Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening HPA fonds teeltaangelegenheden jaar 2005[Regeling materieel uitgewerkt per 26-02-2006.]

Geldend van 20-03-2005 t/m heden

Verordening van het Hoofdproductschap Akkerbouw van 11 november 2004 houdende vaststelling bestemmingsheffing ten behoeve van het Fonds Teeltaangelegenheden voor het jaar 2005 (heffingsverordening HPA fonds teeltaangelegenheden jaar 2005)

Het bestuur van het Hoofdproductschap Akkerbouw;

Gelet op de artikelen 95 en 126, eerste en vierde lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie en op artikel 3 en 19 van het Instellingsbesluit akkerbouwproductschappen;

Gehoord de Commissie Teeltaangelegenheden;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

Deze verordening verstaat onder:

a.

hoofdproductschap

:

Hoofdproductschap Akkerbouw;

b.

bestuur

:

bestuur van het hoofdproductschap;

c.

dagelijks bestuur

:

dagelijks bestuur van het hoofdproductschap;

d.

voorzitter

:

voorzitter van het hoofdproductschap;

e.

sectormanager

:

als zodanig door het dagelijks bestuur benoemde functionaris die speciaal belast is met teeltaangelegenheden;

f.

commissie

:

Commissie Teeltaangelegenheden;

g.

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld;

h.

braakland

:

de gronden die in enig oogstjaar tot en met april van het daaropvolgende oogstjaar niet worden beteeld;

i.

cultuurgrond

:

beteelde grond, braakland;

j.

N.A.K.

:

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen, gevestigd te Emmeloord;

k.

gemeten maat

:

de oppervlakte beteelbare grond, inclusief paden en voren die voor de teelt noodzakelijk zijn;

I.

contractteelt

:

de teelt van gewassen of producten ingevolge een overeenkomst.

§ 2. Heffingsbepalingen

Artikel 2

  • 1 De ondernemer, die in het jaar 2005 een onderneming drijft, is verplicht voor dat jaar aan het hoofdproductschap een heffing te betalen.

  • 3 De heffing wordt opgelegd naar het grondgebruik en berekend naar de oppervlakte van de bij de onderneming behorende cultuurgrond en bedraagt voor:

    groep 1

    cultuurgrond, in gebruik als braakland:

    € 2,60 per ha;

    groep 2

    cultuurgrond in gebruik voor de teelt van triticale, veldbonen, koolzaad en groenbemestingsgewassen:

    € 2,60 per ha;

    groep 3

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van kapucijners en grauwe erwten en groene droog te oogsten erwten en schokkers:

    € 2,60 per ha;

    groep 4

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zomertarwe, zomergerst, rogge andere dan snijrogge en haver:

    € 3,00 per ha;

    groep 5

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van luzerne:

    € 2,60 per ha;

    groep 6

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van wintertarwe en wintergerst:

    € 3,00 per ha;

    groep 7

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van vlas:

    € 2,60 per ha;

    groep 8

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van karwijzaad en blauwmaanzaad:

    € 2,60 per ha;

    groep 9

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van corn cob mix en korrelmais:

    € 2,60 per ha;

    groep 10

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van bruine bonen:

    € 2,60 per ha;

    groep 11

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van graszaad:

    € 2,60 per ha;

    groep 12

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zetmeelaardappelen:

    € 2,60 per ha;

    groep 13

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van voederbieten:

    € 2,60 per ha;

    groep 14

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van andere dan in de groepen 1 t/m 13 en 15 t/m 20 genoemde gewassen:

    € 2,60 per ha;

    groep 15

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van suikerbieten:

    € 9,60 per ha;

    groep 16

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van consumptieaardappelen:

    € 7,80 per ha;

    groep 17

    cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van pootaardappelen (bij de N.A.K. aangegeven):

    € 7,80 per ha;

    groep 18

    cultuurgrond in gebruik voor de teelt van zaaiuien:

    € 2,60 per ha;

    groep 19

    cultuurgrond in gebruik voor de teelt van poot- en plantuien (inclusief sjalotten):

    € 2,60 per ha;

    groep 20

    cultuurgrond in gebruik voor de teelt van zilveruien:

    € 2,60 per ha.

  • 4 De heffing is bestemd voor het Fonds teeltaangelegenheden.

Artikel 3

  • 1 Voor de toepassing van artikel 2 wordt onder onderneming mede verstaan de onderneming die gedreven wordt door de ondernemer die cultuurgrond :

    • a. zaai- of pootklaar huurt of pacht, waaronder verstaan wordt cultuurgrond waarop door de verhuurder tenminste één van de eerste werkzaamheden, zoals het bemesten, het ploegen en andere voorjaarswerkzaamheden zijn verricht;

    • b. als overig los land voor één teeltseizoen huurt of pacht, waaronder verstaan wordt cultuurgrond die geheel geen voorbewerking door de verhuurder of verpachter heeft ondergaan;

    • c. overigens om niet in gebruik ontvangt, zoals bij landruil;

    • d. beteelt voor contractteelt, waaronder verstaan wordt dat de teler (contractnemer) de gewasverzorging (grotendeels) uitvoert en daarvoor zelf verantwoordelijk is.

    In afwijking van het eerste lid onderdelen a en b wordt cultuurgrond die door de ondernemer zaaiklaar is verhuurd voor de teelt van vlas, gerekend tot het bedrijf van de verhuurder.

  • 2 Voor de toepassing van artikel 2 wordt cultuurgrond gerekend naar de gemeten maat.

  • 3 Voor de toepassing van artikel 2 worden gedeelten van een hectare belast in evenredigheid met de aldaar bedoelde bedragen. Gedeelten van een hectare worden naar beneden afgerond tot een veelvoud van aren.

§ 3. Ambtshalve heffing

Artikel 4

  • 1 Indien de ondernemer de gegevens, bedoeld in artikel 2, niet, niet-tijdig of niet volledig heeft verstrekt, is de sectormanager, namens het bestuur bevoegd de verschuldigde heffing ambtshalve bij aanslag vast te stellen.

  • 2 Indien de heffingsplichtige binnen 21 dagen na ontvangst van de heffingsaanslag bedoeld in het eerste lid, alsnog de gevraagde gegevens verstrekt, wordt de aanvankelijk vastgestelde heffing ingetrokken en een nieuwe heffing vastgesteld op basis van de door hem verstrekte gegevens.

  • 3 Indien het hoofdproductschap op verzoek van de ondernemer, nadat de termijn genoemd in het tweede lid verstreken is, alsnog overgaat tot wijziging van de ambtshalve vastgestelde heffing, kunnen de voor het hoofdproductschap daaruit voortvloeiende extra kosten in rekening worden gebracht.

§ 4. Betaling van de heffing

Artikel 5

  • 1 De ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen worden betaald uiterlijk op de eenentwintigste dag volgend op die waarop zij door of vanwege het hoofdproductschap aan de hand van nota's in rekening zijn gebracht, dan wel, indien de sectormanager, namens het bestuur van het hoofdproductschap, zulks verlangt, voor een door deze te bepalen datum.

  • 2 Het hoofdproductschap is bevoegd tot verrekening van door de ondernemer aan het hoofdproductschap verschuldigde bedragen met door de ondernemer van het hoofdproductschap te ontvangen bedragen over te gaan.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 is de nota terstond invorderbaar:

  • a. zodra het faillissement van de ondernemer is aangevraagd;

  • b. zodra de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt; of

  • c. zodra de ondernemer zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

Artikel 7

De sectormanager kan, namens het bestuur, besluiten nota's met een bedrag minder dan € 50,-- samen te voegen tot verzamelnota's, welke op meerdere transacties of perioden betrekking hebben.

Artikel 8

Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 5 gestelde termijn heeft betaald, kan door de sectormanager, namens het bestuur, de wettelijke interest over het niet-betaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling dient te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 9

  • 1 De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening zullen - voor zover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald - zonder toestemming van de belanghebbende

    • a. slechts worden gebruikt ter vervulling van de taak van het hoofdproductschap;

    • b. niet onder vermelding of aanduiding van de persoon en/of onderneming, waarop zij betrekking hebben, worden bekend gemaakt aan anderen dan de voorzitter, de secretarissen of andere personen van het

      secretariaat van het hoofdproductschap en de met financiële controle op het hoofdproductschap belaste accountant en diens personeel, voorzover het kennis nemen van die gegevens voor die controle noodzakelijk is.

  • 2 Bekendmaking van gegevens, als in het eerste lid bedoeld, blijft ook zonder vermelding of aanduiding van de persoon en/of onderneming, waarop zij betrekking hebben, achterwege in de gevallen waarin uit de aard der gegevens dan wel of zomede uit een of meer andere omstandigheden zou kunnen blijken op welke persoon en/of onderneming die gegevens betrekking hebben.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2004, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2005, met uitzondering van het in artikel 12 verordening HPA registratie en verstrekking van gegevens 2003 bepaalde

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als Heffingsverordening HPA fonds teeltaangelegenheden jaar 2005.

Den Haag, 11 november 2004

Th.A.M. Meijer

voorzitter

R.J.M. ten Berge

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Rand bij besluit van 17 maart 2005 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hij beschikking van 7 maart 2005, nr. T'RCJZ/2004/6217.