Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vaststelling netto winstaandeel exploitant verkooppunt van motorbrandstoffen

Geldend van 31-07-2005 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën van 20 juli 2005 inzake het vaststellen van het netto winstaandeel van een exploitant van een verkooppunt van motorbrandstoffen langs een rijksweg dat vanwege de Staat wordt geveild. (Regeling vaststelling netto winstaandeel exploitant verkooppunt van motorbrandstoffen)

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 De vaststelling door de accountant van het netto winstaandeel geschiedt op basis van de grondslagen als genoemd in bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 2 In bijlage 2 van deze regeling is een rekenvoorbeeld aangegeven. Aan dit rekenvoorbeeld kunnen geen rechten worden ontleend.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 juli 2005.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling vaststelling netto winstaandeel exploitant verkooppunt van motorbrandstoffen.

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën,

G. Zalm

Bijlage 1

Grondslagen als bedoeld in artikel 2 van Regeling vaststelling netto winstaandeel exploitant verkooppunt van motorbrandstoffen:

1. Definities

Voor de toepassing van de grondslagen wordt verstaan onder:

2. Algemeen

  • 2.1. De opstelling van het nettoresultaat voor belasting van het MBVP zal worden opgemaakt volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. Deze geven een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel omtrent het nettoresultaat kan worden gevormd.

  • 2.2. Activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend tegen de valutakoers per jaareinde. De verschillen verband houdende met wijzigingen van wisselkoersen worden in het nettoresultaat verwerkt.

  • 2.3. Materiële (en immateriële) vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op de verwachte economische levensduur, of tegen lagere bedrijfswaarde.

  • 2.4. Voorraden (handelsvoorraden en dergelijke) worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel lagere marktwaarde. Waar nodig wordt rekening gehouden met afwaarderingen wegens incourantheid.

  • 2.5. Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid.

  • 2.6. De kosten worden bepaald met inachtneming van de in deze regeling toegelichte grondslagen van waardering en toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd, c.q. diensten zijn verricht.

  • 2.7. In de opstelling van het nettoresultaat worden omzet en kosten omgerekend in euro’s tegen de op het moment van de transacties geldende koers.

  • 2.8. Het in de bijlage 2 van Regeling genoemde rekenvoorbeeld geldt slechts ter illustratie en er kunnen geen rechten en plichten aan worden ontleend. De grondslagen zijn bepalend. Het rekenvoorbeeld hoeft niet verplicht gebruikt te worden.

3. Omzet

De omzet betreft de bruto opbrengst van de aan derden geleverde motorbrandstoffen, smeermiddelen, shopartikelen en overige verkopen gedurende het boekjaar. Onder omzet overige wordt omzet service activiteiten vermeld. Serviceactiviteiten kunnen bijvoorbeeld zijn: stomerij en foto-ontwikkeling. Voor de verantwoording van de omzet brandstoffen geldt de prijs die betaald is door de consument exclusief BTW vermenigvuldigd met het volume, exclusief (latere) kortingen c.q. bonussen. (latere) kortingen c.q bonussen (verstrekt door de leverancier aan de exploitant) worden hier niet vermeld maar als negatieve post opgenomen bij de kostprijs omzet.

4. Kostprijs omzet

  • 4.1. Brandstoffen

    De inkoopprijs die betaald is aan de wederpartij/leverancier van brandstoffen vermenigvuldigd met het volume, afgezien van (latere) kortingen/bonussen.

  • 4.2. Bonus brandstoffen

    Op basis van bijvoorbeeld verkochte volumes kan een bonus worden verstrekt door de leverancier. Bonussen worden separaat verantwoord onder de kostprijs omzet en als negatief bedrag opgenomen.

  • 4.3. Olie

    De prijs die betaald is aan de wederpartij/leverancier vermenigvuldigd met het volume, afgezien van (latere) kortingen/bonussen.

  • 4.4. Bonus olieproducten

    Op basis van bijvoorbeeld verkochte volumes kan een bonus worden verstrekt door de leverancier. Bonussen worden separaat verantwoord onder de kostprijs omzet en als negatief bedrag opgenomen.

  • 4.5. Shop

    De prijs die betaald is aan de leveranciers afgezien van (latere) kortingen/bonussen, onderverdeeld in food en non-food producten. Voedingsmiddelen en dranken worden gesplitst in laag en hoog tarief BTW.

  • 4.6. Bonus/korting shopartikelen

    Op basis van bijvoorbeeld verkochte volumes of opname in het assortiment, kan een bonus c.q. korting worden verstrekt door de leverancier. Bonussen en kortingen zijn onderverdeeld in food en non-food gerelateerd en als negatief bedrag opgenomen.

  • 4.7. Overige

    De prijs die betaald is aan de leverancier afgezien van (latere) kortingen/bonussen. De bonussen/kortingen worden verantwoord onder ‘Bonus/korting overig’.

  • 4.8. Bonus/korting overig

    Alle overige bonussen en kortingen verstrekt door de leverancier aan de exploitant worden onder deze post verantwoord als negatief bedrag.

5. Kosten

  • 5.1. Personeelskosten

    De personeelskosten omvatten alle kosten die gerelateerd zijn aan het werven, het in dienst hebben en het uit dienst treden van personeel.

    Hieronder wordt onder meer opgenomen:

    • 5.1.1. Lonen en salarissen, als uitgangspunt wordt genomen de juridische vorm van de eenmanszaak (in het geval van een B.V. wordt de ondernemersbeloning van de DGA (directeur groot aandeelhouder) bij het netto winstaandeel opgeteld, zie punt 8.1).

    • 5.1.2. De sociale lasten en pensioenlasten.

    • 5.1.3. Bonus werknemer(s) zoals feitelijk zijn uitbetaald.

    • 5.1.4. Cursussen/opleidingskosten. Hierin is de eventuele tegemoetkoming van de wederpartij verrekend.

    • 5.1.5. Autokosten waaronder leasekosten (de gerealiseerde autokosten betrekking hebbende op de auto van de exploitant worden geteld bij in punt 8.2 bedoelde bedrag).

    • 5.1.6. Kleding omvat alle kosten met betrekking tot bedrijfskleding inclusief het reinigen van de kleding.

    • 5.1.7. Assurantie omvat alle kosten met betrekking tot verzekeringen aangaande het personeel.

  • 5.2. Huisvestingskosten

    Huisvestingskosten betreffen de op het boekjaar betrekking hebbende kosten voor gas, water en licht, het reguliere onderhoud en het schoon houden van de gehele locatie alsmede de inventaris.

  • 5.3. Exploitatievergoeding/huur

    Exploitatievergoeding/huur betreft de jaarlast voor het recht van exploitatie/huur van het MBVP, zoals deze in een bepaald jaar ten laste is gekomen. Ontvangen vergoeding van wederpartij/verhuurder is bijdrage exploitatievergoeding/huur.

  • 5.4. Afrekenapparatuur

    Betreft op het boekjaar betrekking hebbende kosten voor het huren en onderhouden van de aanwezige afrekenapparatuur.

  • 5.5. Marketing- en verkoopkosten

    Betreft de op het boekjaar betrekking hebbende kosten voor o.a.:

    • 5.5.1. Marketingfee: de separaat doorbelaste kosten door de wederpartij/leverancier van brandstoffen.

    • 5.5.2. Kosten credit cards: zowel eigen (merkgebonden) credit cards als cards van derden.

    • 5.5.3. Kosten van doorrijders.

    • 5.5.4. Kosten van acties die door de exploitant zelf (al dan niet in combinatie met collega exploitanten) zijn geïnitieerd onder aftrek van bijdragen van concessiehouder en/of derden.

  • 5.6. Algemene kosten

    Betreft de op het boekjaar betrekking hebbende kosten voor onder andere:

    • 5.6.1. Verzekeringspremies voor opstallen, glas en beveiliging, inboedel, aansprakelijkheid.

    • 5.6.2. Kantoorkosten omvatten onder meer de kosten van contributies/abonnementen, drukwerk/porti en telefoon en fax.

    • 5.6.3. ICT kosten omvatten onder meer de kosten van (aanpassingen op) eigen software, support, exclusief afrekenapparatuur.

  • 5.7. Afschrijvingen

    De afschrijvingen dienen te worden gebaseerd op de verwachte economische levensduur en geschieden met toepassing van vaste percentages over de aanschafwaarde, rekening houdend met een restwaarde. Op aanschaffingen gedurende een jaar wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Afschrijvingen kunnen plaats vinden op o.a. inventaris, software, vervoersmiddelen en goodwill. De afschrijvingslast van de auto van de exploitant wordt verrekend bij in punt 8.2 bedoelde bedrag.

6. Financiële baten en lasten

Financiële baten en lasten worden opgenomen voor wat betreft de financiering van het MBVP. Deze worden gecorrigeerd bij in artikel 8, sub 3 bedoelde bedrag.

7. Bijzondere baten en lasten

Bijzondere en buitengewone baten en lasten behoren niet tot de reguliere operationele gang van zaken en worden derhalve niet meegenomen. Behoudens buitengewone baten en lasten, die voor zover toe te rekenen zijn aan het normale jaarresultaat. (bijv. grenscompensatie, vergoeding wegens wegafsluiting, etc.).

8. Netto winstaandeel

Het netto winstaandeel voor de exploitant is de resultante van de resultatenrekening.

Na verrekening van de onderstaande punten blijkt het netto winstaandeel van de exploitant:

  • 8.1. Indien er sprake is van een besloten vennootschap dan wordt de ondernemersbeloning inclusief sociale voorzieningen en pensioenpremie bij het netto winstaandeel opgeteld (zie punt 5.1.1).

  • 8.2. De gerealiseerde kosten van de auto van de exploitant worden eveneens hierbij opgeteld (zie punt 5.1.5). Dit geldt ook voor de afschrijvingen van de auto en de afschrijvingen voor goodwill (zie punt 5.7).

  • 8.3. Alle financiële baten en lasten worden met het netto winstaandeel verrekend, i.e. bij van lasten, af van baten (punt 6), aanvullend zal rekening worden gehouden met mogelijke financieringsvoordelen uit hoofde van bestaande financiële relaties tussen de huidige wederpartij en de exploitant. Het gaat hierbij specifiek om die situaties waar geen sprake is van marktconforme financieringskosten, bijvoorbeeld een significant lagere rente dan de marktrente in vergelijkbare omstandigheden.