Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening PT gebruik verdeelapparatuur van gewasbeschermingsmiddelen 2004[Regeling materieel uitgewerkt per 31-12-2008.][Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 12-08-2007 t/m 31-12-2014

Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 30 november 2004, inhoudende de vaststelling van regels ten aanzien van het gebruik van verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PT gebruik verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen 2004)

Het Bestuur van het Productschap Tuinbouw,

gelet op de artikelen 93, 102, 104 en 106 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en

gelet op artikel 12 en 13 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw,

gehoord de Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, d.d. 30 maart 2004;

gehoord de Commissie voor groenten en fruit, d.d. 8 april 2004;

gehoord de Commissie voor bloemkwekerijproducten, d.d 19 mei 2004.,

gehoord de Commissie voor hovenierswerkzaamheden, d.d. 11 juni 2004, en

gehoord de Commissie voor boomkwekerijproducten, d.d 12 mei 2004;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Deze verordening verstaat onder:

    a.

    gewasbeschermingsmiddel:

    gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g van de Bestrijdingsmiddelenwet

    b.

    verdeelapparatuur:

    mechanisch voortbewogen apparatuur voor het verdelen van gewasbeschermingsmiddelen, bestemd voor bovengrondse volveldsbehandelingen in buitenteelten, die een overwegend neerwaartse dan wel een overwegend zijwaartse dan wel een overwegend schuin opwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligt

    c.

    lidstaat:

    staat, niet zijnde Nederland, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Unie

§ 2. Verboden [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het is de ondernemer verboden bij de toediening van gewasbeschermingsmiddelen op een gewas of op de grond, gebruik te maken of te laten maken van verdeelapparatuur.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor:

    • a. verdeelapparatuur die is goedgekeurd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 3, waarvan de ondernemer een geldig keuringsbewijs kan overleggen;

    • b. verdeelapparatuur die in een lidstaat is gekeurd en die blijkens het ter zake van deze keuring afgegeven schriftelijk bewijs voldoet aan gelijkwaardige eisen als door een keuringsstation aan verdeelapparatuur worden gesteld. Ten bewijze dat deze verdeelapparatuur aan gelijkwaardige eisen voldoet, kan bij een keuringsstation hiervan een verklaring worden gevraagd;

    • c. verdeelapparatuur die niet ouder is dan drie jaar, te bewijzen aan de hand van de factuur.

§ 3. Keuringseisen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Het keuringsbewijs wordt door de gecertificeerde instelling, namens het productschap, aan de ondernemer afgegeven.

  • 3 De geldigheidsduur van het keuringsbewijs is drie jaar na datum van afgifte.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bestuur kan bij besluit vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.

  • 2 Het bestuur kan bij besluit het gestelde in de bijlage wijzigen, totdat bij verordening tot wijziging van de betreffende bijlage is voorzien. Alsdan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.

  • 3 Een besluit als bedoeld in het eerste dan wel tweede lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.

  • 4 Het bestuur kan op schriftelijk verzoek van een ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en kan daarbij nadere voorschriften vaststellen.

§ 4. Overigen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.

  • 2 De tuchtrechtelijke maatregelen die op overtreding van de verordening kunnen worden gesteld, zijn:

    • a. berisping;

    • b. geldboete van ten hoogste € 4.500, =;

    • c. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene;

    • d. het onder verscherpte controle stellen van het bedrijf van de betrokkene op zijn kosten voort en hoogste twee jaren.

    Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan € 1.135,=, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste € 11.250,=.

§ 5. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

De Verordening PT gebruik verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen 2000 wordt ingetrokken.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT gebruik verdeelapparatuur van gewasbeschermingsmiddelen 2004.

Deze verordening, de toelichting en de bijbehorende bijlagen worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer, 30 november 2004

J. van der Veen

voorzitter

J.M. Gerritsen

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 11 februari 2005.

Bijlage 1. , behorende het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 30 november 2004, inhoudende de vaststelling van regels ten aanzien van het gebruik van verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PT gebruik verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen 2004) [Vervallen per 01-01-2015]

Eisen voor verdeelapparatuur neerwaartse richting (veldspuiten): [Vervallen per 01-01-2015]

De verdeelapparatuur wordt afgekeurd als één of meer van de in de groepen a t/m q vermelde onderdelen zich voordoet. Afwezigheid van onderdelen waarvan kan worden aangetoond dat ze al niet aanwezig waren toen de machine nieuw was, is geen reden tot afkeuring. Uitzonderingen hierop zijn de aanwezigheid van een zeef in de tankopening en de uitvoering van de manometer.

a. De spuitboom uit- en inklappen; vergrendelen : [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Het handmatig in- en uitklappen kan niet door één volwassen persoon zonder gebruik van geweld of gereedschap worden uitgevoerd;

  • 2. Het mechanisch of hydraulisch in- en uitklappen vindt niet plaats met een redelijk gelijkmatige snelheid of handmatig ingrijpen is nodig;

  • 3. De vergrendelingen op de spuitboom, inclusief de obstakelbeveiliging, in werkstand en/of transportstand zijn onvoldoende;

  • 4. Slangen worden bij het in- en uitklappen afgeklemd.

b. De hoogteverstelling : [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Een kabel, waarmee de hoogteverstelling plaatsvindt met behulp van een mechanisch of hydraulisch systeem, vertoont rafels of heeft gebroken draden;

  • 2. De hoogteverstelling is niet op de oorspronkelijke manier mogelijk; de oorspronkelijke manier is niet meer vast te stellen en de actuele manier is gevaarlijk voor de bedieningspersoon;

  • 3. De op de gewenste hoogte ingestelde spuitboom verandert bij draaiende motor meer dan plus of minus 2 cm in hoogte.

c. De balanscorrectie, pendelconstructie : [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De balanscorrectie/schuinstelmogelijkheid ten opzichte van het maaiveld werkt niet;

  • 2. De boom kan niet soepel heen en weer bewogen worden in het verticale vlak als gevolg van verbogen, klemmende of stroef glijdende respectievelijk draaiende onderdelen van de pendel-of balansconstructie (slingeren).

d. De werking van de obstakelbeveiliging [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Het boomdeel waarop de obstakelbeveiliging zit kan niet met één hand ontgrendeld worden;

  • 2. De obstakelbeveiliging keert niet volledig in ruststand terug, nadat het einde van het beveiligde boomdeel handmatig in een vloeiende snelle beweging één meter achterwaarts is geduwd en losgelaten.

e. De kwaliteit van de constructie [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De uiteinden van de boom hangen als gevolg van slijtage meer door dan 10 cm;

  • 2. De aandrijving verkeert in zodanige staat dat het goed functioneren van de spuitapparatuur niet gewaarborgd is;

  • 3. In de scharnierconstructie zit als gevolg van overmatige slijtage of breuk veel bewegingsruimte, waardoor de aan elkaar gekoppelde boomdelen onafhankelijk van elkaar ongecontroleerde bewegingen kunnen maken (zwiep).

f. De spuitleiding met toebehoren [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Bij stilstand treedt lekkage op;

  • 2. Slangen zijn geknikt;

  • 3. De spuitleiding, dophouders en doppen zijn niet onbeweeglijk bevestigd; het onderlinge hoogte- verschil van de doppen is meer dan 10 cm;

  • 4. Slangklemmen functioneren zo slecht dat een slang kan worden losgetrokken zonder gebruik te maken van gereedschap of zonder eerst een veiligheidsvoorziening te hebben verwijderd;

  • 5. Slangen zijn ingesneden door slangklemmen;

  • 6. Er wordt beschadiging van de wapening van de slangen vastgesteld, onder andere tot uiting komend in opgezwollen slangen.

g. De tank [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De tankinhoud is niet vast te stellen, omdat bijvoorbeeld de markering ontbreekt, het peilglas defect of niet helder is, of het vloeistofniveau niet goed door de tankwand is waar te nemen;

  • 2. Het tankdeksel past qua grootte en vorm niet op de opening en kan niet onbeweeglijk worden vastgezet of kan niet met de hand worden losgemaakt;

  • 3. De ontluchting werkt niet;

  • 4. Het aftappunt is niet goed bruikbaar;

  • 5. Er is in de tankopening geen of een niet in goede staat verkerende vulzeef aanwezig;

  • 6. Via de zuigslang of vul-spoelinrichting kan spuitvloeistof teruglopen.

h. De filters [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. In de zuig- en persleiding ontbreekt een filter;

  • 2. De aanwezige filters zijn niet compleet en/of verkeren niet in goede staat.

i. De spuitmanometer [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Het huis van de manometer heeft een diameter die kleiner is dan 63 mm;

  • 2. Schaalindeling:

    • -

      de op de spuit aanwezige doppen hebben een spuitgebied van 1 tot en met 5 bar, maar de schaalindeling in het gebied van 1-5 bar is grover dan 0,2 bar;

    • -

      de op de spuit aanwezige doppen hebben een spuitgebied van 1 tot en met 5 bar respectievelijk van 5 tot en met 8 bar, maar de schaalindeling in het gebied van 1 tot en met 5

      bar is grover dan 0,2 bar of de schaalindeling in het gebied van 5 tot en met 8 bar is grover dan 1,0 bar respectievelijk de schaalindeling in beide gebieden is grover dan per gebied is toegestaan;

  • 3. Nauwkeurigheid:

    de op de spuit aanwezige doppen hebben een spuitgebied van 1 tot en met 5 bar of van 5 tot en met 8 bar maar de door de spuit-manometer aangegeven drukken in het traject van 1 tot en met 8 bar hebben ten opzichte van de ijkmanometer een afwijking die groter is dan 0,4 bar;

  • 4. Er zijn meerdere spuitmanometers (d.w.z. manometers geplaatst achter het persfilter en/of voorzien van een druksensor) aanwezig maar er wordt niet voldaan aan de eis dat minstens twee spuitmanometers aan de eisen (i 1 t/m 3) voldoen. Voor de digitaal afleesbare spuitmanometer is de afmetingseis niet van toepassing;

    Een manometer voor de luchtdruk van spuitsystemen met lucht/vloeistofdoppen dient een

  • 5. minimale diameter te hebben van 63 mm, een schaalindeling tussen 0,5 en 2 bar van maximaal 0,1 bar en een maximale afwijking t.o.v. de ijkmanometer van 0,2 bar.

j. De flowmeter [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De op de spuit aanwezige flowmeter (doorstroommeter) wijkt méér dan 5 % af van de test door roommeter.

k. De pomp/druktest (lektest) [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Bij het opschroeven van de druk naar 10 bar of de door de fabrikant maximaal toegestane druk in het leidingsysteem met uitzondering van de spuitleiding, treedt lekkage op van olie of spuitvloeistof;

  • 2. De overdrukbeveiliging functioneert niet goed (o.a. geen opvang van vloeistofoverstort);

  • 3. Tijdens het spuiten met de hoogste druk behorende bij het spuitgebied van de te testen spuitdoppen treedt lekkage op aan de spuitleiding;

  • 4. Bij de druktesten zijn de slangen opgezwollen;

  • 5. Spuitdoppen druppen meer dan 2 ml na nadat de spuitkegel na het sluiten van de hoofdkraan 5 seconden is gestopt;

  • 6. Er bevinden zich obstakels in het spuitbeeld.

l. De drukregelaar [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De ingestelde spuitdruk bij gelijkblijvend toerental wordt niet met een nauwkeurigheid van plus of minus 0,2 bar gehandhaafd;

  • 2. Na enkele malen openen en sluiten van de hoofdkraan wordt de ingestelde druk (plus of minus 0,2 bar) niet opnieuw verkregen.

m. De roercapaciteit [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Er is onvoldoende roercapaciteit bij het spuiten met de op de spuit aanwezige doppen met de grootste afgifte en de bij deze doppen behorende hoogste spuitdruk.

    • -

      Bij aanwezigheid van alleen een hydraulische roerinrichting is de roercapaciteit onvoldoende als de voor de roering beschikbare capaciteit van de pomp in l/min minder is dan 5 % van de nominale tankinhoud.

    • -

      Bij aanwezigheid van een hydraulische roerinrichting plus een injector of een mechanisch roerwerk is de roercapaciteit in l/min onvoldoende als de beschikbare hydraulische roercapaciteit van de pomp minder is dan 2,5 % van de nominale tankinhoud, gemeten bij uitgeschakelde injector.

    • -

      Bij aanwezigheid van alleen een mechanisch roerwerk is de roercapaciteit in l/min onvoldoende als op basis van door de opdrachtgever aangeleverde documentatie kan worden vastgesteld dat de waterverplaatsing (l/min) van het mechanische roerwerk kleiner is dan 5 % van de nominale tankinhoud;

  • 2 De werking van de roerinrichting is onvoldoende:

    • -

      het mechanisch- of injectorroerwerk werkt niet

    • -

      bij een hydraulisch-, mechanisch-, of injectorroerwerk is de vloeistof in een halfvolle de tank niet duidelijk in beweging.

n. Het verdelingspatroon van de verspoten vloeistof [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. de per 10 cm gemeten hoeveelheid verspoten vloeistof wijkt meer dan plus of min 15% af van het gemiddelde. Van alle op of bij de spuit aanwezige doptypen moet het verdelingspatroon per doptype gecontroleerd worden over de volledige werkbreedte;

  • 2 Kantdoppen zijn, indien aanwezig, niet gemonteerd volgens de instructie of hebben geen juist spuitbeeld.

o. De drukaccumulator [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. er is luchtlekkage;

  • 2. de druk van de accumulator kan niet ingesteld worden op de juiste voordruk van de in te stellen spuitdrukken van de aanwezige spuitdoppen. Als de accumulator oorspronkelijk niet instelbaar was, vervalt deze afkeuringsreden;

  • 3. de wijzer van de manometer staat niet stil.

p. De fustreiniger (indien aanwezig) [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De fustreiniger is beschadigd of niet compleet (zakkenspoelframe);

  • 2. De spoelkop is verstopt.

q. De bedieningsorganen [Vervallen per 01-01-2015]

Tijdens de uitvoering van de keuring is geconstateerd dat de bedieningsorganen van meet-, schakel- en drukinstellingen niet soepel of niet goed functioneren.

Bijlage 2. , behorende het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 30 november 2004, inhoudende de vaststelling van regels ten aanzien van het gebruik van verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PT gebruik verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen 2004) [Vervallen per 01-01-2015]

Eisen voor verdeelapparatuur die een overwegend zijwaartse of schuin opwaartse richting bewerkstelligt (boomgaardspuiten) [Vervallen per 01-01-2015]

De boomgaardspuit wordt afgekeurd omdat de uitvoering of werking van één of meer van de in de groepen a tot en met n vermelde onderdelen zich voordoet. Afwezigheid van onderdelen waarvan kan worden aangetoond dat ze al niet aanwezig waren toen de machine nieuw was, is geen reden tot afkeuring. Uitzondering hierop is de aanwezigheid van een zeef in de tankopening en de uitvoering van de manometer.

a. De bedieningsorganen [Vervallen per 01-01-2015]

Functioneren niet, niet goed of niet soepel.

b. De controle van de verstelmogelijkheden [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De aanwezige verstelmogelijkheden zijn niet goed bruikbaar (zitten vast of zijn defect) respectievelijk kunnen niet in een reproduceerbare stand worden vastgezet.

  • 2. De op de gewenste hoogte ingestelde spuitdop(pen) veranderen van positie ten opzichte van het maaiveld of in stand ten opzichte van de bomen, respectievelijk de stand van de spuitdoppen (links en rechts) is niet symmetrisch.

  • 3. Bij draaiende motor is de hoogteverandering meer dan plus of minus 2 cm, tenzij de oorzaak bij de trekker ligt. -

  • 4. De afstand van de linker respectievelijk rechter onderste spuitdop tot het maaiveld heeft een verschil van meer dan 2 cm.

c. De slangen, leidingen, klemmen, dophouders, doppen [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Er is tijdens het onder druk staan van het systeem lekkage van spuitvloeistof of olie.

  • 2. Nadruppelen van doppen nadat de vloeistofstroom is afgesloten wordt als lekkage beschouwd.

  • 3. Slangen zijn geknikt.

  • 4. Er wordt beschadiging van de wapening van de slangen vastgesteld.

  • 5. De spuitleiding, dophouders en doppen zijn niet onbeweeglijk bevestigd.

  • 6. Slangklemmen functioneren zo slecht dat een slang kan worden losgetrokken zonder gebruik te maken van gereedschap of zonder eerst een veiligheidsvoorziening te hebben verwijderd.

  • 7. Slangen zijn ingesneden door slangklemmen.

d. De tank [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Het tankdeksel past qua grootte en vorm niet op de opening en kan niet onbeweeglijk worden vastgezet of kan niet met de hand worden losgemaakt.

  • 2. De beluchting werkt niet.

  • 3. Het aftappunt is niet goed bruikbaar.

  • 4. De tankinhoud is niet vast te stellen.

  • 5. Er is niet een in goede staat verkerende vulzeef aanwezig.

  • 6. Via de zuigslang of vul-spoelinrichting kan spuitvloeistof teruglopen.

e. De ventilator(-en) [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De ventilatorbladen zijn vervuild, verbogen of anderszins beschadigd. De ventilatorbladen staan niet in dezelfde stand. De ventilator is niet in balans.

  • 2. De afscherming van de ventilator ontbreekt, zit niet goed bevestigd of heeft zodanige openingen dat risico voor persoonlijk letsel aanwezig is.

  • 3. De aandrijving vertoont technische gebreken (breuk, slip, e.d.).

  • 4. Geleideplaten zijn vervuild, verbogen of anderszins beschadigd.

f. De filters [Vervallen per 01-01-2015]

In de zuig- en persleiding ontbreekt een filter respectievelijk de aanwezige filters zijn niet in goede staat.

g. De spuitmanometer [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Het huis van de manometer heeft een diameter die kleiner is dan 60 mm.

  • 2. De schaalindeling is in het bereik van 5 -15 bar grover dan 1,0 bar.

    Spuit met luchtverneveling: De schaalindeling is in het bereik van 1 - 8 bar grover dan 1,0 bar.

  • 3. De schaalhoek over het bereik van 0 -15 bar, resp. 0 - 8 bar, is minder dan 135. .

  • 4. De door de spuitmanometer aangegeven drukken, in het gebied van 5 -15 bar, respectievelijk 1 – 8 bar, wijken meer dan 1,0 bar af van de ijkmanometer-waarden.

  • 5. Er zijn meerdere spuitmanometers (d.w.z. manometers geplaatst achter het persfilter en voorzien van een druksensor) aanwezig, maar er wordt niet voldaan aan de eis dat ten minste twee spuitmanometers aan de eisen (zie onderdeel f, onder 1 tot en met 4) voldoen). Voor de digitaal afleesbare spuitmanometer is de afmetingseis niet van toepassing.

h. De flowmeter [Vervallen per 01-01-2015]

De op de spuit aanwezige flowmeter (doorstroommeter) wijkt meer dan 5 % af van de test doorstroommeter,

i. De pomp-/druktest [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Er treedt lekkage op, als de druk verhoogd wordt tot de door de fabrikant maximaal toegestane druk of 20 bar.

  • 2. De overdrukbeveiliging functioneert niet goed.

  • 3. De pompcapaciteit voldoet niet aan de volgende eisen:

    • -

      bij aanwezigheid van alleen een hydraulische roerinrichting is de beschikbare overcapaciteit van de pomp in l/min meer dan 5% van de nominale tankinhoud, of

    • -

      bij aanwezigheid van een hydraulische roerinrichting plus een injector of een mechanisch roerwerk is de beschikbare overcapaciteit van de pomp per minuut meer dan 2,5 % van de nominale tankinhoud.

j. De drukregelaar [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De ingestelde spuitdruk bij gelijkblijvend toerental wordt niet met een nauwkeurigheid van plus of minus 1 bar gehandhaafd.

  • 2. Na enkele malen openen en sluiten van de hoofdkraan wordt de ingestelde druk (plus of minus 1 bar) niet opnieuw verkregen.

k. De roering [Vervallen per 01-01-2015]

De werking van de roerinrichting is onvoldoende als de vloeistof in de tank niet duidelijk in beweging is.

I. De dopafgifte test [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. De afgifte per dop wijkt meer af dan plus of minus 10% van de gemiddelde waarde van ge lij k gecodeerde doppen. Doppen die anders gecodeerd zijn worden derhalve apart gemeten.

  • 2. De in de doppentabel vermelde waarde valt buiten het onder punt 1 genoemde ± 10 % gebied.

  • 3. Doppen van apparatuur die een overwegend schuin opwaartse richting bewerkstelligen moeten afzonderlijk verstelbaar en afsluitbaar zijn.

m. De spuitmasttest [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Er hangen obstakels in het spuitbeeld.

  • 2. Verdelingspatroon voor boomgaardspuiten voldoet niet aan de volgende eisen:

    • -

      het verdelingspatroon moet zodanig kunnen worden ingesteld dat het spuitbeeld ongeveer symmetrisch is. De vloeistofniveaus in de corresponderende maatbekers van de metingen links en rechts van de machine mogen niet meer dan 20% van elkaar verschillen. De beoordeling: visueel,

    • -

      het verdelingspatroon moet blijven binnen een verticale lijn die aan het spuitbeeld raakt op een hoogte van minder dan 2 meter boven de grond. De beoordeling: visueel,

    • -

      maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag tussen spuiten stam op de bodem komen. De beoordeling: visueel,

    • -

      maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag boven de "boom" verspoten worden. De beoordeling: visueel.

  • 3. In afwijking van het in dit onderdeel onder 2 gestelde, geldt, voor verdeelapparatuur welke een overwegend schuin opwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligt:

    Verdelingspatroon voor boomgaardspuiten (die een schuin opwaartse spuitrichting bewerkstelligen) voldoet niet aan de volgende eisen:

    • -

      het verdelingspatroon moet zodanig worden ingesteld dat het spuitbeeld ongeveer symmetrisch is. De beoordeling: visueel,

    • -

      het verdelingspatroon moet zodanig zijn dat er een gesloten spuitbeeld kan worden gevormd. De beoordeling: visueel,

    • -

      maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag tussen spuit en stam op de bodem komen. De beoordeling: visueel,

    • -

      maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag boven de "boom" verspoten worden. De beoordeling: visueel.

n. De drukaccumulator [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1. Er is luchtlekkage.

  • 2. De voordruk van de accumulator kan niet ingesteld worden op ongeveer 0,6 deel van de in te stellen spuitdrukken van de aanwezige spuitdoppen. Als de voordruk van de accumulator oorspronkelijk niet instelbaar was, vervalt deze reden tot afkeuren.

  • 3. De wijzer van de manometer staat niet stil.