Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling dierlijke bijproducten[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 17-12-2006 t/m 31-12-2007

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 23 augustus 2005, nr. TRCJZ/2005/2515, houdende voorschriften inzake dierlijke bijproducten

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 12 van de Destructiewet en de artikelen 3, 24, 13 en 30 van het Destructiebesluit;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2008]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. aangifteplichtige: eigenaar of houder als bedoeld in artikel 12 van de wet, niet zijnde de natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf of installatie exploiteert waar categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal overeenkomstig verordening (EG) nr. 1774/2002 wordt gehanteerd, opgeslagen of verwerkt;

  • b. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • c. verordening (EG) nr. 1774/2002: verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEG L 273);

  • d. wet: Destructiewet;

  • e. verordening (EG) nr. 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139);

  • f. verordening (EG) nr. 79/2005: verordening (EG) nr. 79/2005 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 januari 2005 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het gebruik van melk, melkproducten en melkderivaten die in die verordening zijn omschreven als categorie 3-materiaal (PbEU L 16);

  • g. verordening (EG) nr. 92/2005: verordening (EG) nr. 92/2005 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 januari 2005 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de methoden voor de verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten en tot wijziging van bijlage VI daarbij voor wat betreft de omzetting in biogas en de verwerking van gesmolten vet (PbEU L 19);

  • h. verordening (EG) nr. 181/2006: verordening (EG) nr. 181/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1774/2002 wat andere biologische meststoffen en bodemverbeteraars dan mest betreft en tot wijziging van die verordening (PbEU L 29);

  • i. verordening (EG) nr. 197/2006: verordening (EG) nr. 197/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 februari 2006 inzake overgangsmaatregelen krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 wat betreft het verzamelen, het vervoer, de behandeling, het gebruik en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen (PbEU L 36).

Paragraaf 2. Aangeven, bewaren en ophalen van dierlijke bijproducten [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De aangifteplichtige doet van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag, volgende op de dag waarop dat materiaal is ontstaan, aangifte bij het op grond van artikel 13 van verordening (EG) nr. 1774/2002 door de minister erkend categorie 1-verwerkingsbedrijf onderscheidenlijk erkend categorie 2-verwerkingsbedrijf in wiens gebied het materiaal zich bevindt. De aangifte geschiedt telefonisch onder opgave van de soort en de hoeveelheid van het materiaal alsmede van de plaats waar het zich bevindt.

  • 2 Ten aanzien van:

    • a. kadavers van vee als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 tot een gewicht van 40 kg, met uitzondering van kadavers van kalveren;

    • b. bloed, voor zover het categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal betreft;

    • c. categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet, met uitzondering van kadavers en bloed als bedoeld in onderdeel b;

    kan met het op grond van artikel 13 van verordening (EG) nr. 1774/2002 door de minister erkend categorie 1-verwerkingsbedrijf onderscheidenlijk erkend categorie 2-verwerkingsbedrijf in wiens gebied het materiaal zich bevindt, overeen worden gekomen dat het betreffende materiaal eens per week op een vaste dag wordt opgehaald. In die gevallen doet de aangifteplichtige, in afwijking van het eerste lid, van dit materiaal aangifte uiterlijk op de werkdag voorafgaand aan de dag dat het materiaal wordt opgehaald.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De aangifteplichtige van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet, draagt er zorg voor dat het materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald:

    • a. op een zodanige manier wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt;

    • b. voor zover het kadavers betreft, dat materiaal op een zodanig manier is afgedekt dat het is onttrokken aan het oog van passanten en niet vrij toegankelijk is voor vogels, knaagdieren, honden en katten en de afdekking door het verwerkingsbedrijf dat het materiaal ophaalt makkelijk verwijderbaar is.

  • 2 Materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b en c, dat ontstaat op slachterijen, wordt tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald bewaard overeenkomstig de in het derde lid genoemde voorschriften, tenzij het materiaal op dezelfde dag waarop het is ontstaan, wordt opgehaald.

  • 3 Onverminderd het tweede lid, draagt de aangifteplichtige er zorg voor dat, wanneer het materiaal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, eens per week wordt opgehaald:

    • a. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C;

    • b. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C;

    • c. materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15 °C.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De aangifteplichtige deponeert categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet op de dag dat het door het verwerkingsbedrijf wordt opgehaald op een zodanige plaats dat het vanaf de verharde openbare weg binnen het vrij bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel waarmee het materiaal wordt opgehaald. Indien door plaatselijke omstandigheden de fysieke mogelijkheid hiertoe ontbreekt, wordt tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf schriftelijk een andere plaats van deponering afgesproken, waarbij uitgangspunt is dat het vervoermiddel niet verder dan één wagenlengte op het erf behoeft te komen. Bij geschillen tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf over de plaats van deponering, zal, met inachtneming van hetgeen hiervoor is gesteld, de plaats worden bepaald door de minister.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf een overeenkomst is gesloten strekkende tot het deponeren van het materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd.

  • 3 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de wet op een zodanige plaats wordt aangeboden dat:

    • a. het duidelijk van elkaar gescheiden is en herkenbaar is van ander materiaal;

    • b. het categorie 1-materiaal onderscheidenlijk categorie 2-materiaal door het bedrijf dat het materiaal ophaalt apart kan worden geladen.

  • 4 Materiaal als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt in vaten passend in de laadinrichting van het bedrijf dat het materiaal ophaalt aangeboden. De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat op de vaten duidelijk is aangegeven welk type materiaal zij bevatten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2008]

De overdracht van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal door de aangifteplichtige aan het verwerkingsbedrijf geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De eigenaar of houder van categorie 3-materiaal draagt er zorg voor dat het materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald op een zodanige manier wordt bewaard:

    • a. dat het niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de houder of eigenaar en het bedrijf dat het materiaal ophaalt;

    • b. dat materiaal wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10 °C, tenzij het materiaal binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald om overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002 te worden verwerkt of verwijderd.

  • 2 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op categorie 3-materiaal dat wordt verwerkt in een biogasinstallatie of een composteerinstallatie, die beschikken over een erkenning als bedoeld in artikel 15 van verordening (EG) nr. 1774/2002.

Paragraaf 3. Europese voorschriften [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2008]

In afwijking van de artikelen 7 en 8, eerste lid, van het Destructiebesluit, is het toegestaan om melk, melkproducten en melkderivaten als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 79/2005, te verzamelen, vervoeren, verwerken, gebruiken en op te slaan, onder de voorwaarden, bedoeld in verordening (EG) nr. 79/2005.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2008]

Een melkverwerkend bedrijf, dat overeenkomstig artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 is erkend, is tevens geregistreerd als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 79/2005.

Artikel 8a [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De minister kan op aanvraag een veehouderij een vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 79/2005 verstrekken.

  • 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk ingediend bij de Voedsel en Waren Autoriteit.

  • 3

De minister kan in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in bijlage II, onderdeel B, onder b, bij verordening (EG) nr. 79/2005, voorwaarden aan de vergunning verbinden.

Artikel 8b [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De minister kan op aanvraag toestemming verlenen om, in afwijking van artikel 4 van het Destructiebesluit, categorie 1-materiaal overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I, III, IV en VI bij verordening (EG) nr. 92/2005, te behandelen, te verwerken of te verwijderen.

  • 2 De minister kan op aanvraag toestemming verlenen om, in afwijking van artikel 5 van het Destructiebesluit, categorie 2-materiaal overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VI bij verordening (EG) nr. 92/2005, te behandelen, te verwerken of te verwijderen.

Artikel 8c [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 In afwijking van artikel 7 van het Destructiebesluit, is het toegestaan categorie 3-materiaal te behandelen, te gebruiken of te verwijderen overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VII bij verordening (EG) nr. 92/2005.

  • 2 In afwijking van artikel 5 van het Destructiebesluit, is het toegestaan mest en de inhoud van het maagdarmkanaal te behandelen, te gebruiken of te verwijderen overeenkomstig de methode, bedoeld in bijlage VII bij verordening (EG) nr. 92/2005.

Artikel 8d [Vervallen per 01-01-2008]

Het is verboden zonder erkenning als bedoeld in artikel 3 van verordening (EG) 92/2005, een installatie bestemd voor gebruik overeenkomstig de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VI bij verordening (EG) nr. 92/2005, in werking te hebben.

Artikel 8e [Vervallen per 01-01-2008]

Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van dierlijke bijproducten, overeenkomstig een van de methoden, bedoeld in de bijlagen I tot en met VII bij verordening (EG) nr. 92/2005, verboden in strijd te handelen met artikel 4 van verordening (EG) nr. 92/2005.

Artikel 8f [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van categorie 1-materiaal als bedoeld in artikel 8b, eerste lid, verboden in strijd te handelen met bijlage I, III, IV en VI bij verordening (EG) nr. 92/2005.

  • 2 Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8b, tweede lid, verboden in strijd te handelen met bijlage I tot en met VI bij verordening (EG) nr. 92/2005.

  • 3 Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van categorie 3-materiaal als bedoeld in artikel 8c, eerste lid, verboden in strijd te handelen met bijlage I tot en met VII bij verordening (EG) nr. 92/2005.

  • 4 Het is ten aanzien van de behandeling, verwerking of verwijdering van mest en de inhoud van het maagdarmkanaal als bedoeld in artikel 8c, tweede lid, verboden in strijd te handelen met bijlage VII bij verordening (EG) nr. 92/2005.

Artikel 8g [Vervallen per 01-01-2008]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3 tot en met 8 van verordening (EG) nr. 181/2006.

Artikel 8h [Vervallen per 01-01-2008]

In afwijking van de artikelen 7 en 8 van het Destructiebesluit, is het onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van verordening (EG) nr. 197/2006, toegestaan voormalige voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van verordening (EG) nr. 1774/2002, te verzamelen, te vervoeren, te behandelen, te gebruiken en te verwijderen.

Artikel 8i [Vervallen per 01-01-2008]

In afwijking van artikel 9, vijfde lid, van het Destructiebesluit, kan de minister op aanvraag toestemming verlenen voor het invoeren van dierlijke bijproducten voor het gebruik, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1774/2002.

Artikel 8j [Vervallen per 01-01-2008]

In afwijking van artikel 37, vierde lid, onderdeel a, van het Destructiebesluit, is artikel 37, eerste lid, van het Destructiebesluit, ten aanzien van biogasinstallaties en composteerinstallaties van toepassing tot 1 januari 2008.

Paragraaf 4. Overige bepalingen en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 9a [Vervallen per 01-01-2008]

De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in:

  • a. de artikelen 4, eerste lid en 5 van verordening (EG) nr. 79/2005;

  • b. de artikelen 1, 2, en 3 van verordening (EG) nr. 92/2005 en bijlage VI, onderdeel 2, bij verordening (EG) nr. 92/2005;

  • c. artikel 9, derde lid, van verordening (EG) nr. 181/2006 en de bijlage, deel III, eerste lid, en deel IV bij verordening (EG) nr. 181/2006.

Artikel 9b [Vervallen per 01-01-2008]

Als dienst, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en artikel 17, derde lid, van het Destructiebesluit, wordt de Voedsel en Waren Autoriteit aangewezen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke bijproducten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2008]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 7 september 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 23 augustus 2005

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman