verpleegd in een sanatorium voor tuberculoselijders of in een andere inrichting voor verpleging van zieken.

Periode: 1950–1957

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 259) artikel 7 lid 2

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1954, 636)

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1956, 234)

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1957, 86)

Product: Vergaderverslagen en correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[14]

Handeling: Het terugstorten van het ongebruikte gedeelte van de gelden ten behoeve van de tegemoetkoming in de kosten van voeding van tuberculoselijders, die als verzekerden zijn ingeschreven bij de afdeling Verplichte Verzekering van de Algemene Ziekenfondsen en die niet worden verpleegd in een sanatorium voor tuberculoselijders of in een andere inrichting voor verpleging van zieken.

Periode: 1950–1957

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 259) artikel 7 lid 2

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1954, 636)

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1956, 234)

Wijziging van de Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1957, 86)

Product: Financiële overzichten, betaalopdrachten

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar

[15]

Handeling: Het houden van een vergadering.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Concept bestuursreglement d.d. 3 februari 1960, artikelen 1, 2 en 3

Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 2

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 2

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 1, 5

[16]

Handeling: Het instellen van commissies die de besluitvorming door het bestuur voorbereiden.

Periode: 1950–1997

Grondslag: Concept bestuursreglement d.d. 3 februari 1960, artikel 8

Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 8

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 10

Product: Instellingsbeschikkingen en taakbeschrijving

Opmerking: –

Waardering: B 4

[17]

Handeling: Het benoemen van leden en plaatsvervangend leden van door het bestuur ingestelde commissies.

Periode: 1950–1997

Grondslag: Concept bestuursreglement d.d. 3 februari 1960, artikel 8

Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 8

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 10

Product: Benoemingen

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[23]

Handeling: Het toekennen van een vergoeding voor reis- en verblijfskosten voor leden en plaatsvervangend leden van het bestuur.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 3 lid 1

Bestuursreglement d.d.12 januari 1994, artikel 19

Product: Declaratieformulieren en betaalopdrachten

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar

[24]

Handeling: Het toekennen van vacatiegelden en een vergoeding voor reiskosten voor:

– niet-ambtelijke leden en de niet-ambtelijke plaatsvervangende leden van het bestuur;

– leden en plaatsvervangend leden van door het bestuur ingestelde commissies’.

Periode: 1950–1997

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 3 lid 2

Bestuursreglement d.d.12 januari 1994, artikel 20

Product: Declaratieformulieren en betaalopdrachten

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar

[25]

Handeling: Het in en buiten rechten vertegenwoordigen van het Praeventiefonds.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Reactie van de minister d.d. 23 januari 1951 op concept reglement van orde Verzoek om goedkeuring wijziging reglement van orde d.d. 9 januari 1957

Wet op het Praeventiefonds artikel 1 lid 3 (ingevoegd bij wet van 18 december 1957 tot wijziging van de Wet op het Praeventiefonds)

Product: Aanwijzingen van bestuursleden

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[26]

Handeling: Schriftelijke mededeling over genomen besluiten aan de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds artikel 4

Product: Correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[27]

Handeling: Het uitbrengen van verslag aan de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert over de activiteiten van het Praeventiefonds.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 7

Besluit beheer Praeventiefonds (Stb. 1994, 10) artikel 4 lid 1

Product: Jaarverslagen, jaarrekeningen, tussentijdse verslagen en correspondentie

Opmerking: –

Waardering: B 3

[28]

Handeling: Het (desgevraagd) verstrekken van inlichtingen aan de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert.

Periode: 1950 –1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 7

Besluit beheer Praeventiefonds (Stb. 1994, 10) artikel 4 lid 2

Product: Correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

[31]

Handeling: Het aanwijzen van bankinstellingen voor het in deposito geven van gelden.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 14

Product: Correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar na beëindiging aanwijzing

6.3. Actor: Praeventiefonds (CVV)

[10]

Handeling: Het adviseren van het bestuur over de besteding van gelden.

Periode: 1950–1997

Grondslag: Wet op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 259) artikel 1 lid 1 en artikel 3 lid 1

Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 10

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 11

Bron: Vergaderverslagen bestuursvergaderingen

Jaarverslagen

Product: Adviezen van de commissie aan het bestuur en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

[18]

Handeling: Het houden van een vergadering van de CVV.

Periode: 1950–1997

Bron: Vergaderstukken

Vergaderverslagen

Adviezen aan het bestuur

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

6.4. Actor: Praeventiefonds (WAC)

[11]

Handeling: Het adviseren van het bestuur over de besteding van gelden.

Periode: 1965–1997

Bron: Vergaderverslagen bestuursvergaderingen

Jaarverslagen

Product: Adviezen van de commissie aan het bestuur en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

[19]

Handeling: Het houden van een vergadering van de WAC.

Periode: 1965–1997

Bron: Vergaderstukken

Vergaderverslagen

Adviezen aan het bestuur

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

6.5. Actor: Praeventiefonds (Beleggingscommissie)

[29]

Handeling: Tijdelijke belegging van beschikbare gelden.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 5

Concept bestuursreglement d.d. 3 februari 1960, artikelen 11 en 12

Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 12

Besluit beheer Praeventiefonds (Stb. 1994, 10) artikel 3 lid 2

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 13

Product: Beleggingsdocumenten en correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar na beëindiging belegging

6.6. Actor: Praeventiefonds (Zware begeleidingscommissie TNO-PG)

[12]

Handeling: Het adviseren van het bestuur over de besteding van gelden.

Periode: 1994–1997

Bron: Vergaderverslagen bestuursvergaderingen

Jaarverslagen

Product: Adviezen van de commissie aan het bestuur en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

[20]

Handeling: Het houden van een vergadering van de Zware begeleidingscommissie TNO-PG.

Periode: 1994–1997

Bron: Vergaderstukken

Vergaderverslagen

Adviezen aan het bestuur

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

6.7. Actor: Praeventiefonds (Werkgroep ziekenhuisinfecties)

[21]

Handeling: Het houden van een vergadering van de Werkgroep ziekenhuisinfecties.

Periode: 1995

Bron: Vergaderstukken

Vergaderverslagen

Adviezen aan het bestuur

Product: Vergaderstukken en vergaderverslagen

Opmerking: –

Waardering: B 5

6.8. Actor: Praeventiefonds ( Bureau)

[133.34]

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen.

Periode: 1950–1998

Grondslag: –

Product: Brieven, notities

Opmerking: –

Waardering: V 3 jaar

[22]

Handeling: Het administratief voorbereiden en afronden van vergaderingen van het bestuur, commissies en werkgroepen.

Periode: 1950–1998

Bron: Archiefbescheiden

Product: Datumbriefjes, uitnodigingen en presentielijsten

Opmerking: –

Waardering: Datumbriefjes V 1 jaar

Uitnodigingen en presentielijsten V 7 jaar

[30]

Handeling: Tijdelijke belegging van beschikbare gelden.

Periode: 1996–1998

Grondslag: Besluit op het Praeventiefonds (Stb. 1950, K 357) artikel 5

Bron: Jaarverslagen

Oud-medewerker Praeventiefonds

Product: Beleggingsdocumenten en correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar na beëindiging belegging

[32]

Handeling: Het in deposito geven van gelden zodra het tegoed bij de Rijkspostcheque- en girodienst meer bedraagt dan ƒ 10.000,–.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 14

Product: Deposito bewijzen, correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar na beëindiging deposito

[33]

Handeling: Het voeren van de boekhouding van het Praeventiefonds.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 13

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 15

Product: Ingekomen en uitgaande facturen, bank- en giroafschriften, begroting, correspondentie

Opmerking: –

Waardering: V 7 jaar

[34]

Handeling: Het periodiek verstrekken van financiële overzichten aan het bestuur en de Commissie van Voorbereiding.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 14

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 16

Product: Financiële overzichten

Opmerking: Dit betreft niet de jaarrekening

Waardering: V 7 jaar

[35]

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen over de werkzaamheden aan het bestuur.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 15

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 17

Product: Rekening van baten en lasten, balans, accountantsrapport, jaarverslag, jaarrekening

Opmerking: –

Waardering: Jaarrekening en jaarverslag B 3

Overige stukken V 7 jaar

[36]

Handeling: Het bijhouden van de administratie.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 13

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 15

Product: Projectadministratie

Opmerking: –

Waardering: 10 jaar na vaststelling subsidie project

[37]

Handeling: Het bijhouden van het archief.

Periode: 1950–1998

Grondslag: Bestuursreglement d.d. december 1971, artikel 13

Bestuursreglement d.d. 12 januari 1994, artikel 15

Product: Richtlijnen t.b.v. de archivering, postregistratie in een kaartenbak, postregistratie in het programma Prelib

Opmerking: –

Waardering: Postregistratie V 5 jaar

Richtlijnen V 20 jaar na vervallen

[38]

Handeling: Het betalen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds van een door de Pensioenraad vast te stellen schadeloosstelling als gevolg van opneming als deelgerechtigden in het Algemeen Burgerlijk pensioenfonds van de personen, die op 1 januari 1962 in dienst waren van het bestuur van het Praeventiefonds.

Periode: 1964

Grondslag: Wet van 11 maart 1964 tot wijziging van de Wet op het Praeventiefonds en de Pensioenwet 1922, artikel III lid 1 en lid 2

Product: Betalingen en bewijzen van deelname aan het pensioenfonds

Opmerking: –

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum

[39]

Handeling: Het inkopen van diensttijd sedert 1 augustus 1929 doorgebracht in dienst van de fondsen genoemd in artikel 6 van de Wet op het Praeventiefonds.

Periode: 1964

Grondslag: Wet van 11 maart 1964 tot wijziging van de Wet op het Praeventiefonds en de Pensioenwet 1922, artikel III lid 3

Product: Betalingen en bewijzen van deelname aan het pensioenfonds

Opmerking: –

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum

[40]

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het arbeidsvoorwaarden- en personeelsbeleid.

Periode: 1950–1998

Bron: Archiefbescheiden

Product: Personeelsdossiers, uitvoeringsregelingen, procedures

Opmerking: De voorzitter en secretaris werden door de minister benoemd, maar het personeelsdossier werd bijgehouden door het bureau

Waardering: Personeelsdossiers V 75 jaar na geboorte

Uitvoeringsregelingen en procedures V 6 jaar na beëindiging

[41]

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het huisvestingsbeleid en (gebruiks)goederenbeheer.

Periode: 1950–1998

Bron: Archiefbescheiden

Product: Correspondentie, notities, rapporten, productbeschrijvingen en contracten

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

Contracten 10 jaar na beëindiging

[42]

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van het beleid betreffende automatisering en telecommunicatie.

Periode: 1950–1998

Bron: Archiefbescheiden

Product: Correspondentie, notities, rapporten, productbeschrijvingen en contracten

Opmerking: –

Waardering: V 10 jaar

Contracten 10 jaar na beëindiging

[43]

Handeling: Het (namens het bestuur) onderhouden van contacten.

Periode: 1950–1998

Bron: Archiefbescheiden

Product: Correspondentie m.b.t. felicitaties, condoleance betuigingen, beterschapwensen, etc.

Opmerking:

Waardering: V 3 jaar