Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Nieuwe Regeling Stimuleringssubsidies[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 01-06-2005 t/m 31-12-2008

Nieuwe Regeling Stimuleringssubsidies

Het bestuur van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst,

Na goedkeuring van de Minister van OC&W bij brief van 7 maart 2005;

Besluit:

Hoofdstuk I. Definities [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. het fonds: de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.

  • b. het bestuur: het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.

  • c. commissie: de commissie stimuleringssubsidies als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 10 en verder;

  • d. subcommissie: een subcommissie als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 19 en verder;

  • e. werkgroep: een werkgroep als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 28 en verder;

  • f. bevoegd adviesorgaan: commissie, subcommissie of werkgroep;

  • g. beeldende kunstenaar: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de beeldende kunsten en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • teken-, schilder- en grafische kunsten;

    • beeldhouwkunst;

    • niet-traditionele vormen van beeldende kunst;

    • fotografie;

    • audiovisuele media;

    • beeldende kunst-toepassingen;

    • ambachtelijke kunsten.

  • h. vormgever: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de vormgeving en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • keramiek;

    • textiel;

    • glas;

    • sieraden;

    • mode;

    • grafische vormgeving;

    • meubels;

    • industriële vormgeving;

    • illustraties;

    • theatervormgeving;

    • accessoires;

    • modefotografie.

  • i. beoefenaar van de bouwkunst: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de architectuur en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • stedenbouw;

    • architectuur;

    • interieur-architectuur;

    • tuin- en landschapsarchitectuur;

    • architectuurfotografie.

  • j. kunstenaar: beeldende kunstenaar, vormgever of beoefenaar van de bouwkunst.

  • k. startstipendium: een bijdrage aan het inkomen van een kunstenaar die aan het begin van zijn professionele loopbaan staat. Deze bijdrage wordt verleend voor twaalf maanden en heeft tot doel de aanvang van de professionele en artistieke ontwikkeling van de kunstenaar te bevorderen;

  • l. bijdrage werkbudget: een aan een kunstenaar verleende bijdrage in de kosten van de uitvoering van een artistiek werkplan, dat hetzij in de tijd begrensd is, hetzij leidt tot een concreet resultaat of beiden.

  • m. praktijksubsidie: een bijdrage aan het inkomen van een vormgever of beoefenaar van de bouwkunst als tegemoetkoming in de reguliere kosten, die in verband met de beroepspraktijk moeten worden gemaakt.

  • n. subsidie: startstipendium, bijdrage werkbudget, dan wel praktijksubsidie.

Hoofdstuk II. Doel [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van de stichting, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, op hun aanvraag startstipendia, bijdrages werkbudget en andere subsidies aan kunstenaars en praktijksubsidies aan vormgevers en beoefenaren van de bouwkunst toekennen, indien de artistieke prestaties van de aanvrager naar het oordeel van het bestuur, de subcommissie of de werkgroep gehoord, van belang zijn of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst voor Nederland.

  • 2 Het bestuur kan, ingevolge de doelstelling van de stichting, volgens de bepalingen, vastgesteld in dit reglement, op hun aanvraag bijdrages werkbudget aan kunstenaars toekennen, indien de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het project waarvoor de aanvraag wordt ingediend naar het oordeel van het bestuur, de subcommissie of de werkgroep gehoord, van belang zijn of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunstvoor Nederland.

Hoofdstuk III. Werkingssfeer [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn en, indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, te beschikken over een zodanige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet dat een beroep op de openbare kas kan worden gedaan zonder dat een dergelijk beroep tot gevolg heeft dat de verblijfsvergunning komt te vervallen. Deze vergunning dient geldig te zijn gedurende de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2 De aanvrager van een bijdrage werkbudget, of een praktijksubsidie dient tenminste vier jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als kunstenaar dan wel tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst/bouwkunde te hebben gevolgd.

  • 3 De aanvrager van een startstipendium dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten, vormgeving of bouwkunst/bouwkunde hebben gevolgd. Indien de aanvrager een opleiding aan een Academie van Bouwkunst heeft gevolgd kan tot twee jaar na het verlaten van deze opleiding een aanvraag voor een startstipendium worden ingediend.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Startstipendia en praktijksubsidies kunnen slechts worden verstrekt voorzover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.

  • 2 Een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud kan slechts worden verstrekt voorzover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.

  • 3 Onder belastbaar inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het belastbaar inkomen bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 met inbegrip van het inkomensbestanddeel van de aangevraagde subsidie.

  • 4 De bedragen van startstipendia, praktijksubsidies en bijdrages werkbudget voor het doen van onderzoek of het maken van nieuw werk en de bedragen voor een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud worden door het bestuur vastgesteld.

  • 5 Indien de aan een kunstenaar toegekende bijdrages werkbudget, exclusief de projectkosten, in een periode van 36 kalendermaanden een door het bestuur vastgesteld bedrag hebben bereikt, kan gedurende die periode uitsluitend nog een bijdrage in de projectkosten worden aangevraagd.

  • 7 De jaarlijks vast te stellen bedragen bedoeld in het eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid worden aan de aanvragers bekendgemaakt bij het ter beschikking stellen van de aanvraagformulieren, als bedoeld in artikel 18.

Hoofdstuk IV. De subsidies [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Startstipendia worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.

  • 2 Startstipendia kunnen aan dezelfde kunstenaar maximaal twee keer worden verstrekt.

  • 3 Bijdrages werkbudget worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.

  • 4 Het bestuur heeft de vrijheid wegens zwaarwegende redenen gehoord de subcommissie of de werkgroep, aan een kunstenaar een bijdrage werkbudget voor een langere periode te verstrekken dan de in het vierde lid van dit artikel bedoelde periode.

  • 5 Indien de aanvraag voor een bijdrage werkbudget deelname aan een meerjarige opleiding in het buitenland betreft, geldt een positief advies voor één jaar met dien verstande dat het bevoegd adviesorgaan bij de beoordeling van de eerste vervolgaanvraag in principe het oordeel van het opleidingsinstituut over de artistieke prestaties van de aanvrager zal volgen.

  • 6 Praktijksubsidies kunnen aan dezelfde vormgever of beoefenaar van de bouwkunst maximaal eenmaal in de twee jaar verstrekt worden.

  • 7 Praktijksubsidies worden voor een periode van maximaal 12 maanden verstrekt.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Bij de toekenning van de subsidie wordt de periode waarover de subsidie zich uitstrekt bepaald.

  • 2 Subsidies worden niet met terugwerkende kracht verstrekt.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

Aan de verstrekking van de subsidie kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden terzake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de subsidie.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een stimuleringssubsidie kan geen stimuleringssubsidie worden verstrekt, die naar het oordeel van het bestuur, in dezelfde dekking van kosten voorziet.

  • 2 Tijdens de periode waarin een kunstenaar gebruik maakt van een startstipendium kan geen praktijksubsidie worden verstrekt.

  • 3 Indien een kunstenaar gedurende een periode waarin hij gebruik maakt van een praktijksubsidie een startstipendium krijgt toegekend, zal deze met de reeds voor die periode toegekende praktijksubsidie worden verrekend.

  • 4 Indien aan een kunstenaar korter dan vier jaar geleden een productiesubsidie op basis van de regeling basissubsidies is toegekend kan aan hem geen praktijksubsidie worden verstrekt.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een subsidie voor het volgen van een cursus of studie aan een buitenlands instituut kan niet worden verstrekt indien in Nederland een soortgelijke studie gevolgd kan worden. Voor het volgen van een bachelorstudie kan geen subsidie worden verstrekt.

  • 3 Uitgezonderd deelnemers aan het Europees Keramisch Werkcentrum en het Berlage Instituut kan geen subsidie worden verstrekt voor deelname aan de werkplaatsachtigen, zoals de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, de Jan van Eyck Academie de Ateliers of het Niaf.

  • 4 Indien deelname aan een van de in het tweede of derde lid van dit artikel genoemde instellingen aanvangt in hetzelfde jaar waarin een of meerdere subsidies zijn verstrekt, heeft het bestuur het recht om deze geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.

  • 5 Honoraria van aanvragende kunstenaars worden niet gesubsidieerd.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

Geen subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen, aan leden van het bestuur noch aan leden en plaatsvervangende leden van de commissies of werkgroepen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

Subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.

Artikel 12. Bijdrages werkbudget [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De aanvraag voor een bijdrage werkbudget dient vergezeld te gaan van een plan, een motivering, en indien van toepassing toezeggingen.

  • 2 Indien de aanvrager bijdrage werkbudget voor een reis, een studie of een concreet project aanvraagt dient de aanvraag vergezeld te gaan van een motivering daarvoor en een begroting met offertes.

  • 3 Indien bij een aanvraag voor een bijdrage werkbudget een andere partij is betrokken zoals een museum, een galerie, een bedrijf dient de financiële bijdrage die de overige bij het project betrokken partijen leveren in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Fonds.

  • 4 Tentoonstellingen en andere presentaties van werk van beeldend kunstenaars en vormgevers zijn niet subsidiabel.

  • 5 Aan beoefenaren van de bouwkunst kan een bijdrage werkbudget worden verstrekt als bijdrage in de kosten van presentatie van eigen werk in het buitenland of een bijdrage van maximaal 50% in de kosten van een bij een dergelijke presentatie behorende catalogus.

Hoofdstuk V. Aanvraagprocedure [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

Het bestuur maakt tenminste eenmaal per jaar informatie openbaar over de mogelijkheden voor kunstenaars tot het verkrijgen van een subsidie. Het bestuur vermeldt daarbij de voorwaarden, waaraan een aanvraag voor zo’n subsidie dient te voldoen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Aanvragen voor een startstipendium, of een praktijksubsidie kunnen het gehele jaar door worden ingediend, doch steeds minimaal twee maanden en maximaal vier maanden voor de ingang van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

  • 2 Aanvragen voor een bijdrage werkbudget kunnen het gehele jaar door worden aangevraagd, doch steeds minimaal twee maanden en maximaal 12 maanden voor de ingang van de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een kunstenaar die voor een stimuleringssubsidie in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.

  • 2 Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulier dient volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.

  • 3 Het aanvraagformulier dient te worden vergezeld van het in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, opdat beoordeeld kan worden of de aanvrager aan de voorwaarde gesteld in artikel 2 voldoet.

  • 4 Indien documentatiemateriaal van werk wordt ingezonden, dat door meer personen vervaardigd is, dient aangegeven te worden welk deel daarvan door de aanvrager is vervaardigd.

  • 5 Indien een startstipendium, een praktijksubsidie, dan wel een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen wordt aangevraagd dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een afschrift van het laatst ingediende aangiftebiljet inkomstenbelasting van de aanvrager. Wanneer dit niet mogelijk is, dient de aanvrager op een andere – door het bestuur goed te keuren – manier inzicht te verschaffen in zijn financiële omstandigheden.

  • 6 Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van een uittreksel uit het bevolkingsregister, waaruit blijkt dat de aanvrager in Nederland gevestigd is en van afschriften van documenten waaruit blijkt dat de aanvrager in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet, zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid.

Hoofdstuk VI. Formele toetsing [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Het bestuur beslist een aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen, als het formulier, bedoeld in artikel 17, niet tijdig, niet volledig, of niet volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen is ingevuld, of als dit niet vergezeld gaat van de in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie en informatie.

  • 3 Wanneer de aanvrager hieraan niet voldoet, beslist het bestuur de aanvraag op formele gronden niet in behandeling te nemen.

  • 4 Het bestuur beslist op formele gronden een aanvraag voor een subsidie niet in behandeling te nemen indien deze wordt ingediend binnen 12 maanden na de datum waarop de commissie of werkgroep een negatief advies over een eerdere aanvraag voor een subsidie heeft uitgebracht, op grond van de artistieke prestaties als bedoeld in artikel 2, tenzij het een aanvraag voor een bijdrage werkbudget betreft, met een ander plan dan de aanvraag, waarover het negatieve advies is uitgebracht.

  • 5 Het bestuur beslist op formele gronden een aanvraag niet in behandeling te nemen voordat het verslag van een over een eerdere periode verstrekte subsidie is goedgekeurd, tenzij er naar het oordeel van het bestuur zwaarwegende omstandigheden zijn.

Hoofdstuk VII. Inhoudelijke toetsing [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

Het bestuur legt een aanvraag zo spoedig mogelijk ter advisering voor aan het hiertoe ingestelde adviesorgaan.

Het bestuur stelt daarbij een termijn vast waarbinnen het adviesorgaan haar oordeel over de ingediende aanvraag schriftelijk ter kennis dient te brengen. Deze termijn is niet langer dan twee maanden gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag voor een subsidie.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Bij de formulering van het advies over de toekenning van een subsidie dient het bevoegde adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, documentatie, het beeldmateriaal en eventuele aanvullende informatie, de door de aanvrager getoonde kunstwerken en, voorzover van toepassing, het verslag van het atelierbezoek en de resultaten van eerder toegekende subsidies.

startstipendia

  • 2 Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Indien het bevoegd adviesorgaan twijfelt over de artistieke prestaties kunnen aspecten van het cultureel ondernemerschap in positieve zin in de beoordeling worden betrokken.

  • 3 Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.

  • 4 Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht dan brengt zij een positief advies uit.

bijdrages werkbudget

  • 5 Bij de beoordeling van aanvragen voor een bijdrage werkbudget dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.

  • 6 Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het plan van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.

  • 7 Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.

    Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.

praktijksubsidies

  • 8 Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1.

    Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.

  • 9 Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.

  • 10 Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.

Hoofdstuk VIII. Beslissing [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Geen subsidie wordt verstrekt dan na een voorafgaand positief advies van het bevoegd adviesorgaan.

  • 2 Binnen één maand na de termijn bedoeld in artikel 20 beslist het bestuur over de aanvraag. Het bestuur doet van een beslissing schriftelijk mededeling aan de aanvrager op wie de beslissing betrekking heeft.

  • 3 Het bestuur zendt de aanvrager een afschrift van het advies van het bevoegd adviesorgaan tezamen met zijn beslissing op de aanvraag.

  • 4 Aan de toekenning van een stimuleringssubsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.

Hoofdstuk IX. Beroep [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

Tegen een beslissing op grond van artikel 19 of artikel 22 is bezwaar mogelijk op grond van artikel 95 van het huishoudelijk reglement.

Hoofdstuk X. Verslaglegging en financiële verantwoording [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Subsidie wordt als voorschot uitgekeerd, binnen zes weken na de positieve beslissing, als bedoeld in artikel 21.

  • 2 De bij wijze van voorschot verleende subsidie bedraagt maximaal 90% van het subsidiebedrag. De resterende 10% zal na goedkeuring van het in dit artikel bedoelde inhoudelijke en financiële verslag worden uitbetaald.

  • 3 Degene aan wie een startstipendium, een praktijksubsidie of een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen is verstrekt dient opgaaf te doen van zijn genoten inkomen over het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de subsidie is verstrekt. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van het jaar waarin de periode eindigt, doch uiterlijk vóór 15 juli van het daaropvolgende jaar te geschieden.

  • 4 Indien de aanvrager aangifte doet op grond van de Wet op de Ib 2001 dient voor de opgave van het inkomen als bedoeld in het vierde lid een fotokopie van de aangifte(n) te worden verstrekt, alsmede een fotokopie van de aanslag(en), zodra deze door de aanvrager ontvangen is.

  • 5 Indien het belastbaar inkomen van de kunstenaar in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover het startstipendium of een subsidie waarin een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud is begrepen, zich uitstrekt hoger blijkt te zijn dan het bedrag bedoelt in artikel 4, vierde lid, beslist het bestuur het meerdere bedrag van de kunstenaar terug te vorderen.

  • 6 Degene aan wie een bijdrage werkbudget is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na afronding van het project een verslag, voorzien van deugdelijke visuele documentatie en voorzover van toepassing een verslag van de reis alsmede de reisbescheiden of een verslag alsmede een afrekening van het instituut waar de studie of cursus is gevolgd in te dienen. Indien de bijdrage werkbudget conform artikel 4, zesde lid is toegekend dient tevens een overzicht van de gedane uitgaven en de verkregen inkomsten, zoveel mogelijk gestaafd met bewijsstukken in te dienen.

  • 7 Degene aan wie een startstipendium is verstrekt dient tevens binnen twee maanden na de door het bestuur gesubsidieerde periode een verslag over de verrichte werkzaamheden in te dienen, voorzien van deugdelijke visuele documentatie.

  • 8 De subsidie wordt definitief vastgesteld na ontvangst van de in de voorgaande leden genoemde bescheiden, voor zover van toepassing.

  • 9 Indien de subsidie niet definitief kan worden vastgesteld, doordat de aanvrager niet voldoet aan de in dit artikel genoemde voorwaarde zal de toekenning worden ingetrokken. Reeds betaalde voorschotten kunnen worden verrekend dan wel worden teruggevorderd.

  • 10 De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager de documentatie, behorende bij de subsidieaanvraag, het verslag en de documentatie behorende bij dit verslag aan het bestuur in eigendom overdraagt en aan het bestuur het recht toekent om het verslag of delen daarvan alsmede de documentatie te publiceren of anderszins openbaar te maken.

Hoofdstuk XI. Slot- en overgangsbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

In gevallen waarin de wet, de statuten of dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2009]

Het bestuur kan, gehoord het bevoegd adviesorgaan, om zwaarwichtige redenen van dit reglement afwijken.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2009]

Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bestuur de toekenning intrekken en het eventueel bij voorschot uitbetaalde terugvorderen.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2009]

Aan de toekenning van een stimuleringssubsidie kan het bestuur nadere voorschriften verbinden.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 3 Op Stimuleringssubsidies die zijn toegekend op basis van de regeling Stimuleringssubsidies zijn de desbetreffende artikelen van de nieuwe regeling Stimuleringssubsidies van toepassing.

  • 4 Op Individuele Subsidies die zijn toegekend op basis van de regeling Individuele Subsidies en die nog niet definitief zijn vastgesteld zijn de desbetreffende artikelen van de nieuwe regeling Stimuleringssubsidies van toepassing.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling kan worden aangehaald als de nieuwe Regeling Stimuleringssubsidies en treedt in werking op 1 juni 2005.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.