Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling rekenregels waardeoverdracht[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 17-08-2006 t/m 31-12-2006

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 maart 2005, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AVPB/05/16911, tot vaststelling van rekenregels inzake waardeoverdracht van een overdragend naar een overnemend uitvoeringsorgaan (Regeling rekenregels waardeoverdracht)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 8, vierde lid, 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het besluit: het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht;

  • b. het u-rendement: het op 1 januari van het jaar waarin de overdrachtsdatum valt geldende u-rendement, zoals gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringsstatistiek van het Verbond van Verzekeraars.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

De rente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van het besluit wordt berekend aan de hand van het u-rendement, waarbij de periode wordt vastgesteld in volle maanden. Het aantal volle maanden wordt bepaald op het verschil in maanden en dagen tussen de overdrachtsdatum en de datum van betaling van de overdrachtswaarde, waarbij alle kalendermaanden op 30 dagen worden gesteld.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

Wanneer waardeoverdracht van een niet-reguliere naar een reguliere regeling plaatsvindt, rekent het overnemende uitvoeringsorgaan, met toepassing van artikel 2, terug welk deel van de afkoopsom als verschuldigde rente moet worden aangemerkt over de periode tussen de betaaldatum en de overdrachtsdatum.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Bij de vaststelling van het standaardtarief, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, wordt uitgegaan van de afgeronde overlevingstafels Gehele Bevolking mannen en Gehele Bevolking vrouwen 1995–2000 zonder leeftijdsverschuivingen en met een opslag wegens stijgende levenskansen van 5% over de contantewaardefactoren.

  • 2 De berekening van het standaardtarief geschiedt op basis van algemeen gebruikelijke actuariële formules. Uitgegaan wordt daarbij van netto tarieven en een rekenrente van 4%.

  • 3 Bij de bepaling van koopsommen voor lijfrenten, overlevingsrenten en erfrenten wordt de continue rente gebruikt.

  • 4 Voor koopsommen van uitkeringen bij overlijden wordt uitgegaan van overlijden halverwege het jaar.

  • 5 Voor de berekening van het nabestaandenpensioen wordt de gehuwdheidsfrequentie op 1 gesteld op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling aanvangt.

  • 6 Voor het ongehuwdenouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen waarop artikel 2b van de wet niet van toepassing is, wordt uitgegaan van de gehuwdheidsfrequenties, opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Mannen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar jongere partner, vrouwen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar oudere partner.

  • 7 De contantewaardefactoren worden gebaseerd op de pensioenleeftijd en het verschil tussen de pensioendatum en de overdrachtsdatum in jaren en maanden die het overdragende uitvoeringsorgaan hanteert.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 2 De contantewaardefactoren worden gebaseerd op de pensioenleeftijd en het verschil tussen de pensioendatum en de overdrachtsdatum in jaren en maanden die het overnemende uitvoeringsorgaan hanteert.

  • 3 Indien de overdrachtswaarde lager is dan het bedrag benodigd voor de financiering van de toe te kennen pensioenaanspraken komt het verschil ten laste van de nieuwe werkgever of van het overnemende pensioenfonds.

Artikel 5a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De artikelen 4 en 5, eerste lid, zijn niet van toepassing indien de reguliere regeling een pensioenregeling in euro pensioenkapitaal betreft waarbij geen verplichting voor de werkgever bestaat tot bijfinanciering op de pensioendatum.

  • 2 Indien het eerste lid van toepassing is, wordt de afkoopsom berekend op basis van de actuariële grondslagen.

  • 3 In dit artikel wordt onder actuariële grondslagen verstaan:

    • a. de grondslagen die een pensioenfonds, spaarfonds of beroepspensioenfonds volgens zijn actuariële en bedrijfstechnische nota hanteert voor de waardering van zijn pensioenverplichtingen; onderscheidenlijk

    • b. de grondslagen die een verzekeraar op basis van artikel 5 van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet hanteert voor de vaststelling van de technische voorzieningen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht in werking treedt.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rekenregels waardeoverdracht.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 maart 2005

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

Bijlage bij de Regeling rekenregels waardeoverdracht, bedoeld in de artikelen 4, eerste, tweede en vierde lid, en 5, eerste lid [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

[Red: Vervallen.]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

1. De formules voor de berekening van de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, luiden als volgt:

Bijlage 139960.png
Bijlage 139961.png
Bijlage 139962.png

2. De in het eerste lid gebruikte symbolen en afkortingen hebben de volgende betekenis:

a: de verhouding nabestaandenpensioen/ouderdomspensioen in de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

β: de verhouding tussen een eventuele andere pensioenvorm en het ouderdomspensioen, zonodig berekend uit de totale aanspraken (zonder overdracht) volgens de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

OP: ouderdomspensioen;

NP: nabestaandenpensioen;

OV: overige pensioenvormen;

OW: overdrachtswaarde;

kps-OP: de contantewaardefactor voor ouderdomspensioen volgens het standaardtarief;

kps-NP: de contantewaardefactor voor nabestaandenpensioen volgens het standaardtarief;

kps-OV: de contantewaardefactor voor overige pensioenvormen volgens het standaardtarief.

3. Wanneer in het eerste lid aan OP, NP en OV de letters nw zijn toegevoegd, betekent dit dat het pensioenaanspraken in de regeling bij het overnemende uitvoeringsorgaan ondergebracht uit hoofde van de waardeoverdracht betreft.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

[Red: Vervallen.]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

1. De gehuwdheidsfrequenties, bedoeld in artikel 4, zesde lid, luiden als volgt:

 

Mannen

Vrouwen

x < 18

0

0

18 ≤ x < 25

0,01 + 0,07 (x–18)

0,05 + 0,10 (x–18)

25 ≤ x < 30

0,50 + 0,04 (x–25)

0,75 + 0,02 (x–25)

30 ≤ x < 35

0,50 + 0,04 (x–25)

0,85

35 ≤ x < 50

0,90

0,85

50 ≤ x < 65

0,90

0,85 – 0,01 (x–50)

2. In het eerste lid betekent de aanduiding ‘x’: de leeftijd van de deelnemer.