Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Commissie Evaluatie COS 2005[Regeling vervallen per 23-01-2014.]

Geldend van 17-08-2005 t/m 22-01-2014

Instellingsbesluit Commissie Evaluatie COS 2005

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 23-01-2014]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. Commissie: Commissie, bedoeld in artikel 2;

  • c. COS: Commissie Overleg Sectorraden

Artikel 2. Instelling en taak [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Er is een tijdelijke Commissie Evaluatie COS 2005.

  • 2 Deze tijdelijke Commissie heeft tot taak:

    • a. het verslag van de zelfevaluatie van de COS te becommentariëren en advies uit te brengen aan de Minister over de wijze waarop en de richting waarin de COS zich zou moeten ontwikkelen;

    • b. een oordeel te geven over de rol en invloed van adviezen van COS en sectorraden in het onderzoeksbeleid, het wetenschapsdebat en de onderzoeksprogrammering.

Artikel 3. Instellingsduur [Vervallen per 23-01-2014]

De Commissie wordt ingesteld met ingang van heden en wordt opgeheven per 1 oktober 2005.

Artikel 4. Informatieplicht [Vervallen per 23-01-2014]

De Commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

Artikel 5. Leden [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Tot leden van de Commissie worden benoemd:

    • a. Prof.dr.ir. R. Rabbinge: Dean Wageningen Graduate Schools bij Wageningen Universiteit en Research Centre en lid Eerste Kamer, tevens voorzitter,

    • b. Prof.dr. S. Kuhlmann: Hoogleraar Natuurwetenschap en Innovatiemanagement (NWI), universiteit Utrecht en Deputy Director of Fraunhofer Institute for Systems and Innovation Research (ISI), Germany,

    • c. Prof.dr. D.C. van den Boom: Decaan universiteit van Amsterdam, Faculty of Social and Behavioural Sciences.

  • 2 De Commissie wordt bijgestaan door een secretaris van een extern bureau, die het ondersteunende werk cq. schrijfwerk voor de commissie verricht. De secretaris wordt aangestuurd door de commissie.

  • 3 Ambtelijk contactpersoon is mw drs. P.J.Roemer, ambtenaar bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Betrokkene is geen lid van de evaluatiecommissie.

  • 4 Als contactpersonen voor de COS treden op de voorzitter, prof. dr. H. Maassen van den Brink en de secretaris, drs. P. Morin. Betrokkenen zijn geen leden van de Evaluatiecommissie.

  • 5 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6. Werkwijze [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De Commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voorzover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7. Eindrapport [Vervallen per 23-01-2014]

De Commissie brengt vóór 1 oktober haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 8. Vergoeding [Vervallen per 23-01-2014]

De voorzitter en andere leden van de Commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen per vergadering een beloning op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, waarbij de commissie als algemene commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 wordt aangemerkt.

Artikel 9. Kosten deskundigen [Vervallen per 23-01-2014]

Indien de Commissie ten behoeve van haar werk deskundigen raadpleegt waaraan kosten zijn verbonden, dient voor vergoeding van deze kosten vooraf door de minister goedkeuring te zijn verleend.

Artikel 10. Kosten van de commissie [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,

    • b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en

    • c. de kosten voor publicatie van rapportages.

  • 2 De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 11. Verantwoording [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 De Commissie rapporteert aan de minister door middel van een evaluatierapport. De COS krijgt de gelegenheid schriftelijk te reageren op het eindrapport van de Evaluatiecommissie, voordat dit definitief aan de minister wordt aangeboden.

Artikel 12. Geheimhouding [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 De Commissie neemt geheimhouding in acht ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.

  • 2 De Commissie zorgt ervoor dat door een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de Commissie, geheimhouding in acht wordt genomen ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.

Artikel 13. Openbaarmaking [Vervallen per 23-01-2014]

Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 14. Archiefbescheiden [Vervallen per 23-01-2014]

De Commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 15. Inwerkingtreding [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met juni 2005.

  • 2 Dit besluit vervalt met de afronding van de werkzaamheden van de Commissie.

Artikel 16. Citeertitel [Vervallen per 23-01-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Evaluatie COS 2005.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven