Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingswet Wet bodembescherming (overgang taken Service Centrum Grond)

Geldend van 12-10-2005 t/m heden

Wet van 15 september 2005 tot wijziging van de Wet bodembescherming (overgang taken Service Centrum Grond)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de verplichting om advies te vragen over de reinigbaarheid van verontreinigde grond vervalt, dat de overige taken van het Service Centrum Grond worden opgedragen aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en dat het noodzakelijk is daarvoor enige bepalingen in de Wet bodembescherming aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Red: Wijzigt de Wet bodembescherming.]

Artikel II

Op het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, draagt het Service Centrum Grond alle archiefbescheiden, met betrekking tot de taken die het Service Centrum Grond bij de Wet bodembescherming waren opgedragen tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, over aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel III

[Red: Wijzigt deze wet.]

Artikel IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 15 september 2005

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de elfde oktober 2005

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner