Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke regeling subsidiëring ondersteunende instellingen[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 06-03-2005 t/m 31-12-2009

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 9 februari 2005, nr. WJZ/2005/2295(8161), houdende nadere regels voor de verstrekking van subsidies aan ondersteunende instellingen in de periode 2006–2008 (Tijdelijke regeling subsidiëring ondersteunende instellingen)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 2, 9, eerste lid, 32, eerste lid, en 48 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. ondersteunende instellingen: de instellingen, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage I.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Subsidie aan ondersteunende instellingen wordt voor het tijdvak 2006 tot en met 2008 verstrekt met toepassing van deze regeling.

  • 2 De minister kan van deze regeling afwijken mits de beschikking waarbij een subsidie wordt verstrekt, de afwijking nadrukkelijk vermeldt.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt vóór 16 april 2005 ingediend.

  • 2 Indien twee of meer ondersteunende instellingen het voornemen hebben een nieuwe instelling tot stand te brengen kunnen zij, onder beschrijving van de tot stand te brengen instelling, een gezamenlijke aanvraag indienen.

  • 3 Een aanvraag voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in de Inrichtingseisen subsidieaanvragen ondersteunende instellingen, die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage II.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden verplicht binnen een bepaalde termijn zijn visie op mogelijke samenwerkingsvormen met andere instellingen te geven en daartoe concrete voorstellen te doen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidiëring ondersteunende instellingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Bijlage I [Vervallen per 01-01-2010]

AIDA Nederland

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Archiefschool

ArchiNed B.V.

ATANA, Stichting Bestuurlijke Diversiteit Nederland

Beeldende Amateurkunst

Boekmanstichting

Bonas

Cinemien

CODART

Conamus

Contact Film Cinematheek

Convent van Gemeentelijke Archeologen

Cultuurnetwerk Nederland, expertisecentrum

De Balie

De Filmbank

De Kamervraag

De Toonbank

De vijf windstreken

Donemus

Doors of Perception

Droog Design

Dutch Jazz Connection

Educatieve Orkest Projecten

Europan Nederland

European League of Institutes of the Arts (ELIA)

Europese Stichting Joris Ivens

Federatie Kunstuitleen

Federatie van Kunstenaarsverenigingen

FORUM for International Co-production

Gate (Gate Foundation)

Gaudeamus

Historisch Boerderij-onderzoek

Holland Film Promotion

Imagine Identity and Culture

Informal European Theatre Meeting

Informatie- en Kenniscentrum voor de Jazz

Internationale Stichting Manifesta

Kerkelijk Kunstbezit in Nederland

Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

Kulsan

Kunst & Zaken

Kunst en Jeugd in Europa

Kunst en Openbare Ruimte

Kunstengilde, Ver.v.Org.v.Kunsteducatie (Kunstconnectie)

Landelijk Centrum voor Amateurdans

Marmoucha

Materiaalfonds voor beeldende Kunst en vormgeving

Mediamatic

Nationaal Contact Monumenten

Nationaal Muziekinstrumenten Fonds

Nationaal Pop Instituut

Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid

NBLC Vereniging van Openbare Bibliotheken

Nederlands Architectuurinstituut

Nederlands Centrum voor Volkscultuur

Nederlands Instituut voor Filmeducatie

Nederlands Jazz Archief

Nederlands Muziek Instituut

Nederlandse Museumvereniging

Nederlandse StrijkKwartet Academie

Nederlandse Tuinenstichting

Netwerk Diversiteit

Nexus Instituut

Overstekend Wild

Premsela

RASA

Rhythm of Reason

Schrijvers, School, Samenleving

Sferra

Stichting Internationale Culturele Activiteiten

Stichting Lezen

Stichting Schrijven

Stichting voor de Nederlandse Archeologie

Stroom

Stroom Haags Centrum voor Beeldende Kunst

SWING – Landelijke Stichting Promotie Muziekimprovisatie

Theater & Educatie

Theater Instituut Nederland

Theaterwerk Nederland

Toonkunst Bibliotheek

Trans Artists Informatiecentrum

Unisono

Vereniging Digitaal Erfgoed Nederland

Vereniging DIVA

Vereniging ICOM Nederland

Vereniging Nederlandse Poppodia

Vereniging Virtueel Platform

Wereldmuziek in Nederland

Bijlage II [Vervallen per 01-01-2010]

Inrichtingseisen subsidieaanvragen ondersteunende instellingen [Vervallen per 01-01-2010]

Dit document beschrijft de eisen waaraan aanvragen in het kader van de Tijdelijke regeling subsidiëring ondersteunende instellingen moeten voldoen.

Wie kunnen aanvragen? [Vervallen per 01-01-2010]

Voor een overzicht van de instellingen die een subsidieaanvraag kunnen indienen verwijs ik naar bijlage I. Instellingen kunnen individueel of gezamenlijk een aanvraag indienen.

Hoe wordt subsidie aangevraagd? [Vervallen per 01-01-2010]

De subsidieaanvraag bestaat uit een voorblad, een beleidsplan, een meerjarenbegroting en een prestatieoverzicht. De volledige en ondertekende aanvraag wordt in viervoud ingediend en is vóór 16 april 2005 in het bezit van het Ministerie van OCW. Aanvragen die op of na 16 april worden ontvangen, worden niet in behandeling genomen. Alleen volledige en tijdig ontvangen aanvragen worden ter advisering voorgelegd aan de Raad voor Cultuur. Ongevraagde bijlagen worden niet bij de beoordeling en besluitvorming betrokken.

Nadere informatie [Vervallen per 01-01-2010]

Voor vragen over de aanvraag of de procedure kunt u contact opnemen met

  • dhr. J van Oortmerssen, directie Kunsten, telefoon 070-4124062;

  • dhr. B. Pors, directie Cultureel Erfgoed, telefoon 070-4124612;

  • dhr. P. Knuijt, directie Media, Bibliotheken en Letteren, telefoon 070-4124279.

Mailen kan ook: info@minocw.nl. Uw e-mail wordt binnen 5 werkdagen beantwoord.

Alle relevante publicaties en achtergrondinformatie zijn te vinden op www.cultuurnota.nl.

Bijlage 137940.png

Model beleidsplan [Vervallen per 01-01-2010]

Instellingen die een subsidieaanvraag willen indienen worden verzocht om in hun beleidsplan duidelijk te maken hoe zij – en de activiteiten die zij organiseren – aan de beoordelingscriteria voldoen. Tot de beoordelingscriteria behoren ook de hieronder opgenomen richtlijnen per sector.

Kunsten [Vervallen per 01-01-2010]

Film [Vervallen per 01-01-2010]

Voor de film pleit de raad voor de totstandkoming van één sectorinstituut, waarin promotie, educatie en informatie worden verenigd. Ik volg het advies van de Raad, maar wil de rol van het Filmmuseum nu nog niet definitief vastleggen. Samenwerking met het filmmuseum ligt voor de hand, maar dit hoeft niet noodzakelijkerwijs binnen één organisatorisch verband plaats te vinden. De ondersteunende taken van het Filmfonds zal ik bij de vorming van één sectorinstituut betrekken.

Amateurkunst [Vervallen per 01-01-2010]

De Raad pleit voor de vorming van één breed gedefinieerd sectorinstituut voor het amateurveld. Ik neem de voorgestelde verbreding – van amateurkunst naar amateurcultuur – vooralsnog niet over. De ondersteunende instellingen in de amateurkunst – Stichtingen Beeldende Amateurkunst, Unisono, Theaterwerk Nederland en Landelijk Centrum voor Amateurdans, Schrijven en SWING – verzoek ik om voorstellen in te dienen voor een gezamenlijke aanpak die in de periode 2006–2008 tot een geïntegreerde ondersteuningsstructuur leidt.

Muziek en muziektheater [Vervallen per 01-01-2010]

In zijn sectorschets beperkt de Raad de organisatorische veranderingen in de muzieksector tot een pleidooi voor virtuele samenwerking. Ik begrijp het dilemma van de Raad, maar acht het behalve wenselijk ook mogelijk om gezien het aantal van twintig ondersteunende instellingen door middel van bundeling van taken tot een grotere effectiviteit te komen. Wel ben ik bereid om voor de muzieksector een uitzondering te maken op de regel van één sectorinstituut en akkoord te gaan met de vorming van twee instituten. Daarbij zie ik globaal twee lijnen om tot een bundeling van taken te komen, langs de lijn van verwante muziekdisciplines of langs de lijn van verwante functies. In het eerste geval richt het ene instituut zich meer op de klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek en de andere op de ‘lichtere’ genres ((jazz en geïmproviseerde muziek, pop, dance en wereldmuziek). De tweede benadering zou kunnen leiden tot één bestelinstituut voor archief-, bibliotheek en informatietaken naast een instituut dat zich richt op (inter)nationale promotie, advisering en expertisebevordering. Ik verzoek aanvragers in de muzieksector om hier in hun beleidsplannen op te reageren en zoveel mogelijk een voorkeur uit te spreken voor een van de twee modellen.

Theater en Dans [Vervallen per 01-01-2010]

Binnen de theater- en danssector is al in 1992 een sectorinstituut tot stand gekomen. Ik voorzie geen organisatorische wijzigingen. Wel dient binnen het nieuwe beleidsplan van dit instituut een nadere afweging te worden gemaakt tussen de huidige kerntaken, inclusief de internationale taken, en de consulententaken.

Beeldende kunst [Vervallen per 01-01-2010]

In de beeldende kunst is de ondersteuningsstructuur relatief klein. In de toekomst gaat het in de eerste plaats om versteviging en versterking van de (internationale) marktpositie. Voorstellen daartoe wil ik graag als opdrachttaak ondersteunen. Daarvoor is de vorming van een nieuw sectorinstituut voor beeldende kunst vooralsnog niet noodzakelijk. Er zal worden bezien of een sectorinstituut tot meer effectiviteit zou kunnen leiden. Daar zullen ook het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst en de Mondriaan Stichting worden betrokken, omdat een groot deel van de ondersteuning in hun beleid en taken is verankerd.

Nieuwe media [Vervallen per 01-01-2010]

In de nieuwe media zou een aantal ondersteunende taken gebundeld uitgevoerd kunnen worden door het Virtueel Platform, als het zich ontwikkelt tot een onafhankelijke organisatie met voldoende draagvlak in de sector.

Vormgeving: [Vervallen per 01-01-2010]

Het sectorinstituut voor de vormgeving is nog in opbouw. Ik verwacht van de Premsela Stichting een scherpere afbakening van de eigen taken ten opzichte van die van de brancheorganisaties en de fondsen.

Architectuur: [Vervallen per 01-01-2010]

Het NAi is het sectorinstituut voor de bouwkunst. Ik ben bereid de overige instellingen in aansluiting op het Actieprogramma Ruimte en Cultuur te ondersteunen op basis van opdrachttaken.

Letteren: [Vervallen per 01-01-2010]

Getoetst aan mijn eerder genoemde uitgangspunten is de ondersteuning in de sector Letteren goed en transparant georganiseerd, bovendien grotendeels door en voor rekening van diverse partijen uit het boekenvak zoals uitgevers, boekverkopers, schrijvers en vertalers. Ook kent de sector een overkoepelende brancheorganisatie. De overheid heeft hiermee geen bemoeienis.

De overheid subsidieert wel de ondersteuning op het terrein van de leesbevordering. Het gaat hier om een algemeen coördinerende instelling en een instelling die concrete leesbevorderingsactiviteiten organiseert. Dit alles overziend, deel ik de opvatting van de Raad dat herstructurering van de sector Letteren in de huidige omstandigheden niet aan de orde is. Wel verzoek ik aanvragers om duidelijk aan te geven welke positie zij in de sector en ten opzichte van elkaar innemen.

Bovensectoraal [Vervallen per 01-01-2010]

Cultuureducatie [Vervallen per 01-01-2010]

Bij cultuureducatie verwacht ik dat de Kunstconnectie en Cultuurnetwerk Nederland hun taken op elkaar afstemmen en waar wenselijk met elkaar en de Stichting Erfgoed Actueel tot samenwerking komen. De Kunstconnectie dient ervan uit te gaan, dat branchetaken niet meer subsidiabel zijn. Ik verwacht van Cultuurnetwerk Nederland een heldere scheiding tussen bestel- en opdrachttaken, waarbij ik ervan uit ga, dat Cultuurnetwerk meer eigen inkomsten zal realiseren via andere opdrachtgevers dan mij.

Internationaal Cultuurbeleid [Vervallen per 01-01-2010]

Het internationale cultuurbeleid wordt per sector uitgevoerd door instellingen met verschillende functies en taken (sectorinstituten, koepelinstellingen en fondsen). De SICA vervult hiervoor de bovensectorale rol. In de komende periode dienen de bovensectorale en sectorale ondersteuning beter op elkaar te worden afgestemd. In de afzonderlijke sectoren wil ik taken zoveel mogelijk gebundeld uit laten voeren, bijvoorbeeld als opdrachttaken.

Culturele diversiteit [Vervallen per 01-01-2010]

Voor culturele diversiteit streef ik in de komende periode niet naar nieuwe (boven)sectorale instituten, ook niet in de muziek. In plaats daarvan verwacht ik dat ondersteunende instellingen de uitvoering van taken onderling afstemmen, ook met de publieke en de private fondsen. Ik verzoek aanvragers hier in hun beleidsplan aandacht aan te besteden.

Professionalisering [Vervallen per 01-01-2010]

Voor de verbetering van de marktpositie van instellingen en kunstenaars zie ik cultuurbreed ruimte voor ondersteunende taken in het verlengde van het flanklerende beleid in het kader van de WIK, als onderdeel van of aanpalend aan Kunstenaars & CO.

Erfgoed [Vervallen per 01-01-2010]

De rijksoverheid heeft bijzondere verantwoordelijkheden met betrekking tot het culturele erfgoed. Deze verantwoordelijkheden hebben een wettelijke basis of komen voort uit het bezit van cultureel erfgoed. In ieder van de erfgoedsectoren musea, archieven, monumentenzorg en archeologie is in verband met deze verantwoordelijkheden een rijksdienst ingesteld. De rijksdiensten voeren een belangrijk deel van de besteltaken uit, maar zijn geen sectorinstituut. Zij functioneren als kennisinstituut. In iedere sector is er naast de desbetreffende rijksdienst behoefte aan een organisatie die besteltaken uitvoert die niet tot de taak van de rijksdienst behoren.

Wat betreft de afbakening van besteltaken en branchetaken merk ik het volgende op. Ook voor de erfgoedsectoren geldt dat besteltaken en branchetaken een fundamenteel verschillend karakter hebben. Daarom verlang ik van bestelorganisaties in de erfgoedsectoren dat zij deze taken helder onderscheiden. Daarnaast verwacht ik dat in de beleidsplannen ten aanzien van de bestuurlijke structuur wordt aangegeven op welke wijze de onafhankelijkheid van de besteltaken ten opzichte van de branchetaken wordt vormgegeven.

Musea [Vervallen per 01-01-2010]

De rijksdienst Instituut Collectie Nederland voert de in mijn uitgangspuntenbrief genoemde besteltaken uit met betrekking tot het behoud en beheer van collecties. De Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, waarover de Raad in 2004 opmerkte voortgezette subsidiëring als tijdelijk te beschouwen, kan subsidie aanvragen voor een opdrachttaak.

Archieven [Vervallen per 01-01-2010]

Op grond van het statuut voor het Agentschap Rijksarchiefdienst verricht het Nationaal Archief onderzoek en ontwikkelt het methodes met het oog op blijvend behoud en het beheersbaar houden van de totale Nederlandse archiefcollecties. Daarnaast is de ontwikkeling en het onderhoud van een kwaliteitssysteem met betrekking tot de toegankelijkheid opgedragen aan het Nationaal Archief. De professionele educatie wordt door de Archiefschool verzorgd. Doel is dat deze sterker wordt afgestemd op de behoeften van het openbare archiefwezen.

Monumentenzorg en archeologie [Vervallen per 01-01-2010]

De sectoren monumentenzorg en archeologie komen dichter bij elkaar door de komende fusie van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Samengaan is ook van belang voor de bestelorganisaties in beide sectoren. Ik vraag van de bestelorganisaties uit beide sectoren uiterlijk eind 2006 een plan daarvoor te ontwikkelen gericht op een fusie die uiterlijk per 1 januari 2009 gerealiseerd wordt. In 2004 heeft de raad positief geadviseerd over enkele ondersteunende instellingen die zich inzetten voor het behoud van een specifieke categorie erfgoed. Ik wil deze activiteiten als opdrachttaken behandelen.

Digitalisering van erfgoed [Vervallen per 01-01-2010]

Voor de inrichting van een zelfregulerend kwaliteitszorgsysteem voor digitalisering van erfgoed, aangekondigd in Meer dan de som, kan een aanvraag worden ingediend voor een opdrachttaak.

Bibliotheken [Vervallen per 01-01-2010]

Voor deze sector zal ik een aparte procedure voeren. De raad merkt terecht op dat de sector openbare bibliotheken slechts één landelijk opererende instelling kent die zowel bestel- als branchetaken uitvoert. Aan deze instelling heb ik tot en met 2006 een subsidie toegekend. In de loop van 2005 zal de verhouding tussen branche- en besteltaken van deze organisatie worden geëvalueerd. De uitkomsten hiervan zullen bepalend zijn voor de rijkssubsidie na 2006.

Bijlage 137941.png

Toelichting op modelbegroting 2006 [Vervallen per 01-01-2010]

Algemeen [Vervallen per 01-01-2010]

Sluit bij het opstellen van uw begroting aan bij het bijgevoegde model. Uw begroting over 2006 staat tevens model voor uw begrotingen voor de jaren 2007 en 2008. Wanneer u voorziet dat de begrotingsbedragen in latere jaren substantieel zullen wijzigen, afgezien van de gewone trendmatige verhogingen, dan sommeert u de geschatte bedragen voor de betreffende post over de drie jaar en deelt de uitkomst door drie. Met andere woorden, u vermeldt dan het gemiddelde begrotingsbedrag over de drie jaar.

In de kop van de modelbegroting staan de vier onderscheiden taken uitgesplitst. Deze taken sluiten aan bij het onderscheid dat in de uitgangspuntenbrieven m.b.t. de ondersteuningsstructuur is toegelicht. Het is de bedoeling dat u zowel uw kosten als uw inkomsten toerekent aan deze taken. Voor uw activiteiten wijst zich dat meestal vanzelf, omdat deze veelal eenduidig aan een van de taken zijn verbonden. Voor uw beheerslasten zult u op basis van een schatting een toerekening moeten maken naar elk van de onderscheiden taken.

Wanneer in uw planning opdrachten zijn voorzien die qua omvang en looptijd zeer verschillend zijn, is het van belang het (gemiddeld) begrote bedrag in de kolom 2006 niet alleen van een toelichting te voorzien, maar ook de afzonderlijke deelbegrotingen over de periode 2006 t/m 2008 bij te voegen.

Voor specificaties van de in het model vermelde hoofdposten gelden geen voorschriften.

Aan de batenkant wordt onderscheid gemaakt tussen opbrengsten en bijdragen. Onder die laatste categorie worden de subsidies van overheden en fondsen begrepen. Opbrengsten kunnen worden beschouwd als eigen inkomsten. Het onderdeel Publieksinkomsten wordt aangemerkt als een directe opbrengst. De lasten worden onderscheiden naar beheerslasten (overhead) en activiteitenlasten. Voor en nadere uitleg van genoemde posten, zie hieronder A tot en met D.

A. Opbrengsten [Vervallen per 01-01-2010]

Bij deze post wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte opbrengsten. Directe opbrengsten betreffen inkomsten die direct aan uw activiteiten zijn gerelateerd zoals publieksinkomsten of sponsoring.

Indirecte opbrengsten zijn opbrengsten die een afgeleide relatie hebben met de activiteiten van uw instelling, zoals horeca los van uitvoeringen, verhuur van onroerend goed of vergoedingen voor het uitlenen van personeel.

B. Bijdragen [Vervallen per 01-01-2010]

Hier vermeldt u de te ontvangen subsidies. Onder subsidie OCW vermeldt u de subsidie die u in het kader van de Tijdelijke regeling subsidiëring ondersteunende instellingen van OCW verwacht te ontvangen. Onder subsidie provincie en subsidie gemeente geeft u een opgave van de te verwachten subsidies van provincie en gemeente. Onder ‘overige subsidies/bijdragen’ geeft u een opsomming van alle subsidies die niet in dat kader worden verwacht, zowel van overheden (internationaal/rijk/provincie/gemeente), als van particuliere of aan de overheid gelieerde fondsen, structureel zowel als incidenteel. Daarnaast vermeldt u onder deze post alle contributies, schenkingen, donaties of legaten en de bijdragen van vriendenstichtingen.

C. Beheerslasten [Vervallen per 01-01-2010]

Tot de ‘beheerslasten’ worden gerekend alle personele en materiële lasten die samenhangen met het beheer van uw organisatie (overheadlasten). U specificeert de ‘beheerslasten personeel’ bijvoorbeeld naar directie, secretariaat, personeelszaken, financiële zaken en algemene zaken. Loonlasten omvatten ten minste de bruto salarissen, werkgeversdeel sociale lasten, vakantiegeld en pensioenpremie. De ‘beheerslasten materieel’ kunnen worden onderverdeeld in huisvestingslasten, kantoorlasten, algemene publiciteitslasten en afschrijvingslasten.

D. Activiteitenlasten [Vervallen per 01-01-2010]

Tot de ‘activiteitenlasten’ behoren lasten die direct samenhangen met de activiteiten van uw instelling. Maak onderscheid tussen personele en materiële lasten. Voorbeelden van materiële lasten die met de activiteiten samenhangen zijn reis- en transportlasten en specifieke publiciteitlasten.

Bijlage 137942.png