Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-01-2010 t/m 31-12-2013

Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3 tweede tot en met vierde lid en 4 van de Wet overige OCenW-subsidies en artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het voorbereidend beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b. vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet;

  • c. school voor praktijkonderwijs: school of afdeling voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • d. AOC: agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in 1.3.3. van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • e. Vbo-groen in een AOC: voorbereidend beroepsonderwijs in de sector landbouw, verzorgd in een AOC;

  • f. praktijkgerichte leeromgeving:

    praktijklokalen en bijbehorende inventaris, inclusief de eventueel daarin opgenomen magazijnen, ruimten voor theorie en docentenwerkplekken;

  • g. project: een activiteit in de vorm van:

    • een aanpassing: ingrepen in een bestaand gebouw ten behoeve van een praktijkgerichte leeromgeving,

    • vervangende nieuwbouw: realiseren van een nieuw gebouw, tenminste bestaande uit een praktijkgerichte leeromgeving, of het uitbreiden van een bestaand gebouw, tenminste bestaande uit een praktijkgerichte leeromgeving, onder het afstoten van ten minste evenveel vierkante meters aan praktijklokalen, of

    • nieuwe inrichting voor de praktijkgerichte leeromgeving, bestaande uit het vernieuwen van inventaris, inclusief apparatuur, vloerafwerking, stoffering, in samenhang met aanpassing of vervangende nieuwbouw;

  • h. meetellende leerling: de per 1 oktober 2004 ingeschreven leerling die voor het bepalen van de hoogte van de standaardbijdrage als volgt meetelt:

    • voor praktijkonderwijs en vbo-groen de leerlingen van alle leerjaren;

    • voor de basis- (BBL), kader- (KBL) en gemengde leerweg (GL) de leerlingen in leerjaar 3 en 4 per vestiging en per sector;

    • leerlingen in de leerjaren 1 en 2 tellen mee naar rato van het aandeel BBL plus KBL plus GL in leerjaar 3 en 4 op schoolniveau

    • Voor alle meetellende leerling geldt dat wordt uitgegaan van de door de accountant gevalideerde leerlinggegevens als bedoeld in artikel 14a lid 2 sub c van het Bekostigingsbesluit W.V.O. en dat het gaat om leerlingen in die vestigingen en die sectoren waarvoor de praktijklokalen worden aangepast.

  • i. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school voor vbo, het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs of van een school met een afdeling voor praktijkonderwijs, het bevoegd gezag van een scholengemeenschap waarin het vbo of praktijkonderwijs is opgenomen, het bevoegd gezag van een AOC, of het bevoegd gezag van een school waar onderwijs wordt gegeven in de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken in de vorm van een standaardbijdrage aan het bevoegd gezag dat zijn leeromgeving meer praktijkgericht maakt door aanpassing van de praktijklokalen.

  • 2 De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken in de vorm van een extra bijdrage aan het bevoegd gezag, niet zijnde het bevoegd gezag van een AOC, dat zijn leeromgeving meer praktijkgericht maakt door aanpassing van de praktijklokalen.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt indien:

    • a. de aanvrager reeds voor 1 november 2005 verplichtingen is aangegaan met een aannemer, of

    • b. de activiteit reeds is opgenomen in het gemeentelijk huisvestingsprogramma voor 2006.

Artikel 3. Subsidieplafonds [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het subsidieplafond voor aanvragen ingediend door het bevoegd gezag, niet zijnde het bevoegd gezag van een AOC, is:

  • 2 Het subsidieplafond voor aanvragen van het bevoegd gezag van een AOC voor de standaardbijdrage is € 16,33 miljoen.

Artikel 4. Standaardbijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt, wanneer het project betrekking heeft op:

    • a. drie of meer afdelingen van de sector techniek: € 858 per meetellende leerling;

    • b. twee afdelingen van de sector techniek of op de sector Zorg en Welzijn of op de sector landbouw, waarin begrepen het vbo-groen in een AOC: € 644 per meetellende leerling;

    • c. de sector economie of op het praktijkonderwijs: € 429 per meetellende leerling.

  • 2 De minister kan de bedragen, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c, naar rato aanpassen wanneer het subsidieplafond voor de standaardbijdrage, genoemd in artikel 3, wordt overschreden.

  • 3 In geval van aanwending voor een andere sector dan aangevraagd, wordt de subsidie van die andere sector van kracht, met dien verstande dat er geen hogere subsidie kan gaan gelden. Bij samenvoeging per 1 augustus 2006 van twee vbo-vestigingen, mag de subsidie voor één vestiging worden aangewend.

Artikel 5. Extra bijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt 60 procent van de werkelijke projectkosten van een project, niet zijnde vervangende nieuwbouw of nieuwe inrichting voor de praktijkgerichte leeromgeving, onder aftrek van de subsidie per meetellende leerling, als bedoeld in artikel 4, vermenigvuldigd met het landelijk gemiddeld aantal leerlingen per vestiging per sector.

  • 2 De minister kan het percentage, genoemd in het eerste lid, aanpassen wanneer de subsidieplafonds voor de extra bijdrage, genoemd in artikel 3, wordt overschreden.

  • 3 In geval van aanwending voor nieuwbouw in plaats van aanpassing vervalt de aanspraak op de extra bijdrage. Bij samenvoeging per 1 augustus 2006 van twee vbo-vestigingen, mag de subsidie voor één vestiging worden aangewend.

Artikel 6. Begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2014]

Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 2 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voor zover van toepassing naar rato van het aantal subsidieontvangers en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 7. Beoordelingscommissie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een Beoordelingscommissie die tot taak heeft de minister op haar verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste 3 andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  • 4 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap benoemt op basis van hun specifieke kennis en deskundigheid de voorzitter en de leden van de commissie voor een termijn van 2 jaar. Ze zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 5 De commissie stelt haar werkwijze vast.

  • 6 Het secretariaat wordt gevoerd door ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Paragraaf 2 . Subsidie aanvraag standaardbijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 8. Subsidieaanvraag standaardbijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag om subsidie in de vorm van een standaardbijdrage op grond van deze regeling kan tot en met 31 januari 2006 worden ingediend.

  • 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 3 Bij de aanvraag dient, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, inzicht te worden gegeven in het project, waarbij in elk geval per vestiging en per sector vermeld wordt of de bijdrage wordt aangevraagd voor aanpassing, vervangende nieuwbouw of nieuwe inrichting in samenhang met aanpassing of vervangende nieuwbouw.

Paragraaf 3. Subsidieaanvraag extra bijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 9. Subsidieaanvraag extra bijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag om subsidie in de vorm van een extra bijdrage op grond van deze regeling kan worden ingediend door het bevoegd gezag, niet zijnde het bevoegd gezag van een AOC:

    • a. in de eerste periode die loopt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 maart 2006, of

    • b. in de tweede periode die loopt van 1 april 2006 tot en met 31 juni 2006.

  • 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een begroting en een bouwkundige schets van de situatie voor en de situatie na de uitvoering van het project ter onderbouwing van de noodzaak van een extra bijdrage bovenop de standaardbijdrage.

  • 4 Bij de aanvraag dient, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, inzicht te worden gegeven in:

    • a. het project, waarbij in elk geval per vestiging en per sector wordt vermeld dat de bijdrage wordt aangevraagd voor aanpassing, en

    • b. in de noodzaak van een extra bijdrage bovenop een standaardbijdrage.

Artikel 10. Bijzondere omstandigheden [Vervallen per 01-01-2014]

In zeer bijzondere omstandigheden kan de minister ten gunste van de aanvrager, niet zijnde het bevoegd gezag van een AOC, van de criteria, genoemd in artikelen 8 en 9, afwijken.

Paragraaf 4. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 11. Verlening van de standaard bijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

De minister geeft uiterlijk 1 maart 2006 een beschikking op de aanvragen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 12. Verlening van de extra bijdrage [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 13. Formele afwijzingsgronden [Vervallen per 01-01-2014]

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de Wet overige OCenW-subsidies kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien de beoordeling van het project leidt tot de bevinding dat het geheel of gedeeltelijk niet in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling.

Paragraaf 5. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 14. Verplichtingen verbonden aan de subsidie [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Aan de subsidie is de verplichting verbonden, dat:

    • a. het project wordt gerealiseerd binnen 18 maanden nadat de subsidie is verleend, wanneer het een aanpassing of nieuwe inrichting betreft, en binnen 30 maanden nadat de subsidie is verleend, wanneer het vervangende nieuwbouw betreft, en

    • b. het bevoegd gezag een verklaring stuurt binnen 3 maanden nadat het project is gerealiseerd naar de Dienst Uitvoering Onderwijs.

  • 2 Het bevoegd gezag dient tenminste 3 maanden voor afloop van de periodes, genoemd in het eerste lid, onder a, een gemotiveerd verzoek in om verlenging bij CFI, indien het project niet gerealiseerd kan worden binnen die periodes.

  • 3 Bij de aanpassing of nieuwbouw ten behoeve van de praktijkgerichte leeromgeving moeten de nadere richtlijnen voor de bouwkundige invulling daarvan worden gevolgd; deze richtlijnen zullen voor 1 maart 2006 worden gepubliceerd.

Artikel 15. Meldingsplicht bij wijziging project [Vervallen per 01-01-2014]

De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister, indien de aanvrager de subsidie anders wil aanwenden dan aangegeven in de aanvraag.

Artikel 16. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie wordt door scholen met lumpsumbekostiging verantwoord in de jaarrekening die op dat jaar betrekking heeft. Daarbij wordt ook de bouwkundige prestatieverklaring betrokken als bedoeld in artikel 17.

  • 2 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie.

  • 3 Het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging zendt over de eerste 7 maanden van het jaar 2006 een Aanvraag Vaststelling Rijksvergoeding in en over de laatste 5 maanden van 2006 een jaarrekening met daarin opgenomen een bijlage D2 over het gehele kalenderjaar.

Artikel 17. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2014]

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is inlichtingen te verschaffen over de voortgang en de realisatie van projecten en de effecten van projecten ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid. Daartoe behoren ook de inlichtingen die een bouwkundige in staat stellen een bouwkundige prestatieverklaring af te leggen over de situatie voor en na de aanpassing of nieuwbouw van praktijklokalen; dit overeenkomstig de richtlijnen bedoeld in artikel 14.

Paragraaf 6. Betaling [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 18. Betaling in gedeelten [Vervallen per 01-01-2014]

Het subsidiebedrag wordt in twee gelijke gedeelten betaald. Het eerste gedeelte wordt betaald binnen vier weken na de subsidieverlening, en het daarop volgende gedeelte binnen een jaar.

Paragraaf 7. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 19. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Deze regeling treedt in werking op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip.

  • 2 Deze regeling vervalt op 1 januari 2014.

Artikel 20. Citeertitel [Vervallen per 01-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende subsidie praktijkgerichte leeromgeving 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2014]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2014]

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.]