Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond voor subsidiëring [...] van Buitenlandse Zaken (Mediapluriformiteit in Iran)[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 07-07-2005 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 30 juni 2005, nr. DMV/MR-237/05, tot vaststelling van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Mediapluriformiteit in Iran)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 1.1.6., 1.1.10 en 2.12.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.12.1, onder b, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van Mediapluriformiteit in Iran geldt voor de periode 1 juli 2005 tot en met 31 december 2007 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsvoornemen. Voor de genoemde periode geldt een subsidieplafond van € 15.000.000,00.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats overeenkomstig de maatstaven die in het beleidsvoornemen zijn neergelegd, met dien verstande dat aanvragen die het beste voldoen aan de maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 15 september 2005.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin het geplaatst wordt.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,
namens deze:
de

Secretaris-Generaal

,

F.A.M. Majoor

Bijlage [Vervallen per 01-01-2006]

Aanleiding [Vervallen per 01-01-2006]

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de begroting van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2005 is met het oog op de ondersteuning van vrije, op Iran gerichte media en de bevordering van een pluriform medialandschap in Iran een amendement Karimi/Van Baalen aangenomen (Kamerst. II, 2004/05, 29 800 V, nr. 14). Het amendement leidt ertoe dat op de begroting een bedrag van EUR 15.000.000 is opgenomen voor activiteiten die zijn gericht op deze doelstelling.

De uitvoering van dit amendement geschiedt door middel van de oprichting van een kortlopend programma voor Mediapluriformiteit in Iran. De doelstelling van dit programma is de bevordering van een pluriform medialandschap in Iran. Daartoe worden kortlopende aanvangssubsidies aan Nederlandse of buitenlandse organisaties verstrekt ten behoeve van activiteiten die daarop zijn gericht.

Beleidscontext [Vervallen per 01-01-2006]

Pluriformiteit van de media is een belangrijke bouwsteen voor de opbouw en handhaving van de rechtsstaat. Een vrije pers en onafhankelijke nieuwsvoorziening vormen een voorwaarde voor het democratisch debat, transparant bestuur en de ontwikkeling van maatschappelijke organisaties. Het bevorderen van onafhankelijke en pluriforme media dient zowel het recht op vrije nieuwsgaring als het recht op vrije meningsuiting, beide vastgelegd in internationale mensenrechtenverdragen. Het heeft daarmee tevens een positieve invloed op eerbiediging van mensenrechten in brede zin. Het bevorderen van mediapluriformiteit maakt dan ook deel uit van het Nederlandse buitenlands beleid. In Iran staat de persvrijheid in toenemende mate onder druk. In die context neemt het bevorderen van de vrije media een belangrijke plaats in binnen de bredere Nederlandse inzet ten aanzien van Iran. Het Nederlandse beleid is ingebed in het EU-beleid ten aanzien van Iran dat o.a. vorm krijgt in de EU-Iran Mensenrechtendialoog.

Activiteiten [Vervallen per 01-01-2006]

De middelen uit het programma zijn beschikbaar voor activiteiten die bijdragen aan de bovengenoemde doelstelling. De activiteiten dienen een duurzaam effect te hebben op de pluriformiteit van de Iraanse media en kunnen hetzij kortlopend zijn, hetzij een langere periode beslaan mits zij daarna zonder Nederlandse steun voortgezet kunnen worden. De Nederlandse bijdrage is nadrukkelijk bedoeld als eenmalige aanvangssubsidie en niet als lange-termijnfinanciering. De Nederlandse bijdrage mag niet worden besteed aan commerciële activiteiten. Voorts dienen de activiteiten in lijn te zijn met het Nederlandse en het EU-beleid ten aanzien van Iran, dat o.a. vorm krijgt via de EU-Iran Mensenrechtendialoog. De activiteiten dienen voorts te voldoen aan een aantal inhoudelijke en financiële criteria, die hieronder worden toegelicht. De omvang van de subsidie voor de afzonderlijke aanvragen zal van dien aard zijn dat wordt voorkomen dat één enkel project een onevenredig groot beslag op de beschikbare middelen legt.

Criteria [Vervallen per 01-01-2006]

Bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen spelen, onverminderd het overigens in de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken bepaalde, de volgende criteria een rol:

  • 1. Inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag:

    • het voorstel bevat een specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden vertaling van doelen in resultaten, activiteiten en middelen;

    • de wijze waarop het project voldoet aan bovengenoemde doelstellingen is duidelijk beschreven;

    • de concrete werkzaamheden die verricht worden ter realisering van het project zijn omschreven en voor de te verrichten werkzaamheden is een planning bijgevoegd;

    • een gedetailleerde begroting, bestaande uit voorziene uitgaven en financiering, is bijgevoegd.

  • 2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.

  • 3. Haalbaarheid, waarbij mede gelet wordt op realistische veronderstellingen, o.a. ten aanzien van de politieke realiteit.

  • 4. Duurzaamheid en solide financiële uitgangspunten, met name waar het gaat om de voortzetting van activiteiten na afloop van de Nederlandse overheidssteun en diversificatie van inkomstenbronnen.

  • 5. Kwaliteit van de uitvoerende organisatie, in het bijzonder het hebben van een rechtspersoonlijkheid, de financiële en managementcapaciteit, transparantie, benodigde menskracht en middelen, aantoonbare ervaring met soortgelijke projecten en het hanteren van interne evaluatie- en monitoringsystemen.

  • 6. In lijn zijn met het Nederlandse en het EU-beleid ten aanzien van Iran.

Financiële kaders [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de subsidieaanvragen gelden de volgende financiële kaders:

  • Geen subsidie wordt verleend ten behoeve van projecten waarvan de voor subsidie in aanmerking komende kosten minder bedragen dan EUR 100.000.

  • Subsidie wordt slechts verleend voor de noodzakelijke kosten van het project; de minister kan bepalen dat slechts een deel van de kosten voor subsidiëring in aanmerking komt, mede gelet op de beschikbare middelen en de mate waarin de aanvraag aan de criteria voldoet.

  • De subsidie wordt verleend als activiteitensubsidie; aanvragen die uitsluitend op de overheadkosten van de aanvrager betrekking hebben komen niet voor toekenning in aanmerking.

  • De looptijd van een project eindigt uiterlijk op 31 december 2007.

  • Activiteiten die reeds zijn aangevangen voor indiening van de aanvraag komen niet voor subsidie in aanmerking.

Procedure [Vervallen per 01-01-2006]

Aanvragen dienen te worden ingediend bij de Minister van Buitenlandse Zaken, t.a.v. de Directie Mensenrechten en Vredesopbouw, afdeling Mensenrechten en dienen uiterlijk op 15 september 2005 ontvangen te zijn. De aanvragen worden onderling vergeleken. Aanvragen die het best voldoen aan de criteria van dit programma komen het eerst voor subsidie in aanmerking. Aanvragers zullen uiterlijk 1 november 2005 bericht ontvangen over het al dan niet toekennen van de subsidie en de hoogte van de te ontvangen subsidie.