Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen[Regeling vervalt per 01-01-2021.]

Geldend van 31-08-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 september 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2005/73174, houdende regels met betrekking tot de financiering van scholing van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen (Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 50a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1a. Vaststelling persoon met ernstige scholingsbelemmeringen

  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen oordeelt of een persoon waarvoor het college verantwoordelijk is een persoon met ernstige scholingsbelemmeringen is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, met dien verstande dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon alleen beoordeelt op de sociaal-medische criteria van de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 2 Voor de beoordeling van een persoon waarvoor het college verantwoordelijk is, maakt de persoon gebruik van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken formulier. Bij de aanvraag overlegt de persoon op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen alle gegevens die nodig zijn om vast te stellen of hij een persoon met ernstige scholingsbelemmeringen is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b.

  • 3 Indien het college verantwoordelijk is voor de re-integratie van een persoon, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, niet in behandeling, dan nadat deze persoon schriftelijk instemming heeft verkregen van het college.

Artikel 2. Subsidie scholingsinstellingen

  • 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt één keer per drie jaar op aanvraag, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, subsidie ten behoeve van een scholingsinstelling die beroepsonderwijs voor personen met ernstige scholingsbelemmeringen verzorgt als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en dat onderwijs is gericht op het verwerven van arbeidsmarktgerichte diploma’s of deelcertificaten.

  • 2 De beschikking tot verlening van subsidie als bedoeld in het eerste lid vermeldt de verhouding tussen het bedrag van de subsidie en de door de subsidieontvanger te verrichten activiteiten.

  • 3 In afwijking van het eerste lid verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor het jaar 2017 subsidie voor de duur van drie kalenderjaren en zeven maanden.

Artikel 3. Subsidieplafond

  • 1 De minister stelt één keer per vier jaar, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, het subsidieplafond per cohort vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.

  • 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidieplafond:

    • a. voor het cohort van 1 januari 2018 tot en met 31 juli 2021: € 13,3 miljoen;

    • b. voor het cohort van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2022: € 13,3 miljoen;

    • c. voor het cohort van 1 januari 2020 tot en met 31 juli 2023: € 13,3 miljoen.

Artikel 4. Verdeling beschikbare subsidie over aanvragers

  • 1 Na het verstrijken van de periode van indiening, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, worden de aanvragen per cohort ingedeeld naar de ernst van de handicap of de behoefte aan scholing van de cursisten op wie de aanvraag betrekking heeft.

  • 2 Per cohort worden de aanvragen in een rangorde geplaatst. Daarbij worden de aanvragen beoordeeld naar de verhouding tussen de kosten van de opleiding en het percentage personen dat na afronding van de door de scholingsinstelling verzorgde scholing een dienstbetrekking aangaat, waarbij de aanvraag met de gunstigste verhouding als eerste in de rangorde wordt geplaatst.

  • 3 Indien het subsidiebedrag dat verleend kan worden aan de subsidieaanvrager wiens aanvraag als eerste in de rangorde is geplaatst, lager is dan het subsidieplafond per cohort, bedoeld in artikel 3, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat subsidiebedrag. Indien aan de aanvrager van de volgende aanvraag een subsidiebedrag kan worden verleend dat lager is dan het bedrag dat na beslissing op de eerste aanvraag resteert, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ook aan die aanvrager dat subsidiebedrag, en zo vervolgens.

  • 4 Indien in de rangorde een aanvraag aan de orde is waarop een hoger bedrag kan worden verleend dan het bedrag dat van het subsidieplafond per cohort resteert wordt het subsidiebedrag bepaald gelijk aan het van het subsidieplafond per cohort resterende bedrag.

  • 5 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wijst resterende aanvragen af.

Artikel 5. Subsidieaanvrager

  • 1 De subsidie wordt aangevraagd door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die gemachtigd is om de scholingsinstelling ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd, in rechte te vertegenwoordigen.

  • 2 De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager.

Artikel 6. Subsidieaanvraag

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

  • 2 De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van de aanvraag gebruik van het daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken formulier.

  • 3 Bij de aanvraag wordt overgelegd:

    • a. een beschrijving van de onderwijsvorm van de scholingsinstelling;

    • b. een begroting van de voor subsidie in aanmerking te brengen kosten;

    • c. een opgave van het aantal personen met ernstige scholingsbelemmeringen van wie scholing met de subsidie wordt bekostigd met dien verstande dat de opgave van het aantal personen niet hoger mag zijn dan 10% van het gemiddeld aantal personen met ernstige scholingsbeperkingen in de laatste vijf jaar, bedoeld in onderdeel e.;

    • d. een document waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager gemachtigd is de scholingsinstelling ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd, in rechte te vertegenwoordigen;

    • e. gegevens met betrekking tot het aantal personen met ernstige scholingsbelemmeringen dat in de laatste vijf jaar na het volgen van een opleiding bij een scholingsinstelling, in de arbeid is ingeschakeld;

    • f. gegevens waaruit blijkt in welke mate de scholingsinstelling samenwerkt met partijen die in de regio zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden voor onderwijs of passend onderwijs, arbeidsmarkt en zorg.

  • 4 Indien de subsidieaanvrager voor de kosten, bedoeld in artikel 7, subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag.

  • 5 Een aanvraag om subsidie wordt een zodanig tijdstip verzonden dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze ontvangt voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft een beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 6 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen neemt een aanvraag tot subsidieverlening voor een bedrag van minder dan € 125.000,– niet in behandeling.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

Voor subsidie kunnen slechts in aanmerking worden gebracht de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de voorbereiding en de feitelijke uitvoering van de scholing of opleiding van personen met ernstige scholingsbelemmeringen toe te rekenen en ten laste van de scholingsinstelling ten behoeve waarvan de subsidie is aangevraagd, begrote kosten van:

  • a. personeel;

  • b. lesmateriaal;

  • c. kosten van huisvesting, ICT en andere indirecte kosten;

  • d. de woonfunctie van de persoon met ernstige scholingsbelemmeringen;

  • e. vervoer als bedoeld in artikel 9, onderdeel e;

  • f. inschakeling in de arbeid.

Artikel 8. Omvang subsidie

  • 1 De subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 7, bedraagt maximaal het in de beschikking tot subsidieverlening overeenkomstig artikel 4 vastgestelde bedrag.

  • 2 Indien voor de kosten uit anderen hoofde subsidie of anderszins inkomsten worden verworven, wordt de omvang van de subsidie zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies en inkomsten ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten bedraagt.

Artikel 9. Weigering subsidie

Subsidie wordt geweigerd, indien:

  • a. de voor subsidie in aanmerking te brengen kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten of de eerder behaalde resultaten;

  • b. de administratieve organisatie niet voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 11;

  • c. de scholingsinstelling niet meer dan één opleiding aanbiedt als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • d. het geïntegreerd aanbod op het terrein van zorg, re-integratie en onderwijs van de scholinginstelling onvoldoende rekening houdt met de specifieke behoeften van personen met ernstige scholingsbelemmeringen;

  • e. de scholingsinstelling geen zorg draagt voor het vervoer tussen het woonadres van personen met ernstige scholingsbelemmeringen en de scholingsinstelling of voor tegemoetkoming in de kosten van dat vervoer;

  • f. de scholingsinstelling niet kan aangeven met welke activiteiten wordt bevorderd dat de persoon met ernstige scholingsbelemmeringen direct aansluitend op de schoolopleiding kan instromen in het arbeidsproces;

  • g. de scholingsinstelling in de twee jaar aansluitend op de afronding van de schoolopleiding door de persoon met ernstige scholingsbelemmeringen geen nazorg biedt;

  • h. de personen met ernstige scholingsbelemmeringen op de scholingsinstelling afkomstig zijn uit minder dan drie regio’s als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • i. niet wordt voldaan aan artikel 6, derde lid, onderdeel c.

Artikel 10. Beschikking subsidieverlening/voorschot

  • 1 Indien de gevraagde subsidie geheel of gedeeltelijk wordt verleend, geeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de subsidieaanvrager een beschikking tot subsidieverlening, waarbij per cohortperiode voor ieder cohort ambtshalve een voorschot van 60% van de verleende subsidie voor dat specifieke cohort kan worden verleend.

  • 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in de cohortperiode ten hoogste één keer een tweede voorschot toe te kennen, waarbij de hoogte van het eerste en tweede voorschot tezamen ten hoogste 60% van de verleende subsidie voor dat specifieke cohort bedragen.

Artikel 10a. Geen aanspraak vervolgsubsidie

Verstrekking van subsidie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van deze regeling kan geen aanspraken doen ontstaan op verlening van een vervolgsubsidie.

Artikel 11. Administratie

  • 1 De subsidieaanvrager draagt zorg voor een inzichtelijke en controleerbare administratie. Deze administratie bestaat uit een leerlingenadministratie en een financiële administratie, waarin alle voor de subsidieverlening en de subsidievaststelling noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiëren met bewijsstukken.

  • 2 De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een goede accountantscontrole.

  • 3 De subsidieaanvrager draagt er zorg voor dat voor de subsidieverlening en de subsidievaststelling noodzakelijke bescheiden bewaard blijven tot en met zeven jaren na het jaar waarin de subsidie is vastgesteld.

Artikel 11a. Meldingsplicht en voortgangsverslag

  • 1 De subsidieaanvrager doet onverwijld een schriftelijke melding aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 2 De in het vorige lid bedoelde omstandigheid doet zich in ieder geval, doch niet uitsluitend, voor indien er sprake is van een substantieel aantal minder te scholen personen met ernstige scholingsbelemmeringen dan waarop de door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afgegeven toekenningsbeschikking is gebaseerd.

  • 3 De subsidieaanvrager overlegt één keer per periode van 12 maanden een tussentijds voortgangsverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, conform de eisen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de beschikking aan dit verslag stelt.

Artikel 12. Verantwoording en subsidievaststelling

  • 1 De subsidieaanvrager dient na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in. Het verzoek tot subsidievaststelling wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangen uiterlijk dertien weken na afloop van de cohortperiode waarvoor subsidie is verleend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft een beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend onder gebruikmaking van het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekte formulier, dat is ingericht overeenkomstig een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen model, vergezeld van een opgave van werkelijk opgeleide en geplaatste personen met ernstige scholingsbelemmeringen.

  • 3 De opgave van werkelijk opgeleide en geplaatste personen met ernstige scholingsbelemmeringen is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring van de accountant is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voorgeschreven controle- en rapportageprotocol.

  • 4 Op aanvraag kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden verlengd met ten hoogste dertien weken.

  • 5 Indien van de subsidieaanvrager niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste of vierde lid, een aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de subsidie binnen acht weken na afloop van de desbetreffende termijn ambtshalve vast.

Artikel 13. Wijze subsidievaststelling

  • 1 De subsidie wordt als volgt vastgesteld:

    • a. de subsidie wordt vastgesteld op 20% van het op grond van artikel 4 vastgestelde bedrag;

    • b. in aanvulling op de vaststelling, bedoeld in onderdeel a, wordt de subsidie op basis van het aantal in de afrekening genoemde trajecten vastgesteld op 80% indien het opleidingsresultaat, bedoeld in artikel 2, is behaald en het in de aanvraag genoemde aantal of een hoger aantal personen, nadat zij het opleidingsresultaat hebben behaald, een dienstbetrekking is aangegaan.

  • 2 Indien niet is voldaan aan het eerste lid, onderdeel b, wordt in aanvulling op de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de subsidie vastgesteld op 40% van de trajectprijs per behaald onderwijsresultaat en 40% van de trajectprijs per aangegane dienstbetrekking.

Artikel 14. Aanvullende subsidie 2009–2012 [Vervallen per 15-09-2013]

Artikel 14a. Toedeling scholingsactiviteiten [Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 14b. Beschikking subsidieverlening en voorschot [Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 14c. Verantwoording Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

  • 1 Binnen acht weken nadat een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, overlegt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de minister per cohort gegevens over aantallen toegekende trajecten per subsidieaanvrager.

  • 2 Binnen acht weken nadat over een cohortperiode een beschikking tot subsidievaststelling is gegeven, overlegt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de minister per cohort gegevens over het aantal opgeleide en het aantal geplaatste personen met ernstige scholingsbelemmeringen, alsmede de totaal uitgekeerde bedragen.

  • 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de minister onverwijld over ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van deze regeling die van zodanig maatschappelijk of politiek belang zijn of die anderszins zodanig de aandacht kunnen trekken, dat tijdige kennisneming door de minister gewenst is.

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat subsidies op grond van deze regeling niet eerder dan per 1 januari 2006 kunnen worden verleend.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op voor die datum reeds verleende subsidies.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 september 2005

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

Bijlage 1

Ernst handicap/scholingsbehoefte

 

Problematiek

Meervoudige problematiek waarvan gedragsproblemen een onderdeel zijn

Lichamelijke, psychische of zintuiglijke belastbaarheid, mate van zelfredzaamheid

Belastbaarheid is beperkt en onvoorspelbaar en discontinu

Persoonsgerichte zorg en begeleiding

Zwaar; er is bijvoorbeeld sprake van zorgindicatie, therapie, bijzondere aandacht voor de handicap (handicapmanagement)

Opleidings- en handicapgerelateerde expertise

Heeft binnen zijn functieverantwoordelijkheid brede kennis van alle voorkomende diagnosecategorieën en daarmee samenhangende persoonlijke en arbeidsgerelateerde beperkingen.

Is in staat om in hoge mate zelfstandig de als noodzakelijk geïndiceerde extra ondersteuning te geven en collega’s daarin te coachen.

Aanvullende persoonsgerichte aanpassingen en voorzieningen

Programma wordt sterk bepaald door deze noodzakelijke aanpassingen en/of voorzieningen

Groepsgrootte

(continu)

Tot 5 personen

Individuele werk- of leerinstructie

Intensief

Verzorging in opleiding en verblijfsvoorziening

Hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen en/of voorbehouden medische handelingen voor cliënten met zwaar lichamelijke problematiek, en/of intensieve psychosociale begeleiding of therapie voor cliënten met zware psychiatrische aandoeningen

Intensieve arbeidsbemiddeling en nazorg (duur en frequentie)

Zwaar

Maximale opleidingsduur

2,5 jaar

Indicatie studiebelasting

4.000 uur studiebelasting

Dagelijks reizen veelal bezwaarlijk:

Verblijfs- of vervoersvoorziening

In de meerderheid van de gevallen