Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit beleidsvoornemen en subsidieplafond subsidiëring op grond van [...] Ministerie van Buitenlandse Zaken (Terugkeer en migratie)[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 12-03-2005 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 3 maart 2005, nr. DPV/AM-103/05, tot vaststelling van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Terugkeer en migratie)

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.10, onder a, en 2.11.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Artikel I [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.11.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken geldt voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsvoornemen.

Artikel II [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de in artikel I genoemde periode geldt een subsidieplafond van € 500.000.

Artikel III [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:
de

Directeur-Generaal Regiobeleid en Consulaire Zaken

,

P.P. van Wulfften Palthe

Bijlage [Vervallen per 01-01-2006]

1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2006]

De notitie Ontwikkeling en Migratie bevat het voornemen om jaarlijks circa 5 miljoen Euro aan ODA-middelen op de BZ-begroting te oormerken voor activiteiten ter ondersteuning van terugkeer. Deze middelen, die complementair zijn aan de inspanningen van het ministerie van Justitie, zijn ondergebracht in het Terugkeer Migratie en Ontwikkeling Programma (TMO).

2. Doelstellingen [Vervallen per 01-01-2006]

De doelstellingen van het TMO zijn, in prioritaire volgorde:

  • 1. terugkeer en herintegratie van uitgeprocedeerde asielzoekers naar/in het land van herkomst;

  • 2. (tijdelijke) terugkeer van statushouders ten behoeve van de wederopbouw van het land van herkomst;

  • 3. beleidsontwikkeling op het gebied van ontwikkeling en migratie.

3. Middelen [Vervallen per 01-01-2006]

Activiteiten op deze beleidsterreinen die bijdragen aan het bereiken van bovengenoemde doelstellingen kunnen in aanmerking komen voor financiering lastens TMO.

Een deel van de middelen is bestemd voor uitvoering van de Herintegratieregeling Project Terugkeer (HRPT) door IOM-Nederland.

De resterende middelen kunnen op verschillende wijzen worden gealloceerd: in de vorm van een subsidie aan een NGO, een bijdrage (niet-subsidie) aan een internationale organisatie of op grondslag van een opdracht (door DPV/AM zelf te initiëren).

Subsidies lastens TMO bedragen tenminste 50.000 Euro; voor het totaal aan subsidies geldt een plafond van 0,5 miljoen Euro. Bij de beoordeling van subsidieaanvragen zal worden bezien of en in hoeverre financiering van de voorgestelde activiteiten ten laste van eigen middelen of van andere fondsen gevergd kan worden.

4. Activiteiten [Vervallen per 01-01-2006]

Voor bekostiging ten laste van TMO kunnen in aanmerking komen voorstellen die gericht zijn op of dienstig zijn aan het:

  • faciliteren van terugkeer naar het land van herkomst;

  • faciliteren van duurzame herintegratie (bijv. micro-krediet projecten) van terugkeerders;

  • faciliteren van tijdelijke terugkeer (statushouders) ten behoeve van de wederopbouw van het land van oorsprong;

  • stimuleren en ondersteunen van beleidsontwikkeling op het gebied van ontwikkeling en migratie.

5. Beoordeling [Vervallen per 01-01-2006]

De voorstellen worden, binnen het raam van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken, getoetst aan de volgende criteria:

  • activiteiten zijn gericht op ontwikkelingslanden, d.w.z. landen die op de DAC I-lijst staan en passen in het beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking;

  • praktische activiteiten die direct bijdragen aan de gestelde subdoelstellingen genieten de voorkeur;

  • structurele activiteiten/kosten zoals bijvoorbeeld reguliere exploitatiekosten en lidmaatschapskosten komen niet in aanmerking voor financiering;

  • prestaties (track record) van de aanvragende partij worden meegewogen bij de beoordeling van subsidie-aanvragen.