Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorzieningenbeleid over de periode vanaf 1945 (Ministerie van OCW)

Geldend van 15-01-2005 t/m heden

Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorzieningenbeleid over de periode vanaf 1945 (Ministerie van OCW)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 4 oktober 2004, nr. arc-2004.01462/3);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 11 november 2004

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument arbeidsvoorzieningsbeleid vanaf 1945

Vastgesteld november 2004

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – PIVOT

Overzicht gebruikte afkortingen

ABU: Algemene Bond Uitzendbureaus

ABW: Algemene Bijstandswet

ADAPT: Aanpassing van de werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven

ANS: Arbeidsbureau Nieuwe Stijl

b.w.: Buitenwerking

BBA: Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen

BSD: Basis Selectiedocument

BVJ: Bijdrageregeling Vakopleiding Jeugdigen

CBA: Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening

CBB: Centrum voor Beroepsoriëntatie en beroepsuitoefening

CCSB: Centraal Comité van Samenwerking inzake Beroepskeuzevoorlichting

COA: Contactcentrum Onderwijs-Arbeidsmarkt

CoCo: Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen

CoCoHan: Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau

COW: Coördinatiecommissie voor Openbare Werken

CVV: Centrum voor Vakopleiding Volwassenen

DIA: Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen

DUW: Rijksdienst Uitvoering Werken

EAJ: Experimentele arbeidsprojecten voor jeugdige werklozen

EC: Europese Commissie

EP: Europees Parlement

EU: Europese Unie

EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

EOGFL: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw

ESC: Economisch en Sociaal Comité

ESF: Europees Sociaal Fonds

GAB: Gewestelijk Arbeidsbureau

IAB: Internationaal Arbeidsbureau

IAC: Internationale Arbeidsconferentie

ILO: International Labour Organisation

JOB: Jeugdontplooiingsbanen

KVP: Katholieke Volkspartij

LTD: Loontechnische Dienst

NED: Nederlandse Emigratiedienst

NVB: Nederlandse Vereniging van Beroepskeuze-adviseurs

OC&W: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

PBM: Plaatsingsbevorderende Maatregel

PEP: Praktijkervaringsplaatsen

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PTT: Post, Telegraaf en Telefoon

PV: Permanente Vertegenwoordiging

RAB: Rijksarbeidsbureau

RBA: Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening

RIO: Rapport institutioneel onderzoek

SAMEN: Wet Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden

SBKV: (Rijks)subsidieregeling beroepskeuzevoorlichting

S&O: Speur- en ontwikkelingswerk

SER: Sociaal Economische Raad

SOB: Samenwerking tussen Overheid en Bedrijfsleven

START: Stichting Uitzendbureau Arbeidsvoorziening

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

SZW: Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TAP: Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen

VN: Verenigde Naties

WAADI: Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs

WAZ: Werkgroep Arbeidsvoorziening Zeevarenden

WBEAA: Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen

WJW: Werkgelegenheidsprojecten voor jeugdige werklozen

WVM: Werkgelegenheidsverruimende Maatregel

1. Inleiding

Het PIVOT-rapport, Arbeidsvoorzieningsbeleid. Een institutioneel onderzoek naar de actoren en handelingen op het beleidsterrein der arbeidsvoorziening, 1940–2000 vormt de grondslag voor dit basisselectie-document. Het rapport beschrijft het handelen van de rijksoverheid ten aanzien van het beleid op het terrein van de arbeidsvoorziening gedurende de periode tussen 1940 en 2000 en geeft een overzicht van de actoren die zich op het terrein bewegen.

Met het rapport institutioneel onderzoek (RIO) implementeren de Algemene Rijksarchivaris en de vertegenwoordigers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de afspraken die bij convenant van 21 januari 1992 tussen de Algemene Rijksarchivaris en de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gemaakt. De eerste stap van de implementatie is de waardering van de neerslag van de handelingen, op basis waarvan bepaald kan worden welke neerslag voor permanente bewaring in het Algemeen Rijksarchief in aanmerking komt, en welke neerslag op termijn vernietigd kan worden. Deze eerste stap is in het basisselectiedocument (BSD) vastgelegd.

Het BSD is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van archiefbescheiden door de organisatie, alsmede het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie in de rijks- en provinciale archieven. In het BSD is aan iedere handeling een waardering gegeven voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die betrekking hebben op die handeling.

Het BSD bestaat uit:

  • een korte beschrijving van het terrein en de actoren,

  • een verantwoording van de doelstelling van de selectie en de gehanteerde selectiecriteria en de lijst van gewaardeerde handelingen, voorafgegaan door een toelichting op de lijst;

  • een lijst van afkortingen.

De verschillende actoren moeten het BSD ieder voor een deel vaststellen en wel voor die handelingen, waarbij zij of (een van) hun rechtsvoorgangers als actor genoemd wordt.

2. Hoofdlijnen van het handelen op het terrein van het arbeidsvoorzieningsbeleid

Het arbeidsvoorzieningsbeleid is gericht op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt en beoogt de inpassing van beroepsbeoefenaren in het arbeidsproces, waarbij zo goed mogelijk wordt voorzien in de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften van het bedrijfsleven. Hierbij streeft men naar een doelmatige en rechtvaardige allocatie op de arbeidsmarkt. Doelmatigheid wil hierbij zeggen dat met een goed functionerende arbeidsmarkt een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van de economische structuur en aan de bevordering van de economische groei; met rechtvaardigheid wordt bedoeld dat de positie van zwak arbeidsaanbod wordt versterkt. De arbeidsvoorzieningsinstrumenten kunnen daarom zowel vraag- als aanbodsgericht zijn, maar beogen in eerste instantie de werknemer (de aanbieder) geschikt te maken of te houden voor de arbeidsmarkt, waarvan in tweede instantie de werkgever (de vrager) meeprofiteert.

Het instrumentarium kan worden gegroepeerd in vier hoofdcategorieën:

  • 1. arbeidsbemiddeling, eventueel met behulp van beroepskeuzevoorlichting en de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten;

  • 2. vergroting van de geografische en functionele arbeidsmobiliteit, met als bijzondere instrumenten de bevordering van emigratie en het in dienst nemen van buitenlandse werknemers;

  • 3. plaatsingsregulering om de kansen van personen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt te vergroten;

  • 4. werkgelegenheidsverruiming en plaatsingsbevordering, waarbij gedacht kan worden aan het scheppen van aanvullende werkgelegenheid en de sociale werkvoorziening.

In de periode kort na de oorlog lag het zwaartepunt van het arbeidsvoorzieningsbeleid bij de voorzieningen ter bestrijding van de werkloosheid. Hierbij waren de arbeidsbemiddeling, scholing en tewerkstelling van werklozen (op projecten van aanvullende werkgelegenheid) de voornaamste instrumenten. Later verschoof het accent naar voorzieningen die tot doel hadden het ontstaan van werkloosheid zoveel mogelijk te voorkómen. Met een medische metafoor werd deze wijziging aangeduid als de overgang van curatief naar preventief beleid. De instrumenten hiertoe waren beroepskeuzevoorlichting en scholingsfaciliteiten.

Per 1 januari 1991 trad de Arbeidsvoorzieningswet in werking en werd de zorg voor het beleidsterrein ‘arbeidsvoorziening’ opgedragen aan het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA).

De beschreven handelingen vinden voor een aanzienlijk deel hun basis in de wet- en regelgeving en de verschillende beleidsdocumenten, zoals rapporten, nota’s en werkplannen. Aanvullende informatie is verkregen uit gesprekken met en opmerkingen van medewerkers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

3. Actoren

Een actor is een overheidsorgaan, een particuliere instelling of een persoon die een rol speelt op een beleidsterrein. In het kader van het institutioneel onderzoek zijn met name die actoren van belang die (landelijke) overheidsorganen zijn en handelingen verrichten ten aanzien van het beleid op het terrein van de arbeidsvoorziening.

De zorg voor een samenhangend arbeidsvoorzieningsbeleid in Nederland en voor de internationale afstemming daarvan berust in de periode van 1945–2000 grotendeels bij de Minister van Sociale Zaken en de onder hem ressorterende diensten en instellingen. Daarnaast kunnen ministers van andere departementen en diverse adviesorganen als actor worden aangewezen.

Hierna wordt een overzicht gegeven van de actoren die in dit Basisselectiedocument zijn opgenomen.

De Minister van Sociale Zaken

Het departement van Sociale Zaken is in 1933 opgericht. Ook Volksgezondheid ressorteerde eronder, hetgeen tussen 1951 en 1971 tot uitdrukking werd gebracht in de naam Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Vanaf 1981 heet het Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waarmee tot uitdrukking wordt gebracht dat de bewindsman verantwoordelijk is voor de coördinatie van het overheidsbeleid inzake de werkgelegenheid.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland geen Minister van Sociale Zaken; zijn taken werden overgenomen door de secretaris-generaal.

De waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken

De Duitse rijkscommissaris voor het bezette Nederland, Seyss-Inquart, machtigde de secretarissen-generaal om op hun beleidsterreinen de openbare orde te handhaven (Verordeningen van 29 mei en 21 juni 1940). Hiertoe werden ze bekleed met wetgevende en uitvoerende bevoegdheden. Nadat Secretaris-Generaal van Sociale Zaken A.L. Scholtens in augustus 1940 gedwongen was te vluchten, werd zijn post tot de bevrijding bekleed door R.A. Verwey, die een vaste benoeming weigerde en zich tevreden stelde met de post van waarnemend secretaris-generaal.

De Minister-President

De Minister-President heeft een rol in arbeidsvoorziening in noodsituaties. Op de eerste plaats bij de voordracht van de afkondiging van de noodtoestand aan de Koningin en het bekendmaken van deze afkondiging. Daarnaast dient hij een voorstel van wet (houdende de inwerkingtreding van hoofdstuk II van de Noodwet Arbeidsvoorziening) in bij de Staten-Generaal en roept deze in buitengewone zitting bijeen.

De Minister van Defensie

Tot 1959 bestonden er twee afzonderlijke ministeries, te weten het Ministerie van Oorlog en Marine.

In 1959 werden de afzonderlijke ministeries samengevoegd tot het Ministerie van Defensie. De Minister van Defensie is in het kader van het arbeidsvoorzieningsbeleid betrokken bij het regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatiecollege voor Openbare Werken.

De Minister van Economische Zaken

In de oorlogsjaren heette het departement van Economische Zaken nog Handel, Nijverheid en Scheepvaart; tijdens het kabinet Schermerhorn-Drees (1945–1946) Handel en Nijverheid, en sinds juli 1946 draagt het de huidige naam.

Het belang van dit departement voor het arbeidsmarktbeleid ligt erin dat het probeert de economische structuur – en daarmee de werkgelegenheid – zoveel mogelijk te versterken. De werkgelegenheidseffecten zijn dus indirect. Alleen in het geval van de sinds 1973 voorkomende steunverlening aan individuele bedrijven, en bij een aantal regionale economische instrumenten wordt beoogd de werkgelegenheid rechtstreeks te bevorderen.

De Minister van Economische Zaken adviseert zijn collega van Sociale Zaken over verzoeken om verplaatsingskosten voor werknemers van bedrijven die zich elders vestigen.

De Minister van Financiën

De Minister van Financiën kan met behulp van begrotingspolitiek de werkgelegenheid beïnvloeden. Onder andere kan gebruik worden gemaakt van het wijzigen op korte termijn van de fiscale maatregelen die van invloed zijn op investeringsgedrag of koopkracht.

Een meer rechtstreekse betrokkenheid bij het arbeidsvoorzieningsbeleid is de taak van deze minister bij het houden van financieel toezicht op het Emigratiebestuur.

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen

Over het algemeen is de bijdrage van het departement van Onderwijs en Wetenschappen aan het arbeidsvoorzieningsbeleid slechts indirect. Door het bevorderen van scholing wordt de kwaliteit van het aanbod op de arbeidsmarkt vergroot, en de wijze waarop mensen worden geschoold speelt een rol bij de aansluiting met het werkgelegenheidspotentieel. Scholing bevordert dus de inpassing van een beroepsbeoefenaar in het arbeidsproces, zonder dat dit laatste de eerste doelstelling van het beleid is. Een meer rechtstreekse bemoeienis met de arbeidsvoorziening had de Minister van Onderwijs en Wetenschappen toen hij in 1984 samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting instelde.

De Minister van Binnenlandse Zaken

Het Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (1954) machtigde de Minister van Binnenlandse Zaken om aanwijzingen te geven aan het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening met betrekking tot de samenwerking met andere overheidslichamen. Hij is ook betrokken bij de voordracht van enkele algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot het gehandicaptenbeleid.

De Minister van Landbouw en Visserij

De Minister van Landbouw en Visserij heeft in het kader van het arbeidsvoorzieningsbeleid een rol in het kader van het aanwijzen van leden van de interdepartementale stuurgroep beroepskeuzevoorlichting en van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Vóór zijn huidige naam heeft dit ministerie in de loop van de tijd de volgende namen gekend:

  • Ministerie van Openbare Werken;

  • Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw;

  • Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting;

  • Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid;

  • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Met het aantreden van het kabinet Schermerhorn-Drees in juni 1945 werd ook de functie gecreëerd van Minister van Openbare Werken; deze was verantwoordelijk voor onder meer de Rijksdienst Uitvoering Werken (DUW). Het departement veranderde in de loop der jaren vaak van naam, waarmee de veranderingen in het beleidsterrein werden weergegeven. Vanaf juli 1946 stond het bekend als Openbare Werken en Wederopbouw, maar zeven maanden later heette het al Wederopbouw en Volkshuisvesting. In 1956 beschouwde men de wederopbouw als voltooid, en veranderde de naam in Volkshuisvesting en Bouwnijverheid. Deze naam hield het negen jaar uit; sinds 1965 heette het departement Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In 1982 werd daaraan Milieubeheer nog toegevoegd.

Het beleid van dit ministerie is niet gericht op werkgelegenheid, maar de beleidsdoelstellingen kunnen daarvoor wel grote betekenis hebben. Zo raakt het beleid inzake de bouwnijverheid de werkgelegenheid rechtstreeks, terwijl het ruimtelijke beleid zich ook richt op de regionale verdeling van de werkgelegenheid. Het huur- en het subsidiebeleid hebben invloed op het bestedingspatroon en raken dus indirect de werkgelegenheid.

De Minister van Volkshuisvesting adviseert zijn collega van Sociale Zaken over verzoeken om verplaatsingskosten voor werknemers van bedrijven die zich elders vestigen.

De Interdepartementale commissie voor de Werkgelegenheid (de commissie-Van Rhijn)

Deze commissie is ingesteld in 1949 (Stcrt. 1949, 49) en stond onder voorzitterschap van A.A. van Rhijn. Ze had een coördinerende en adviserende functie en diende maatregelen voor te bereiden ter bestrijding van de conjuncturele werkloosheid, waarbij ze in nauw verband stond met het bedrijfsleven (Stichting van de Arbeid), de provinciale commissies voor de werkgelegenheid en het Centraal Planbureau. In samenwerking met laatstgenoemde instelling stelde de commissie globale werkgelegenheidplannen op die daarna werden uitgewerkt tot gedetailleerde plannen. De commissie rapporteerde in april 1954.

Het Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening

Het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening ontstond in 1954 door een fusie van het Rijksarbeidsbureau en de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken. Het was de centrale ambtelijke organisatie voor het arbeidsvoorzieningsbeleid, en het had een enorme reeks taken. Een selectie:

  • uitvoering van de Arbeidsbemiddelingswet 1930;

  • uitvoering van de Wet plaatsing mindervalide arbeidskrachten;

  • beroepenclassificatie;

  • binnenlandse en buitenlandse migratie;

  • subsidieregelingen.

Onder bijzondere omstandigheden (met name oorlog) kon de directeur-generaal optreden als Hoofd Arbeidsvoorziening; hij zou dan bevoegd zijn mensen werkzaamheden te laten verrichten, bijvoorbeeld als burgerwacht.

In 1990 werden de werkzaamheden van het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening ondergebracht bij het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, dat sinds 1991 functioneert.

Het Comité van Toezicht voor de uitvoering ESF-subsidies

In 1995 (Stcrt. 1995, 172) is door de Minister van Sociale Zaken het Comité van Toezicht voor uitvoering van ESF-subsidieregelingen ingesteld. Dit comité heeft tot taak om de uitvoering te bewaken van de ESF-subsidieregelingen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt.

Het Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’

In 1997 (Stcrt. 1997, 249) is door de Minister van Sociale Zaken het Comité van toezicht ‘doelstelling 3’ ingesteld.

Dit comité heeft tot taak om de uitvoering te bewaken van operationele programma’s met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds ter verwezenlijking van doelstelling 3 (het bestrijden van langdurige werkloosheid). Deze operationele programma’s worden, gelet op de in 1991 gesloten overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gesloten overeenkomst m.b.t. aangelegenheden betreffende het ESF, uitgevoerd door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en door rechtspersonen die terzake van die uitvoering van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie subsidie ontvangen.

De directeur Arbeidsinspectie Centraal Kantoor/de directeur van een regionaal kantoor

Het toezicht op de wetten vallende binnen het terrein van de arbeidsvoorzieningsorganiastie is opgedragen aan de Arbeidsinspectie. Aldus heeft de Arbeidsinspectie een toezichthoudende taak bij een aantal wetten (ondermeer Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden. De Arbeidsinspectie vindt zijn grondslag in de Arbeidswet 1919. In 1909 werd ter bevordering van de coördinatie van de districten een Centrale Dienst der Arbeidsinspectie ingesteld (Stb. 1909, 289) met aan het hoofd de directeur-generaal. Sinds 1962 is deze Dienst samengevoegd met de afdeling arbeidersbescherming en geworden tot het directoraat-generaal van de Arbeid.

De organisatie van de Arbeidsinspectie is uitgewerkt in de organisatiebesluiten (sinds 1920). Als hoofd van de dienst is aangewezen een directeur-generaal van de Arbeid, belast met de leiding van en het toezicht op de dienst. Aan het hoofd van de districten staan de districtshoofden, toegevoegd zijn verschillende gespecialiseerde ambtenaren die in gevallen hun toezicht houdende taak uitvoeren naast het districtshoofd.

Begin 1994 (Stcrt. 1994, 83) is een nieuwe dienst opgericht; de ‘Dienst voor inspectie en informatie (I-SZW)’. In de loop van 1996 (Stcrt. 1996, 128) is de naam van I-SZW weer gewijzigd in Arbeidsinspectie.

Sinds de naamswijziging in I-SZW in 1994 staat de dienst onder leiding van een algemeen directeur. Deze geeft leiding aan de directeur van het centraal kantoor en aan de directeuren van de (6) regionale kantoren (de voormalige districtshoofden).

Het Rijksarbeidsbureau

Het Rijksarbeidsbureau is op verzoek van de Duitse bezetter in 1940 opgericht, en vormde een voortzetting van de Rijksdienst der werkloosheidsverzekering en arbeidsbemiddeling, die zich – zoals de naam al aangeeft – had toegelegd op de arbeidsbemiddeling. Aan het hoofd van het Rijksarbeidsbureau stond de Directeur-Generaal. Onder de oude Rijksdienst en onder het nieuwe Rijksarbeidsbureau ressorteerden districtsarbeidsbeurzen, gemeentelijke arbeidsbeurzen en agentschappen; deze kregen nu de naam Gewestelijk Arbeidsbureau. Ook de beroepenvoorlichting en de beroepskeuzevoorlichting behoorden tot de verantwoordelijkheden van het Rijksarbeidsbureau. Verder werden de regelingen voor de werkloosheidsverzekering bij het Rijksarbeidsbureau ondergebracht, zodat de arbeidsbemiddeling en de regeling van uitkeringen waren gekoppeld. Deze situatie bleef gehandhaafd tot in 1952 de Werkloosheidswet tot stand kwam.

In 1944 besloot de regering in Londen de instelling te handhaven, en haar taken uit te breiden met verschillende soorten scholing.

Het Rijksarbeidsbureau fuseerde in 1954 met de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (DUW) tot het nieuwe directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening.

De Centrale Commissie van bijstand en advies

De Centrale Commissie van bijstand en advies voor de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau werd bij Besluit E 51 van 17 juli 1944 aan de directeur-generaal Rijksarbeidsbureau toegevoegd. De feitelijke instelling vond plaats op 1 augustus 1946. Bij het Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (1954) werd bepaald dat de commissie tevens ging optreden als centrale commissie van bijstand en advies voor de arbeidsvoorziening. Als belangrijke subcommissies gingen fungeren een centrale commissie van bijstand en advies Rijksarbeidsbureau en de commissie van advies voor de aanvullende werkgelegenheid. Een derde subcommissie adviseerde de minister bij beroepszaken met betrekking tot vergunningen aan buitenlanders om in Nederland te mogen werken.

Zij bestond steeds uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers en andere deskundigen, die werden benoemd door de Minister van Sociale Zaken. De taak van de commissie was het (gevraagd of ongevraagd) adviseren van de minister en de directeur-generaal Rijksarbeidsbureau/arbeidsvoorziening in arbeidsvoorzieningskwesties.

Het Gewestelijk Arbeidsbureau

Het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) was van oorsprong het plaatselijke filiaal van het Rijksarbeidsbureau; sinds dat is gefuseerd met DUW, kan men het GAB opvatten als de lokale vertegenwoordiging van het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening. Het GAB heeft een groot aantal taken, zoals:

  • registratie van vacatures, die werkgevers hier aanmelden;

  • registratie van werkzoekenden;

  • het geven van informatie en advies aan werkzoekenden;

  • werkzoekenden helpen bij het vinden van werk;

  • werkgevers helpen bij het vinden van personeel;

  • controle uitoefenen ten behoeve van uitkerende instanties;

  • behandeling van ontslagzaken;

  • advies.

Hieraan kunnen nog deeltaken worden toegevoegd. Zo wordt bij de registratie van werkzoekenden onderscheid gemaakt tussen eenvoudig en moeilijk bemiddelbare cliënten. Een speciale adviescommissie (zie beneden) staat de directeur van het arbeidsbureau bij.

Vanaf 1973 is een begin gemaakt met wat het Arbeidsbureau Nieuwe Stijl (ANS) werd genoemd. Hierbij werd plaats ingeruimd voor automatisering, een regionaal arbeidsmarktbeleid en de integratie van de bemiddeling voor vrouwen en mannen. In 1984 was de invoering van het ANS voltooid.

De functie van de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau werd in 1991, toen de Arbeidsvoorzieningswet 1990 in werking trad, overgenomen door de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening.

De Commissie van advies bij de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau

Deze commissies zijn bij Koninklijk besluit E51 van 17 juli 1944 aan de directeuren van de Gewestelijke Arbeidsbureaus toegevoegd. De directeuren woonden de vergaderingen wel bij maar maakten geen deel uit van de commissies. De leden van de commissies werden benoemd door de Minister van Sociale Zaken, na een voordracht door de Stichting van de Arbeid. Hun taak was het adviseren van de directeuren van de Gewestelijke Arbeidsbureaus, bijvoorbeeld bij het opstellen van beleidsplannen. Verder konden zij beslissende uitspraken doen in de gevallen waarin onduidelijkheid bestond over de mogelijkheid een mindervalide arbeidskracht in dienst te nemen.

De Arbeidsbemiddelingscommissies voor bepaalde beroepen en beroepsgroepen

Deze commissies werden ingesteld met art. 56 van de Arbeidsbemiddelingswet 1930, en stonden dan ook wel bekend als de Commissies ex art. 56. Deze commissies adviseerden de Minister van Sociale Zaken voor hij vergunningen ging verlenen voor arbeidsbemiddeling met winstoogmerk, en hielpen hem bij het houden van toezicht.

De Rijksinspecteur voor de beroepenvoorlichting

Zoals de naam al doet vermoeden, werd de functie van rijksinspecteur op de beroepenvoorlichting in het leven geroepen voor het toezicht op de beroepskeuzevoorlichting, meer in het bijzonder die door particuliere adviesbureaus die voor subsidie in aanmerking wilden komen. De Rijksinspecteur voor de beroepenvoorlichting ressorteerde onder het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening; toen dit opging in het CBA, stelde de Minister van Sociale Zaken de Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting in (Organisatiebesluit Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting, Stcrt. 1990, 251).

De Commissie certificatie beroepskeuze-adviseurs

De opleiding van beroepskeuze-adviseurs stond sinds 1946 onder auspiciën van zowel de Minister van Sociale Zaken als het Centraal Comité van Samenwerking inzake Beroepskeuzevoorlichting, het overkoepelende orgaan van de particuliere beroepskeuzebureaus. Alle beroepskeuze-adviseurs – zowel degenen verbonden aan een arbeidsbureau als degenen die in dienst waren van een bijzonder adviesbureau – die in aanmerking wilden komen voor een subsidie, moesten in het bezit zijn van een erkend diploma. Nadat een cursus was afgerond en praktijkervaring was opgedaan, kon een akte van vakbekwaamheid worden aangevraagd bij de Commissie certificatie beroepskeuze-adviseurs. Aangekondigd in de Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82), werd de commissie in december 1959 ingesteld door de directeur-generaal voor de arbeidsvoorziening en het Centraal Comité van Samenwerking inzake Beroepskeuzevoorlichting.

De Commissie van advies voor de organisatie van de beroepskeuzevoorlichting

Deze ‘Commissie-Langeveld’ speelde een rol in de discussie tussen minister en Kamer over de verhouding tussen de openbare en de particuliere beroepskeuzeadvisering. In de eerste naoorlogse jaren was er in het parlement een (confessionele) meerderheid die voorstander was van steun aan particuliere adviesbureaus, terwijl de sociaal-democratische Ministers van Sociale Zaken daartegen waren. De commissie werd in 1951 ingesteld om advies uit te brengen over de rol van particuliere beroepskeuzebureaus en de financiering ervan door de overheid. De commissie rapporteerde in 1956.

De Adviescommissie voor de beroepskeuzevoorlichting

Deze commissie, die bekender is als de ‘commissie-Duijker’, werd ingesteld door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid in 1959 (Stcrt. 1959, 203) met als opdracht hem in 1961 te adviseren over de wenselijkheid van (a) de instelling van een permanente raad voor de beroepskeuzevoorlichting, en (b) de subsidiëring van de bijzondere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting.

De Adviescommissie voor de beroepenvoorlichting

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid installeerde deze commissie in januari 1962; haar leden waren vertegenwoordigers van ministeries, maatschappelijke organisaties, onderwijs en het bedrijfsleven. De terreinen waarop de Adviescommissie voor de beroepenvoorlichting mocht adviseren waren onder meer de coördinatie, samenwerking en methoden van beroepenvoorlichting. Daartoe stelde men diverse werkgroepen in. Na het samenstellen van een interim-rapportage in 1966 verzocht de commissie om haar eigen opheffing, aangezien de taken beter zouden kunnen worden uitgevoerd door de pas opgerichte Raad voor Beroepskeuzevoorlichting.

De Raad voor beroepskeuzevoorlichting

De Raad voor beroepskeuzevoorlichting is ingesteld in 1963 (Stb. 247) en geïnstalleerd op 8 juli 1964. Ze beoogde het overleg tussen de overheid en enkele particuliere, merendeels confessionele, organisaties te structureren. Tot de taken van de Raad behoorde onder meer het organiseren van voorlichtingsprojecten en het (gevraagd en ongevraagd) adviseren van de Minister van Sociale Zaken omtrent de beroepskeuzevoorlichting. De Kroon benoemde de leden: het waren vertegenwoordigers van de Ministeries van Sociale Zaken, Onderwijs & Wetenschappen en Financiën en een aantal ter zake deskundigen, die werden aangewezen door de deelnemende organisaties.

De Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting

Deze stuurgroep werd ingesteld door de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de staatssecretaris van Sociale zaken (Stcrt. 1984, 228 en 236) en moest zich voorlopig voor drie jaar beijveren voor de coördinatie van beleid van afzonderlijke ministeries en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid.

De Centrale begeleidingscommissie van de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening

Deze commissie is ingesteld in het kader van de subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) en had tot taak de Minister van Sociale Zaken te adviseren. Tot de leden behoorden onder meer vertegenwoordigers van de departementen van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Onderwijs en Wetenschappen, Financiën, Binnenlandse Zaken, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties.

De Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Deze commissie werd in 1985 ingesteld krachtens de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284) art. 14. Wanneer een instelling appelleerde tegen een ministeriële beschikking over een vergunning tot ter beschikking stelling van arbeidskrachten, dan diende deze commissie uitspraak te doen. Ze bestond uit drie leden en twee plaatsvervangende leden, die werden benoemd door de Minister van Sociale Zaken.

Het College van rijksbemiddelaars

De Rijksbemiddelaars hadden een rol in de bemiddeling bij arbeidsgeschillen, die was vastgelegd in de Arbeidsgeschillenwet (Stb. 1923, 174). In de oorlog waren hun activiteiten enige tijd opgeschort, maar met het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen (Stb. 1944, E52) werd hieraan een einde gemaakt. Een jaar later werden ze door de Londense regering verenigd in het College van rijksbemiddelaars (Stb. 1945, F217). Onder auspiciën van de Minister van Sociale Zaken zouden ze lonen en andere arbeidsvoorwaarden moeten beoordelen. De leden zouden worden aangewezen op grond van verdienste. Het college werd in 1970 opgeheven (Stb. 1970, 69).

De Directie Bijzondere Vraagstukken van Arbeidsverhoudingen

In 1946 werd de afdeling Arbeid II ingesteld. In oktober 1947 werd de naam van deze afdeling gewijzigd in afdeling Arbeidsverhoudingen. In 1962 werd de afdeling opgewaardeerd tot Hoofdafdeling Arbeidsverhoudingen onder de Directie Sociale Voorzieningen en Arbeidsverhoudingen. In 1964 werd de Directie Algemene Beleidsaangelegenheden opgericht. In 1966 werd bij het Directoraat-generaal Sociale Voorzieningen en Arbeidsverhoudingen de zelfstandige Directie Arbeidsverhoudingen ingesteld. In 1968 groeide de Directie Algemene Beleidsaangelegenheden uit tot een Directoraat-generaal. Daarbij werd de Directie ingesteld. In 1981 werd de naam gewijzigd in Directie Bijzondere Vraagstukken van Arbeidsverhoudingen. Deze naam werd tien jaar later weer veranderd in Directie Arbeidsverhoudingen.

De directie had onder meer een taak in het behandelen van bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

De Loontechnische Dienst

De Loontechnische Dienst werd ingesteld door de Minister van Sociale Zaken bij beschikking van 7 juli 1964 (Stcrt. 155), maar wordt al genoemd op 16 april 1962 bij brief van de Minister van Sociale Zaken aan de Minister van Binnenlandse Zaken. De Dienst hield toezicht op de naleving van voorschriften betreffende lonen en andere arbeidsvoorwaarden, alsmede op de toepassing van beloningsmethodieken en verrichtte andere door de minister opgedragen werkzaamheden.

Sinds 1 mei 1994 is de Loontechnische Dienst, tezamen met de Arbeidsinspectie, de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen (DIA) en de Dienst Collectieve Arbeidsvoorwaarden (DCA) samengevoegd tot de Dienst voor Inspectie en Informatie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (I-SZW)

De Hoofdinspecteur-Directeur voor de Arbeidsvoorziening

De Hoofdinspecteur-Directeur voor de Arbeidsvoorziening was hoofd van een districtsbureau voor de Arbeidsvoorziening. Ieder districtsbureau omvatte een provincie. De Hoofdinspecteur-Directeur besliste in twijfelgevallen inzake de toekenning van vergoedingen voor verplaatsingskosten aan werkloze werknemers.

Daarnaast had hij tot 1990 een taak met betrekking tot de wijziging van de gebiedsindeling van de gewestelijke arbeidsbureaus binnen zijn ambtsgebied in het kader van de Noodwet Arbeidsvoorziening.

De Commissie Landbouw Emigratie

De Commissie Landbouw Emigratie is in 1949 door de Minister van Sociale Zaken ingesteld om hem te adviseren over de landbouwemigratie en de daarvoor benodigde organisatie. De commissie bracht in 1950 haar verslag uit.

De Centrale commissie van bijstand voor de arbeidsbemiddeling en de migratie

De Centrale commissie van bijstand voor de arbeidsbemiddeling en de migratie wordt genoemd in de Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) als advieslichaam van de minister. Haar voorzitter was Willem Drees, die zich er sterk voor maakte niet te bemiddelen voor emigratie naar Duitsland. Het intrekken van de Landverhuizerswet in 1967 maakte een formeel einde aan het bestaan van deze commissie; in de praktijk lijkt ze na 1940 al niet meer te zijn samengekomen.

De Commissaris voor de emigratie

De functie van Commissaris voor de emigratie werd gecreëerd in de Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279), waarin ook valt te lezen dat deze ambtenaar ambtshalve lid was van de Raad voor de Emigratie en voorzitter van het Emigratiebestuur. Meer in het algemeen was de taak van deze Commissaris het leiden van de rijkszorg voor de emigratie, het coördineren van het overleg met maatschappelijke organisaties die op dit terrein een rol speelden, en het onderhouden van contact met buitenlandse organisaties. Onder de Commissaris voor de emigratie ressorteerden verschillende afdelingen. Zijn taak is na 1967 overgenomen door de voorzitter van de emigratie-commissie van de Sociaal-Economische Raad.

De Raad voor de Emigratie

De Raad voor de Emigratie is ingesteld bij de Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279); de 29 à 37 leden dienden de Minister van Sociale Zaken van advies over de landverhuizing. Lid waren vertegenwoordigers van de departementen van Sociale Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën en van Verkeer en Waterstaat; voorts waren de lagere overheden met twee en wetenschapsbeoefenaren met twee of drie vertegenwoordigers gerepresenteerd; de Commissaris voor de emigratie en de directeur van het Centraal Planbureau waren ambtshalve lid van deze Raad. De overige leden vertegenwoordigden maatschappelijke organisaties. De zittingen van de Raad werden voorbereid door het Emigratiebestuur.

Met de invoering van de Emigratiewet 1967 werden de taken van de Raad voor de emigratie overgedragen aan de Sociaal-Economische Raad, die een speciale commissie heeft voor de emigratie.

Het Emigratiebestuur

De negen leden tellende Raad voor de emigratie is ingesteld bij de Wet op de organen voor de emigratie en had tot doel ‘de eenheid in de bemoeienis van het Rijk en van particuliere organisaties met de emigratie’ te bevorderen, de Minister van Sociale Zaken te adviseren, en de behandeling van emigratie-vraagstukken in de Raad voor de Emigratie voor te bereiden (Stb. 1952, 279, art. 11). De leden van dit bestuur vertegenwoordigden de departementen van Sociale Zaken, Economische Zaken, Landbouw en Visserij alsmede enkele maatschappelijke organisaties die ook in de Raad voor de Emigratie waren vertegenwoordigd. (Extra eis was dat tenminste één vrouwenorganisatie was vertegenwoordigd.)

Tot de taken van het Emigratiebestuur behoorde het aanstellen van de ambtenaren van de Nederlandse Emigratiedienst, het adviseren van de Minister van Sociale Zaken over de financiering van de aanmeldingsorganen, en het erkennen van die organen (nodig om voor financiële vergoeding in aanmerking te komen). De minister was gerechtigd besluiten van het Emigratiebestuur te vernietigen.

Met de intrekking van de Emigratiewet (zie Remigratiewet (Stb. 1999, 232) is de rechtsgrondslag voor de bij wet ingestelde Emigratiebestuur komen te vervallen.

De Nederlandse Emigratiedienst (NED)

De Nederlandse Emigratiedienst was belast met de uitvoering van de emigratie, en als zodanig ingesteld bij de Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279). Ze hield zich bezig met zowel de voorlichting en voorbereiding als de uitvoering van de emigratie. Voor deze laatste taak bestonden vijf bureaus (voor Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en ‘overige landen’, die – wanneer de voorbereiding eenmaal was afgerond – contact hielden met de overheden in de landen waarheen de landverhuizer wilde vertrekken. Zo werden bijvoorbeeld de dossiers van de aspirant-emigranten besproken met de buitenlandse emigratiediensten. Onder de taken van de NED viel ook de uitvoering van enkele subsidieregelingen.

Met de intrekking van de Emigratiewet (zie Remigratiewet (Stb. 1999, 232) is de grondslag voor de Nederlandse Emigratiedienst komen te vervallen.

Interdepartementale Coördinatiecommissie Onderwijs-Arbeid

De Interdepartementale Coördinatie-commissie Onderwijs-Arbeid is een tripartite-overleg tussen de Ministeries van Onderwijs en Wetenschappen, Sociale Zaken en Economische Zaken. Deze coördinatie-commissie is in 1983 ingesteld om tot een betere en meer systematische afstemming te raken van de beleidsterreinen van de drie ministeries met betrekking tot de problematiek van aansluiting tussen onderwijs en arbeid, met name met het oog op het over die band scheppen van voorwaarden vor herstel van de marktsector.

Tijdelijke Adviescommissie Onderwijs en Arbeidsmarkt

De tijdelijke adviescommissie Onderwijs en Arbeidsmarkt is in 1989 ingesteld om te adviseren over de manier waarop de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt kan worden verbeterd. relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. In 1990 bracht de tijdelijke adviescommissie haar eindrapport ‘onderwijs-arbeidsmarkt: naar een werkzaamtraject’ uit.

De Gemengde Commissie

In de overeenkomsten met andere landen voor de werving van arbeidskrachten is geregeld dat er een Gemengde Commissie wordt ingesteld. Deze Commissie is ondermeer belast met het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst en het doen van voorstellen van wijzigingen van de overeenkomst.

De Stuurgroep Allochtonen

Bij ministerieel besluit (Stcrt. 1994, 110) is op 10 juni 1994 de Stuurgroep Allochtonen ingesteld. De redenen voor de instelling van deze stuurgroep waren dat de arbeidsmarktpositie van allochtonen gebrekkig was en de implementatie van de verschillende maatregelen om deze positie te verbeteren nog onvoldoende op gang was gekomen. Bij de inwerkingtreding van de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stb. 1998, 241) is het instellingsbesluit ingetrokken.

De Belastingdienst/Ontvanger der Rijksbelastingen/Inspecteur inkomstenbelasting

De belastingdienst zorgt voor de uitvoering van de belastingwetgeving. De dienst valt onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën.

De Rijksdienst voor de aanvullende werkgelegenheid (DUW)

De Rijksdienst voor de Werkverruiming was vlak voor de Tweede Wereldoorlog opgericht en beoogde de werkverschaffing te coördineren. In 1945 richtte het Militaire gezag in het bevrijde zuiden van Nederland een soortgelijke organisatie in, de Dienst Uitvoering Werken (DUW), korte tijd later omgedoopt tot Rijksdienst. Zij beoogde ‘nuttige arbeid te verschaffen aan niet in het arbeidsproces opgenomen werknemers’ door openbare werken te verrichten. DUW maakte deel uit van het Ministerie van Openbare Werken, dat later werd omgedoopt tot Wederopbouw en Volkshuisvesting; vanaf 1952 ressorteerde ze onder de Minister van Sociale Zaken. Twee jaar later werden de taken van het Rijksarbeidsbureau en DUW samengebracht onder het nieuw opgerichte directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening. Als hoofdafdeling Aanvullende Werken bleef DUW voortbestaan tot en met 1983.

De Commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders

Minister Joekes stelde de Commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders in 1949 in, met als opdracht projecten te zoeken die in het kader van de aanvullende arbeid konden worden ondernomen. De commissie rapporteerde op 8 juni 1950.

Het Coördinatiecollege voor Openbare Werken (COW)

Dit college had tot taak erop toe te zien dat er steeds voldoende normale openbare werken en aanvullende werken waren om in tijden van hogere werkloosheid arbeiders te werk te kunnen stellen. Tevens adviseerde het coördinatiecollege de interdepartementale commissie voor de werkgelegenheid omtrent onder meer de werkgelegenheidsplannen en de financiering van eventueel versneld uit te voeren openbare werken. De voorzitter van de interdepartementale commissie voor de werkgelegenheid – Van Rhijn – was tevens voorzitter van het coördinatiecollege; het Centraal Planbureau leverde de secretaris.

Toen de Commissie Van Rhijn haar werkzaamheden in 1954 had beëindigd, kreeg het coördinatiecollege een zelfstandiger taak. Het beheerde bijvoorbeeld de cartotheek van openbare werken die was vervaardigd door de Provinciale commissies voor de werkgelegenheid. Voortaan was de directeur-generaal voor de arbeidsvoorziening voorzitter en wezen Gedeputeerde Staten de secretaris aan.

Het college is, ingevolge het kabinetsbesluit van 17 oktober 1986 in het kader van de sanering van interdepartementale commissies, in 1998 opgeheven (Stcrt. 1988, 25).

De Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden

Zoals de naam al doet vermoeden, adviseerde deze commissie de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (D.U.W.). De directeur van D.U.W. was tegelijk voorzitter van deze commissie; haar leden werden benoemd door de Ministers van Binnenlandse Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, van Financiën, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Wederopbouw en Volkshuisvesting en van Sociale Zaken. Voorts was de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vertegenwoordigd, en na 1952 ook de Unie van Waterschappen.

De Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden functioneerde tussen 1948 en 1954.

De Centrale beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden

De instelling van de beroepsinstanties maakte onderdeel uit van de overlegregeling inzake D.U.W.-aangelegenheden tussen overheid en bedrijfsleven (Stichting van de Arbeid). De regeling van het beroepsrecht van tewerkgestelden tegen ontslag en schorsing maakte daar onderdeel van uit.

De Gewestelijke beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden

Aan ieder gebied van een Gewestelijk Arbeidsbureau was een gewestelijke beroepscommissie verbonden voor D.U.W.-aangelegenheden. Ze beslisten wanneer D.U.W.-arbeiders tegen straf, ontslag of schorsing appelleerden.

De Provinciale commissies voor de werkgelegenheid

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken stelden de Gedeputeerde Staten in 1950 de provinciale commissies voor de werkgelegenheid in. De voorzitter was een lid van Gedeputeerde Staten, de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau was de secretaris. De taak van deze commissies was tweeledig: enerzijds hadden ze een adviserende taak, anderzijds moesten ze in de provincie openbare werken opsporen en registreren die zouden kunnen dienen als aanvullend werkgelegenheidsproject (waartoe een cartotheek werd aangelegd).

De Interdepartementale werkgroep jeugdwerkloosheid

De Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid

De Interdepartementale werkgroep jeugdwerkloosheid is in 1968 ingesteld, en werd in 1980 vervangen door de iets anders samengestelde Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid. Beide beoogden de inspanningen van de verschillende departementen te coördineren en adviseerden de betrokken bewindspersonen over de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

In de Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid hadden negen mensen zitting: voor de departementen van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Onderwijs en Wetenschappen steeds twee leden, voor de departementen van Financiën en van Economische Zaken steeds één lid, en voor het departement van Sociale Zaken drie leden. Eén van deze laatste drie leden was secretaris, een ander – degene die binnen het departement het hoofd was van de directie arbeidsmarktbeleid – voorzitter.

De Landelijke begeleidingscommissie voor de arbeidsvoorziening in de zeevaart

De Landelijke begeleidingscommissie voor de arbeidsvoorziening in de zeevaart werd met de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) ingesteld om het overleg te structureren tussen de sociale partners en de departementen van Sociale Zaken en van Verkeer en Waterstaat. De bedoelde regeling was tot stand gekomen door goed overleg, en de voorgenomen wettelijke grondslag is er dan ook nooit gekomen. Wel werd het overleg gestructureerd middels deze commissie, die bestond uit vier vertegenwoordigers van het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening, twee vertegenwoordigers van rederszijde1, twee vertegenwoordigers van de vakbeweging, en één vertegenwoordiger van het directoraat-generaal van scheepvaart (van Verkeer en Waterstaat). De Minister van Sociale Zaken wees de voorzitter en de secretaris aan uit de vertegenwoordigers van het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening.

Het Centraal Bureau Zeescheepvaart

Achter deze naam gaat het Gewestelijk Arbeidsbureau te Rotterdam schuil, waar in de jaren zeventig de arbeidsbemiddeling voor zeelieden werd gecentraliseerd, een praktijk die werd geregeld met de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182). Het is reders niet toegestaan buitenlands personeel aan te nemen dan door bemiddeling van het Centraal Bureau, dat zijn voornaamste taak dan ook heeft in het controleren van werkvergunningen en wat dies meer zij. Het heeft een filiaal in Groningen.

De Raad voor de buitengewone arbeidsvoorziening

De Raad voor de buitengewone arbeidsvoorziening kan in het leven worden geroepen bij de Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) en dient de ministerraad te adviseren in (dreigende) oorlogsomstandigheden. De leden – waaronder vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties – worden benoemd door de Kroon. Nog nooit is de minister genoopt geweest deze Raad in te stellen; evenmin zijn er ooit benoemingen geweest.

De Commissie van advies van het Hoofd Arbeidsvoorziening

Deze commissie kan worden samengesteld onder buitengewone omstandigheden, dat wil zeggen als oorlog dreigt of is uitgebroken. Ze adviseert de autoriteit die is aangewezen als Hoofd Arbeidsvoorziening. De leden worden aangewezen door de Minister van Sociale Zaken; ze worden voorgedragen door de Raad voor de buitengewone arbeidsvoorziening. Nog nooit heeft de minister deze commissie in het leven hoeven roepen.

De Commissie voor de plaatsing van gedemobiliseerd leidinggevend personeel

Deze commissie is ingesteld in 1948 met als doel te adviseren over de plaatsing van leidinggevend personeel dat was gedemobiliseerd na de politionele acties in Indonesië. Per 15 september 1950 werd de commissie op eigen verzoek opgeheven.

4. Selectie

4.1. Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op archiefbescheiden van overheidsorganen op rijks- en provinciaal niveau die vallen onder de werking van de artikelen 1, 23 en 41 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276). Het begrip overheidsorgaan wordt in artikel 1 van de Archiefwet 1995 gedefinieerd als:

  • a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, en

  • b. een ander persoon of college met openbaar gezag bekleed.

Het begrip archiefbescheiden betreft alle neerslag van de omschreven handelingen, ongeacht of het papier of een machineleesbaar gegevensbestand (MLG) betreft en of het zich in een archief, bibliotheek, op een afdeling automatisering of bij beleidsmedewerkers bevindt.

De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen enerzijds archiefbescheiden die in aanmerking komen voor blijvende bewaring en overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief of een Rijksarchief in de provincie en anderzijds archiefbescheiden die (op termijn) voor vernietiging in aanmerking komen. De voor blijvende bewaring in aanmerking komende bescheiden dienen na een termijn van 20 jaar naar het Algemeen Rijksarchief te worden overgebracht. De beslissing of neerslag van een handeling wel of niet voor blijvende bewaring in aanmerking komt, wordt genomen tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT, zoals de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur die heeft verwoord bij de behandeling van de nieuwe Archiefwet in de Tweede Kamer (13 april 1994): ‘het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen’. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

In dit BSD wordt deze selectiedoelstelling uitgewerkt ten aanzien van het beleid op het terrein van de arbeidsvoorziening. De handelingen van de verschillende actoren worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is dus de vraag aan de orde welke gegevensbestanden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, bewaard dienen te worden teneinde het handelen van de rijksoverheid aangaande het beleid op het terrein van de arbeidsvoorziening op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

In dit BSD wordt deze selectiedoelstelling uitgewerkt binnen het beleidsterrein arbeidsvoorziening.

4.2. Selectiecriteria

Bij de selectie van handelingen is binnen het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT) een aantal criteria onderscheiden dat op elk beleidsterrein of taakgebied van toepassing is. Daarnaast is het mogelijk dat er specifieke criteria geformuleerd worden voor het desbetreffende beleidsterrein. De criteria, die in de selectielijst zijn toegepast, worden in het onderstaande schema weergegeven. Ten aanzien van het beleid op het terrein van de arbeidsvoorziening is het formuleren van specifieke criteria niet nodig gebleken.

De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangeven van welke handelingen de neerslag na het verstrijken van de wettelijke overbrengingstermijn van 20 jaar naar het Algemeen Rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan één van de criteria voldoen, zijn met B (bewaren) gewaardeerd met vermelding van het desbetreffende criterium. Handelingen die niet aan één van de selectiecriteria voldoen zijn met V (op termijn vernietigen) gewaardeerd, met vermelding van de minimale termijn, dat de archiefbescheiden, door het orgaan dat met de zorg ervoor is belast, bewaard moeten worden. De documentaire neerslag die uit deze laatstgenoemde handelingen voortvloeit is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen. De neerslag van de met V gewaardeerde handelingen kan na de voorgeschreven termijn worden vernietigd.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

In dit kader vangen in voorkomende gevallen de begindata van handelingen in dit BSD, in tegenstelling tot de begindata in het RIO, niet in 1940 aan maar in 1945.

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B (Bewaren)

Algemeen selectiecriterium

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

5. Selectielijst

In de selectielijst zijn de handelingen uit het rapport Arbeidsvoorzieningsbeleid geordend per actor, te beginnen bij de Minister van Sociale Zaken, de voornaamste actor op het terrein. Vanwege de ordening per actor zijn handelingen die volgens het rapport door meer dan één actor worden uitgevoerd in dit BSD meer keren opgenomen. Het BSD bevat dus meer items dan het rapport. De overige actoren zijn geordend aan de hand van hoofdstuk II van het RIO ‘Arbeidsvoorzieningsbeleid’

De gegevensblokken van het rapport institutioneel onderzoek (RIO) zijn in het BSD overgenomen. Ook de nummering uit het RIO is gehandhaafd. De doorlopende nummering in het RIO wordt, door de andere ordening (per actor), een verspringende nummering in het BSD. Het uitgangspunt is steeds geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD. Om ordening in de handelingen in het BSD te houden is de (sub)indeling uit het RIO overgenomen.

Uit de gegevensblokken is het item ‘actor’ weggelaten: deze is steeds aan het begin van de handelingenlijst van de betreffende actor opgenomen. Toegevoegd is het item ‘waardering’. Bij het product wordt steeds het eindproduct van de handeling genoemd, waarbij wordt aangetekend dat wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat heeft geleid tot dat eindproduct bewaard moet blijven danwel (op termijn) vernietigd kan worden. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze bewaard of vernietigd te worden.

Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ of ‘Vernietigen’ van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B zijn gewaardeerd, wordt het selectiecriterium uit het schema van paragraaf 4.2 genoemd dat tot dat voorstel heeft geleid.

Bij handelingen die met V zijn gewaardeerd, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging van de documentaire neerslag kan plaatsvinden. De in de lijst genoemde termijnen worden, voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan vanaf het moment dat het recentste document in het dossier is gevoegd.

De lijst heeft geen betrekking op archiefbescheiden inzake de interne beheertaken van de actoren. Hiervoor dient een aparte lijst te worden vervaardigd. Activiteiten van ambtelijke commissies, werkgroepen of overlegverbanden, ingesteld ter voorbereiding of uitvoering van enige handeling, worden geacht onder die handeling te zijn begrepen.

5.1. Vaststelling Selectielijst

Het ontwerp-BSD is op 16 januari 2003 door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, op 20 januari 2003 op 4 maart 2003 door de Minister van Defensie, op 26 maart 2003 door de Minister van Verkeer en Waterstaat, op 2 mei 2003 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op 28 mei 2003 door de Minister van Economische Zaken, op 10 juni 2003 door de Minister van Financiën, op 21 oktober 2003 door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, op 22 oktober 2003 door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op 12 november 2003 door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 april 2004 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Algemene Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Defensie, van Economische Zaken, van Financiën, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 4 oktober 2004 bracht de RvC advies uit (arc-2004.01462/3), hetwelk naast enkele tekstuele correcties aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

de waardering van handelingen 525, 527, 528, 529, 531, 535 en 536 is gewijzigd van V in B 6;

de waardering van de handelingen 119, 347, 409, 460, 461, 462, 464 en 465 is gewijzigd van V naar B 5;

de waardering van handelingen 132 en 396 is gewijzigd van B 5 naar V.

Daarop werd het BSD op 11 november 2004 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Ministers van Algemene Zaken (kenmerk C/S/04/2443), Defensie (C/S/04/2444), Economische Zaken (C/S/04/2445), Financiën (C/S/04/2446), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S/04/2447), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S/04/2448), Verkeer en Waterstaat (C/S/04/2449), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S/04/2450), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S/04/2451) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S/04/2452) vastgesteld.

Selectielijst

Actor: De Minister van Sociale Zaken

3.1 Arbeidsvoorzieningen in het algemeen

Beleidsontwikkeling en evaluatie

1

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Opmerking: Onder ‘coördineren’ moet hier worden verstaan: de bevoegdheid alle uitgaven van andere ministers te toetsen op het arbeidsmarkteffect. Sinds 1978 vindt dit zijn neerslag in werkgelegenheidsplannen.

Waardering: B (1)

Totstandkoming van wet- en regelgeving

4

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: wetten, onder andere:

Arbeidsbemiddelingswet 1930 (Stb. 1930, 433)

Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402)

Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (1990, 403)

Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618)

Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 619)

Periode: 1945–

Opmerking: de wet- en regelgeving op een specifiek beleidsterrein is bij dat deelbeleidsterrein opgenomen.

Waardering: B (1)

5

Handeling: Het beslissen in gevallen waarin de regelgeving inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid niet voorziet en/of het maken van uitzonderingen op die regelgevingen in geval van onbillijkheid.

Grondslag: –

Product: beschikkingen

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Verantwoording van het beleid

6

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen.

Grondslag: –

Product: series jaarverslagen

Periode: 1945–

Waardering: B (2)

7

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: brieven, notities

Periode: 1945–

Waardering: B (2)

8

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: brieven, notities

Periode: 1945–

Waardering: B (2)

9

Handeling: Het meewerken aan ministerie-breed beleid voor zover het arbeidsvoorzieningen betreft.

Bron: –

Product: bijvoorbeeld: de Sociale Nota’s

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

10

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid en het voeren van verweer in beroepsschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.

Grondslag: Wet beroep administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284) art. 4;

Algemene Wet Bestuursrecht (Stb. 1994, 1)

Product: beschikkingen, verweerschriften

Periode: 1945–

Waardering: B (3)

Informatieverstrekking

11

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: Grondwet 1887 (Stb. 1887, 212) artikel 8, Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) artikel 5

Product: brieven aan burgers e.d.

Periode: 1945–

Waardering: V 2 jaar

12

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: voorlichtingsmateriaal, zoals de publiciteitscampagne om ondernemers te vragen meer vacatures aan te melden bij arbeidsbureaus (1977/1978)

Periode: 1945–

Waardering: V 2 jaar. Een exemplaar van het vastgestelde voorlichtingsmateriaal wordt bewaard.

Onderzoek

13

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: offerte, brieven, rapporten

Periode: 1940–

Waardering: B (1) vastgestelde onderzoeksrapporten

14

Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Grondslag: –

Product: nota’s, notulen, brieven

Periode: 1940–

Waardering: V 5 jaar na beeindiging van het onderzoek

15

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het arbeidsvoorzieningsbeleid

Grondslag: –

Periode: 1940–

Waardering: V 5 jaar na beëindiging van het onderzoek

16

Handeling: het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek

Grondslag: –

Product: rekeningen, declaraties

Periode: 1940–

Waardering: V 5 jaar nadat onderzoek door de Algemene Rekenkamer over het betreffende jaar heeft plaatsgevonden

Organisatie

17

Handeling: Het geven van richtlijnen betreffende de inschakeling van en samenwerking tussen bestuursorganen ten behoeve van de arbeidsvoorziening.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 4

Product: ministeriële besluiten, zoals:

Richtlijnen samenwerking met provinciale commissies voor de werkgelegenheid (Stcrt. 1954, 227)

Periode: 1954–

Waardering: V 5 jaar na intrekking

Subsidiëring

18

Handeling: Het verstrekken van subsidies voor activiteiten welke passen in het werkgelegenheids- en het arbeidsmarktbeleid.

Grondslag: o.a. Kaderwet SZW-subsidies (Stb. 1997, 285) art. 2, art. 4

Product: beschikkingen

Periode: 1945–

Opmerking: – De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijke regeling nodig is. Op 1 januari 1998 is daarom de Kaderwet SZW-subsidies in werking getreden.

– zie paragraaf 3.2.2. ‘Europees Sociaal Fonds’ voor handelingen betreffende subsidieverlening in het kader van het ESF;

Waardering: V 5 jaar nadat onderzoek door de Algemene Rekenkamer over het betreffende jaar heeft plaatsgevonden

19

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling stellen van regels met betrekking tot het verstrekken van subsidies.

Grondslag: Kaderwet SZW-subsidies (Stb. 1997, 285) art. 3

Product: algemene maatregelen van bestuur, regelingen

Periode: 1998–

Waardering: B (5)

20

Handeling: Het vaststellen van een subsidieplafond voor de verschillende activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en het bepalen op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

Grondslag: Kaderwet SZW-subsidies (Stb. 1997, 285) art. 5

Product: besluiten

Periode: 1998–

Opmerking: de Minister van Financiën kan instemmen met het achterwege laten van het bepalen op welke wijze het beschikbare geld wordt verdeeld.

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur

22

Handeling: Het aanwijzen van personen die met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Kaderwet SZW-subsidies aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast.

Grondslag: Kaderwet SZW-subsidies (Stb. 1997, 285) art. 8

Product: besluiten

Periode: 1998–

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur aanwijzing

Instellen van commissies

23

Handeling: Het instellen van commissies, raden en werkgroepen.

Grondslag: –

Product: instellingsbeschikking interdepartementale commissie werkgelegenheid

Periode: 1945–

Waardering: B (4)

3.2 Internationale aangelegenheden

3.2.1 Europese Unie

Algemeen

25

Handeling: het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.

Product: besluiten

Periode: 1958–

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur benoeming

Raadsbesluiten

26

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen over geleverde bijdrage.

Product: brieven, verslagen

Periode: 1958–

Waardering: B (1)

27

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van arbeidsvoorzieningsbeleid.

Product: Concept-fiches

Periode: 1958–

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: B (1)

28

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

29

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

30

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

31

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B (1)

32

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Waardering: B (1)

33

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Product: nota’s

Periode: 1993–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B (1)

Uitvoeringsbepalingen van de Europese Commissie

34

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité.

Product: voordrachten

Periode: 1958–

Opmerking: de Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur benoeming

35

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid, die besproken worden in raadgevend comité, een beheerscomité of een regelementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– Wanneer meerdere departementen betrokken zijn, leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.

– Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

36

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over de door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen met betrekking tot het arbeidsvoorzieningsbeleid, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze commissies en werkgroepen.

Product: nota’s, verslagen

Periode: 1958–

Opmerking: – Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

– Wanneer meerdere departementen betrokken zijn, leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.

– Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

Waardering: B (1)

Implementatie van de Europese regelgeving

37

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.

Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

Product: implementatieplannen

Periode: 1993–

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgelegd voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B (1)

38

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het arbeidsvoorzieningsbeleid.

Product: besluiten

Periode: 1958–

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur benoeming

39

Handeling: Het implementeren van internationale regels aangaande arbeidsvoorzieningen in bestaande of nieuwe regelgeving op nationaal niveau.

Grondslag: EG-richtlijnen

Product: (aangepaste) nationale wet- en regelgeving

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

40

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen.

Grondslag:

Product: aanwijzingen

Periode: 1958–

Waardering: V 5 jaar na vervallen aanwijzing

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

Subsidiëring

41

Handeling: Het indienen van projecten, aanvragen om bijstand of plannen bij de Europese Commissie.

Grondslag: Besluit betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (71/66/EEG) art. 6, ingetrokken bij Besluit van de Raad van 17 oktober 1983 betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (83/516/EEG)

Besluit van de Raad van 20 december 1977 betreffende de bijstand van het Europees Sociaal Fonds ten gunste van migrerende arbeidskrachten (77/803/EEG)

Verordening van de Raad van 8 november 1971 ter uitvoering van het Besluit van de Raad van 1 februari 1971 betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (EEG nr. 2396/71) art. 5, gewijzigd Verordening van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende de taken van het Europees Fonds Verordening (EEG) Nr. 2950/83 art. 4

Verordening van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (Verordening (EEG) nr. 2052/88) art. 10, tweede lid, vervangen Verordening van de Raad van 20 juli 1993 (Verordening (EEG) nr. 2081/93) art. 10 eerste en tweede lid

Product: projectbeschrijvingen, plannen, aanvragen

Periode: 1971–

Opmerking: Met ingang van 1-1-1991 maakt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zelf plannen, operationele programma’s c.q. bijstandsaanvragen op voor doelstelling 3.

Waardering: B (5)

42

Handeling: Het toezenden van een lijst met namen van overheidsinstanties die door hem zijn gemachtigd om financiële bijstand te verlenen ten behoeve van acties, verricht door privaatrechtelijke organen of lichamen en een goede uitvoering van de activiteiten te garanderen.

Grondslag: Verordening ter uitvoering van het Besluit van de Raad betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (EEG nr. 2396/71) art. 4

Product: lijsten met namen van overheidsinstanties

Periode: 1971–

Waardering: V 10 jaar na vervanging

43

Handeling: Het vaststellen van een procedure voor het indienen van aanvragen om bijstand en het mededelen daarvan aan de Commissie.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 1

Product: brieven

Periode: 1972–

Opmerking: Elke lid-staat deelt de procedure mede aan de Commissie. De Commissie maakt de procedure bekend door een mededeling in het ‘Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen’.

Waardering: B (3)

44

Handeling: Het informeren van de Commissie inzake de aanvang en voortgang van activiteiten.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 4, eerste lid

Product: brieven

Periode: 1972–

Waardering: B (3)

45

Handeling: Het informeren van de verantwoordelijke voor een activiteit betreffende elke door de Commissie verrichte betaling.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 4, tweede lid

Product: brieven

Periode: 1972–

Waardering: V 10 jaar na beëindiging activiteit

46

Handeling: Het instemmen met het verzoek van de Raad dat door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat wordt overgegaan tot verificaties of onderzoeken met betrekking tot de door het Fonds gefinancierde activiteiten.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 5, derde lid,

Verordening van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende taken van het Europees Sociaal Fonds (EEG Nr. 2950/83) art. 7 vierde lid

Product: brieven

Periode: 1972–

Waardering: V 10 jaar na beëindiging activiteit

47

Handeling: Het houden van toezicht op het gebruik van de bijstand van de Fondsen in het kader van het communautaire bestek en de specifieke acties (programma’s en dergelijke).

Grondslag: Verordening van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsverklaringen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (verordening (EEG) Nr. 4253/88) art. 25, eerste lid;

Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 23, eerste lid

Product: verslagen, steekproefcontroles

Periode: 1988–

Opmerking: deze handeling omvat ook het informeren van de Commissie inzake genomen maatregelen om:

– regelmatig te verifiëren dat de door de Gemeenschap gefinancierde maatregelen stipt zijn uitgevoerd;

– onregelmatigheden te voorkomen;

– door misbruik of nalatigheid verloren middelen te recupereren.

Waardering: V 15 jaar na beëindiging programma’s. In het geval van fraude, is artikel 5e van het Archiefbesluit van toepassing

48

Handeling: Het aanwijzen van een autoriteit die voor iedere meerjarenactie voortgangsrapportages aan de Commissie zendt.

Grondslag: Verordening van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsverklaringen van Verordening ((EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (verordening (EEG) Nr. 4253/88) art. 25, eerste lid;

Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 23, eerste lid

Product: aanwijzing

Periode: 1988–

Waardering: V 10 jaar na vervallen aanwijzing

49

Handeling: Het toekennen van subsidies in het kader van ESF-doelstellingen, programma’s en bijstandsregelingen.

Grondslag: onder meer Regeling Communautair Initiatief Werkgelegenheid (Stcrt. 1995, 39)

Regeling Communautair Initiatief Werkgelegenheid II (Stcrt. 1997, 33)

Regeling Communautair Initiatief ADAPT-II (Stcrt. 1997, 33)

Wijziging subsidieregelingen ADAPT-II en werkgelegenheid II (Stcrt. 1997, 63)

Subsidieregeling ESF doelstelling 4 ‘Scholing voor behoud van werk’ (Stcrt. 1995, 83)

Product: beschikkingen

Periode: 1995–

Opmerking: de toekenning van subsidies in het kader van de doelstelling 3 van het ESF wordt sinds 1991 uitgevoerd door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Waardering: V 7 jaar na beëindiging programma, regeling

50

Handeling: Het er op toezien dat aan de ingediende plannen de nodige bekendheid wordt gegeven en het in kennis stellen van de Commissie van de ter zake genomen initiatieven.

Grondslag: Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 32, eerste en tweede lid

Product: brieven

Periode: 1993–

Waardering: V 10 jaar na afloop plan

Toezicht

51

Handeling: Het aanwijzen van drie leden van het comité van toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen, waarvan één het voorzitterschap bekleedt.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 3 lid 1

Product: beschikkingen

Periode: 1995–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

57

Handeling: Het goedkeuren van het verschuiven van middelen die de Europese Commissie voor elk jaar ter beschikking heeft gesteld tussen begrotingsposten binnen het desbetreffende initiatief, dan wel overhevelen naar een volgend jaar.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 9 lid 2

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1995–

Waardering: V 10 jaar na vaststelling begroting

60

Handeling: Het aanwijzen van drie leden, waarvan een het voorzitterschap bekleedt van het Comité van toezicht ‘doelstelling 3’.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 3 lid 1

Product: beschikkingen

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

62

Vervallen

68

Handeling: Het goedkeuren van het verschuiven van middelen die de Europese Commissie voor elk jaar ter beschikking heeft gesteld ter verwezenlijking van doelstelling 3 tussen begrotingsposten binnen het desbetreffende initiatief, dan wel overhevelen naar een volgend jaar.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 9, tweede lid

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1997–

Waardering: V 10 jaar na vaststelling begroting

Samenwerking tussen Ministerie van Sociale Zaken en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie

72

Handeling: Het toetsen van de van de zijde van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie ontvangen plannen, wijzigingen van plannen operationele programma’s c.q. bijstandsaanvragen bij de Europese Commissie, alsmede het op de hoogte stellen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie van de beslissing van de Europese Commissie.

Grondslag: Overeenkomst tussen Staat en Arbeidsvoorzieningsorganisatie inzake ESF (Stcrt. 1991, 192) art. 2 lid 4, art. 3 lid 2, zoals gewijzigd (Stcrt. 1996, 84) art. 1 en art. 3

Product: brieven

Periode: 1991–

Opmerking: de Minister van Sociale Zaken toetst de plannen, wijzigingsvoorstellen daarop en operationele programma’s aan de geldende EEG-voorschriften en aan de wet.

Waardering: B (5)

73

Handeling: Het aanwijzen van personen die controles mogen uitoefenen.

Grondslag: Overeenkomst tussen Staat en Arbeidsvoorzieningsorganisatie inzake ESF (Stcrt. 1991, 192) art. 5 lid 1, art. 7 lid 2

Product: beschikkingen

Periode: 1991–

Opmerking: het betreft hier controles met betrekking tot:

a. de inrichting en toegankelijkheid van de administratie van de subsidie-ontvanger;

b. het bijhouden van een adequate administratie door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met betrekking tot de bestemming van de uit het Europees Sociaal Fonds ter beschikking gestelde middelen

Waardering: V 10 jaar na intrekking beschikking

74

Handeling: Het geven van voorschriften t.a.v. het bijhouden van een adequate administratie door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met betrekking tot de bestemming van de uit het Europees Sociaal Fonds ter beschikking gestelde middelen.

Grondslag: Overeenkomst tussen Staat en Arbeidsvoorzieningsorganisatie inzake ESF (Stcrt. 1991, 192) art. 7 lid 1

Product: voorschriften

Periode: 1991–

Waardering: V 15 jaar na vervallen voorschrift

75

Handeling: Het aanwijzen van instanties die operationele programma’s mogen uitvoeren.

Grondslag: Wijziging overeenkomst Staat/Arbvo betreffende Europees Sociaal Fonds (Stcrt. 1996, art. 4 lid 2

Product: aanwijzing

Periode: 1996–

Opmerking: Het betreft hier operationele programma’s die niet vallen onder de doelstellingen 1, 2, 3 of 5b, als bedoeld in artikel 1 verordening (EG) 2052/88.

Waardering: V 10 jaar na vervallen aanwijzing

76

Handeling: Het goedkeuren van het door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie opgestelde plan voor het toezicht op de rechtspersonen die terzake van de uitvoering van een operationeel programma subsidie ontvangen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Wijziging overeenkomst Staat/Arbvo betreffende Europees Sociaal Fonds (Stcrt. 1996, art. 4 lid 2

Product: brieven

Periode: 1996–

Waardering: B (5)

77

Handeling: Het, na overleg met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, stellen van nadere regels met betrekking tot de inrichting van de begroting van inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking heeft op uit het ESF ter beschikking gestelde middelen.

Grondslag: Wijziging overeenkomst Staat/Arbvo betreffende Europees Sociaal Fonds (Stcrt. 1996, art. 6a

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling

3.2.3 Overige intergouvermentele organisaties

79

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid en het presenteren van Nederlandse standpunten in inter-gouvernementele organisaties.

Grondslag: –

Product: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

80

Handeling: Het voorbereiden van deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursorganen van internationale organisaties inzake arbeidsvoorziening

Grondslag: –

Product: verslagen, notulen, notities, rapporten

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

82

Handeling: Het vaststellen van het aantal Gewestelijke Arbeidsbureaus en het gebied waarover zij zich uitstrekken.

Grondslag: Besluit van de waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken van 24 september 1940 (Vb. 1940, 166), art. 3, tweede lid; Arbeidsbemiddelingswet 1930, art. 3, tweede lid, zoals gewijzigd (Stb. 1960, 94) (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: ministeriële besluiten, zoals:

– Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 13 juli 1964 (Stcrt. 1964, 151)

– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 17 mei 1976 (Stcrt. 1976, 143)

– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 1 april 1985 (Stcrt. 1985, 74)

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging besluit

83

Handeling: Het benoemen van de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 2, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: benoemingsbeschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

84

Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 2, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: richtlijnen

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

85

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Centrale Commissie van Bijstand en Advies

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 2, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: benoemingsbeschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

86

Handeling: Het stellen van regels betreffende aan de voorzitter en leden van de Centrale Commissie van Bijstand en Advies toe te kennen vergoedingen wegens gemaakte onkosten en loonderving

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 2, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: regels

Periode: 1945–1960

Waardering: V 10 jaar na vervanging regels

89

Handeling: Het benoemen van directeuren van Gewestelijke Arbeidsbureaus of bijkantoren.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: (benoemings)beschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

90

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Commissie van Advies.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: (benoemings)beschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

91

Handeling: Het stellen van regels betreffende het aan de voorzitters en leden van de Commissie van Advies toe te kennen vergoedingen wegens gemaakte onkosten en loonderving.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: regels

Periode: 1945–1990

Waardering: V 10 jaar na vervanging regels

92

Handeling: Het vaststellen van vergaderinstructies voor de Centrale commissie van bijstand en advies.

Grondslag: Beschikking no.11954 van 1 augustus 1946 (Stcrt. 1946, 153)

Product: vergaderinstructies

Periode: 1946–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging instructie

94

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vorderen van medewerking van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op terreinen die grenzen aan dat van de arbeidsvoorziening.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 5

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1991–1996

Opmerking: De algemene maatregel van bestuur geldt maximaal twee jaar.

Waardering: B (5)

95

Handeling: Het (bij Koninklijk Besluit) benoemen, schorsen of ontslaan van de (plaatsvervangende) voorzitters en leden van het Centraal Bestuur.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402), art. 12, lid 2 en 6, art. 16, lid 1 en 2; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 17, lid 3 en 4, art. 21

Product: onder andere:

– Benoemingsbesluit Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (Stcrt. 1990, 249)

– Benoemingsbesluit leden Centraal bestuur voor de Arbeidsvoorziening (Stcrt. 2000, 17)

Periode: 1991–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

96

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels omtrent de (on)verenigbaarheid van het lidmaatschap van leden van het Centraal Bestuur en Regionale besturen voor de Arbeidsvoorziening met andere functies, ambten en werkzaamheden.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 15, tweede lid; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 20, lid 2, art. 31

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1991–

Waardering: V 2 jaar na intrekking

97

Handeling: Het bekendmaken van de aanwijzingen van de Stichting van de Arbeid betreffende voordrachten van (plaatsvervangende) leden van het Centraal of Regionaal Bestuur door de Stichting van de Arbeid aan te wijzen (in de desbetreffende regio) representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402), art. 20, lid 2, art. 25, lid 8, art. 31 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: bekendmakingen

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na bekendmaking

98

Handeling: Het benoemen van en het verlenen van (tussentijds) ontslag van (plaatsvervangende) leden van de ontslagcommissie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 37, lid 4 en 6; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 43, lid 3, 4 en 6

Product: beschikkingen

Periode: 1991–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

99

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels ten aanzien van het jaarlijks herzien van de bedragen voor de Rijksbijdrage aan de hand van de loon- en prijsontwikkelingen.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 38, lid 2 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: algemene maatregelen van bestuur, o.a. Besluit houdende regelen met betrekking tot de betaling van de bijdrage van het Rijk aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie (Stb. 1990, 663)

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na vervanging besluit

100

Handeling: Het tweejaarlijks bepalen of de bijdrage voor het derde jaar dat volgt op het jaar waarin hij zijn oordeel bepaalt en voor daarop volgende jaren, aanpassing behoeft en het informeren van beide Kamers der Staten-Generaal over de aanpassing van de bijdragen aan de inkomsten van de Arbeidsvoorzieningorganisatie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 38, lid 3 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: beschikking

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar

101

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels ten aanzien van de afdracht van de opbrengst van de heffingen door het Algemeen Werkloosheidsfonds aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 41 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na vervanging regels

102

Handeling: Het informeren van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal en de Algemene Rekenkamer over (het ontwerp) van de landelijke begroting, de jaarrekening, de landelijke begroting, het landelijk (meerjaren) beleidskader en het jaarverslag van het Centraal Bestuur.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 43, lid 3, art. 46, art. 57, lid 7 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: brieven

Periode: 1991–1996

Opmerking: de Algemene Rekenkamer wordt geinformeerd over het ontwerp van de landelijke begroting en het landelijk meerjaren beleidskader

Waardering: B (3)

103

Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging) van de (definitieve) landelijke begroting en het landelijk beleidskader c.q. beleidsplan.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 52, lid 2 en 3, art. 53, lid 1, art. 53, lid 5;

Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 55, lid 1, art. 56, art. 57, lid 1 en 3

Product: beschikking

Periode: 1991–

Opmerking: onder deze handeling valt ook het informeren van de beide Kamers der Staten-Generaal, alsmede het mededelen van het besluit aan het Centraal Bestuur

Waardering: B (3)

105

Handeling: Het informeren van het Centraal Bestuur over het beheer en de administratie van de inkomsten en uitgaven door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 108 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: brieven, nota’s

Periode: 1991–1996

Waardering: B (5)

106

Handeling: Het goedkeuren, schorsen, vernietigen van besluiten en regelingen van het Centraal Bestuur.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb.1990, 402) art. 109; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb.1996, 618), art. 87, lid 1

Product: onder andere:

– Regeling vergoedingen Centraal Bestuur (CBA no. 1991/005)

– Regeling Financieel Beheersreglement Arbeidsvoorzieningsorganisatie (CBA no. 1991/025)

Periode: 1991–

Opmerking: Het betreft hier regelingen op het gebied van de interne organisatie, zoals:

– het vaststellen van de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden ten aanzien van andere werkzaamheden als bedoeld in art. 3 van de Arbeidsvoorzieningswet en het verlenen van overige diensten, verband houdende met personeelsvoorziening

– het vaststellen van een algemene regeling met betrekking tot de rechtspositie van de voorzitter en de toekenning van een schadeloosstelling en van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan de overige leden en plaatsvervangende leden

– het stellen van regels voor het Regionaal Bestuur voor het toekennen van een schadeloosstelling en een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan zijn voorzitter en zijn (plaatsvervangende) leden.

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

107

Handeling: Het bij koninklijk besluit schorsen of vernietigen van besluiten van het Centraal Bestuur die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (1990, 402) art. 112; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb.1996, 618) art. 88, lid 1

Product: Koninklijke besluiten

Periode: 1991–

Waardering: B (3)

108

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur treffen van voorzieningen wanneer de Arbeidsvoorzieningsorganisatie de uit een wet voortvloeiende verplichtingen niet nakomt.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 115, eerste lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1990–

Waardering: B (5)

109

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van bepalingen uit de Arbeidsvoorzieningswet.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 116 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: Beschikking tot toekenning van toezichthoudende bevoegdheden aan de (ambtenaren van) de DIA en de LTD van het Ministerie van SZW (Stcrt. 1990, 251)

Organisatie- en mandaatbesluit Inspectiedienst SZW 1994 (Stcrt. 1994, 83)

Organisatie- en mandaatbesluit Arbeidsinspectie 1996 (Stcrt. 1996, 128)

Periode: 1991–

Waardering: V 5 jaar na vervanging besluit

110

Handeling: Het verlenen van toestemming aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie om zich te laten bijstaan door daartoe door de Minister van SZW aan te wijzen ambtenaren.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 117 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: beschikking

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na verlening toestemming

111

Handeling: het informeren van de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en effecten van de Arbeidsvoorzieningswet in de praktijk.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 121; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 96

Product: brieven, verslagen

Periode: 1991–

Waardering: B (3)

112

Handeling: Het vaststellen van een regeling van arbeidsvoorwaarden.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 5, lid 1 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: regelingen

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling

113

Handeling: Het, als vertegenwoordiger van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, afsluiten van huurovereenkomsten met het Rijk of derden.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 6, lid 2 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: huurovereenkomsten

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na afloop huurovereenkomst

114

Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een lijst met roerende zaken die worden toegerekend aan het Directoraat-generaal van de Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 6, lid 3 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: lijst met roerende zaken

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar

115

Handeling: Het vaststellen van regels die zijn gaan gelden als regels vastgesteld door het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening krachtens art. 86 resp. 94 van de Arbeidsvoorzieningswet.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 7, lid 5 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: – Besluit Regeling voor de arbeidsbemiddeling door derden (Stcrt. 1990, 245)

– Besluit Regeling voor ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stcrt. 1990, 245)

Periode: 1991–1996

Waardering: B (5)

116

Handeling: Het aanwijzen van de directeuren van de Gewestelijke Arbeidsbureaus, zolang er geen Regionale Directeuren zijn benoemd.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 12 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: beschikking

Periode: 1991–1996

Waardering: V 5 jaar na vervallen aanwijzing

117

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels met betrekking tot bevordering van de samenwerking van de arbeidsvoorzieningsorganisatie met derden om inschakeling van uitkeringsgerechtigden in het arbeidsproces te bevorderen.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb.1996, 618) art. 6, lid 2

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

118

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels met betrekking tot het verrichten van de taken van arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb.1996, 618) art. 9, lid 3

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

119

Handeling: Het goedkeuren van oprichting of mede-oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, indien dat naar het oordeel van het Centraal Bestuur bijzonder aangewezen moet worden geacht.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb.1996, 618) art. 10, lid 2

Product: beschikking

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

120

Handeling: Het, gehoord het Centraal Bestuur, bepalen van het aantal Regionale Besturen en hun werkgebieden.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 13

Product: onder andere:

– Regeling werkgebieden Regionale Besturen Arbeidsvoorziening 1997 (Stcr. 1997, 100)

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

121

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de bevoegdheid van het Centraal Bestuur en de Regionale Besturen tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven en de daaraan ten grondslag te leggen begrotingen en beleidsplannen, voor zover dat in verband met de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 noodzakelijk is.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 619) art. 17 lid 2, art. 17 lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1997–

Opmerking: – het Centraal bestuur Arbeidsvoorziening wordt gehoord

– zonodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij en krachtens de Arbeidsvoorzieningswet 1996

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

122

Handeling: Het schorsen en ontslaan van de voorzitter en (plaatsvervangende) leden van het Regionaal Bestuur.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 33

Product: beschikking

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar

123

Handeling: Het vaststellen van de basis- en prestatiebijdrage.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 47, lid 2, lid 4 en 5, art. 48, lid 2, lid 5, lid 6

Product: verslagen, bekendmakingen, brieven, financiële bescheiden

Periode: 1997–

Opmerking: Deze handeling omvat tevens het aan de Arbeidsvoorziening bekend maken van het bedrag van de basis- en prestatiebijdrage en het jaarlijks overleggen met het Centraal Bestuur over de hoogte van het bedrag, de bestemming daarvan voor de verschillende taken en de daarvoor tenminste te leveren prestaties

Waardering: V 10 jaar

124

Handeling: het verstrekken van een voorschot op de basis- en prestatiebijdrage.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 47, lid 3, art. 48, lid 4

Product: beschikking

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar

125

Handeling: Het geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen van de rijksbijdrage, alsmede het informeren van de beide kamers der Staten-Generaal hierover.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 65, lid 1 en 3

Product: brieven, notities

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

126

Handeling: Het goedkeuren van besluiten tot het aangaan van een geldlening.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 66

Product: besluit

Periode: 1996–

Waardering: V 5 jaar na afloop geldlening

127

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de verstrekking van gegevens betreffende vacatures.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 78, lid 2

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1997–

Waardering: V 2 jaar na vervanging regeling

128

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met betrekking tot de uitvoering van haar taak.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 86, lid 1

Product: aanwijzingen

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

129

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur treffen van voorzieningen voor het geval het Centraal Bestuur zijn uit een wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 90, lid 1

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

130

Vervallen

131

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen door het Centraal Bestuur aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 91, lid 3

Product: onder andere:

– Regeling informatie Arbeidsvoorziening

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

132

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit waarin het tijdstip wordt bepaald dat de vergoeding, die terzake ten laste van de Rijks kas bij of krachtens wet is vastgesteld of ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds bij wet is vastgesteld, slechts bestemd is voor vergoeding voor de dienstverlening door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 619) art. 33, lid 1

Product: Koninklijke Besluiten

Periode: 1997–

Waardering: V 10 jaar

133

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de vergoeding voor de dienstverlening door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie c.q. door derden.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 619) art. 33, lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

3.4 Arbeidsbemiddeling

134

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het arbeidsbemiddelingsbeleid

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

135

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de arbeidsbemiddeling en (her-, om-) scholing.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51) art. 11 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: – Beschikking no.11954 van 1 augustus 1946 (Stcrt. 1946, 153)

– Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283)

– Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305)

– Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 13 juli 1964 (Stcrt. 1964, 151)

– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 17 mei 1976 (Stcrt. 1976, 143)

– Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 1 april 1985 (Stcrt. 1985, 74)

– Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

136

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur regelen van de wijze waarop werkgeversverenigingen en vakbonden arbeidsbureaus in kennis stellen van stakingen.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 6, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: algemene maatregelen van bestuur

– Koninklijk besluit van 8 december 1931 (Stb. 1931, 497)

– Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283)

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

137

Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het uitoefenen van arbeidsbemiddeling zonder winstoogmerk.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 36, zoals gewijzigd (Stb. 1960, 94);

Besluit van de waarnemend secretaris-generaal van Sociale Zaken van 24 september 1940 (Vb. 1940, 166) art. 6, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar vervallen vergunning

138

Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het uitoefenen van arbeidsbemiddeling met winstoogmerk.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 43 en art. 55; Besluit van de waarnemend secretaris-generaal van Sociale Zaken van 24 september 1940 (Vb. 1940, 166) art. 6, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na vervallen vergunning

139

Handeling: Het vaststellen van tarieven voor arbeidsbemiddeling met winstoogmerk.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 50; Koninklijk besluit van 8 december 1931 (Stb. 1931, 499) art. 2, zesde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: regelingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

140

Handeling: Het houden van toezicht op de arbeidsbemiddeling met winstoogmerk.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 56, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: rapporten

Periode: 1945–1990

Waardering: V 15 jaar

141

Handeling: Het instellen van arbeidsbemiddelingscommissies voor bepaalde beroepen of beroepsgroepen.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 56, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

143

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur nader regelen van arbeidsbemiddeling met winstoogmerk.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 57 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Koninklijk besluit van 8 december 1931, (Stb. 1931, 499)

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

144

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur regelen van arbeidsbemiddeling uit en naar Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao.

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 62 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

152

Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan het Rijksarbeidsbureau.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51) art. 2, lid 2 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: Besluit van 21 november 1973, houdende opdracht van een taak aan het Rijksarbeidsbureau (Stb. 1973, 607)

Periode: 1944–1990

Waardering: B (4)

162

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur nader definiëren van arbeidsbemiddeling.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 77, eerste lid, tweede lid (b.w. Stb. 1996, 618)

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1990–1996

Waardering: B (5)

163

Handeling: Het vaststellen van regels die vergunninghouders in acht moeten nemen.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 86, eerste lid

Product: Regeling voor de arbeidsbemiddeling door derden (Stcrt. 1990, 245)

Periode: 1990

Opmerking: De minister heeft deze regels vastgesteld. Ingevolge de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 7, vijfde lid gelden deze regels als vastgesteld door het CBA vanaf 1 januari 1991.

Waardering: V 5 jaar na vervanging regels

164

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor de vergunning tot arbeidsbemiddeling van bepaalde categorieën van werkzoekenden of werkgevers.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 4

Product: Besluit arbeidsbemiddeling (Stb. 1998, 381)

Periode: 1998–

Waardering: B (5)

165

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 13, lid 1

Product: Regeling houdende aanwijzing van ambtenaren van de Arbeidsinspectie als toezichthouders, bedoeld in de Wet allocatie arbeid door intermediairs (Stcrt. 1998, 195)

Periode: 1998–

Waardering: V 5 jaar na geldigheid aanwijzing

166

Handeling: Het informeren van de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 23

Product: verslag

Periode: 1998–

Waardering: B (2)

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

167

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beroepskeuzevoorlichtingsbeleid

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

168

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: –

Product: – Beschikking inzake vergoeding voor voorlichting bij keuze van beroep of studieregeling (Stcrt. 1950, 6)

– Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1963 (Stcrt. 1963, 175)

– Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting 1970 (Stcrt. 1970, 241)

– Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247)

– Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403)

– Organisatiebesluit Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1990, 251)

Periode: 1945–

Opmerking: Voor subsidieregelingen, zie handeling 176

Waardering: B (1)

171

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van de subsidieverstrekking.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 62) art. 18; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1962, 9) art. 20

Product: beschikkingen

Periode: 1945–1975

Opmerking: Voor de periode na 1974, zie handeling nr.10.

Waardering: B (3)

173

Handeling: Het instellen van de Commissie van advies voor de organisatie van de beroepskeuzevoorlichting (commissie Langeveld).

Grondslag: –

Product: Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 1 oktober 1951, nr. 5167 afd. RAB 4 (Commissie-Langeveld)

Periode: 1951

Waardering: B (4)

174

Handeling: Het benoemen van de voorzitter, secretaris en leden van de Commissie van advies voor de organisatie van de beroepskeuzevoorlichting (commissie Langeveld).

Grondslag: Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 1 oktober 1951, nr. 5167 afd. RAB 4 (b.w. Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 8 juli 1958, nr. 42221 afd. RAB 4a)

Periode: 1951–1957

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

176

Handeling: Het voorbereiden en opstellen van subsidieregelingen voor particuliere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: –

Product: subsidieregelingen, zoals

– Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in standhouden (Stcrt. 1953, 8)

– Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie over het jaar 1956 ten behoeve van bijzondere bureaus tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze (Stcrt. 1956, 172)

– Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen tot beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82)

– Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1962 (Stcrt. 1962, 9)

– Rijkssubsidieregeling Beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96)

– Besluit Financiële bijdrage aan gesubsidieerde SBKV-instellingen in 1989 (Stcrt. 1989, 106)

Periode: 1951–1990

Waardering: B (1)

178

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan instellingen die actief zijn op het gebied van de studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in stand houden (Stcrt. 1953, 8) art. 4; Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie over het jaar 1956 ten behoeve Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen tot beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 1; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1962 (Stcrt. 1962, 9) art. 1; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96) art. 2; Besluit Financiële bijdrage aan gesubsidieerde SBKV-instellingen in 1989 (Stcrt. 1989, 106)

Product: beschikkingen

Periode: 1951–1990

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

179

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op bureaus tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in stand houden (Stcrt. 1953, 8) art. 7; Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie over het jaar 1956 ten behoeve van het in stand houden van bijzondere bureaus tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze (Stcrt. 1956, 172) art. 7; Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen tot beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 16–17; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1962 (Stcrt. 1962, 9) art. 17–18; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96) art. 9, art. 30; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1989, 106) art. 4

Product: rapporten

Periode: 1951–1961

Opmerking: De Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1986, 96) art. 9 noemt de controle van werkplannen.

Waardering: V 15 jaar

180

Handeling: Het instellen van de adviescommissie voor de beroepskeuzevoorlichting (commissie-Duijker).

Grondslag: –

Product: Beschikking van de Minister van Sociale Zaken d.d. 14 oktober 1959, nr. 15691 (Stcrt. 1959, 203) art. 3

Periode: 1959

Waardering: B (4)

181

Handeling: het benoemen van de leden en de secretaris van de adviescommissie voor de beroepskeuzevoorlichting (commissie-Duijker).

Grondslag: Beschikking van de Minister van Sociale Zaken d.d. 14 oktober 1959, nr. 15691 (Stcrt. 1959, 203) art. 3

Product: beschikking

Periode: 1959–1961

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

183

Handeling: Het op voordracht van de adviescommissie aanwijzen van de vice-voorzitter van de adviescommissie voor de beroepskeuzevoorlichting(commissie-Duijker).

Grondslag: Ministerieel besluit van 14 oktober 1959, nr. 15691 (Stcrt. 1959, 203) art. 4, eerste lid

Product: aanwijzing

Periode: 1959–1961

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

187

Handeling: Het goedkeuren van de financiering van nevenactiviteiten van bijzondere bureaus voor beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1962, 9) art. 15 derde lid (b.w. Stcrt. 1986, 96)

Product: beschikkingen

Periode: 1962–1986

Waardering: V 5 jaar na goedkeuring

188

Handeling: Het instellen van de adviescommissie voor de beroepenvoorlichting.

Grondslag: Ministerieel besluit van 16 januari 1962, nr. 00246 (Stcrt. 1962, 16) art. 1

Product: instellingsbesluit

Periode: 1962–1966

Waardering: B (4)

189

Handeling: Het benoemen van de leden en secretaris van de adviescommissie voor de beroepenvoorlichting

Grondslag: Ministerieel besluit van 16 januari 1962, nr. 00246 (Stcrt. 1962, 16) art. 3

Product: besluit

Periode: 1962–1966

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

190

Handeling: Het op voordracht van de commissie aanwijzen van de vice-voorzitter van de Adviescommissie voor de beroepenvoorlichting.

Grondslag: Ministerieel besluit van 16 januari 1962, nr. 00246 (Stcrt. 1962, 16) art. 4, eerste lid

Product: aanwijzing

Periode: 1962–1966

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

192

Handeling: Het instellen van de Raad voor de beroepskeuzevoorlichting

Grondslag: –

Product: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247), (b.w. Stb. 1990, 402)

Periode: 1963–1990

Waardering: B (4)

194

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit betreffende het voordragen voor benoeming van de voorzitter en leden van de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247) art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: Koninklijke besluiten

Periode: 1963–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

195

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de secretaris van de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247) art. 6 (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: beschikkingen

Periode: 1963–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

197

Handeling: Het stellen van regels betreffende de werkwijze van de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247), art. 10 (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: (ministeriële) regelingen

Periode: 1963–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging

200

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: –

Product: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228)

Periode: 1984

Opmerking: de stuurgroep wordt voorlopig voor een periode van drie jaar ingesteld. Na drie jaar zal er een uitdrukkelijke beslissing worden genomen over het voortbestaan van deze stuurgroep.

Deze beslissing is echter niet achterhaald kunnen worden. Daarom is de periode van de volgende handelingen met een ‘?’ afgesloten

Waardering: B (4)

204

Handeling: Het aanwijzen van leden van de interdepartementale stuurgroep beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 2

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

205

Handeling: Het aanwijzen van de voorzitter van de interdepartementale stuurgroep Studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 2

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

208

Handeling: Het aanwijzen van de secretaris van de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 6

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Opmerking: de minister die de voorzitter aanwijst, wijst uit de ambtenaren van zijn departement een secretaris aan voor dezelfde periode als waarvoor de voorzitter wordt aangewezen.

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

209

Handeling: Het opstellen van een Landelijk Programma Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Rijkssubsidieregeling Beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96)

Product: Landelijk Programma Beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1986, 166)

Periode: 1986–1961

Waardering: B (5)

211

Handeling: Het instellen van een Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 13

Product: Organisatiebesluit Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1990, 251)

Periode: 1990–?

Opmerking: De inspectie is toegevoegd aan het CBA.

Waardering: B (4)

212

Handeling: Het regelen van de taak en de organisatorische positie van de Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 13 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: Organisatiebesluit Inspectie van de beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1990, 251)

Periode: 1991–1996

Waardering: B (4)

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

213

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid met betrekking tot het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

214

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.

Grondslag: –

Product: – Loonregeling met betrekking tot het uitlenen van arbeidskrachten (Stcrt. 1962, 108) art. 1 onder b

– Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379)

– Koninklijk besluit van 10 september 1970 (Stb. 1970, 410)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

217

Handeling: Het bij (algemene maatregel van bestuur) treffen van nadere regelingen en stellen van regels op het terrein van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 2, eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: – Koninklijk besluit van 10 september 1970 (Stb. 1970, 410)

– Beschikking tijdelijke vergunningen Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stcrt. 1970, 179)

– Besluit vaststelling model aanvraagformulier vergunning (Stcrt. 1970, 195)

Periode: 1965–1990

Waardering: B (5)

218

Handeling: Het verlenen van vrijstellingen van het verbod om arbeidskrachten ter beschikking te stellen of het melden van het inlenen van arbeidskrachten.

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 3, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen/vrijstellingen

Periode: 1965–1990

Waardering: V 5 jaar na vervallen vrijstelling

219

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de gegevens en bewijsstukken die moeten worden verstrekt bij het verlenen van een vergunning om arbeidskrachten ter beschikking te stellen.

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 4 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1965–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging regels

220

Handeling: Het beslissen op vergunningaanvragen tot het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 4, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122); Koninklijk besluit van 10 september 1970 (Stb. 1970, 410) art. 1

Product: beschikkingen/vergunningen

Periode: 1965–1990

Opmerking: De minister werd in zijn beslissing over de vergunningverlening geadviseerd door de Commissie Vergunningen Uitleenbedrijven van de Raad voor de Arbeidsmarkt. De commissie kreeg haar informatie uit de aanvragen zelf en van de Gewestelijke Arbeidsbureaus en de Loontechnische Dienst.

Waardering: V 5 jaar na beslissing

221

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 8, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: besluit aanwijzing ambtenaren (Strct. 1970, 195)

Periode: 1965–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging besluit

223

Handeling: Het formuleren van het controlebeleid op de naleving van de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten 1965

Grondslag: –

Product: nota’s, verslagen e.d.

Periode: 1965–1990

Waardering: B (2)

224

Handeling: Het verlenen van toestemming aan vergunninghouders om de termijn van terbeschikkingstelling te verlengen.

Bron: (jaarlijkse) voorwaarden en voorschriften

Product: beschikkingen/toestemmingen

Periode: 1970–1990

Waardering: V 5 jaar na beëindiging toestemming

225

Handeling: Het verzamelen van staten, toegezonden door vergunninghouders, met gegevens van de werkzaamheden.

Bron: (jaarlijkse) voorwaarden en voorschriften

Product: (maandelijkse) staten

Periode: 1970–1990

Waardering: V 5 jaar

227

Handeling: Het geven van algemene aanwijzingen aan de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening voor het uitoefenen van de taak van deze Stichting.

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 4

Product: algemene aanwijzingen

Periode: 1977–1990

Opmerking: de Commissie van Bijstand en Advies wordt gehoord

Waardering: B (5)

228

Handeling: Het benoemen, ontslaan of schorsen van de bestuursleden van de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start)

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 6

Product: beschikkingen

Periode: 1977–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

229

Handeling: Het schorsen of vernietigen van besluiten van het bestuur van de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start)

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 13, lid 1

Product: besluit

Periode: 1977–1990

Waardering: B (5)

230

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften van het bestuur van de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start)

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 13, lid 2

Product: –

Periode: 1977–1990

Opmerking: de Commissie van Bijstand en Advies wordt gehoord

Waardering: B (5)

231

Handeling: Het goedkeuren van een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start)

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 19, lid 2

Product: brieven

Periode: 1977–1990

Opmerking: de Commissie van Bijstand en Advies wordt gehoord.

Waardering: B (5)

232

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur tot ontbinding van de Stichting en het aanwijzen van een of meer vereffenaars.

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 20, lid 3

Product: besluit

Periode: 1977–1990

Opmerking: de Commissie van Bijstand en Advies wordt gehoord.

Waardering: B (5)

233

Handeling: Het instellen van de Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Grondslag: Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284) art. 14

Product: Besluit Instelling Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Strct. 1985, 237)

Periode: 1975

Waardering: B (4)

234

Handeling: Het benoemen van de voorzitter, secretaris en leden van de Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten.

Grondslag: Besluit Instelling Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Strct. 1985, 237), art. II

Product: benoemingsbeschikkingen

Periode: 1985

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

236

Handeling: Het stellen van regels die door de vergunninghouder in acht moeten worden genomen.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 94, eerste lid

Product: Regeling voor terbeschikking stellen van arbeidskrachten (Stcrt. 1990, 245)

Periode: 1990–1991

Opmerking: De minister heeft deze regels vastgesteld. Ingevolge de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 7, vijfde lid gelden deze regels als vastgesteld door het CBA vanaf 1 januari 1991.

Waardering: B (5)

237

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor een of meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 12, lid 1

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1998–

Waardering: B (5)

238

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepalen dat het ter beschikkingstellen van arbeidskrachten in een of meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt slechts is toegestaan met een vergunning.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 12, lid 2

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1998–

Opmerking: Een vergunning van de Minister van Sociale Zaken is nodig ter bescherming van het belang van de goede verhouding op de arbeidsmarkt of van de betrokken arbeidskrachten.

Waardering: B (5)

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

240

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het arbeidsmobiliteitsbeleid

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

241

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de arbeidsmobiliteit.

Grondslag: –

Product: – Rijkssubsidie in de verplaatsingskosten voor werklozen (juni 1954)

– Rijksbijdrage in de vestigingskosten (juni 1954)

– Subsidieregeling Jeugdmigratie (augustus 1954)

– Migratieregeling (Stcrt. 1971, 87)

– Migratieregeling Noorden Des Lands (Stcrt. 1973, 62)

– Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128)

– Maatregel ondersteuning verplaatsing bedrijven (Stcrt. 1987, 3)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

246

Handeling: Het beoordelen van verzoeken om verplaatsingskosten voor werknemers van bedrijven die zich elders vestigen.

Grondslag: Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128) art. 9 en art. 11 (b.w. Stcrt. 1987, 3)

Product: beschikkingen

Periode: 1977–1987

Opmerking: De minister wint het advies in van zijn collega’s van Economische Zaken en Volkshuisvesting

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

248

Handeling: Het geven van nadere richtlijnen aan de directeuren van de Gewestelijke Arbeidsbureaus over de uitvoering van de subsidieregelingen voor verplaatsingskosten.

Grondslag: Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128) art. 13; Maatregel ondersteuning verplaatsing bedrijven (Stcrt. 1987, 3) art. 10

Product: richtlijnen

Periode: 1977–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging richtlijn

3.7.2 Buitenland

249

Handeling: Het formuleren van emigratiebeleid

Bron: Rijksbegrotingen

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

578

Handeling: Het voorbereiden van internationale overeenkomsten met emigratielanden

Grondslag: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: internationale overeenkomst

Periode: 1952–1992

Waardering: B (1)

250

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de emigratie.

Grondslag: –

Product: – Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279)

– Wet tot wijziging van de Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1967, 78)

– Emigratiewet (Stb. 1967, 659)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

251

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de vervoermiddelen waarop de Landverhuizingswet betrekking heeft.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 2 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

253

Handeling: Het verlenen van vergunningen om voor te mogen lichten over emigratie.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 5, eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

254

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van de hoogte en aard van de zekerheid die een reder moet stellen om emigranten per schip te vervoeren.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 6 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

255

Handeling: Het verlenen van vergunningen om werknemers (buiten de organen der openbare arbeidsbemiddeling om) te werven om in het buitenland werk aan te nemen.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 6, eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

256

Handeling: Het stellen van regels voor waarschuwingen.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 6, derde lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: ministeriële aanwijzingen

Periode: 1945–1967

Opmerking: Het gaat om teksten die potentiële emigranten ter hand gesteld moeten worden om ze te waarschuwen voor de gevaren die inherent aan landverhuizing zijn.

Waardering: B (5)

257

Handeling: Het stellen van regels voor de financiële zekerheid die een werkgever moet stellen voor hij een Nederlandse werknemer in het buitenland aanneemt.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 7, tweede lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: reglementen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

258

Handeling: Het tijdelijk verbieden van het vervoer van bepaalde groepen emigranten of het vervoer naar bepaalde landen.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 12 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: beschikking

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

259

Handeling: Het verlenen van vergunningen om emigranten per schip te vervoeren.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 13, eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

260

Handeling: Het maken van uitzonderingen op het vergunningenstelsel om emigranten per schip te vervoeren.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 13, vierde en vijfde lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: brieven

Periode: 1945–1967

Opmerking: De vergunning werd in de regel verstrekt voor een aantal havens. Hiervan kon worden afgeweken. Andere uitzonderingen waren mogelijk voor het te leveren bewijs dat men de schepen daadwerkelijk bezat.

Waardering: B (5)

261

Handeling: Het verlenen van vergunningen voor extra overeenkomsten tussen reder of ondernemer en emigranten.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 14, eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: vergunningen

Periode: 1945–1967

Opmerking: Het gaat om extra betalingen (boven de vervoerskosten), verplichte contracten met werknemers in het land van aankomst en kredietovereenkomsten.

Waardering: B (5)

262

Handeling: Het aanwijzen van de politiehoofden die toezicht moeten houden op de uitvoering van de Landverhuizingswet.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 15, tweede lid, art. 16, derde lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: regelingen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (5)

263

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen wat aan voorlichting dient te worden gegeven.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 22, eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1945–1967

Opmerking: Het gaat om bepalingen in het belang van gezondheid en veiligheid.

Waardering: B (5)

264

Handeling: Het instellen van de Commissie Landbouw Emigratie.

Grondslag:

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1949

Waardering: B (4)

266

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit betreffende het benoemen van een Commissaris voor de Emigratie

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 2 eerste lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: ontwerp Koninklijk besluit

Periode: 1952–1967

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

267

Handeling: Het opdragen van taken en het geven van richtlijnen aan de Commissaris voor de emigratie.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 2 tweede lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: richtlijnen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

580

Handeling: Het geven van voorschriften en aanwijzigen aan de Emigratie-attaché

Grondslag: Instructie voor de Emigratie-attaché (ministerieel besluit 15 april 1952, no. 939 EMC) art. III

Product: voorschriften, aanwijzingen

Periode: 1952

Waardering: B (5)

581

Handeling: Het geven van voorlichting in het buitenland omtrent de Nederlandse emigratie.

Grondslag: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: brieven

Periode: 1967–1992

Waardering: B (5)

582

Handeling: Het in overleg met de regeringen van de ontvangende landen en in samenwerking met gevestigde maatschappelijke organisaties plaatsen van emigranten in een werkkring

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: verslagen

Periode: 1967–1992

Waardering: B (5)

583

Handeling: Het verlenen van bemiddeling bij de huisvesting van emigranten

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1967–1992

Waardering: B (5)

584

Handeling: Het verlenen van advies en bijstand aan emigranten

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1967–1992

Waardering: B (5)

585

Handeling: Het beoordelen van aanvragen tot repatriëring door bemiddeling van de overheid

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1967–1992

Waardering: B (5)

586

Handeling: Het voeren van bilateraal overleg met betrokken regeringen inzake de categorieën, aantallen en algemene voorwaarden van toelating en de status van de Nederlandse emigranten, zowel juridisch als sociaal economisch

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: verslagen

Periode: 1967–1992

Waardering: B (1)

269

Handeling: Het ter benoeming, schorsing of ontslag voordragen van (plaatsvervangende) leden van de Emigratieraad

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 5, tweede en derde lid, Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 8 tweede en zevende lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: voordrachten

Periode: 1952–1999

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

271

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van maatschappelijke organisaties die in de Raad voor de Emigratie vertegenwoordigd moeten zijn.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 5, vijfde lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: Besluit inzake de vertegenwoordiging van organisaties in de Raad voor de Emigratie (Stb. 1952, 424)

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

272

Handeling: Het ter schorsing of ontslag voordragen van leden van de Raad voor de Emigratie die door maatschappelijke organisaties zijn aangewezen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 5, zevende lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: schorsingsbesluiten

Periode: 1952–1967

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

273

Handeling: Het goedkeuren van het reglement van orde van de Raad voor de Emigratie.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 8, tweede lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

276

Handeling: Het goedkeuren van de door het Emigratiebestuur opgestelde regels voor de aanmeldingsorganen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 10, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 6, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

278

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het opdragen van andere taken aan het Emigratiebestuur.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 11, vierde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 7, vierde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

280

Handeling: Het ter benoeming, schorsing of ontslag voordragen van leden van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 12, tweede en vijfde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 8, tweede en zevende lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikking

Periode: 1952–1999

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

281

Handeling: Het voorbereiden van een besluit tot toekennen van een schadeloosstelling aan de secretaris van de Raad voor de Emigratie tevens secretaris van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 13, tweede lid; (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: besluit

Periode: 1952–1967

Waardering: V 10 jaar na vervallen besluit

284

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en de rekening van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 15 tweede lid; Emigratiewet (Stb, 1967, 659) art. 12 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

285

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur omtrent de begroting, het beheer van de geldmiddelen en de rekening en verantwoording van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 16 eerste lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446)

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

286

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren waaraan de Emigratiedienst inzage van de boeken en bescheiden moet geven

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 16 tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 13 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aanwijzing

Periode: 1967–1999

Waardering: V 5 jaar na intrekking aanwijzing

287

Handeling: Het voorbereiden van besluiten inzake het vernietigen en schorsen van besluiten van het Emigratiebestuur.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 18–19; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 15 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: besluiten

Periode: 1952–1999

Opmerking: De minister consulteert eerst de Raad van State; van een schorsing of vernietiging wordt verslag gedaan in de Staatscourant.

Waardering: B (5)

288

Handeling: Het stellen van regels indien het Emigratiebestuur nalatig is geweest.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 22; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 19 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: reglementen

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

290

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden door de Emigratiedienst

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 23 derde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 20 derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: rapportages

Periode: 1967–1999

Waardering: B (5)

291

Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan de Emigratiedienst, welke rechtstreeks voortvloeien uit bemoeienis van het Rijk met de emigratie.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 23, derde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 20 derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51)

Periode: 1952–1982

Opmerking: de Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) is in 1982 vervangen door de Emigratie-bijslagregeling 1982.

Waardering: B (4)

293

Handeling: Het goedkeuren van de richtlijnen die de Nederlandse Emigratiedienst heeft opgesteld voor het vragen van waarborgsommen door aanmeldingsorganen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 24 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

295

Handeling: Het goedkeuren van aanstellingen van ambtenaren of personeel op arbeidsovereenkomst van de Nederlandse Emigratiedienst.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 25, eerste en derde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 21 eerste en derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1999

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum

296

Handeling: Het vaststellen van de bezoldiging van ambtenaren in de Nederlandse Emigratiedienst

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 25, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 21 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Bezoldigingsbesluit Nederlandse Emigratiedienst (Stb. 1954, 37)

Periode: 1953–1999

Waardering: V 10 jaar na vervanging besluit

297

Handeling: Het aanwijzen van openbare organen als aanmeldingsorgaan

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 27 onder a; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 23 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aanwijzing

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

299

Handeling: Het beslissen op beroepschriften van verzoekers inzake weigeringen als erkenning (op voorwaarden) als aanmeldingsorgaan

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 28, vierde lid, art. 29, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 24 vierde lid (b.w. Stb. 2000, 351)

Product: beschikkingen

Periode: 1945–1975

Opmerking: Voor de periode na 1974, zie handeling nr. 10.

Waardering: B (3)

300

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het vaststellen van de vergoedingen voor de erkende aanmeldingsorganen

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 31, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 27 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: – Besluit tot uitvoering van art. 31, lid 2 Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1954, 468)

– Besluit tot aanvulling Besluit tot uitvoering van art. 31, lid 2 Wet op de organen voor de emigratie (Stb.1954, 468) betreffende de vergoeding aan erkende aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 303)

– Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 496)

– Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1957, 398)

– Besluit Rijksbijdrage maatschappelijke emigratie-organisaties (Stb. 1959, 92)

Periode: 1952–1999

Opmerking: Het Emigratiebestuur diende te worden geconsulteerd.

Waardering: B (5)

301

Handeling: Het toekennen van vergoedingen aan aanmeldingsorganen en emigratie-organisaties

Grondslag: – Besluit tot uitvoering van art. 31, lid 2 Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1954, 468)

– Besluit tot aanvulling Besluit tot uitvoering van art. 31, lid 2 Wet op de organen voor de emigratie (Stb.1954, 468) betreffende de vergoeding aan erkende aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 303)

– Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 496)

– Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1957, 398)

– Besluit Rijksbijdrage maatschappelijke emigratie-organisaties (Stb. 1959, 92)

– Besluit tot regeling van de Rijksbijdrage aan de maatschappelijke emigratie-organisaties (Stb. 1964, 68)

Product: beschikking

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

302

Handeling: Het vastellen en toekennen van vergoedingen aan aanmeldingsorganen.

Grondslag: Besluit tot uitvoering van art. 31, lid 2 Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1954, 468), art. 3, eerste lid; Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 496), art. 3, eerste lid; Besluit Rijksbijdrage maatschappelijke emigratie-organisaties (Stb. 1959, 92), art. 3, eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1954–1964

Opmerking: – onder deze handeling valt ook het verstrekken van voorschotten

– vanaf 1959 wordt het Emigratiebestuur gehoord over de bepaling van het bedrag voor de Algemene Emigratie Centrale, de Christelijke Emigratie Centrale en de Katholieke Emigratiestichting.

Waardering: B (5)

303

Handeling: Het geven van voorschriften voor de inrichting van de begroting van het Emigratiebestuur

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 7, art. 20 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: voorschriften

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

305

Handeling: Het verstrekken van gelden, nodig voor het doen van uitgaven, welke in de goedgekeurde begroting zijn voorzien

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 9 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

307

Handeling: Het goedkeuren van de aanwijzing van het hoofd van de Financiële Administratie van het Emigratiebestuur alsmede zijn instructie.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 10, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

308

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de inrichting van de financiële administratie

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 10, vierde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: regels

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

309

Handeling: Het goedkeuren van het aangaan van geldleningen, het geven van borgstellingen, het aangaan van dadingen, de kwijtschelding van rechtens ontstane vorderingen en het voeren van rechtsgedingen door het Emigratiebestuur.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 16 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

311

Handeling: Het bepalen dat de in beheer zijnde waarborgsommen worden gedeponeerd bij door hen aan te wijzen instellingen.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 17, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven

Periode: 1955–1999

Opmerking: De Emigratiedienst kan, alvorens werkzaamheden op verzoek van natuurlijke personen of niet-openbare rechtspersonen te verrichten, een waarborgsom van deze personen verlangen. De waarborgsommen van adspirant-emigranten worden door het Emigratiebestuur op afzonderlijke rekeningen geadministreerd.

Waardering: B (5)

314

Handeling: Het vaststellen van het bedrag van de schadevergoeding

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 21, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikking

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

317

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die, zodra mogelijk de kas en de boekhouding van het Emigratiebestuur opneemt.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 22, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aanwijzing

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar na vervanging aanwijzing

318

Handeling: Het opmaken van een verslag inzake het opnemen van de kas en de boekhouding van het Emigratiebestuur.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 22, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: verslagen

Periode: 1955–1999

Opmerking: Een afschrift van het verslag wordt aan het Emigratiebestuur aangeboden

Waardering: B (5)

319

Handeling: Het houden van financieel toezicht op het Emigratiebestuur

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 23 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: rapportages

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

592

Handeling: Het stellen van regels m.b.t. het verstrekken van een tegemoetkoming voor het organiseren van taalcursussen.

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: o.a. beschikking d.d. 26 maart 1965 nr. 47992/Dir.Em.

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

322

Handeling: Het bepalen van de hoogte van de bedragen van de bijslag in de kosten van de emigrant en de mede-emigrerende.

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) art. 4 eerste lid

Product: Uitvoeringsbeschikking Emigratie-bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51)

Periode: 1956–1982

Waardering: B (5)

594

Handeling: Het weigeren, geheel of gedeeltelijk intrekken van de toekenning van de bijslag

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) art. 7

Product: beschikking

Periode: 1956–1982

Waardering: B (5)

595

Handeling: Het aanmerken van havens als normale haven van ontscheping voor de bestemmingslanden of gedeelten daarvan

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) art. 4, lid 4

Product: Uitvoeringsbeschikking Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51)

Periode: 1952–1982

Waardering: B (5)

596

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Emigratiedienst voor de uitvoering van de Emigratie-Bijslagregelingen

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) art. 9

Product: Uitvoeringsbeschikkingen Emigratie-Bijslagregelingen

Periode: 1956–1982

Waardering: B (5)

324

Handeling: Het goedkeuren van door het Emigratiebestuur te verstrekken leningen ten behoeve van Nederlandse emigranten of instellingen van en voor Nederlandse emigranten in de onderscheidene immigratielanden.

Grondslag: Besluit opdracht Emigratiebestuur tot het verstrekken van leningen aan Nederlandse emigranten (Stb. 1965, 113) art. 1

Product: beschikking

Periode: 1965–1999

Waardering: B (5)

326

Handeling: Het bepalen dat een persoon, die niet een inwoner van Nederland is, wordt gelijkgesteld met de inwoners van dit land wordt of een Europees land wordt gelijkgesteld met de landen buiten Europa.

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 2, tweede lid onder a en b (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: besluiten

Periode: 1967–1999

Waardering: B (5)

327

Handeling: Het aanwijzen van organisaties die bevoegd zijn tot benoeming van leden en plaatsvervangende leden van het Emigratiebestuur.

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 8, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Besluit tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur (Stb. 1967, 660)

Periode: 1967–1999

Waardering: B (5)

329

Handeling: Het goedkeuren van de benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris van het Emigratiebestuur.

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 9, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikkingen

Periode: 1967–1999

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

330

Handeling: Het voorbereiden van een besluit tot toekennen van een schadeloosstelling aan de (plv) voorzitter van het Emigratiebestuur

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 10, eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: besluiten

Periode: 1967–1999

Waardering: V 10 jaar na vervallen besluit

331

Handeling: Het goedkeuren van de schadeloosstelling door het Emigratiebestuur aan de secretaris

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 10, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikking

Periode: 1967–1999

Waardering: V 10 jaar na goedkeuring schadeloosstelling

333

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels met betrekking tot hulp op financieel gebied aan emigranten of geëmigreerden

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 28 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774)

Periode: 1982–1999

Waardering: B (1)

334

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur verbieden zonder vergunning personen te werven voor een na emigratie naar een land buiten Europa te vervullen dienstbetrekking

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 30 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1967–1999

Waardering: B (5)

335

Handeling: Het toekennen, weigeren, geheel of gedeeltelijk intrekken of geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een bijslag in de kosten van de emigratie van de emigrant en van de mede emigrant

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 2, eerste lid, art. 7, art. 8 (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: beschikkingen

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

336

Handeling: Het in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken aanwijzen van landen voor emigratie waarheen geen bijslag wordt verleend

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 2, lid 4 (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: aanwijzingen

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

337

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de verlening van financiële hulp bij emigratie naar Suriname van personen van Surinaamse herkomst

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 2, lid 4 (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

338

Handeling: Het verlenen van ontheffing aan een emigrant van een of meerdere voorwaarden voor toekenning van de bijslag

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 3 derde lid (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: ontheffingen

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

339

Handeling: Het nader bepalen van de bedragen van de bijslag voor de emigratiekosten, hoeveelheden bagage, plaatsen van eerste aankomst, havens van lossing en categorieën van emigranten en mede-emigranten

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 4 tweede lid (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: besluiten

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

340

Handeling: Het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage van de emigrant

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 5 derde lid (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: besluiten

Periode: 1982–1992

Waardering: B (5)

341

Handeling: Het bepalen dat aan een aspirant-emigrant een tegemoetkoming wordt verleend in de door hem aangewezen kosten, anders dan bedoeld in art. 4 eerste lid, welke in verband met de emigratie noodzakelijk zijn.

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774) art. 9 eerste lid (b.w. Stb. 1992, 598)

Product: regelingen

Periode: 1982–1992

Opmerking: de minister kan de uitvoering van de regeling opdragen aan de gemeenten

Waardering: B (5)

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

342

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

343

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake beroepsmobiliteit en vakontwikkeling.

Grondslag: –

Product: – Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 17 juni 1947, no. 7102 (Stcrt. 1947, 117)

– Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 20

– Subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) art. 2

– Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

344

Handeling: Het besluiten tot subsidiëren van scholing in bedrijven.

Bron: Rijksbegrotingen

Product: beschikking

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

345

Handeling: Het opstellen van een regeling voor loondervingsvergoedingen voor cursisten van vakopleidingen voor volwassenen (CVVs).

Grondslag: –

Product: onder meer

Loondervingsvergoedingregeling cursisten van de regionale werkplaatsen voor vakopleiding van volwassenen (Stcrt. 1960, 73)

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

349

Handeling: Het aanwijzen van ondernemingen om werknemers gelegenheid te verschaffen voor scholing, herscholing of omscholing.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 8, tweede lid, (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na intrekking aanwijzing

353

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Onderwijs-Arbeid

Bron: archief Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening 1954 t/m 1990

Product: instellingsbesluit

Periode: 1982–

Waardering: B (4)

359

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de subsidieverlening

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 18; Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88) art. 16

Product: besluit

Periode: 1987–1990

Waardering: V 5 jaar na intrekking aanwijzing

360

Handeling: Het houden van toezicht op de subsidieverlening.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 18; Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88) art. 16

Product: rapport

Periode: 1987–1990

Waardering: V 20 jaar na afhandeling

361

Handeling: Het geven van richtlijnen aan de directeuren van de Gewestelijke Arbeidsbureaus voor de uitvoering van gesubsidieerde scholingsprogramma’s.

Grondslag: onder meer

Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 20

Product: richtlijnen

Periode: 1945–1990

Opmerking: Eerdere richtlijnen zijn ongepubliceerd en als interne circulaire bekendgemaakt.

Waardering: V 5 jaar na vervanging richtlijn

362

Handeling: Het subsidiëren van Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening.

Grondslag: Subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) art. 2

Product: beschikking

Periode: 1988–1990

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

363

Handeling: Het instellen van de Centrale begeleidingscommissie van de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening.

Grondslag: Subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) art. 11, eerste lid

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1988

Waardering: B (4)

364

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en secretaris van de Centrale begeleidingscommissie van de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening.

Grondslag: Subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) art. 11, tweede lid

Product: benoemingsbeschikking

Periode: 1988–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

366

Handeling: Het goedkeuren van door derden voorgestelde scholingsprogramma’s.

Grondslag: Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88)

Product: beschikkingen

Periode: 1989–1990

Waardering: V 5 jaar na goedkeuring

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

369

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het inzake het arbeidsvoorzieningsbeleid voor buitenlandse werknemers

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

370

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de arbeidsvoorziening voor buitenlandse werknemers.

Grondslag: –

Product: – Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72)

– Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid (1974, 1)

– Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737)

– Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959)

– Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423)

– Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stb. 1998, 241)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

372

Handeling: Het aanwijzen van arbeid die niet door vreemdelingen mag worden verricht zonder vergunning.

Grondslag: Wet tot regeling van het verrichten van arbeid door vreemdelingen (Stb. 1934, 257) art. 2, eerste lid (b.w. Stb. 1964, 72)

Product: ministeriële aanwijzing

Periode: 1945–1969

Waardering: B (5)

373

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur nader regelen van de uitwerking van de wetten tot regeling van het verrichten van arbeid door vreemdelingen.

Grondslag: Wet tot regeling van het verrichten van arbeid door vreemdelingen (Stb. 1934, 257) art. 11 (b.w. Stb. 1964, 72); Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 13

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1945–1978

Waardering: B (1)

374

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van beroepen, waarin arbeid die niet in dienst van een ander wordt verricht, wordt gelijkgesteld met arbeid in dienst van een ander.

Grondslag: Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) (b.w. Stb. 1978, 737)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1964–1978

Waardering: B (1)

375

Handeling: Het nader bepalen welke gegevens dienen te worden verstrekt bij de aanvraag voor een vergunning en welke bewijsstukken daarbij moeten worden overlegd.

Grondslag: Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1978, 737);

Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 5, tweede lid (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: ministeriële aanwijzing

Periode: 1964–1995

Waardering: V 5 jaar na vervanging aanwijzing

376

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van categorieën vreemdelingen en bepalen dat voor hen het verbod zonder vergunning te werken niet geldt.

Grondslag: Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 9 (b.w. Stb. 1978, 737)

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1964–1978

Waardering: B (5)

377

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften tegen weigeren of intrekken vergunningen aan vreemdelingen om arbeid te mogen verrichten.

Grondslag: Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 11 (b.w. Stb. 1978, 737); Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 17 (b.w. Stcrt. 1991, 4, art. 1)

Product: beschikkingen

Periode: 1964–1990

Opmerking: Tot 1978 besliste de minister nadat hij de Centrale Commissie van Bijstand en Advies voor het Rijksarbeidsbureau had gehoord.

Waardering: V 5 jaar na beslissing

379

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur gelijkstellen van andere overeenkomsten aan een arbeidsovereenkomst.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 1, onder b (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: Koninklijk besluit van 25 oktober 1979 (Stb. 1979, 573)

Periode: 1979–1995

Waardering: B (5)

380

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van categorieën personen die niet worden aangemerkt als vreemdeling in de zin van de wet arbeid buitenlandse werknemers of de wet arbeid vreemdelingen, alsmede de vreemdeling die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van werkzaamheden verricht.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 2, eerste lid (b.w. Stb. 1994, 959); Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 3, eerste lid onder c, art. 4, tweede lid onder c, gewijzigd (Stb. 2000, 463) art. 3, eerste lid onder c.

Product: – Koninklijk besluit van 25 oktober 1979 (Stb. 1979, 574)

– Besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1995, 406)

– Besluit van 21 juni 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met vrijwilligerswerk door asielzoekers en houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (Stb. 1997, 405)

– Besluit van 14 november 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het continueren van de vrije toegang tot de arbeidsmarkt van vreemdelingen van wie de krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning met daarop de aantekening dat arbeid vrij is toegestaan (tijdelijk) is ingetrokken (Stb. 1997, 583)

– Besluit van 20 oktober 2000 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met de evaluatie van de Wet arbeid vreemdelingen en de wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de opheffing van het algemeen bordeelverbod (Stb. 2000, 464)

Periode: 1979–

Waardering: B (1)

382

Handeling: Het bepalen welke gegevens moeten worden verstrekt bij het aanvragen van een verklaring dat personen rechtmatig in Nederland verblijven.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers, (Stb. 1978, 737) art. 3, vierde lid (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: ministeriële aanwijzing

Periode: 1978–1995

Waardering: V 5 jaar na vervanging aanwijzing

383

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen welke voorschriften aan tewerkstellingsvergunningen kunnen worden verbonden.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 6, tweede lid (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: Koninklijk besluit van 25 oktober 1979 (Stb. 1979, 575)

Periode: 1978–1995

Waardering: B (1)

384

Handeling: Het vaststellen van leeftijdsgrenzen voor alle of bepaalde categorieën vreemdelingen waarbuiten de tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 8, tweede lid; Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 9 onder d

Product: – Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1995, 168)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen behorende bij het Delegatie en Uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 200, 210)

Periode: 1978–

Waardering: B (5)

385

Handeling: Het vaststellen van een vergunningslimiet voor bedrijven waar na aanvraag van een tewerkstellingsvergunning meer dan twintig vreemdelingen arbeid zouden mogen verrichten.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 12, eerste lid (b.w. Stcrt. 1991, 4, art. 1)

Product: vergunningslimieten

Periode: 1978–1990

Opmerking: Een vergunningslimiet geeft het aantal vreemdelingen aan voor wier gelijktijdige tewerkstelling ten hoogste tewerkstellingsvergunningen kunnen worden verleend.

Waardering: V 5 jaar na vervanging

386

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning voor meer dan twintig vreemdelingen.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 13, tweede lid (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1978–1995

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

387

Handeling: Het overdragen van de bevoegdheid aan organen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie om de Wet arbeid buitenlandse werknemers of de Wet arbeid vreemdelingen uit te laten voeren.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 20; Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 5, tweede lid

Product: – Delegatiebesluit uitvoering Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1991, 4)

– Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1995, 168)

– Besluit wijziging Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1997, 21)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen behorende bij het Delegatie en Uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Strct. 2000, 210)

Periode: 1978–

Waardering: B (5)

388

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van categorieën werkzaamheden waarvan het niet in het Nederlandse belang is deze door vreemdelingen te laten verrichten

Grondslag: Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 8 eerste lid onder e

Product: Besluit van 23 augustus 1995 ter uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1995, 406)

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

389

Handeling: Het bepalen van gevallen waarin kan worden afgeweken van het weigeren van een tewerkstellingsvergunning

Grondslag: Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 8 tweede lid, vernummerd (Stb. 2000, 463), art. 8 derde lid

Product: – Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1995, 168)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen voor internationale dienstverlening (Stcrt. 1996, 121)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels behorende bij het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen met betrekking tot de werkzaamheden in het internationaal vervoer (Strct. 1996, 162)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1998, 119)

– Besluit wijziging delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1998, 166)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen behorende bij het Delegatie en Uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 2000, 210)

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

390

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden en de Wet arbeid vreemdelingen.

Grondslag: Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 14; Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stb. 1998, 241), art. 9;

Product: – Regeling houdende aanwijzing van de Arbeidsinspectie als toezichthoudende instantie, bedoeld in de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stcrt. 1998, 18)

– Besluit aanwijzing politiefunctionarissen als toezichthoudende ambtenaren naleving Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1995, 162)

– Organisatie- en mandaatbesluit Inspectiedienst SZW 1996 (Stcrt 1995, 246)

– Organisatie- en mandaatbesluit Arbeidsinspectie 1996 (Stcrt. 1996, 128)

Periode: 1994–

Waardering: V 5 jaar na vervanging besluit

392

Handeling: Het stellen van nadere regels ter bevordering van een goede uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen.

Grondslag: Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 22

Product: – Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 1995, 168)

– Besluit wijziging uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen behorende bij het Delegatie en Uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen (Stcrt. 200, 210)

Periode: 1995–

Waardering: B (5)

393

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nader definiëren van het begrip onderneming met betrekking tot de openbare dienst.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 1, lid 1 onder c (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: Besluit ter uitvoering van de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 481)

Periode: 1994–1998

Waardering: B (1)

394

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen welke groepen van allochtonen als doelgroepen zullen gelden.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 4, lid 1 (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: Besluit ter uitvoering van de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 481)

Periode: 1994–1998

Waardering: B (1)

395

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels ter uitwerking van het bijhouden van een afzonderlijke personeelsregistratie.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 4, lid 5, zoals gewijzigd Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stb. 1998, 241) art. 4, lid 7

Product: Besluit ter uitvoering van de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 481)

Periode: 1994–

Waardering: B (1)

396

Handeling: Het bepalen van een bestuurslichaam, dat een schriftelijk verslag van een werkgever openbaar moet maken, indien een werkgever niet in het handelsregister is ingeschreven.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 5, lid 3 (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: Regeling uitvoering Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stcrt. 1994, 122)

Periode: 1994–1998

Waardering: V 5 jaar

397

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de inrichting van het openbaar schriftelijk verslag.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 7, lid 3 (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: ministeriële regeling

Periode: 1994–1998

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

398

Handeling: Het informeren van de Staten-Generaal over de wijze waarop de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen en de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden is toegepast.

Grondslag: Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (Stb. 1994, 423) art. 11, gewijzigd

Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stb. 1998, 241) art. IV

Product: verslagen

Periode: 1994–

Waardering: B (2)

399

Handeling: Het instellen van de Stuurgroep Allochtonen

Grondslag: –

Product: Besluit instelling Stuurgroep Allochtonen (Stcrt. 1994, 110)

Periode: 1994

Waardering: B (4)

405

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepalen dat een vreemdeling, gelet op de verbetering van de kwaliteit van het verblijf van die vreemdeling, arbeid mag verrichten.

Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het vergroten van de effectiviteit van de uitvoering en de verbetering van de handhaving van die wet (Stb. 2000, 463) art. 8, tweede lid

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 2000–

Opmerking: de voordracht van de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken

nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.

Waardering: B (1)

406

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepalen dat voor andere categorieën van vreemdelingen of categorieën van werkzaamheden een tewerkstellingsvergunning die voor minder dan drie jaar is verleend, niet wordt verlengd.

Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het vergroten van de effectiviteit van de uitvoering en de verbetering van de handhaving van die wet (Stb. 2000, 463) art. 11, vierde lid

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 2000–

Waardering: B (5)

407

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels omtrent de gevallen waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens dienen te worden verstrekt.

Grondslag: Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het vergroten van de effectiviteit van de uitvoering en de verbetering van de handhaving van die wet (Stb. 2000, 463) art. 16, vijfde lid

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 2000–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regels

3.10 Plaatsingsregulering

3.10.3 Machtigingswet (1974)

408

Handeling: Het formuleren van arbeidsvoorzieningsbeleid voor degenen wier banen gevaar lopen door de Oliecrisis.

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1973–1974

Waardering: B (1)

409

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het (doen) verrichten van arbeid door vreemdelingen.

Grondslag: Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid (Stb. 1974, 1) art. 9, eerste lid, art. 23

Product: reglementen

Periode: 1974–

Opmerking: De Minister van Sociale Zaken wint eerst advies in bij de Minister van Economische Zaken

Bij het stellen van regels kan worden afgeweken van het bij of krachtens de Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72)

Waardering: B (5)

3.11 Plaatsingsbevordering en werkgelegenheidsverruiming

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

411

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid over plaatsingsbevorderende maatregelen

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

412

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake plaatsingsbevorderende maatregelen

Grondslag: –

Product: loonkostensubsidieregelingen, zoals:

– 30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183)

– 30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87)

– 30%-loonkostenregeling 1977 bij gedeeltelijke werkweek (Stcrt. 1976, 254)

– 30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128)

– Tijdelijke regeling loonkostensubsidie jeugdigen (Stcrt. 1977, 68)

– Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168)

– Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67)

– Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91)

– Experimentele regeling plaatsing langdurig werklozen in de profitsector (1977)

– Plaatsingsbevorderende Maatregel (Stcrt. 1981, 135)

– Maatregel ter ondersteuning van de arbeidsinpassing (Stcrt. 1986, 71)

– Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3)

Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 346)

Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330)

Periode: 1973–

Waardering: B (1)

414

Handeling: Het maken van uitzonderingen op loonkostensubsidieregelingen.

Grondslag: onder meer

30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 3;

Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168), art. 4 en art. 6 derde lid;

Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67), art. 5;

30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87) art. 4 tweede lid;

Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91), art. 5;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 4

Product: beschikkingen

Periode: 1973–1977

Opmerking: Na 1977 neemt de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau het besluit, maar moest de minister toestemming verlenen.

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

415

Handeling: Het verstrekken van loonkostensubsidie aan bedrijven die moeilijk plaatsbare groepen werklozen in dienst nemen.

Grondslag: 30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 8;

30%-loonkostenregeling 1977 bij gedeeltelijke werkweek (Stcrt. 1976, 254) art. 3;

Tijdelijke regeling loonkostensubsidie jeugdigen (Stcrt. 1977, 68), art. 3;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 3

Product: beschikkingen

Periode: 1973–1990

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

416

Handeling: Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften voor loonkostensubsidieregelingen.

Grondslag: 30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 9;

30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87) art. 7;

Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168), art. 7;

Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67), art. 7;

30%-loonkostenregeling 1977 bij gedeeltelijke werkweek (Stcrt. 1976, 254) art. 7;

Tijdelijke regeling loonkostensubsidie jeugdigen (Stcrt. 1977, 68), art. 7;

Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91), art. 7;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 7; Plaatsingsbevorderende Maatregel (Stcrt. 1981, 135) art. 8;

Maatregel ter ondersteuning van de arbeidsinpassing (Stcrt. 1986, 71) art. 9;

Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3) art. 10;

Subsidieregeling bevordering arbeidsinpassing (Stcrt. 1989, 147) art. 17

Product: uitvoeringsvoorschriften

Periode: 1976–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging voorschrift

418

Handeling: Het verlengen van de periode gedurende welke een werkgever vrijgesteld is van de verplichting tot het betalen van werkgeverspremies.

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 2, tweede lid (b.w. Stb. 1988, 286)

Product: beschikkingen

Periode: 1986–1990

Opmerking: Bedoelde vrijstellingen werden verleend als een werkgever een jonge werkloze in dienst nam die meer dan drie jaar geen betaald werk had gehad.

Waardering: V 5 jaar na vervallen beschikking

420

Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de tegemoetkoming in de kosten die een werkgever, in het kader van een begeleidingsplan, maakt voor training en begeleiding van een werkloze

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 7 (b.w. Stb. 1990, 403)

Product: Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3) Subsidieregeling bevordering arbeidsinpassing (Stcrt. 1989, 147)

Periode: 1986–1990

Waardering: B (1)

421

Handeling: Het houden van financieel toezicht op loonkostensubsidieregelingen.

Grondslag: Maatregel ter ondersteuning van de arbeidsinpassing (Stcrt. 1986, 71) art. 7;

Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3) art. 8;

Subsidieregeling bevordering arbeidsinpassing (Stcrt. 1989, 147) art. 14

Product: rapport

Periode: 1989–1990

Waardering: V 15 jaar

422

Handeling: Het stellen van nadere regels ter bevordering van een goede uitvoering van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn.

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 9 (hernummerd Stb. 1988, 286) art. 10 (b.w. Stb. 1995, 635)

Product: Uitvoeringsvoorschriften Wet bevordering werkgelegenheid voor langdurig werkloze werk zoekenden (Stcrt. 1987, 3)

Periode: 1986–1995

Waardering: B (5)

423

Handeling: Het, de Stichting van de Arbeid gehoord, uitbrengen van een schriftelijk verslag aan de Staten-Generaal over de werking van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn.

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 10 (b.w. Stb. 1995, 635)

Product: Evaluatie van de wet Vermeend-Moor. Hoofdrapport 1987 (1988)

Periode: 1988

Waardering: B (2)

424

Handeling: Het in overleg met de Stichting van de Arbeid bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van bijzondere groepen van werknemers voor wie de toepassing van de wet loonkostenreductie op minimumloonniveau ook van toepassing is

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 3, lid 4

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1990–

Waardering: V 5 jaar na vervallen aanwijzing

425

Handeling: Het vaststellen van een model ten behoeve van het berekenen van het bedrag aan tegemoetkoming

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 5

Product: model

Periode: 1990–

Waardering: V 5 jaar na vaststelling nieuw model

426

Handeling: Het informeren van de werkgever over de ontvangst van de berekening en het doen van opgave aan de inspecteur die ten aanzien van de werkgever bevoegd is voor de heffing van de loonbelasting

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 5

Product: brieven

Periode: 1990–

Waardering: V 10 jaar

427

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast worden met het inwinnen van gegevens in het belang van de uitvoering van de Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau en met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 9

Product: aanwijzing

Periode: 1990–

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur aanwijzing

428

Handeling: Het bij besluit een tegemoetkoming aan een werkgever vervallen verklaren

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 10, eerste lid

Product: besluit

Periode: 1990–

Waardering: V 10 jaar na afhandeling

430

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 11

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1990–

Waardering: B (5)

433

Handeling: Het vaststellen van een afwijkende volledige arbeidsduur voor een kalenderweek.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 6, lid 2

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling

434

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de vermindering voor een werknemer die zonder overeengekomen vaste arbeidsduur werkt alsmede voor het geval het loon niet per tijdseenheid wordt berekend.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 6, lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling

435

Handeling: Het, in het kader van doel en strekking van de wet, stellen van nadere regels met betrekking tot het niet afgeven van een verklaring langdurig werkloze.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 10, lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervallen regeling

436

Handeling: Het bepalen dat:

– om als langdurig werkloze te worden aangemerkt, de termijn van 12 maanden zonder onderbreking niet geldt voor een gebied met hoge werkeloosheid

– groepen personen, die dezelfde kansen op de arbeidsmarkt hebben, worden gelijkgesteld aan langdurig werklozen

– welke perioden, van niet als werkloos werkzoekende staan ingeschreven, niet gelden als onderbreking.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 12

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

437

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de afdracht door langdurig werklozen alsmede met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over de vermindering van de afdracht voor lage lonen en langdurig werklozen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 13

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: B (1)

439

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in het onderwijs.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 15

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

441

Handeling: Het vervangen van de percentages die voor de vermindering van de afdracht voor zeevarenden van toepassing zijn.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 17, lid 4 en 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

442

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de verplichtingen waaraan de inhoudingsplichtige in de zeevaart dient te voldoen om voor de vermindering van de afdracht in aanmerking te komen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 18, lid 1, 2 en 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

443

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in de zeevaart.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 20

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

454

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur bepalen dat een recht op premievrijstelling van een banenpool uiterlijk eindigt op 1 januari 1998.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 35, lid 3

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1996–

Waardering: B (5)

455

Handeling: Het opstellen van een verslag voor de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet op de langdurig werklozen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 52, lid 1

Product: verslagen

Periode: 1996–

Waardering: B (2)

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

457

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het aanvullende werkgelegenheidsbeleid

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

458

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de aanvullende werkgelegenheid.

Bron: Rijksbegrotingen

Product: onder meer:

– Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453)

– Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305)

– Richtlijnen samenwerking met provinciale commissies voor de werkgelegenheid 1954 (Stcrt. 1954, 227)

– werkgelegenheidsprogramma’s

Periode: 1945–1981

Opmerking: Gericht op regio’s in Nederland bedreigd met hoge werkloosheid, alsmede gericht op bepaalde bedrijfsklassen.

Waardering: B (1)

459

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van subsidieregelingen inzake de aanvullende werkgelegenheid.

Bron: Rijksbegrotingen

Product: onder meer:

– regelingen met betrekking tot de verstrekking van subsidies voor werken gedurende de wintermaanden (schilderwerk, woningverbetering en woningsplitsing)

Periode: 1945–1981

Opmerking: Gericht op regio’s in Nederland bedreigd met hoge werkloosheid, alsmede gericht op bepaalde bedrijfsklassen.

Waardering: B (1)

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de D.U.W.

Grondslag: Organisatiebesluit DUW 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

470

Handeling: Het regelen van de samenwerking en het overleg bij D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 7

Product: ministeriële besluiten, zoals

– ministerieel besluit van 14 maart 1950, AS, no.31514 (Stcrt. 1950, 56) (b.w. Stcrt. 1954, 136)

– ministerieel besluit van 14 maart 1950, AS, no.31515 (Stcrt. 1950, 56) (b.w. Stcrt. 1954, 136)

– ministerieel besluit van 29 maart 1951

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

473

Handeling: Het instellen van de commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders.

Grondslag: –

Product: beschikking van 6 mei 1949, no. 3630 RAB betreffende de instelling van een commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders

Periode: 1949–1950

Waardering: B (4)

474

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders.

Grondslag: beschikking van 6 mei 1949, no. 3630 RAB betreffende de instelling van een commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders, art. 2 (b.w. Stcrt. 1950, 157)

Product: beschikking

Periode: 1949–1950

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

476

Handeling: Het instellen van een Gewestelijke Commissie voor D.U.W.-aangelegenheden voor het gebied van elk Gewestelijk Arbeidsbureau

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder A, a

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1950–1954

Waardering: B (4)

477

Handeling: Het instellen van een Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder B, a

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1950–1954

Waardering: B (4)

478

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder B, c

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

479

Handeling: Het instellen van een Gewestelijke Beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden voor het gebied van elk Gewestelijk Arbeidsbureau

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder D, a

Product: besluiten

Periode: 1950–

Waardering: B (4)

481

Handeling: Het instellen van een Centrale Beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder E, a

Product: instelllingsbeschikking

Periode: 1950–

Waardering: B (4)

489

Handeling: Het instellen van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken. Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: instellingsbeschikking 31 maart 1955

Periode: 1954–1988

Waardering: B (4)

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: B (5)

492

Handeling: Het goedkeuren van subsidietoekenningen door het college voor openbare werken aan plannen voor aanvullende werken.

Grondslag: Richtlijnen samenwerking met provinciale commissies voor de werkgelegenheid 1954 (Stcrt. 1954, 227)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1988

Waardering: B (5)

3.11.4 Werkgelegenheidsverruiming: additionele arbeid

494

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid t.a.v. additionele arbeid.

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

495

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelgeving inzake de werkgelegenheidsverruiming.

Grondslag: –

Product: – Interim-maatregel jeugdige werklozen

– Steunmaatregel architectenbureaus c.q. ingenieurs- en/of adviesbureaus

– Regeling experimentele werkgelegenheidsprojecten voor vrouwen

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1973, 205)

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1975, 168)

– Werkgelegenheidsverruimende maatregel (Stcrt. 1979, 20)

– Experimentele arbeidsprojecten voor jeugdige werklozen (1979)

– Werkgelegenheidsverruimende maatregel (Stcrt. 1983, 64)

– Werkgelegenheidsprojecten voor jeugdige werklozen (1984/1985)

– Jeugdontplooiingsbanen (1985)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

496

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale werkgroep jeugdwerkloosheid.

Grondslag:

Product: Instellingsbeschikking

Periode: 1968

Waardering: B (4)

501

Handeling: Het toekennen van subsidies voor het opzetten van experimenten met groepsgerichte arbeidsprojekten t.b.v. jeugdige werklozen

Grondslag: Regeling Experimentele Arbeidsprojecten voor jeugdige werklozen; werkgelegenheidsprojecten voor jeugdige werklozen

Product: besluit

Periode: 1979–1990

Waardering: V 5 jaar

502

Handeling: Het houden van financieel toezicht op de uitvoering van werkgelegenheidsverruimende maatregelen.

Grondslag: onder meer

– Werkgelegenheidsverruimende maatregel (Stcrt. 1979, 20) art. 7

Product: rapporten

Periode: 1979–1990

Waardering: V 15 jaar

503

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid.

Grondslag: –

Product: Instellingsbeschikking Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid (Stcrt. 1980, 22)

Periode: 1980

Waardering: B (4)

3.12 Arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart

504

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het arbeidsvoorzieningsbeleid in de zeescheepvaart

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

505

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving inzake de arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart.

Grondslag: –

Product: onder meer

– Regeling arbeidsvoorziening zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182)

– Wet arbeidsvoorziening zeescheepvaart (niet van kracht geworden)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

507

Handeling: Het periodiek vrijstellen van schepen van de verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart.

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art. IV.6

Product: beschikkingen

Periode: 1977–1990

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: V 5 jaar na vervallen vrijstelling

508

Handeling: Het vrijstellen van categorieën schepen van de verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart.

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art.V.2 onder e

Product: aanwijzingen

Periode: 1977–1990

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: V 5 jaar na vervallen vrijstelling

509

Handeling: Het instellen van de Landelijke begeleidingscommissie voor de arbeidsvoorziening in de zeevaart

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art.VI.1

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1977

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: B (5)

510

Handeling: Het benoemen van de voorzitter, secretaris en leden van de Landelijke begeleidingscommissie voor de arbeidsvoorziening in de zeevaart

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art. VI.3

Product: beschikkingen

Periode: 1977

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituaties

513

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het arbeidsvoorzieningsbeleid in noodsituaties

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

514

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorziening onder buitengewone omstandigheden.

Grondslag: –

Product: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448)

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

516

Handeling: Het voordragen voor benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter, de overige leden en de secretaris van de Raad voor de Buitengewone Arbeidsvoorziening

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (St. 1971, 448) art. 3 eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

518

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels omtrent samenstelling en de werkwijze van de Raad voor de Buitengewone Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 3 derde lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (4)

520

Handeling: Het aanwijzen van een Hoofd Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 4, eerste lid; gewijzigd Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 17;

Product: benoemingsbeschikking

Periode: 1971–

Opmerking: In principe bekleedt de directeur-generaal voor de arbeidsvoorziening (na 1990: de algemeen directeur voor de arbeidsvoorziening) de functie van Hoofd Arbeidsvoorziening, maar de minister kan andere autoriteiten aanwijzen om (delen van) diens taak over te nemen. Een en ander wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

521

Handeling: Het instellen van de commissie van advies van het Hoofd Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 4, tweede lid

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1971–

Waardering: B (4)

522

Handeling: Het benoemen, ontslaan en schorsen van de voorzitter, de overige leden en de secretaris van de commissie van advies van het Hoofd Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 4, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 403)

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

523

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan het Hoofd Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 5 eerste lid

Product: aanwijzingen

Periode: 1971–

Waardering: B (5)

524

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur betreffende het aanwijzen van autoriteiten in gebieden die – wanneer de verbinding met de ministerraad verbroken is – verantwoordelijk is voor de arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 6

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

526

Handeling: Het, tezamen met de ministers wie het mede aangaat, voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het stellen van regels omtrent het vragen van voorziening tegen beschikkingen en de rechtsgang terzake ten aanzien van dienstbetrekkingen van personen die overheidswerknemer zijn.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 9 vierde lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Opmerking: Het beperken van het beëindigen van arbeidsverhoudingen geldt niet ten aanzien van dienstbetrekkingen van personen die overheidswerknemer zijn in de zin van art. 2. van de Wet privatisering ABP. Ten aanzien van deze dienstbetrekkingen kunnen regels worden gesteld.

Waardering: B (6)

530

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het stellen van regels omtrent de gevolgen van de schorsing van de rechten en plichten uit de betrokken arbeidsverhouding

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 17 tweede lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

532

Handeling: Het, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en de ministers wie het mede aangaat, voordragen van een algemene maatregel van bestuur betreffende het stellen van nadere regels omtrent het verlenen van verlof aan een medewerker voor de duur van zijn onmisbaarheid

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 19, derde lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

533

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels met betrekking tot de onmisbaarheid van personen in een dienstbetrekking die overheidswerknemer zijn in de zin van art. 2 van de Wet privatisering ABP

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448), art. 21, tweede lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

534

Handeling: het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van categorieën personen die van burgerdienstplicht zijn vrijgesteld

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 22, tweede lid onder c

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

537

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels inzake de inhoud van de rechtsbetrekking

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 27, tweede lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

539

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels inzake het volgen van scholing en scholing te geven met betaling van een toelage

Grondslag: Noodwet arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 28, tweede lid

Product: algemene maatregel van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

541

Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan degene bij wie de scholing moet worden gevolgd

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 28, derde lid

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1971–

Waardering: V 5 jaar na afloop toekenning

542

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels omtrent de gevolgen van de schorsing voor de rechten en plichten uit zodanige arbeidsverhouding

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 29, tweede lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

543

Handeling: Het verlenen van een vergunning aan burgerdienstplichtigen om het land te verlaten

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 32, eerste lid

Product: vergunningen

Periode: 1971–

Waardering: V 5 jaar na afloop vergunning

544

Handeling: Het opleggen van een verplichting aan een burgerdienstplichtige tot huisvesting in een bij zijn beschikking aangewezen verblijfplaats

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 33, eerste lid

Product: beschikking

Periode: 1971–

Waardering: V 5 jaar na afloop beschikking

545

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van gevallen inzake de verplichting tot huisvesting van een burgerdienstplichtige in een bij zijn beschikking aangewezen verblijfplaats

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 33, eerste lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Opmerking: binnen drie maanden na het inwerking treden van een algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet aan de Staten-Generaal gedaan tot vervanging daarvan (zie volgende handeling)

Waardering: B (6)

546

Handeling: Het voorbereiden van een wet tot vervanging van de algemene maatregel van bestuur inzake de verplichting tot huisvesting een burgerdienstplichtige in een bij zijn beschikking aangewezen verblijfplaats

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 33, tweede lid

Product: wetsontwerp

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

547

Handeling: Het stellen van regels omtrent de orde in de verblijfplaatsen

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 33 derde lid

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

548

Handeling: Het verlenen van vrijstelling of ontheffing aan ondernemingen van verplichtingen en verboden, gesteld bij of krachtens wettelijke voorschriften ter zake van de beperking van de arbeidsduur en van de veiligheid en de hygiëne bij de arbeid en op dat van het tegengaan van gevaar schade en hinder, teweeggebracht door inrichtingen.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 34, eerste lid, gewijzigd (Stb. 1980, 770)

Product: vrijstellingen, ontheffingen

Periode: 1971–

Opmerking: Het handeling m.b.t. het verlenen van vrijstelling of ontheffing aan ondernemingen van verplichtingen en verboden, gesteld bij of krachtens wettelijke voorschriften terzake van het tegengaan van gevaar, schade en hinder, teweeggebracht door inrichtingen zal, als hoofdstuk II inwerking worden gesteld, worden uitgevoerd door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Waardering: V 5 jaar

550

Handeling: Het stellen van regels betreffende het uitoefenen van de bevoegdheid tot wijziging van de gebiedsindeling van de gewestelijke arbeidsbureaus door de Hoofdinspecteur-Directeur voor de Arbeidsvoorziening

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 35, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

553

Handeling: Het beslissen over bezwaarschriften tegen maatregelen die genomen zijn krachtens het tweede hoofdstuk van de Noodwet Arbeidsvoorziening, indien het Hoofd Arbeidsvoorziening en zijn adviescommissie het oneens zijn.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 38, vierde lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

554

Handeling: Het houden van toezicht op de naleving van de Noodwet Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 43

Product: financiële bescheiden, brieven

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

555

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels omtrent voorzieningen bij ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden die verband houden met de gevolgen van een scholing op grond van een oproeping

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 48

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

556

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels ter nadere bepaling van het van niet van toepassing verklaren van het bij of krachtens deze wet bepaalde ten aanzien van bekleders van een geestelijk ambt of diegenen die een opleiding tot een dergelijk ambt volgen.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 50, tweede lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: B (6)

3.14 Demobilisering

557

Handeling: Het formuleren van arbeidsvoorzieningsbeleid voor oud-militairen.

Grondslag: –

Product: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties

Periode: 1945–1954

Waardering: B (1)

558

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de arbeidsvoorziening onder buitengewone omstandigheden.

Grondslag: –

Product: Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948 (Stb. 1948, I 57)

Periode: 1945–1954

Waardering: B (1)

560

Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan werkgevers en werknemers ter bevordering van de scholing, herscholing en omscholing van militairen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948 (Stb. 1948, I 57) art. 9; (Stb. 1950, K 269) art. 9 tweede lid

Product: beschikking

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar

561

Handeling: Het mede-stellen van regels voor de arbeidsbemiddeling, bemiddeling voor scholing, herscholing en omscholing in een onderneming en plaatsing voor scholing, herscholing of omscholing op een Rijkswerkplaats voor Vakontwikkeling, voor bemiddeling, voorbereidende scholing en voorbereiding ter zake van emigratie en het toekennen van vergoedingen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 9; (Stb. 1950, K 269) art. 9 derde lid

Product: regelingen

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

562

Handeling: Het mede-vaststellen van regels voor de toekenning van een uitkering aan werkloze oud-militairen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 10; (Stb. 1950, K 269) art. 10, zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284)

Product: regelingen

Periode: 1948–1963

Waardering: B (5)

563

Handeling: Het verlenen van ontheffingen aan werkgevers van de verplichting tot herplaatsing van gedemobiliseerden.

Grondslag: –

Product: beschikkingen

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar

564

Handeling: Het instellen van een commissie voor de plaatsing van gedemobiliseerd leidinggevend personeel.

Grondslag: –

Product: Instellingsbeschikking Commissie voor de plaatsing van gedemobiliseerd leidinggevend personeel (Stcrt. 1949, 1)

Periode: 1948–1950

Waardering: B (4)

565

Handeling: Het geven van richtlijnen aan de commissie voor de plaatsing van gedemobiliseerd leidinggevend personeel.

Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie voor de plaatsing van gedemobiliseerd leidinggevend personeel (Stcrt. 1949, 1) art. 3 (b.w. Stcrt. 1950, 181)

Product: Richtlijnen

Periode: 1948–1950

Waardering: V 5 jaar na intrekking richtlijn

Actor: De waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken

3.4 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

81

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren van het Rijksarbeidsbureau.

Grondslag: Besluit van de waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken van 24 september 1940 (Vb. 1940, 166), art. 4, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen

Periode: 1945–1960

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

Actor: Het Rijksarbeidsbureau

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

88

Handeling: Het voordragen voor benoeming bij de minister van directeuren van Gewestelijke Arbeidsbureaus of bijkantoren.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: brieven

Periode: 1945–1954

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

3.4 Arbeidsbemiddeling

157

Handeling: Het opmaken van een verslag omtrent de arbeidsbemiddeling, de scholing, herscholing en omscholing.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51) art. 10 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: verslag

Periode: 1944–1990

Waardering: B (3)

160

Handeling: Het beslissen in beroepszaken omtrent de bekendmaking van werkstakingen en uitsluitingen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283) art. 5, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen

Periode: 1946–1954

Opmerking: De directeur-generaal beslist als de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau en zijn commissie van advies er niet uitkomen

Waardering: B (3)

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

177

Handeling: Het vaststellen van de bescheiden die door een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze moeten worden overlegd bij het aanvragen van subsidie.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in stand houden (Stcrt. 1953, 8) art. 3

Product: regelingen

Periode: 1952

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

242

Handeling: Het toekennen van vergoedingen voor verplaatsingskosten voor werkloze werknemers.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 5, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikking

Periode: 1945–1954

Waardering: V 5 jaar na toekenning vergoeding

3.7.2 Buitenland

589

Handeling: Het geven van voorlichting aan aspirant-emigranten

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 26, gew. Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 22.

Product: voorlichtingsmateriaal

Periode: 1952–1992

Opmerking: Onder deze handeling wordt verstaan het organiseren van voorlichtingsavonden, gerichte individuele voorlichting, het informeren van de emigrant over zaken die verband houden met het vertrek, uitreiking bijslag- en vertrekbescheiden.

Waardering: B (5)

590

Handeling: het behandelen van de aanmelding van aspirant-emigranten

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 26 gew. Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 22.

Product: emigrantendossiers

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

348

Handeling: Het voorbereiden en instellen van vakopleidingen voor volwassenen (CVVs).

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 8, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1945–1954

Waardering: B (4)

350

Handeling: Het vaststellen van tijdsvergoedingen, trainingstoeslagen en vergoedingen voor verplaatsingskosten voor personen die cursussen volgen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 8, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: – regelingen loondervingsvergoedingen cursisten centra CVV

Periode: 1945–1954

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

351

Handeling: Het goedkeuren van (her-, bij-, om-)scholingsprogramma’s in bedrijven.

Grondslag: Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 17 juni 1947, no. 7102 (Stcrt. 1947, 117)

Product: beschikkingen, zoals

Beschikking van de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau nr. 9686 van 19 december 1949, afd. BA/V (Stcrt. 1949, 249)

Periode: 1947–1954

Waardering: V 5 jaar na goedkeuring

Actor: De Directeur-Generaal voor de Arbeidsvoorziening

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

Subsidiëring

41

Handeling: Het indienen van projecten, aanvragen om bijstand of plannen bij de Europese Commissie.

Grondslag: Besluit betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (71/66/EEG) art. 6, ingetrokken bij Besluit van de Raad van 17 oktober 1983 betreffende de taken van het Europees Sociaal Fonds (83/516/EEG)

Besluit van de Raad van 20 december 1977 betreffende de bijstand van het Europees Sociaal Fonds ten gunste van migrerende arbeidskrachten (77/803/EEG)

Verordening van de Raad van 8 november 1971 ter uitvoering van het Besluit van de Raad van 1 februari 1971 betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (EEG nr. 2396/71) art. 5, gewijzigd Verordening van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende de taken van het Europees Fonds Verordening (EEG) Nr. 2950/83 art. 4;

Verordening van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de coördinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (Verordening (EEG) nr. 2052/88) art. 10, tweede lid, vervangen Verordening van de Raad van 20 juli 1993 (Verordening (EEG) nr. 2081/93) art. 10 eerste en tweede lid

Product: projectbeschrijvingen, plannen, aanvragen

Periode: 1971–1990

Opmerking: Met ingang van 1-1-1991 maakt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie zelf plannen, operationele programma’s c.q. bijstandsaanvragen op voor doelstelling 3.

Waardering: B (5)

42

Handeling: Het toezenden van een lijst met namen van overheidsinstanties die door hem zijn gemachtigd om financiële bijstand te verlenen ten behoeve van acties, verricht door privaatrechtelijke organen of lichamen en een goede uitvoering van de activiteiten te garanderen.

Grondslag: Verordening ter uitvoering van het Besluit van de Raad betreffende de hervorming van het Europees Sociaal Fonds (EEG nr. 2396/71) art. 4

Product: lijsten met namen van overheidsinstanties

Periode: 1971–1990

Waardering: V 10 jaar na vervanging

43

Handeling: Het vaststellen van een procedure voor het indienen van aanvragen om bijstand en het mededelen daarvan aan de Commissie.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 1

Product: brieven

Periode: 1972–

Opmerking: Elke lid-staat deelt de procedure mede aan de Commissie. De Commissie maakt de procedure bekend door een mededeling in het ‘Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen’.

Waardering: B (3)

44

Handeling: Het informeren van de Commissie inzake de aanvang en voortgang van activiteiten.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 4, eerste lid

Product: brieven

Periode: 1972–1990

Waardering: B (3)

45

Handeling: Het informeren van de verantwoordelijke voor een activiteit betreffende elke door de Commissie verrichte betaling.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 4, tweede lid

Product: brieven

Periode: 1972–1990

Waardering: V 10 jaar na beëindiging activiteit

46

Handeling: Het instemmen met het verzoek van de Raad dat door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat wordt overgegaan tot verificaties of onderzoeken met betrekking tot de door het Fonds gefinancierde activiteiten.

Grondslag: Verordening van de Raad van 24 april 1972 betreffende een aantal administratieve en financiële bepalingen nopens de werkwijze van het Europees Sociaal Fonds (EEG. Nr. 858/72) art. 5, derde lid,

Verordening van de Raad van 17 oktober 1983 houdende toepassing van Besluit 83/516/EEG betreffende taken van het Europees Sociaal Fonds (EEG Nr. 2950/83) art. 7 vierde lid

Product: brieven

Periode: 1972–1990

Waardering: V 10 jaar na beëindiging activiteit

47

Handeling: Het houden van toezicht op het gebruik van de bijstand van de Fondsen in het kader van het communautaire bestek en de specifieke acties (programma’s en dergelijke).

Grondslag: Verordening van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsverklaringen van Verordening ((EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (verordening (EEG) Nr. 4253/88) art. 25, eerste lid;

Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 23, eerste lid

Product: verslagen, steekproefcontroles

Periode: 1988–1990

Opmerking: deze handeling omvat ook het informeren van de Commissie inzake genomen maatregelen om:

– regelmatig te verifiëren dat de door de Gemeenschap gefinancierde maatregelen stipt zijn uitgevoerd;

– onregelmatigheden te voorkomen;

– door misbruik of nalatigheid verloren middelen te recupereren.

Waardering: V 15 jaar na beëindiging programma’s. In het oog springende gevallen bewaren

48

Handeling: Het aanwijzen van een autoriteit die voor iedere meerjarenactie voortgangsrapportages aan de Commissie zendt.

Grondslag: Verordening van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsverklaringen van Verordening ((EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (verordening (EEG) Nr. 4253/88) art. 25, eerste lid;

Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 23, eerste lid

Product: aanwijzing

Periode: 1988–1990

Waardering: V 10 jaar

50

Handeling: Het er op toezien dat aan de ingediende plannen de nodige bekendheid wordt gegeven en het in kennis stellen van de Commissie van de ter zake genomen initiatieven.

Grondslag: Verordening van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (Verordening (EEG) Nr. 2082/93) art. 32, eerste en tweede lid

Product: brieven

Periode: 1988–1990

Waardering: V 10 jaar na beëindiging plan

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

88

Handeling: Het voordragen voor benoeming bij de Minister van directeuren van Gewestelijke Arbeidsbureaus of bijkantoren.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: voordracht

Periode: 1954–1990

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

3.4 Arbeidsbemiddeling

160

Handeling: Het beslissen in beroepszaken omtrent de bekendmaking van werkstakingen en uitsluitingen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283) art. 5, vierde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen

Periode: 1954–1990

Opmerking: De directeur-generaal beslist als de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau en zijn commissie van advies er niet uitkomen

Waardering: B (3)

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

172

Handeling: Het verlenen van vrijstelling van de verplichting een eigen bijdrage te betalen aan een beroepskeuzetest.

Grondslag: Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1950, 6) art. 7; Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1963, 175) art. 6; Tariefregeling Rijksberoepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1970, 241) art. 4

Product: beschikkingen

Periode: 1960–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop vrijstelling

185

Handeling: Het instellen van de Commissie certificatie beroepskeuze-adviseurs.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 10; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1962, 9) art. 10

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1959

Waardering: B (4)

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

348

Handeling: Het voorbereiden en instellen van vakopleidingen voor volwassenen (CVVs).

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 8, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1954–1990

Waardering: B (4)

350

Handeling: Het vaststellen van tijdsvergoedingen, trainingstoeslagen en vergoedingen voor verplaatsingskosten voor personen die cursussen volgen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 8, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: – regelingen loondervingsvergoedingen cursisten centra CVV

Periode: 1954–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

351

Handeling: Het goedkeuren van (her-, bij-, om-)scholingsprogramma’s in bedrijven.

Grondslag: Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 17 juni 1947, no. 7102 (Stcrt. 1947, 117)

Product: beschikkingen, zoals

Beschikking van de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau nr.9686 van 19 december 1949, afd. BA/V (Stcrt. 1949, 249)

Periode: 1954–1990

Waardering: V 5 jaar na goedkeuring

352

Handeling: Het goedkeuren van programma’s voor herscholingscursussen ten behoeve van ex-mijnwerkers (voor zover gegeven in het kader van de wederaanpassingsregeling van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal).

Bron: Rijksbegroting 1968

Product: beschikkingen

Periode: 1968?–1990

Waardering: B (5)

359

Handeling: het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de subsidieverlening

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 18; Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88) art. 16

Product: besluit

Periode: 1987–1990

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur van de aanwijzing

360

Handeling: Het houden van toezicht op de subsidieverlening.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 18; Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88) art. 16

Product: rapport

Periode: 1987–1990

Waardering: V 15 jaar

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

566

Handeling: Het voorbereiden van overeenkomsten met andere landen voor de werving van arbeidskrachten.

Bron: archief Centrale Dienst van de Directie (later Directoraat-Generaal) voor de Arbeidsvoorziening (1935)1960–1969(1975)

Product: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Periode: 1960–1980

Waardering: B (1)

567

Handeling: Het instellen van Selectie Centra voor de werving van arbeidskrachten

Grondslag: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Product: instellingsbesluit

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

568

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan de dienst van het wervingsland, dat belast is met de aanwerving en de tewerkstelling van werknemers uit dat land.

Grondslag: wervingsovereenkomsten, o.a. met Marokko

Product: brieven

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

Opmerking: het betreft hier inlichtingen over onder meer over de geraamde behoeften aan werknemers van het Nederlandse bedrijfsleven. Aanbiedingen van werk bij Nederlandse werkgevers, de algemene loon- en arbeidsvoorwaarden, de sociale voorzieningen, de levensomstandigheden, lijsten van de in Nederland in het kader van de overeenkomst aangekomen werknemers.

569

Handeling: Het bemiddelen bij de werving van buitenlandse werknemers voor bedrijven in Nederland.

Grondslag: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Product: brieven

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

570

Handeling: Het opstellen van maandverslagen

Bron: archief Centrale Dienst van de Directie (later Directoraat-Generaal) voor de Arbeidsvoorziening (1935)1960–1969(1975)

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

571

Handeling: Het geven van voorschriften aan de Gewestelijke Arbeidsbureaus voor het behandelen van aanvragen om werving van buitenlandse werknemers

Bron: archief Centrale Dienst van de Directie (later Directoraat-Generaal) voor de Arbeidsvoorziening (1935)1960–1969(1975)

Product: voorschriften

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

572

Handeling: Het verlenen van toestemming aan bedrijven om wervingsacties uit te mogen voeren.

Bron: archief Centrale Dienst van de Directie (later Directoraat-Generaal) voor de Arbeidsvoorziening (1935)1960–1969(1975)

Product: brieven

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

573

Handeling: Het mede instellen van een Gemengde Commissie

Grondslag: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor de werkgevers

416

Handeling: Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften voor loonkostensubsidieregelingen.

Grondslag: 30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 9;

30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87) art. 7;

Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168), art. 7;

Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67), art. 7;

30%-loonkostenregeling 1977 bij gedeeltelijke werkweek (Stcrt. 1976, 254) art. 7;

Tijdelijke regeling loonkostensubsidie jeugdigen (Stcrt. 1977, 68), art. 7;

Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91), art. 7;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 7;

Plaatsingsbevorderende Maatregel (Stcrt. 1981, 135) art. 8;

Maatregel ter ondersteuning van de arbeidsinpassing (Stcrt. 1986, 71) art. 9;

Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3) art. 10;

Subsidieregeling bevordering arbeidsinpassing (Stcrt. 1989, 147) art. 17

Product: uitvoeringsvoorschriften

Periode: 1973–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging uitvoeringsvoorschrift

417

Handeling: Het maken van uitzonderingen op loonkostensubsidieregelingen ten gunste van academici.

Grondslag: –

Product: beschikkingen

Periode: 1973–

Opmerking: De directeur van het arbeidsbureau nam het besluit, maar de directeur-generaal moest toestemming verlenen.

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

460

Handeling: Het voorbereiden en doen uitvoeren van werkverruimingsobjecten, de zogeheten additionele werken.

Grondslag: Organisatiebesluit DUW (Stb. I 453, 1948) art. 2

Product: aanwijzingen werkverruimingsobjecten

Periode: 1954–1983

Waardering: B (5)

461

Handeling: Het behartigen van het vervoer en de huisvesting van de arbeiders die te werk zijn gesteld op door hen verzorgde aanvullende werken

Grondslag: Organisatiebesluit DUW (Stb. I 453, 1948) art. 2

Product: regelingen

Periode: 1945–1983

Waardering: B (5)

462

Handeling: Het godsdienstig, geestelijk en cultureel verzorgen van de in kampen gehuisveste arbeiders

Grondslag: onder meer Rijksbegroting 1954

Product: financiële bescheiden m.b.t. onder meer boeken

Periode: 1945–1983

Waardering: B (5)

464

Handeling: Het verstrekken van subsidies voor de uitvoering van openbare werken (uitgevoerd door particulieren of overheidsdiensten).

Grondslag: Organisatiebesluit DUW 1948 (Stb. 1948, I453) art. 2

Product: beschikking

Periode: 1954–1983

Waardering: B (5)

465

Handeling: Het houden van toezicht op de besteding van subsidies voor de uitvoering van openbare werken (uitgevoerd door particulieren of overheidsdiensten).

Grondslag: Organisatiebesluit DUW 1948 (Stb. 1948, I453) art. 2

Product: rapport

Periode: 1954–1983

Waardering: B (5)

3.11.4 Werkgelegenheidsverruiming: additonele arbeid

500

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Gewestelijke Arbeidsbureaus voor de verlening van tegemoetkomingen in de loonkosten van tijdelijke arbeidskrachten.

Grondslag: onder meer

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1973, 205) art. 11

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1975, 168) art. 11

– Werkgelegenheidsverruimende maatregel (Stcrt. 1979, 20) art. 9

Product: aanwijzingen

Periode: 1973–1990

Waardering: V 5 jaar na vervanging aanwijzing

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituatie

525

Handeling: Het verlenen van vergunningen om arbeidsverhoudingen te beëindigen

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 7 eerste lid

Product: vergunningen

Periode: 1971–1990

Opmerking: – een vergunning kan onder beperkingen worden verleend.

– aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden

Waardering: B (6)

527

Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake het beperken van het aangaan van arbeidsverhoudingen

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 10, eerste lid

Product: vergunnningen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

528

Handeling: Het onmisbaar verklaren van een werknemer voor het verrichten van aangewezen arbeid

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 13, eerste lid, art. 16, eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

529

Handeling: Het verlenen van een vergunning inzake het beëindigen van de arbeidsverhouding door een medewerker in verband met het aangaan van een arbeidsverhouding met een andere werkgever

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 17 eerste lid

Product: vergunningen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

531

Handeling: Het op verzoek van een werknemer verlenen van ontheffing van artikelen uit het BW in verband met het aangaan van een arbeidsverhouding met een nieuwe werkgever, waarin hij onmisbaar wordt verklaard, ter zake van het beëindigen van de bestaande arbeidsverhouding.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 18

Product: ontheffingen

Periode: 1971–1990

Opmerking: het betreft hier de artikelen 670, 671 en 672 van Boek 7 van het BW

Waardering: B (6)

535

Handeling: Het bij beschikking bestemmen van een burgerdienstplichtige voor aangewezen arbeid in loondienst en een tegen het genot van een toelage te volgen scholing

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 23, eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

536

Handeling: Het oproepen van een burgerdienstplichtige tot het verrichten van werkzaamheden overeenkomstig diens bestemming

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 24 eerste lid, art. 31 eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

538

Handeling: Het vaststellen van de inhoud van de rechtsbetrekking

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 27, tweede lid

Product: besluiten

Periode: 1971–1990

Opmerking: Partijen bij de rechtsbetrekking zijn bevoegd gezamenlijk haar inhoud nader vast te stellen. Op verzoek van de meest gerede partij geschiedt de nadere vaststelling door het Hoofd Arbeidsvoorziening

Waardering: V 5 jaar na vervallen besluit

540

Handeling: Het in afzonderlijke gevallen nader vaststellen van de inhoud van de rechtsbetrekking.

Grondslag: Noodwet arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 28, tweede lid

Product: besluit

Periode: 1971–1990

Waardering: V 5 jaar na vervallen besluit

552

Handeling: Het beoordelen van bezwaarschriften tegen maatregelen die genomen zijn krachtens het tweede hoofdstuk van de Noodwet Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 36, eerste lid

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1990

Waardering: B (3)

Actor: De Hoofdinspecteur-Directeur voor de Arbeidsvoorziening

3.4 Arbeidsbemiddeling

151

Handeling: Het inspecteren van de werkzaamheden van de Gewestelijke Arbeidsbureaus en de Rijkswerkplaatsen

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: rapporten

Periode: 1945–1990

Waardering: V 20 jaar

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

244

Handeling: Het beslissen in twijfelgevallen inzake de toekenning van vergoedingen voor verplaatsingskosten aan werkloze werknemers.

Grondslag: Migratieregeling (Stcrt. 1971, 87) art. 7; Migratieregeling Noorden Des Lands (Stcrt. 1973, 62) art. 9 (b.w. Stcrt. 1977, 128)

Product: beschikkingen

Periode: 1971–1977

Waardering: V 5 jaar na beslissing

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituaties

551

Handeling: Het uitoefenen van de bevoegdheid tot wijziging van de gebiedsindeling van de geweste lijke arbeidsbureaus binnen zijn ambtsgebied.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 35, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: besluit

Periode: 1971–1990

Waardering: B (6)

Actor: Het Gewestelijk Arbeidsbureau

3.4 Arbeidsbemiddeling

145

Handeling: Het bemiddelen voor het verkrijgen van gelegenheid om vakkennis op te doen.

Grondslag: Besluit van de waarnemend secretaris-generaal van Sociale Zaken van 24 september 1940 (Vb. 1940, 166) art. 1, vierde lid; Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433) art. 3, derde lid, zoals gewijzigd (Stb. 1960, 94) (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Periode: 1945–1990

Waardering: V 2 jaar

146

Handeling: Het onderhouden van een werkgeversdocumentatie

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: carthoteek

Periode: 1945–1990

Waardering: V 2 jaar

147

Handeling: Het verzamelen van gegevens omtrent arbeidsmarkt en werkgelegenheid

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: statistieken

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar

148

Handeling: Het opstellen van rapporten omtrent de arbeidsmarkt en werkgelegenheid

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: rapporten

Periode: 1945–1990

Opmerking: Het betreft hier rapporten over de jaarlijkse arbeidsmarktbeschrijving, kwartaalrapporten en maandrapporten

Waardering: B (5)

149

Handeling: Het verstrekken van informatie aan werkgevers en het verrichten van bedrijfsbezoeken

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: brieven, rapporten

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar

150

Handeling: Het geven van voorlichting over arbeidsbemiddeling

Grondslag: onder meer circulaire Directeur-Generaal van het Rijksarbeidsbureau d.d. 15 september 1953 inzake taakomschrijving D.A.B.

Product: brieven

Periode: 1945–1990

Waardering: V 2 jaar

154

Handeling: Het inschrijven voor arbeidsbemiddeling van personen zonder werk.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 4, eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: bestanden, onder meer stamkaarten, persoonsdossiers

Periode: 1945–1990

Waardering: V 2 jaar

155

Handeling: Het aanwijzen van dienstbetrekkingen aan werkloze werknemers.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51) art. 5, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: brieven

Periode: 1945–1990

Waardering: V 2 jaar

156

Handeling: Het geven van een aanwijzing aan een werkloze werknemer tot het volgen van een cursus voor scholing, herscholing of omscholing.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51) art. 6 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: aanwijzing

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar

158

Handeling: Het bekendmaken van werkstakingen en uitsluitingen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283) art. 2 en art. 3 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: bekendmakingen

Periode: 1946–1990

Waardering: V 2 jaar na bekendmaking

159

Handeling: Het beslissen in beroepszaken omtrent de bekendmaking van werkstakingen en uitsluitingen.

Grondslag: Koninklijk besluit van 14 oktober 1946 (Stb. 1946, G283) art. 5 (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: beschikkingen

Periode: 1946–1990

Opmerking: De directeur raadpleegt eerst zijn Commissie van advies.

Waardering: B (3)

161

Handeling: Het verlenen van bemiddeling tot sluiten van overeenkomsten inzake het verrichten van werkzaamheden door musici en artiesten.

Grondslag: Besluit van 21 november 1973, houdende opdracht van een taak aan het Rijksarbeidsbureau (Stb. 1973, 607) art. 1

Product: brieven

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

169

Handeling: Het organiseren van cursussen voor de opleiding van beroepskeuze-adviseur

Grondslag:

Product: onder meer cursusmateriaal

Periode: 1945–1973

Opmerking: De cursussen worden in samen werking met het Centraal Comite van Samenwerking inzake voorlichting bij Beroepskeuze georganiseerd. De cursussen worden gegeven door de Stichting voor opleiding van Maatschappelijke Werkers te Haarlem

Waardering: V 5 jaar

170

Handeling: Het geven van beroepskeuzevoorlichting

Grondslag: Verordeningenblad 140, 166, art. 1 vierde lid

Product: adviezen

Periode: 1945–

Waardering: V 5 jaar

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

226

Handeling: Het doorverwijzen van werkzoekenden naar de Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start)

Grondslag: akte, houdende de statuten van de Stichting; Stichting uitzendbureau arbeidsvoorziening (Start), gevestigd te Rijswijk, d.d. 19 december 1977, art. 2, lid 2

Product: brieven

Periode: 1977–1990

Waardering: V 2 jaar

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

242

Handeling: Het toekennen van vergoedingen voor verplaatsingskosten voor werkloze werknemers.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 5, derde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122); Migratieregeling (Stcrt. 1971, 87) art. 7; Migratieregeling Noorden Des Lands (Stcrt. 1973, 62) art. 1; Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128) art. 3 onder b, art. 6 derde lid; Maatregel ondersteuning verplaatsing bedrijven (Stcrt. 1987, 3) art. 5, art. 6

Product: beschikking

Periode: 1954–1990

Waardering: V 5 jaar na toekenning vergoeding

245

Handeling: Het uitbrengen van een periodiek verslag over de toepassing van de Migratieregeling 1971.

Grondslag: Migratieregeling (Stcrt. 1971, 87) art. 8 (b.w. Stcrt. 1977, 128)

Product: verslagen

Periode: 1971–1977

Waardering: B (3)

3.7.2 Buitenland

589

Handeling: Het geven van voorlichting aan aspirant-emigranten

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 26, gew. Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 22.

Product: voorlichtingsmateriaal

Periode: 1952–1992

Opmerking: Onder deze handeling wordt verstaan het organiseren van voorlichtingsavonden, gerichte individuele voorlichting, het informeren van de emigrant over zaken die verband houden met het vertrek, uitreiking bijslag- en vertrekbescheiden.

Waardering: B (5)

590

Handeling: het behandelen van de aanmelding van aspirant-emigranten

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 26 gew. Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 22.

Product: emigrantendossiers

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

346

Handeling: Het beslissen of iemand in aanmerking komt voor een gesubsidieerde scholingsplaats.

Grondslag: onder meer

Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 16, tweede lid

Product: brieven

Periode: 1945–1990

Waardering: V 5 jaar na beslissing

347

Handeling: Het ontwikkelen en samenstellen van (gesubsidieerde) scholingsprogramma’s.

Bron: diverse scholingssubsidieregelingen (studietoelage- en studiekostenregelingen, bijdrageregelingen, e.d.), met name Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247)

Product: scholingsprogramma’s

Periode: 1940–1990

Waardering: B (5)

355

Handeling: Het verstrekken van subsidie ten behoeve van scholing in bedrijven.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 2 tweede lid

Product: financiële bescheiden

Periode: 1987–1990

Waardering: V 5 jaar na verstrekking subsidie

356

Handeling: Het subsidiëren van de ontwikkeling van een cursus aan een scholingsinstituut.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 5 zoals gewijzigd (Stcrt. 1990, 105);

Bijdrageregeling bedrijfstakgewijze scholing (Stcrt. 1989, 88) art. 10

Product: financiële bescheiden

Periode: 1987–1990

Waardering: V 5 jaar na verstrekking subsidie

357

Handeling: Het jaarlijks opstellen van regionale beleidsplannen voor de scholing van werklozen en werknemers.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 12

Product: scholingsplannen

Periode: 1987–1990

Waardering: B (5)

358

Handeling: Het maken van uitzonderingen op jaarlijks opgestelde beleidsplannen voor de scholing van werklozen en werknemers.

Grondslag: Kaderregeling scholing (Stcrt. 1986, 247) art. 12

Product: beschikkingen

Periode: 1987–1990

Opmerking: het beleidsplan houdt rekening met de regionale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De directeur kan in zijn onderhandelingen met de werkgevers, diens scholingsbeleid nader nuanceren. In het beleidsplan kunnen bijzondere categorieen van werklozen worden genoemd die weliswaar niet door gebrek aan scholing niet in het arbeidsproces worden opgenomen, maar van wie kan worden vastgesteld dat zij een achterstandspositie op de arbeidsmarkt innemen. De directeur kan bepalen dat de toepassing van de kaderregeling beperkt wordt tot opleidingen gebonden aan een maximum duur. Tot slot kan de directeur in het beleidsplan opnemen dat een lager percentage zal gelden voor de tegemoetkoming in de kosten van scholing van de werkloze of werknemer.

Waardering: B (5)

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

371

Handeling: Het verstrekken van vergunningen om arbeid te verrichten.

Grondslag: Wet tot regeling van het verrichten van arbeid door vreemdelingen (Stb. 1934, 257) art. 2,

eerste lid (b.w. Stb. 1964, 72); Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 2; Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 4 (b.w. Stcrt. 1991, 4, art. 1); Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 5, eerste lid

Product: vergunningen

Periode: 1945–

Opmerking: Tot en met 1978 werden de vergunningen verleend aan werkgevers of vreemdelingen; na 1979 aan werkgevers. In de praktijk behoorde de verlening van vergunning tot het takenpakket van de gewestelijke arbeidsbureaus. In 1974 golden in verband met de Olieboycot afwijkende regels (zie paragraaf 11.2).

Waardering: V 5 jaar na intrekking vergunning

381

Handeling: Het afgeven van een verklaring aan personen die rechtmatig in Nederland verblijven.

Grondslag: Wet arbeid buitenlandse werknemers (Stb. 1978, 737) art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1994, 959)

Product: verblijfsvergunningen

Periode: 1978–1990

Waardering: V 5 jaar

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

413

Handeling: Het verstrekken van subsidie aan bedrijven die moeilijk plaatsbare individuele werklozen in dienst nemen.

Grondslag: 30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 2, art. 7;

Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168) art. 3;

Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67), art. 2;

30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87) art. 3;

30%-loonkostenregeling 1977 bij gedeeltelijke werkweek (Stcrt. 1976, 254) art. 3;

Tijdelijke regeling loonkostensubsidie jeugdigen (Stcrt. 1977, 68), art. 3;

Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91), art. 3;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 3;

Plaatsingsbevorderende Maatregel (Stcrt. 1981, 135) art. 6;

Maatregel ter ondersteuning van de arbeidsinpassing (Stcrt. 1986, 71) art. 5;

Maatregel langdurig werklozen (Stcrt. 1987, 3) art. 6;

Subsidieregeling bevordering arbeidsinpassing (Stcrt. 1989, 147) art. 3 en art. 11

Product: financiële bescheiden

Periode: 1973–1990

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

414

Handeling: Het maken van uitzonderingen op loonkostensubsidieregelingen.

Grondslag: onder meer

30%-loonkostenregeling 1973 (Stcrt. 1973, 183) art. 3;

Voorlopige regeling plaatsing gehandicapten 1975 (Stcrt. 1975, 168), art. 4 en art. 6 derde lid;

Regeling plaatsing gehandicapten 1976 (Stcrt. 1976, 67), art. 5;

30%-loonkostenregeling 1976 (Stcrt. 1976, 87) art. 4 tweede lid;

Regeling plaatsing gehandicapten 1977 (Stcrt. 1977, 91), art. 5;

30%-loonkostenregeling 1977 bij volledige werkweek (Stcrt. 1977, 128) art. 4

Product: beschikkingen

Periode: 1977–1990

Opmerking: Na 1977 neemt de directeur het besluit, maar moest de minister toestemming verlenen.

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

417

Handeling: Het maken van uitzonderingen op loonkostensubsidieregelingen ten gunste van academici.

Grondslag: –

Product: beschikkingen

Periode: 1973–

Opmerking: De directeur van het arbeidsbureau nam het besluit, maar de directeur-generaal moest toestemming verlenen.

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

419

Handeling: Het beëindigen van de vrijstelling van de verplichting tot het betalen van werkgeverspremies.

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 3, derde lid, art. 5, vierde lid (hernummerd Stb. 1988, 286) art. 5, vijfde lid (b.w. Stb. 1995, 635)

Product: beschikkingen

Periode: 1986–1995

Waardering: V 5 jaar na afhandeling

3.11.4 Werkgelegenheidsverruiming: additionele arbeid

499

Handeling: Het aan bedrijven verlenen van een tegemoetkoming in de loonkosten van tijdelijke arbeidskrachten.

Grondslag: onder meer

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1973, 205) art. 7 en art. 10

– Regeling tijdelijke arbeidsplaatsen (Stcrt. 1975, 168) art. 2–4

– Werkgelegenheidsverruimende maatregel (Stcrt. 1979, 20) art. 2

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1973–1990

Opmerking: Bij de verschillende werkgelegenheidverruimende maatregelen konden verschillende voorwaarden worden gesteld; ook de bijdragen waren verschillend.

Waardering: V 5 jaar na toekenning tegemoetkoming

3.14 Demobilisering

559

Handeling: Het bemiddelen inzake het vinden van een passende werkkring voor militairen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948 (Stb. 1948, I 57) art. 9; (Stb. 1950, K 269) art. 9 eerste lid onder a

Product: brieven

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

Actor: De Rijksinspecteur van de beroepskeuzevoorlichting

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

179

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op bureaus tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in stand houden (Stcrt. 1953, 8) art. 7; Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie over het jaar 1956 ten behoeve van het in stand houden van bijzondere bureaus tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze (Stcrt. 1956, 172) art. 7; Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen tot beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 16–17; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1962 (Stcrt. 1962, 9) art. 17–18; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96) art. 9, art. 30; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1989, 106) art. 4

Product: rapporten

Periode: 1962–1990

Opmerking: De Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1986, 96) art. 9 noemt de controle van werkplannen.

Waardering: V 15 jaar

210

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag aan de Minister van Sociale Zaken en de Minister van Onderwijs en Wetenschappen.

Grondslag: Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1986, 96) art. 30, vijfde lid

Product: jaarverslagen

Periode: 1986–1990

Waardering: B (2)

Actor: Het College van Rijksbemiddelaars

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

215

Handeling: Het (in uitzonderlijke gevallen) vaststellen welke werkgevers worden beschouwd als ter beschikking stellers van arbeidskrachten.

Grondslag: Loonregeling met betrekking tot het uitlenen van arbeidskrachten (Stcrt. 1962, 108) art. 1 onder b

Product: beschikkingen

Periode: 1962–1970

Waardering: B (5)

Actor: De Directeur Centraal Kantoor van de Arbeidsinspectie/De Directeur van een Regionaal Kantoor

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

Fraudebestrijding

78

Handeling: Het verrichten van onderzoeken naar fraude rond ESF-subsidies

Grondslag: Fraudenota (Tweede Kamerstuk, 17050, nummer 203, vergaderjaar 1997–1998)

Product: rapportages, processen-verbaal

Periode: 1998–

Waardering: B (5)

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

104

Handeling: Het houden van toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van de Arbeidsvoorzieningswet en andere wetten door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.

Grondslag: Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 402) art. 106; Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Stb. 1996, 618) art. 83

Product: rapportages, processen-verbaal

Periode: 1991–

Waardering: V 15 jaar

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

239

Handeling: Het toezicht houden op de toepassing van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.

Grondslag: Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Stb. 1998, 306) art. 15

Product: rapportages, processen-verbaal

Periode: 1998–

Opmerking: De ambtenaren van de Arbeidsinspectie worden aan gewezen door de Minister van Sociale Zaken (zie handeling 171)

Waardering: V 15 jaar

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

391

Handeling: Het uitoefenen van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden en Wet arbeid vreemdelingen.

Grondslag: Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 1994, 959) art. 15–19 Regeling houdende aanwijzing van de Arbeidsinspectie als toezichthoudende instantie, bedoeld in de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stcrt. 1998, 18), art. 1, lid 1

Product: processen-verbaal, rapportages

Periode: 1994–

Waardering: V 15 jaar

403

Handeling: Het schriftelijk mededelen aan de werkgever indien deze niet of volledig aan zijn verplichtingen op grond van de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden heeft voldaan.

Grondslag: Regeling houdende aanwijzing van de Arbeidsinspectie als toezichthoudende instantie, bedoeld in de Wet stimulering arbeidsdeelname minderheden (Stcrt. 1998, 18), art. 1 lid 2

Product: mededeling

Periode: 1998–

Waardering: V 5 jaar

404

Handeling: Het verrichten van onderzoeken naar fraude op het gebied van de arbeidsvoorziening voor buitenlandse werknemers.

Grondslag: Fraudenota (Tweede Kamerstuk 17050, nummer 203, vergaderjaar 1997–1998)

Product: rapportages, processen-verbaal

Periode: 1998–

Waardering: B (5)

Actor: De directie bijzondere vraagstukken van arbeidsverhoudingen

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

216

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Grondslag: Wet beroep administratieve beschikkingen (Stb. 1963, 268) art. 7, tweede lid; Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284), art. 7 (b.w. Stb. 1994, 1)

Periode: 1963–1985

Waardering: B (3)

Actor: De Loontechnische dienst

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

216

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Grondslag: Wet beroep administratieve beschikkingen (Stb. 1963, 268) art. 7, tweede lid; Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284), art. 7 (b.w. Stb. 1994, 1)

Periode: 1963–1990

Waardering: B (3)

222

Handeling: Het houden van toezicht op de naleving van de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten 1965.

Grondslag: Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 1965, 379) art. 8, eerste lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: rapporten, processen-verbaal

Periode: 1965–1985

Waardering: V 15 jaar

Actor: De Minister-President

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituaties

515

Handeling: Het voordragen bij de Kroon van (delen van) hoofdstuk II van de Noodwet Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 2 eerste lid

Product: Voorstel van Wet

Periode: 1971–

Opmerking: Hieronder valt ook het bekendmaken van de noodtoestand en het samenroepen van de Staten-Generaal in buitengewone zitting.

Waardering: B (1)

Actor: De Minister van Binnenlandse Zaken

3.4 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

93

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan het directoraat-generaal voor de arbeidsvoorziening met betrekking tot de samenwerking met andere overheidslichamen.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 4

Product: aanwijzingen

Periode: 1954–

Waardering: B (5)

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

333

Handeling: Het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels met betrekking tot hulp op financieel gebied aan emigranten of geëmigreerden

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 28 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Emigratie-Bijslagregeling 1982 (Stb. 1982, 774)

Periode: 1997–1999

Waardering: B (1)

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W.1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–

Waardering: V 5 jaar na zittingsperiode

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 10 jaar

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituaties

532

Handeling: Het, samen met de Minister van Sociale Zaken en de ministers wie het mede aangaat, voordragen van een algemene maatregel van bestuur betreffende het stellen van nadere regels omtrent het verlenen van verlof aan een medewerker voor de duur van zijn onmisbaarheid

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 19, derde lid

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1971–

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum

Actor: De Minister van Defensie

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 10 jaar

3.14 Demobilisering

561

Handeling: Het mede-stellen van regels voor de arbeidsbemiddeling, bemiddeling voor scholing, herscholing en omscholing in een onderneming en plaatsing voor scholing, herscholing of omscholing op een Rijkswerkplaats voor Vakontwikkeling, voor bemiddeling, voorbereidende scholing en voorbereiding ter zake van emigratie en het toekennen van vergoedingen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 9; (Stb. 1950, K 269) art. 9 derde lid

Product: regelingen

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

562

Handeling: Het mede-vaststellen van regels voor de toekenning van een uitkering aan werkloze oud-militairen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 10; (Stb. 1950, K 269) art. 10, zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284)

Product: regelingen

Periode: 1948–1963

Waardering: B (5)

Actor: De Minister van Economische Zaken

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

52

Handeling: Het aanwijzen van een lid van het comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidie regelingen.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 3 lid 1

Product: beschikkingen

Periode: 1995–

Waardering: V 5 jaar na zittingsperiode

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

204

Handeling: Het aanwijzen van leden van de interdepartementale stuurgroep beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 2

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Waardering: V 5 jaar na zittingsperiode

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

247

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken over verzoeken om verplaatsingskosten voor werknemers van bedrijven die zich elders vestigen.

Grondslag: Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128) art. 11 (b.w. Stcrt. 1987, 3)

Product: adviezen

Periode: 1977–1987

Waardering: V 5 jaar

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

353

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Onderwijs-Arbeid

Bron: archief Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening 1954 t/m 1990

Product: instellingsbesluit

Periode: 1982–

Waardering: B (4)

3.10.3 Machtigingswet (1974)

410

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken over regels met betrekking tot het (doen) verrichten van arbeid door vreemdelingen.

Grondslag: Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid (Stb. 1974, 1) art. 9, eerste lid

Product: adviezen

Periode: 1974–

Waardering: V 5 jaar

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

431

Handeling: Het aanwijzen van andere werkzaamheden die niet tot speur- en ontwikkelingswerk worden gerekend.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 1, lid 3 onder c

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na intrekking regeling

436

Handeling: Het bepalen dat:

– om als langdurig werkloze te worden aangemerkt, de termijn van 12 maanden zonder onderbreking niet geldt voor een gebied met hoge werkeloosheid

– groepen personen, die dezelfde kansen op de arbeidsmarkt hebben, worden gelijkgesteld aan langdurig werklozen

– welke perioden, van niet als werkloos werkzoekende staan ingeschreven, niet gelden als onderbreking.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 12

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na intrekking regeling

444

Handeling: Het stellen van nadere voorwaarden om als S&O-inhoudingsplichtige te worden aangewezen, alsmede voor de wijze waarop de administratie van een S&O inhoudingsplichtige of een S&O-belastingplichtige er uit dient te zien

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 21, lid 4, art. 22, lid 8, art. 25

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na intrekking regeling

447

Handeling: Het afgeven, wijzigen of intrekken van een S&O-verklaring (verklaring van speur- en ontwikkelingswerk) aan een S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 24, lid 1, 2 en 7

Product: ‘verklaringen’

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar

448

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de inhoud en de wijze waarop een verzoek voor de afgifte van een S&O-verklaring (verklaring van speur- en ontwikkelingswerk) dient te worden ingediend.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 24, lid 4

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na intrekking regeling

449

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast worden met het toezicht op de naleving van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 26, lid 1

Product: ‘aanwijzing’

Periode: 1996–

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum

451

Handeling: Het verlenen van ontheffing (van de verboden) krachtens de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 30, lid 2

Product: ontheffingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar na zittingsperiode

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 5 jaar

Actor: De Minister van Financiën

3.1 Arbeidsvoorzieningen in het algemeen

21

Handeling: Het instemmen met het achterwege laten van het bepalen op welke wijze het beschikbare geld wordt verdeeld.

Grondslag: Kaderwet SZW-subsidies (Stb. 1997, 285) art. 5

Product: brieven

Periode: 1998–

Waardering: V 10 jaar

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

114

Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een lijst met roerende zaken die worden toegerekend aan het Directoraat-generaal van de Arbeidsvoorziening.

Grondslag: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet (Stb. 1990, 403) art. 6, lid 3 (b.w. Stb. 1996, 619)

Product: lijst met roerende zaken

Periode: 1991–1996

Waardering: V 10 jaar

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

194

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit betreffende het voordragen voor benoeming van de voorzitter en leden van de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247) art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: Koninklijke besluiten

Periode: 1963–1990

Waardering: V 5 jaar na beëindiging

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

284

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en de rekening van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 15 tweede lid; Emigratiewet (Stb, 1967, 659) art. 12 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikking

Periode: 1952–1999

Waardering: V 10 jaar na vaststelling

285

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur omtrent de begroting, het beheer van de geldmiddelen en de rekening en verantwoording van het Emigratiebestuur

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 16 eerste lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446)

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

286

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren waaraan de Emigratiedienst inzage van de boeken en bescheiden moet geven

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 16 tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 13 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aanwijzing

Periode: 1967–1999

Waardering: V 10 jaar

311

Handeling: Het bepalen dat de in beheer zijnde waarborgsommen worden gedeponeerd bij door hen aan te wijzen instellingen

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 17, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven

Periode: 1955–1999

Opmerking: De Emigratiedienst kan, alvorens werkzaamheden op verzoek van natuurlijke personen of niet-openbare rechtspersonen te verrichten, een waarborgsom van deze personen verlangen. De waarborgsommen van adspirant-emigranten worden door het Emigratiebestuur op afzonderlijke rekeningen geadministreerd.

Waardering: V 10 jaar

319

Handeling: Het houden van financieel toezicht op het Emigratiebestuur

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 23 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: rapportages

Periode: 1955–1999

Waardering: B (1)

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

422

Handeling: Het stellen van nadere regels ter bevordering van een goede uitvoering van de Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn.

Grondslag: Wet ter bevordering van de werkgelegenheid voor werkzoekenden die zeer langdurig werkloos zijn (Stb. 1986, 483) art. 9 (hernummerd Stb. 1988, 286) art. 10 (b.w. Stb. 1995, 635)

Product: Uitvoeringsvoorschriften Wet bevordering werkgelegenheid voor langdurig werkloze werkzoekenden (Stcrt. 1987, 3)

Periode: 1986–1995

Waardering: B (5)

430

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 11

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1990–

Waardering: B (5)

432

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de werknemer van wie de dienstbetrekking niet gedurende het gehele kalenderjaar heeft bestaan.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 5, lid 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

433

Handeling: Het vaststellen van een afwijkende volledige arbeidsduur voor een kalenderweek.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 6, lid 2

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

434

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de vermindering voor een werknemer die zonder overeengekomen vaste arbeidsduur werkt alsmede voor het geval het loon niet per tijdseenheid wordt berekend.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 6, lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

436

Handeling: Het bepalen dat:

– om als langdurig werkloze te worden aangemerkt, de termijn van 12 maanden zonder onderbreking niet geldt voor een gebied met hoge werkeloosheid

– groepen personen, die dezelfde kansen op de arbeidsmarkt hebben, worden gelijkgesteld aan langdurig werklozen

– welke perioden, van niet als werkloos werkzoekende staan ingeschreven, niet gelden als onderbreking.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 12

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

437

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de afdracht door langdurig werklozen alsmede met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over de vermindering van de afdracht voor lage lonen en langdurig werklozen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 13

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: B (5)

438

Handeling: Het bepalen welke gegevens dienen voor te komen in de overeenkomsten in het onderwijs om voor de vermindering van de afdracht in aanmerking komen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 14, lid 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

439

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in het onderwijs.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 15

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

440

Handeling: Het stellen van regels ter bepaling van de aan de kinderopvang toe te rekenen kosten.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 16, lid 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

441

Handeling: Het vervangen van de percentages die voor de vermindering van de afdracht voor zeevarenden van toepassing zijn.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 17, lid 4 en 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

442

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de verplichtingen waaraan de inhoudingsplichtige in de zeevaart dient te voldoen om voor de vermindering van de afdracht in aanmerking te komen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 18, lid 1, 2 en 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

443

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in de zeevaart.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 20

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

444

Handeling: Het stellen van nadere voorwaarden om als S&O-inhoudingsplichtige te worden aangewezen, alsmede voor de wijze waarop de administratie van een S&O inhoudingsplichtige of een S&O-belastingplichtige er uit dient te zien.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 21, lid 4, art. 22, lid 8, art. 25

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

445

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de verstrekking van een afschrift van een S&O-verklaring door een inhoudingsplichtige aan de inspecteur.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 22, lid 6

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

446

Handeling: Het wijzigen van de percentages met betrekking tot de S&O-verminderingen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 23

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

448

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de inhoud en de wijze waarop een verzoek voor de afgifte van een S&O-verklaring (verklaring van speur- en ontwikkelingswerk) dient te worden ingediend.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 24, lid 4

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

452

Handeling: Het jaarlijks vervangen van de toetslonen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 31, lid 1

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

453

Handeling: Het stellen van nadere, afwijkende regels ter bevordering van een goede uitvoering van Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 32

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: deze handeling wordt gewaardeerd in het BSD 65 ‘Belastingen: de geheiligde schuld’

455

Handeling: Het opstellen van een verslag voor de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet op de langdurig werklozen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 52, lid 1

Product: verslagen

Periode: 1996–

Waardering: B (1)

456

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur, op basis van het verslag aan de Staten-Generaal, verlengen van de termijn waarop de vermindering langdurig werklozen op een werknemer van toepassing is.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 52, lid 2

Product: algemene maatregelen van bestuur

Periode: 1996–

Waardering: B (1)

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–

Waardering: V 10 jaar

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 10 jaar

3.14 Demobilisering

561

Handeling: Het mede-stellen van regels voor de arbeidsbemiddeling, bemiddeling voor scholing, herscholing en omscholing in een onderneming en plaatsing voor scholing, herscholing of omscholing op een Rijkswerkplaats voor Vakontwikkeling, voor bemiddeling, voorbereidende scholing en voorbereiding ter zake van emigratie en het toekennen van vergoedingen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 9; (Stb. 1950, K 269) art. 9 derde lid

Product: regelingen

Periode: 1948–1954

Waardering: B (1)

562

Handeling: Het mede-vaststellen van regels voor de toekenning van een uitkering aan werkloze oud-militairen.

Grondslag: Besluit Demobilisatievoorzieningen (Stb. 1948, I 57) art. 10; (Stb. 1950, K 269) art. 10, zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284)

Product: regelingen

Periode: 1948–1963

Waardering: B (1)

Actor: De Inspecteur Inkomstenbelasting

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

450

Handeling: Het heffen en invorderen van administratieve boeten aan de inhoudingsplichtige.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 27, 28 en 29

Product: (Naheffings-)aanslag/beschikking

Periode: 1996–

Waardering: V 7 jaar

Actor: De ontvanger der Rijksbelastingen

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

429

Handeling: Het heffen en invorderen van het verschuldigde bedrag van een werkgever

Grondslag: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (Stb. 1990, 330) art. 10

Product: (Naheffings-)aanslag/beschikking

Periode: 1990–

Waardering: V 7 jaar

Actor: De Minister van Landbouw en Visserij

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 5 jaar

Actor: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

52

Handeling: Het aanwijzen van een lid van het comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 3 lid 1

Product: beschikkingen

Periode: 1995–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

61

Handeling: Het aanwijzen van een lid van het Comité van toezicht ‘doelstelling 3’.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 3 lid 1

Product: beschikkingen

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

178

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan instellingen die actief zijn op het gebied van de studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie aan verenigingen, instellingen of stichtingen die een bijzonder bureau tot voorlichting bij beroeps- of studiekeuze in stand houden (Stcrt. 1953, 8) art. 4; Regeling voor het verlenen van een rijkssubsidie over het jaar 1956 ten behoeve Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen tot beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 1; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1962 (Stcrt. 1962, 9) art. 1; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96) art. 2; Besluit Financiële bijdrage aan gesubsidieerde SBKV-instellingen in 1989 (Stcrt. 1989, 106)

Product: beschikkingen

Periode: 1986–1990

Waardering: V 6 jaar na afrekening

194

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit betreffende het voordragen voor benoeming van de voorzitter en leden van de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247) art. 3, tweede lid (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: Koninklijke besluiten

Periode: 1963–1990

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

200

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: –

Product: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228)

Periode: 1984

Opmerking: de stuurgroep wordt voorlopig voor een periode van drie jaar ingesteld. Na drie jaar zal er een uitdrukkelijke beslissing worden genomen over het voortbestaan van deze stuurgroep. Deze beslissing is echter niet achterhaald kunnen worden. Daarom is de periode van de volgende handelingen met een ‘?’ afgesloten

Waardering: B (4)

204

Handeling: Het aanwijzen van leden van de interdepartementale stuurgroep beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 2

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

205

Handeling: Het aanwijzen van de voorzitter van de interdepartementale stuurgroep Studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 2

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Opmerking: de ministers wijzen om beurten een van hun vertegenwoordigers voor een jaar als voorzitter aan.

Waardering: V 5 jaar na afloop ziitingstermijn

208

Handeling: Het aanwijzen van de secretaris van de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 6

Product: aanwijzing

Periode: 1984–?

Opmerking: de minister die de voorzitter aanwijst, wijst uit de ambtenaren van zijn departement een secretaris aan voor dezelfde periode als waarvoor de voorzitter wordt aangewezen.

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

209

Handeling: Het opstellen van een Landelijk Programma Beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Rijkssubsidieregeling Beroepskeuzevoorlichting 1986 (Stcrt. 1986, 96)

Product: Landelijk Programma Beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1986, 166)

Periode: 1986–1990

Waardering: B (5)

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

353

Handeling: Het instellen van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Onderwijs-Arbeid

Bron: archief Directoraat-Generaal voor de Arbeidsvoorziening 1954 t/m 1990

Product: instellingsbesluit

Periode: 1982–

Waardering: B (4)

367

Handeling: Het instellen van de tijdelijke Adviescommissie Onderwijs en Arbeidsmarkt.

Grondslag: Regeerakkoord Kabinet Lubbers-Kok

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1989

Waardering: B (4)

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

438

Handeling: Het bepalen welke gegevens dienen voor te komen in de overeenkomsten in het onderwijs om voor de vermindering van de afdracht in aanmerking komen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 14, lid 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 5 jaar na vervanging van de regeling

439

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in het onderwijs.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 15

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 5 jaar na vervanging van de regeling

Actor: De Minister van Verkeer en Waterstaat

3.11.2 Plaatsingsbevorderende prikkels voor werkgevers

441

Handeling: Het vervangen van de percentages die voor de vermindering van de afdracht voor zeevarenden van toepassing zijn.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 17, lid 4 en 5

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

442

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de verplichtingen waaraan de inhoudingsplichtige in de zeevaart dient te voldoen om voor de vermindering van de afdracht in aanmerking te komen.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 18, lid 1, 2 en 3

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

443

Handeling: Het stellen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de vermindering van de afdracht in de zeevaart.

Grondslag: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635) art. 20

Product: ministeriële regelingen

Periode: 1996–

Waardering: V 10 jaar na vervanging regeling

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de Dienst uitvoering van Werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

Actor: De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

247

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken over verzoeken om verplaatsingskosten voor werknemers van bedrijven die zich elders vestigen.

Grondslag: Bijdrageregeling verplaatsingskosten (Stcrt. 1977, 128) art. 11 (b.w. Stcrt. 1987, 3)

Product: adviezen

Periode: 1977–1987

Waardering: V 5 jaar

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

463

Handeling: Het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van arbeiders bij de Rijksdienst voor de uitvoering van werken (D.U.W.).

Grondslag: Buitengewoon Besluit Werklozenzorg, (Stb. 1944, E79) art. 3, derde lid; Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 11 (b.w. Stb. 1954, 305)

Product: – Regeling van lonen en arbeidsvoorwaarden op cultuurtechnische werken (‘DUW-loonregeling 1946’)

– Regeling van lonen en arbeidsvoorwaarden op trainingswerken (‘DUW-trainingsregeling 1946’) (Stcrt. 1946, 236)

Periode: 1945–1954

Opmerking: – De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting diende van tevoren de Minister van Sociale Zaken te consulteren.

– De arbeidsvoorwaardenregeling werd na 1950 opgesteld door een sub-commissie van de Centrale Commissie van Advies voor de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (zie ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS, (Stcrt. 1950, 56) onder B)

Waardering: B (5)

466

Handeling: Het voorbereiden van een Koninklijk Besluit betreffende het benoemen en ontslaan van de directeur van de D.U.W.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 5 (b.w. Stb. 1954, 305)

Product: Koninklijk Besluit

Periode: 1945

Waardering: V 5 jaar

467

Handeling: Het aanwijzen van ten hoogste twee leden van de Commissie van Advies voor de D.U.W.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar

468

Handeling: Het aanwijzen van een Onder-Voorzitter van de Commissie van Advies voor de D.U.W.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 7

Product: aanwijzing

Periode: 1948–1954

Waardering: V 5 jaar

469

Handeling: Het inroepen van een beslissing van de Raad van Ministers in gevallen waarin geen overeenstemming is bereikt over een D.U.W.-aangelegenheid waarover advies is gevraagd.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I 453) art. 9

Product: brieven

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

470

Handeling: Het regelen van de samenwerking en het overleg bij D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 7

Product: ministeriële besluiten, zoals

– ministerieel besluit van 14 maart 1950, AS, no.31514 (Stcrt. 1950, 56) (b.w. Stcrt. 1954, 136)

– ministerieel besluit van 14 maart 1950, AS, no.31515 (Stcrt. 1950, 56) (b.w. Stcrt. 1954, 136)

– ministerieel besluit van 29 maart 1951

Periode: 1948–1954

Waardering: B (5)

476

Handeling: Het instellen van een Gewestelijke Commissie voor D.U.W.-aangelegenheden voor het gebied van elk Gewestelijk Arbeidsbureau

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder A, a

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1950–

Waardering: B (5)

477

Handeling: Het instellen van een Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder B, a

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1950–

Waardering: B (5)

478

Handeling: Het benoemen van de voorzitter en leden van de Centrale Commissie van Advies voor D.U.W.-aangelegenheden

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder B, c

Product: beschikkingen

Periode: 1950–

Waardering: V 5 jaar

479

Handeling: Het instellen van een Gewestelijke Beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden voor het gebied van elk Gewestelijk Arbeidsbureau

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder D, a

Product: besluiten

Periode: 1950–1954

Waardering: B (5)

480

Handeling: Het benoemen van de voorzitters van de Gewestelijke Beroepscommissies D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder D, c

Product: beschikking inzake benoeming voorzitters (beschikking d.d. 14 maart 1950, Afdeling Algemeen Secretariaat, N0. 31515 (Stcrt. 1950, 56)

Periode: 1950–1954

Waardering: V 5 jaar

481

Handeling: Het instellen van een Centrale Beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder E, a

Product: instelllingsbeschikking

Periode: 1950–1954

Waardering: B (5)

483

Handeling: Het nietigverklaren van besluiten van de gewestelijke beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder D (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: B (5)

484

Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de centrale beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS, (Stcrt. 1950, 56) onder E (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: benoemingsbeschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: V 5 jaar

490

Handeling: Het, in overeenstemming met de betrokken ministers, regelen van de samenstelling en de werkwijze van het interdepartementaal Coördinatie-College voor Openbare Werken.

Grondslag: Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305) art. 7

Product: regelingen

Periode: 1954–1988

Waardering: B (5)

Actor: De Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (D.U.W.)

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

460

Handeling: Het voorbereiden en doen uitvoeren van werkverruimingsobjecten, de zogeheten additionele werken.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. I 453, 1948), art. 2

Product: aanwijzingen werkverruimingsobjecten

Periode: 1945–1954

Waardering: B (5)

461

Handeling: Het behartigen van het vervoer en de huisvesting van de arbeiders die te werk zijn gesteld op door hen verzorgde aanvullende werken

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. I 453, 1948), art. 2

Product: regelingen

Periode: 1945–1954

Waardering: B (5)

462

Handeling: Het godsdienstig, geestelijk en cultureel verzorgen van de in kampen gehuisveste arbeiders

Grondslag: onder meer Rijksbegroting 1954

Product: financiële bescheiden m.b.t. ondermeer aanschaf boeken

Periode: 1945–1954

Waardering: B (5)

464

Handeling: Het verstrekken van subsidies voor de uitvoering van openbare werken (uitgevoerd door particulieren of overheidsdiensten).

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 2

Product: subsidiebrieven

Periode: 1945–1954

Waardering: B (5)

465

Handeling: Het houden van toezicht op de besteding van subsidies voor de uitvoering van openbare werken (uitgevoerd door particulieren of overheidsdiensten).

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 2

Product: financiële bescheiden, brieven

Periode: 1945–1983

Waardering: B (5)

Actor: De Interdepartementale Commissie voor de werkgelegenheid (De Commissie Van Rhijn)

3.1 Arbeidsvoorzieningen in het algemeen

Beleidsontwikkeling en evaluatie

2

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken inzake arbeidsvoorzieningsbeleid

Grondslag: ministeriële beschikking van 7 maart 1949, nr. 340 AZ; Nota inzake organisatie werkgelegenheidspolitiek (1950)

Product: adviezen, plannen

Periode: 1949–1954

Waardering: B (1)

3

Handeling: Het evalueren van de resultaten van de maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid.

Grondslag: ministeriële beschikking van 7 maart 1949, nr. 340 AZ; Nota inzake organisatie werkgelegenheidspolitiek (1950)

Product: rapporten

Periode: 1949–1954

Waardering: B (2)

Instellen van commissies

24

Handeling: Het instellen van colleges ter coördinatie van de voorbereiding en uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen.

Grondslag: Nota inzake organisatie werkgelegenheidspolitiek (1950)

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: B (4)

Actor: Het Comité van Toezicht voor de uitvoering EG-subsidies

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

53

Handeling: Het uitbrengen van adviezen over de concepten van voortgangsrapporten en eindverslagen betreffende ESF-subsidieregelingen.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 6 lid 3

Product: adviezen

Periode: 1995–

Waardering: B (2)

54

Handeling: Het mededelen aan de persoon of instantie dat bij de tenuitvoerlegging van een van de initiatieven in strijd wordt gehandeld met de regels en besluiten, vastgesteld bij, krachtens en ter uitvoering van de verordening (EEG) nr. 4253/88.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 8 lid 1

Product: mededelingen

Periode: 1995–

Waardering: B (5)

55

Handeling: Het op de hoogte stellen van de Minister van Sociale Zaken van de gevallen dat het comité constateert dat bij de tenuitvoerlegging van een van de initiatieven in strijd wordt gehandeld met de regels en besluiten, vastgesteld bij, krachtens en ter uitvoering van de verordening (EEG) nr. 4253/88.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 8 lid 2

Product: nota’s, brieven

Periode: 1995–

Waardering: B (2)

56

Handeling: Het verschuiven van middelen die de Europese Commissie voor elk jaar ter beschikking heeft gesteld tussen begrotingsposten binnen het desbetreffende initiatief, dan wel overhevelen naar een volgend jaar

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 9 lid 1

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1995–

Waardering: V 10 jaar na vaststelling begroting

58

Handeling: Het uitbrengen van adviezen aan een persoon of instantie die verantwoordelijk is voor de desbetreffende regel, het besluit of de uitvoering daarvan indien het wenselijk is om een regel of besluit aan te passen teneinde de doelstellingen van de desbetreffende ESF-subsidieregelingen zo goed mogelijk te verwezenlijken.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 10

Product: adviezen

Periode: 1995–

Waardering: B (5)

59

Handeling: Het nader regelen van de werkzaamheden van het Comité van Toezicht voor de uitvoering EG-subsidies.

Grondslag: Besluit instelling Comité van Toezicht voor uitvoering ESF-subsidieregelingen (Stcrt. 1995, 172), art. 11

Product: regelingen

Periode: 1995–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

Actor: Het Comité van toezicht doelstelling 3

3.2.2 Europees Sociaal Fonds

63

Handeling: Het zich op de hoogte houden, toezien en evalueren van de stand van zaken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de operationele programma’s ter verwezenlijking van doelstelling 3.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 4

Product: brieven, rapporten

Periode: 1997–

Waardering: B (2), B (3)

64

Handeling: Het uitbrengen van adviezen aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie over de concepten van voortgangsrapporten en eindverslagen welke door deze organisatie zijn opgesteld.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 6, derde lid

Product: adviezen

Periode: 1997–

Opmerking: De Arbeidsvoorzieningsorganisatie stelt het Comité in de gelegenheid om advies uit te brengen, alvorens deze rapporten en verslagen worden vastgesteld en aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden toegezonden met het oog op doorgeleiding naar de Europese Commissie.

Waardering: B (2)

65

Handeling: Het mededelen aan de persoon of instantie dat bij de tenuitvoerlegging van de vastgestelde operationele programma’s ter verwezenlijking van doelstelling 3 in strijd wordt gehandeld met de regels en besluiten, vastgesteld bij, krachtens en ter uitvoering van de verordening (EEG) nr. 4253/88.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 8, eerste lid

Product: mededelingen

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

66

Handeling: Het op de hoogte stellen van de Minister van Sociale Zaken van de gevallen dat onvoldoende wijziging in de tenuitvoeringlegging wordt gebracht indien in strijd wordt gehandeld met de regels en besluiten, vastgesteld bij, krachtens en ter uitvoering van de verordening (EEG) nr. 4253/88.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 8, tweede lid

Product: brieven

Periode: 1997–

Waardering: B (2)

67

Handeling: Het verschuiven van middelen die de Europese Commissie voor elk jaar ter beschikking heeft gesteld ter verwezenlijking van doelstelling 3 tussen begrotingsposten binnen het desbetreffende initiatief, dan wel overhevelen naar een volgend jaar.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 9, eerste lid

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1997–

Waardering: V 10 jaar na vaststelling begroting

69

Handeling: Het uitbrengen van adviezen aan de Europese Commissie, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of de Arbeidsvoorzieningsorganisatie over aanpassing van besluiten die, ter verwezenlijking van doelstelling 3, zijn vastgesteld bij, krachtens of ter uitvoering van EEG-verordening 4253/88.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 10, eerste lid

Product: adviezen

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

70

Handeling: Het uitbrengen van adviezen aan een persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het besluit of de uitvoering daarvan indien het Comité van oordeel is dat aanpassing van een besluit of wijze waarop zodanig besluit wordt uitgevoerd wenselijk is teneinde de aan de subsidiëring uit het ESF ten grondslag liggende doelstellingen zo goed mogelijk te verwezenlijken.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 10, tweede lid

Product: adviezen

Periode: 1997–

Waardering: B (5)

71

Handeling: Het nader regelen van de werkzaamheden van het Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’.

Grondslag: Instellingsbesluit Comité van Toezicht ‘doelstelling 3’ (Stcrt. 1997, 249) art. 11

Product: regelingen

Periode: 1997–

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

Actor: De Centrale Commissie van bijstand en advies

3.3 Arbeidsvoorzieningsorganisatie

87

Handeling: Het adviseren van de minister en de directeur-generaal voor de arbeidsvoorziening in aangelegenheden betreffende de arbeidsvoorziening.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 september 1944 (Stb. 1944, E93) art. 2, vijfde lid; Organisatiebesluit Arbeidsvoorziening (Stb. 1954, 305), art. 6

Product: advies

Periode: 1945–1990

Opmerking: Vóór 1954 werd geadviseerd aan de minister en de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau in aangelegenheden betreffende het Rijksarbeidsbureau.

Waardering: B (1)

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

378

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken inzake ingediende bezwaarschriften tegen weigeren of intrekken vergunningen aan vreemdelingen om arbeid te mogen verrichten.

Grondslag: Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 1964, 72) art. 11 (b.w. Stb. 1978, 737)

Product: advies

Periode: 1964–1978

Waardering: V 5 jaar na beslissing

Actor: De Commissie van advies bij de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau

3.4 Arbeidsbemiddeling

153

Handeling: Het adviseren van de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in aangelegenheden betreffende het Gewestelijk arbeidsbureau of bijkantoor.

Grondslag: Koninklijk besluit van 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51), art. 3, vijfde lid (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Product: adviezen

Periode: 1945–1990

Waardering: B (5)

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Binnenland

243

Handeling: Het adviseren van de directeur inzake de toekenning van vergoedingen voor verplaatsingskosten aan werkloze werknemers.

Grondslag: Koninklijk besluit 17 juli 1944 (Stb. 1944, E51); Migratieregeling (Stcrt. 1971, 87) art. 2 (b.w. Stcrt. 1977, 128)

Product: adviezen

Periode: 1945–1977

Waardering: V 5 jaar

Actor: De arbeidsbemiddelingscommissies voor bepaalde beroepen of beroepsgroepen

3.4 Arbeidsbemiddeling

142

Handeling: Het adviseren van de minister omtrent vergunningverlening voor arbeidsbemiddeling met winstoogmerk. (b.w. Stb. 1990, 402, art. 122)

Grondslag: Arbeidsbemiddelingswet (Stb. 1930, 433), art. 56, derde lid

Product: adviezen

Periode: 1945–1990

Waardering: B (1)

Actor: De Commissie certificatie beroepskeuze-adviseurs

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

186

Handeling: Het afgeven van certificaten van vakbekwaamheid.

Grondslag: Regeling voor het verlenen van rijkssubsidie over het jaar 1959 ten behoeve van bijzondere instellingen voor beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1959, 82) art. 10; Rijkssubsidieregeling beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1962, 9) art. 10

Product: certificaten

Periode: 1959–1990

Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur

Actor: De Commissie van advies voor de organisatie van de beroepskeuzevoorlichting (Commissie Langeveld)

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

175

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken over organisatie, werkwijze en financiering van de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 1 oktober 1951, nr. 5167 afd. RAB 4 (b.w. Beschikking van de Minister van Sociale Zaken van 8 juli 1958, nr.42221 afd. RAB 4a)

Product: adviezen

Periode: 1951–1957

Waardering: B (1)

Actor: De Adviescommissie voor de beroepskeuzevoorlichting (Commissie Duijker)

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

182

Handeling: Het adviseren en bijstaan van de rijksinspecteur van de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Ministerieel besluit van 14 oktober 1959, nr. 15691 (Stcrt. 1959, 203) art. 2

Product: adviezen

Periode: 1959–1961

Waardering: B (1)

184

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken omtrent de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Ministerieel besluit van 14 oktober 1959, nr. 15691 (Stcrt. 1959, 203) art. 6

Product: adviezen

Periode: 1959–1961

Waardering: B (1)

Actor: De Adviescommissie voor de beroepenvoorlichting

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

191

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken.

Grondslag: Beschikking van de staatssecretaris van Sociale Zaken van 16 januari 1962, nr. 246 afd. DAV/RAB 7, art. 1

Product: interim-rapport

Periode: 1962–1966

Opmerking: Deze commissie bracht één interim-rapport uit, waarin ze haar eigen opheffing voorstelde. Haar taken werden opgedragen aan de Raad voor de Beroepskeuzevoorlichting.

Waardering: B (1)

Actor: De Raad voor de beroepskeuzevoorlichting

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

193

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken omtrent de beroepskeuzevoorlichting.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247), art. 2 (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: adviezen

Periode: 1964–1990

Waardering: B (1)

196

Handeling: Het uitbrengen van verslagen omtrent de werkzaamheden aan de Minister van Sociale Zaken.

Grondslag: Wet op de raad voor de beroepskeuzevoorlichting (Stb. 1963, 247), art. 9 (b.w. Stb. 1990, 402)

Product: jaarverslagen

Periode: 1964–1990

Waardering: B (3)

198

Handeling: Het uitbrengen van beleidsnota’s.

Grondslag: –

Product: onder meer

– De toekomst van het beroepskeuzewerk (1975)

Periode: 1964–1990

Waardering: B (1)

199

Handeling: Het opzetten van voorlichtingsprojecten.

Bron: Rijksbegroting 1968

Product: films, tentoonstellingen etc.

Periode: 1964–1990

Waardering: V 2 jaar. Een exemplaar van het vastgestelde voorlichtingsmateriaal wordt bewaard.

Actor: De Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting

3.5 Beroepskeuzevoorlichting

201

Handeling: Het adviseren van de Ministers van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij, van Onderwijs en Wetenschappen en van Sociale Zaken over het te voeren beleid.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 1

Product: adviezen

Periode: 1984–?

Waardering: B (1)

202

Handeling: Het adviseren over adviesaanvragen aan niet-ambtelijke adviesorganen en over de adviezen van zulke organen.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 1

Product: adviezen

Periode: 1984–?

Waardering: B (1)

203

Handeling: Het voorbereiden van door of namens de minister(s) te voeren overleg met niet-ambtelijke organisaties en instellingen

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 1

Product: correspondentie

Periode: 1984–?

Waardering: B (1)

206

Handeling: Het instellen van tijdelijke werkgroepen om voorstellen of adviezen van de stuurgroep voor te bereiden.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 3

Product: instellingsbeschikking

Periode: 1984–?

Waardering: V 5 jaar na opheffing werkgroep

207

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag.

Grondslag: Besluit over de Interdepartementale stuurgroep studie- en beroepskeuzevoorlichting (Stcrt. 1984, 228) art. 5

Product: jaarverslagen

Periode: 1984–?

Waardering: B (3)

Actor: De Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

3.6 Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

235

Handeling: Het adviseren met betrekking tot de op het bezwaarschrift te nemen beslissing.

Grondslag: Besluit Instelling Commissie Bezwaarschriften inzake de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Strct. 1985, 237), art. I onder a en c

Product: brieven

Periode: 1985–1990

Waardering: B (3)

Actor: De Centrale Commissie van bijstand voor de arbeidsbemiddeling en de migratie

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

252

Handeling: Het adviseren van de minister over emigratievraagstukken.

Grondslag: Landverhuizingswet (Stb. 1936, 804) art. 4, art. 5, derde lid, art. 13, dertiende lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: adviezen

Periode: 1945–1967

Opmerking: Formeel bleef deze commissie bestaan tot 1967; in de praktijk is ze na 1940 waarschijnlijk niet meer samengekomen.

Waardering: B (1)

Actor: De Commissie landbouw emigratie

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

265

Handeling: Het adviseren over de vaststelling van de taak voor de overheid, voor de maatschappelijke organisaties en het aangeven van de juiste vorm van samenwerking in deze.

Grondslag: –

Product: verslag

Periode: 1949–1950

Waardering: B (1)

Actor: De Commissaris voor de emigratie

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

577

Handeling: Het mede voorbereiden van het emigratiebeleid

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 2, lid 1 (b.w. Stb. 1967,78)

Product: adviezen, rapporten, nota’s

Periode: 1952–1967

Waardering: B (1)

578

Handeling: Het voorbereiden van internationale overeenkomsten met emigratielanden

Grondslag: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: internationale overeenkomst

Periode: 1952–1967

Waardering: B (1)

579

Handeling: Het onderzoeken van emigratiemogelijkheden in diverse mogelijke bestemmingslanden.

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: verslagen van reizen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

581

Handeling: Het geven van voorlichting in het buitenland omtrent de Nederlandse emigratie.

Grondslag: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: brieven

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

582

Handeling: Het in overleg met de regeringen van de ontvangende landen en in samenwerking met gevestigde maatschappelijke organisaties plaatsen van emigranten in een werkkring

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: verslagen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

583

Handeling: Het verlenen van bemiddeling bij de huisvesting van emigranten

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

584

Handeling: Het verlenen van advies en bijstand aan emigranten

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

585

Handeling: Het beoordelen van aanvragen tot repatriëring door bemiddeling van de overheid

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: brieven

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

586

Handeling: Het voeren van bilateraal overleg met betrokken regeringen inzake de categorieën, aantallen en algemene voorwaarden van toelating en de status van de Nederlandse emigranten, zowel juridisch als sociaal economisch

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst/directie Emigratie

Product: verslagen

Periode: 1952–1992

Waardering: B (1)

290

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden door de Emigratiedienst

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 23 derde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 20 derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: rapportages

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

Actor: De Raad voor de emigratie

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.2 Buitenland

268

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 4, derde lid (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: adviezen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (1)

270

Handeling: Het voordragen van de voorzitter van de Emigratieraad.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 5, vierde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aanbevelingen

Periode: 1952–1967

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingstermijn

Actor: Het Emigratiebestuur

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Buitenland

274

Handeling: Het erkennen van aanmeldingsorganen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 10, eerste lid, art. 27 onder b; gewijzigd Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 6 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1999

Opmerking: Het Emigratiebestuur kan nadere voorwaarden stellen; de erkenning wordt gepubliceerd in de Staatscourant. De bedoelde aanmeldingsorganen waren de Gewestelijke Arbeidsbureaus en enkele particuliere organisaties.

Waardering: B (5)

275

Handeling: Het stellen van regels die aanmeldingsorganen in acht moeten nemen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 10, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 6, tweede lid (Stb. 1999, 232)

Product: reglementen

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

277

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken omtrent voorgenomen maatregelen en andere aangelegenheden betreffende emigratie

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 11, tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 7, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: adviezen

Periode: 1967–1999

Waardering: B (1)

587

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen en adviezen inzake emigratie aan maatschappelijke en particuliere emigratie-organisaties

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 11, lid 3 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: inlichtingen, adviezen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

279

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag aan de Minister van Sociale Zaken.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 11, vijfde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 7, vijfde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: jaarverslagen

Periode: 1952–1999

Waardering: B (2)

282

Handeling: Het instellen van commissies ter voorbereiding van de behandeling van bepaalde onderwerpen

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 14 tweede lid, Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 11, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: besluiten

Periode: 1952–1999

Waardering: B (4)

283

Handeling: Het vaststellen van de begroting van inkomsten en uitgaven

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 15 eerste lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 12 eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: begrotingen

Periode: 1952–1999

Waardering: V 5 jaar na vaststelling begroting

289

Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan de Emigratiedienst

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratiewet (Stb. 1952, 279) art. 23 tweede lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 20 tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: besluiten

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

292

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen die de Nederlandse Emigratiedienst heeft opgesteld voor het vragen van waarborgsommen door aanmeldingsorganen.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 24 (b.w. Stb. 1967, 78)

Product: beschikkingen

Periode: 1952–1967

Waardering: B (5)

294

Handeling: Het aanstellen, schorsen en ontslaan van de ambtenaren van de Emigratiedienst.

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 25, eerste en derde lid; Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 21 eerste en derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: benoemingsbrieven

Periode: 1952–1999

Waardering: V 75 jaar na geboortedatum of overlijden

298

Handeling: Het erkennen van niet-openbare rechtspersonen als aanmeldingsorganen

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 27, Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 23 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: Besluit d.d. 11 maart 1954 inzake de erkenning als aanmeldingsorgaan van de Algemene Emigratiecentrale, de Christelijke Emigratiecentrale en de Katholieke Centrale Emigratie-stichting (Stcrt. 1954, 66)

Periode: 1952–1999

Waardering: B (5)

304

Handeling: Het aanvragen van gelden, nodig voor het doen van uitgaven, welke in de goedgekeurde begroting zijn voorzien

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 9 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

306

Handeling: Het opstellen van een instructie waarin de taak, bevoegdheden en verplichtingen van het hoofd van de Financiële Administratie is opgenomen

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 10, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: instructie

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

310

Handeling: Het aangaan van geldleningen, het geven van borgstellingen, het aangaan van dadingen, de kwijtschelding van rechtens ontstane vorderingen en het voeren van rechtsgedingen.

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 16 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

312

Handeling: Het verstrekken van overzichten aan de Minister van Sociale Zaken van de stand van de aangegane verplichtingen en het verloop van de uitgaven en ontvangsten

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 20, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: overzichten

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

313

Handeling: Het er voor zorgdragen dat de door het Rijk of het Emigratiebestuur geleden schade, geheel of gedeeltelijk wordt vergoed door de ambtenaar of arbeidscontractant van de Emigratiedienst, door wiens schuld of nalatigheid is ontstaan

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 21, eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

314

Handeling: Het vaststellen van het bedrag van de schadevergoeding

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 21, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, verslagen

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar

315

Handeling: Het geheel of gedeeltelijk aansprakelijk stellen van een (plaatsvervangend) lid van het Emigratiebestuur voor de schade, welke voor het Emigratiebestuur of het Rijk voortvloeit uit zijn handelen of nalaten in strijd met de bepalingen van dit besluit of uit zijn handelen met overschrijding van de hem verleende bevoegdheid

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 21, derde lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: aansprakelijkheidsstellingen

Periode: 1955–1999

Opmerking: Indien het Emigratiebestuur niet zelf tot het aansprakelijk stellen overgaat, kan dit door het Rijk worden gedaan.

Waardering: B (5)

316

Handeling: Het informeren van de Minister van Sociale Zaken indien het Hoofd van de Financiële Administratie in enig opzicht nalatig of niet in staat is zijn taak naar behoren te vervullen, failliet wordt verklaard, of komt te overlijden

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 22, eerste lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, nota’s

Periode: 1955–1999

Waardering: B (5)

320

Handeling: het mededelen aan de Ministers van Sociale Zaken en Financiën en aan de Algemene rekenkamer welke personen bevoegd zijn namens de Voorzitter te tekenen

Grondslag: Besluit Financieel Beheer Emigratiebestuur (Stb. 1955, 446) art. 25 (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: mededelingen

Periode: 1955–1999

Waardering: V 5 jaar na vervanging mededeling

325

Handeling: Het verstrekken van leningen ten behoeve van Nederlandse emigranten of instellingen van en voor Nederlandse emigranten of instellingen van en voor Nederlandse emigranten in de onderscheidene immigratielanden.

Grondslag: Besluit opdracht tot het verstrekken van leningen aan Nederlandse emigranten (Stb. 1965, 113) art. 1

Product: beschikking

Periode: 1965–1999

Waardering: B (5)

328

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de secretaris van het Emigratiebestuur

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 9, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: beschikkingen

Periode: 1967–1999

Waardering: V 5 jaar na afloop zittingsperiode

332

Handeling: Het toekennen van een schadeloosstelling aan de secretaris

Grondslag: Emigratiewet (Stb. 1967, 659) art. 10, tweede lid (b.w. Stb. 1999, 232)

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1967–1999

Waardering: B (5)

Actor: De Nederlandse Emigratiedienst

3.7 Mobiliteitsbevordering: geografisch

3.7.1 Buitenland

579

Handeling: Het onderzoeken van emigratiemogelijkheden in diverse mogelijke bestemmingslanden.

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: verslagen van reizen

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

588

Handeling: Het behandelen van emigratie-aanvragen

Grondslag: Wet op de organen voor de emigratie (Stb. 1952, 279) art. 23, gew. Emigratiewet (Stb. 1967, 78) art. 20

Product: emigrantendossiers, vertreklijsten

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

591

Handeling: Het geven van voorlichting over emigratiemogelijkheden

Bron: archief Nederlandse Emigratiedienst

Product: voorlichtingsmateriaal

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

593

Handeling: Het verstrekken van tegemoetkomingen voor het geven van taalcursussen aan aspirant emigranten.

Grondslag: o.a. beschikking d.d. 26 maart 1965 nr. 47992/Eir/EM

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1952–1992

Waardering: B (5)

321

Handeling: Het toekennen, weigeren geheel of gedeeltelijk intrekken dan wel geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een bijslag in de kosten van de emigrant en de medeemigrerende.

Grondslag: Emigratie-Bijslagregeling (Stcrt. 1956, 51) art. 2 eerste lid, art. 7 eerste en tweede lid, art. 8

Product: beschikking

Periode: 1956–1982

Opmerking: Onder deze handeling wordt onder andere verstaan het toekennen van een door de minister te bepalen bedrag ter bestrijding van kosten:

a. voor vervoer van de emigrant en de mede-emigrerenden van de haven van inscheping tot de normale haven van ontscheping;

b. in verband met het verblijf aan boord te maken kosten;

c. voor vervoer van een extra hoeveelheid bagage;

d. na aankomst in het bestemmingsland

Waardering: B (5)

323

Handeling: Het geven van voorschriften waaraan een verzoek om financiële vergoeding van een aanmeldingsorgaan moet voldoen om te worden gehonoreerd.

Grondslag: Besluit betreffende de jaarlijkse vergoeding aan aanmeldingsorganen (Stb. 1956, 496), art. 2, eerste lid; Besluit Rijksbijdrage maatschappelijke emigratie-organisaties (Stb. 1959, 92), art. 2, eerste lid

Product: voorschriften

Periode: 1957–1964

Waardering: B (5)

Actor: De Centrale begeleidingscommissie van de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

365

Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken.

Grondslag: Subsidieregeling voor de Centra voor beroepsoriëntatie en beroepsoefening (Stcrt. 1988, 215) art. 11, derde lid

Product: adviezen

Periode: 1988–1990

Waardering: B (1)

Actor: Interdepartementale Coördinatiecommissie Onderwijs-Arbeid

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

354

Handeling: Het afstemmen van ontwikkelingen op de beleidsterreinen van Onderwijs en Wetenschappen, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken, met het oog om voorwaarden te scheppen voor herstel van de marktsector.

Bron: archief Directoraal-Generaal voor de Arbeidsvoorziening 1954 t/m 1990

Product: verslagen

Periode: 1982–

Waardering: B (1)

Actor: Tijdelijke Adviescommissie onderwijs en arbeidsmarkt

3.8 Mobiliteitsbevordering: beroepsmobiliteit en vakontwikkeling

368

Handeling: Het adviseren van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder verbetering van de aansluiting en wisselwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt kan worden gerealiseerd

Product: advies

Periode: 1989–1990

Waardering: B (1)

Actor: De Gemengde Commissie

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

574

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van wervingsovereenkomsten

Grondslag: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Product: rapporten

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

575

Handeling: Het doen van wijzigingsvoorstellen voor de wervingsovereenkomsten

Grondslag: wervingsovereenkomsten met andere landen

Product: gewijzigde wervingsovereenkomsten

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

576

Handeling: Het vaststellen van de interne organisatie en de werkwijze van de Gemengde Commissie

Grondslag: wervingsovereenkomsten o.a. met Marokko

Product: richtlijnen

Periode: 1960–1980

Waardering: B (5)

Actor: De Stuurgroep Allochtonen

3.9 Mobiliteitsbevordering: buitenlandse werknemers

400

Handeling: Het ontwikkelen van concrete voorstellen om de instroom en doorstroom van allochtonen te bevorderen en hun voortijdige uitstroom te beperken en van een handreiking opdat de uitwerking van deze voorstellen in de praktijk worden gestimuleerd.

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep Allochtonen (Stcrt. 1994, 110) art. 2 onder a en b (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: verslagen, rapporten

Periode: 1994–1998

Waardering: B (1)

401

Handeling: Het uitbrengen van een rapport met bevindingen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep Allochtonen (Stcrt. 1994, 110) art. 2 onder c (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: rapporten

Periode: 1994–1998

Waardering: B (3)

402

Handeling: Het regelen van de werkwijze van de Stuurgroep.

Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep Allochtonen (Stcrt. 1994, 110) art. 4 (b.w. Stb. 1998, 241)

Product: regelingen

Periode: 1994–1998

Opmerking: De Stuurgroep kan, met inachtneming van dit besluit, haar werkwijze regelen

Waardering: V 5 jaar na vervanging regeling

Actor: De Commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

475

Handeling: Het adviseren van de minister omtrent werkobjecten voor werkloze geschoolde arbeiders.

Grondslag: beschikking van 6 mei 1949 no. 3630 RAB betreffende de instelling van een commissie inzake werkobjecten ten behoeve van werkloze geschoolde handarbeiders (b.w. Stcrt. 1950, 157)

Product: verslag van 8 juni 1950

Periode: 1949–1950

Waardering: B (1)

Actor: Het Coördinatie-College voor Openbare Werken

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

487

Handeling: Het adviseren van de interdepartementale commissie voor de werkgelegenheid.

Grondslag: Nota inzake organisatie werkgelegenheidspolitiek, april 1950

Product: pre-adviezen

Periode: 1954–1988

Waardering: B (1)

488

Handeling: Het geven van richtlijnen aan de provinciale commissies voor de werkgelegenheid.

Grondslag: Nota inzake organisatie werkgelegenheidspolitiek, april 1950; Brief van de Minister van Sociale Zaken van 4 januari 1954; Rijksbegroting 1954

Product: richtlijnen

Periode: 1954–1988

Waardering: B (5)

491

Handeling: Het beslissen over subsidiëring van aanvullende werken, voorgesteld in de programma’s van de provinciale commissies voor de werkgelegenheid.

Grondslag: Richtlijnen samenwerking met provinciale commissies voor de werkgelegenheid 1954 (Stcrt. 1954, 227)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1988

Opmerking: De beslissing moest worden goedgekeurd door de Minister van Sociale Zaken

Waardering: B (5)

493

Handeling: Het beslissen over aanvang, versnelling, afremming of stopzetting van aanvullende werken ingeval van onenigheid bij de provinciale commissie.

Grondslag: Richtlijnen samenwerking met provinciale commissies voor de werkgelegenheid 1954 (Stcrt. 1954, 227)

Product: beschikkingen

Periode: 1954–1988

Waardering: B (5)

Actor: De Centrale Commissie van advies voor D.U.W.-aangelegenheden

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

471

Handeling: Het beoordelen van beslissingen van de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken tot het (doen) uitvoeren van werken.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 11

Product: rapporten

Periode: 1948–1954

Waardering: bestand is overgebracht naar het Nationaal Archief

472

Handeling: Het adviseren van de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting en van de Minister van Sociale Zaken omtrent het (doen) uitvoeren van werken, alsmede algemene voorschriften op het gebied van lonen en andere arbeidsvoorwaarden.

Grondslag: Organisatiebesluit D.U.W. 1948 (Stb. 1948, I453) art. 11; ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS (Stcrt. 1950, 56) onder B (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: adviezen

Periode: 1948–1954

Waardering: bestand is overgebracht naar het Nationaal Archief

Actor: De Centrale Beroepscommissie D.U.W-aangelegenheden

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

485

Handeling: Het doen van uitspraken in hoger beroepszaken van D.U.W.-arbeiders tegen straf, ontslag of schorsing.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS, (Stcrt. 1950, 56) onder E (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: bestand is overgebracht naar het Nationaal Archief

486

Handeling: Het doen van uitspraken omtrent nietigverklaren van besluiten van de gewestelijke beroepscommissie door de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no.31514 AS, (Stcrt. 1950, 56) onder D en E (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1954

Waardering: bestand is overgebracht naar het Nationaal Archief

Actor: De Gewestelijke Beroepscommissie D.U.W.-aangelegenheden

3.11.3 Werkgelegenheidsverruiming: aanvullende werkgelegenheid

482

Handeling: Het doen van (bindende) uitspraken in beroepszaken van DUW-arbeiders tegen straf, ontslag of schorsing.

Grondslag: ministerieel besluit van 14 maart 1950, no. 31514 AS, (Stcrt. 1950, 56) onder D (b.w. Stcrt. 1954, 136)

Product: beschikkingen

Periode: 1950–1954

Opmerking: Hoger beroep stond open bij de centrale commissie van beroep.

Waardering: bestand is overgebracht naar het Nationaal Archief

Actor: De Interdepartementale werkgroep jeugdwerkloosheid

3.11.4 Werkgelegenheidsverruiming: additionele arbeid

497

Handeling: Het bevorderen van de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid (Stcrt. 1980, 22) art. 2

Product: notulen

Periode: 1968–1980

Waardering: B (1)

498

Handeling: Het adviseren aan de Minister van Sociale Zaken over de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid (Stcrt. 1980, 22) art. 5

Product: adviezen

Periode: 1968–1980

Waardering: B (1)

Actor: De Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid

3.11.4 Werkgelegenheidsverruiming: additionele arbeid

497

Handeling: Het bevorderen van de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid (Stcrt. 1980, 22) art. 2

Product: notulen

Periode: 1980–

Waardering: B (1)

498

Handeling: Het adviseren aan de Minister van Sociale Zaken over de bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale coördinatiecommissie jeugdwerkloosheid (Stcrt. 1980, 22) art. 5

Product: adviezen

Periode: 1980–

Waardering: B (1)

Actor: De Landelijke Begeleidingscommissie voor de arbeidsvoorziening in de zeevaart

3.12 Arbeidsvoorziening in de scheepvaart

511

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart.

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art. VI.2

Product: brieven, financiële bescheiden

Periode: 1977–

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: V 15 jaar

512

Handeling: Het (verrichten van studies voor het) formuleren van nader beleid ten aanzien van de arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart.

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art. I

Product: studies, beleidsnota’s

Periode: 1977–

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: B (1)

Actor: Het Centraal Bureau zeescheepvaart

3.12 Arbeidsvoorziening in de scheepvaart

506

Handeling: Het inschrijven voor arbeidsbemiddeling van zeelieden zonder werk.

Grondslag: Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart (Stcrt. 1977, 182) art. IV.3

Periode: 1977–

Opmerking: Deze handeling vond op informele basis al plaats voor de Regeling arbeidsvoorziening in de zeescheepvaart van kracht werd.

Waardering: V 2 jaar na afhandeling

Actor: De Raad voor de Buitengewone Arbeidsvoorziening

3.13 Arbeidsvoorziening in noodsituaties

517

Handeling: Het adviseren van de ministerraad.

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 3 tweede lid

Product: adviezen

Periode: 1971–

Waardering: B (1)

519

Handeling: Het instellen van commissies ter voorbereiding van de door de Raad voor de Buitengewone Arbeidsvoorziening uit te brengen adviezen

Grondslag: Noodwet Arbeidsvoorziening (Stb. 1971, 448) art. 3 derde lid

Product: instellingsbeschikkingen

Periode: 1971–

Waardering: B (4)

  • ^ [1]

    Deze twee vertegenwoordigers representeerden zowel de kleine als de grote handelsvaart, de zeesleepvaart en de bevoorradingsvaart.