Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling 2005[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 31-12-2005

Subsidieregeling 2005

Het bestuur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten deelt u hierbij mede dat per 1 januari 2005 alle subsidies die bij het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten aangevraagd kunnen worden, worden ondergebracht in één regeling: Subsidieregeling 2005.

1. Het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten stelt zich ten doel een bijdrage te leveren aan de duurzame ontwikkeling van de kwaliteit en veelzijdigheid van de amateurkunst en de podiumkunsten in Nederland én de vertoning daarvan in het buitenland. Met het oog daarop kan het Fonds subsidie beschikbaar stellen. Het Fonds onderscheidt de volgende categorieën kunstenaars:

1.1. Amateurkunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Amateurkunstenaars zijn personen die uit liefhebberij, dus niet beroepsmatig, actief zijn op het terrein van de kunsten (podiumkunsten, literatuur, beeldende en audiovisuele kunst en nieuwe media), met inbegrip van de sector volkscultuur.

1.2. Professionele podiumkunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Professionele podiumkunstenaars zijn personen die grondig onderlegd zijn in én een artistieke functie vervullen binnen de podiumkunsten (muziek, theater of dans of een mengvorm daarvan). Zij hebben een opleiding in het kunstvakonderwijs voltooid of hebben daarmee gelijk te stellen ervaring opgedaan door werkzaam te zijn in artistieke functies in de podiumkunsten.

1.3. Semi-professionele kunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

In de afgelopen jaren zijn steeds meer personen die geen opleiding in het kunstvakonderwijs hebben afgerond, werkzaam in artistieke functies in de praktijk van de podiumkunsten, literatuur, beeldende of audiovisuele kunst of nieuwe media. Vaak hebben deze personen cursussen en trainingen gevolgd in de sector zelf. Sommigen hebben de wens alsnog een kunstvakopleiding af te ronden; anderen gaan verder in het amateurcircuit. Slechts een enkeling doet zoveel ervaring op én is in artistieke zin zo vakkundig dat hij zich na een paar jaar als professioneel podiumkunstenaar kwalificeert. Personen die geen opleiding in het kunstvakonderwijs hebben afgerond én werkzaam zijn in artistieke functies in de professionele kunstpraktijk én zich nog niet als professioneel kunstenaar kwalificeren, duiden wij aan als semi-professionele kunstenaars.

2. Welke plannen komen voor subsidie in aanmerking? [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds kan subsidie beschikbaar stellen voor plannen voor het realiseren van projecten of voor plannen die gericht zijn op individuele ontwikkeling. De plannen worden gerealiseerd in Nederland. Vertoningen dienen altijd openbaar toegankelijk te zijn.

2.1. Plannen gericht op individuele ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds onderscheidt de volgende plannen die gericht zijn op de individuele ontwikkeling:

  • A. Een beurs amateurkunst voor een studie, stage of onderzoek door personen die van betekenis zijn voor de amateurkunst in Nederland, op de Nederlandse Antillen of Aruba.

  • B. Een studiebeurs voor personen die beroepshalve werkzaam zijn in de podiumkunsten of voor personen die zich als semi-professionele kunstenaar kwalificeren in Nederland, op de Nederlandse Antillen of Aruba. Te denken valt aan (zomer)cursussen, lessen, masterclasses, stages, vervolgstudies, auditiereizen (muziek en dans) of concoursen (muziek).

  • C. Een reis- of werkbeurs voor personen die grondig onderlegd zijn in en ten minste vier jaar een artistieke functie vervullen binnen de podiumkunsten in Nederland, op de Nederlandse Antillen of Aruba. Te denken valt aan - combinaties van - (internationale) cursussen, stages en bezoeken van festivals.

  • D. Een oeuvrestipendium voor personen die ten minste tien jaar een artistieke functie vervullen binnen en gezichtsbepalend zijn voor de podiumkunsten in Nederland, op de Nederlandse Antillen of Aruba. Te denken valt aan een langere periode van reflectie en (her)oriëntatie binnen het eigen of een ander vakgebied.

2.2. Projectaanvragen van amateurkunstenaars of semi-professionele kunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Voorbeelden van dergelijke projecten zijn: (de productie van) voorstellingen en concertseries, wedstrijden en workshops (eventueel resulterend in een tentoonstelling), concoursen, symposia, praktijk gericht onderzoek, (beschouwende) publicaties, festivals, lokatieprojecten en de deelname aan evenementen (concoursen, festivals, tournees) in het buitenland.

2.3. Projectaanvragen van professionele podiumkunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Voorbeelden van dergelijke projecten zijn: voorstellingen of concerten, de voorbereiding voor concerten op jazz-, pop-, niet-westerse of improvisatiemuziekgebied, de voorbereiding voor een (muziek)theater of dansvoorstelling, een libretto, een theatertekst, een praktijkgericht onderzoek, reprises van in het voorgaande seizoen succesvolle voorstellingen of concerten die in het daarop volgende seizoen hernomen worden, op uitnodiging van een vermaard podium of festival ten minste twee presentaties geven in het buitenland van concerten of in Nederland gerealiseerde voorstellingen die representatief zijn voor de Nederlandse podiumkunsten, een symposium of lezing of congres dat zich richt op professionele podiumkunstenaars (dus niet louter bestemd is voor beleidsmakers, zakelijk leiders, (kunstvak)onderwijs e.d.), een boekuitgave voorzover die betrekking heeft op professionele podiumkunstenaars, via een uitgever wordt gerealiseerd en ISBN geregistreerd wordt.

2.4. Hgis-cultuurmiddelen [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de intensivering van het internationale cultuurbeleid zijn HGIS-Cultuurmiddelen beschikbaar waarop de aanvulling van de Subsidieregeling 2005 genaamd 'Intensivering internationalisering 2005-2006' betrekking heeft.

3. Voor wie zijn de subsidies van het fonds bedoeld? [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds kan subsidie beschikbaar stellen voor plannen die worden gerealiseerd door kunstenaars.

3.1. Natuurlijke personen [Vervallen per 01-01-2006]

Personen die beroepshalve werkzaam of betrokken zijn bij door het Fonds gesubsidieerde activiteiten, moeten de Nederlandse nationaliteit bezitten of in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning die een beroep op de openbare kas mogelijk maakt of zijn in de Europese Unie gevestigd. Iemand van buiten de Europese Unie die zich in Nederland vestigt, moet een kopie van zijn verblijfsvergunning kunnen overleggen.

3.2. Rechtspersonen [Vervallen per 01-01-2006]

Kunstenaars kunnen zich georganiseerd hebben in of - om hun plannen te verwezenlijken - samenwerken met een rechtspersoon die als doel heeft om projecten te realiseren. Rechtspersonen die projecten realiseren, moeten in Nederland gevestigd zijn.

3.3. Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidieverlening vindt plaats aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, waarbij geldt dat:

  • A) Een beurs amateurkunst, een studie-, reis- of werkbeurs of oeuvrestipendium aan de persoon zelf wordt verleend.

  • B) Een projectsubsidie tot € 15.000 aan zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kan worden verleend.

  • C) Een projectsubsidie van ten minste € 15.000 bedoeld voor meer dan één kunstenaar aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon wordt verleend.

  • D) Wanneer de begrote lasten van het te subsidiëren project ten minste € 75.000 bedragen, maar het projectsubsidie minder dan € 15.000 bedraagt, is toch rechtspersoonlijkheid vereist.

4. Wat voor subsidies heeft het fonds te bieden? [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds kent drie subsidiesoorten die hierna worden toegelicht. Het hanteert géén subsidieplafond maar het bepaalt de hoogte van de subsidie.

4.1. Tekortsubsidies [Vervallen per 01-01-2006]

Financiering van (een deel van) het tekort op de begroting van een projectaanvraag of van een plan gericht op de individuele ontwikkeling.

4.2. Voorbereidingssubsidies [Vervallen per 01-01-2006]

Alleen van toepassing op projecten van professionele podiumkunstenaars. Volledige of gedeeltelijke financiering van de voorbereiding op het geven van uitvoeringen. De uitvoeringen zelf zijn vervolgens uitgesloten van subsidie door het Fonds.

4.3. Garantiesubsidies [Vervallen per 01-01-2006]

Alleen van toepassing op producties van professionele podiumkunstenaars. De subsidie dient binnen zes maanden na realisatie van de productie volledig te zijn terugbetaald indien het verwachte publieksbereik is gerealiseerd. Wanneer de productie winstgevend is geweest, deelt het Fonds in de winst. De subsidie heeft de vorm van een uitvoeringsovereenkomst tussen producent en Fonds.

4.4. De hoogte van de subsidies [Vervallen per 01-01-2006]

De hoogte van een projectsubsidie en de omvang van de begroting zijn bepalend of de aanvraag moet worden ingediend door een rechtspersoon. Houdt u er verder rekening mee dat de hoogte van een subsidie pas definitief wordt vastgesteld op grond van de verantwoording van de subsidie. De subsidie kan evenwel nooit meer bedragen dan het verleende bedrag of het tekort volgens de verantwoording.

5. Wanneer subsidie aanvragen? [Vervallen per 01-01-2006]

Het is raadzaam om zo vroeg mogelijk een aanvraag in te dienen. Het plan waarvoor subsidie wordt aangevraagd vangt niet later aan dan op 31 december 2007. Ontvangt het Fonds een aanvraag te laat, dan wordt deze niet in behandeling genomen. Het volgende geldt:

5.1. Voor plannen die gericht zijn op individuele ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2006]

Een aanvraag voor een beurs amateurkunst, studie-, reis- of werkbeurs of oeuvrestipendium moet ten minste vier weken voor de auditiedatum of de datum waarop over het plan een gesprek met de adviescommissie plaatsvindt door het Fonds ontvangen zijn. Het plan start niet eerder dan negen weken na de auditiedatum of datum waarop over het plan een gesprek met de adviescommissie plaatsvindt.

5.2. Voor projectaanvragen [Vervallen per 01-01-2006]

Een projectaanvraag moet ten minste dertien weken voor de start van het project door het Fonds zijn ontvangen. Voorzover het gaat om aanvragen om ten minste twee presentaties geven in het buitenland van concerten of in Nederland gerealiseerde voorstellingen die representatief zijn voor de Nederlandse podiumkunsten op uitnodiging van een vermaard podium of festival, bedraagt de termijn tien weken voor de datum van vertrek naar het buitenland.

6. Hoe een subsidie-aanvraag in te dienen? [Vervallen per 01-01-2006]

Voor het aanvragen van een subsidie kunt u op de website (www.fapk.nl) de benodigde formulieren en modellen downloaden.

Aanvragers kunnen in de Nederlandse taal geschreven plannen indienen die bestaan uit:

  • een volledig ingevuld aanvraagformulier, in negenvoud;

  • een beschrijving van het plan, in negenvoud;

  • een begroting met toelichting, in negenvoud;

  • documentatie, voorzover voor de beoordeling noodzakelijk.

6.1. Aanvraagformulier [Vervallen per 01-01-2006]

Op het aanvraagformulier geeft u in ieder geval aan:

  • op welke categorie de aanvraag betrekking heeft en daarbinnen welke kunstdiscipline het betreft.

  • waar het plan in Nederland, op de Nederlandse Antillen of Aruba en/of in het buitenland plaatsvindt.

  • of het plan een beurs amateurkunst, studie-, reis- of werkbeurs, oeuvrestipendium of project betreft.

  • de persoonlijke gegevens van de aanvrager of de statutaire naam van een rechtspersoon en eventueel de naam van de groep wanneer deze afwijkt van de naam van de rechtspersoon.

  • wat de titel is van uw project of een korte omschrijving van uw plan gericht op individuele ontwikkeling.

  • wanneer het plan start en wanneer het naar verwachting gerealiseerd is.

  • het aan het Fonds gevraagd subsidie.

Tenslotte ondertekent de aanvrager het aanvraagformulier.

6.2. Beschrijving van het plan [Vervallen per 01-01-2006]

De beschrijving van het plan beslaat bij voorkeur niet meer dan vier A-viertjes. Het is niet nodig dit in 'beleidstaal' op te stellen. Het Fonds leest liever een helder en aansprekend verhaal over uw plannen.

Neem in uw beschrijving in elk geval de volgende informatie op:

  • wie het plan ontwikkelt;

  • wie het plan uitvoert;

  • wat het plan inhoudt;

  • waar het plan wordt uitgevoerd;

  • wanneer het plan wordt uitgevoerd;

  • hoe u het plan wilt realiseren;

  • waarom u dit plan wilt realiseren en wat uw voornemens zijn voor de tijd nadat het plan is gerealiseerd.

6.3. Begroting [Vervallen per 01-01-2006]

Elk plan dient voorzien te zijn van een realistische begroting. De begrotingsposten dienen zoveel mogelijk gespecificeerd en onderbouwd te worden in een toelichting. Desgevraagd overlegt u offertes van begrote posten. Richtlijnen die gelden bij het bepalen van de hoogte van het subsidie:

6.3.A. Voor alle aanvragen geldt [Vervallen per 01-01-2006]

  • Subsidiabel zijn die kosten die vallen binnen de periode waarin het plan wordt uitgevoerd.

  • Voorzover u voor hetzelfde plan subsidie ontvangt van een ander bestuursorgaan, wordt dit in mindering gebracht op het subsidie van het Fonds. Aan - delen van - plannen die binnen de doelstelling van een ander bestuursorgaan vallen, wordt in principe geen subsidie verleend.

  • Bent u in het bezit van een BTW-nummer, neemt u dan baten en lasten exclusief omzetbelasting op.

6.3.B. Voor aanvragen voor een beurs amateurkunst, studie-, reis- of werkbeurs of oeuvrestipendium [Vervallen per 01-01-2006]

Naast de richtlijnen die gelden voor alle aanvragen is het volgende van toepassing op aanvragen gericht op de individuele ontwikkeling:

  • Het Fonds houdt rekening met een redelijke bijdrage van de aanvrager die bepaald wordt op basis van de opgave van de inkomsten uit arbeid of uitkering (WIK, WW, ABW, anderszins) en van verplichtingen of schulden.

  • Als de aanvrager in loondienst werkzaam is, verwacht het Fonds dat de werkgever van de aanvrager eveneens een redelijke bijdrage verstrekt.

  • De begroting kan ondermeer de volgende posten bevatten: (inter)nationale reis- en transportkosten; kosten van de opleiding, cursus of training; studiemateriaal en materiaalkosten; hotel- of huisvestingskosten; levensonderhoud (eten en drinken e.d.); verzekeringen (ziektekosten, instrumenten); visa; telefoon, porti, fax, e-mail; kosten bezoek theater, concerten, musea e.d.; overige kosten (specificeren); eigen bijdrage; bijdrage werkgever; bijdragen andere fondsen (vermelden welke) en overige bijdragen (specificeren) en het gevraagd bedrag aan het Fonds.

6.3.C. Voor projectaanvragen in het algemeen [Vervallen per 01-01-2006]

Naast de richtlijnen voor alle aanvragen is het volgende van toepassing voor projectaanvragen:

  • Voorzover er sprake is van uitkoopsommen: (podium)kunstaanbieders dienen reële afspraken te maken met podia over de te betalen uitkoopsommen. Uitgangspunt daarbij vormt de omvang van de groep of het ensemble en de in de sector gangbare salaris- en honorariumregelingen of onkostenvergoedingen. Dit geldt voor alle vertoningen.

  • Aanvragen die betrekking hebben op de exploitatie, investeringen, (de verbetering van) accommodaties, de aanschaf van instrumentarium of uniformen komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Voorzover het meerjarig door rijk, provincie of gemeente gesubsidieerde instellingen betreft, zijn alleen die kosten subsidiabel die niet behoren tot de reguliere exploitatie en taakuitoefening. Tot de reguliere kosten van de exploitatie en taakuitoefening worden geacht te behoren: vaste personeelslasten, voorziening voor de instandhouding en uitbreiding van gebouwen, bouwkundige voorzieningen en vaste technische installaties en automatiseringsapparatuur, waaronder de aanschaf van hardware.

6.3.D. Voor projectaanvragen van amateurkunstenaars of semi-professionele kunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Naast de richtlijnen die gelden voor alle aanvragen en voor projectaanvragen in het algemeen is het volgende van toepassing:

  • 1. In de amateurkunst is een redelijke eigen bijdrage van de deelnemers gebruikelijk. Bij projecten in het buitenland geldt een minimale eigen bijdrage van € 25 per persoon per dag, waarbij de dag van vertrek en de dag van aankomst als één wordt gerekend.

  • 2. De begroting kan ondermeer de volgende posten bevatten: personele lasten en honoraria; reis- en verblijfkosten; voorbereidings- en uitvoeringskosten; publiciteits- en promotiekosten; huisvestings- en kantoorkosten; overige kosten (specificeren); recettes, uitkoopsommen, deelnemersbijdragen, bijdragen verkoop materiaal, sponsoring, giften, bijdragen van gemeente, provincie of andere fondsen (vermelden welke) en het gevraagd bedrag aan het Fonds.

6.3.E. Voor projectaanvragen van professionele podiumkunstenaars [Vervallen per 01-01-2006]

Naast de richtlijnen die gelden voor alle aanvragen en voor projectaanvragen in het algemeen is het volgende van toepassing:

  • 1. Voor projectaanvragen van professionele podiumkunstenaars is het verplicht om gebruik te maken van het standaardmodel.

  • 2. Tot de voorbereidingskosten behoren alle kosten die u maakt om de productie speelklaar of verkoopbaar te maken; inclusief de in de sector gangbare salarissen, honoraria of onkostenvergoedingen. Bij een voorbereidingssubsidie in de muzieksector worden de voorbereidingskosten verhoogd met een forfaitaire toeslag per repetitie per musicus van maximaal € 75.

  • 3. Tot de uitvoeringskosten worden gerekend die kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van de productie, de dagkosten. Desgevraagd overlegt u offertes van (internationale) reis- en verblijfskosten.

  • 4. Onder publiciteit en promotie neemt u alle kosten op die samenhangen met publiekswerving en de verspreiding van de resultaten van uw plan.

  • 5. Bureau- en huisvestingskosten: de tegemoetkoming van het Fonds bedraagt maximaal vijf procent van de totale kosten zoals aangegeven op het begrotingsmodel. In dit forfait zijn de kosten voor een goedkeurende accountantsverklaring opgenomen.

  • 6. De inbreng van coproducenten neemt u gekapitaliseerd op. Hierbij geldt dat:

    • * de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent ter beschikking gestelde goederen niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de historische kostprijs berekend wordt, rekening houdend met de geldende afschrijvingspercentages;

    • * de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent geleverde diensten indien het diensten betreft die in het algemeen door soortgelijke instellingen in eigen beheer worden verricht niet hoger is dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die u zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer;

    • * de vergoeding die u betaalt aan een coproducent voor door de coproducent aan u geleverde diensten anders dan hiervoor bedoeld niet hoger is dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere organisaties gebruikelijk kan worden geacht.

  • 7. U motiveert de aard en de omvang van dienstverbanden en contracten met freelancers. Bij artistieke medewerkers motiveert u ten minste het aantal noodzakelijk geachte repetities en het aantal uitvoeringen. Bij ondersteunende functies motiveert u de duur van de dienstverbanden of contracten.

  • 8. Bij de uitvoering van projecten is sprake van co-financiering vanuit andere fondsen of (lagere) overheden, giften, sponsoring en/of realistische afname door theaters, concertzalen, festivals en dergelijke.

  • 9. Bij het hernemen van succesvolle voorstellingen en concerten in een volgend seizoen, dient ten minste 60% van de subsidiabele kosten gedekt te worden door eigen inkomsten verkregen uit uitkoopsommen, recettes en sponsorgelden.

6.4. Documentatie, voorzover voor de beoordeling noodzakelijk [Vervallen per 01-01-2006]

Om een aanvraag te beoordelen zijn vaak aanvullende gegevens benodigd. Wij verzoeken u dringend deze informatie als bijlage(n) bij de aanvraag te voegen, soms in negenvoud, meestal in enkelvoud. Zend geen originelen mee! Verder kunt u aangeven of u de bijlage(n) terug wil ontvangen. Het Fonds zendt deze bijlage(n) op verzoek retour vanaf ongeveer zes weken nadat bekend is geworden of uw aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd. Het Fonds is niet aansprakelijk voor beschadigingen en vermissingen. Bij een eventuele volgende aanvraag kunt u voor de documentatie niet verwijzen naar (nog) niet geretourneerd of eerder gearchiveerd materiaal.

6.4.A. Aanvragen gericht op individuele ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de beoordeling van aanvragen gericht op de individuele ontwikkeling zijn in ieder geval ook de volgende bijlagen noodzakelijk:

  • curriculum vitae van aanvrager, in negenvoud.

  • voorzover van toepassing: kopie diploma kunstvakopleiding(en) en cijferlijst, opgave van de genoten opleiding (eerste of tweede fase), hoofdvak, extra specialisaties en - in geval van zang - vermelding van de stemsoort, in negenvoud.

  • minimaal twee referenties of aanbevelingsbrieven, in negenvoud.

  • één opgave van de inkomsten uit arbeid of uitkering (WIK, WW, ABW, anderszins) en van verplichtingen of schulden.

6.4.B. Projectaanvragen [Vervallen per 01-01-2006]

Gezien de beperkte behandeltijd van een aanvraag en het grote aantal projectaanvragen is het in de praktijk niet haalbaar om aanvragers uit te nodigen voor een mondelinge toelichting op hun aanvraag. Daarom vraagt het Fonds u om toezending van ten minste de volgende aanvullende documentatie:

  • beknopte curricula vitae van aanvrager, makers, medewerkers en uitvoerenden; in negenvoud.

  • voorzover relevant: foto's, illustraties, videobanden, geluidsbanden, cd's of dvd's in een courant format.

  • voorzover relevant: als eerder in deze samenstelling samengewerkt is, één kopie van de meest recente speellijst.

  • in geval van presentaties in het buitenland: één kopie van de uitnodiging van het buitenlands podium, festival of evenement en een contract dat de uitkoopsom staaft.

  • in geval van presentaties in het buitenland: één prijsopgave van het reisbureau voor de begrote internationale reiskosten.

  • alleen wanneer de aanvrager een rechtspersoon is: één kopie van de geldende statuten van de rechtspersoon.

7. Waarom honoreert het Fonds een aanvraag? [Vervallen per 01-01-2006]

Het uiteindelijke oordeel 'honoreren' of 'niet honoreren' wordt met name bepaald door de vraag of een in behandeling genomen aanvraag een bijdrage levert aan de ontwikkeling van (de kwaliteit van) de discipline. Een andere vraag is of een in behandeling genomen aanvraag bijdraagt aan de diversiteit in de amateurkunst en podiumkunsten. Dat wil zeggen dat het plan, waarvan de artistieke kwaliteit voldoet, het bestaande veelzijdige aanbod verrijkt. Ook de productionele kwaliteit en de redelijkheid van de begroting wordt meegewogen. In behandeling genomen aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

7.1. Artistieke kwaliteit [Vervallen per 01-01-2006]

De drie kernbegrippen of subcriteria bij de beoordeling van de artistieke kwaliteit van een aanvraag zijn: vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht.

  • Vakmanschap

    De mate waarin de kunstenaar of het artistieke team aantoonbaar beschikt over de vaardigheden en het inzicht in de discipline of een mengvorm van disciplines om de thema's of het repertoire zodanig vorm te geven dat de persoonlijke fascinatie daarvoor zicht- en hoorbaar wordt. Voor de verschillende categorieën aanvragers (amateurkunstenaars, semi-professionele kunstenaars, professionele podiumkunstenaars) geldt een gradueel steeds hogere standaard. Een kunstvakopleiding is voor professionele kunstenaars niet doorslaggevend. Bij niet-westerse kunstuitingen, die een andere opleidingsstructuur kennen of bij nieuwe interculturele (meng)vormen wordt dit criterium gehanteerd binnen de eigen artistieke context.

  • Oorspronkelijkheid

    Dit criterium weegt bij projecten meestal het zwaarst van de drie. Is een project, hoe doortimmerd en vakmatig ook, er een van 'dertien-in-een-dozijn' of onderscheidt het zich? Die onderscheidende eigenschap kan tot uitdrukking komen in de keuze of samenstelling van het muziekrepertoire of in het thema voor een theater- of dansvoorstelling, maar ook in het regie-concept van bekend toneelrepertoire. De visie van de muzikaal leider, regisseur of choreograaf is hierin vaak bepalend. Is een plan oorspronkelijk, dan is het tevens een verrijking van het veelzijdige aanbod binnen een discipline.

  • Zeggingskracht

    Heeft het project waarvoor wordt aangevraagd een duidelijke relatie met het publiek waarvoor het wordt gemaakt? De communicatieve kracht is een intrinsiek deel van het artistieke plan. Die zit in het gekozen thema of stuk, de samenstelling van het muziekrepertoire, het choreografisch plan of regieconcept. De urgentie om een bepaald plan te realiseren, is een eerste aanwijzing van zijn zeggingskracht en komt vaak tot uitdrukking in de motivatie van de kunstenaar of van het artistieke team.

    In het verlengde van zeggingskracht liggen de wijze waarop het plan wordt uitgevoerd en de wijze waarop de communicatieve kracht die in het werk besloten ligt wordt gerealiseerd door middel van alle beschikbare middelen.

Elk plan wordt beoordeeld aan de hand van deze drie criteria. Wat het soortelijk gewicht is van elk van deze drie voor het uiteindelijke oordeel over de artistieke kwaliteit van het plan, zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de (kwaliteit van de) discipline en aan de diversiteit van de (podium)kunsten, hangt samen met de aard en oorsprong en context van het plan.

7.2. Productionele kwaliteit [Vervallen per 01-01-2006]

Is de producent in staat (gebleken) de artistieke kwaliteit van een plan in productionele zin waar te maken?

7.3. Redelijkheid van de begroting [Vervallen per 01-01-2006]

Wordt de begroting redelijk geacht, is er sprake van een redelijke bijdrage in de kosten door andere financiers en staat het gevraagde subsidiebedrag in redelijke verhouding tot het voor dit doel beschikbare budget?

7.4. Alleen bij hoge uitzondering: een plan van regionaal belang [Vervallen per 01-01-2006]

Wanneer er voldoende middelen beschikbaar zijn kan het Fonds een in behandeling genomen plan dat niet van landelijk belang geacht wordt toch honoreren wanneer het plan plaatsvindt in een regio met weinig onderscheidend aanbod.

7.5. Alleen van toepassing op meerjarig door OCW gesubsidieerde instellingen [Vervallen per 01-01-2006]

Van honorering van aanvragen van meerjarig door OCW gesubsidieerden kan sprake zijn indien het plan een wezenlijke aanvulling vormt op de gebruikelijke werkzaamheden van de aanvrager én het gevraagde subsidiebedrag in redelijke verhouding staat tot het voor dit doel beschikbare budget van het Fonds en tot de omvang van de beschikbare meerjarige subsidie van de instelling.

8. Hoe werkt het fonds? [Vervallen per 01-01-2006]

Zo spoedig mogelijk na ontvangst van uw aanvraag toetst het Fonds of uw aanvraag past binnen de regeling en of zij volledig en op tijd is ingediend. Een aanvraag moet zoveel informatie bevatten dat deze door een commissie beoordeeld kan worden. Het Fonds kan u verzoeken om binnen een nader te stellen termijn uw aanvraag te verduidelijken. U ontvangt schriftelijk bericht of uw aanvraag in behandeling wordt genomen. Desgevraagd retourneert het Fonds acht exemplaren van een niet in behandeling genomen aanvraag. Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen informatie verstrekt.

Het beschikbare budget is door het bestuur bepaald. Een in behandeling genomen aanvraag wordt voorgelegd aan een adviescommissie. Adviseurs worden benoemd op basis van hun deskundigheid op het terrein van de kunsten die tot de reikwijdte van het Fonds behoren. Sommigen van hen zijn op bepaalde (sub)disciplines specifiek deskundig. Bestuursleden, directie en medewerkers van het bureau kunnen geen adviseur zijn en maken dus geen deel uit van een adviescommissie. Adviseurs kunnen incidenteel worden benoemd ten behoeve van een enkel advies of worden benoemd voor een periode van twee jaren. Na die periode kunnen ze aansluitend éénmaal worden herbenoemd. Alles wat adviseurs over aanvragen en aanvragers ter kennis komt, is strikt vertrouwelijk. Aan een adviseur kan een door het bestuur te bepalen vergoeding worden toegekend. Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en minimaal twee en maximaal zes leden. De voorzitter van een adviescommissie wordt door het bestuur in functie benoemd. Vergaderingen van de adviescommissies zijn niet openbaar. Projectteams van het Fonds voeren het secretariaat van de adviescommissies.

De commissie beoordeelt een in behandeling genomen aanvraag aan de hand van de criteria. Voorzover het gaat om aanvragen gericht op individuele ontwikkeling kan de aanvrager worden uitgenodigd voor een gesprek. Bij dans, muziek en muziektheater kan ook een auditie deel uitmaken van de procedure; dit geldt niet voor amateurkunst.

De commissie bekijkt een in behandeling genomen aanvraag ook altijd in de onderlinge samenhang met andere in behandeling genomen aanvragen. Het aantal, de aard en de kwaliteit van andere in behandeling genomen aanvragen speelt dus ook een rol. De commissie stelt de adviezen vast bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken is het advies negatief. Adviezen worden ondertekend door de voorzitter en een ander lid van de commissie.

Een projectteam geeft nadere uitwerking aan de adviezen en vat deze samen in bureauvoorstellen. De directeur kan, indien bijzondere omstandigheden dat vergen, voorstellen een advies van een commissie niet te volgen. Dit wordt beargumenteerd in het bureauvoorstel. Bureauvoorstellen worden voorgelegd aan het college van advies. Het Fonds kent twee colleges van advies, één voor amateurkunst en één voor podiumkunsten. De colleges bestaan naast elkaar om de identiteit en positie van amateurkunst en podiumkunsten te waarborgen. De werkwijze van de colleges van advies is gelijk; het enige verschil is het werkterrein.

Het college van advies bestaat uit een externe voorzitter en een door het bestuur te bepalen aantal externe leden en de voorzitters van de adviescommissies. Bestuursleden, directie en medewerkers van het bureau kunnen geen deel uitmaken van een college van advies. Het bureau voert het secretariaat van het college van advies. Vergaderingen van het college van advies zijn niet openbaar. Het college van advies toetst de bureauvoorstellen aan het beleid van het Fonds en toetst of er sprake is van een veelzijdig totaalaanbod. Het college brengt hiervan schriftelijk advies uit aan het bestuur. Voorts adviseert het college het bestuur en de directie gevraagd en ongevraagd over het beleid op het terrein van de amateurkunst en de podiumkunsten.

Uiterlijk dertien weken na indiening van de projectaanvraag of in geval van aanvragen voor een beurs amateurkunst, studie-, reis- of werkbeurs of oeuvrestipendium, negen weken na de auditiedatum of het gesprek met de adviescommissie volgt het besluit op uw aanvraag. Wanneer bijzondere omstandigheden dat vergen, bijvoorbeeld vanwege de beperkte beschikbaarheid van adviseurs, kan de termijn van dertien weken met ten hoogste dertien weken worden verlengd. Subsidie wordt slechts verleend voorzover de middelen van het Fonds toereikend zijn. Onder meer vanwege de beperkte hoeveelheid middelen kunnen niet alle aanvragen gehonoreerd worden en kan niet elke te honoreren aanvraag voor het gevraagde bedrag gehonoreerd worden. Aan het honoreren van een aanvraag kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag en/of een met betreffend plan verband houdende aanvraag.

Het besluit op uw aanvraag bestaat uit de subsidiebeschikking met daarbij de motivatie, het advies van de commissie en van het college. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, vermeldt de beschikking eveneens de maximaal verleende subsidie, voor welke activiteiten en voor welke periode de subsidieverlening geldt. In het geval van een reservering bevat de beschikking de voorwaarden waaronder de reservering kan worden omgezet in een subsidieverlening. Wanneer een subsidie wordt verleend voor meer dan één jaar, vindt voorafgaand aan de verstrekking van middelen voor een volgende fase, een tussentijdse evaluatie plaats van de activiteiten die in eerdere fases gerealiseerd zijn.

Aan een subsidie zijn verplichtingen verbonden zoals vermeld in deze subsidieregeling en zoals eventueel aanvullend opgenomen in de beschikking. In geval van een project verzoeken wij u in uw publiciteitsmateriaal te vermelden dat dit project mede mogelijk is gemaakt dankzij een bijdrage van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten. Een logo en standaardtekst zijn beschikbaar op onze website. Wij ontvangen ook graag uw publiciteitsmateriaal. Tevens vragen wij u uitnodigingen en speellijsten te zenden naar zowel de leden van de commissie als naar het bureau van het Fonds. Adresgegevens van adviseurs vindt u op onze website (www.fapk.nl).

9. Waarmee moet een aanvrager verder rekening houden? [Vervallen per 01-01-2006]

Als het Fonds een aanvraag honoreert geldt het volgende, tenzij anders in de beschikking is vermeld:

9.1. Administratieve organisatie [Vervallen per 01-01-2006]

U zorgt ervoor dat uw plan op doelmatige en financieel verantwoorde wijze wordt uitgevoerd. De administratie geeft een juist, volledig en actueel beeld van het (financiële) verloop van de realisatie van uw plan. De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken bewaart u ten minste gedurende vijf jaren na de vaststelling van de subsidie. Op verzoek van het Fonds overlegt u een volledig overzicht van uw financiële situatie.

9.2. Verwerven van eigendommen en/of vorming van vermogen [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie van het Fonds is niet bestemd voor de aanschaf van instrumenten of apparatuur. Indien de subsidie heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen of anderszins tot de vorming van vermogen, bent u daarvoor aan het Fonds een door het Fonds te bepalen vergoeding verschuldigd. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd is. Een vergoeding is niet verschuldigd indien de ontvanger aan betreffende eigendommen een door het Fonds te bepalen bestemming geeft.

9.3. Intellectuele eigendom [Vervallen per 01-01-2006]

Bij subsidieverlening geeft de aanvrager het Fonds toestemming om delen van de aanvraag of het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds.

9.4. Pensioenen [Vervallen per 01-01-2006]

Personen die beroepshalve werkzaam zijn bij door het Fonds uit OCW middelen gesubsidieerde plannen van amateurkunstenaars, semi-professionele kunstenaars of professionele podiumkunstenaars zijn automatisch verzekerd van pensioenopbouw bij het beroepspensioenfonds AENA.

9.5. Rechtspersoon: goed bestuur en goed werkgeverschap [Vervallen per 01-01-2006]

In geval subsidie wordt verleend aan een rechtspersoon is het volgende van toepassing. Het bestuur of de raad van toezicht van een rechtspersoon zorgt ervoor dat het een evenwichtige samenstelling heeft. Het stelt een gefaseerd rooster van aftreden vast en hanteert een maximale zittingstermijn van acht jaar. Het bestaat niet uit personen die direct inhoudelijk of financieel betrokken zijn bij de te subsidiëren projecten. Verder verplicht het bestuur zich tot goed werkgeverschap.

9.6. Gewijzigd plan [Vervallen per 01-01-2006]

De subsidie is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van het in de beschikking omschreven plan, binnen de in de beschikking genoemde periode. De maximale periode bedraagt 36 maanden. Wanneer zich substantiële wijzigingen voordoen in de planning, de inhoud of de financiën, dient u het Fonds daarvan per omgaande schriftelijk in kennis te stellen. Het Fonds kan het gewijzigde plan opnieuw laten beoordelen door een commissie. Naar aanleiding van het gewijzigde plan kan de subsidie worden verminderd of kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. Voorzover u tussentijds voor hetzelfde plan subsidie ontvangt van een ander bestuursorgaan, wordt het subsidie van het Fonds hiermee verminderd.

9.7. Voorschot op de subsidie gericht op individuele ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2006]

Een voorschot bedraagt maximaal 90% van de verleende subsidie die bedoeld is voor de individuele ontwikkeling. In de beschikking staat beschreven op welke wijze een voorschot kan worden aangevraagd.

9.8. Verzoek om een voorschot op de projectsubsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Een voorschot bedraagt maximaal 90% van de voor een project verleende subsidie. Een verzoek om een voorschot bevat:

  • een kopie van een dagafschrift van de (post)bankrekening waarop bevoorschotting dient plaats te vinden. Het dagafschrift is niet ouder dan drie maanden en is ondertekend door de aanvrager of in het geval van een rechtspersoon, door de volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel bevoegde functionaris.

  • een opgave, waaruit blijkt dat u het aantal activiteiten realiseert dat is genoemd in de beschikking waarin de subsidie is verleend. In het geval van voorstellingen en concerten stuurt u tevens een kopie van de optie en/of definitieve contracten.

  • een herziene begroting: alleen in het geval de begrote projectlasten in uw aanvraag EUR 75.000 of meer bedragen of de verleende subsidie EUR 15.000 of meer bedraagt. In het dekkingsplan verantwoordt u als bijdrage van het Fonds ten hoogste de verleende subsidie. Afwijkingen van 5% of meer ten opzichte van de begroting moeten worden toegelicht. De herziene begroting is ondertekend door een volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel bevoegde functionaris.

9.9. Bevoorschotting van de projectsubsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Na tijdige ontvangst en goedkeuring van het verzoek om een voorschot ontvangt u:

  • als de verleende subsidie minder dan € 15.000 bedraagt: ongeveer drie maanden voor de start van de activiteiten een eerste voorschot van 45% en ongeveer zes weken van te voren een tweede voorschot van 45%.

  • als de subsidie € 15.000 of meer bedraagt: ongeveer drie maanden voor de start van de activiteiten een eerste voorschot ter grootte van 30% van de verleende subsidie, ongeveer zes weken van te voren een tweede voorschot ter grootte van 30% van de verleende subsidie en ongeveer twee weken van te voren een derde voorschot ter grootte van 30% van de verleende subsidie.

9.10. Verantwoording van de subsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Uiterlijk drie maanden na afloop van de uitvoering van het plan dient u een verantwoording in.

Een verantwoording bestaat uit een inhoudelijk en financieel verslag. Bij projecten kan een goedkeurende accountantsverklaring verplicht zijn.

In het inhoudelijk verslag wordt het oorspronkelijke plan geëvalueerd. De inhoudelijke verantwoording bevat ten minste de volgende elementen:

  • een korte omschrijving van het oorspronkelijke plan en een omschrijving van de feitelijke gang van zaken;

  • een evaluatie: een gemotiveerd oordeel over de vraag of en in hoeverre de artistieke doelstellingen van het plan zijn gerealiseerd;

  • voorzover van toepassing: een evaluatie van publieksbereik en -waardering in relatie tot de begrote en gerealiseerde publieksinkomsten.

  • zo mogelijk, een korte omschrijving van praktische problemen en tips voor toekomstige aanvragers die een soortgelijk plan willen ondernemen.

Het financieel verslag bevat een overzicht van de werkelijke uitgaven en verkregen inkomsten en een specificatie van de honoraria en salarissen voorzien van geboortedata en sofinummers. De opzet van dit verslag sluit aan bij het verantwoordingsmodel van het Fonds en de bepalingen in deze subsidieregeling. Afwijkingen van 5% of meer ten opzichte van de (herziene) begroting licht u nader toe.

Een accountantsverklaring is vereist indien de begrote projectlasten € 75.000 of meer bedragen. Een accountantsverklaring wordt verstrekt door een registeraccountant, ingeschreven in het accountantsregister van het NIVRA, of door een accountantadministratieconsulent, ingeschreven in het accountantsregister van de NOVAA. De verklaring betreft de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger overeenkomstig het controleprotocol. Het is ingericht conform het model accountantsverklaring. U draagt er zorg voor dat uw accountant meewerkt aan door een externe accountant of het bureau van het Fonds desgewenst in te stellen onderzoeken naar de door uw accountant verrichte werkzaamheden. De daaraan verbonden kosten worden geacht te zijn inbegrepen in de subsidie.

9.11. Vaststelling en verrekening van de subsidie [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds streeft ernaar binnen zes weken na ontvangst van de verantwoording de subsidie vast te stellen. De subsidie kan evenwel nooit meer bedragen dan het verleende bedrag of het tekort volgens de verantwoording. Binnen veertien dagen na deze vaststelling wordt de subsidie onder verrekening van uitbetaalde voorschotten per bank uitbetaald. Wanneer de vastgestelde subsidie minder bedraagt dan de uitbetaalde voorschotten, dient het verschil binnen veertien dagen te worden terugbetaald.

9.12. Wijziging van de subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2006]

Wanneer door de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt of wanneer de voorschriften verbonden aan de subsidie niet zijn nageleefd, kan het Fonds besluiten de subsidieverlening te wijzigen, het verstrekken van voorschotten op te schorten, reeds uitbetaalde voorschotten terug te vorderen of de subsidievaststelling te herzien.

10. Oneens met een besluit van het Fonds en dan? [Vervallen per 01-01-2006]

Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het Fonds uw aanvraag verwerkt, kan het zijn dat er onduidelijkheden of onvolkomenheden optreden in de besluitvorming. Als u meer informatie wenst over een besluit van het Fonds of de tot stand koming er van, verdient het aanbeveling om eerst telefonisch contact op te nemen of een afspraak te maken voor een gesprek met de (project)medewerker die in de brief als contactpersoon staat vermeld. Het bureau is gaarne bereid een besluit mondeling nader toe te lichten.

Ook stelt het Fonds het zeer op prijs als u eventuele klachten, grieven of suggesties aan het bureau wilt doorgeven. U kunt het Fonds uw klacht, grief of suggestie per brief laten weten. Het adres is: Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, t.a.v. de directie, Postbus 85471, 2508 CD Den Haag. Binnen 4 weken ontvangt u een antwoord op uw schrijven.

Mocht u gebruik willen maken van de Algemene wet bestuursrecht dan geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit. De mogelijkheden tot bezwaar worden in voorkomende gevallen in de correspondentie vermeld. Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift gericht aan: het bestuur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, Postbus 85471, 2508 CD Den Haag. Het bezwaarschrift vermeldt in ieder geval wie de indiener is en bevat de redenen van het bezwaar. De werkwijze van het Fonds is voor bezwaar ontvankelijk; het kwaliteitsoordeel van adviseurs is dat niet. De bezwaarschriftenprocedure heeft geen schorsende werking. De bezwaarschriftencommissie komt vier á vijf keer per jaar bijeen. Op deze dagen worden hoorzittingen georganiseerd.

Als een aanvrager gebruik maakt van de bezwaarschriftenprocedure kan deze aanvrager niet gelijktijdig dezelfde aanvraag opnieuw indienen. Het is overigens mogelijk om een verbeterde aanvraag voor een tweede maal in te dienen. Voorwaarde blijft dat de - voor de tweede keer ingediende - aanvraag volledig en op tijd is.

11. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

11.1. Overgangsbepaling [Vervallen per 01-01-2006]

Ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze regeling, maar waarop nog niet is beslist ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement, geldt hetgeen in deze regeling is bepaald.

11.2. Bekendmaking [Vervallen per 01-01-2006]

Deze regeling is gepubliceerd in de Staatscourant 8 november 2004, nr. 215.

11.3. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2006]

Deze regeling is van kracht met ingang van 1 januari 2005 en geldt totdat deze vervangen wordt.

11.4. Wettelijk kader [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten is opgericht ingevolge artikel 8 lid 2 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid. De Wet op het specifiek cultuurbeleid, het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen en de Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen zijn eveneens van toepassing. De subsidieregeling 2005 is op 25 oktober 2004 goedgekeurd door de Staatssecretaris voor Cultuur en Media.

11.5. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2006]

In de gevallen waarin de Wet, de statuten van het Fonds, de subsidieregeling en/of de beschikking niet voorzien, beslist het bestuur van het Fonds.

Den Haag, 5 november 2004

Bestuur Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten