Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit PDV salmonella in de diervoedersector 2005[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 27-11-2005 t/m 31-12-2014

Besluit PDV salmonella in de diervoedersector 2005

Het bestuur van het Productschap Diervoeder heeft,

gelet op artikel 2, tweede lid van Verordening PDV monitoring zoönosen en zoönoseverwekkers diervoedersector 2005 op 7 september 2005 het volgende besluit vastgesteld.

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Den Haag, 7 september 2005

Th.A.M. Meijer

voorzitter

J. den Hartog

secretaris

Bijlage 1. Programma "Monitoring salmonella in de diervoedersector 2002" [Vervallen per 01-01-2015]

GMP18B; 16-02-2005
Bijlage 194008.png

Inhoudsopgave [Vervallen per 01-01-2015]

Voorwoord 3
1 Inleiding 4
2 Risicobeoordeling 6
3 Monitoring van voedermiddelen (grondstoffen) 8
3.1 Salmonellakritische voedermiddelen 8
3.1.2 Door mengvoederbereiders 8
3.1.3 Door of vanwege het PDV 9
3.2 Niet salmonellakritische voedermiddelen 9
3.2.1 Door leveranciers van voedermiddelen 9
3.2.2 Door mengvoederbereiders 9
3.2.3 Door of vanwege het PDV 10
4 Monitoring van mengvoeders en voedermiddelen bestemd voor (pluim-)veehouderijbedrijven 11
4.1 Mengvoeders en voedermiddelen voor pluimvee 11
4.1.1 Door mengvoederbereiders 11
5 Typering van salmonellapositieve monsters 13
6 PDV - databank ongewenste stoffen en producten 14
7 Kosten en financiering 15
Bijlage I: Protocol monitoring leverancierszuid-amerikaanssojaschroot en -schilfers 16
Bijlage II: Protocol monitoring leveranciersonbehandeld1vismeel 18
Bijlage III: Protocol monitoring producenten getoaste sojabonen 20
Bijlage IV: Protocol monitoring producenten raapzaadschroot en - schilfers 22
Bijlage V: Protocol monitoring producenten europees zonnebloemzaadschroot 24
Bijlage VI: Protocol monitoring producenten franse tarwezemelen 26
Bijlage VII: Protocol monitoring producenten eischalen 28
Bijlage VIII: Protocol monitoring leveranciers pluimveevoeders 30
Bijlage IX: Protocol monitoring producenten andere mengvoeders dan pluimveevoeders 35
Bijlage X: Protocol monitoring producenten en leveranciers voedermiddelen bestemd voor veehouderijbedrijven (m.u.v. pluimveehouderij) 38
Bijlage XI: Protocol serotypering salmonellapositieve monsters 40
Bijlage XII: Monitoring door en vanwege het pdv 42
Bijlage XIII: Meldingsprocedure salmonellapositieve 44

Voorwoord [Vervallen per 01-01-2015]

Deze publicatie bevat het monitoringprogramma m.b.t. salmonella in de diervoedersector voor 2002. Dit programma is door het bestuur van het Productschap Diervoeder vastgesteld op 23 januari 2002 en door het bestuur gewijzigd op 4 juni 2004. Het programma is vastgesteld in het kader van de GMP-regeling diervoedersector.

Monitoring is bedoeld als een verificatie van de effectiviteit van toegepaste beheersmaatregelen. In de GMP-regeling diervoedersector is een aantal beheersmaatregelen opgenomen met betrekking tot salmonella in voedermiddelen en mengvoeders. Vooral het pakket aan beheersmaatregelen als ook de actie- en afkeurgrenzen m.b.t salmonella in pluimveevoeders is de afgelopen maanden aangescherpt, als bijdrage van de diervoedersector in de aanpak van salmonella in de pluimveeketen.

Voorheen waren er in het kader van het Besluit PDV bedrijfsinterne inspecties en controles GMP diervoedersector 1998 minimum eisen opgenomen voor monitoring van voedermiddelen en mengvoeders. Deze zijn, vooral voor de voedermiddelen, nogal uitgebreid. Voorts is gekozen voor een betere structurering en het samenbrengen van alle onderdelen in één samenhangend monitoringprogramma. In dit programma is ook de monitoring opgenomen die door het productschap zelf als onafhankelijke verificatie uitvoert.

Het is nadrukkelijk de bedoeling in de loop van de tijd de voortgang en de resultaten te evalueren.

Van dit programma is zowel een Nederlandse als een Engelse versie beschikbaar.

Den Haag, 23 januari 2002

J. den Hartog

secretaris

1. Inleiding [Vervallen per 01-01-2015]

In het kader van de GMP-regeling diervoedersector zijn normen en nodige beheersmaatregelen vastgesteld met het oog op de beheersing van salmonella in pluimveevoeders. Oogmerk is de insleep van salmonella in de pluimveeketen via diervoeders te minimaliseren.

De thans geldende normen (maximum salmonella-incidentie en procesnormen voor enterobacteriaceae) zijn als volgt:

Productnormen

Maximum salmonellabesmetting in %% af te leveren partijen

Maximum %% met S. enteritidis / S. typhimurium in af te leveren partijen

Pluimveemengvoeders en voedermiddelen voor enkelvoudige levering aan pluimveehouderijbedrijven, voor:

   

• Topfok

0+ %

0+ %

• Opfok vermeerdering

0+ %

0+ %

• Vermeerdering

0+ %

0+ %

• Opfokhennen legeindsector

1 %

0+ %

• Leghennen

1 %1

0+ %

• Vleeskalkoenen

0+ %

0+ %

• Vleeskuikens

0+ %

0+ %

Procesnormen Maximum kve enterobacteriaceae per gram
 

Streefwaarde

Actiegrens

Pluimveemengvoeders voor:

   

• Topfok

 

100

• Opfok vermeerdering

 

100

• Vermeerdering

 

100

Overige pluimveemengvoeders, mits thermisch behandeld, voor:

   

• Opfokhennen legeindsector

<100

1.000

• Leghennen

<100

1.000

• Vleeskalkoenen

<100

1.000

• Vleeskuikens

<100

1.000

De beheersmaatregelen zijn voor een belangrijk deel gericht op de processing bij de productie van pluimveevoeders, en op de toelevering van salmonellakritische voedermiddelen die daarbij gebruikt worden. Daarnaast zijn in de GMP-regeling diervoedersector algemene beheersmaatregelen voor andere diervoeders dan voor pluimvee opgenomen, teneinde de insleep van salmonella via het voer te minimaliseren. Voor deze voedersoorten zijn alleen nog normen voor enterobacteriaceae na thermische behandeling vastgelegd: de streefwaarde bedraagt '< 100 kve' enterobacteriaceae per gram, de actiegrens bedraagt 1.000 enterobacteriaceae per gram.

Ter verificatie van de effectiviteit van de beheersmaatregelen is een monitoring noodzakelijk van zowel de salmonellakritische voedermiddelen alsmede pluimveevoeders . Daarnaast is het van belang bij de voeders voor de andere diersoorten een vinger aan de pols te houden. Daarnaast is het noodzakelijk zicht te houden op de salmonellabesmetting van niet - salmonellakritische voedermiddelen , teneinde vanuit die zijde onverwachts niet met bron van contaminatie geconfronteerd te worden Deze monitoring wordt primair door de betrokken ondernemingen uitgevoerd, waarbij aanvullend door het PDV een landelijke, onafhankelijke verificatie wordt uitgevoerd. Dit programma heeft betrekking op de uitvoering van deze monitoring op salmonella in de diervoedersector in 2002. Het is voor het eerst dat dit in één samenhangend programma is opgenomen.

Op basis van de monitoring gegevens inzake de 'uitgangscontrole' van producenten / importeurs / afladers van voedermiddelen en de 'ingangscontrole' van de GMP-erkende mengvoederfabrikanten stelt het PDV halfjaarlijks de lijst van salmonellakritische voedermiddelen bij. Tevens kunnen betreffende voedermiddelen van individuele leveranciers (productielocaties respectievelijk afladers) op basis van deze gegevens op een zgn. 'Witte lijst' worden geplaatst, waarbij minder zware verplichtingen voor mengvoederfabrikanten en tevens lagere monitoringfrequenties voor de voedermiddelenleveranciers zullen gelden.

Alle gegevens in het kader van dit programma worden opgeslagen in de PDV-databank ongewenste stoffen en producten en zijn toegankelijk voor de berichtgevers, zijnde voedermiddelenleveranciers én mengvoederbereiders.

2. Risicobeoordeling [Vervallen per 01-01-2015]

In tegenstelling tot andere contaminanten, kan salmonella in meerdere schakels van de voortbrenging ontstaan en worden geëlimineerd. Belangrijke invloedsfactoren zijn vocht en temperatuur.

Voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Salmonella komt in het bijzonder voor in eiwithoudende voedermiddelen. De meeste voedermiddelen die salmonella kunnen bevatten, ondergaan bij be- en verwerking (b.v. olie- extractie) een zodanige behandeling dat salmonella wordt afgedood. Herbesmetting kan echter optreden tijdens koeling en door bijmenging van reststromen die tijdens de be- en verwerking ontstaan zijn en niet de hittebehandeling hebben ondergaan. Voorts kan herbesmetting optreden tijdens het transport naar de afnemer / mengvoederproducent of veehouder.

Voedermiddelen worden vanaf het 4de kwartaal 2001 als salmonellakritisch beschouwd op basis van relatief hoge besmettingsincidentie in de beschikbare monitoringresultaten in o.a. de PDV-databank ongewenste stoffen en op basis van de bevindingen van de Keuringsdienst Diervoedersector bij mengvoerbedrijven, waarbij als meest frequente oorzaak deze voedermiddelen als de belangrijkste oorzaak van salmonellabesmetting werden aangeduid.

Op dit moment zijn de volgende voedermiddelen als salmonellakritisch beoordeeld: Zuid- Amerikaans sojaschroot en –schilfers, onbehandeld vismeel, raapzaadschroot- en schilfers, getoaste sojabonen, Europees zonnebloemzaadschroot, Franse tarwezemelen en eierschalen. Deze lijst van salmonellakritische voedermiddelen stelt het PDV elk half jaar bij op basis van de monitoringresultaten. Voorts kunnen betreffende voedermiddelen van individuele leveranciers (productielocaties respectievelijk afladers) op basis van monitoring- en controlegegevens op een zgn. 'Witte lijst' worden geplaatst. Het betreft hierbij leveranciers van voedermiddelen binnen de groep 'salmonellakritisch', die - mits aantoonbaar afkomstig van betreffende leveranciers - als 'niet kritisch' worden beschouwd.

Tabel 1: Beschikbaar gekomen voedermiddelen relevant m.b.t. salmonella in 1999/2000 (x1.000 ton)

Product(groepen)

Uit binnenlandse productie

Uit andere landen ('import')

Totaal

Schroten/schilfers van olieh. zaden

1.076

3.213

4.289

Getoaste sojabonen

n.b.

n.b.

146

Maïsglutenvoermeel

184

885

1.069

Vismeel

 

21

21

Diermeel

n.b.

n.b.

270

Verenmeel

n.b.

n.b.

37

Fosforzure voederkalk

n.b.

n.b.

6

Tarwe

660

298

958

Maïs

111

641

752

Mengvoeders [Vervallen per 01-01-2015]

Bij de mengvoederbereider is ten eerste een belangrijke bron van insleep van salmonella het ontvangen van (salmonellakritische) voedermiddelen (grondstoffen). Vervolgens is het van belang of er wel of geen salmonellabeheersende behandelingen (b.v. aanzuren of verhitten c.q. pelleteren) worden toegepast.

Eind 2001 is besloten dat voor de topfok, opfok en vermeerderingvoeders in de pluimveesector een actiegrens wordt ingesteld van 100 kve enterobacteriaceae per gram voer. Voorts is m.b.t. álle pluimveevoeders besloten dat bij gebruik van salmonellakritische voedermiddelen een salmonella-afdodende stap verplicht is.

Ingeval van verhitten is daarna de afkoeling een factor van herbesmetting. Ten slotte is bij het transport adequate reiniging van het transportmiddel van belang, om herbesmetting bij vervoer naar het veehouderijbedrijf te voorkomen.

Tabel 2: Beschikbaar gekomen mengvoeder in 1999 (x 1.000 ton)

Product(groepen)

Binnenlandse productie (x 1.000 ton)

Varkensvoeders

6.729

Pluimveevoeders

3.579

- Legpluimveevoer

1.878

- Vleespluimveevoeders

1.701

Rundveevoeders

3.646

Huisdiervoeders

368

Overigen

386

Totaal

14.709

Punten voor monitoring [Vervallen per 01-01-2015]

Om de effectiviteit van salmonella-afdodende behandelingen en de mate van herbesmetting te meten, zijn de volgende momenten van monitoring in het bijzonder van belang:

  • Beladen van vervoermiddel met een voedermiddel af producent of laadhaven

  • Ontvangst van een voedermiddel bij een mengvoederproducent

  • Beladen van vervoermiddel met een mengvoeder voor aflevering aan de veehouder.

Daarnaast is het uiteraard van belang om op verschillende kritische punten binnen het productieproces procescontrole toe te passen door middel van het meten van het kiemgetal enterobacteriaceae en/of Salmonella.

3. Monitoring van voedermiddelen (grondstoffen) [Vervallen per 01-01-2015]

Producten

Door leverancier voedermiddelen (grondstoffen)

Door mengvoederbereider

Door / vanwege PDV

Salmonellakritische voedermiddelen

X

X

X

Niet – salmonellakritische voedermiddelen

X

X

X

3.1. .Salmonellakritische voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

3.1.1. Door leveranciers van voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Elk van de onderstaande leveranciers van salmonellakritische voedermiddelen (GMP-, GMP - gelijkwaardig of QC-verified) heeft de verplichting een monitoring programma op salmonella uit te (laten) voeren als bedoeld in dit programma.

Het monitoringprogramma wordt als volgt uitgevoerd:

  • in de laadhaven tijdens het beladen van het zeeschip van Zuid-Amerikaans sojaschroot/- schilfers (verlader/aflader);

  • vóór het moment van invoer in de Europese Unie c.q. lossen van het zeeschip van onbehandeld vismeel1 (importeur);

  • tijdens beladen (af fabriek) van getoaste sojabonen, raapzaadschilfers &-schroten, Europees zonnebloemzaadschroot, Franse tarwezemelen en eierschalen (producent).

Deze monitoring vindt plaats volgens de protocollen opgenomen in de bijlagen I t/m VII bij dit programma. In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

Het voornemen is – na een proefperiode in het 1ste kwartaal 2002 - op grond van deze gegevens, aangevuld met de monitoring gegevens van de mengvoederbereiders de betreffende leverancier(s) op een z.g. witte lijst of niet te plaatsen. Dit zal worden vastgelegd in een protocol dat onderdeel zal gaan uitmaken van dit programma. Tevens kunnen voedermiddelen op basis van deze gegevens generiek van de lijst van salmonellakritische voedermiddelen worden geschrapt (dan wel juist daarop worden opgenomen).

3.1.2. Door mengvoederbereiders [Vervallen per 01-01-2015]

Elke GMP - erkende producent van mengvoeders is verplicht om bij ontvangst van salmonellakritische voedermiddelen op een productielocatie waar pluimveevoer wordt geproduceerd de betreffende voedermiddelen te onderzoeken op salmonella, conform het protocol in bijlage VI. Deze monitoring is mede bedoeld ter verificatie van de monitoring door de leveranciers van deze voedermiddelen en het beoordelen op eventuele herbesmetting tijdens transport.

Het aantal monsters per product is gerelateerd aan het verbruik (en de wijze van aanvoer) van betreffende voedermiddelen bij de mengvoederindustrie. In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

3.1.3. Door of vanwege het PDV [Vervallen per 01-01-2015]

De onafhankelijke, landelijke verificatie van het monitoringprogramma van de leveranciers van de salmonellakritische voedermiddelen én van de ontvangende mengvoederbereiders door of vanwege het productschap kan beperkt van omvang zijn en betreft in beginsel 5% van het aantal monsters dat door de betreffende bedrijven gezamenlijk wordt onderzocht, verdeeld over de verschillende voedermiddelen.

Deze monitoring wordt in opdracht van PDV uitgevoerd conform het protocol in bijlage XII.

In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

3.2. Niet salmonellakritische voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Het is van belang ook zicht te houden op de salmonellastatus van niet salmonellakritische voedermiddelen. De huidige niet salmonellakritische voedermiddelen kunnen na verloop van tijd toch een bron van besmetting van diervoeders – die hetzij in de vorm van een mengvoeder dan wel als voedermiddel (enkelvoudig) op het veehouderijbedrijf worden aangewend – worden.

Voorts is te verwachten dat door de intensieve monitoring een aantal van de huidige salmonellakritische voedermiddelen na verloop van tijd als niet meer salmonellakritisch beschouwd zullen worden door betere beheersing van het voortbrengingsproces. Nadat dit plaatsvindt, is het wenselijk zicht te blijven houden op de salmonellastatus van deze voedermiddelen. Daarom is een monitoring programma op niet salmonellakritische voedermiddelen noodzakelijk.

Bij deze monitoring gaat het op dit moment met name om de volgende productgroepen, die door de aanwezigheid van eiwit potentieel salmonella kunnen bevatten:

  • dierlijke eiwitten, voor zover niet salmonellakritisch

  • oliehoudende zaden en bijproducten daarvan, voor zover niet salmonellakritisch

  • granen en graanbijproducten

  • peulvruchten

  • zuivelproducten

3.2.1. Door leveranciers van voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Elke leverancier van voedermiddelen (GMP+ -, GMP-gelijkwaardig of QC-verified) heeft de verplichting een monitoringprogramma op salmonella uit te (laten) voeren, afgestemd op de bedrijfseigen HACCP-analyse. (zie protocol in bijlage X)

3.2.2. Door mengvoederbereiders [Vervallen per 01-01-2015]

Elke GMP – erkende producent van mengvoeders heeft de verplichting om, ingeval van productie van onbehandelde mengvoeders en van pluimveevoeders, voedermiddelen (ook niet-kritische) te onderzoeken op salmonella. Betreffende voorschriften zijn opgenomen in het protocol in bijlage VIII en IX.

3.2.3. Door of vanwege het PDV [Vervallen per 01-01-2015]

De monitoring van(wege) het productschap van de niet salmonellakritische voedermiddelen is maar ten dele bedoeld als verificatie van de monitoringprogramma's van de leveranciers van voedermiddelen en mengvoederbereiders. Daarnaast is het bedoeld als een collectief genereren van gegevens omtrent de bacteriologische kwaliteit van deze producten voor algemeen gebruik. Mede in het licht van de relatief beperkte omvang van het aantal monsters aan deze voedermiddelen dat door de leveranciers en mengvoederbereiders wordt onderzocht is de omvang van het aantal monsters door of vanwege het productschap ca. 20% van het aantal monsters dat door de betreffende bedrijven gezamenlijk wordt onderzocht, verdeeld over de verschillende voedermiddelen.

Deze monitoring van niet salmonellakritische voedermiddelen wordt door of vanwege het PDV conform het protocol in bijlage XII uitgevoerd.

Het aantal monsters per product is gerelateerd aan het verbruik (en wijze van vervoer) van betreffende voedermiddelen. In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

4. Monitoring van mengvoeders en voedermiddelen bestemd voor (pluim-)veehouderijbedrijven [Vervallen per 01-01-2015]

Producten

Door leverancier voedermiddelen (grondstoffen)

Door mengvoederbereider c.q. leverancier voedermiddelen bestemd voor (pluim-) veehouderijbedrijven

Door / vanwege PDV

Mengvoeders voor Pluimvee

-

X

X

Mengvoeders voor Varkens

-

X

X

Mengvoeders voor Rundvee

-

X

X

Voedermiddelen voor enkelvoudige vervoedering

-

X

X

4.1. Mengvoeders en voedermiddelen voor pluimvee [Vervallen per 01-01-2015]

4.1.1. Door mengvoederbereiders [Vervallen per 01-01-2015]

De GMP – erkende bereider van pluimveevoeders is verplicht een bedrijfsinterne controle (monitoring) uit te voeren op pluimveevoeders volgens het protocol opgenomen in bijlage VIII.

Het aantal monsters per product is gerelateerd aan het productievolume aan de onderscheiden typen voeders voor de verschillende schakels in de pluimveeketen. Uitgangspunt is dat - afhankelijk van de schakel in de keten - ca. elke 48 tot 720 ton (tijdelijk 480 ton) wordt bemonsterd voor salmonella onderzoek.

In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

4.1.2. Door leveranciers van voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Elke GMP - erkende leverancier van tarwe, maïs en eventuele andere voedermiddelen, bestemd voor enkelvoudige levering aan pluimveehouderijbedrijven, heeft de verplichting om deze producten per ca. 720 ton te bemonsteren voor salmonellaonderzoek. Betreffende voorschriften zijn weergegeven in het protocol in bijlage VIII.

4.1.3. Door of vanwege PDV [Vervallen per 01-01-2015]

De onafhankelijke, landelijke verificatie van het monitoring programma van de bereiders van pluimveevoeders en leveranciers van voedermiddelen voor pluimveehouderijbedrijven door of vanwege het productschap kan beperkt van omvang zijn en betreft in beginsel 5% van het aantal monsters dat door de betreffende bedrijven wordt uitgevoerd (voor voedermiddelen (voor enkelvoudige vervoedering) wordt 20% aangehouden).

Deze monitoring wordt in opdracht van PDV uitgevoerd conform het protocol in bijlage XII. In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

4.2. Mengvoeders en voedermiddelen voor andere diersoorten dan pluimvee [Vervallen per 01-01-2015]

4.2.1. Door mengvoederbereiders [Vervallen per 01-01-2015]

Elke GMP – erkende bereider van andere mengvoeders dan pluimveevoeders (varkens- en rundveevoeders) is verplicht een bedrijfsinterne controle (monitoring) uit te voeren volgens het protocol opgenomen in bijlage IX. Hierbij kunnen zowel salmonella- als ook enterobacteraceae- bepalingen aan de orde zijn.

Het aantal monsters per product is gerelateerd aan het totale productievolume aan mengvoeders van betreffende productielocatie.

In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

4.2.2. Door leveranciers van voedermiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Elke GMP – erkende bereider c.q. leverancier van voedermiddelen, bestemd voor andere diersoorten dan pluimvee, is verplicht een bedrijfsinterne controle (monitoring) uit te voeren volgens het protocol opgenomen in bijlage X.

Deze leveranciers van voedermiddelen voor veehouderijbedrijven dienen per kwartaal te bemonsteren voor een meting/analyse van de microbiologische gesteldheid via een in dit kader relevante bepaling van - afhankelijk van het soort product - de pH, de aflevertemperatuur, het kiemgetal of de aan-/afwezigheid van salmonella en het aantal kolonievormende eenheden aan schimmels bij producten met relatief hoge AW- waardes/vochtgehaltes.

4.2.3. Door of vanwege PDV [Vervallen per 01-01-2015]

De onafhankelijke, landelijke verificatie van het monitoring programma van de bereiders van mengvoeders en leveranciers van voedermiddelen voor andere diersoorten dan pluimvee door of vanwege het productschap kan beperkt van omvang zijn en betreft in beginsel 5% van het aantal monsters dat door de betreffende bedrijven wordt uitgevoerd.

Deze monitoring wordt in opdracht van PDV uitgevoerd conform het protocol in bijlage XII. In de praktijk zal dit resulteren in de aantallen monsters op jaarbasis (globaal) vermeld in bijlage XII.

5. Typering van salmonellapositieve monsters [Vervallen per 01-01-2015]

In beginsel vindt, na vaststelling van salmonella in voedermiddelen (grondstoffen), mengvoeders en voedermiddelen voor veehouderijbedrijven, in alle gevallen typering (serotype en evt. -faagtype) plaats. Daarvoor geldt het protocol opgenomen in bijlage XI.

De pluimveevoeders, rundveevoeders en varkensvoeders dienen volledig getypeerd te worden. De voedermiddelen dienen getypeerd te worden op de serotypen Enteritidis, Typhimuirium, Infantis, Virchow, Hadar, Java en Agona.

Doel van deze typeringen is om nauwkeuriger eventuele verbanden te kunnen vaststellen tussen salmonellatypen in voedermiddelen, de hieruit geproduceerde mengvoeders en dieren én de dierlijke producten. Het is een hulpmiddel bij het onderzoeken van de mogelijke oorzaak van een salmonellabesmetting in een vervolgschakel in de keten.

6. PDV - databank ongewenste stoffen en producten [Vervallen per 01-01-2015]

Uitgangspunt is dat alle betrokken ondernemers verplicht zijn hun monitoringgegevens maandelijks beschikbaar te stellen aan de PDV-databank ongewenste stoffen (DOS) en producten. Daarin worden ook de monitoringgegevens van het productschap opgeslagen.

Alle berichtgevers kunnen alle gegevens m.b.t. salmonella in de databank on line (via internet) raadplegen. Daarvoor kunnen ze een gebruikersnaam en wachtwoord aanvragen.

Voor de opgave van monitoringresultaten aan databank, alsmede voor het raadplegen van de databank is een inlognaam nodig. Een inlognaam is aan te vragen middels het volgende formulier:

http://www.formdesk.nl/pdv/DOS_ww_dosinvoer

Bij de gebruikersnaam en het wachtwoord ontvangt u tevens de instructie voor online opgave van monitoringsresultaten aan de PDV Databank.

Doel van het vastleggen van alle gegevens in de databank is dat alle belanghebbenden adequaat gebruik kunnen maken van de gegevens in hun eigen bedrijfsvoering, alsmede dat de transparantie omtrent de bacteriologische gesteldheid van voedermiddelen in de sector wordt vergroot.

7. Kosten en financiering [Vervallen per 01-01-2015]

De kosten die met uitvoering van dit programma te maken, zijn als volgt opgebouwd.

Bedragen in € (Euro) voor 2002:

 

Grondstoffenhandel

Mengvoederbedrijven

Productschap Diervoeder

Totaal

Monsteronderzoek

404.000

1.221.000

88.000

1.713.000

Beheer databank ongewenste stoffen

10.400

17.400

25.000

52.800

Rapportage

   

10.000

10.000

Algemeen

   

5.000

5.000

 

414.400

1.238.400

128.000

1.780.800

De kosten voor het PDV komen ten dele ten laste van de subfunctie ‘Kwaliteit; beleid & regulering’ en ten dele ten laste van de subfunctie ‘Keuringsdienst Diervoedersector’.

Bijlage I. Pprotocol monitoring leveranciers zuid-amerikaans sojaschroot en -schilfers [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Leveranciers van Zuid-Amerikaanse sojaschroot/-schilfers(met name afladers).

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Sojaschroot/-schilfers, geproduceerd in Zuid-Amerika (incl. pellets daarvan).

Bijlage 194007.png

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de aflader (en laadhaven, -plaats en -land) en zeeboot en ruim aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoeksfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Tijdens belading zeeschip: [Vervallen per 01-01-2015]

Van elk betreffend ruim (van 8.000 à 10.000 ton) worden minimaal twee representatieve eindmonsters samengesteld en onderzocht op Salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Tijdens belading zeeschip: [Vervallen per 01-01-2015]

  • -

    per 500 (m)ton minimaal 20 willekeurig genomen ondermonsters, via 'grepen/scheppen' van max. 1 kg.;

  • -

    samenvoeging en menging van alle ondermonsters tot 1 verzamelmonster per ruim;

  • -

    minimaal 2 eindmonster(s) trekken uit het (gemengde) verzamelmonster.

Extra voorwaarden boven het bovenstaande voor bemonstering op salmonella:

Bemonstering plaats:

  • -

    Zo dicht mogelijk bij het ontvangende ruim (het liefst in de stroom)

Instructies aan personeel:

  • -

    Zoveel mogelijk direct van de stroom.

  • -

    Gebruik gedesinfecteerde monstername schep (alcohol)

  • -

    Indien de schep niet gebruikt wordt opslaan in bewaarzak.

  • -

    Persoonlijke hygiëne: gebruik steriele handschoenen.

  • -

    Tussentijdse monsters opslaan in PE-zakken

Uitrusting:

  • -

    Schep – van roestvrijstaal

  • -

    Alcohol 95% om schep in de vlam te reinigen

  • -

    Flessen: Steriel glas of PET van 500 CC of

  • -

    Zakken: PE zakken van 1.5 liter.

Monsters:

  • -

    Tussentijdse monsters opslaan als bovenstaand.

  • -

    Mengen op steriele plaats en onder steriele omstandigheden.

  • -

    Opsturen in steriele fles of zak zoals hierboven omschreven.

  • -

    Voorkomt contact met hitte/zonlicht/vocht/apparaten.

  • -

    Monsters direct verzenden.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreeks hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage II. Protocol monitoring leveranciers onbehandeld 1 vismeel [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Leveranciers van vismeel.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Onbehandeld vismeel.

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Wanneer een salmonella positieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde het productieland van het vismeel aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Bij ontvangst in de EU-zeehaven /Bij of na lossing zeeschip in silo's (van 200-600 ton) of binnenschepen/duwbakken (van 600-1500 ton): [Vervallen per 01-01-2015]

Basisregime: Elk zeeschip

Bemonstering en onderzoek op Salmonella vinden plaats door de veterinaire autoriteiten.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Bij ontvangst in de EU-zeehaven /Bij of na lossing zeeschip in silo's (v. 200-600 ton) of binnenschepen/duwbakken (v. 600-1500 ton): [Vervallen per 01-01-2015]

Bij of na lossing pér silo of binnenschip/duwbak waarin ontvangen wordt:

  • -

    minimaal 25 ondermonsters van ca. 25 gram, voor de eerste 250 (m)ton;

  • -

    van elke 50 (m)ton extra, 5 monsters extra.

(Evt.) samenstelling verzamelmonsters uit de betreffende ondermonsters.

Eindmonsters: Elk op salmonella onderzocht monster (meerdere per silo of binnenschip/duwbak) dient salmonellanegatief te zijn alvorens de partij in het EU- handelsverkeer mag worden gebracht.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

Wanneer een partij vismeel van buiten de EU bij de invoercontrole een salmonella positieve uitslag heeft, dient deze partij te worden gedecontamineerd (hittebehandeling of chemische behandeling) en bij heranalyse salmonella negatief te zijn alvorens de partij tot het EU- handelsverkeer wordt toegelaten.

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreeks hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage III. Protocol monitoring producenten getoaste sojabonen [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van getoaste sojabonen (toasters).

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Getoaste sojabonen

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Op de productielocatie dient een lijst aanwezig te zijn met vermelding van de volgende gegevens: aantal auto's dat beladen is en de hoeveelheid afgeleverd per schip, welke auto’s werden bemonsterd en het aantal monsters per schip, datum verzending van monsters naar het laboratorium en uitslag van het resultaat (en indien salmonellapositief de typering). Deze lijst wordt gearchiveerd en op verzoek ter beschikking gesteld aan de controleur van de toezichthoudende instantie.

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de producent, het productieland en de productielocatie van de getoaste sojabonen aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt minimaal één monster per afleveringsdag onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt tijdens belading per as één monster van minimaal 25 gram genomen van de eerste aflevering op die dag en voorts van iedere vierde autobelading. Als het gaat om belading van schepen, geldt dat er per 500 ton of een deel hiervan een monster genomen dient te worden.

Het monstermateriaal wordt geschept uit de productstroom tijdens de belading en verpakt in steriele monsterpotjes. De producent verzendt de monsters binnen 2 werkdagen na monstername en geeft het laboratorium opdracht van het materiaal een mengmonster te maken en dit te analyseren.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage IV. Protocol monitoring producenten raapzaadschroot en - schilfers [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van raapzaadschroot en -schilfers.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Raapzaadschroot en –schilfers.

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Op de productielocatie dient een lijst aanwezig te zijn met vermelding van de volgende gegevens: aantal auto's dat beladen is en de hoeveelheid afgeleverd per schip, welke auto’s werden bemonsterd en het aantal monsters per schip, datum verzending van monsters naar het laboratorium en uitslag van het resultaat (en indien salmonellapositief de typering). Deze lijst wordt gearchiveerd en op verzoek ter beschikking gesteld aan de controleur van de toezichthoudende instantie.

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de producent en het productieland (en eventueel de productielocatie) van de producten aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt minimaal één monster per afleveringsdag onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt tijdens belading per as één monster van minimaal 25 gram genomen van de eerste aflevering op die dag en voorts van iedere vierde autobelading. Als het gaat om belading van schepen, geldt dat er per 500 ton of een deel hiervan een monster genomen dient te worden.

Het monstermateriaal wordt geschept uit de productstroom tijdens de belading en verpakt in steriele monsterpotjes. De producent verzendt de monsters binnen 2 werkdagen na monstername en geeft het laboratorium opdracht van het materiaal een mengmonster te maken en dit te analyseren.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage V. Protocol monitoring producenten europees zonnebloemzaadschroot [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van Europees zonnebloemzaadschroot.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Europees zonnebloemzaadschroot.

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Op de productielocatie dient een lijst aanwezig te zijn met vermelding van de volgende gegevens: aantal auto's dat beladen is, welke auto’s werden bemonsterd, datum verzending van monsters naar het laboratorium en uitslag van het resultaat (en indien salmonellapositief de typering). Deze lijst wordt gearchiveerd en op verzoek ter beschikking gesteld aan de controleur van de toezichthoudende instantie.

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de producent en het productieland (en eventueel de productielocatie) van de producten aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt minimaal één monster per afleveringsdag onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt van elke belading per as één monster van minimaal 25 gram genomen van de eerste aflevering op die dag en voorts van iedere vierde autobelading.

Het monstermateriaal wordt geschept uit de productstroom tijdens belading en verpakt in steriele monsterpotjes. De producent verzendt de monsters binnen 2 werkdagen na monstername en geeft het laboratorium opdracht om:

  • a) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;

  • b) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage VI. Protocol monitoring producenten Franse tarwezemelen [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van Franse tarwezemelen.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Franse tarwezemelen.

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Op de productielocatie dient een lijst aanwezig te zijn met vermelding van de volgende gegevens: aantal auto's dat beladen is, welke auto’s werden bemonsterd, datum verzending van monsters naar het laboratorium en uitslag van het resultaat (en indien salmonellapositief de typering). Deze lijst wordt gearchiveerd en op verzoek ter beschikking gesteld aan de controleur van de toezichthoudende instantie.

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de producent en het productieland (en eventueel de productielocatie) van de producten aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt minimaal één monster per afleveringsdag onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt van elke belading per as één monster van minimaal 25 gram genomen van de eerste aflevering op die dag en voorts van iedere vierde autobelading.

Het monstermateriaal wordt geschept uit de productstroom tijdens belading en verpakt in steriele monsterpotjes. De producent verzendt de monsters binnen 2 werkdagen na monstername en geeft het laboratorium opdracht om:

  • c) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;

  • d) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage VII. Protocol monitoring producenten eischalen [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van eischalen, zijnde de eiverwerkende industrie die geregistreerd en erkend is volgens EU-richtlijn 89/437.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Gedroogde eischalen.

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Op de productielocatie dient een lijst aanwezig te zijn met vermelding van de volgende gegevens: aantal auto's dat beladen is, welke auto’s werden bemonsterd, datum verzending van monsters naar het laboratorium en uitslag van het resultaat (en indien salmonellapositief de typering). Deze lijst wordt gearchiveerd en op verzoek ter beschikking gesteld aan de controleur van de toezichthoudende instantie.

Wanneer een salmonellapositieve uitslag wordt verkregen, dan dient deze te worden getypeerd.

Bij de levering van de voedermiddelen dient te allen tijde de naam van de producent en het productieland (en eventueel de productielocatie) van de producten aan de afnemer te worden gemeld.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt minimaal één monster per afleveringsdag onderzocht op de aanwezigheid van salmonella.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

Per productielocatie wordt van elke belading per as één monster genomen.

Het monstermateriaal wordt geschept uit de productstroom tijdens belading en verpakt in steriele monsterpotjes. De omvang van de te nemen monsters bedraagt tenminste 60 gram (voldoende om een monster en een duplomonster van elk 25 gram samen te kunnen stellen). De producent verzendt de monsters binnen 2 werkdagen na monstername en geeft het laboratorium opdracht om:

  • e) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;

  • f) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium of door een daaraan door PDV gelijkgesteld laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen [Vervallen per 01-01-2015]

-

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage VIII. Protocol monitoring leveranciers pluimveevoeders [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten van pluimveemengvoeders en leveranciers van voedermiddelen voor pluimvee

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Mengvoeders en voedermiddelen bestemd voor pluimvee

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

-

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

4.1. Pluimveemengvoeders [Vervallen per 01-01-2015]

Volgens de in onderstaande schema's weergegeven minimum frequenties dient (per bedrijfseenheid) het volgende microbiologisch onderzoek plaats te vinden.

Onderzoek op Salmonella

Type mengvoer

minimum frequentie, omgerekend naar af te leveren partijen van 24 ton

Topfok

1 op de 2 partijen (50%)

Opfok vermeerdering

1 op de 5 partijen (20%)

Vermeerdering

1 op de 10 partijen (10%)

Vleeskuikens

1 op de 20 partijen (5%)

Leghennen en opfokleghennen

1 op de 20 partijen (5%)

Opfok vermeerdering kalkoenen

1 op de 5 partijen (20%)

Vermeerdering kalkoenen

1 op de 10 partijen (10%)

Vleeskalkoenen

1 op de 30 partijen (3 1/3%)

4.2. Voedermiddelen voor productie van mengvoeders [Vervallen per 01-01-2015]

Voor elke productielocatie waar pluimveemengvoer wordt geproduceerd dient onderzoek op Salmonella in salmonellakritische voedermiddelen plaats te vinden volgens de in het onderstaande schema weergegeven minimum frequenties, ongeacht of ze in mengvoeders voor pluimvee of voor andere dieren worden verwerkt

Salmonellakritische voedermiddelen :

Type voedermiddel

Minimumfrequentie

  • -

    raapzaadschilfers en -schroot;

  • -

    onbehandeld 1 vismeel;

  • -

    getoaste sojabonen;

  • -

    Zuid-Amerikaans sojaschilfers en -schroot;

  • -

    Europees zonnebloemzaadschroot;

  • -

    Franse tarwezemelen;

  • -

    eischalen;

alsmede de genoemde voedermiddelen waarvan het land van bereiding niet kan worden aangetoond

Bij aanvoer (ontvangen zending) per schip bij de mengvoerproductielocatie: representatieve bemonstering per 500 ton (aantoonbaar gemiddeld per 500 ton)

Bij aanvoer per as bij de mengvoerproductielocatie: representatieve bemonstering per 100 ton (aantoonbaar gemiddeld per 100 ton)

Niet-salmonellakritische voedermiddelen : [Vervallen per 01-01-2015]

Voorts dient voor elke productielocatie waar pluimveemengvoer wordt geproduceerd onderzoek op Salmonella plaats te vinden op niet-salmonellakritische voedermiddelen, die in mengvoeders voor pluimvee worden verwerkt, volgens de in het onderstaande schema weergegeven minimum frequenties.

Omvang jaarproductie pluimveevoer door bedrijfseenheid

Minimum aantal monsters per kwartaal

tot 2.000 ton

1

tot 4.000 ton

1

tot 6.000 ton

2

tot 8.000 ton

2

tot 10.000 ton

3

tot 20.000 ton

5

tot 30.000 ton

8

tot 40.000 ton

10

meer dan 40.000 ton

13

4.3. Voedermiddelen voor directe levering aan pluimveehouders [Vervallen per 01-01-2015]

Bij voedermiddelen als die enkelvoudig worden afgeleverd aan pluimveehouderijen dient monstername en analyse op Salmonella plaats te vinden volgens onderstaand schema:

Type voedermiddel

Minimumfrequentie, omgerekend naar af te leveren partijen van 24 ton

Tarwe, maïs en andere voedermiddelen, bestemd voor enkelvoudige levering aan pluimveehouderijbedrijven

1 op de 30 partijen (3 1/3%)

4.4. Procescontrole [Vervallen per 01-01-2015]

Voor de productie van pluimveemengvoeders en de enkelvoudige aflevering van tarwe en maïs aan pluimveehouders geldt tevens dat minimaal tweemaal per jaar monstername en analyse op Salmonella plaats dient te vinden op kritische punten in het productieproces (mengvoeder) of het logistieke proces (voedermiddelen).

Indien een salmonella-afdodende behandeling in het proces wordt toegepast, dan dient tevens onderzoek op Enterobacteriaceae uitgevoerd te worden op de volgende punten van elke lijn waarop de salmonella-afdodende behandeling plaats vindt:

  • -

    minimaal tweemaal per jaar op de kritische punten in het voortbrengingsproces, om het verloop van het niveau van enterobacteriaceae vast te stellen ter toetsing van het voortbrengingsproces (salmonella-afdodende behandeling);

  • -

    minimaal 5 monsters eindproduct per kwartaal.

4.5. Kalkoenvoeders [Vervallen per 01-01-2015]

Aanvullend op bovenstaande voorwaarden voor leveranciers van pluimveevoeders geldt voor producenten van kalkoenvoeders het volgende.

Voorwaarden voor geperste voeders: [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De mengvoederproducent toont m.b.v. een enteroreductieproef aan onder welke condities (temperatuur en tijd) de enteroreductie minimaal een factor 1000 is. Deze condities dienen te worden gebruikt als instellingsparameters bij de productie van geperst kalkoenvoer. De enteroreductieproef dient minimaal 2 maal per jaar te worden uitgevoerd. De mengvoederproducent moet aantoonbaar kunnen maken dat deze instellingsparameters gebruikt zijn bij de productie van kalkoenvoeders. Dit geldt voor het begin tot het einde van de partij.

  • 2. In afwijking van paragraaf 4.4. moet de producent van kalkoenvoeders de volgende procescontrole doorvoeren. De procescontrole heeft betrekking op de kritische bemonsteringsplaatsen voor hercontaminatie van salmonella:

    • a. Koelers, binnenzijde daar waar mogelijk condensplekken zitten (2 monsters)

    • b. Luchtaanvoer van de koeler, op de plaatsen waarlangs de lucht wordt aangezogen (3 monsters)

    • c. Elk punt in de productielijn na de pers waar stof op het product kan komen (1 monster per punt)

    • d. Plaatsen in de productielijn na de pers waar producten (bij enzymen) worden toegevoegd (1 monster per plaats)

    • e. Binnenkant van de gereed productsilo aan de bovenzijde (1 monster per silo)

  • 3. De frequentie van monstername van deze kritische punten moet 1 maal per maand zijn en indien dit een half jaar negatief is, kan de frequentie teruggebracht worden naar 1 maal per 2 maanden. De kritische punten moeten onderzocht worden op salmonella.

  • 4. Een processchema dient onderdeel te zijn van dit protocol. Hierop zijn de kritische punten voor de lijncontrole aangegeven.

  • 5. Bij besmetting worden direct corrigerende maatregelen genomen.

  • 6. Op verzoek van de kalkoenhouder worden onderzoeksgegevens vrij aan hem/haar cq het PPE ter beschikking gesteld.

Voorwaarden voor kalkoenvoeders met los bijgemengde voedermiddelen: [Vervallen per 01-01-2015]

Kalkoenvoeders die voedermiddelen bevatten welke geen hittebehandeling hebben ondergaan bij de mengvoederproducent (zoals hierboven beschreven), mogen alleen ‘niet- salmonella kritische’ voedermiddelen bevatten. Zie hiervoor paragraaf 4.2.

Daarbij komt dat elke mogelijke besmetting die mogelijk opgedaan kan worden bij ontvangst, transport en opslag moet worden voorkomen. De kritische salmonellapunten moeten daartoe maandelijks gecontroleerd worden. Deze kritische punten zijn ook aangegeven in het processchema. Minimaal behoren hiertoe de grondstofontvangst, de boven-binnenzijde van lintmenger en de punten genoemd onder punt 2. Bij een half jaar negatief kan de frequentie teruggebracht worden naar 1 maal per 2 maanden.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

De monsters mengvoer of voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering dienen genomen te worden uit de productstroom, op een punt, zo dicht mogelijk voor de belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken), dan wel, ingeval van procescontrole, zo dicht mogelijk na het kritische punt in het proces. De monsters eindproduct voor procescontrole op basis van enterobacteriaceae dienen genomen te worden op een punt, zo dicht mogelijk voor belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken). De omvang van de te nemen monsters bedraagt minimaal 60 gram, voldoende om een monster en een duplomonster van elk 25 gram samen te kunnen stellen.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen bij salmonella positieve uitslag [Vervallen per 01-01-2015]

Wanneer een monster salmonellapositief bevonden wordt, dienen de volgende acties ondernomen te worden.

7.1. Mengvoer of voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering [Vervallen per 01-01-2015]

  • Alle verwerkte - nog aanwezige - salmonellakritische voedermiddelen op salmonella onderzoeken en;

  • Elk salmonellapositief monster mengvoer en voedermiddel dient voorts nader te worden getypeerd (type salmonella) en;.

  • Monstername en analyse op salmonella uitvoeren op kritische punten in het productieproces (mengvoeder) en/of logistieke proces (voedermiddel) en;

  • Aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de oorzaak en;

  • Passende maatregelen genomen te worden om de oorzaak weg te nemen.

7.2. Voedermiddel, bestemd voor verwerking in mengvoer [Vervallen per 01-01-2015]

Bij constatering van de aanwezigheid van een salmonellapositief voedermiddelen in de fabriek:

  • dient analyse op salmonella plaats te vinden op alle kritische punten in de fabriek;

  • dienen de noodzakelijke reinigings- en ontsmettingsmaatregelen genomen te worden.

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

8.1. Databank Ongewenste stoffen van het Productschap [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

8.2. Bureau Coördinatie Diervoedercertificatie en -controle [Vervallen per 01-01-2015]

Elke salmonellapositieve uitslag in het mengvoer en voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering dient direct na het bekend worden van deze uitslag, inclusief typering, met deel A van het modelformulier van bijlage XIII toe te zenden aan BCD. Voorts dient de ondernemer bij elke salmonellapositieve uitslag een onderzoek in te stellen naar de oorzaak, maatregelen te nemen en hiervan onverwijld een rapportage toe te zenden aan BCD en zijn Certificatie Instelling, via deel B van het modelformulier van bijlage XIII.

Indien binnen drie maanden een herhaald geval van een salmonellapositieve uitslag in een mengvoer of voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering geconstateerd wordt, dan dient de ondernemer onverwijld met zijn Certificatie Instelling in overleg te treden over de effectiviteit van de eerder getroffen maatregelen.

Bij elke constatering van Salmonella enteritidis (S.e.) en typhimurium (S.t.) in mengvoer voor de eiersector dient onverwijld met de Certificatie Instelling overleg plaats te vinden over de effectiviteit van de eerder getroffen maatregelen.

Bijlage IX. Protocol monitoring producenten andere mengvoeders dan pluimveevoeders [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Bereiders van andere mengvoeders dan bestemd voor pluimvee

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Andere mengvoeders dan bestemd voor pluimvee .

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

n.v.t.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

De monstername van de te onderscheiden typen eindproducten dient plaats te vinden volgens onderstaand weergegeven minimum frequentie (per bedrijfseenheid). Dit is afhankelijk van de behandeling die het product ondergaan heeft.

4.1. Salmonellareducerende behandeling [Vervallen per 01-01-2015]

Ingeval salmonellareducerende behandeling plaatsvindt dient onderzoek op enterobacteriaceae en/of salmonella uitgevoerd te worden.

4.1.1. Salmonella [Vervallen per 01-01-2015]

Indien gekozen wordt voor onderzoek op salmonella, dan dient het onderzoek als volgt plaats te vinden.

Er dienen monsters genomen te worden van voedermiddelen en mengvoeders voor analyse op salmonella. Het uitgangspunt is hierbij dat minimaal de helft van de monstername betrekking dient te hebben op mengvoeder en het restant op naar het oordeel van de ondernemer meest kritische voedermiddelen en niet – salmonellakritische voedermiddelen.

In het volgende overzicht is het aantal te nemen monsters verduidelijkt.

Jaarproductie mengvoeder voor andere diersoorten dan pluimvee door bedrijfseenheid (bij vochtrijke mengsels: hoeveelheden droge stof)

Aantal monsters per kwartaal

tot 2.000 ton

2

tot 4.000 ton

2

tot 6.000 ton

3

tot 8.000 ton

4

tot 10.000 ton

5

tot 20.000 ton

10

tot 30.000 ton

15

tot 40.000 ton

20

meer dan 40.000 ton

25

4.1.2. Enterobacteriaceae [Vervallen per 01-01-2015]

Indien gekozen wordt voor onderzoek op enterobacteriaceae dan dient dit, per productielijn waarop een salmonellareducerende behandeling plaatsvindt, uitgevoerd te worden via:

  • -

    tweemaal per jaar monstername op de kritische punten in het productieproces om het verloop van het niveau van enterobacteriaceae vast te stellen ter toetsing van het productieproces (thermische behandeling);

  • -

    per kwartaal 5 monsters eindproduct per lijn.

Tevens geldt dat minimaal tweemaal per jaar monstername en analyse op salmonella plaats dient te vinden op kritische punten in het productieproces.

4.2. Geen salmonellareducerende behandeling [Vervallen per 01-01-2015]

Indien géén salmonellareducerende behandeling wordt toegepast, dan dient onderzoek plaats te vinden als bedoeld in § 4.1.1.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

De monsters mengvoer of voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering dienen genomen te worden uit de productstroom, op een punt, zo dicht mogelijk voor de belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken), dan wel, ingeval van procescontrole, zo dicht mogelijk na het kritische punt in het proces. De monsters eindproduct voor procescontrole op basis van enterobacteriaceae dienen genomen te worden op een punt, zo dicht mogelijk voor belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken). De omvang van de te nemen monsters bedraagt minimaal 60 gram, voldoende om een monster en een duplomonster van elk 25 gram samen te kunnen stellen.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

NEN-EN-ISO 6579; 2002 (E) of elke andere methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor salmonellabepaling, erkend laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen bij salmonella positieve uitslag [Vervallen per 01-01-2015]

Wanneer een monster eindproduct of voedermiddel salmonellapositief bevonden wordt, dienen de volgende acties ondernomen te worden:

  • Monstername en analyse op salmonella uitvoeren op kritische punten in het productieproces en;

  • Elk salmonellapositief monster voer of voedermiddel dient voorts nader te worden getypeerd (type salmonella).

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage X. Protocol monitoring producenten en leveranciers voedermiddelen bestemd voor veehouderijbedrijven (m.u.v. pluimveehouderij) [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Producenten en leveranciers van voedermiddelen bestemd voor veehouderijbedrijven (m.u.v. pluimveehouderijtakken)

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Voedermiddelen bestemd voor veehouderijbedrijven (m.u.v. pluimveehouderijtakken)

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Bij seizoengebonden en/of incidentele producten wordt bij de start van de productie een monster genomen van de eerste charge. Vervolgens wordt de vastgestelde inspectiefrequentie in acht genomen.

4. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

De ondernemer neemt één monster per kwartaal, per product per toeleverancier en onderzoekt dit op een van de van toepassing zijnde parameters, namelijk:

  • pH

  • aflevertemperatuur

  • enterobacteriaceae

  • salmonella

  • schimmels

In het geval dat de pH wordt gemeten en voldaan wordt aan de maximale pH als bedoeld in het Besluit PDV normen GMP diervoedersector, is monitoring op salmonella niet vereist.

Indien de producent deze controles reeds uitvoert, kunnen deze in de plaats van het eigen onderzoek van de handelaar treden, onder voorwaarde dat deze uitslagen op het bedrijf aanwezig zijn en het bedrijf jaarlijks een controle uitvoert op deze cijfers.

Indien de GMP-erkende handelaar producten betrekt van een GMP-erkende toeleverancier kan het inspectieprogramma vervallen indien er zelf geen additionele handelingen worden uitgevoerd.

5. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

De monsters voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering dienen genomen te worden uit de productstroom, op een punt, zo dicht mogelijk voor de belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken). De omvang van de te nemen monsters bedraagt minimaal 60 gram, voldoende om een monster en een duplomonster van elk 25 gram samen te kunnen stellen.

6. Analysemethode [Vervallen per 01-01-2015]

Een methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II.

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor de betreffende bepaling, erkend laboratorium.

7. Corrigerende maatregelen bij salmonella positieve uitslag [Vervallen per 01-01-2015]

Bij overschrijding van de norm wordt binnen 14 dagen een nieuw monster uit dezelfde partij genomen. Als dit niet meer mogelijk is dient een nieuwe partij van gelijke herkomst te worden bemonsterd. Een terugkeer naar het reguliere onderzoek kan plaatsvinden na twee goede uit- slagen.

8. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage XI. Protocol serotypering salmonellapositieve monsters [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Leveranciers van mengvoeders voor landbouwhuisdieren, honden- en kattenvoeders en voedermiddelen, en ontvangers van voedermiddelen (mengvoedergrondstoffen).

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

Mengvoeders voor landbouwhuisdieren, honden- en kattenvoeders en voedermiddelen (mengvoedergrondstoffen en voor enkelvoudige vervoedering).

3. Algemene voorwaarden [Vervallen per 01-01-2015]

Deelnemers aan de GMP-regeling diervoedersector zijn verplicht om salmonellapositief bevonden monsters diervoeders of voedermiddelen te laten typeren. De pluimveevoeders, rundveevoeders en varkensvoeders dienen volledig getypeerd te worden. De voedermiddelen dienen getypeerd te worden op de serotypen Enteritidis, Typhimuirium, Infantis, Virchow, Hadar, Java en Agona. De serotypering dient uitgevoerd te worden door het RIVM. De kosten voor de typering komen voor rekening van het (diervoeder)bedrijf.

De procedure is als volgt:

  • Nieuwe deelnemende bedrijven melden zich eenmalig aan bij het RIVM op telefoonnummer 030-2742126.

  • Het RIVM stuurt u vervolgens zo spoedig mogelijk een verzendmedium met verpakkingsmateriaal. Dit is de standaard RIVM verpakking met wit/roze formulieren. Deze formulieren moeten vervangen worden door de groene formulieren van het diervoederproject. Deze formulieren worden separaat van het verpakkingsmateriaal aan u toegestuurd.

  • Het verpakkingsmateriaal en het nieuw verzendmedium wordt na elke inzending geretourneerd aan de inzender. De groene formulieren kunnen telkens telefonisch worden aangevraagd op telefoonnummer 030-2742126. De deelnemers die al regelmatig bij het RIVM het groene formulier inzenden, moeten vanaf heden deze formulieren ook telefonisch gaan bestellen.

  • Het groene RIVM-formulier dient volledig ingevuld te worden en samen met de Salmonella geïdentificeerde cultuur opgestuurd te worden aan het RIVM. Op het formulier dienen de volgende gegevens te worden vermeld:

    • -

      Naam/adres/woonplaats inzender;

    • -

      Bedrijf in wiens opdracht het productmonster genomen is (evt. in code);

    • -

      Type voeder of voedermiddel waaruit de salmonellastam werd geïsoleerd;

    • -

      Land van herkomst/oorsprong voedermiddel.

Bij de eerste inzending dient éénmalig tevens de toegepaste salmonella-isolatietechniek te worden vermeld, alsmede bij elke toekomstige wijziging in de toegepaste techniek.

4. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreek hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Bijlage XII. Monitoring door en vanwege het PDV [Vervallen per 01-01-2015]

1. Doelgroep [Vervallen per 01-01-2015]

Bureau Coördinatie en Certificatie Diervoedercontrole en door het PDV / BCD ingeschakelde Certificatie Instellingen.

2. Producten [Vervallen per 01-01-2015]

  • -

    salmonellakritische en niet-salmonellakritische voedermiddelen

  • -

    pluimveevoeders, varkensvoeders en rundveevoeders

3. Onderzoekfrequentie [Vervallen per 01-01-2015]

Aantal monsters monitoring salmonella diervoedersector in 2002, incl. vanwege PDV

Producten

Door grondstoffenleverancier

Door leverancier diervoeder

Door of vanwege PDV

Totaal

Salmonellakritische voedermiddelen

       

■ Braziliaans sojaschroot/schilfers

120

1.750

95

1.965

■ Raapzaadschilfers/schroot

3.600

1.500

255

5.355

■ Zuid-Amerikaans vismeel

50

400

25

475

■ Getoaste sojabonen

2.000

600

130

2.730

■ Eierschalen

n.n.b

n.n.b

n.n.b

n.n.b.

Niet - salmonellakritische voedermiddelen

       

■ Verenmeel

-

p.m.

p.m.

p.m.

■ Diermeel

-

p.m.

p.m.

p.m.

■ Vismeel (niet ZA)

-

50

10

60

■ Fosforzure voederkalk

-

60

20

80

■ Sojaschroot, niet - Braz.

-

150

30

180

■ US maïsglutenvoermeel

-

40

10

50

■ Tarwe

-

200

40

240

■ Maïs

-

50

10

60

Pluimveevoeders

       

■ Topfokvoeders

-

800

40

840

■ Opfokvermeerderingvoeders

-

475

25

500

■ Vermeerderingvoeders

-

1.200

60

1.260

■ Kalkoenenvoeders

-

245

10

255

■ Vleeskuikenvoeders

 

2.500

125

2.625

■ Leghennenvoeders (leg- eindsector)

-

2.175

110

2.285

Varkensvoeders

-

2.500

125

2.625

Rundveevoeders

-

2.750

135

2.885

Totaal

5.770

17.445

1.255

24.470

4. Bemonsteringsmethode [Vervallen per 01-01-2015]

De monitoring van de producten:

  • -

    die in overwegende mate uit derde landen via zeetransport worden geïmporteerd, wordt in opdracht van PDV uitgevoerd in de laadhaven (Braz. sojaschroot) of in overslaghaven (Zuid-Amerikaans vismeel) door inspectie-instellingen die daar reeds actief zijn

  • -

    die in Europese landen (incl. Nederland) worden geproduceerd, wordt door de Keuringsdienst Diervoedersector uitgevoerd, hetzij bij de betreffende producent, bij op- en overslag of bij de mengvoederindustrie. Bij de mengvoederindustrie worden niet alleen mengvoeders bemonsterd, maar kunnen ook voedermiddelen (grondstoffen) worden bemonsterd.

De monsters voedermiddelen bestemd voor enkelvoudige vervoedering dienen genomen te worden uit de productstroom, op een punt, zo dicht mogelijk voor de belading van de bulkwagen (resp. het vullen van de zakken). De omvang van de te nemen monsters bedraagt minimaal 60 gram, voldoende om een monster en een duplomonster van elk 25 gram samen te kunnen stellen.

5. Analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

Een methode, opgenomen in de PDV-bundel Onderzoeksmethoden, deel II.

De analyse zal worden uitgevoerd door een ingevolge de Labcode-regeling diervoedersector, voor de betreffende bepaling, erkend laboratorium.

6. Corrigerende maatregelen bij salmonella positieve uitslag [Vervallen per 01-01-2015]

-

7. Melden van analyseresultaten [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van de salmonellabepaling dienen minimaal 1 maal per maand te worden ingevoerd in de Databank Ongewenste stoffen en producten (DOS) van het PDV. Via een invoermodule kunnen bedrijven rechtstreeks hun gegevens via internet in de databank invoeren. Op te geven gegevens zijn o.a. partijnummer, monsterdatum, generieke productnaam, land van herkomst van het product, producent, leverancier, analyseresultaat en de typering (indien salmonellapositief). Van toepassing is de instructie m.b.t. aanleveren gegevens PDV-databank ongewenste stoffen en producten.

Bedrijven met zeer veel aan te leveren gegevens kunnen gebruik maken van het EDI- diervoederanalyses bericht. Hiervoor kunt u contact opnemen met de beheerder van de Databank via het adres dos@pdv.nl.

Daarnaast is de werkwijze van BCD van toepassing, dat de relevante controlebevindingen worden gemeld aan de betrokken bedrijven en de betreffende Certificatie Instellingen.

Bijlage XIII. Meldingsprocedure salmonellapositieve pluimveevoeders [Vervallen per 01-01-2015]

Deel A: Formulier directe melding salmonellabesmetting in mengvoeders pluimveevleessector en eiersector [Vervallen per 01-01-2015]

- Alleen voor intern gebruik door Centraal meldpunt -

Naam en hoofdzetel mengvoederfabrikant: ……………………………………………………...

Type voer (Pluimveecategorie) : ………………………………………………………………..

Productiedatum:

Type Salmonella:

Identificatienummer monster:

Volgnr. afnemer

Afleverdatum

Namen, adressen (bedrijfslocatie), postcodes en plaatsen afnemers en -voor zover bekend- koppelnummers en geboortedata pluimvee

1

   

2

   

3

   

4

   

5

   

6

   

7

   

8

   

9

   

10

   

Deel B: Formulier directe melding salmonellabesmetting in pluimveemengvoeders [Vervallen per 01-01-2015]

- Alleen voor intern gebruik door BCD -

NAW :

Locatie :

Voer- & analysegegevens :

Type voer :

code voer :

productiedatum :

productietijdstip :

plaats monstername:

Identificatienummer monster :

laboratorium :

Type Salmonella :

Bevindingen onderzoek

Voedermiddelensamenstelling :

Analyseresultaten op Salmonella in alle verwerkte salmonellakritische voedermiddelen:

Hygiënestatus van productielocatie :

- grondstoffensilo's :

- doseerinrichting :

- maalderij/mengerij :

- perserij :

- koelers :

- elevatoren :

- kettingen :

Vermoedelijke oorzaak salmonella besmetting:

Verbeteringsmaatregelen

Bijlage 2. Gmp-standaard laboratorium bedrijfsinterne controle diervoedersector [Vervallen per 01-01-2015]

GMP10;16-02-2005
Bijlage 194009.png
1 Doel en toepassingsgebied 3
1.1 Doel 3
1.2 Toepassingsgebied 3
2 Organisatie en kwaliteits-beleid 3
2.1 Kwaliteitssysteem 3
2.2 Organisatieschema 3
2.3 Beheer kwaliteitssysteem 3
3 Documentatie 3
3.1 Vastleggen 3
3.2 Handboek 4
3.3 Datum en autorisatie 4
4 Inrichting 4
5 Personeel 4
6 Apparatuur 4
6.1 Apparatuur en hulpmiddelen 4
6.2 Logboek 5
7 Monsters, standaarden, referentie- en hulpmateriaal 5
8 Voorschriften 5
9 Registratie, rapportage en archivering 6
9.1 Registratie 6
9.2 Rapportage 6
9.3 Archivering 6
9.4 Beveiliging 6
10 Kwaliteitscontroleplan en interne audit 6
10.1 Kwaliteitscontroleplan 6
10.2 Inspectieformulieren 6
10.3 Interne audit 6
11 Ringonderzoek 7
12 Uitbesteding aan andere laboratoria 7
13 Klachtenbehandeling 7
14 Toelichting 7

1. Doel en toepassingsgebied [Vervallen per 01-01-2015]

1.1. Doel [Vervallen per 01-01-2015]

Uitvoeren van analyses in monsters toevoegingsmiddelen, voedermiddelen, voormengsels en diervoeders in het kader van de kwaliteitsborging volgend de GMP-regeling diervoedersector dient op zodanige wijze plaats te vinden, dat de betrouwbaarheid van geproduceerde resultaten op een voldoende niveau wordt beheerst en geborgd. Dit dient betrokkene zelf, via een kwaliteitsborgingssysteem, aantoonbaar te maken.

Certificatie vindt plaats per type verrichting, in combinatie met de analysemethode en matrix, welke ook in het certificaat worden vastgelegd. Een verrichting is datgene wat met een analysemethode kan worden geanalyseerd.

1.2. Toepassingsgebied: [Vervallen per 01-01-2015]

Deze standaard is bedoeld voor laboratoria die onderzoek uitvoeren in het kader van bedrijfsinterne controle (kwaliteitscontrole) ingevolge de GMP-regeling in ondernemingen in de diervoedersector.

Het laboratorium dient de kritische punten van monsterontvangst, -opslag & -behandeling, onderzoek, registratie, rapportage en archivering te beheersen en te borgen.

2. Organisatie en kwaliteitsbeleid [Vervallen per 01-01-2015]

2.1. Kwaliteitssysteem [Vervallen per 01-01-2015]

Het laboratorium dient een kwaliteitssysteem te hebben waarin is opgenomen de organisatie en documentatie van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden, de procedures, de processen en de voorzieningen met betrekking tot het beheersen en het borgen van de betrouwbaarheid van analyseresultaten. De verantwoordelijkheid voor de goede opzet en het functioneren van het kwaliteitssysteem berust bij de directie van de onderneming.

2.2. Organisatieschema [Vervallen per 01-01-2015]

Een organisatieschema dient aan te geven hoe het laboratorium in de organisatie van de onderneming is opgesteld. Het laboratorium en personeel dient binnen de organisatie een onafhankelijke positie te hebben t.o.v. de eventuele activiteiten van voortbrenging en verhandeling van toevoegingsmiddelen, voedermiddelen, voormengsels en diervoeders elders in de onderneming. De beheerder van het kwaliteitssysteem dient rechtstreeks toegang te hebben tot de directie van de onderneming. Voorts dient de interne inspectie (interne audit) uitgevoerd te worden door een persoon die in voldoende mate onafhankelijk staat t.o.v. de te auditen activiteit. Verder dient de auditor voldoende kennis te bezitten van de te auditen activiteit.

2.3. Beheer kwaliteitssysteem [Vervallen per 01-01-2015]

Er dient een procedure te zijn, waarin de bevoegdheden zijn geregeld betreffende het wijzigen, aanpassen, aanvullen, of herzien van het kwaliteitssysteem. Binnen het bedrijf is een beheerder aangewezen, die verantwoordelijk is voor de actualiteit, het beheer en verspreiding van het handboek.

3. Documentatie [Vervallen per 01-01-2015]

3.1. Vastleggen [Vervallen per 01-01-2015]

Wat betreft het vastleggen van zaken voor zowel het functioneren van het laboratorium, als ook voor het aantoonbaar maken naar de beoordelaar is het nodig dat alle door het laboratorium in het kwaliteitssysteem aangegeven zaken zijn vastgelegd ofwel duidelijk waarneembaar zijn. Iedereen binnen het laboratorium die onderdelen van dit kwaliteitssysteem aangaat moet dit ook begrijpen en hier daadwerkelijk naar handelen.

Het zij duidelijk dat het alleen op papier vastleggen zeker niet voldoende is. Ook bij de mensen op de werkvloer, bij de apparatuur, inrichting e.d. moet actueel aantoonbaar zijn dat de aan de orde zijnde elementen van deze standaard functioneren.

3.2. Handboek [Vervallen per 01-01-2015]

Één va n de voorwaarden voor het functioneren van het kwaliteitssysteem is het vastleggen van dit systeem in een handboek. Alleen op deze wijze is de samenhang tussen de kritische punten en de kwaliteit van analyseresultaten voor het laboratorium helder te maken.

Het op schrift stellen van het kwaliteitssysteem resulteert in het handboek. Het handboek is een doorlopend naslagwerk bij de uitvoering en het op peil houden van het kwaliteitssysteem. Het handboek dient aantoonbaar actueel te zijn.

3.3. Datum en autorisatie [Vervallen per 01-01-2015]

De voorschriften en procedures dienen voorzien te zijn van datum en geautoriseerd door een daartoe door de directie van de onderneming bevoegd verklaarde persoon.

4. Inrichting [Vervallen per 01-01-2015]

De omgeving / locatie waarin de analysewerkzaamheden worden uitgevoerd mogen de juistheid en nauwkeurigheid van analyseresultaten niet beïnvloeden.

Er is een door de directie goedgekeurde toegangsregeling tot het laboratorium, waarmee wordt bereikt dat de integriteit van de resultaten niet wordt beïnvloed. Ten minste het volgende is geregeld:

  • a. monsteropslag beveiligd

  • b. data beveiligd

  • c. toegang voor alleen bevoegden.

Het laboratorium is alleen voor laboratoriumpersoneel toegankelijk. Derden mogen de ruimten alleen in aanwezigheid van laboratoriumpersoneel betreden.

Er dienen voorzieningen te zijn voor:

  • a. ontvangst en opslag van monstermateriaal;

  • b. opslag van monsters;

  • c. het reinigen van glaswerk en andere benodigdheden;

  • d. de bereiding en opslag van hulpstoffen;

  • e. de uitvoering van het onderzoek, inclusief monstervoorbereiding

Deze voorzieningen dienen adequaat te zijn in relatie tot de doelstelling van het kwaliteitssysteem.

5. Personeel [Vervallen per 01-01-2015]

Voor het beheersen en het borgen van een goede kwaliteit van voortgebrachte analyseresultaten is het personeel van cruciaal belang. Het personeel moet derhalve voldoende kennis en vaardigheid hebben voor de aan hen in dit kader opgedragen taken.

Om dit te bewerkstelligen is het in ieder geval nodig dat:

  • a. de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden schriftelijk en duidelijk aan hen kenbaar zijn gemaakt;

  • b. er een procedure aanwezig en vastgelegd is, waarmee gewaarborgd wordt dat al het betrokken personeel bekend is met de benodigde instructies en normen. Regelmatig en zeker bij essentiële wijzigingen worden zij opnieuw, minimaal schriftelijk, geïnformeerd. Deze procedure geldt ook voor tijdelijk personeel;

  • c. het personeel in voldoende mate is opgeleid en nageschoold. Dit dient te blijken uit personeelsdossiers en/of een opleidingsprogramma

6. Apparatuur [Vervallen per 01-01-2015]

6.1. Apparatuur en hulpmiddelen [Vervallen per 01-01-2015]

Met betrekking tot de apparatuur en hulpmiddelen, die van invloed kunnen zijn op de uitkomsten van de analyses, dient te zijn vastgelegd:

  • a. een inventarisatie van aanwezige apparatuur en de toegepaste wijze van identificatie;

  • b. een onderhoudssysteem met vermelding van de frequentie en de aard van de te verrichten onderhoudswerkzaamheden, met inbegrip van ijking, justering, calibratie en validatie, alsmede wie bevoegd is deze werkzaamheden te verrichten;

  • c. de gebruiksgeschiktheid van kwaliteitsbepalende apparatuur voor ieder gebruik: bij afwijkingen aan apparatuur: de maatregelen die zijn en moeten worden getroffen met betrekking tot het gebruik van apparatuur en de beoordeling van de geldigheid van eerder verkregen onderzoeksresultaten

6.2. Logboek [Vervallen per 01-01-2015]

Bij elk apparaat dienen de onderhoudswerkzaamheden, verholpen storingen, kalibraties, justeringen en validaties als genoemd in 6.1 te worden geregistreerd in een logboek.

Niet goed functionerende apparatuur moet als zodanig gemerkt zijn ('quarantaine').

7. Monsters, standaarden, referentie- en hulpmateriaal [Vervallen per 01-01-2015]

Er dienen specificaties te zijn voor de gewenste kwaliteit van standaarden, referentie- en hulpmateriaal (chemicaliën). Deze dienen te zijn vastgelegd.

Bij de ontvangst van standaarden, referentie- en hulpmateriaal dient te worden gecheckt of daadwerkelijk is ontvangen hetgeen is besteld.

Er dient inzicht aanwezig te zijn in de kwaliteit en betrouwbaarheid van de toeleveranciers van standaarden, referentie- en hulpmateriaal. Op basis hiervan dient een lijst van toegelaten leveranciers te worden aangelegd.

Er dient controle van kritische standaarden, referentie- en hulpmateriaal op bruikbaarheid plaats te vinden. De controlefrequentie is afhankelijk van de mate waarin standaarden, referentie- en hulpmateriaal kritisch zijn voor de uitkomsten van de analyses. Hiervoor dient een procedure te zijn vastgelegd.

Standaarden, referentie- en hulpmateriaal dienen eenduidig te zijn geïdentificeerd en te zijn voorzien van expiratiedatum en opslagcondities indien deze van belang zijn voor de kwaliteit.

In alle stadia van opslag, monsterbehandeling, monstervoorbereiding en onderzoek dienen voorzorgsmaatregelen aanwezig te zijn om mogelijke ongunstige beïnvloeding van het analyseresultaat te vermijden. Hiervoor dienen instructies aanwezig te zijn waarop toezicht wordt uitgeoefend.

Er zijn instructies voor ontvangst, houdbaarheid / opslagduur en vernietiging van monsters, standaarden, referentie- en hulpmateriaal.

8. Voorschriften [Vervallen per 01-01-2015]

Er dienen voorschriften aanwezig te zijn voor:

  • a. de bediening, onderhoud, kalibratie en justering van apparatuur;

  • b. de monsterbehandeling;

  • c. de uitvoering van het onderzoek (de analyse), inclusief de daarbij te verrichten controlebepalingen (bij elke serie dient een controlemonter mee te lopen, de frequentie is afgestemd op enkelvoud of dublo bepaling), de wijze waarop de resultaten van de controlebepalingen worden geïnterpreteerd, alsmede de registraties en rapportages van de resultaten. De verantwoordelijkheid voor acceptatie en rapportage van analyseresultaten dient eenduidig te zijn vastgelegd;

  • d. aangegeven is wanneer monsters in enkelvoud of in duplo worden bepaald

  • e. de onderzoeksvoorschriften vastgelegd door het Productschap Diervoeder gelden als referentiemethode. Bij gebruik van andere onderzoeksvoorschriften dient aan de basisvoorwaarden (bijv. hoeveelheden, extractiewijze en extractietijd) van de door het Productschap Diervoeder voorgeschreven methode voldaan te worden. Van overige voorwaarden mag afgeweken worden als het laboratorium aan de hand van “proficiency testing” (indien beschikbaar) kan aantonen dat de resultaten niet afwijken van de referentiemethode.

    Daarnaast moet uit het validatie-rapport aantoonbaar blijken dat de gebruikte methode gelijkwaardig is aan de referentiemethode op basis van bepaalbaarheidsgrenzen, precisie (herhaalbaarheid), juistheid en indien van toepassing specificiteit en selectiviteit.

In elk onderzoeksvoorschrift dient minimaal een beschrijving vastgelegd te zijn van

  • a. apparatuur;

  • b. reagentia;

  • c. overige hulpmiddelen; en

  • d. acceptatiecriteria voor de verkregen analyseresultaten.

Tevens dient vastgelegd te zijn of en wanneer de bepaling in enkelvoud of duplo wordt uitgevoerd. Bij analyse in enkelvoud dienen voldoende waarborgen ingebouwd te zijn, b.v. door introductie van meer controlebepalingen, om de kwaliteit van het analyseresultaat te garanderen.

De actuele voorschriften dienen bekend te zijn bij de betrokken medewerkers. Er dient gewerkt te worden conform de voorschriften.

9. Registratie, rapportage en archivering [Vervallen per 01-01-2015]

9.1. Registratie [Vervallen per 01-01-2015]

De volgende gegevens dienen eenduidig te worden geregistreerd :

  • a. identiteit van het monster (aard, herkomst, monsternummer);

  • b. datum van monsterontvangst;

  • c. toegepaste methode van onderzoek;

  • d. analyseresultaat/-resultaten; bij microbiologische bepalingen met vermelding van de in onderzoek genomen hoeveelheid;

  • e. resultaten van bevestigingen (indien van toepassing);

  • f. resultaten van de controlebepalingen. Vastlegging en beoordelingen vindt plaats volgens de in 11.2 en 11.3 beschreven systematiek;

  • g. eventueel gesignaleerde bijzonderheden;

  • h. namen van degenen die het onderzoek hebben uitgevoerd en de resultaten hebben geautoriseerd.

De registraties dienen voldoende beveiligd te zijn om ongewenste verdwijning tegen te gaan en mogen alleen verifieerbaar worden gewijzigd.

9.2. Rapportage [Vervallen per 01-01-2015]

Resultaten mogen alleen door daartoe bevoegde personen namens het laboratorium worden gerapporteerd. In het rapport wordt het volgende van elk monster vermeld:

  • a. identiteit van het monster;

  • b. monsternummer;

  • c. eventuele batch-/referentienummer (van de opdrachtgever);

  • d. datum van ontvangst van het monster;

  • e. eindresultaat/-resultaten;

  • f. eventuele opmerkingen;

  • g. datum van rapportage en autorisatie door de voor de rapportage verantwoordelijke persoon;

  • h. degene aan wie rapportage wordt gericht.

9.3. Archivering [Vervallen per 01-01-2015]

Gegevens die van belang zijn om te kunnen reconstrueren hoe een bepaalde uitslag tot stand gekomen is, dienen te worden bewaard. Archivering (eventueel electronisch) gedurende minimaal 2 jaar dient plaats te vinden van:

  • a. de registraties als bedoeld in 9.1.

  • b. een kopie van elk rapport als bedoeld in 9.2

  • c. de apparatuurlogboeken als bedoeld in 6.2

  • d. resultaten van interne inspectie en controle

  • e. vervangen documenten (handboek, procedures, voorschriften, enz.)

9.4. Beveiliging [Vervallen per 01-01-2015]

Er dient een adequate beveiliging van informatie plaats te vinden tegen onbevoegde inzage en/of wijziging daarin.

10. Kwaliteitscontroleplan en interne audit [Vervallen per 01-01-2015]

10.1. Kwaliteitscontroleplan [Vervallen per 01-01-2015]

Door het laboratorium is een kwaliteitscontroleplan opgesteld, waarin alle voor het kwaliteitssysteem relevante controles zijn vastgelegd. De resultaten worden vergeleken met de bedrijfsintern gestelde eisen.

Het controleplan bevat tenminste de volgende onderdelen:

  • a. identificatie van kritische punten in logische en systematische volgorde;

  • b. controles en de frequentie ervan;

  • c. verantwoordelijke personen die controles uitvoeren,

10.2. Inspectieformulieren [Vervallen per 01-01-2015]

De resultaten van het kwaliteitscontroleplan worden vastgelegd op daarvoor ontwikkelde inspectieformulieren, waarop ten minste is vermeld:

  • a. wat geïnspecteerd dient te worden en het resultaat;

  • b. welk laboratoriumonderdeel;

  • c. datum inspectie;

  • d. naam van de inspecteur;

  • e. ondernomen acties.

Het laboratorium dient een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van afwijkingen en deze, indien van toepassing, te verhelpen. Deze actie, motivatie, alsmede het resultaat dienen te worden geadministreerd.

10.3. Interne audit [Vervallen per 01-01-2015]

De interne audit dient minimaal éénmaal per jaar te worden uitgevoerd.

De resultaten, evaluatie van de resultaten en ondernomen acties worden gerapporteerd aan de directie van het laboratorium. De (eind)verantoordelijkheid voor het ondernemen van acties bij afwijkingen ligt bij de directie van de onderneming.

11. Ringonderzoek [Vervallen per 01-01-2015]

Het laboratorium dient deel te nemen aan internlaboratoriumonderzoeken (ringtesten) voor de door het laboratorium gebruikte analysemethoden, waar mogelijk gebaseerd op proficiency testing .

Per verrichting dienen de resultaten van het laboratorium t.o.v. het gemiddelde, berekend voor de betreffende ringtest, te worden bijgehouden en geadministreerd gedurende minimaal 3 jaar. De resultaten dienen als afwijking van dit gemiddelde uitgedrukt in het aantal keren de spreiding (s), berekend voor de betreffende ringtest, te worden weergegeven in een overzicht of grafiek.

Het laboratorium dient een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van afwijkingen en deze, indien van toepassing, te verhelpen als aan de orde is:

één keer een afwijking van meer dan 3 x s; twee achtereenvolgende keren aan dezelfde zijde van het gemiddelde een afwijking van meer dan 2 x s; of 11 keer achtereenvolgend een resultaat aan dezelfde zijde van het gemiddelde.

Deze actie, motivatie, alsmede het resultaat dienen te worden geadministreerd.

12. Uitbesteding aan andere laboratoria [Vervallen per 01-01-2015]

Uitbesteding van analysewerkzaamheden kan alleen plaatsvinden aan laboratoria die voor die verrichtingen in het kader van deze standaard of daaraan gelijkwaardige standaard gecertificeerd is

Uitbestede verrichtingen komen niet in aanmerking voor certificatie.

Indien analyses worden uitbesteed aan derden, dient op de rapportage aan de opdrachtgever duidelijk te worden vermeld dat de analyse niet zelf is verricht, maar is uitbesteed.

13. Klachtenbehandeling [Vervallen per 01-01-2015]

Het laboratorium dient een systeem te hebben voor registratie en behandeling van klachten.