Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005[Regeling vervallen per 31-05-2006.]

Geldend van 02-07-2005 t/m 30-05-2006

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 december 2004, nr. SAS 2004128479, Directoraat Generaal Milieubeheer, Directie Stoffen, Afvalstoffen en Straling, houdende regels met betrekking tot subsidies aan gemeenten om hen te stimuleren tot het verminderen van milieudruk door het bevorderen van preventie en scheiding van huishoudelijke afvalstoffen, het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, en het verminderen van zwerfafval 2005 (Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer en artikel 13, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. samenwerkingsverband: verband van twee of meer Nederlandse gemeenten die aan de hand van een regeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan wel van een schriftelijke verklaring, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van projecten als bedoeld onder h, i, k, l, of r;

    • b. afvalpreventie: het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen of het verminderen van de milieuschadelijkheid daarvan door interne nuttige toepassing of reductie aan de bron;

    • c. afvalscheiding: het scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen en het gescheiden afgeven daarvan;

    • d. energiebesparing: het verbeteren van de energie-efficiency door het treffen van maatregelen binnen een inrichting;

    • e. sorteeranalyse: sorteeranalyse die is of wordt uitgevoerd overeenkomstig ‘Sorteeranalyses Handreiking voor gemeenten’ (SenterNovem, AOO 2003-15);

    • f. nulmeting huishoudelijke afvalstoffen: inventarisatie van gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, volgens de opgave in bijlage I bij deze regeling;

    • g. plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen: beschrijving van feitelijk voorgenomen activiteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen ter bereiking van de in artikel 2, onder a, beschreven doelen, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

      • 1°. activiteiten, gericht op het optimaliseren van voorzieningen en werkprocessen ten behoeve van afvalscheiding, en die in elk geval betrekking hebben op twee huishoudelijke afvalstoffen, waarvan één afvalstof groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton of grove huishoudelijke afvalstoffen betreft;

      • 2°. activiteiten, gericht op het optimaliseren van afvalpreventie;

      • 3°. communicatie-activiteiten met burgers ten behoeve van afvalscheiding en afvalpreventie;

      • 4°. monitoring;

    • h. basisproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

    • i. plusproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

    • j. beleidsplan inrichtingen: beschrijving van voorgenomen activiteiten ter bereiking van het in artikel 2, onder b, beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

      • 1°. de samenstelling van het gemeentelijk inrichtingenbestand;

      • 2°. het bestaande niveau van de vergunningverlening en de handhaving en de aanwezige kennis en vaardigheden met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;

      • 3°. maatregelen, gericht op het verhogen van het in onderdeel 2° bedoelde niveau om voor de vergunningverlening en de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing een adequaat niveau te bereiken;

      • 4°. monitoring;

    • k. uitvoeringsproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op:

      • 1°. de verbetering van de vergunningverlening of de handhaving op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, of

      • 2°. de stimulering van categorieën van inrichtingen tot het nemen van maatregelen op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, waarbij de wijze en het tijdstip waarop vergunningverlening of handhaving plaatsvindt, is aangegeven;

    • l. combinatieproject inrichtingen: project waarin activiteiten, gericht op het verkrijgen van specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van de vergunningverlening en de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing en een uitvoeringsproject inrichtingen zijn samengevoegd;

    • m. project ‘Professionalisering van de handhaving’: project, gericht op een kwaliteitsverbetering van het proces van de milieuhandhaving, waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt tussen het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overlegorgaan en de Unie van Waterschappen op 28 januari 2002;

    • n. kwaliteitscriterium: kwaliteitscriterium als bedoeld in het document “Kwaliteitscriteria ‘Doe je voordeel met het oordeel’” dat op 1 november 2002 door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overlegorgaan en de Unie van Waterschappen is vastgesteld in het kader van het project ‘Professionalisering van de handhaving’;

    • o. handhavingsuitvoeringsprogramma: handhavingsuitvoeringsprogramma als bedoeld in kwaliteitscriterium 3.1;

    • p. nulmeting zwerfafval: inventarisatie van gegevens over zwerfafval, volgens de opgave in bijlage II bij deze regeling;

    • q. plan van aanpak zwerfafval: beschrijving van feitelijk voorgenomen activiteiten om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen en de aanwezigheid daarvan zoveel mogelijk te verminderen en die is opgesteld volgens de opgave in bijlage III bij deze regeling;

    • r. basisproject zwerfafval: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting zwerfafval en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen en vaststellen van een plan van aanpak zwerfafval;

    • s. plusproject zwerfafval handhaving: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op de voorbereiding en uitvoering van de handhaving ten aanzien van zwerfafval, waarbij de wijze en het tijdstip waarop de handhaving plaatsvindt, is aangegeven;

    • t. plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op de voorbereiding en uitvoering van plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte van gemeenten conform de leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’;

    • u. leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’: leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’, opgesteld door de Stichting Nederland Schoon, CROW en de NVRD, uitgave januari 2005;

    • v. groep: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:

      • 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:

        • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,

        • volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of

        • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

      • 2°. rechtspersonen of vennootschappen;

    • w. inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

  • 2 Deze regeling is van toepassing op de volgende huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval en grove huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 2. Doel [Vervallen per 31-05-2006]

Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten of samenwerkingsverbanden voor:

  • a. het voorbereiden en nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, te verhogen en daarmee de milieudruk, veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen, te verminderen;

  • b. het optimaliseren van de vergunningverlening of de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door te verwijderen afvalstoffen en het energieverbruik binnen inrichtingen, te verminderen;

  • c. het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van maatregelen om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen en de aanwezigheid daarvan zo veel mogelijk te verminderen.

Artikel 3. Voorwaarden [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 Een basisproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen,

    • b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,

    • c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en

    • d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.

  • 2 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:

    • a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en

    • b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.

  • 3 Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,

    • b. de voorgenomen activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,

    • c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,

    • d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,

    • e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en

    • f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt.

  • 4 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.

  • 5 In het kalenderjaar 2005 wordt per gemeente voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.

  • 6 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een uitvoeringsproject inrichtingen worden de volgende gegevens verstrekt:

    • a. een beleidsplan inrichtingen;

    • b. de categorieën van inrichtingen waarop het project betrekking heeft;

    • c. gegevens over de wijze waarop monitoring plaatsvindt van de resultaten van de uitgevoerde projecten, en

    • d. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin: de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens, bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen), waaruit blijkt dat bij de handhaving door de betrokken gemeente of gemeenten voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.

  • 7 Een uitvoeringsproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en

    • b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.

  • 8 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een combinatieproject inrichtingen worden verstrekt:

    • a. de gegevens, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c,

    • b. gegevens over de wijze en het tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij de vergunningverlening of de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, en

    • c. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vijfde lid, tweede volzin:

      de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen) waaruit blijkt dat voldoende aandacht zal worden besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.

  • 9 Een combinatieproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien wordt voldaan aan het zevende lid.

  • 10 Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004,

    • b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,

    • c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en

    • d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.

  • 11 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval handhaving worden verstrekt:

    • a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar,

    • b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval handhaving betrekking heeft, en

    • c. een overzicht met voorgenomen handhavingsactiviteiten.

  • 12 Een plusproject zwerfafval handhaving kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval handhaving,

    • b. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,

    • c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,

    • d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,

    • e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en

    • f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.

  • 13 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte worden verstrekt:

    • a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar, en

    • b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte betrekking heeft.

  • 14 Een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte,

    • b. de leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’ wordt gebruikt bij de uitvoering van de activiteiten met betrekking tot de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte,

    • c. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,

    • d. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,

    • e. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,

    • f. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en

    • g. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.

Artikel 4. Beoordelingscriteria [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 Bij een beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden de volgende aspecten bezien:

    • a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;

    • b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;

    • c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.

  • 2 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;

    • b. de wijze waarop de activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.

  • 3 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een uitvoerings- of combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;

    • b. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wenst te komen voor de subsidiepercentages, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin, respectievelijk artikel 7, vijfde lid, tweede volzin: de mate waarin aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu, op basis van de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen).

  • 4 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de aspecten, bedoeld in het derde lid;

    • b. de mate waarin en het niveau waarop specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing worden verkregen.

  • 5 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval handhaving beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;

    • b. de wijze waarop de activiteiten over de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval.

  • 6 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;

    • b. de wijze waarop de activiteiten over plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval, bedoeld onder a.

Artikel 5. Afwijzingsgronden [Vervallen per 31-05-2006]

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen indien:

  • a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;

  • b. op grond van de aspecten, genoemd in artikel 4, wordt vastgesteld dat het project een te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;

  • c. van een project als bedoeld in artikel 1, onder k of l, de subsidiabele kosten lager zijn dan € 19.000,–.

Artikel 6. Subsidiabele kosten [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

    • a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van een totaalbedrag van € 34,– per uur verrichte arbeid;

      • 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en

      • 3°. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°;

    • b. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen binnen een groep.

  • 2 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen.

  • 3 Kosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening en kosten die voortvloeien uit verplichtingen die zijn aangegaan vóór de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend. De eerste volzin geldt niet voor de kosten van sorteeranalyses die uitgevoerd zijn na 1 januari 2004 en onderdeel uitmaken van een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen.

  • 4 Niet subsidiabel zijn de kosten voor de aanschaf en afschrijving van:

    • a. inzamelmiddelen voor huishoudelijke afvalstoffen;

    • b. inzamelvoertuigen voor huishoudelijk afvalstoffen en zwerfafval;

    • c. registratiesystemen voor huishoudelijke afvalstoffen en zwerfafval;

    • d. middelen voor directe toepassing binnen inrichtingen;

    • e. niet project-gebonden automatiserings- en registratiesystemen voor inrichtingen.

  • 5 Niet subsidiabel zijn de kosten van deelname aan een van rijkswege opgezet kennistraject dat betrekking heeft op onderwerpen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 De subsidie voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 1,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

  • 2 Indien de subsidie, berekend voor een project als bedoeld in het eerste lid, minder dan € 15.000,– bedraagt, en de nulmeting huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft op alle in bijlage I bij deze regeling genoemde onderdelen, bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–.

  • 3 De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 2,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

  • 4 De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 30% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 40% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 120.000,–. De subsidie bedraagt 50%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu. als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.

  • 5 De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 20% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 100.000,–. De subsidie bedraagt 40%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu, als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.

  • 6 Het totaal van de te verlenen subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder k of l, aan een samenwerkingsverband dan wel aan een gemeente of een samenwerkingsverband waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt, bedraagt in 2005 ten hoogste € 300.000,–.

  • 7 De subsidie voor een basisproject zwerfafval bedraagt voor een gemeente, behorend tot:

    • a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;

    • b. stedelijkheidklasse 3: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;

    • c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.

  • 8 De subsidie voor een basisproject zwerfafval voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het zevende lid zou worden verleend.

  • 9 De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving bedraagt voor een gemeente, behorend tot:

    • a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;

    • b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;

    • c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.

  • 10 De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het negende lid zou worden verleend.

  • 11 De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte bedraagt voor een gemeente, behorend tot:

    • a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 22.500,–;

    • b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;

    • c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 7.500,–.

  • 12 De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente ingevolge het elfde lid zou worden verleend.

Artikel 8. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. het geactualiseerde overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elke zes maanden aan SenterNovem te verstrekken op grond van een door SenterNovem vastgesteld model;

    • b. tot een jaar na de inhoudelijke afronding van een project medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van resultaten of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.

  • 2 Het eerste lid onderdeel a is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een:

    • a. basisproject zwerfafval;

    • b. plusproject zwerfafval handhaving;

    • c. plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte.

Artikel 9. Subsidieplafond [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2005 bedraagt € 5.676.000,–.

  • 2 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is beschikbaar voor:

    • a. basisprojecten huishoudelijke afvalstoffen: € 150.000,– voor de periode tot 1 oktober 2005;

    • b. plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen: € 2.188.000,– voor de periode tot 1 juli 2005;

    • c. uitvoeringsprojecten inrichtingen en combinatieprojecten inrichtingen: tezamen € 2.338.000,– voor de periode tot 1 juli 2005.

  • 3 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 16 september 2005 beschikbaar voor basisprojecten zwerfafval, plusprojecten zwerfafval handhaving en plusprojecten zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte: tezamen € 1.000.000,–.

  • 4 Van het bedrag, genoemd in het derde lid, is voor de periode tot 1 augustus 2005 beschikbaar voor:

    • a. basisprojecten zwerfafval: € 500.000,–;

    • b. plusprojecten zwerfafval handhaving: € 200.000,–;

    • c. plusprojecten zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte: € 300.000,–.

Artikel 10. Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling [Vervallen per 31-05-2006]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project als bedoeld in artikel 1, onder h, i, k, of l, wordt ingediend door een Nederlandse gemeente dan wel een stadsdeel van een zodanige gemeente dat bevoegd is tot het zelfstandig voeren van beleid met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in deze regeling, of een samenwerkingsverband.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project als bedoeld in artikel 1, onder r, s of t, wordt ingediend door een Nederlandse gemeente of een samenwerkingsverband.

  • 3 Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij SenterNovem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.

  • 4 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 1 oktober 2005.

  • 5 Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

Artikel 11. Voorschotten [Vervallen per 31-05-2006]

Voorschotten worden maximaal twee maal per jaar verstrekt op basis van een actueel halfjaarlijks overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, en de in de aanvraag voor de subsidieverlening vermelde liquiditeitsbehoefte.

Artikel 12 [Vervallen per 31-05-2006]

  • 2 De in het eerste lid genoemde regeling, zoals ze luidde voor het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden, blijft van toepassing op subsidies voor projecten die voor dat tijdstip op grond van die regeling zijn aangevraagd.

Artikel 13. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-05-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 3 januari 2005.

Artikel 14. Citeertitel [Vervallen per 31-05-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage I [Vervallen per 31-05-2006]

Specificatie van de onderdelen van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel

Subonderdelen of methode

Gemeentelijk beleid

Vastgestelde uitgangspunten

 

Geïmplementeerd beleid

Inzamel- en verwerkingstraject per huishoudelijke afvalstof

Inzamelmiddel

 

Inzamellocatie (dichtheid)

 

Inzamelvoertuig + bemensing

 

Inzamelfrequentie

 

Inzamelmoment (dag/tijdstip)

 

Aanbiedings- en acceptatie-eisen

 

Locatie van verwerking

Inzamelrespons per huishoudelijke afvalstof

Ingezamelde hoeveelheid per huishoudelijke afvalstof

 

Samenstelling van de te verwijderen huishoudelijke afvalstoffen, als resultaat van een sorteeranalyse

 

Totaal vrijkomende hoeveelheid per huishoudelijke afvalstof en gescheiden ingezameld deel (inzamelrespons)

Inzamel- en verwerkingskosten en opbrengsten per huishoudelijke afvalstof

Inzamelkosten per huishoudelijke afvalstof

 

Transportkosten

 

Overslagkosten

 

Verwerkingskosten c.q. opbrengsten

 

Overige kosten

Flankerende maatregelen

Motiverende maatregelen voor burgers

 

Communicatie-inspanning voor burgers

 

Tarievenstructuur

 

Regelgeving afvalscheiding

 

Controle/handhaving afvalscheiding

Achtergrondkenmerken

Bebouwingstype, tuingrootte, bevolkingssamenstelling op basis van nationaliteit, gezinssamenstelling

Kennis, houding, gedrag, behoeften en suggesties van burgers met betrekking tot afvalscheiding en afvalpreventie

Bewonersonderzoek, gebaseerd op in elk geval een representatieve schriftelijke of telefonische enquête

Bijlage II [Vervallen per 31-05-2006]

Specificatie van de onderdelen van een nulmeting zwerfafval

Onderdelen

Subonderdeel of methode

Gemeentelijk beleid en organisatie

Uitgangspunten, doelstellingen en ambitieniveau

 

Geïmplementeerd beleid

 

Huidige organisatie, verantwoordelijkheden en coördinatie

Huidige aanpak inzake voorzieningen, beheer, communicatie, handhaving en monitoring

Voorzieningen in en beheer van de openbare ruimte

 

Werkprocessen

 

Communicatie en educatie

 

Regelgeving, controle en handhaving

Monitoring

Kostenoverzicht inclusief kosten van derden

Kosten beheer van de openbare ruimte

 

Kosten seizoensgebonden en incidentele activiteiten

 

Kosten voorzieningen in de openbare ruimte

 

Kosten communicatie

 

Kosten regelgeving en handhaving

Inventarisatie per type gebied

Mate en aard van de vervuiling per gebied, vastgelegd in een eenduidige norm

Inventarisatie waardering en suggesties burgers en bedrijven

Peiling onder burgers en bedrijven

 

Klachtenregistratie

Bijlage III [Vervallen per 31-05-2006]

Specificatie van de onderdelen van een plan van aanpak zwerfafval

Onderdeel

Subonderdelen of methode

Analyse

Bronnen en oorzaken

 

Doelgroepen en aandachtsgebieden

 

Verbeterpunten in de aanpak

Beleid

Uitgangspunten

Ambitieniveau en doelstellingen

Uitvoeringsplan

Strategie en activiteiten met betrekking tot:

  • Organisatie

  • Optimalisatie van voorzieningen en werkprocessen

  • Verbetering communicatie met burgers en bedrijven

  • Handhaving

  • Monitoring

 

Planning

 

Begrote kosten

 

Samenwerking met derden

 

Wijze en tijdstip van het meten van effecten van uitgevoerde activiteiten