Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsregeling selectielijst neerslag handelingen Minister van Verkeer en Waterstaat beleidsterrein Rijksbegroting periode 1940–1993

Geldend van 20-07-2005 t/m heden

Vaststellingsregeling selectielijst neerslag handelingen Minister van Verkeer en Waterstaat beleidsterrein Rijksbegroting periode 1940–1993

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 9 mei 2005, nr. arc-2005.02240/2);

Besluiten:

Artikel 2

De ‘lijst voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van het departement van Verkeer en Waterstaat en van de daaronder ressorterende rijksorganen, met uitzondering van het Staatsbedrijf der PTT’ (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 117, 1977), categorie 44 tot en met 53 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 8 juni 2005

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,
namens deze:
de

Directeur Advies- en Coördinatiecentrum

,

H. ter Horst

Basisselectiedocument voor de Minister van Verkeer en Waterstaat op het beleidsterrein beheer van de Rijksbegroting 1940–1993

1. Inleiding

1.1. Verantwoording

Het PIVOT institutioneel onderzoeksrapport Per slot van rijksrekening1 (RIO 15) vormt de basis voor dit basisselectiedocument (BSD). Het BSD bevat de uitkomsten, met overwegingen, van het selectieproces.

Dit BSD voor de Minister van Verkeer en Waterstaat bevat de handelingen van de actor ‘vakministers’, anders dan de minister van Financiën. De handelingen zoals deze zijn opgenomen in dit BSD, zijn handelingen die door de actoren Minister van Verkeer en Waterstaat en voorgangers als vakminister en Minister van Verkeer en Waterstaat en voorgangers als vakminister in Londen werden verricht in de periode 1 januari 1940 tot 1 mei 1993.

Als uitgangspunt voor dit BSD is gebruikgemaakt van het BSD Beleidsterrein beheer van Rijksbegroting 1996, vastgesteld voor de minister van Financiën in 1996 (Stcrt. 1996, 96), voor de (vak)ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Defensie, Landbouw, Natuur en Visserij in 1998 (Stcrt. 1998, 142), en voor de (vak)ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, en Justitie in 2001 (Stcrt. 2001, 194). Destijds is het BSD 1996 voor de minister van Verkeer en Waterstaat per abuis niet vastgesteld. Ondertussen heeft een actualisatie van het BSD 1996 plaatsgevonden, die naar verwachting in 2004 vastgesteld zal worden. De minister van Verkeer en Waterstaat lift mee met de vaststelling van deze actualisatie. Hierbij worden alleen de gewijzigde en de nieuw geformuleerde handelingen vastgesteld. Met de vaststelling van het geactualiseerde BSD, wordt een aantal handelingen uit het BSD van 1996 ingetrokken. Voor de vakministers betreft dat de handelingen 10, 80, 281, 288, 295, 296, 302, 305, 337, 340, 343, 351, 353, 357, 365, 368 en 369. Het overige deel van het BSD uit 1996 blijft van kracht. De handelingen uit het BSD van 1996 dat van kracht blijft en die van toepassing zijn op de vakministers, zijn in dit BSD opgenomen. De handelingen die met de vaststelling van de actualisatie ingetrokken worden, zijn niet in dit BSD opgenomen.

1.2. Taken op het beleidsterrein beheer van de Rijksbegroting

De taken van de rijksoverheid op het beleidsterrein rijksbegroting zijn:

  • 1. Het totstandbrengen van de infrastructuur van het beheer van de rijksbegroting2;

  • 2. Het periodiek tot stand brengen van de rijksbegrotingswetten3, de uitvoering ervan, het toezicht op de uitvoering, de controle op de uitvoering en de coördinatie van het rijksbegrotingsproces als geheel. Deze taak is weer te verdelen in tweeën:

    • het stellen van beleidskaders voor één begrotingsjaar, zoals de technische begrotingsaanschrijving, de Kaderbrief, de Hangpuntenbrief, de Totalenbrief en de Augustusbrief. Dit in tegenstelling tot de eerste taak die het algemene kader schept van het begrotingsgebeuren;

    • de feitelijke opstelling van de begrotingswetten en de uitvoering daarvan, het toezicht en de controle op de uitvoering.

1.3. Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de organen van de overheid, voor zover de organen vallen onder de werking van de artikelen 5, 13 en 37 van de Archiefwet 1962.

De hoofddoelstelling van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen te bewaren (naar de rijksarchiefdienst over te brengen) en (op termijn) te vernietigen gegevens van bedoelde overheidsorganen.

Zoals de minister van WVC bij de behandeling van de nieuwe Archiefwet in de Tweede Kamer (13 april 1994) heeft gemeld, is het onderhavige BSD opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT die luidt: het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

De te bewaren gegevens moeten deze reconstructie mogelijk maken.

Deze doelstelling wordt geoperationaliseerd binnen het beleidsterrein rijksbegrotingszaken. De handelingen van de verschillende overheidsactoren binnen het beleidsterrein worden geselecteerd en gewaardeerd op hun bijdrage aan de realisering van die selectiedoelstelling. Bij deze selectie en waardering is derhalve de vraag aan de orde: ‘welke gegevens, behorend bij welke handeling, berustend bij welke actor, dienen te worden bewaard ten einde het handelen van de rijksoverheid, op hoofdlijnen, binnen het beleidsterrein rijksbegroting te kunnen reconstrueren’.

Door de handelingen van de verschillende overheidsactoren binnen een beleidsterrein te selecteren en te waarderen, kortom door de handelingen in hun context te plaatsen, kan, in afwijking van de gebruikelijke selectiemethoden, op een verantwoorde wijze aan afstemming tussen de actoren worden gedaan.

1.4. Selectiecriteria ter realisering van de doelstelling

Beide eerder geformuleerde taken van de rijksoverheid op het beleidsterrein beheer van de rijksbegroting – ‘het totstandbrengen van de infrastructuur van het beheer van de rijksbegroting’ en ‘het periodiek tot stand brengen van de rijksbegrotingswetten, de uitvoering ervan, het toezicht op de uitvoering, de controle op de uitvoering en de coördinatie van het begrotingsproces als geheel’ – zijn kaderstellend voor alle verdere beleidsprocessen bij de rijksoverheid en de infrastructuur van de rijksoverheid zelf (personeel; organisatie; gebouwen).

De neerslag van de handelingen ter vervulling van beide taken komt – in principe – voor bewaring in aanmerking. Hiervan zijn echter enkele categorieën van handelingen uitgesloten: deze komen voor vernietiging in aanmerking.

De concretisering van de taak ‘het vormgeven en uitvoeren van het beleid inzake het beheer van de rijksbegroting is neergelegd in beleidsnota’s en in wet- en regelgeving (Comptabiliteitswet en Bedrijvenwet en de krachtens deze wetten tot stand gekomen algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen). Ministeriële regelingen die geen processen beschrijven of niet-conditionerend voor de omgeving zijn, komen niet voor bewaring in aanmerking.

Voor deze taak is de actor minister van Financiën verantwoordelijk. De actoren Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Interdepartementale werkgroep herziening Comptabiliteitswet 1976 en de Commissie tot voorbereiding van een herziening van de Comptabiliteitswet 1927 leverden hieraan ook een bijdrage.

De taak ‘het periodiek tot stand brengen van de rijksbegrotingswetten, de uitvoering van die wetten, het toezicht op de uitvoering, de controle op de uitvoering en de coördinatie van het begrotingsproces als geheel’ is – vanuit perspectief van handelingen én actoren – een ondeelbaar proces, waarvan de hoofdlijnen dienen te worden bewaard. Onder hoofdlijnen wordt verstaan:

  • algemene beleidskeuzes voor een begrotingsjaar en de jaren daarop volgend (bijvoorbeeld het opstellen van de Kaderbrief, de Augustusbrief en de Voorjaarsnota);

  • feitelijke totstandkoming van de begrotingswetten;

  • financiële verantwoording voor de uitvoering van de rijksbegroting;

  • controle op de rechtmatigheid van het gevoerde financiële beheer en de verantwoording daarover;

  • controle op de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en functioneren van het rijk.

Handelingen die geen algemeen geldend karakter hebben en geen redelijke mate van beleidsvrijheid voor de actor inhouden, komen voor vernietiging in aanmerking.

Deze taak kent als belangrijkste actoren: de minister van Financiën die het begrotingsproces coördineert en toezicht houdt op de uitvoering van de begrotingswetten, de vakministers die hun begrotingen opstellen en uitvoeren en de (buitengewone) Algemene Rekenkamer die de begrotingsuitvoering controleert.

De actoren Interdepartementaal overlegorgaan financieel-economische zaken (IOFEZ) en het Interdepartementaal overlegorgaan departementale accountantsdienst (IODAD) verrichten handelingen die beide taken betreffen.

De archieven van organen waarvan de handelingen niet in dit document zijn opgenomen, maar die wel actor zijn in het begrotingsproces, worden – vrijwel – integraal bewaard: Ministerraad, Eerste Kamer, Tweede Kamer en Raad van State4.

De in dit BSD opgenomen handelingen van de verschillende actoren zijn derhalve gewaardeerd aan de hand van de volgende criteria5:

  • 1. handelingen die de hoofdlijnen van de vormgeving van de infrastructuur inzake het beheer van de rijksbegroting betreffen (selectievoorstel: Bewaren);

    handelingen die de hoofdlijnen van het periodieke rijksbegrotingsproces betreffen (selectievoorstel: Bewaren);

    handelingen die uitvoerend van karakter zijn en waarbij sprake is van een redelijke mate van beleidsvrijheid voor de actor (selectievoorstel: Bewaren).

  • 2. handelingen die ministeriële regelingen betreffen die geen processen beschrijven of niet-conditionerend zijn voor andere actoren (selectievoorstel: Vernietigen);

  • 3. handelingen die uitvoerend zijn en waarbij geen sprake is van een redelijke mate van beleidsvrijheid voor de actor (selectievoorstel: Vernietigen).

Mede ter toetsing van enige aannames uit een eerdere versie van dit BSD (december 1993) is begin 1994 een nader onderzoek verricht door drs. J.T. Klinkenberg van detacheringsbureau Breddels & Vermeulen, in opdracht van de Rijksarchiefdienst (PIVOT en de projectgroep MLG), en de ministeries van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

Het onderzoek had betrekking op de vraag welke neerslag op grond van de handelingen 281 en 365 van de actor vakministers (én de overeenkomstige handelingen uit de eerdere periodes) ontstaat en waar deze berust bij de vakministeries. De motieven om juist deze handelingen6 nader te analyseren zijn geweest:

  • het betreft handelingen die een uiterst complex proces betreffen;

  • het betreft handelingen die in principe bij alle organisatieonderdelen van een ministerie tot neerslag leidt;

  • het betreft handelingen die veel neerslag opleveren;

  • het betreft handelingen die voor bewaring in aanmerking komen.

De aanbevelingen met betrekking tot de inhoud van dit BSD zijn overgenomen en verwerkt in het onderhavige BSD. Uit het onderzoek naar de werkprocessen en de daaruit voorkomende neerslag is gebleken dat het – in dit geval – mogelijk is om uit de totale neerslag die gevormd wordt, een beperkte hoeveelheid neerslag aan te wijzen die voldoende is om de selectiedoelstelling te realiseren. Gekozen is voor het bewaren van de subproducten van de diverse fasen van de werkprocessen die het mogelijk maken de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid te reconstrueren.

Naast het bovenstaande is ook een verkennend onderzoek verricht naar neerslag van handelingen uit het BSD in digitale vorm en wel in het bijzonder naar het machineleesbare gegevensbestand Interdepartementaal Budgettair Overleg Systeem (IBOS) dat operationeel is sinds 1991 en fungeert ten behoeve van het overleg tussen het ministerie van Financiën en de vakministeries. De gegevens worden elektronisch uitgewisseld. Alhoewel de gegevens uit IBOS een rol spelen bij handelingen die voor bewaring in aanmerking komen, is in overleg besloten het systeem niet vanuit selectieoverwegingen te gaan acquireren, maar – mogelijk – wel vanuit de behoefte van de Rijksarchiefdienst om expertise op te doen met het beheer van neerslag van handelingen in digitale vorm.

1.5. Vaststellingsprocedure BSD

Op 13 december 2004 is het ontwerp-BSD door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 februari 2005 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 9 mei 2005 bracht de RvC advies uit (arc-2005.02240/2), hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 8 juni 2005 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld C/S&A/05/1163.

1.6. Leeswijzer bij de Selectielijst

Deze selectielijst is primair ingedeeld naar periode en secundair naar actor. Het nummer van het datablok correspondeert met de nummering in het rapport ‘Per slot van rijksrekening’. De datablokken uit het rapport zijn ten opzichte van het onderhavige BSD ontdaan van de items ‘actor’ en ‘opmerking’, en van notities (nb). Het item ‘product’ is slechts dan opgenomen wanneer er een concreet product bekend is. De items ‘voorstel’ en – zonodig – ‘termijn’ zijn daarentegen toegevoegd.

De afkorting ‘CW’ staat voor: Comptabiliteitswet (1976).

De ‘B’ staat voor bewaren, ofwel: het na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwet 1962 overdragen aan de Rijksarchiefdienst.

De ‘V’ staat voor vernietigen na afloop van de aangegeven termijn.

Achter de ‘B’ of ‘V’ is aangegeven welk selectiecriterium, zoals geformuleerd in de inleiding, is toegepast.

2. Actor Minister van Verkeer en Waterstaat als vakminister in Londen (1940–1945)

(107)

Handeling: Het opstellen van ontwerp-besluiten tot vaststelling van het hoofdstuk van de begroting van uitgaven waarover deze het beheer voert

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7/Stb. 1941, B67) art. 7/tweede lid (CW art. 11/tweede lid)

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)7:

1. interne begrotingsaanschrijving;

2. begrotingsvoorstellen (beleids- en begrotingsplannen);

3. geannoteerde agenda’s Comptabiliteit, geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door Comptabiliteit opgestelde verslagen (inzake overleg Comptabiliteit-budgethouders);

4. begrotingsrapport;

5. geannoteerde agenda’s SG/vakminister (opgesteld door Comptabiliteit) en geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door Comptabiliteit opgestelde verslagen (inzake overleg SG/vakminister-diensthoofden);

6. geannoteerde agenda Comptabiliteit ministerraadoverleg; 1e primitieve begroting en meerjarenramingen;

7. zie onder 9;

8. geannoteerde agenda en verslag SG/DG-overleg (opgesteld door Comptabiliteit);

9. gewijzigde begroting (‘voorlopige cijfers’);

10. geannoteerde agenda’s en verslagen vakminister (opgesteld door Comptabiliteit) inzake bilateraal overleg vakminister-minister van Financiën) en ministerraadoverleg t.b.v. Hangpuntenbrief;

11. geannoteerde agenda ministerraadoverleg Totalenbrief en bij het ministerie van Financiën ingediende concept-ontwerpbegroting;

12. bij het ministerie van Financiën ingestuurde Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begroting en overige bijlagen;

13. geannoteerde agenda vakminister ministerraadoverleg Augustusbrief en definitieve bij het ministerie van Financiën ingediende ontwerp-begrotingsstukken;

14. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. advies Raad van State)8;

15. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. amendering Tweede Kamer)9.

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(111)

Handeling: Het beschikken over geldsommen toegestaan bij begrotingswet

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7/Stb. 1941, B67) art. 7/tweede lid (CW art. 14)

Waardering: V (3) 6 jaar, mits de Rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(112)

Handeling: Het toevoegen van ‘ongebruikte’ bedragen aan de begroting van het volgende jaar

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7/Stb. 1941, B67) art. 13 (CW art. 24)

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(116)

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten waaruit uitgaven ten laste van de regering voortvloeien

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7/Stb. 1941, B67) art. 18 (CW art. 32/eerste lid)

Waardering: B (1)

(121)

Handeling: Het opdragen aan comptabelen tot het doen van betalingen, zonder dat daarvoor de minister van Financiën krediet is geopend

Periode: 1941–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1941, B67) art. 20a/eerste lid (CW art. 37/eerste lid)

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(137)

Handeling: Het bepalen dat uitgaven alsnog door de minister van Financiën onder de rijksuitgaven worden opgenomen

Periode: 1940–1941

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7) art. 25/eerste en tweede lid (CW art. 83); vervallen krachtens Besluit instelling van een buitengewone Algemeene Rekenkamer (Stb. 1941, B 39)

Waardering: B (1)

(141)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan de buitengewone Algemeene Rekenkamer inzake de controle op het financieel beheer

Periode: 1941–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit 1941 (Stb. 1941, B67) art. 25i/tweede lid (CW art. 61/tweede lid)

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(146)

Handeling: Het naar aanleiding van de controle van de verantwoording door de buitengewone Algemeene Rekenkamer verstrekken van inlichtingen

Periode: 1941–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit 1941 (Stb. 1941, B67) art. 25n (CW art. 66/eerste lid)

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(151)

Handeling: Het verzoeken aan de buitengewone Algemeene Rekenkamer om herziening van de beslissing inzake de vaststelling van zijn rekening, de oplegging van een boete of de vaststelling van een ambtshalve opgemaakte rekening

Periode: 1941–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit 1941 (Stb. 1941, B67) art. 25s/eerste lid (CW art. 72/eerste lid)

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

(158)

Handeling: Het doen van voorstellen aan de buitengewone Algemeene Rekenkamer tot opheffing van haar bezwaar tegen verevening, als bedoeld in artikel 25z

Periode: 1941–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit 1941 (Stb. 1941, B67) art. 25bb (CW art. 82/eerste lid)

Waardering: B (1)

(161)

Handeling: Het bepalen dat uitgaven alsnog door de buitengewone Algemene Rekenkamer onder de rijksuitgaven worden opgenomen

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7, na wijziging Stb. 1941, B39/Stb. 1941, B67) art. 25dd (was: 25l) (CW art. 83)

Waardering: B (1)

(162)

Handeling: Het opmaken over elk dienstjaar van de rekening van uitgaven

Periode: 1940–1945

Grondslag: Comptabiliteitsbesluit (Stb. 1940, A7/Stb. 1941, B67) art. 26 (CW art. 84/tweede lid

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)10:

1. verantwoordingsaanschrijving (opgesteld door Comptabiliteit);

2. ingezonden gegevens en de bijbehorende toelichtingen (door de budgethouders);

3. concept-rekening, concept-saldibalans, de bijbehorende toelichtingen (opgesteld door Comptabiliteit);

4. samenvattend accountantsrapport bij de rekening;

5. aan het ministerie van Financiën aangeboden rekening, saldibalans en bijbehorende toelichtingen (opgesteld door Comptabiliteit);

6. gewijzigde verantwoordingsstukken (correctiebladen) n.a.v. commentaar ministerie van Financiën;

7. definitief door Parlement11 vastgestelde verantwoording.

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Rekenkamer

3. Actor Minister van Verkeer en Waterstaat als vakminister

3.1. Periode 1940–1977

3.1.1. Comptabiliteitswet 1927 (CW) en andere regelingen

nb Voor de periode 1940–1945 is de actor: de vakminister in Nederland en voor de periode 1945–1977: de vakminister.

(5)

Handeling: Het opstellen van wetsontwerpen tot vaststelling van het hoofdstuk van de begroting van uitgaven waarover deze het beheer voert

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 11/tweede lid

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)12:

1. interne begrotingsaanschrijving;

2. begrotingsvoorstellen (beleids- en begrotingsplannen);

3. geannoteerde agenda’s Comptabiliteit, geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door Comptabiliteit opgestelde verslagen (inzake overleg Comptabiliteit-budgethouders);

4. begrotingsrapport;

5. geannoteerde agenda’s SG/vakminister (opgesteld door Comptabiliteit) en geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door Comptabiliteit opgestelde verslagen (inzake overleg SG/vakminister-diensthoofden);

6. geannoteerde agenda Comptabiliteit ministerraadoverleg; 1e primitieve begroting en meerjarenramingen;

7. zie onder 9;

8. geannoteerde agenda en verslag SG/DG-overleg (opgesteld door Comptabiliteit);

9. gewijzigde begroting (‘voorlopige cijfers’);

10. geannoteerde agenda’s en verslagen vakminister (opgesteld door Comptabiliteit) inzake bilateraal overleg vakminister-minister van Financiën) en ministerraadoverleg t.b.v. Hangpuntenbrief;

11. geannoteerde agenda ministerraadoverleg Totalenbrief en bij het ministerie van Financiën ingediende concept-ontwerpbegroting;

12. bij het ministerie van Financiën ingestuurde Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begroting en overige bijlagen;

13. geannoteerde agenda vakminister ministerraadoverleg Augustusbrief en definitieve bij het ministerie van Financiën ingediende ontwerp-begrotingsstukken;

14. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. advies Raad van State);

15. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. amendering Tweede Kamer).

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(11)

Handeling: Het beschikken over ten hoogste vier twaalfde gedeelte van de bedragen die in de laatst vastgestelde begroting voor een geheel jaar zijn toegestaan

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 15/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(15)

Handeling: Het toevoegen van ‘ongebruikte’ bedragen aan de begroting van het volgende jaar

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 24/eerste en tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(22)

Handeling: Het kwijtschelden van burgerrechtelijke, het rijk toekomende vorderingen

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 28/eerste en tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar

(23)

Handeling: Het verlengen van de maximale termijn van vijf jaar voor het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot werken of leveringen

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 32/tweede lid

Waardering: B (1)

(28)

Handeling: Het opdragen aan comptabelen tot het doen van betalingen, zonder dat daarvoor de minister van Financiën krediet is geopend

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 37/eerste lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(29)

Handeling: Het opstellen van een staat van uitgaven die in een kalendermaand, zonder voorafgaande kredietopening, zijn gedaan

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 37/derde lid

Voorstel: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(36)

Handeling: Het opstellen van de verantwoording van de ter goede rekening verstrekte gelden

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 40/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(39)

Handeling: Het opstellen van gespecificeerde opgaven van de bestanddelen van de kas en het verstrekken van inlichtingen inzake alle betalingen

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 44

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(43)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan de Algemene Rekenkamer inzake de controle op het financieel beheer

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 61/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(48)

Handeling: Het naar aanleiding van de controle van de verantwoording door de Algemene Rekenkamer verstrekken van inlichtingen

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 66/eerste lid

Voorstel: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(54)

Handeling: Het verzoeken aan de Algemene Rekenkamer om herziening van de beslissing inzake de vaststelling van zijn rekening, de oplegging van een boete of de vaststelling van een ambtshalve opgemaakte rekening

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 72/eerste lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(64)

Handeling: Het doen van voorstellen aan de Algemene Rekenkamer tot opheffing van haar bezwaar tegen verevening, als bedoeld in artikel 80

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 82/eerste lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(66)

Handeling: Het bepalen dat uitgaven alsnog door de Algemene Rekenkamer onder de rijksuitgaven worden opgenomen

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 83

Waardering: B (1)

(68)

Handeling: Het opmaken over elk dienstjaar van de rekening van uitgaven

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 84/tweede lid

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)13:

1. verantwoordingsaanschrijving (opgesteld door Comptabiliteit);

2. ingezonden gegevens en de bijbehorende toelichtingen (door de budgethouders);

3. concept-rekening, concept-saldibalans, de bijbehorende toelichtingen (opgesteld door Comptabiliteit);

4. samenvattend accountantsrapport bij de rekening;

5. aan het ministerie van Financiën aangeboden rekening, saldibalans en bijbehorende toelichtingen (opgesteld door Comptabiliteit);

6. gewijzigde verantwoordingsstukken (correctiebladen) n.a.v. commentaar ministerie van Financiën;

7. definitief door Parlement vastgestelde verantwoording

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(72)

Handeling: Het aanwijzen van onderdelen van de rijksdienst die een afzonderlijk beheer zullen hebben

Periode: 1940–1977

Grondslag: CW art. 87

Waardering: B (1)

(99)

Handeling: Het controleren van de boekhoudingen van de ontvangsten en uitgaven, van de beheersadministraties en van de overzichten die nodig zijn voor de beoordeling van het gevoerde beheer

Periode: 1959–1977

Grondslag: Regeling Comptabiliteit 1959 (Stcrt. 1959, 56 [i.w. 1 April 1959]) art. 4

Waardering: V (3) 15 jaar controlerapporten 10 jaar controledossiers; dossiers adviesopdrachten; dossierstukken van beperkte betekenis, zoals saldobevestigingen, en dergelijke

nb Ontleend aan Handboek Controle DAD

(105)

Handeling: Het regelen bij gemeenschappelijk besluit van de positie van de afdelingen Comptabiliteit ten opzichte van de andere afdelingen van de ministeries en het vaststellen van een instructie voor de hoofden van de afdelingen Comptabiliteit

Periode: 1943–1945

Grondslag: Besluit van de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën betreffende nadere regeling van het toezicht op de inkomsten en uitgaven des Rijks (Verordeningenblad, nr.8/1943) art. 5, derde lid (i.w. 27 januari 1943/b.w. krachtens Besluit bezettingsmaatregelen, Stb. 1944, E 93)

Waardering: B (1)

3.2. Periode 1977–1990 (1991)

3.2.1. Comptabiliteitswet 1976 en andere regelingen

De navolgende bevatten de handelingen zoals deze werden verricht tot en met de derde wijziging van de Comptabiliteitswet 1976. Aan de lijsten zijn enkele handelingen toegevoegd die als grondslag niet de Comptabiliteitswet hebben.

(177)

Handeling: Het opstellen van wetsontwerpen tot vaststelling van het hoofdstuk van de begroting van uitgaven en ontvangsten, waarover deze het beheer voert

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 8/eerste lid en CW art. 10/eerste en tweede lid (vervallen 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606]) CW art. 10/eerste lid (i.w. 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606])

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)14:

1. interne begrotingsaanschrijving;

2. begrotingsvoorstellen (beleids- en begrotingsplannen);

3. geannoteerde agenda’s FEZ, geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg FEZ-budgethouders);

4. begrotingsrapport;

5. geannoteerde agenda’s SG/vakminister (opgesteld door FEZ) en geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg SG/vakminister-diensthoofden);

6. geannoteerde agenda FEZ ministerraadoverleg; 1e primitieve begroting en meerjarenramingen;

7. zie onder 9;

8. geannoteerde agenda en verslag SG/DG-overleg (opgesteld door FEZ);

9. gewijzigde begroting (‘voorlopige cijfers’);

10. geannoteerde agenda’s en verslagen vakminister (opgesteld door FEZ) inzake bilateraal overleg vakminister-minister van Financiën) en ministerraadoverleg t.b.v. Hangpuntenbrief;

11. geannoteerde agenda ministerraadoverleg Totalenbrief en bij het ministerie van Financiën ingediende concept-ontwerpbegroting;

12. bij het ministerie van Financiën ingestuurde Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begroting en overige bijlagen;

13. geannoteerde agenda vakminister ministerraadoverleg Augustusbrief en definitieve bij het ministerie van Financiën ingediende ontwerp-begrotingsstukken;

14. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. advies Raad van State);

15. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. amendering Tweede Kamer).

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(183)

Handeling: Het opstellen van wetsontwerpen tot wijziging van het hoofdstuk van de begroting van uitgaven en ontvangsten, waarover deze het beheer voert

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 8/eerste lid en CW art. 10/eerste en tweede lid (vervallen 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606]) CW art. 10/eerste lid (i.w. 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606])

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)15:

1. interne begrotingsaanschrijving;

2. begrotingsvoorstellen (beleids- en begrotingsplannen);

3. geannoteerde agenda’s FEZ, geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg FEZ-budgethouders);

4. begrotingsrapport;

5. geannoteerde agenda’s SG/vakminister (opgesteld door FEZ) en geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg SG/vakminister-diensthoofden);

6. geannoteerde agenda FEZ ministerraadoverleg; 1e primitieve begroting en meerjarenramingen;

7. zie onder 9;

8. geannoteerde agenda en verslag SG/DG-overleg (opgesteld door FEZ);

9. gewijzigde begroting (‘voorlopige cijfers’);

10. geannoteerde agenda’s en verslagen vakminister (opgesteld door FEZ) inzake bilateraal overleg vakminister-minister van Financiën) en ministerraadoverleg t.b.v. Hangpuntenbrief;

11. geannoteerde agenda ministerraadoverleg Totalenbrief en bij het ministerie van Financiën ingediende concept-ontwerpbegroting;

12. bij het ministerie van Financiën ingestuurde Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begroting en overige bijlagen;

13. geannoteerde agenda vakminister ministerraadoverleg Augustusbrief en definitieve bij het ministerie van Financiën ingediende ontwerp-begrotingsstukken;

14. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. advies Raad van State);

15. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. amendering Tweede Kamer).

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(186)

Handeling: Het toevoegen van ‘ongebruikte’ bedragen aan de begroting van het volgende jaar

Periode: 1977–1986

Grondslag: CW art. 12/eerste en derde lid (vervallen 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606])

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(192)

Handeling: Het aanwijzen van de hoofden van de afdelingen belast met de begrotingszaken en de financiële administratie bij de ministeries

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 18/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na intrekking van de aanwijzing

(199)

Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften met betrekking tot voorschotten

Periode: 1988–1990

Grondslag: Regeling verlening voorschotten 1988 (31 maart 1988/Hafir) art. 8 (i.w. 31 maart 1988) voordien: Beschikking (15 augustus 1977)

Waardering: B (1)

(206)

Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn met het doen van ontvangsten en betalingen en het beheer van gelden en geldswaardige papieren

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 24

Waardering: V (3) 6 jaar na intrekking van de aanwijzing

(209)

Handeling: Het controleren van de departementale administraties en van de administraties van de overige rijksorganen en rijksdiensten waarvan de uitgaven en ontvangsten aangewezen op de door hem beheerde begrotingshoofdstukken

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 26/eerste lid

Voorstel: V (3) 15 jaar controlerapporten 10 jaar controledossiers; dossiers adviesopdrachten; dossierstukken van beperkte betekenis, zoals saldo-bevestigingen, e.d.

nb Ontleend aan Handboek Controle DAD

(210)

Handeling: Het aanwijzen van de hoofden van de afdelingen belast met de controle op de departementale administraties

Periode: 1986–1990

Grondslag: CW art. 26/vierde lid (i.w. 16 december 1986 [Stb. 1986, 605])

Waardering: V (3) 6 jaar na intrekking van de aanwijzing

(228)

Handeling: Het vervreemden van deelnemingen van de staat in ondernemingen

Periode: 1977–1990

Grondslag: Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen (Stb. 1977, 427) art. 1 (i.w. 23 juli 1977)

Waardering: V (3) 6 jaar

(231)

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten ter beëindiging van geschillen waarbij de staat betrokken is en geen betrekking hebben op rechten op onroerende zaken

Periode: 1977–1990

Grondslag: Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen (Stb. 1977, 427) art. 2 (i.w. 23 juli 1977)

Waardering: V (3) 6 jaar

(234)

Handeling: Het kwijtschelden van aan de staat toekomende burgerrechtelijke vorderingen

Periode: 1977–1990

Grondslag: Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen (Stb. 1977, 427) art. 3 (i.w. 23 juli 1977)

Waardering: V (3) 6 jaar

(243)

Handeling: Het maandelijks opstellen van een overzicht van de boekingen in de administratie

Periode: 1977–1991

Grondslag: CW art. 64/eerste lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(250)

Handeling: Het verrichten van onderzoek naar de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het functioneren bij hun ministerie

Periode: 1977–1991

Grondslag: CW art. 74/derde lid

Waardering: V (3) 6 jaar

(257)

Handeling: Het opmaken over elk dienstjaar van de rekening van uitgaven en ontvangsten, alsmede die van verplichtingen en de daarop betrekking hebbende rapporten

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 84 (gew. i.w. 1 januari 1987 [Stb. 1987, 606])

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)16:

1. verantwoordingsaanschrijving (opgesteld door FEZ);

2. ingezonden gegevens en de bijbehorende toelichtingen (door de budgethouders);

3. concept-rekening, concept-saldibalans, de bijbehorende toelichtingen (opgesteld door FEZ);

4. samenvattend accountantsrapport bij de rekening;

5. aan het ministerie van Financiën aangeboden rekening, saldibalans en bijbehorende toelichtingen (opgesteld door FEZ);

6. gewijzigde verantwoordingsstukken (correctiebladen) n.a.v. commentaar ministerie van Financiën;

7. definitief door Parlement vastgestelde verantwoording.

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(263)

Handeling: Het aan de Algemene Rekenkamer ter beschikking stellen van werkschema’s van de met controle belaste ambtenaren en de interne controlebevindingen (rapporten, processen-verbaal of anderszins)

Periode: 1977–1991

Grondslag: CW art. 67/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(264)

Handeling: Het in kennis stellen van de Algemene Rekenkamer van hetgeen tot opheffing van het bezwaar als bedoeld in artikel 71/eerste lid kan leiden

Periode: 1977–1991

Grondslag: CW art. 71/tweede lid

Waardering: V (3) 6 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(265)

Handeling: Het opheffen van het bezwaar van de Algemene Rekenkamer, als bedoeld in artikel 71/eerste lid

Periode: 1977–1991

Grondslag: CW art. 72/eerste lid

Voorstel: B (1)

(270)

Handeling: Het instellen van begrotingsfondsen

Periode: 1977–1990

Grondslag: CW art. 87/eerste lid

Waardering: B (1)

3.3. Periode 1991 (1992)–1993

3.3.1. Comptabiliteitswet

In de navolgende selectielijst zijn, per actor, de handelingen opgenomen zoals deze worden verricht na de 4e en 5e wijziging van de Comptabiliteitswet (1976). Aan de lijsten zijn enkele handelingen toegevoegd die als grondslag niet de Comptabiliteitswet hebben.

(276)

Handeling: Het instellen van begrotingsfondsen

Periode: 1991–

Grondslag: CW art. 2/tweede lid

Waardering: B (1)

(326)

Handeling: Het vaststellen van voorschriften met betrekking tot bepaalde categorieën van voorschotten

Periode: 1991–

Grondslag: Regeling verlening voorschotten 1988 (31 maart 1988/Hafir) art. 8

Waardering: B (1)

(361)

Handeling: Het voeren van overleg inzake het stellen van regels die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer met de minister van Financiën en de Algemene Rekenkamer

Periode: 1992–

Grondslag: CW art. 63/eerste lid

Waardering: V (3) 6 jaar

3.4. Periode 1940–1993

3.4.1. Bedrijvenwet

(77)

Handeling: Het opstellen van regels inzake het bedrag dat jaarlijks als waardevermindering op de bezittingen moet worden afgeschreven voor takken van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer zijn aangewezen

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 8/eerste lid

Waardering: V (2) 5 jaar na intrekking van de regeling

(78)

Handeling: Het opstellen van wetsontwerpen tot vaststelling van de hoofdstukken van de begroting voor de takken van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer zijn aangewezen en waarover deze het beheer voert

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 11/tweede lid

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)17:

1. interne begrotingsaanschrijving;

2. begrotingsvoorstellen (beleids- en begrotingsplannen);

3. geannoteerde agenda’s FEZ, geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg FEZ-budgethouders);

4. begrotingsrapport;

5. geannoteerde agenda’s SG/vakminister (opgesteld door FEZ) en geannoteerde agenda’s diensthoofden en de door FEZ opgestelde verslagen (inzake overleg SG/vakminister-diensthoofden);

6. geannoteerde agenda FEZ ministerraadoverleg; 1e primitieve begroting en meerjarenramingen;

7. zie onder 9;

8. geannoteerde agenda en verslag SG/DG-overleg (opgesteld door FEZ);

9. gewijzigde begroting (‘voorlopige cijfers’);

10. geannoteerde agenda’s en verslagen vakminister (opgesteld door FEZ) inzake bilateraal overleg vakminister-minister van Financiën) en ministerraadoverleg t.b.v. Hangpuntenbrief;

11. geannoteerde agenda ministerraadoverleg Totalenbrief en bij het ministerie van Financiën ingediende concept-ontwerpbegroting;

12. bij het ministerie van Financiën ingestuurde Memorie van Toelichting bij de ontwerp-begroting en overige bijlagen;

13. geannoteerde agenda vakminister ministerraadoverleg Augustusbrief en definitieve bij het ministerie van Financiën ingediende ontwerp-begrotingsstukken;

14. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. advies Raad van State);

15. gewijzigde ontwerpbegroting en Memorie van Toelichting en overige kamerstukken (n.a.v. amendering Tweede Kamer).

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 5 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(81)

Handeling: Het toevoegen van ‘ongebruikte’ bedragen aan de begroting van het volgende jaar van de takken van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer zijn aangewezen

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 16

Waardering: V (3) 5 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(83)

Handeling: Het opstellen van de rekening van de takken van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer zijn aangewezen

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 17/eerste lid

Waardering: B (1)

Te bewaren neerslag (subproducten)18:

1. verantwoordingsaanschrijving (opgesteld door FEZ);

2. ingezonden gegevens en de bijbehorende toelichtingen (door de budgethouders);

3. concept-rekening, concept-saldibalans, de bijbehorende toelichtingen (opgesteld door FEZ);

4. samenvattend accountantsrapport bij de rekening;

5. aan het ministerie van Financiën aangeboden rekening, saldibalans en bijbehorende toelichtingen (opgesteld door FEZ);

6. gewijzigde verantwoordingsstukken (correctiebladen) n.a.v. commentaar ministerie van Financiën;

7. definitief door Parlement vastgestelde verantwoording.

De rest van de neerslag:

Waardering: V (3) 5 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(89)

Handeling: Het samenstellen van overzichten inzake de exploitatie van de takken van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer zijn aangewezen

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 22/eerste lid

Waardering: V (3) 5 jaar na het betreffende begrotingsjaar, mits de rijksrekening is goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer

(90)

Handeling: Het vaststellen van de vorm van het overzicht inzake de exploitatie van elke tak van rijksdienst die voor een afzonderlijk beheer is aangewezen

Periode: 1940–1993

Grondslag: Bedrijvenwet (Stb. 1928, 249) art. 22/derde lid

Waardering: V (2) 5 jaar na intrekking van de regeling

  • ^ [1]

    Per slot van rijksrekening. Rapport van het institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein beheer van de rijksbegroting over de periode 1940–1993 in het kader van het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT)/[samenstelling: F. van Dijk]. Den Haag/Rijksarchiefdienst/PIVOT. (PIVOT-rapporten, ISSN 0928-0448;15).

  • ^ [2]

    Het betreft hier het beleid dat bepaalt: wie doet wat en wanneer.

  • ^ [3]

    Een rijksbegrotingswet bevat een overzicht van ontvangsten en uitgaven van rijksmiddelen.

  • ^ [4]

    Aan deze organen worden aparte institutionele onderzoeken gewijd.

  • ^ [5]

    Elk selectie-voorstel is voorzien van het nummer van het criterium dat van toepassing is.

  • ^ [6]

    De handelingen 281 en 365 uit het RIO Per slot van rijksrekening zijn niet opgenomen in dit BSD voor de minister van Verkeer en Waterstaat. Deze handelingen zijn bij de actualisatie (2003) van het oorspronkelijke BSD gewijzigd en worden opnieuw vastgesteld in een addendum. Het addendum wordt apart door de minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld.

  • ^ [7]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [8]

    In de oorlogsperiode heeft er geen ‘Londense Raad van State’ gefunctioneerd.

  • ^ [9]

    In de oorlogsperiode heeft er geen ‘Londense Tweede Kamer’ gefunctioneerd.

  • ^ [10]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [11]

    In de oorlogsperiode heeft er geen ‘Londens parlement’ gefunctioneerd.

  • ^ [12]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [13]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [14]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [15]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [16]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [17]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.

  • ^ [18]

    Zie voor een beschrijving van de processtappen binnen deze handeling en een verantwoording voor de gemaakte selectiekeuzes rapport Speuren naar sporen van neerslag. Een onderzoek naar de mogelijkheden tot implementatie van het institutionele onderzoek Per slot van rijksrekening en het daarop gebaseerde basisselectiedocument.