Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling luchtkwaliteit ozon[Regeling vervallen per 15-11-2007.]

Geldend van 01-01-2007 t/m 14-11-2007

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2004, nr. MJZ 2004116817, houdende regels met betrekking tot het beperken van luchtverontreiniging door ozon (Regeling luchtkwaliteit ozon)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op richtlijn nr. 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002 betreffende ozon in de lucht (PbEG L 67), richtlijn nr. 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296) en de artikelen 5.1, 5.2, 5.2a, 5.3, 5.4 en 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

§ 1. Definities en algemene bepalingen [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. acht-uurgemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;

    • b. agglomeratie: stedelijk gebied met ten minste 250.000 inwoners, aangewezen in artikel 2 van de Meetregeling luchtkwaliteit;

    • c. alarmdrempel: kwaliteitsniveau van de buitenlucht dat bij kortstondige overschrijding risico’s voor de gezondheid van de mens inhoudt;

    • d. AOT40-waarde: gesommeerd verschil tussen de uurgemiddelde concentraties van ozon boven 80 microgram per m3 en 80 microgram per m3 tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd, over een bepaalde periode, uitgedrukt in (microgram per m3) · uur;

    • e. informatiedrempel: kwaliteitsniveau van de buitenlucht dat bij kortstondige overschrijding risico’s voor de gezondheid van bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen inhoudt;

    • f. meetmethode: procedure van het bemonsteren van de buitenlucht, het analyseren van aldus verkregen luchtmonsters, het kalibreren van daartoe te gebruiken apparatuur, alsmede de verwerking van het signaal tot uurgemiddelde, dan wel acht-uurgemiddelde concentraties;

    • g. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    • h. plandrempel: kwaliteitsniveau van de buitenlucht dat bij overschrijden aanleiding geeft tot het opstellen van een plan als bedoeld in artikel 13;

    • i. richtwaarde: bij deze regeling vastgestelde richtwaarde als bedoeld in artikel 5.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, ten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht;

    • j. uurgemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m3 lucht bij een temperatuur van 293 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;

    • k. vluchtige organische stoffen: antropogene en biogene organische verbindingen, uitgezonderd methaan, die onder invloed van zonlicht door reactie met stikstofoxiden fotochemische oxidanten kunnen vormen;

    • l. zone: gedeelte van het Nederlandse grondgebied, aangewezen in artikel 3 van de Meetregeling luchtkwaliteit.

§ 2. Richtwaarden, informatiedrempel en alarmdrempel voor ozon [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 15-11-2007]

Bestuursorganen houden, bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit ten aanzien van ozon kunnen hebben, behoudens voorzover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet, rekening met de volgende richtwaarden voor ozon, opdat die waarden op 1 januari 2010 zo veel mogelijk zijn bereikt:

  • a. 120 microgram per m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij geldt dat deze gemiddeld over drie jaar op maximaal vijfentwintig dagen per kalenderjaar mag worden overschreden;

  • b. 18.000 (microgram per m3) · uur als AOT40-waarde voor de periode van 1 mei tot en met 31 juli, gemiddeld over vijf jaar.

Artikel 3 [Vervallen per 15-11-2007]

Bestuursorganen houden, bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit ten aanzien van ozon kunnen hebben, behoudens voorzover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet, rekening met de volgende richtwaarden voor ozon, opdat die waarden op 1 januari 2020 zo veel mogelijk zijn bereikt:

  • a. 120 microgram per m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, gedurende een kalenderjaar;

  • b. 6.000 (microgram per m3) · uur als AOT40-waarde voor de periode van 1 mei tot en met 31 juli van een kalenderjaar.

Artikel 4 [Vervallen per 15-11-2007]

Bestuursorganen nemen voor ozon een informatiedrempel in acht van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

Artikel 5 [Vervallen per 15-11-2007]

Bestuursorganen nemen voor ozon een alarmdrempel in acht van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

§ 3. Controle van de luchtkwaliteit [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 6 [Vervallen per 15-11-2007]

De minister stelt in agglomeraties en zones de luchtverontreiniging door ozon vast met gebruikmaking van vaste meetpunten.

Artikel 7 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 De agglomeraties Amsterdam/Haarlem, Den Haag/Leiden en Rotterdam/Dordrecht bevatten elk ten minste drie vaste meetpunten voor ozon, waarvan er twee tevens als meetpunt voor stikstofdioxide worden gebruikt. Per agglomeratie worden twee van de bedoelde meetpunten in voorstedelijk gebied geplaatst.

  • 2 De agglomeraties Utrecht, Eindhoven en Heerlen/Kerkrade bevatten elk ten minste één vast meetpunt voor ozon, dat tevens als meetpunt voor stikstofdioxide wordt gebruikt. Per agglomeratie wordt één van de bedoelde meetpunten in voorstedelijk gebied geplaatst.

Artikel 8 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 Zone noord en zone zuid bevatten elk ten minste zes vaste meetpunten voor ozon, waarvan er drie tevens als meetpunt voor stikstofdioxide worden gebruikt.

  • 2 Zone midden bevat ten minste zeven vaste meetpunten voor ozon, waarvan er vier tevens als meetpunt voor stikstofdioxide worden gebruikt.

  • 3 Per zone wordt één van de in het eerste en tweede lid genoemde meetpunten in voorstedelijk gebied geplaatst.

  • 4 Van de in het eerste en tweede lid genoemde meetpunten wordt in totaal één meetpunt tevens als meetpunt voor stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen gebruikt.

Artikel 9 [Vervallen per 15-11-2007]

Meetpunten voor de meting van concentraties ozon ter controle van de naleving van de artikelen 2, 3, 4 en 5 worden zodanig geplaatst dat:

  • a. gegevens kunnen worden verkregen over de gebieden binnen zones en agglomeraties waar de hoogste concentraties voorkomen waaraan de bevolking dan wel de vegetatie kan worden blootgesteld;

  • b. zij zich bevinden buiten de directe invloedssfeer van plaatselijke emissiebronnen;

  • c. gegevens kunnen worden verkregen die representatief zijn voor soortgelijke plaatsen buiten de onmiddellijke omgeving van de meetpunten.

Artikel 10 [Vervallen per 15-11-2007]

Monsterneming bij de in de artikelen 7 en 8 bedoelde meetpunten geschiedt op een zodanige wijze dat:

  • a. de lucht rond de inlaatbuis vrij kan stromen en er geen voorwerpen zijn die de luchtstroom in de omgeving van de monsternemer beïnvloeden;

  • b. de hoogte van de inlaatbuis tussen anderhalve en vier meter boven de grond ligt;

  • c. de uitlaatbuis op een zodanige plaats is gesitueerd dat de lucht daaruit niet opnieuw in de inlaatbuis kan komen.

Artikel 11 [Vervallen per 15-11-2007]

Voor de meting van de luchtverontreiniging door ozon wordt gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 1000 microgram per m3 bedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid van 95 procent de totale afwijking tussen de gemeten en de werkelijke concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties tussen 70 microgram per m3 en 500 microgram per m3.

Artikel 12 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 Per meetpunt voor de meting van ozon worden uurgemiddelde concentraties bepaald.

  • 2 Indien minder dan vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn, wordt geen uurgemiddelde concentratie bepaald.

  • 3 Uit acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties worden acht-uurgemiddelde concentraties voortschrijdend berekend. Het eerste acht-uurgemiddelde op een dag betreft de periode van 17.00 uur op de voorgaande dag tot 1.00 uur; het laatste acht-uurgemiddelde op een dag betreft de periode van 16.00 uur tot 24 uur.

  • 4 Indien in een periode van acht uur minder dan zes uurgemiddelde concentraties van ozon beschikbaar zijn, wordt geen acht-uurgemiddelde concentratie berekend.

  • 5 Indien per dag minder dan achttien voortschrijdende acht-uurgemiddelden beschikbaar zijn wordt geen hoogste acht-uurgemiddelde per dag bepaald.

  • 6 Uit de uurgemiddelde concentraties wordt voor de periode 1 mei tot en met 31 juli en de periode 1 april tot en met 30 september een AOT 40-waarde berekend.

  • 7 Indien minder dan 90 procent van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn, worden geen AOT40-waarden berekend.

  • 8 Indien ten minste 90 procent, maar minder dan 100 procent van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur Midden-Europese-Tijd in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn, worden de AOT40-waarden bepaald door de gemeten AOT40-waarde te vermenigvuldigen met de uitkomst van het totaal aantal mogelijke uren in die periodes gedeeld door het aantal gemeten uurgemiddelde concentraties.

  • 9 Indien voor vijf van de zes maanden in de periode van 1 april tot en met 30 september minder dan 90 procent van de hoogste acht-uurgemiddelde concentraties van de dagen dan wel minder dan 90 procent van de uurgemiddelde concentraties tussen 08.00 uur en 20.00 uur beschikbaar zijn, wordt het aantal overschrijdingen van de acht-uurgemiddelde concentratie en de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie per jaar niet bepaald.

  • 10 Indien het drie-jaargemiddelde van het aantal overschrijdingen, bedoeld in artikel 2, onder a, niet kan worden vastgesteld op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens, wordt gebruik gemaakt van de gegevens van ten minste één jaar.

  • 11 Indien het vijf-jaargemiddelde van de AOT40-waarde, bedoeld in artikel 2, onder b, niet kan worden vastgesteld op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens wordt gebruik gemaakt van de gegevens van ten minste drie jaar.

§ 4. Plannen en maatregelen [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 13 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 De minister stelt voor plaatsen waar de in artikel 2 genoemde richtwaarden voor ozon worden overschreden een plan vast waarin wordt aangegeven op welke wijze met inzet van proportionele maatregelen zo veel mogelijk voldaan zal worden aan die waarden. De minister draagt zorg voor de uitvoering van het plan.

  • 2 Een plan als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste de in de bijlage, behorende bij deze regeling, genoemde gegevens.

  • 3 Een plan wordt vastgesteld voor 1 december van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de waarden door de toepassing van artikel 6 is vastgesteld.

  • 4 Voor plaatsen waar ingevolge de artikelen 25 of 26 van het Besluit luchtkwaliteit tevens voor een andere luchtverontreinigende stof een plan wordt vastgesteld en uitgevoerd, draagt de minister zorg voor één plan voor de desbetreffende stoffen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 [Vervallen per 15-11-2007]

Op plaatsen waar de luchtkwaliteit voldoet aan de in artikel 2 genoemde richtwaarden, maar niet in overeenstemming is met de in artikel 3 genoemde richtwaarden, treft de minister kosten-effectieve maatregelen teneinde die overschrijding zoveel mogelijk te beëindigen.

§ 5. Informatie [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 15 [Vervallen per 15-11-2007]

  • 1 De commissaris van de Koningin doet van een overschrijding van de in artikel 4 genoemde informatiedrempel of de in artikel 5 genoemde alarmdrempel zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek. Daarbij worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:

    • a. de drempel die is overschreden, de datum, het tijdstip, de duur en de plaats van de overschrijding en, indien bekend, de oorzaak van de overschrijding;

    • b. een prognose voor de volgende middag, dag of dagen, met betrekking tot:

      • de ontwikkeling van de concentratie en de gegevens die aan die verwachting ten grondslag liggen,

      • het geografische gebied waar de overschrijding zich zal voordoen en

      • de duur van de overschrijding;

    • c. de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor de overschrijding risico’s kan inhouden voor de gezondheid, alsmede de te verwachten symptomen en te treffen voorzorgsmaatregelen;

    • d. bronnen voor het verkrijgen van nadere informatie;

    • e. de hoogste uurgemiddelde concentratie en de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van ozon.

  • 2 Wanneer de informatiedrempel, bedoeld in artikel 4, of de alarmdrempel, bedoeld in artikel 5, dreigt te worden overschreden, geeft de commissaris van de Koningin, voor zover dat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mogelijk is, uitvoering aan het eerste lid, met uitzondering van onderdeel a.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 15-11-2007]

Artikel 16 [Vervallen per 15-11-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 [Vervallen per 15-11-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling luchtkwaliteit ozon.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 9 november 2004

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage , behorende bij artikel 13, tweede lid [Vervallen per 15-11-2007]

Gegevens die ten minste zijn opgenomen in een plan als bedoeld in artikel 13, eerste lid.

  • 1. plaats van overschrijding van de plandrempels

    • regio

    • stad (kaart)

    • meetpunt (kaart, geografische coördinaten)

  • 2. algemene informatie

    • soort gebied (stad, industriezone of landelijk gebied)

    • raming van het verontreinigde gebied (km2) en van de omvang van de populatie die aan de verontreiniging is blootgesteld)

    • relevante klimatologische gegevens

    • relevante topografische gegevens

    • voldoende informatie over de doelgroepen in het betrokken gebied die bescherming nodig hebben

  • 3. verantwoordelijke instanties

    • naam en adres van de personen die verantwoordelijk zijn voor de opstelling en tenuitvoerlegging van plannen ter verbetering van de luchtkwaliteit

  • 4. aard en bewaking van de verontreiniging

    • waargenomen concentraties in de voorgaande jaren (voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen ter verbetering)

    • gemeten concentraties sinds de start van het project

    • technieken die voor de bewaking worden gebruikt

  • 5. bron van de verontreiniging

    • lijst van de belangrijkste emissiebronnen die verantwoordelijk zijn voor de verontreiniging (kaart)

    • totale emissie van deze bronnen (ton/jaar)

    • informatie over de verontreiniging vanuit andere gebieden

  • 6. analyse van de situatie

    • bijzonderheden over de factoren die verantwoordelijk zijn voor de overschrijding (verplaatsing, ook grensoverschrijdende; vorming)

    • bijzonderheden over mogelijke maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit

  • 7. informatie over de maatregelen of projecten ter verbetering die reeds bestonden voordat deze richtlijn van kracht werd

    • plaatselijke, regionale, nationale en internationale maatregelen

    • waargenomen effecten van deze maatregelen

  • 8. informatie over maatregelen of projecten teneinde de verontreiniging te beperken

    • opsomming en beschrijving van alle in het project opgenomen maatregelen

    • tijdschema voor de tenuitvoerlegging

    • raming van te verwachten verbetering van de luchtkwaliteit en de tijd die nodig is om die doelstellingen te realiseren

  • 9. informatie over de maatregelen of projecten die voor de lange termijn zijn vastgesteld of gepland

  • 10. lijst van publicaties, documenten, werkzaamheden enz. ter aanvulling van de in deze bijlage gevraagde informatie.