Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

POP-besluit milieubeheer

Geldend van 01-07-2014 t/m heden

Besluit van 24 maart 2005, houdende regelen ter uitvoering van de EG-verordening betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (POP-besluit Wms)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 oktober 2004, nr. MJZ2004094835, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG (PbEU L 158, zoals gerectificeerd in PbEU L 229) en op artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen;

De Raad van State gehoord (advies van 17 december 2004, nr. W08.04.0485/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 maart 2005, nr. MJZ2005029854, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder verordening: verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG (PbEU L 158, zoals gerectificeerd in PbEU L 229).

Artikel 1a

Dit besluit en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone.

Artikel 2

Als instantie als bedoeld in artikel 15 van de verordening wordt Onze Minister aangewezen.

Artikel 3

  • 1 Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste en tweede lid, 5, eerste en tweede lid, en 7, eerste tot en met derde en vijfde lid, onder b, van de verordening.

  • 2 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften, gesteld krachtens artikel 7, zesde lid, van de verordening.

Artikel 4

  • 1 Het is verboden chemische stoffen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet werden vervaardigd en volgens de criteria, genoemd in punt 1 van Bijlage D bij het Verdrag van Stockholm van 22 mei 2001 inzake persistente organische verontreinigende stoffen (Trb. 2001, 171), kenmerken vertonen van persistente organische verontreinigende stoffen, in Nederland in te voeren, te vervaardigen, aan een ander ter beschikking te stellen, in handelsvoorraden voorhanden te hebben of toe te passen.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a. een stof die voor laboratoriumonderzoek of als referentiestandaard wordt gebruikt;

    • b. een stof die als onopzettelijke sporenverontreiniging in stoffen, preparaten of producten voorkomt.

Artikel 5

Op de voorbereiding van het nationale uitvoeringsplan, bedoeld in artikel 8 van de verordening is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naarvoren worden gebracht door een ieder.

Artikel 5a

Dit besluit berust mede op de artikelen 9.1.1 en 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: POP-besluit milieubeheer.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 24 maart 2005

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de zevende april 2005

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner