Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Impuls Schoolmaatschappelijk Werk Primair Onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen[Regeling vervallen per 01-08-2007.]

Geldend van 01-08-2005 t/m 31-07-2007

Regeling Impuls Schoolmaatschappelijk Werk Primair Onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap,

Gelet op:

Besluit

Artikel 1. Begripsbepaling [Vervallen per 01-08-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister:

    minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;

  • b. samenwerkingsverband:

    samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;

  • c. AVR:

    aanvraag vaststelling rijksvergoeding

  • d. schoolmaatschappelijk werk: vorm van ondersteuning en kortdurende hulpverlening ten behoeve van kinderen, ouders en leerkrachten bij psychosociale problemen die door of op scholen gesignaleerd worden, om daarmee de ontwikkelingskansen van kinderen te optimaliseren.

Artikel 2. Doel van de subsidie [Vervallen per 01-08-2007]

De minister verstrekt deze subsidie aan de samenwerkingsverbanden teneinde:

  • a. scholen voor primair onderwijs te ondersteunen bij het terugdringen van probleemgedrag bij risicoleerlingen met een cumulatie van problemen;

  • b. de zorgcapaciteit van scholen (interne zorgstructuur) te versterken zodat snel en effectief gehandeld kan worden bij signalen of sterke vermoedens van ernstige gedragsproblematiek bij kinderen en/of gesignaleerde opvoedings- en gezinsproblemen bij ouders;

  • c. de middelen in te zetten voor schoolmaatschappelijk werk gericht op de specifieke zorgbehoefte van risicoleerlingen in het basisonderwijs in afstemming met het zorgbeleid binnen het samenwerkingsverband;

  • d. een inzet op basis van samenwerking op bovenschools niveau en met externe zorginstellingen te realiseren;

  • e. in overleg met een samenwerkingsverband VO als bedoeld in artikel 10h van de Wet op het voortgezet onderwijs te komen tot een sluitende aanpak bij overgang van een risicoleerling met gedragsproblemen naar het voortgezet onderwijs.

Artikel 3. Toekenning en betaalbaarstelling [Vervallen per 01-08-2007]

  • 1 Aan het bestuur van de centrale dienst van een samenwerkingsverband dan wel, indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, het bevoegd gezag, waarvan de som van de schoolgewichten van de basisscholen binnen het samenwerkingsverband 200 of meer is, wordt een bedrag van €  50,15 per schoolgewicht, als bedoeld in artikel 15b van het Formatiebesluit WPO, toegekend.

  • 2 Voor de schooljaren 2005 - 2006 en 2006 - 2007 is jaarlijks €  6 mln. beschikbaar. De subsidie wordt berekend op basis van het schoolgewicht op de teldatum 1 oktober 2004.

  • 3 Betaalbaarstelling vindt zonder voorafgaande aanvraagprocedure plaats voor 5/12e deel in september en voor 7/12e deel januari.

  • 4 Het bestuur van de centrale dienst van een samenwerkingsverband dan wel het bevoegd gezag indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, ontvangt in het kalenderjaar 2005 uiterlijk in september een beschikking omtrent de verstrekking van de middelen voor schoolmaatschappelijk werk.

Artikel 4. Verantwoording en vaststelling subsidie [Vervallen per 01-08-2007]

  • 1 De subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt, moet worden ingezet voor schoolmaatschappelijk werk in de school ten behoeve van het terugdringen van probleemgedrag bij risicoleerlingen en moet in overeenstemming zijn met de in artikel 2 omschreven doelen. Niet of onrechtmatig bestede middelen worden na afloop van het subsidietijdvak teruggevorderd of verrekend.

  • 2 De inhoudelijke verantwoording vindt plaats in het zorgplan. In deze verantwoording moet worden opgenomen op welke scholen schoolmaatschappelijk werk is ingezet en waarom.

  • 3 De subsidie wordt besteed in het schooljaar 2005 - 2006, respectievelijk 2006 - 2007. In bijlage D2 bij de AVR van het jaar waarin de middelen van het bestuur van de centrale dienst in het samenwerkingsverband dan wel de middelen van het bevoegd gezag indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, zijn uitgegeven, vindt ook financiële verantwoording plaats. De verklaring van de accountant bij de AVR omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. Vanaf 1 augustus 2006 vindt de financiële verantwoording plaats in de jaarrekening.

  • 4 Centrale diensten die geen AVR of jaarrekening indienen, zenden uiterlijk 1 november 2007 een financieel verslag in waaruit blijkt dat de subsidie in overeenstemming met deze regeling is besteed. Indien de totale subsidie op basis van deze regeling meer dan €  45.500,- bedraagt, gaat de financiële verantwoording vergezeld van een accountantsverklaring. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.De documenten die op grond van dit lid moeten worden ingezonden, worden gezonden aan:

    • CFI/BPO/PCV,

      Postbus 606,

      2700 ML Zoetermeer.

  • 5 Gelijktijdig met de vaststelling van de rijksvergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Indien een centrale dienst geen AVR of jaarrekening inzendt, wordt de definitieve subsidie vastgesteld binnen 180 dagen na ontvangst van de documenten die op grond van het derde lid moeten worden ingezonden.

Artikel 5. Beleidsevaluatie [Vervallen per 01-08-2007]

De samenwerkingsverbanden verlenen medewerking aan de inhoudelijke evaluatie door de minister.

Artikel 6. Inwerkingtreding en expiratie [Vervallen per 01-08-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2005 en vervalt op 1 augustus 2007.

Artikel 7. Citeertitel [Vervallen per 01-08-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Impuls Schoolmaatschappelijk Werk Primair Onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen.

Deze regeling zal met de toelichting in het Gele katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven