Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet laden en lossen zeeschepen

Geldend op 25-10-2012


  • Wet van 15 december 2004, houdende regels ten aanzien van het veilig laden en lossen van zeeschepen (Wet laden en lossen zeeschepen)
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op richtlijn nr. 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor veilig laden en lossen van bulkschepen (PbEG 2002, L 13), noodzakelijk is regels te stellen ten aanzien van het veilig laden en lossen van zeeschepen;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

  • Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

  • Artikel 1

    • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij daarin anders is bepaald, verstaan onder:

      • a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

      • b. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;

      • c. laden- en lossenrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie die berust op artikel 80, tweede lid, van het EG-verdrag, betrekking heeft op de zeevaart en regels stelt over procedures, taken en verantwoordelijkheden voor, tijdens en na het laden of lossen van een schip, of over technische eisen, informatieverschaffing of de afhandeling van schade in verband met het laden of lossen;

      • d. gedelegeerde richtlijn of verordening: richtlijn of verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die berust op een laden- en lossenrichtlijn of -verordening;

      • e. vaste bulklading: vaste stortlading als bedoeld in voorschrift XII/1 van het SOLAS-verdrag, met uitzondering van graan;

      • f. bulkschip: een schip als bedoeld in voorschrift IX/1 van het SOLAS-verdrag en resolutie 6 van de SOLAS-Conferentie van 1997, waaronder wordt verstaan:

        • 1°. een schip geconstrueerd met enkel dek, top-zijtanks en hopper-zijtanks in de laadruimen, dat voornamelijk bestemd is voor het vervoer van vaste lading in bulk;

        • 2°. een ertsschip: een zeeschip met enkel dek, met twee langsschotten en een dubbele bodem in het gehele ladinggedeelte, dat bestemd is om uitsluitend in de middenruimten ertsladingen te vervoeren; of

        • 3°. een «combination carrier» als bedoeld in voorschrift II-2/3 van het SOLAS-verdrag;

      • g. terminal: een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is uitgerust voor het laden of lossen van vaste bulklading in of uit bulkschepen en die daarvoor wordt gebruikt;

      • h. terminalexploitant: de eigenaar van een terminal, of een andere organisatie of persoon aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de laad- en losverrichtingen in de terminal voor een bepaald bulkschip heeft overgedragen;

      • i. kapitein: de gezagvoerder van een bulkschip of de scheepsofficier die door de gezagvoerder voor laad- of losverrichtingen is aangewezen;

      • j. ISO: Internationale Organisatie voor Standaardisatie;

      • k. laad- of losplan: het plan, bedoeld in artikel 9, eerste lid;

      • l. toezichthouder: degene die, tenzij anders is bepaald, krachtens artikel 15, eerste of tweede lid, is aangewezen, voorzover hij een taak uitoefent waarmee hij is belast;

      • m. klassenbureau: rechtspersoon die gemachtigd is om namens de vlaggenstaat onderzoeken te verrichten ten behoeve van de certificering van een schip;

      • n. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

      • o. ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat: de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

    • 2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij daarin anders is bepaald, onder graan mede verstaan: tarwe, mais, haver, rogge, gerst, rijst, peulvruchten, zaden en hun bewerkte vormen, waarvan het gedrag gelijk is aan dat van graan in onbewerkte staat.

  • Artikel 2

    • 1.Deze wet is van toepassing op:

      • a. zeegaande bulkschepen die een terminal aandoen voor het laden of lossen van vaste bulklading;

      • b. terminals die worden aangedaan door bulkschepen waarop deze wet van toepassing is.

    • 2.Deze wet is niet van toepassing op voorzieningen die slechts in uitzonderlijke omstandigheden gebruikt worden voor het laden of lossen van vaste bulklading in of uit bulkschepen, noch wanneer voor het laden of lossen uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de uitrusting van het bulkschip.

  • Hoofdstuk 2. Voorschriften voor laden of lossen

  • § 1. Verplichtingen van de terminalexploitant

  • Artikel 3
    • 1.De terminalexploitant controleert of een bulkschip dat een door hem geëxploiteerde terminal aandoet, operationeel geschikt is voor het laden of lossen van vaste bulklading.

    • 2.Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke aspecten van een bulkschip ter voldoening aan het eerste lid moeten worden gecontroleerd.

  • Artikel 4
    • 1.De terminalexploitant zorgt ervoor dat:

      • a. voor het laden of lossen van vaste bulklading alleen bulkschepen in de terminal worden toegelaten die veilig kunnen afmeren, rekening houdend met bij ministeriële regeling vast te stellen factoren die in dat verband relevant zijn;

      • b. handleidingen worden opgesteld en ter beschikking worden gesteld van de kapiteins van bulkschepen die de terminal aandoen om vaste bulklading te laden of te lossen.

    • 2.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke informatie in de handleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, moet worden opgenomen.

  • Artikel 5
    • 1.De terminalexploitant zorgt ervoor dat in de terminal een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem wordt ontwikkeld en toegepast, dat voldoet aan bij ministeriële regeling aan te wijzen ISO-normen of daaraan gelijkwaardige normen.

    • 2.Het kwaliteitszorgsysteem wordt onderhouden overeenkomstig de normen, bedoeld in het eerste lid, en periodiek aan controles onderworpen overeenkomstig bij ministeriële regeling aan te wijzen ISO-normen of daaraan gelijkwaardige normen.

    • 3.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • Artikel 6

    De terminalexploitant stelt een of meer personen aan als terminalvertegenwoordigers, die belast zijn met de voorbereiding, uitvoering en voltooiing van laad- of losverrichtingen in de terminal ten behoeve van een bepaald bulkschip.

  • § 2. Verplichtingen van de kapitein en de terminalvertegenwoordiger

  • Artikel 7
    • 1.De kapitein verstrekt de terminalvertegenwoordiger ruim voor het vermoedelijke aankomsttijdstip van het bulkschip bij de terminal de bij ministeriële regeling vast te stellen informatie.

    • 2.De terminalvertegenwoordiger verstrekt, nadat hij de eerste aankondiging van het vermoedelijke aankomsttijdstip van het bulkschip heeft ontvangen, de kapitein de bij ministeriële regeling vat te stellen informatie.

  • Artikel 8
    • 1.De kapitein:

      • a. is te allen tijde verantwoordelijk voor het veilig laden of lossen van het onder zijn gezag staande bulkschip;

      • b. verricht alvorens met laden of lossen wordt begonnen en tijdens het laden of lossen de bij ministeriële regeling vast te stellen taken;

      • c. zorgt ervoor dat hij de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens heeft ontvangen alvorens vaste bulklading wordt geladen.

    • 2.De terminalvertegenwoordiger :

      • a. verricht alvorens met laden of lossen wordt begonnen en tijdens het laden of lossen de bij ministeriële regeling vast te stellen taken;

      • b. gaat na of de kapitein in een zo vroeg mogelijk stadium beschikt over de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens.

  • Artikel 9
    • 1.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger bereiken, alvorens vaste bulklading wordt geladen of gelost, overeenstemming over een laad- of losplan dat zeker stelt dat de voor dat bulkschip vastgestelde maximale langskrachten en buigende momenten op het bulkschip niet zullen worden overschreden gedurende het laden of lossen. Het laad- of losplan gaat vergezeld van bij ministeriële regeling vast te stellen controlelijsten.

    • 2.Over iedere verandering in het laad- of losplan die volgens de kapitein of de terminalvertegenwoordiger de veiligheid van het bulkschip of de bemanning kan aantasten, wordt in de vorm van een gewijzigd plan overeenstemming bereikt.

    • 3.Het laad- of losplan, inclusief veranderingen van het plan, en de controlelijsten, bedoeld in het eerste lid, worden door de kapitein en de terminalvertegenwoordiger ondertekend ter bevestiging van hun overeenstemming.

    • 4.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de bij de totstandkoming of wijziging van het laad- of losplan en de controlelijsten, bedoeld in het eerste lid, te gebruiken modellen.

  • Artikel 10
    • 1.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger voeren de laad- of losverrichtingen uit volgens het overeengekomen laad- of losplan.

    • 2.De terminalvertegenwoordiger houdt zich bij het laden of lossen van vaste bulklading aan de in het laad- of losplan aangegeven volgorde van de ruimen, de te laden of te lossen hoeveelheden en het tempo waarmee wordt geladen of gelost.

    • 3.Zonder voorafgaand overleg met en schriftelijke instemming van de kapitein wijkt de terminalvertegenwoordiger niet af van het overeengekomen laad- of losplan.

    • 4.De kapitein en de terminalvertegenwoordiger brengen een doeltreffende communicatie tot stand en houden deze ononderbroken in stand, om op verzoeken om informatie over het verloop van het laden of lossen te kunnen reageren en om te verzekeren dat prompt gevolg wordt gegeven aan een bevel van de kapitein of de terminalvertegenwoordiger om de laad- of losverrichtingen stop te zetten.

  • Artikel 11
    • 1.Na het laden of lossen stellen de kapitein en de terminalvertegenwoordiger een schriftelijke verklaring op, waarin zij bevestigen dat het laden of lossen volgens het laad- of losplan, met inbegrip van eventuele overeengekomen wijzigingen, is verlopen.

    • 2.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke overige informatie in de schriftelijke verklaring wordt opgenomen.

  • Artikel 12

    Het laad- of losplan en eventuele naderhand overeengekomen wijzigingen worden door de kapitein en de terminalvertegenwoordiger gedurende zes maanden bewaard.

  • Artikel 13

    De terminalvertegenwoordiger stelt de toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, en de kapitein terstond in kennis van door hem aan boord van een bulkschip vastgestelde tekortkomingen waardoor de veiligheid van het laden of lossen van vaste bulklading in gevaar kan komen.

  • Artikel 14
    • 1.Wanneer de structuur of de uitrusting van het bulkschip tijdens het laden of lossen wordt beschadigd, wordt deze schade door de terminalvertegenwoordiger aan de kapitein gemeld en zo nodig gerepareerd.

    • 2.Wanneer de schade, bedoeld in het eerste lid, voor de stevigheid van de constructie, voor de waterdichtheid van de romp of voor de essentiële technische installaties van het bulkschip nadelige gevolgen kan hebben, worden de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende vlaggenstaat of het betrokken klassenbureau, en de toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, daarvan door de kapitein of de terminalvertegenwoordiger op de hoogte gebracht.

    • 3.Zodra de terminalvertegenwoordiger of de kapitein aan de ingevolge het tweede lid op hem rustende verplichting heeft voldaan, is die verplichting voor de ander opgeheven.

    • 4.De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, beslist of de schade, bedoeld in het tweede lid, onverwijld moet worden gerepareerd, waarbij hij rekening houdt met het eventuele advies van de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat of het betrokken klassenbureau, en met dat van de kapitein.

  • Hoofdstuk 3. Toezicht

  • Artikel 15

    • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

    • 2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast de bij besluit van Onze Minister voor bepaalde taken aangewezen ambtenaren van andere diensttakken. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.

    • 3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste of tweede lid bedoelde ambtenaren hun taak uitoefenen.

    • 4. Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • Hoofdstuk 4. Sancties

  • Artikel 16

    • 1. De toezichthouder zet het laden of lossen van vaste bulklading stop indien hij duidelijke aanwijzingen heeft dat de veiligheid van het bulkschip of de bemanning door de laad- of loshandelingen in gevaar zou worden gebracht.

    • 2. De toezichthouder kan het laden of lossen van vaste bulklading stopzetten ter handhaving van het verbod, bedoeld in artikel 19, eerste lid, een verbod als bedoeld in artikel 24, vierde lid, of indien een aanwijzing als bedoeld in artikel 22 niet wordt opgevolgd.

    • 3. De toezichthouder heft de stopzetting van het laden of lossen op grond van het eerste lid op indien de veiligheid van het bulkschip of de bemanning door de laad- of loshandelingen niet meer in gevaar zal worden gebracht.

    • 4. Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.

  • Artikel 17

    • 1. De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan een bulkschip aanhouden, indien schade die tijdens het laden of lossen van vaste bulklading is ontstaan de veiligheid van het bulkschip of de bemanning in gevaar zou kunnen brengen.

    • 2. De toezichthouder heft de aanhouding op indien de schade zodanig is gerepareerd dat de veiligheid van het bulkschip of de bemanning niet meer in gevaar zal worden gebracht.

    • 3. Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.

  • Artikel 18

    • 1.In afwijking van artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de bekendmaking van het besluit tot stopzetting van het laden of lossen of aanhouding voorzover dat gericht is tot het bulkschip, door uitreiking van dit besluit aan de kapitein.

    • 2.Indien uitreiking aan de kapitein niet mogelijk is, geschiedt de bekendmaking van een besluit als bedoeld in het eerste lid door uitreiking van dit besluit aan de naar het oordeel van de toezichthouder daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door kennisgeving aan de kapitein.

    • 3.De toezichthouder stelt de administratie van de desbetreffende vlaggenstaat of de consul, of bij zijn afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger, onmiddellijk schriftelijk van de stopzetting van het laden of lossen of de aanhouding en de omstandigheden die tot de stopzetting of aanhouding hebben geleid, in kennis.

    • 4.Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot opheffing van de stopzetting van het laden of lossen of tot opheffing van de aanhouding.

  • Artikel 19

    • 1.Het is de terminalexploitant verboden om bulkschepen in zijn terminal te laden of te lossen zonder aan de bij of krachtens de artikelen 3 tot en met 6 op hem rustende verplichtingen te voldoen.

    • 2.Indien het laden of lossen is stopgezet, is het de kapitein, de terminalvertegenwoordiger en -exploitant verboden om het laden of lossen voort te zetten, dan wel het laden of lossen, zolang de stopzetting niet is opgeheven, te hervatten.

    • 3.Het is de kapitein van een aangehouden bulkschip verboden dat schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van de toezichthouder.

    • 4.Het is de kapitein van een aangehouden bulkschip verboden om met dat schip uit te varen.

    • 5.Zonder voorafgaande toestemming als bedoeld in het derde lid, of zolang het bulkschip is aangehouden, weigeren alle betrokken ambtenaren en registerloodsen hun medewerking bij de uitklaring en de verplaatsing van het bulkschip.

  • Hoofdstuk 5. Rechtsbescherming

  • Artikel 20

    • 1.Tegen besluiten van een toezichthouder kan iedere belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.

    • 2.Artikel 6:5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op beroepschriften in de Engelse taal.

  • Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

  • Artikel 21

    • 1.Onze Minister verleent op aanvraag voor ten hoogste twaalf maanden ontheffing van de verplichting, bedoeld in artikel 5 ten behoeve van een terminal die na 5 februari 2005 in werking wordt genomen, indien de terminalexploitant voldoende heeft aangetoond voornemens te zijn in die terminal een kwaliteitszorgsysteem als bedoeld in artikel 5, eerste lid, in te voeren.

    • 2.In aanvulling op artikel 4.2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraagprocedure.

  • Artikel 22

    De toezichthouder, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan een aanwijzing geven aan de terminalvertegenwoordiger en de kapitein over de toepassing van de artikelen 9 tot en met 11.

  • Artikel 23

    • 1.De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de ontheffing, bedoeld in artikel 21, eerste lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 24, vijfde lid, alsmede duplicaten en gewaarmerkte afschriften van een ontheffing, worden ten laste gebracht van de aanvrager van de ontheffing.

    • 2.De tarieven ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

    • 3.In de regeling, bedoeld in het tweede lid, kan worden bepaald dat de vergoeding van kosten voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de ontheffing, alsmede duplicaten en gewaarmerkte afschriften van de ontheffing, of in termijnen wordt betaald.

  • Artikel 24

    • 1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter implementatie van laden- en lossenrichtlijnen of ter uitvoering van bepalingen uit het SOLAS-verdrag die betrekking hebben op de zeevaart en regels stellen over procedures, taken en verantwoordelijkheden voor, tijdens en na het laden of lossen van een schip, of over technische eisen, informatieverschaffing of de afhandeling van schade in verband met het laden of lossen, regels worden gesteld.

    • 2.Bij ministeriële regeling kunnen voor de goede uitvoering van laden- en lossenverordeningen en gedelegeerde verordeningen regels worden gesteld.

    • 3.Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van gedelegeerde richtlijnen regels worden gesteld.

    • 4.Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan worden bepaald dat het de terminalexploitant verboden is om schepen in zijn terminal te laden of te lossen zonder aan de bij of krachtens bepaalde artikelen van die algemene maatregel van bestuur of bij bepaalde artikelen van de regeling op hem rustende verplichtingen te voldoen.

    • 5.Bij de regels, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, kan ter implementatie van laden- en lossenrichtlijnen, gedelegeerde richtlijnen, of ter uitvoering van bepalingen uit het SOLAS-verdrag als bedoeld in het eerste lid of voor de goede uitvoering van laden- en lossenverordeningen en gedelegeerde verordeningen worden bepaald dat Onze Minister ontheffing kan verlenen van de bij of krachtens die regels gestelde verboden en verplichtingen.

    • 6.Een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

    • 7.Een gedraging in strijd met de in het zesde lid bedoelde beperkingen en voorwaarden is verboden.

  • Artikel 25

    Een wijziging van het SOLAS-verdrag gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging internationaal in werking treedt, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, anders wordt bepaald.

  • Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

  • Artikel 26

    Aan artikel 5, eerste lid, wordt:

    • a. wat betreft de ontwikkeling en toepassing van het kwaliteitszorgsysteem uiterlijk met ingang van 5 februari 2005 voldaan;

    • b. wat betreft de certificering van het kwaliteitszorgsysteem uiterlijk met ingang van 5 februari 2006 voldaan.

  • Artikel 27

    [Wijzigt de Wet op de economische delicten.]

  • Artikel 28

    Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

  • Artikel 29

    Deze wet wordt aangehaald als: Wet laden en lossen zeeschepen.

  • Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

    Gegeven te 's-Gravenhage, 15 december 2004

    Beatrix

    De Minister van Verkeer en Waterstaat ,

    K. M. H. Peijs

    Uitgegeven de drieëntwintigste december 2004

    De Minister van Justitie ,

    J. P. H. Donner