Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoering Subsidieregeling indemniteit bruiklenen in de aanloop naar 2005

Geldend van 22-12-2004 t/m heden

Uitvoering Subsidieregeling indemniteit bruiklenen in de aanloop naar 2005

Op 25 oktober jl. werd de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005 (hierna: nieuwe regeling) gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2004, nr. 205). De nieuwe regeling vervangt de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (hierna: oude regeling) uit 1996 (Stcrt. 1996, nr. 11).

Met deze brief wil ik u informeren over de wijze waarop ik, in overeenstemming met de Minister van Financiën, de oude regeling zal uitvoeren in de aanloop naar de inwerkingtreding van de nieuwe regeling in 2005.

Aangezien de indemniteitsregeling een belangrijk instrument is in mijn mobiliteitsbeleid omdat het musea helpt om belangrijke presentaties te realiseren, zal ik ten aanzien van de per 19 mei 2004 openstaande en toekomstige indemniteitsaanvragen op hierna te noemen onderdelen reeds handelen in de geest van de nieuwe regeling. Per die datum is immers overeenstemming bereikt over enige belangrijke voorstellen leidend tot de nieuwe regeling. De belangrijkste wijzigingen van de nieuwe regeling ten opzichte van de oude regeling zijn als volgt samen te vatten:

  • 1. verhoging van het indemniteitsplafond tot € 230 mln.;

  • 2. onderbrengen in de regeling van langdurige bruiklenen;

  • 3. verdubbeling van de indemniteitspercentages;

  • 4. vereenvoudiging van de procedure.

Ten aanzien van de hiervoor genoemde punten 3 en 4 zal ik bij (de voorbereiding van) besluiten die ik nog moet nemen op grond van de oude regeling reeds handelen in de geest van de nieuwe regeling, ten gunste van de aanvragers.

Toelichting bij punt 3 verdubbeling van de indemniteitspercentages

- verdubbeling percentages indemniteit

Een belangrijk element van de kosten waardoor Nederlandse musea buiten het internationale circuit geraken zijn de - vaak spectaculaire - waardestijgingen van kunstvoorwerpen gedurende de laatste decennia. De kosten van verzekering zijn daarmee zeer hoog geworden. Het percentage van de economische waarde van de te verzekeren voorwerpen, waar het Rijk zich garant voor stelt, wordt verdubbeld. Hiermee worden de budgettaire beperkingen, een ander belangrijk element van de kosten waardoor Nederlandse musea buiten het internationale circuit geraken, teruggebracht.

Toelichting bij punt 4 vereenvoudiging van de procedure

  • 1. ten minste één verzekeringsofferte

    Aanvragen zijn compleet, indien ten minste één verzekeringsofferte wordt overgelegd. In de praktijk is gebleken dat het vereiste van drie verzekeringsoffertes, zoals de oude regeling voorschreef, niet doelmatig is gezien het geringe aantal verzekeraars dat zich toelegt op verzekering van kunstvoorwerpen. Om die reden is acht ik tenminste een offerte nu reeds aanvaardbaar.

  • 2. opschortende subsidieverklaring

    De instelling behoeft, in tegenstelling tot het voorschrift in de oude regeling, geen actie meer te ondernemen, als zich geen verlies of schade voordoet. De indemniteitsverklaring vervalt dan immers. Aangezien zich tot nog toe geen gevallen van verlies schade hebben voorgedaan, betekent dit een aanmerkelijke vereenvoudiging van de procedure.

  • 3. standaardvragenlijst

    De Subsidieregeling indemniteit bruiklenen kent bijlage II, een uitgebreide, verouderde standaardvragenlijst inzake beveiliging, opslag, transport, klimaatbeheersing, conditierapporten etc. tijdens de tentoonstellingsperiode. Indien het museum beschikt over een algemeen plan ter zake van veiligheid, beveiliging ontruiming etc. acht ik het aanvaardbaar dat het in de museumwereld algemeen erkende facility report in de plaats treedt van de beantwoording van de standaardvragenlijst. Wel heb ik Instituut Collectie Nederland, voor de aanvragen die onder de oude regeling vallen, verzocht tijdens de reguliere bezoeken aan de aanvragers in het kader van de voorbereiding van het inhoudelijk advies de in de vragenlijst opgenomen criteria te volgen en in het advies mee te nemen.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan