Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Voorbereidingscommissie Ronde Tafel Conferenties[Regeling vervallen per 01-01-2011.]

Geldend van 01-01-2006 t/m 31-12-2010

Besluit van 11 november 2005, tot instelling van de Voorbereidingscommissie Ronde Tafel Conferenties

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,

Op de voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, mede namens Onze Minister-President, voorzitter van de raad van ministers van het Koninkrijk van 11 november 2005, nr. 2005-0000285646;

Overwegende dat het wenselijk is een commissie in te stellen ter voorbereiding van conferenties van Nederland, Aruba, de Nederlandse Antillen en de vijf eilandgebieden van de Nederlandse Antillen over de hervorming van de staatkundige, bestuurlijke en financiële verhoudingen van de vijf Antilliaanse eilanden binnen het Koninkrijk en de gevolgen hiervan voor het Koninkrijk;

Artikel 10 van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2011]

In dit besluit wordt verstaan onder ‘de conferenties’: de conferenties van Nederland, Aruba, de Nederlandse Antillen en de vijf eilandgebieden van de Nederlandse Antillen over de hervorming van de staatkundige, bestuurlijke en financiële verhoudingen van de vijf Antilliaanse eilanden binnen het Koninkrijk en de gevolgen hiervan voor het Koninkrijk.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2011]

Er is een Voorbereidingscommissie Ronde Tafel Conferenties, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De commissie heeft tot taak:

    • a. het voorbereiden van de besluitvorming van de conferenties;

    • b. het organiseren van de conferenties;

    • c. het monitoren van de uitvoering van de besluiten die op de conferenties zijn genomen en het zo nodig aandragen van oplossingen voor gesignaleerde problemen bij de uitvoering;

    • d. het doen van voorstellen aan de conferenties over criteria waaraan de constituties, de wetgeving en het overheidsapparaat van nieuwe landen van het Koninkrijk en van eilanden binnen het Koninkrijk met een directe of nieuwe verhouding met Nederland, dienen te voldoen. De criteria hebben betrekking op de verwezenlijking van de mensenrechten, de rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur en houden rekening met de bestuurbaarheid van het Koninkrijk en de nakoming van internationale verplichtingen.

  • 2 De commissie bevordert dat haar voorstellen voldoende gedragen worden door de landen en de eilandgebieden.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De commissie bestaat uit negentien leden. Het voorzitterschap bestaat uit een presidium van drie personen. De leden bekleden geen politiek-bestuurlijke functie en beschikken over kennis op het gebied van staatkundige, bestuurlijke of financiële aangelegenheden.

  • 2 De regeringen van de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland wijzen elk één lid van het presidium en twee andere leden aan.

  • 3 De bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba wijzen elk twee leden aan.

  • 4 Het voorzitterschap van het presidium rouleert tussen de drie leden van het presidium op de wijze zoals door het presidium bepaald.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Het secretariaat van de commissie bestaat in ieder geval uit:

    • a. een algemeen secretaris, aan te wijzen door de Koninkrijksregering;

    • b. een secretaris, aan te wijzen door de regering van de Nederlandse Antillen;

    • c. een secretaris, aan te wijzen door de regering van Aruba;

    • d. een secretaris, aan te wijzen door de regering van Nederland.

  • 2 De regeringen van de landen kunnen ieder ten hoogste drie adjunct-secretarissen aanwijzen.

  • 3 Het secretariaat ondersteunt de commissie inhoudelijk en logistiek.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De commissie vangt haar werkzaamheden aan zodra het presidium is aangewezen.

  • 2 De commissie bevordert dat haar werkzaamheden zodanig worden gepland en uitgevoerd dat de conferenties kunnen aanvangen op de datum die hiervoor is vastgesteld.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De commissie stelt in onderling overleg haar werkwijze vast die zij voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

  • 2 De commissie kan informatie inwinnen die zij naar eigen oordeel voor een goede vervulling van haar taak nodig acht.

  • 3 De commissie kan de medewerking inroepen van organen van openbaar bestuur en de onder deze organen ressorterende instellingen, diensten en bedrijven in de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland.

  • 4 De commissie kan zich voor haar taakvervulling laten bijstaan door deskundigen van buiten haar midden. De commissie besluit over deelname van deze deskundigen aan bijeenkomsten en eventuele andere activiteiten van de commissie.

  • 5 De commissie kan zich rechtstreeks met verzoeken en voorstellen wenden tot Onze Minister-President van de Nederlandse Antillen, Onze Minister-President van Aruba en Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De commissie stelt binnen twee weken na aanvang van haar werkzaamheden de volgende werkgroepen in met in ieder geval de in de volgende artikelen beschreven taak:

    • a. de Werkgroep directe/nieuwe banden met Nederland;

    • b. de Werkgroep rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur;

    • c. de Werkgroep algemene financiële positie.

  • 2 De voorstellen van de werkgroepen worden voorgelegd aan de commissie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De Werkgroep directe/nieuwe banden met Nederland heeft in ieder geval tot taak het doen van voorstellen aan de commissie voor een nieuwe staatkundige structuur van de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba en voor nieuwe staatkundige, bestuurlijke en financiële verhoudingen van deze eilanden met de overige entiteiten binnen het Koninkrijk en met Nederland in het bijzonder.

  • 2 De werkgroep bestaat uit acht leden. De leden bekleden geen politiek-bestuurlijke functie en beschikken over kennis op het gebied van staatkundige, bestuurlijke of financiële aangelegenheden.

  • 3 De regering van Nederland wijst twee leden aan.

  • 4 De bestuurscolleges van de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba wijzen elk twee leden aan.

  • 5 De regeringen van de Nederlandse Antillen en van Aruba kunnen elk een waarnemer aanwijzen.

  • 6 De commissie wijst uit de leden van de werkgroep de voorzitter aan.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De Werkgroep rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur heeft in ieder geval tot taak:

    • a. het inventariseren van en het doen van voorstellen over de activiteiten en maatregelen die op korte termijn voortgezet dan wel gestart moeten worden teneinde de kwaliteit van het openbaar bestuur te verhogen en uitvoering te geven aan de afspraken tussen de landen en de internationale verplichtingen die het Koninkrijk is aangegaan, op de terreinen van rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur;

    • b. het formuleren van criteria waaraan de nieuwe entiteiten moeten voldoen ter verwezenlijking van de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Internationaal erkende criteria zullen hierbij in beginsel het referentiekader vormen;

    • c. het formuleren van criteria voor het waarborgen van de uitvoering van internationale verplichtingen van het Koninkrijk, de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en de aanpak van terrorisme.

  • 2 De werkgroep bestaat uit elf leden. De leden bekleden geen politiek-bestuurlijke functie en beschikken over kennis op het gebied van bestuurlijke of juridische aangelegenheden.

  • 3 De regeringen van de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland wijzen elk twee leden aan.

  • 4 De bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba wijzen elk één lid aan.

  • 5 De commissie wijst uit de leden van de werkgroep de voorzitter aan.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De Werkgroep algemene financiële positie heeft in ieder geval tot taak:

    • a. het doen uitvoeren van een onderzoek naar de financiële situatie van het land de Nederlandse Antillen en van de eilandgebieden. Het gaat om een analyse van de inkomsten en de uitgaven, het vaststellen van de schuldpositie, inclusief schuldenmatrix van de onderlinge schulden, en het beoordelen van het financieel beheer;

    • b. het doen uitvoeren van een schuldhoudbaarheidsanalyse voor het land de Nederlandse Antillen en voor de eilandgebieden om de maximale houdbare schuldquote per entiteit te bepalen;

    • c. het doen van een voorstel voor de verdeling van de schulden van het land de Nederlandse Antillen over de eilandgebieden;

    • d. het opstellen van een schuldsaneringsplan voor de afzonderlijke entiteiten aan de hand van het onderzoek, de analyse en de voorstellen bedoeld in de voorgaande leden;

    • e. het voorstellen van maatregelen om een hernieuwde schuldopbouw in de toekomst te voorkomen en om de kwaliteit van het financieel beheer op een voldoende niveau te brengen en te houden. Ook de fiscaliteit wordt hierbij betrokken;

    • f. het adviseren over een interim financieel-economisch beleid van het land de Nederlandse Antillen;

    • g. het adviseren over het monetair beleid van de nieuwe entiteiten en de toezichtfunctie van de monetaire autoriteit.

  • 2 De werkgroep bestaat uit negen leden. De leden bekleden geen politiek-bestuurlijke functie en beschikken over kennis op het gebied van bestuurlijke of financiële aangelegenheden.

  • 3 De regeringen van de Nederlandse Antillen en van Nederland wijzen elk twee leden aan.

  • 4 De bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba wijzen elk één lid aan.

  • 5 De regering van Aruba kan een waarnemer aanwijzen.

  • 6 De commissie wijst uit de leden van de werkgroep de voorzitter aan.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 Elke werkgroep kan over onderwerpen die alleen één eilandgebied betreffen ook in bilaterale samenstelling vergaderen waarbij alleen de leden van het betrokken eilandgebied en de Nederlandse leden aan de vergadering deelnemen. Bij een bilaterale vergadering kan het bestuurscollege van het desbetreffende eilandgebied maximaal twee extra leden aanwijzen. Een werkgroep in bilaterale samenstelling wordt aangeduid als een bilaterale werkgroep.

  • 2 De bilaterale werkgroepen van de Werkgroep algemene financiële positie hebben in ieder geval tot taak:

    • a. de uitwerking per eilandgebied van de voorstellen bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder e;

    • b. het uitwerken van een financieel en economisch beleid van het betreffende eilandgebied in de vorm van concrete maatregelen die nodig zijn om de schuld van het eilandgebied te stabiliseren en het eilandgebied in een duurzame gezonde financieel en economische positie te brengen en te houden.

  • 3 De bilaterale werkgroepen van de Werkgroep algemene financiële positie maken bij de uitvoering van hun taak in ieder geval gebruik van de door de laatstgenoemde werkgroep uitgevoerde analyses, het opgestelde schuldsaneringsplan en het advies over het interim financieel-economisch beleid van het land. Deze bilaterale werkgroepen maken zoveel mogelijk gebruik van al bestaande adviezen en bestaande beleidsplannen van de entiteiten.

  • 4 De voorstellen van de bilaterale werkgroepen worden voorgelegd aan de werkgroep algemene financiële positie, voorzover deze voorstellen in samenhang met de voorstellen van de andere bilaterale werkgroepen of de werkgroep algemene financiële positie dienen te worden bezien.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2011]

Het secretariaat van een werkgroep bestaat uit de door de regeringen van de landen hiertoe aangewezen adjunct-secretarissen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2011]

De commissie brengt over de voortgang van de uitvoering van haar werkzaamheden, inclusief de werkzaamheden van de werkgroepen, halfjaarlijks, en voorts zo dikwijls als zij dit nodig acht, verslag uit aan de raad van ministers van het Koninkrijk door tussenkomst van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. De commissie zendt een afschrift van het verslag aan Onze Minister-President van de Nederlandse Antillen, Onze Minister-President van Aruba en de voorzitters van de eilandsraden van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2011]

  • 1 De vergoeding voor de reis- en verblijfkosten van een lid, waarnemer, secretaris of adjunct-secretaris van de commissie en de werkgroepen komt ten laste van het land of het eilandgebied dat het lid, de waarnemer, secretaris of adjunct-secretaris heeft aangewezen.

  • 2 De vergoeding bedoeld in het eerste lid, geschiedt op voet van de in de desbetreffende landen of eilandgebieden geldende regelingen voor ambtenaren.

  • 3 In het geval de commissie in Nederland vergadert komt, in afwijking van het eerste lid, de vergoeding voor de reis- en verblijfkosten ten behoeve van deze vergadering van de leden en de secretarissen van de commissie ten laste van Nederland. Deze vergoeding geschiedt, in afwijking van het tweede lid, op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.

  • 4 De vergoeding voor de reis- en verblijfkosten van de door het Koninkrijk aangewezen algemeen secretaris, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de in Nederland geldende regeling voor ambtenaren.

  • 5 De vergoeding voor de werkzaamheden en voor de reis- en verblijfkosten van de deskundigen bedoeld in artikel 7, vierde lid, komt ten laste van Nederland en geschiedt op voet van de gebruikelijke tarieven en voorschriften.

  • 6 De vergaderkosten van de commissie en de werkgroepen komen voor de helft ten laste van Nederland en voor de andere helft ten laste van het land waar de vergadering plaatsvindt.

  • 7 Voorzover de kosten door Nederland worden gedragen, worden zij ten laste gebracht van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2011]

Het archief van de commissie, inclusief het archief van de werkgroepen en bilaterale werkgroepen, berust na de beëindiging van haar werkzaamheden bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een schaduwarchief zal ter beschikking worden gesteld aan de regeringen van de Nederlandse Antillen en van Aruba.

Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant, de Curaçaosche Courant en de Landscourant van Aruba en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Raad van State van het Koninkrijk, de Hoge Raad der Nederlanden, de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba, het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, de Algemene Rekenkamers van de landen en de eilandsraden van de eilandgebieden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De Minister-President, Voorzitter van de raad van ministers van het Koninkrijk

,

J.P. Balkenende

De

Minister

voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Pechtold