Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening bestemmingsheffing pianotechnisch bedrijf 2006[Regeling materieel uitgewerkt per 02-12-2006.]

Geldend van 28-01-2006 t/m heden

Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 9 november 2005, houdende regels ter zake van de aan de ondernemers die het pianotechnisch bedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing voor het jaar 2006 (Verordening bestemmingsheffing pianotechnisch bedrijf 2006)

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gelet op artikel 95, tweede lid en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gezien het advies van de Commissie pianotechnisch bedrijf;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • b. pianotechnisch bedrijf: het bedrijf van het onderhouden, repareren of stemmen van akoestische piano's of vleugels;

  • c. werknemer: degene die op grond van een arbeidsovereenkomst met de ondernemer in de onderneming werkzaam is en piano's of vleugels onderhoudt, repareert of stemt;

  • d. de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • e. bestemmingsheffing: heffing die is gebaseerd op artikel 9, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel 2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het pianotechnisch bedrijf wordt uitgeoefend.

§ 2. De heffing

Artikel 3

  • 1 Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening het pianotechnisch bedrijf uitoefenen, wordt voor het jaar 2006 een heffing opgelegd ten behoeve van vakopleiding en na-scholing voor het pianotechnisch bedrijf.

  • 2 De heffing bedoeld in het eerste lid bestaat uit:

    • a. een basisheffing van € 158,- per onderneming; en

    • b. een heffing per werknemer van € 90,-.

Artikel 4

  • 1 De ondernemer is verplicht om op eerste vordering de voorzitter opgave te doen van het aantal werknemers in de onderneming.

  • 2 Indien de ondernemer, ondanks herhaald verzoek, de in het eerste lid bedoelde gegevens niet verstrekt, stelt de voorzitter het aantal werknemers ambtshalve vast.

Artikel 5

  • 1 Aan de ondernemer die lid is van:

    • a. de Nederlandse Piano- en Muziekinstrumentenbond (NPMB); of

    • b. de Vereniging voor Pianotechnici Nederland (VvPN)

    en over het jaar 2005 aan een van deze organisaties contributie heeft betaald, wordt een aftrek toegestaan van 50% van de bruto heffing met een maximum van 50% van de contributie over 2005 (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit door de in de eerste volzin genoemde organisaties verstrekte opgave is gebleken dat de contributie is betaald.

  • 2 Op het in het eerste lid bedoelde maximum van 50% van de betaalde contributie wordt in mindering gebracht de aftrek op de heffing Hoofdbedrijfschap Ambachten 2006 of de heffing Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2006.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,

    • b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,

    • c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is,

    • d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

    • e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 4 De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.

  • 5 Op een verzoek als in het vierde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur beslist.

§ 3. Vermindering van heffing

Artikel 6

  • 1 Bij cumulatie van onderhavige bestemmingsheffing met een of meer andere aan het Hoofdbedrijfschap Ambachten te betalen bestemmingsheffingen, wordt de heffing tot nihil verminderd, indien de uitoefening van het pianotechnisch bedrijf kan worden aangemerkt als een nevenactiviteit ten opzichte van die andere bedrijfsuitoefening of bedrijfsuitoefeningen waarvoor een bestemmingsheffing is opgelegd.

  • 2 De vermindering wordt alleen toegepast ten aanzien van de vestiging of onderneming waarin één persoon alle bedrijven uitoefent waarvoor bestemmingsheffingen zijn opgelegd.

Artikel 7

Vermindering als bedoeld in artikel 6 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 9

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 5, vijfde lid.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad bedrijfsorganisatie.

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing pianotechnisch bedrijf 2006.

Den Haag, 9 november 2005

P. Kalle

voorzitter

J.W. Nelson

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 januari 2006 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij beschikking van 16 januari 2006, nr. AV/CAM/2006/2125.